CConstaterende datHeerlen
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage Integraal Huisvestingsplan Voortgezet Onderwijs 2021-2036;.pdf

Raadsvergadering . (video) 23 juni 2021, gemeente HeerlenBij agendapunt: Integraal Huisvestingsplan Voortgezet Onderwijs 2021-20367.694 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Integraal Huisvestingsplan Voortgezet Onderwijs

Opdrachtgever Gemeente Heerlen Datum 20 april 2021 Project Begeleiding IHP Voortgezet Onderwijs Heerlen Referentie 1685901-0024.0.3 Auteur(s) Gerhard Jacobs (GJ) Judith Vroemen (JuV)

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

Statenlaan 8

Postbus 70501

T +31 (0)73 6 409 409

www.hevo.nl

ISO 9001-gecertificeerd

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

5223 LA 's-Hertogenbosch

5201 CB 's-Hertogenbosch

info@hevo.nl

www.rpmbyhevo.nl

Inhoudsopgave 1. 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.

Inleiding Doelstelling Verankering Aanpak van dit IHP Leeswijzer

3 3 4 4 5

2. 2.1. 2.2.

Voortgezet onderwijs in de gemeente Heerlen Leerlingenaantal en prognose Ruimtebehoefte en capaciteit

6 6 6

3. 3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.4.1 3.4.2

Beleidskaders en -ambities Lange termijn perspectief Herlecollege, Grotiuscollege en de Vrijeschool Parkstad Kwaliteit en duurzaamheid Het belang van verduurzamen Ontwikkeling klimaatakkoord Het natuurlijk moment

7 7 7 7 8 8 8

4. 4.1. 4.2. 4.3.

Urgente huisvestingsopgaven Herlecollege Grotiuscollege Vrijeschool Parkstad

9 9 9 10

5. 5.1. 5.2. 5.3. 5.4. 5.5. 5.6. 5.7. 5.8. 5.9.

Overige locaties Voortgezet Onderwijs. Techniekcollege Praktijkonderwijs Bernardinuscollege Sintermeertencollege Nieuwe Thermen Citaverde college (Yuverta) Emmacollege Broekland College Sint-Janscollege

11 11 11 11 12 12 12 13 13 13

Referentie: 1685901-0024.0.3.

6. 6.1. 6.2. 6.3. 6.3.1 6.3.2 6.3.3

Overzicht IHP VO Heerlen Maatregelen IHP VO Heerlen Effecten op beleidskaders en ambities Financieel kader periode 2022-2025 Stichtingskosten SUVIS-regeling Vervolgstappen na vaststellen IHP

14 14 14 15 15 16 16

BIJLAGEN 1. Rapportage haalbaarheidsonderzoek gebouwen Herlecollege en Grotiuscollege. 2. Juridische kaders: wet- en regelgeving 3. Capaciteitsanalyse

17 17 17 19

Pagina 2 van 20

1. Inleiding Gemeente Heerlen heeft het initiatief genomen om samen met de schoolbesturen van het Voortgezet Onderwijs (VO) een IHP (Integraal Huisvestingsplan) te vormen. Met dit initiatief anticipeert de gemeente op de wettelijke verankering van het IHP als alternatief voor (of in aanvulling op) de thans in de wet en verordening gedefinieerde systematiek, waarbij het gemeentebestuur een jaarlijks huisvestingsprogramma vaststelt. In de gemeente Heerlen volgen circa 8.000 leerlingen voortgezet onderwijs bij scholen van de bevoegd gezagen LVO, SVO|PL en Citaverde. Op dit moment kent de gemeente Heerlen twaalf locaties, met een onderwijsaanbod van PRO tot en met VWO. De locaties zijn in termen van gebouwen sterk verschillend van elkaar; zowel in omvang, bouwjaren als functionele opzet. Gemeente en schoolbesturen hebben behoefte aan een heldere lijn voor de eerstkomende periode ten aanzien van investeringen in onderwijshuisvesting. Daarbij hebben partijen de behoefte om besluiten wel te plaatsen in de context van de (middel)lange termijn; dit om middelen doelmatig en duurzaam in te zetten. Dit Integraal Huisvestingsplan (hierna: IHP) heeft een strategisch karakter, waarbij vanuit visie en beleid strategische keuzes zijn gemaakt. Er is beleid ontwikkeld dat verder reikt dan de huidige wet- en regelgeving.

Dit plan heeft betrekking op welke voorzieningen er nodig zijn in de gemeente Heerlen en hoe projecten daaraan gerelateerd worden. De gemeente Heerlen en de schoolbesturen hebben hierdoor zicht op de benodigde toekomstige investeringen in onderwijshuisvesting. Dit IHP is een door de gemeente en de schoolbesturen gedragen document. Door nu een IHP te ontwikkelen spelen de gemeente en de schoolbesturen in op, onder andere, de volgende nationale ontwikkelingen: • De aangekondigde wettelijke status van IHP’s waarbij deze een meer verplichtend karakter moeten krijgen en renovatie c.q. levensduurverlenging als een voorziening in de huisvesting in de wet wordt verankerd (naar aanleiding van het voorstel van de VNG, de VO-raad en de PO-raad).

Referentie: 1685901-0024.0.3.

