CConstaterende datHeerlen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 6 Projectplan Waterwet

(oud) Commissie Ruimtelijke Ontwikkeling 10 februari 2021, gemeente HeerlenBij agendapunt: Bestemmingsplan Fietsverbinding en watermaatregelen Heuvelland-Parkstad4.444 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ontwerp Projectplan Waterwet

Watermaatregelen langs fietsverbinding Heuvelland Parkstad

Definitief vastgesteld door het Dagelijks bestuur d.d.

1

Hoofdstuk 1 1.1

Projectbeschrijving

Aanleiding en doel

De gemeenten Voerendaal, Heerlen en Gulpen- Wittem bereiden de aanleg van een vrij liggend fietspad voor dat de provinciale weg bij Etenaken moet verbinden met de John F. Kennedylaan in Heerlen. Op deze wijze ontstaat een veilige fietsverbinding tussen de Geul en de Geleenbeek over de waterscheiding bij Ubachsberg. De Provincie Limburg subsidieert het project vanuit het programma "Fiets" 2016-2019 en is verder betrokken omdat zij ruilgronden in het stroomgebied van de Lange Gracht ter beschikking stelt. Het fietspad loopt voor bijna 5 kilometer lengte direct langs en op de primaire waterlossing "Lange gracht". Om het project uit te kunnen voeren, moet deze waterlossing worden verlegd. Door dit initiatief is een meekoppelkans ontstaan voor het Waterschap om, gelijktijdig met de aanleg van het fietspad en de verlegging van de Lange Gracht de wateropgave in dit stroomgebied aan te pakken. Met deze maatregelen wordt beoogd om de wateroverlast in de kernen Fromberg en Etenaken te verminderen. Bovendien dragen de waterbergingsmaatregelen aan de lange Gracht ook bij aan het verminderen van de wateroverlast langs de Geul in Schin op Geul en Valkenburg. De voorgenomen werkzaamheden bestaan uit de aanleg van 2 regenwaterbuffers met 4 compartimenten met in totaal ca. 20.000 m3 berging. Op grond van artikel 5.4. van de Waterwet moet het waterschap daarom een projectplan op te stellen.

De geplande werkzaamheden hebben tot doel om de wateroverlast in het gebied, in geval van extreme regenbuien, te beperken en zullen worden uitgevoerd in overeenstemming met het bepaalde in dit projectplan.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

De locatiekeuze van de regenwaterbuffers is ingegeven door verschillende argumenten en criteria: • de buffers moeten grenzen aan grote stroombanen, op locaties waar voldoende water samenkomt, zodat de buffers efficiënt kunnen functioneren; in dit geval is gekozen voor een locatie in het dal bij de Lange Gracht; daarbij is van belang de buffers goed langs de Lange Gracht de verdelen om het water in het gebied gelijkmatig te kunnen bergen; • kosten; om deze acceptabel te houden worden de buffers het liefst op een laag maaiveld aangelegd, zodat minder grondverzet nodig is; bij voorkeur geeft iedere m3 ontgraving ook een m3 aan berging; • beschikbaarheid gronden: bij voorkeur worden de locaties van de buffers ‘in der minne’ verworven; • verschillende aspecten, zoals natuur- en landschapswaarden, archeologische waarden enz.. De afweging heeft uiteindelijk geleid tot de gekozen locaties. Het plangebied ligt deels in de gemeente Gulpen-Wittem en deels in de gemeente Voerendaal. In de gemeente Gulpen-Wittem wordt de regenaterbuffer Rensberg aangelegd met drie compartimenten, op een perceel ten zuiden van de Vrakelbergerweg, en ten westen van de Vrouwendelweg, kadastraal bekend WRE01-J-53. In de gemeente Voerendaal wordt de regenwaterbuffer Ribbelheideweg met één compartiment aangelegd.

Deze ligt ook ten zuiden van de Vrakelbergerweg, aan de oostzijde van de Ribbelheideweg, kadastraal bekend VRD00-H-261.

In onderstaande afbeeldingen is de locatie van de verschillende waterbuffers aangegeven.

2

Wijlre

Figuur 1 ligging locatie regenwaterbuffer Rensberg in de Gemeente Gulpen-Wittem

Figuur 2 uitsnede kadastraal perceel gemeente Wijlre, WRE01-J–53

De locatie van de regenwaterbuffer in de gemeente Voerendaal ligt ook ten zuiden van de Vrakelbergerweg, maar dan oostelijker en binnen de gemeente Voerendaal.

