Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 5 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
Tekst van het document
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.beoordeling Fietsverbinding en watermaatregelen Heuvelland Parkstad
Opdrachtgever: Gemeente Voerendaal
Organisatie
Telefoon
. Adres
Projectnummer
SLM012751 Datum
Documentnummer
16 juli 2020
SLM012751.RAP01.DB, versie 1
Colofon Rapporthistorie V0a 25-05-2020 1e concept [versienr] [versiedatum] [wijzigingen] [versienr] [versiedatum] [wijzigingen] Verantwoording [tekst] Contactgegevens
Autorisatie Projectnummer
Documentnummer
Versie
Status
SLM012751
SLM012751.RAP01.DB
1
definitief
Opgesteld door
Functie
Datum
Paraaf
16 juli 2020 Geverifieerd door
Functie
Datum
Paraaf
16 juli 2020 Akkoord projectleider
Functie
Datum
PL
16 juli 2020
2/21 — SLM012751 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — SLM012751.RAP01.DB, versie 1 — 16 juli 2020
Paraaf
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1.1 Aanleiding vormvrije m.e.r.-beoordeling
5 5
2
M.e.r.-beoordeling 2.1 Een m.e.r.(-beoordelingsplichtige activiteit) 2.2 Procedure en beoordelingscriteria 2.3 Initiatiefnemer en bevoegd gezag
7 7 7 8
3
Kenmerken en plaats van het project 3.1 Kenmerken van het project 3.2 Plaats van het project
9 9 11
4
Kenmerken van de mogelijke effecten 4.1 Natuur 4.1.1 Gebiedsbescherming 4.1.2 Beschermde soorten 4.1.3 Houtopstanden 4.1.4 Conclusie 4.2 Bodem en water 4.2.1 Bodem 4.2.2 Water 4.3 Archeologie, landschap en cultuurhistorie 4.3.1 Archeologie 4.3.2 Landschap 4.4 Hinder tijdens uitvoering 4.5 Niet gesprongen explosieven 4.6 Klimaat en duurzaamheid
13 13 13 16 17 17 17 17 18 18 18 19 19 20 20
5
Cumulatie andere projecten
21
6
Conclusie
21
Overzicht bijlage(n) Bijlage 1 - Definitief Ontwerp Bijlage 2 - Quick scan natuurwaarden Bijlage 3 - Nader onderzoek beschermde soorten Bijlage 4 - Stikstofdepositie Bijlage 5 - Archeologie
3/21 — SLM012751 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — SLM012751.RAP01.DB, versie 1 — 16 juli 2020
Bijlage 6 - Explosieven Bijlage 7 - Historisch bodemonderzoek Bijlage 8 - Compensatieplan Goudgroene natuurzone
4/21 — SLM012751 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — SLM012751.RAP01.DB, versie 1 — 16 juli 2020
1
Inleiding
1.1
Aanleiding vormvrije m.e.r.-beoordeling
De Vrakelbergerweg-Vijfbundersweg, tussen Ubachsberg en Wijlre, ook wel de Ruilverkavelingsweg genoemd, en de Daelsweg tussen Ubachsberg en Heerlen zijn al jaren intensief gebruikte verbindingen tussen Heuvelland en Parkstad, door zowel auto-, fiets- en landbouwverkeer. Beide wegen kennen knelpunten op het gebied van verkeersveiligheid en hebben onderhoud nodig. Het Waterschap Limburg werkt vanuit het programma ‘Water in balans’ aan het beperken van wateroverlast als gevolg van, onder andere, klimaatverandering. In dat kader is de aanleg van extra regenwaterbuffers noodzakelijk. De gemeenten Voerendaal, Gulpen-Wittem en Heerlen willen een vrij liggende fietsverbinding aanleggen tussen Wijlre en Heerlen. Deze fietsverbinding is ca. 6 kilometer lang en ligt op het grondgebied van deze drie gemeenten. Een veilige fietsverbinding bevordert naast dagelijks fietsverkeer, ook toerisme en recreatie binnen dit gebied. De provincie Limburg en ook gemeenten vinden het daarnaast belangrijk om het fietsgebruik te stimuleren. Een veilige fietsverbinding zal mensen stimuleren om de fiets te gebruiken op de route tussen het Heuvelland en Parkstad.
Figuur 1-1 overzicht tracé fietsverbinding (bron: www.voerendaal.nl)
Het Waterschap gaat langs het tracé van de fietsverbinding 4 nieuwe regenwaterbuffers aanleggen. Deze integrale aanpak zorgt ervoor dat de omgeving niet meerdere malen belast wordt met verschillende projecten in hetzelfde gebied.