Ubachsberg

Figuur 3 ligging locatie regenwaterbuffer Ribbelheideweg gemeente Voerendaal

3

Figuur 4 uitsnede kadastraal perceel, gemeente Voerendaal VRD00-H-261

1.3

Beschrijving van de waterstaatswerken (gewenste situatie)

De voorgenomen wijzigingen bestaan uit de aanleg van 2 regenwaterbuffers (de buffer Rensberg met drie compartimenten met een inhoud van respectievelijk van west naar oost van circa 5.610 m³, circa 7.700 m³ en circa1.880 m³ en de buffer Ribbelheideweg met een inhoud van 4.535 m3).

Bij de bepaling van het benodigde bergingsvolume is uitgegaan van de norm T=25 (klimaat 2050) en is rekening gehouden met 10 mm extra berging in het landelijke gebied en de afkoppeling van 50% van het verharde oppervlakte in het stedelijke gebied in het stroomgebied (beperkt oppervlakte). De landschappelijke inpassing van de buffers is in overleg met provincie vormgegeven. Door de aanleg van extra regenwaterbuffers verbetert de waterhuishouding in het gebied. Het afstromende water wordt tijdelijk opgevangen in de buffers, die gedoseerd weer leeg lopen.

Aan te leggen buffer Rensberg

4

Aan te leggen buffer Ribbelheideweg

Om de voorgenomen wijzigingen te kunnen realiseren worden de volgende werkzaamheden uitgevoerd: • Aanleg waterbergingen door middel van ontgraven grond en aanbrengen gronddammen; • Aanbrengen duiker(s) • Aanbrengen uitstroomvoorzieningen waterberging; • Aanbrengen instroomvoorzieningen waterberging. • Koppelen waterbuffers.

1.3.1 Wijze van uitvoering De uitvoering van de werkzaamheden bestaat grotendeels uit grondverzet en het aanbrengen van voorzieningen voor het tijdelijk bergen van water. De vrijkomende grond uit de ontgravingen wordt waar nodig en mogelijk toegepast binnen het plangebied. Het werk wordt uitgevoerd met hydraulische graafmachines. Grondtransport vindt plaats per vrachtauto/trekker/kieper. Verder worden kunstwerken, zoals duikers, aangebracht. De voorwaarden die het bevoegd gezag en/of eigenaren zullen koppelen aan de vergunning, ontheffingen of toestemming neemt Waterschap Limburg op in het bestek en zullen bij de uitvoering worden nageleefd. Bij de uitvoering zal in ieder geval voldaan worden aan de zorgplicht zoals beschreven in artikel 6.15 van het Waterbesluit en de artikelen 6.8 en 6.9 van de Waterregeling. Tijdens de uitvoering zullen verder maatregelen worden getroffen om schade aan of negatieve gevolgen voor beschermde planten- en diersoorten te beperken. Er is (voor het gehele project, inclusief de fietsverbinding) een aanvraag om een ontheffing ingediend voor enkele beschermde diersoorten (zie uitgebreid paragraaf 2.3). Verder wordt een ecologisch werkprotocol opgesteld, dat bij de uitvoering van de werkzaamheden wordt toegepast.

1.3.2 Planning De concrete planning is nog niet bekend, de wijziging van de bestemmingsplannen voor de fietsverbinding en watermaatregelen zijn de bepalende procedures voor de planning. Naar verwachting wordt in het voorjaar/zomer 2021 gestart met de werkzaamheden, nadat de ruimtelijke plannen die hiervoor nodig zijn, in werking zijn getreden.

5

1.3.3 Te treffen voorzieningen De werkzaamheden hebben tot gevolg dat gedurende de uitvoeringsperiode sprake kan zijn van hinder, in de vorm van: • wateroverlast en/of watertekort; Het waterschap stelt als uitvoeringsvoorwaarde aan het werk dat de lokale waterhuishouding te allen tijde goed blijft functioneren. Zo zal de aannemer bij het (tijdelijk) dempen van een watergang, de nieuwe aan- en afvoer eerst moeten aanleggen of de waterdoorvoer middels pompen moeten garanderen. • geluidsoverlast; Voor de geluidsproductie gelden bindende voorschriften tijdens de uitvoering. Echter, deze voorschriften behoeden mens en dier maar ten dele voor geluidhinder. Het waterschap ziet er daarom bij de contractvorming op toe dat de aannemers bij de routing van het noodzakelijke grondtransport, rekening houden met de locatie van woningen, vogelrustgebieden en recreatiezones in het gebied. • verkeershinder en een beperkte bereikbaarheid; De uitvoering van dit werk zal - zonder beperkende maatregelen - een tijdelijke toename van het aantal lokale verkeersbewegingen tot gevolg hebben. Zo nodig worden verplichte transportroutes aangewezen om verkeershinder te beperken. • stofhinder; Bij grondverzetprojecten is er in droge periodes een aanzienlijke kans op stofhinder. Grond die van de banden op rijplaten terecht komt, droogt op en kan vervolgens gaan stuiven.

Dit hinderaspect is eenvoudig beheersbaar door transportroutes voldoende nat en schoon te houden. Het waterschap ziet er daarom bij de contractvorming op toe dat de aannemer de nodige maatregelen zal treffen. • schade aan de ondergrond: Met het voorschrijven van alternatieve transporttracés is er een risico dat de ondergrond van de tracés verdicht raakt. Het voorkomen van economische en ecologische schade aan gronden door het juist kiezen van alternatieve transportroutes, werkzones en het treffen van de juiste voorzorgmaatregelen (bijv. rijplaten), is voor het waterschap een aandachtspunt bij de gunning van de uitvoering. Als gevolg van dit ontwerpprojectplan is geen financiële schade voorzien die aan de uitvoering van het project in de weg staat. Indien een belanghebbende ten gevolge van dit besluit toch schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en ten aanzien waarvan de vergoeding niet of niet voldoende anderszins is verzekerd, kan op grond van artikel 7.14 van de Waterwet een verzoek om schadevergoeding worden ingediend. Voor de wijze van indiening van een dergelijk verzoek en voor de procedure wordt verwezen naar de Verordening Nadeelcompensatie Waterschap Limburg.

1.4

Beschikbaarheid gronden

De werkzaamheden worden uitgevoerd op percelen die door waterschap Limburg in eigendom worden verworven. Met de eigenaar van de grond voor de regenwaterbuffer Ribbelheideweg is mondelinge overeenstemming bereikt. Met de eigenaar van de benodigde grond voor de regenwaterbuffer Rensberg lopen de onderhandelingen nog. De benodigde gronden betreffen voor de regenwaterbuffer Rensberg, het perceel Wijlre J 53 en voor de regenwaterbuffer Ribbelheideweg het perceel Voerendaal H 261. In de volgende tekeningen zijn de benodigde gronden weergegeven.

6

Buffer Rensberg

Buffer Ribbelheideweg

1.5

Effecten van het plan

De voorgenomen maatregelen zullen een positief effect hebben op de vermindering/aanpak van wateroverlast in het plangebied. Door aanleg van meer waterberging wordt de waterhuishouding verbeterd en kans op water- en modderoverlast en erosie in en om het plangebied verminderd.

1.6

Legger

Ingevolge artikel 5.1, eerste lid, van de Waterwet draagt de beheerder zorg voor de vaststelling van een legger. In de legger worden de ligging, vorm, afmeting en constructie waaraan waterstaatswerken moeten voldoen omschreven. Door de provincie is in de Waterverordening Limburg nader omschreven welke waterlopen in de legger vastgelegd dienen te worden en wanneer ontwerpgegevens moeten worden opgenomen. Daarnaast schrijft artikel 78, tweede lid van Waterschapswet voor dat het waterschap dient te beschikken over een legger waarin de onderhoudsplichtigen en onderhoudsverplichtingen zijn opgenomen. Beide wettelijke verplichtingen zijn door het waterschap in één legger geïntegreerd. De legger bepaalt op grond van de Keur tot waar het regime van de Keur van toepassing is. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen en biedt een grondslag voor algemene regels. Deze bepalingen zijn verschillend voor in de legger opgenomen primaire en secundaire oppervlaktewateren.