5/21 — SLM012751 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — SLM012751.RAP01.DB, versie 1 — 16 juli 2020
De beoogde ontwikkelingen dragen bij aan een duurzaam en veilig vervoer en het tegengaan van de effecten van klimaatverandering. Om het fietspad te kunnen aanleggen, worden bestaande wegen aangepast en vindt een functieverandering plaats van agrarisch naar verkeer/fietspad. Om de waterbuffers te realiseren moet grond worden ontgraven en wordt de functie van gronden gewijzigd. Gezien de activiteiten die onderdeel vormen van het project wordt voor de volledigheid en procedurele zekerheid een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd voor de ruimtelijke plannen en het projectplan Waterwet. Van belang is dat de ontwikkeling in de gebruiksfase niet of nauwelijks effecten heeft, gezien de aard van de fietsverbinding. Vooral de aanlegfase is voor deze m.e.r.-beoordeling relevant. In dit document wordt de fietsroute ingedeeld in twee deelgebieden, omdat dat in de meeste onderzoeken ook zo is gedaan: deelgebied 1 Vrakelbergerweg (van Wijlre tot Ubachsberg) en deelgebied 2 Daelsweg (van Ubachsberg tot Heerlen).
6/21 — SLM012751 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — SLM012751.RAP01.DB, versie 1 — 16 juli 2020
2
M.e.r.-beoordeling
2.1
Een m.e.r.(-beoordelingsplichtige activiteit)
In de bijlage bij het Besluit m.e.r. zijn activiteiten met drempelwaarden opgenomen op basis waarvan de noodzaak van het wel of niet opstellen van een m.e.r.-beoordeling (onderdeel D) of meteen een milieueffectrapportage (onderdeel C) wordt bepaald. In onderdeel C is aangegeven bij welke activiteiten waarschijnlijk sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Hiervoor geldt een directe verplichting voor het doorlopen van de m.e.r.-procedure (onderdeel C). Onderdeel D bevat activiteiten waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Als blijkt dat aanzienlijke nadelige milieugevolgen niet zijn uit te sluiten, is alsnog een m.e.r-procedure nodig. De opgenomen drempelwaarden zijn gebaseerd op algemene kenmerken van een activiteit en een globale aanname dat bij gevallen onder de drempelwaarde geen belangrijke nadelige milieugevolgen zullen optreden. De aanleg van een fietspad of waterbuffer is op zichzelf geen activiteit die wordt genoemd in het Besluit milieueffectrapportage 1994 (verder: Besluit m.e.r.) en valt ook niet onder de categorie autosnelwegen, autowegen, of andere wegen met vier of meer rijstroken. Wel worden bestaande wegen gewijzigd, worden gronden ontgraven voor waterbuffers en greppels en vindt een functieverandering van gronden plaats. 1. Europese richtlijn milieueffectrapportage, categorie II.10e van de: de aanleg van wegen; 2. Besluit m.e.r.
categorie D 16.1: delfstoffenwinning; Het gezamenlijke oppervlak van de werkzaamheden overschrijdt niet de drempelwaarde van 12,5 hectare; 3. Besluit m.e.r. categorie D 9: een landinrichtingsproject, functiewijziging van gronden. De functiewijziging van gronden overschrijdt niet de drempelwaarde van 125 ha. Het Besluit m.e.r. (artikel 2, vijfde lid onder b.) schrijft ook bij activiteiten onder de drempelwaarde voor dat een milieu-effectbeoordeling nodig is, waarbij wordt verwezen naar de Europese richtlijn milieueffectrapportage. Dit is de zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling. 2.2
Procedure en beoordelingscriteria
De m.e.r. beoordeling hoort bij de ruimtelijke plannen (plan) en het projectplan Waterwet, waarin de hiervoor genoemde activiteiten mogelijk worden gemaakt. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling doorloopt dezelfde procedure als een formele m.e.r.beoordeling: een particulier of ondernemer die initiatiefnemer is van een bepaalde activiteit, dient een aanmeldnotitie in bij het bestuursorgaan dat bevoegd is te besluiten op de aanvraag/het plan waarmee de activiteit mogelijk wordt gemaakt. Het bevoegd gezag neemt vervolgens een beslissing of al dan niet een milieueffectrapportage moet worden doorlopen.