7

Parallel aan het projectplan is een leggerwijziging opgesteld, waarvoor een separaat besluit wordt genomen. De procedures worden op elkaar afgestemd omdat beide besluiten onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

1.7

Beheer en onderhoud

Het waterschap Limburg wordt eigenaar en beheerder van de locaties van de regenwaterbuffers met bijbehorende voorzieningen en watergang de Lange Gracht met bijbehorende voorzieningen en is als zodanig ook verantwoordelijk voor het toekomstig beheer en onderhoud. Hiervoor wordt een onderhoudsplan opgesteld.

1.8

Samenwerking

Voor het project Fietsverbinding en Watermaatregelen Heuvelland en Parkstad is een samenwerkingsovereenkomst gesloten tussen de volgende partijen: • Gemeente Gulpen-Wittem; • Gemeente Voerendaal; • Gemeente Heerlen; • Waterschap Limburg; • Provincie Limburg. Voor het realiseren van de watermaatregelen, in de vorm van extra buffercapaciteit, is het Waterschap Limburg verantwoordelijk. De andere genoemde overheden zijn wel betrokken.De gemeenten Voerendaal en Gulpen-Wittem zijn verantwoordelijk voor het verleggen van de Lange Gracht en de aanleg van de bijbehorende voorzieningen ten behoeve van de aanleg van het fietspad. De aanleg van het fietspad wordt in de relevante bestemmingsplannen voor het fietspad mogelijk gemaakt.

8

Hoofdstuk 2 2.1

Verantwoording

Verantwoording op basis van wet- en regelgeving

Het werk dient bij te dragen aan de doelstellingen van de Waterwet. De toepassing van de Waterwet is gericht op: a. het voorkomen en waar nodig beperking van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, in samenhang met; b. bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; en c. vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen (artikel 2.1 Waterwet). De geplande maatregelen zijn vooral gericht op het voorkomen en beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste (doelstelling 1), maar dragen ook bij aan doelstelling 2 en 3. De bijdrage van dit project bestaat uit: a. overstromingen, wateroverlast en waterschaarste Door de in dit projectplan beschreven werkzaamheden zal de kans op wateroverlast tijdens periodes van hevige neerslag afnemen/verminderen. De hemelwaterafvoer in het projectgebied wordt met name gereguleerd via regenwaterbuffers. Deze voorzieningen toppen piekafvoeren vanuit het landelijk gebied af door het afstromende water tijdelijk in de buffervoorzieningen te bergen.

De hoeveelheid water die zo tijdelijk vastgehouden kan worden is gerelateerd aan een zogenaamde maatgevende bui die een keer in de 25 jaar kan vallen (47 mm in 2 uur, verwachte klimaat 2050) waarbij tevens rekening wordt gehouden met het vasthouden van 10 mm regenwater in het landelijk gebied en afkoppelen/infiltreren van 50% van het regenwater in het stedelijke gebied in het stroomgebeid van de Lange Gracht. Het in de buffer opgevangen water wordt vervolgens gefaseerd aan het watersysteem doorgegeven. Deze zogenaamde leegloop van de buffer is erop berekend dat de buffer bij maximale vulling binnen 24 uur volledig kan leeglopen, conform het vigerende beleid van waterschap Limburg. De kans op wateroverlast neemt daarmee sterk af. Het aanleggen van extra regenwaterbuffers geeft daarmee invulling aan de volgende beleidsplannen/opgaven: • • •

Waterbeheersplan Waterschap Limburg 2016-2021; Nationaal Bestuursakkoord Water; Waterbeheer 21e eeuw.

b. chemische en ecologische kwaliteit De primaire functie van regenwaterbuffers is waterberging ter voorkoming en beperking van wateroverlast. Daarnaast hebben regenwaterbuffers een secundaire functie doordat ze potenties hebben om op kleinere schaal natuur te ontwikkelen. Het zijn vaak natte elementen in het landschap op plaatsen waar weinig of geen open oppervlaktewater aanwezig is. Een andere afgeleide functie van buffers is dat slib, dat via afstromend oppervlaktewater van de bovenstrooms gelegen percelen afstroomt, in de buffers wordt opgevangen. Als in dit slib nog resten van bestrijdingsmiddelen aanwezig zijn, zullen deze samen met het slib in de buffer neerslaan. Omdat buffers met enige regelmaat worden opgeschoond door de beherende instantie, wordt dit slib ook regelmatig uit de buffer verwijderd. Hierdoor wordt de ecologische kwaliteit van het watersysteem positief beïnvloed. c. gevolgen maatschappelijke functies watersysteem Doordat regenwaterbuffers piekafvoeren van oppervlakkig afstromend regenwater opvangen, wordt water- modderoverlast benedenstrooms van de buffer voorkomen of beperkt. Hierdoor wordt overlast op wegen, in of bij bebouwing, aan overige infrastructuur e.d. voorkomen, dan wel beperkt. Dit betekent dat minder herstel- en opruimwerkzaamheden nodig zijn na hevige regenbuien, waarmee maatschappelijke kosten worden bespaard. 9

2.2

Verantwoording op basis van beleid

Naast de Waterwet vloeien de werkzaamheden voort uit onderstaand beleid: • Waterbeheerplan Waterschap Limburg 2016-2021 • Nationaal bestuursakkoord water • Waterbeheer 21e eeuw; • Water in Balans Water in Balans De klimaatverandering heeft de afgelopen jaren gezorgd voor perioden van droogte, maar ook van wateroverlast. Waterschap Limburg geeft met het programma Water in Balans voorrang aan het aanpakken van wateroverlast door het veranderend klimaat. Dit gebeurt in samenwerking met de omgeving en andere betrokken overheden en instanties. Daar waar mogelijk sluit het Waterschap aan bij andere initiatieven in de omgeving. Dit is het geval bij de Fietsverbinding Heuvelland – Parkstad.

2.3

Verantwoording van de keuzen in het project

Ten behoeve van de uitvoering van het projectplan zijn onderstaande aspecten beoordeeld: Planologische inpassing De uit te voeren werkzaamheden worden planologisch geregeld in het bestemmingsplan ‘Fietsverbinding en watermaatregelen Heuvelland – Parkstad’ van de gemeente Gulpen-Wittem en het bestemmingsplan ‘Fietsverbinding en watermaatregelen Heuvelland – Parkstad, deelgebied Vrakelbergerweg’ van de gemeente Voerendaal. Deze bestemmingsplannen worden parallel aan dit projectplan voorbereid en vastgesteld. Bodem Uit bodemonderzoek blijkt dat de percelen landbouwgrond waarop de regenwaterbuffers gepland zijn, als ‘onverdacht’ worden beschouwd. Op deze percelen heeft nooit bebouwing gestaan en deze zijn altijd in gebruik geweest als landbouwgrond. Er is niets bekend over mogelijke puntbronnen die bodemverontreiniging veroorzaakt zouden kunnen hebben. Zie bijlage 5. Archeologie Uit archeologisch onderzoek blijkt dat ter plaatse van de waterbuffers een lage archeologische verwachting geldt. Verder archeologisch onderzoek wordt niet geadviseerd. Zie bijlage 8. Uiteraard moet rekening gehouden worden met mogelijk toevalsvondsten. Kabels en leidingen Voor zover bekend liggen er geen leidingen in het projectgebied. Bij de KLIC-melding die voor de uitvoering van de werkzaamheden dient te gebeuren zal dit inzichtelijk worden.

Indien nodig zullen afspraken met de betreffende nutsbedrijven gemaakt worden. Explosieven Omdat het vermoeden bestaat van de aanwezigheid van Niet Gesprongen Explosieven (NGE) is een onderzoek in dit kader uitgevoerd (zie bijlage 7). De locaties van de regenwaterbuffers zijn als niet verdacht aangemerkt. Binnen deze gebieden kunnen werkzaamheden zonder verder onderzoek of maatregelen worden uitgevoerd. Ook hier geldt dat bij wijze van toeval nog vondsten kunnen worden gedaan.