7/21 — SLM012751 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — SLM012751.RAP01.DB, versie 1 — 16 juli 2020
Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling worden de volgende criteria betrokken: 1. kenmerken van het project (hoofdstuk 3); 2. plaats van het project (hoofdstuk 3); 3. kenmerken van het potentiële effect (hoofdstuk 4). In deze notitie is de informatie opgenomen op basis waarvan het bevoegd gezag kan toetsen of sprake is van mogelijk belangrijk nadelige gevolgen van beoogde ontwikkeling voor het milieu. In het geval belangrijke nadelige milieugevolgen niet kunnen worden uitgesloten, zal een m.e.r.procedure worden doorlopen. Als geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden, wordt gemotiveerd aangegeven dat geen m.e.r.-procedure hoeft te wordt doorlopen. 2.3
Initiatiefnemer en bevoegd gezag
De gemeenten Gulpen-Wittem, Voerendaal en Heerlen, de provincie Limburg en het Waterschap Limburg zijn bij het project betrokken. De provincie Limburg is bevoegd voor wat betreft de Wet natuurbescherming en de Provinciale Omgevingsverordening. De gemeenten zijn bevoegd gezag voor het vaststellen van hun ‘eigen’ ruimtelijke plan, het Waterschap voor het projectplan Waterwet. Zoals al aangegeven hoort de vormvrije m.e.r.-beoordeling bij de ruimtelijke plannen en het projectplan Waterwet. De gemeenten en het Waterschap moeten, op basis van deze aanmeldnotitie, een besluit nemen of een milieueffectrapportage noodzakelijk is of niet. De provincie heeft hierin geen – formele – rol.
8/21 — SLM012751 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — SLM012751.RAP01.DB, versie 1 — 16 juli 2020
3
Kenmerken en plaats van het project
3.1
Kenmerken van het project
De Vrakelbergerweg-Vijfbundersweg, tussen Ubachsberg en Wijlre, ook wel de Ruilverkavelingsweg genoemd, en de Daelsweg tussen Ubachsberg en Heerlen zijn al jaren intensief gebruikte verbindingen tussen Heuvelland en Parkstad, door zowel auto-, fiets- en landbouwverkeer. Beide wegen kennen knelpunten op het gebied van verkeersveiligheid en hebben onderhoud nodig. Het tracé bestaat uit relatief smalle wegen, waar fietsverkeer wordt gemengd met gemotoriseerd verkeer. Het tracé wordt zowel door de week als in het weekeinde door fietsers gebruikt, dus voor recreatieve en woon-werk-doeleinden. In de huidige situatie zijn langs het tracé al verschillende regenwaterbuffers aanwezig. De gemeenten willen een verkeersveilige vrij liggende fietsverbinding aanleggen op het genoemde tracé, waarbij het reguliere verkeer, het landbouwverkeer én het fietsverkeer veilig kan worden afgewikkeld. Dit gebeurt in de vorm van een vrij liggende fietsvoorziening van ca 6 kilometer lang, langs bestaande wegen, met maatregelen die er voor zorgen dat de snelheid op de weg zelf niet omhoog gaat.
Figuur 3-1 huidige en toekomstige situatie fietsverbinding (bron: www.voerendaal.nl)
In combinatie met de fietsverbinding worden 4 nieuwe waterbuffers met een verschillende omvang aangelegd om de waterhuishoudkundige situatie in het gebied te verbeteren. Drie nieuwe waterbuffers in de gemeente Gulpen-Wittem en één in de gemeente Voerendaal (zie onderstaande afbeelding).
9/21 — SLM012751 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — SLM012751.RAP01.DB, versie 1 — 16 juli 2020
Figuur 3-2 waterbuffers (in blauw bestaande en in groen beoogde nieuwe)
In de aanlegfase zijn bepaalde werkzaamheden nodig, zoals ontgraven, verharden enz. In de gebruiksfase treden er geen, dan wel positieve, effecten op ten opzichte van de referentiesituatie. Een toename van het aantal fietsers, zoals de bedoeling is, gaat in beginsel immers ten koste van het aantal gemotoriseerde voertuigbewegingen. In dit geval is dat ook daadwerkelijk te verwachten, aangezien uit verkeerstellingen is gebleken dat de verbinding een duidelijke functie heeft in het utilitaire fietsverkeer (vooral tijdens de spitsuren), ook omdat er geen alternatieven zijn in het openbaar vervoer.
10/21 — SLM012751 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — SLM012751.RAP01.DB, versie 1 — 16 juli 2020
3.2
Plaats van het project
Het plangebied ligt in drie gemeenten, Gulpen-Witten, Voerendaal en Heerlen.
Figuur 3-3 Globale ligging plangebied (deelgebied 1 in blauw, deelgebied 2 in rood)
Het gebied ligt in de directe nabijheid van twee Natura 2000-gebieden: Geuldal (westen) en Kunderberg (oosten).
Figuur 3-4 ligging plangebied (in rood) in relatie tot Natura 2000-gebieden (in geel), bron: rapport quickscan, zie Bijlage 2.
11/21 — SLM012751 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — SLM012751.RAP01.DB, versie 1 — 16 juli 2020
Verder ligt het plangebied deels in provinciaal beschermde gebieden, waaronder de Goudgroene Natuurzone (Natuurnetwerk Nederland), de zilvergroene natuurzone en de bronsgroene landschapszone (Nationaal Landschap Zuid-Limburg). In het volgende hoofdstuk worden de mogelijke effecten op de genoemde gebieden verder beschreven.