10

Milieu effect rapportage (MER-beoordelingsplicht) In bijlage C en D van het besluit milieueffectrapportage zijn diverse activiteiten benoemd waarvoor in bepaalde gevallen een m.e.r. of m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Onderdeel C bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het doorlopen van een m.e.r. verplicht is. Onderdeel D bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r.-beoordeling verplicht is. Het onderhavige project bevat geen activiteiten uit onderdeel C, maar wel zouden twee activiteiten uit onderdeel D mogelijk relevant kunnen zijn. De activiteit D3.2 gaat in op ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van werken inzake kanalisering of ter beperking van overstromingen met inbegrip van primaire waterkeringen en rivierdijken’. De geplande waterbuffers hebben weliswaar een functie bij eventuele wateroverlast in Oirsbeek, maar worden niet gezien als een werk ter beperking van overstromingen. Deze m.e.r.beoordelingsplichtige activiteit is daarmee in onderhavig project niet aan de orde. De activiteit D 16.1 stelt dat ‘de ontginning dan wel wijziging of uitbreiding van de ontginning van steengroeven of dagbouwmijnen, met inbegrip van de winning van oppervlaktedelfstoffen uit de landbodem’ m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin deze activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 12,5 ha of meer.

Indien deze indicatieve drempel niet wordt overstreden, maar er is wel een ontgrondingenvergunning benodigd, dient er een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd. In dit geval wordt de drempelwaarde van 12,5 ha niet overschreden. Omdat de regenwaterbuffers mogen worden gezien als bassins, vallen deze onder de in het Pol opgenomen vrijstellingsregeling en is er geen ontgrondingenvergunning nodig. Omdat er bij deze activiteit dus geen besluit genomen hoeft te worden in de vierde kolom van het Besluit m.e.r., is ook het opstellen van een vormvrije m.e.r.-beoordeling in dit geval niet aan de orde. Conclusie: Op grond van het bovenstaande kan samenvattend worden geconcludeerd dat het besluit milieueffectrapportage voor dit project niet aan de orde is. Onderzoek natuurwaarden Voorafgaand aan het opstellen van het projectplan is quick scan natuurwaarden (beschermde soorten en beschermde gebieden) uitgevoerd, zie bijlage 6 a en b. Beschermde soorten Uit een quickscan en nader onderzoek naar beschermde plant- en diersoorten is het volgende gebleken: • •

• • •

• •

Er zijn geen beschermde plantensoorten aanwezig; Er is een dassenburcht aangetroffen buiten het plangebied; naar verwachting leidt de beoogde ontwikkeling niet tot het verlaten van de burcht; er zijn maatregelen nodig om een toename van verkeersslachtoffers te voorkomen; Er zijn vleermuizen waargenomen (foeragerend), maar geen vaste rust- en verblijfplaatsen; Er zijn geen jaarrond beschermde nesten van broedvogels aangetroffen, wel veel soorten broedvogels; De vroedmeesterpad is waargenomen; omdat voortplantingsgebied en bijbehorende winterhabitat (poeltje) verloren gaat is een ontheffing nodig. Hierin wordt ook de alpenwatersalamander meegenomen (aanwezigheid bekend); De levendbarende hagedis en hazelworm komen in het gebied voor: deze worden meegenomen in de aanvraag om een ontheffing. Mogelijk kom ook de grote bosmuis voor en deze soort is daarom ook in de aanvraag om ontheffing meegenomen.

Er wordt een ecologisch werkprotocol met maatregelen opgesteld in het kader van de zorgplicht voor de das, andere voorkomende zoogdieren, vleermuizen en de broedvogels. Voor de vroedmeesterpad, de alpenwatersalamander, de levendbarende hagedis, de hazelworm en de grote bosmuis wordt een 11

activiteitenplan opgesteld en een ontheffing aangevraagd. In het ecologisch werkprotocol wordt ook aandacht besteed aan de soorten waarvoor een ontheffing wordt aangevraagd. Beschermde gebieden Het plangebied bestaat uit agrarisch gebied, voorkomende kernkwaliteiten zijn beperkt tot het aanwezige reliëf. Versterking van kernkwaliteiten vindt plaats door het bijplanten in de bestaande graften. Andere maatregelen kunnen zijn het herstel van graften, aanplanten van hagen en het natuurlijk inrichten van de buffers in combinatie met het nemen van maatregelen tegen verkeersslachtoffers van Das. Project gerelateerde stikstofdepositie leidt niet tot significante gevolgen voor de omliggende Natura 2000-gebieden. De beperkte toename van stikstofdepositie, uitsluitend tijdens de aanlegfase, wordt gesaldeerd met de afname van stikstofdepositie als gevolg van het staken van landbouwkundig gebruik van gronden. Deze interne saldering wordt vastgelegd in een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming en de agrarische bestemming van de landbouwgronden wordt in de ruimtelijke plannen gewijzigd, zodat geen agrarisch gebruik meer mogelijk is. Zie bijlage 9 en 10. KRW toets Er zijn geen KRW-lichamen betrokken bij dit project. Voor de werkzaamheden hoeft geen KRW-toets te worden uitgevoerd.

2.4

Benodigde vergunningen en meldingen

Om de werkzaamheden te kunnen uitvoeren worden de hieronder vermelde vergunningen aangevraagd: Omgevingsvergunning werken en werkzaamheden, bouwen, kappen Voor de uit te voeren graafwerkzaamheden is geen vergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht nodig; de aanleg van de regenwaterbuffers (het uitvoeren van werken en/of werkzaamheden) wordt in de genoemde bestemmingsplannen rechtstreeks mogelijk gemaakt. Voor het oprichten van de bijbehorende bouwwerken, duikers enz., wordt een omgevingsvergunning bouwen aangevraagd. Voor het kappen van bodem, binnen het grondgebied van de gemeente Voerendaal, wordt een omgevingsvergunning voor het kappen aangevraagd. Besluit lozen buiten inrichtingen Op grond van artikel 1.15 van het Besluit lozen buiten inrichtingen is voor het lozen ten gevolge van ontgravingen of baggerwerkzaamheden als bedoeld in artikel 3.17 in een oppervlaktewaterlichaam, dat niet in beheer bij het Rijk is, en dat plaatsvindt door de beheerder (het waterschap) of ter uitvoering van onderhoudsverplichtingen als bedoeld in de Waterschapswet geen melding vereist. Besluit bodemkwaliteit Alle toe te passen bouwstoffen/materialen (beton, e.d.) die in contact komen met het watersysteem zullen voldoen aan de kwaliteitsregels van het Besluit Bodemkwaliteit. Voor wat betreft de toepassing van grond is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing.

Wet natuurbescherming In verband met de saldering van de toename van stikstofdepositie, door de aanleg van de waterbuffers en de fietsverbinding, is een aanvraag om een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming ingediend (mei 2020). In verband met de (mogelijke) verstoring van enkele beschermde diersoorten is een aanvraag om een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming ingediend (juni 2020). Ontgrondingenwet In de Provinciale omgevingsverordening Limburg (POL) zijn algemene regels gesteld voor ontgrondingen, op basis van de Ontgrondingenwet. Er is geen vergunning op grond van artikel 3 van 12

de Ontgrondingenwet nodig voor, onder andere ‘het ontgronden van een bassin’, als dit in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan. In dit geval is sprake van het aanleggen van bassins door ontgraving, die in verschillende ruimtelijke plannen mogelijk wordt gemaakt. In dit geval is een ontgrondingsvergunning niet aan de orde, maar kan worden volstaan met een melding op grond van de provinciale verordening ontgrondingen. Wijziging Legger Naar aanleiding van dit projectplan moet de Legger van het Waterschap Limburg worden aangepast. De legger bestaat uit kaarten en teksten. In de legger vindt de juridische vastlegging plaats van zaken als ligging, vorm, afmeting en constructie van wateren en waterkeringen. Ook worden daarin de zogeheten water-regulerende kunstwerken vermeld, zoals stuwen, afsluiters en verdeelwerken. De legger is bepalend voor de verplichtingen over en weer tussen het waterschap en burgers op het gebied van de instandhouding van de waterstaatswerken. Voor alle waterstaatswerken gelden regels voor diverse activiteiten. Deze regels zijn vastgelegd in de Keur van het Waterschap Limburg. Op grond van de Keur mogen door derden geen activiteiten aan of bij waterstaatswerken worden uitgevoerd zonder vergunning van het waterschap (watervergunning). Ook kunnen in de legger onderhoudsverplichtingen worden geregeld.

Zie voor de lijst met belanghebbenden en de bijbehorende overzichtstekening bijlage 10 en 11. De nieuwe regenwaterbuffers worden in de legger opgenomen. De voorbereiding van een wijzigingsbesluit loopt parallel aan het projectplan en het ontwerp van beide besluiten wordt tegelijkertijd ter inzage gelegd.