12/21 — SLM012751 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — SLM012751.RAP01.DB, versie 1 — 16 juli 2020
4
Kenmerken van de mogelijke effecten
4.1
Natuur
Er zijn verschillende onderzoeken gedaan naar de mogelijke natuurwaarden in het plangebied en de omgeving. In eerste instantie is een quick scan gedaan, waarin zowel de gebiedsbescherming als de soortenbescherming is meegenomen. Vervolgens is een nader onderzoek gedaan naar enkele beschermde soorten. 4.1.1 Gebiedsbescherming In onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden te zien.
N2000 Kunderberg
N2000 Geuldal
Figuur 4-1 Ligging plangebied ten opzichte van beschermde gebieden (bron: www.limburg.nl)
Natura 2000-gebied Geuldal Het plangebied overlapt niet met het Natura 2000-gebied Geuldal; de werkzaamheden vinden hierbuiten plaats. Er zijn geen kwalificerende habitatsoorten bekend of aanwezig in het direct aangrenzende Natura 2000-gebied of de directe omgeving. Met andere woorden: eventueel optredende storingsfactoren reiken niet tot de leefgebieden van de kwalificerende habitatsoorten. Eventuele optische verstoringen zijn niet zodanig dat deze de natuurlijke kenmerken van het gebied bedreigen.
13/21 — SLM012751 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — SLM012751.RAP01.DB, versie 1 — 16 juli 2020
Natura 2000-gebied Kunderberg Het plangebied overlapt met het Natura 2000-gebied; een deel van de aanleg van het fietspad vindt plaats in de randzone van een deelgebied van het Natura 2000-gebied Kunderberg. Dit Natura 2000-gebied is alleen aangewezen voor habitattypen (dus enkel voor vegetatietypen, niet voor habitatsoorten of vogelsoorten). Als gevolg van de beoogde ontwikkeling treedt géén oppervlakteverlies van habitattypen of potentiële ontwikkellocaties op. Significante gevolgen in het licht van de instandhoudingsdoelstellingen voor het gebied Kunderberg zijn daardoor uit te sluiten. De beoogde ontwikkeling leidt wel tot versnippering in ecologische zin, omdat de deelgebieden van het Natura 2000-gebied door de aanleg van de fietsverbinding – een verbreding van de bestaande infrastructuur – fysiek verder van elkaar komen te liggen. Voor de formeel aangewezen oppervlakten van de habitattypen heeft dit geen negatieve gevolgen. Dit zorgt wel voor een extra barrière voor met name de grondgebonden typische soorten. Deze lopen meer kans om slachtoffer te worden van verkeer of predatoren (vanwege de toegenomen openheid en afstand tussen de leefgebieden). Stikstofdepositie Project gerelateerde stikstofdepositie leidt niet tot significante gevolgen voor de omliggende Natura 2000-gebieden.
De beperkte toename van stikstofdepositie, uitsluitend tijdens de aanlegfase, wordt gesaldeerd met de afname van stikstofdepositie als gevolg van het staken van landbouwkundig gebruik van gronden. Deze interne saldering wordt vastgelegd in een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming en de agrarische bestemming van de landbouwgronden wordt in de ruimtelijke plannen gewijzigd, zodat geen agrarisch gebruik meer mogelijk is. Natuurnetwerk Nederland (NNN) De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (verder: NNN). In de provinciale omgevingsverordening van Limburg is het NNN weergegeven als goudgroene natuurzone. Daarnaast zijn gebieden aangeduid als zilvergroene natuurzone en bronsgroene landschapszone en ook deze hebben een bepaalde mate van bescherming gekregen in de verordening. Het is niet toegestaan om de wezenlijke waarden en kenmerken in de Goudgroene natuurzone en/of kernkwaliteiten in de zilvergroene natuurzone en Bronsgroene landschapszone aan te tasten. Onder voorwaarden is dit wel mogelijk en is de Beleidsregel Natuurcompensatie van toepassing. a. Deelgebied Vrakelbergerweg: Het plangebied overlapt met de Bronsgroene landschapszone. Het plangebied bestaat uit agrarisch gebied, voorkomende kernkwaliteiten zijn beperkt tot het aanwezige reliëf.
Versterking van kernkwaliteiten vindt plaats door het bijplanten in de bestaande graften. Andere maatregelen kunnen zijn het herstel van graften, aanplanten van hagen en het natuurlijk inrichten van de buffers in combinatie met het nemen van maatregelen tegen verkeersslachtoffers van Das.