2.5

Communicatie

Tijdens de voorbereidingen van het project Fietsverbinding en watermaatregelen Heuvelland en Parkstad, zijn op verschillende momenten bijeenkomsten voor de omgeving georganiseerd. Tijdens deze bijeenkomsten zijn de plannen uitgelegd en vragen van de omgeving beantwoord. Tussen de betrokken partijen (zie paragraaf 1.8) is een samenwerkingsovereenkomst gesloten. Op de website van de gemeente Voerendaal, die als zogenaamde ‘penvoerder’ optreedt voor de andere betrokken partijen, is informatie te vinden over het project. De communicatie met de omgeving blijft doorlopen. Daarnaast is er in het kader van de verschillende voorbereidingsprocedures (bestemmingsplannen, projectplan Waterwet, vergunningen) ruimte voor het indienen van zienswijzen.

Hoofdstuk 3 3.1

Rechtsbescherming Projectplan

Procedure Projectplan

Dit projectplan is voorbereid overeenkomstig de procedure zoals opgenomen in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (uniforme openbare voorbereidingsprocedure). De reden hiervoor is de samenloop met het project Fietsverbinding Heuvelland – Parkstad. Het ontwerp project wordt, tegelijkertijd met de ontwerpbestemmingsplannen voor de fietsverbinding en de watermaatregelen, zes weken ter inzage gelegd. In die periode kan een ieder een zienswijze over het ontwerp van het projectplan bij het dagelijks bestuur van het waterschap indienen. Het ontwerp-projectplan heeft van […] tot [ …] ter inzage gelegen. Naar aanleiding hiervan heeft het waterschap […] zienswijzen ontvangen. Voorliggend projectplan is door het dagelijks bestuur van Waterschap Limburg op […] definitief vastgesteld. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan door belanghebbenden tegen dit

13

besluit binnen zes weken na de dag waarop dat is bekendgemaakt beroep worden ingesteld bij de Rechtbank Limburg, sector bestuursrecht, Postbus 950, 6040 AZ Roermond. Alleen belanghebbenden die tijdig over het ontwerpbesluit een zienswijze naar voren hebben gebracht of belanghebbenden die niet kan worden verweten geen zienswijze over het ontwerpbesluit naar voren hebben gebracht, kunnen tegen het besluit tot vaststelling van het projectplan beroep instellen. Ook bestaat de mogelijkheid om, naast het beroep, een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in te dienen bij de Voorzieningenrechter Rechtbank Limburg, Postbus 950, 6040 AZ Roermond. Het is ook mogelijk digitaal beroep of een voorlopige voorziening in te stellen bij genoemde rechtbank via https://loket.rechtspraak.nl/. Crisis- en herstelwet Op de vaststelling van een projectplan is afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet van toepassing. Dit betekent dat de belanghebbenden in het beroepschrift moeten aangeven welke beroepsgronden zij aanvoeren tegen het besluit. Na afloop van de beroepstermijn kunnen geen nieuwe beroepsgronden meer worden aangevoerd. Belanghebbenden wordt verzocht in het beroepschrift te vermelden dat de Crisis- en herstelwet van toepassing is.

3.2

Legger

Tegen het ontwerp-wijzigingsbesluit van de legger dat vooraf is gegaan door een waterstaatkundig besluit (zoals een projectplan) kunnen geen zienswijzen worden ingediend. Een eventuele zienswijze over de ontwerp-leggerwijziging dient kenbaar gemaakt te worden tegen het ontwerp-projectplan. Het is niet mogelijk beroep in te stellen tegen een wijziging van de legger die vooraf is gegaan door een waterstaatkundig besluit zoals een projectplan. De daadwerkelijke aanpassing van de legger zal plaatsvinden na uitvoering van de werkzaamheden.

Hoofdstuk 4

Bijlagen

1. 2. 3. 4. 5. 6.

overzichtskaart locatie plangebied leggerwijzigingskaart (9 bladen) inrichtingskaart 3 A t/m D (3 bladen en een blad met detailuitwerkingen) dwarsprofielen (volgen nog) bodemonderzoek a. quick scan natuurwaarden b. nader onderzoek natuurwaarden 7. onderzoek explosieven 8. onderzoek archeologie 9. stikstofdepositie 10. overzichtskaart belanghebbenden 11. overzichtslijst belanghebbenden

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerlen&id=9f56d73f-31c5-464d-a0c2-8b337ff631cc