14/21 — SLM012751 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — SLM012751.RAP01.DB, versie 1 — 16 juli 2020
b. Deelgebied Daelsweg: Het plangebied overlapt met de Goudgroene natuurzone en Bronsgroene landschapszone. Wezenlijke kenmerken en waarden van de Goudgroene natuurzone worden aangetast. Het plan kan alleen doorgaan als er sprake is van een groot openbaar belang en als reële alternatieven ontbreken. Dit is het geval en zal worden aangetoond. Negatieve effecten worden waar mogelijk beperkt en voor het overige gecompenseerd, conform de beleidsregel Natuurcompensatie. In de voorwaarden van compensatie wordt gesteld dat de compensatie niet mag leiden tot verlies van areaal, samenhang en kwaliteit van de wezenlijke kenmerken en waarden. Er is een compensatieplan gemaakt (Compensatieplan Daelsweg 2020, d.d. 6 juli 2020, zie Bijlage 8).
Figuur 4-2 compensatieperceel (rechts: begrenzing op te nemen bestemming Natuur)
De totale compensatie-opgave vanuit de gemeenten Voerendaal en Heerlen bedraagt 1.5751 m2 (1,58 hectare), waarvan ten minste 1.301 m2 aan bos moet worden gecompenseerd om te voldoen aan het gestelde in de Wet natuurbescherming - onderdeel Houtopstanden. Er is een perceel van ca. 13.675 m2 beschikbaar voor compensatie binnen de gemeente Voerendaal. Er is dus nog een klein tekort aan compensatieoppervlak. Dit wordt naar verwachting financieel gecompenseerd. De compensatie op het genoemde perceel leidt tot een groter aaneengesloten deel van de Goudgroene natuurzone, een versterking van samenhang en een vergroting van wezenlijke kenmerken en waarden (minder randinvloeden, groter aaneengesloten geheel zorgt voor robuuster geheel). Ten aanzien van de Bronsgroene landschapszone worden de bestaande steilranden (= kernkwaliteit) gespaard, door bij de inrichting van taluds gebruik te maken van leidende ontwerpprincipes (ingegeven door de kernkwaliteiten). Uitgangspunt is dat geen kernkwaliteiten worden aangetast en de beleidsregel natuurcompensatie van de provincie Limburg niet van toepassing is. Wel wordt e.e.a. met de provincie afgestemd.
15/21 — SLM012751 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — SLM012751.RAP01.DB, versie 1 — 16 juli 2020
4.1.2 Beschermde soorten Uit de uitgevoerde quick scan (zie bijlage 26Bijlage 2) is gebleken dat verschillende beschermde dieren- en plantensoorten in de deelgebieden aanwezig kunnen zijn. a. Deelgebied Vrakelbergerweg De werkzaamheden worden zo veel mogelijk uitgevoerd in de periode 15 augustus t/m 15 oktober in verband met de vrijgestelde periode voor Levendbarende hagedis. Als dit niet mogelijk is wordt op basis van een goedgekeurde gedragscode gewerkt óf moet alsnog een ontheffing worden aangevraagd voor deze soort; in beide gevallen is inzet van een ecoloog nodig (opstellen werkprotocol, controle plangebied, begeleiding werkzaamheden). Uitloop tot in het broedseizoen is toegestaan mits vóór het broedseizoen gestart wordt. b. Deelgebied Daelsweg Uit de quick scan is gebleken dat voor de volgende soorten nader onderzoek nodig was: • Beschermde soorten planten en waardplanten van beschermde soorten vlinders; • Das, Steenmarter, vleermuizen (gebruik gebied en voorkomen vaste rust- en verblijfplaatsen); • Jaarrond beschermde nesten; • Vroedmeesterpad en overige beschermde soorten amfibieën (voortplantingswateren, • overwinteringsverblijfplaatsen); • Hazelworm, Levendbarende hagedis. Verder bleek uit de quickscan dat mogelijk ook de grote bosmuis voorkomt in het in het plangebied, omdat er geschikt habitat aanwezig is.
Uit voorzorg wordt deze soort meegenomen in de aanvraag om ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming. Het nader onderzoek is uitgevoerd (zie Bijlage 3). Uit het onderzoek blijkt het volgende; • Er zijn geen beschermde plantensoorten aanwezig; • Er is een dassenburcht aangetroffen buiten het plangebied; naar verwachting leidt de beoogde ontwikkeling niet tot het verlaten van de burcht; er zijn maatregelen nodig om een toename van verkeersslachtoffers te voorkomen; • Er zijn vleermuizen waargenomen (foeragerend), maar geen vaste rust- en verblijfplaatsen; • Er zijn geen jaarrond beschermde nesten van broedvogels aangetroffen, wel veel soorten broedvogels; • De vroedmeesterpad is waargenomen; omdat voortplantingsgebied en bijbehorende winterhabitat (poeltje) verloren gaat is een ontheffing nodig. Hierin wordt ook de alpenwatersalamander meegenomen (aanwezigheid bekend); • De levendbarende hagedis en hazelworm komen in het gebied voor: deze worden meegenomen in de aanvraag om een ontheffing. Zoals al uit de quickscan bleek komt mogelijk ook de grote bosmuis voor en wordt deze soort ook in de aanvraag om ontheffing meegenomen. Er wordt een ecologisch werkprotocol met maatregelen opgesteld in het kader van de zorgplicht voor de das, andere voorkomende zoogdieren, vleermuizen en de broedvogels.
Voor de vroedmeesterpad, de alpenwatersalamander, de levendbarende hagedis, de hazelworm en de grote bosmuis wordt een activiteitenplan opgesteld en een ontheffing aangevraagd. In het
16/21 — SLM012751 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — SLM012751.RAP01.DB, versie 1 — 16 juli 2020
ecologisch werkprotocol wordt ook aandacht besteed aan de soorten waarvoor een ontheffing wordt aangevraagd. 4.1.3 Houtopstanden Bij de provincie wordt een kapmelding op grond van de Wet natuurbescherming ingediend, zodra exact bekend is welke houtopstanden gekapt moeten worden. Dit is naar verwachting in het najaar van 2020 bekend. Voor de kap van omgevingsvergunningplichtige bomen in de gemeente Voerendaal wordt een vergunning aangevraagd. 4.1.4 Conclusie Als gevolg van de beoogde ontwikkeling (aanleg fietspad en watermaatregelen) vindt – op beperkte schaal – aantasting van beschermde gebieden en beschermde soorten plaats. Dit leidt niet tot significante effecten op de Natura 2000-gebieden Geuldal en Kunderberg. Voor wat betreft de stikstofdepositie wordt dit ook vastgelegd in een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (aangevraagd in mei 2020). Voor zover dit leidt tot een aantasting van wezenlijke waarden en kenmerken van de gebieden met de aanduiding Goudgroene Natuurzone (NNN), wordt dit volgens de regels in de Provinciale Omgevingsverordening Limburg en de Beleidsregel Natuurcompensatie afgehandeld. Een compensatieplan is opgesteld. Voor wat betreft beschermde diersoorten wordt een ecologisch werkprotocol gemaakt voor tijdens de uitvoering en, voor zo ver aan de orde, een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming aangevraagd.
Voor het kappen van houtopstanden wordt een melding op grond van de Wet natuurbescherming ingediend en/of een aanvraag om een omgevingsvergunning bij de gemeente Voerendaal ingediend. Concluderend zijn er niet zodanige nadelige gevolgen voor het milieu dat op basis hiervan een milieueffectrapportage gerechtvaardigd is. 4.2
Bodem en water
4.2.1 Bodem Om mogelijke bodemverontreiniging in het plangebied in kaart te brengen is voor het gehele plangebied een historisch bodemonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 7). Uit de beschikbare historische informatie blijkt dat er bodemverontreinigingen en/of bodembedreigende activiteiten binnen het plangebied aanwezig kunnen zijn. Dit blijkt ook uit de uitgevoerde terreininspectie. a. Deelgebied Vrakelbergerweg De wegbermen worden allemaal als ‘diffuus verdacht’ beschouwd, omdat deze verontreinigd kunnen zijn geraakt door afstromend verontreinigd regenwater van het wegdek. Verder kunnen door resten (oud) fundatiemateriaal bodemvreemde bijmengingen aanwezig zijn die misschien bodemverontreiniging hebben veroorzaakt. Het asfalt van het wegdek kan op plaatsen versleten zijn en hierdoor afbrokkelen. Asfaltdeeltjes kunnen hierdoor in de bodem terecht zijn gekomen en verontreiniging veroorzaakt hebben. Om de bodemkwaliteit met
17/21 — SLM012751 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — SLM012751.RAP01.DB, versie 1 — 16 juli 2020
zekerheid vast te stellen, is een verkennend bodem- en asbestonderzoek conform de NEN5740 en NEN-5707 nodig. b. Deelgebied Daelsweg Het voormalige bedrijfsterrein van de Gebr. Kurvers wordt als ‘verdacht’ beschouwd, vanwege sterke verontreinigingen met minerale olie en een grootschalige asbestverontreiniging. Ook zijn hier voormalige stortplaatsen aanwezig. Voor deze deellocatie wordt een apart onderzoeksvoorstel opgesteld. De wegbermen worden allemaal als ‘diffuus verdacht’ beschouwd, omdat deze verontreinigd kunnen zijn geraakt door afstromend verontreinigd regenwater van het wegdek. Verder kunnen door resten (oud) fundatiemateriaal bodemvreemde bijmengingen aanwezig zijn die misschien bodemverontreiniging hebben veroorzaakt. Het asfalt van het wegdek kan op plaatsen versleten zijn en hierdoor afbrokkelen. Asfaltdeeltjes kunnen hierdoor in de bodem terecht zijn gekomen en verontreiniging veroorzaakt hebben. Om de bodemkwaliteit met zekerheid vast te stellen, is een verkennend bodem- en asbestonderzoek conform de NEN-5740 en NEN-5707 nodig. Op het moment van het schrijven van deze aanmeldnotitie zijn de resultaten hiervan nog niet bekend. De verwachting is dat er op het gebied van bodem niet zodanige negatieve gevolgen voor het milieu optreden dat hiervoor het doorlopen van een m.e.r.-procedure gerechtvaardigd is. c.
Regenwaterbuffers De percelen landbouwgrond waarop de regenwaterbuffers gepland zijn, worden als ‘onverdacht’ beschouwd. Op deze percelen heeft nooit bebouwing gestaan en deze zijn altijd in gebruik geweest als landbouwgrond. Er is niets bekend over mogelijke puntbronnen die bodemverontreiniging veroorzaakt zouden kunnen hebben. 4.2.2 Water Door de aanleg van extra regenwaterbuffers verbetert de waterhuishouding in het gebied. Voor een goede werking moeten regenwaterbuffers grenzen aan grote stroombanen, op locaties waar voldoende water samenkomt. In dit geval is daarom gekozen voor een locatie in het dal bij de Lange Gracht; daarbij zijn de buffers goed langs de Lange Gracht verdeeld om het water in het gebied gelijkmatig te kunnen bergen. De waterbuffers hebben een omvang van: circa 5.610 m³, circa 7.700 m³,circa1.880 m³ en 4.535 m3. 4.3
Archeologie, landschap en cultuurhistorie
4.3.1 Archeologie In het plangebied is archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 5). Uit het bureauonderzoek blijkt dat het gebied grotendeels gelegen is in een droogdal. Gedurende het Vroeg‐ en Laat Pleniglaciaal (73.000 tot 55.000 en 28.000 tot 12.500 jaar geleden) werd er veel löss afgezet in het plangebied door invloeden van de wind. Op de overgang van het droogdal en het hoger gelegen terras, is het löss gaan eroderen. Hierdoor heeft zich in het droogdal een lösspakket gevormd, het zogenaamde colluvium. Alleen het zuidwestelijk deel van
18/21 — SLM012751 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — SLM012751.RAP01.DB, versie 1 — 16 juli 2020
deelgebied 2 (van Ubachsberg naar Heerlen), ligt op een relatief vlak terrein op de overgang van het droogdal naar het terras. Uit bestudering van historische gegevens is gebleken dat in het plangebied, voor zover bekend, geen bebouwing heeft gestaan. Ook blijkt dat in deelgebied Vrakelbergerweg in de 19 eeuw geen weg heeft gelegen. In deelgebied 2 heeft in de 19de eeuw wel een weg gelegen echter de ligging ervan kwam niet geheel overeen met de huidige. Binnen het plangebied bevinden zich geen archeologische vindplaatsen. Met uitzondering van het zuidwestelijk deel van deelgebied Daelsweg geldt voor het hele plangebied een lage verwachting op het voorkomen van vindplaatsen uit alle perioden. Voor het zuidwestelijke deel van deelgebied Daelsweg geldt een hoge verwachting op het voorkomen van archeologische vindplaatsen. Omdat de bodemingrepen in het plangebied echter de in het vigerende bestemmingsplan vermelde ondergrenzen niet overschrijden, zullen mogelijk aanwezige archeologische waarden niet worden verstoord. Het is niet noodzakelijk om voor het plangebied archeologisch vervolg onderzoek uit te voeren. 4.3.2 Landschap Het plangebied is onderdeel van het Nationaal Landschap Zuid-Limburg (de Bronsgroene Landschapszone). Met name de waterbassins, meer specifiek de feitelijke inrichting van de bassins, kunnen de kernkwaliteiten die horen bij dit Nationaal Landschap aantasten.
De kernkwaliteiten zijn: het groene karakter, het visueel-ruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed en het reliëf. Bij het ontwerpen is daarom rekening gehouden met het zogenaamde ‘Handvat Kernkwaliteiten’ voor de regio. Zie voor meer informatie paragraaf 4.1.1. 4.4
Hinder tijdens uitvoering
Tijdens de aanleg van de fietsverbinding en waterbuffers wordt gebruik gemaakt van materieel en kunnen tijdelijke effecten op de omgeving (mensen en dieren) ontstaan, voornamelijk in de vorm van geluid, stof, uitstoot naar de lucht en licht. De aanleg start, naar verwachting, in het voorjaar van 2021. De exacte uitvoeringswijze en -duur zijn nog niet bekend. Het plangebied ligt niet in dichtbevolkt gebied, waardoor het aantal mensen dat last kan hebben van geluid (werkzaamheden/verkeer) en stof als gevolg van de tijdelijke werkzaamheden beperkt is. De tijdelijke verhoging van stikstofdepositie door het gebruik van gemotoriseerd materieel voor de aanleg wordt intern gesaldeerd met het uit gebruik nemen van landbouwgronden. Hiervoor is een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming aangevraagd. Er worden in het plangebied geen gevaarlijke stoffen vervoerd en vrijkomende grond wordt, waar mogelijk binnen het plangebied gebruikt. Lichthinder is met name van belang voor diersoorten, zoals de vleermuis. Tijdens de werkzaamheden wordt hiermee rekening gehouden door het aanhouden van een aangepaste werkwijze. Dit wordt in het eerder genoemde ecologisch werkprotocol verder vastgelegd.
19/21 — SLM012751 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — SLM012751.RAP01.DB, versie 1 — 16 juli 2020
Als al hinder optreedt is deze beperkt en van tijdelijke aard. Dit rechtvaardigt niet het doorlopen van een milieueffectrapportage. 4.5
Niet gesprongen explosieven
Uit een onderzoek naar mogelijk niet gesprongen explosieven (zie Bijlage 6) is gebleken dat het uiterste oosten van het plangebied resten van explosieven aanwezig kunnen zijn, als gevolg van een bombardement bij Benzenrade in oktober 1942. In de rest van het plangebied kunnen geen verdachte gebieden worden aangewezen, maar kunnen bij wijze van toeval nog wel vondsten worden gedaan. Binnen de onverdachte gebieden kunnen de werkzaamheden zonder verder onderzoek of maatregelen worden uitgevoerd. Binnen het verdachte gebied wordt eerst vervolgonderzoek gedaan. Het onderwerp ‘niet gesprongen explosieven’ leidt niet tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. 4.6
Klimaat en duurzaamheid
In het kader van de klimaatverandering worden extra regenwaterbuffers aangelegd, om ook extreme neerslaghoeveelheden te kunnen opvangen en het risico op wateroverlast zo veel mogelijk te beperken. Het stimuleren van fietsvervoer, door de aanleg van een veilige fietsverbinding, draagt bij aan de klimaateisen en duurzaamheid, omdat hierdoor minder uitstoot door autoverkeer plaatsvindt. Dit onderdeel leidt niet tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, maar heeft juist positieve effecten op het milieu.
20/21 — SLM012751 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — SLM012751.RAP01.DB, versie 1 — 16 juli 2020
5
Cumulatie andere projecten
Voor zo ver bekend zijn er geen projecten in de omgeving van het plangebied die zorgen voor een relevante cumulatie met de beoogde ontwikkeling in het plangebied.
6
Conclusie
De beoogde ontwikkeling omvat de aanleg van een vrij liggend fietspad van Wijlre tot Heerlen en de aanleg van een aantal regenwaterbuffers. Het plangebied ligt in een gevoelig gebied. Desondanks zorgt de beoogde ontwikkeling niet voor onaanvaardbare effecten op deze beschermde gebieden. Daarbij is van belang dat eventuele effecten zich met name in de aanlegfase voordoen, en dat blijvende effecten (zoals de aantasting van de goudgroene natuurzone) volgens de regels worden gecompenseerd. In de gebruiksfase vinden er geen werkzaamheden of andere verstoringseffecten plaats. De fietsverbinding zorgt naar verwachting voor een toename van het fietsverkeer en een daling van het autoverkeer. De regenwaterbuffers beperken de in het gebied aanwezige wateroverlast als gevolg van extreme buien en maken het gebied daarmee klimaatbestendiger. De beoogde ontwikkeling zorgt, noch in de aanlegfase, noch in de gebruiksfase, voor zodanige belangrijke nadelige milieugevolgen dat een milieueffectrapportage zou moeten worden doorlopen. Het is aan de bevoegd gezagen om hierover een definitief besluit te nemen en dit bekend te maken.
21/21 — SLM012751 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — SLM012751.RAP01.DB, versie 1 — 16 juli 2020
Overzicht bijlage(n) Bijlage 1 Definitief Ontwerp Bijlage 2 Quick scan natuurwaarden Bijlage 3 Nader onderzoek beschermde soorten Bijlage 4 Stikstofdepositie Bijlage 5 Archeologie Bijlage 6 Explosieven Bijlage 7 Historisch bodemonderzoek Bijlage 8 Compensatieplan Goudgroene natuurzone
Bijlage 1 Definitief Ontwerp
Bijlage 1 – 1/2
Bijlage 2 Quick scan natuurwaarden
Bijlage 2 – 2/2
Bijlage 3 Nader onderzoek beschermde soorten
Bijlage 3 – 1/6
Bijlage 4 Stikstofdepositie
Bijlage 4 – 2/6
Bijlage 5 Archeologie
Bijlage 5 – 3/6
Bijlage 6 Explosieven
Bijlage 6 – 4/6
Bijlage 7 Historisch bodemonderzoek
Bijlage 7 – 5/6
Bijlage 8 Compensatieplan Goudgroene natuurzone
Bijlage 8 – 6/6