•

•

De eis dat alle nieuwe gebouwen in Nederland vanaf 1 januari 2021 bijna energieneutrale gebouwen (BENG) dienen te zijn en de verdere ambities die voortvloeien uit het klimaatakkoord. De druk die is ontstaan op de bekostiging van onderwijshuisvesting, door weeffouten in het stelsel op het gebied van de scheiding tussen investering en exploitatie (onderhoud, beheer en energie).

1.1. Doelstelling Het IHP bepaalt op basis van visie, gerichte analyse, scenario-ontwikkeling en financiële vertaling de kaders waarbinnen de gemeente Heerlen, samen met de schoolbesturen, investeert in de onderwijshuisvesting. In tegenstelling tot de werkwijze (uitsluitend) op basis van de verordening, wordt in het IHP uitgegaan van een proactief onderwijshuisvestingsbeleid. In formele zin laat de gemeente hiermee zien op welke wijze zij haar zorgplicht, op grond van de taak die zij heeft in het voorzien van huisvesting voor het funderend onderwijs, wenst in te vullen. Het IHP: • Stelt de gemeente en schoolbesturen in staat om op korte en lange termijn strategische keuzes te maken en proactief beleid te voeren. • Biedt een meerjarenperspectief waarop het eigen (investerings)beleid kan worden afgestemd. • Vormt het beleidskader voor het onderwijshuisvestingsbeleid voor de periode 2021-2036. Het IHP wordt elke 4 jaar herijkt, zodat het beleidskader blijft aansluiten bij de vragen en behoeften van dat moment. • Vormt het IHP het concrete kader voor het uitvoeringsgericht overleg met kaderstelling voor de eerste periode van 2021-2025. De gemeente Heerlen en de schoolbesturen willen graag gezamenlijk voorsorteren op deze ontwikkelingen. De kern van de komende wetswijziging is dat op een natuurlijk moment een integrale afweging wordt gemaakt over de toekomst van een schoolgebouw.

Kan de levensduur van het gebouw met minimaal 25 jaar worden verlengd? Of is vervangende nieuwbouw de meest verstandige oplossing? En wanneer is het natuurlijk moment voor een upgrading en levensduurverlenging c.q. nieuwbouw aan de orde?

Pagina 3 van 20

1.2. Verankering Het IHP geeft voor de komende 4 jaar een concrete verwachting van benodigde investeringen en tevens de prioritering van de projecten. Er is een doorkijk tot 2036. Het IHP komt tot stand in overleg met de schoolbesturen. Het OOGO, het College en de Raad stellen het IHP vast voor de periode van de eerste vier jaar. Het IHP wordt om de vier jaar geactualiseerd. De afbakening en de indicatie van de investeringen wordt geduid in de financiële paragrafen. Investeringen worden geraamd op basis van kengetallen. Het IHP fungeert als investeringskader en geeft een indicatie van de te treffen reserveringen in de begroting. Na vaststelling van het IHP wordt een uitvoeringsprogramma opgestart. In het uitvoeringsprogramma worden volgens jaarprogramma’s en haalbaarheidsstudies projecten nader geconcretiseerd en wordt beslag gelegd op de reserveringen in de begroting. Het IHP geeft de basis voor het verwachte beslag op de begroting. Betrokken partijen komen bij nieuwbouw of grootschalige renovatie per initiatief tot formalisering van de afspraken, bijvoorbeeld middels een samenwerkingsovereenkomst. Het IHP vervangt de procedure uit de verordening op het gebied van de bepaling van de prioriteit van de aangevraagde (voor blijvend of voor tijdelijk gebruik bestemde) voorzieningen (artikel 2.a lid 1 t/m lid 8 van de verordening).

Aanvragen voortkomend uit het IHP worden in besluitvorming gebracht, conform de in de verordening bepaalde procedure, waarbij de in het IHP gestelde kaders prevaleren boven de bepalingen uit de verordening. Er zijn echter uitzonderingen, bijvoorbeeld uitbreiding op grond van onvoorziene toename van leerlingaantallen, nieuwbouw voor een nieuw te stichten school, kosten voor eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair (artikel 2.a lid 1, lid 6 en lid 7 van de verordening) of spoedaanvragen door andere onvoorziene omstandigheden. Beoogd wordt om zowel de IHP aanvragen en de spoedaanvragen op te vangen binnen de reguliere cyclus van het jaarprogramma.

Referentie: 1685901-0024.0.3.

Indien er geen overeenstemming is tussen gemeente en schoolbesturen over een IHP aanvraag of spoedaanvraag wordt teruggevallen op de reguliere procedure van de verordening. Deze fungeert hierdoor als vangnet.

1.3. Aanpak van dit IHP Het proces tot aan vaststelling van het IHP (voorafgaand aan besluitvorming Colleges en Raden), is in lijn met het Plan van Aanpak in de volgende stappen geformuleerd: 1.

2.

3. 4. 5. 6. 7.

Vaststellen basisdata als uitgangspunten voor het uitwerken van het IHP. Deze basisdata betreffen de beschikbare leerlingaantallen en prognoses, de metrages en mogelijk beschikbare beoordelingen van de betreffende onderwijsgebouwen; Formulering van het meerjarenkader op het gebied van ambities. hoofduitgangspunten en aansluiting op de opdracht uit het Bestuurlijk Overleg. Belangrijke bron daarvoor is de bij gemeente en schoolbesturen beschikbare data en uitkomsten uit eerder gevoerd overleg; Uitwerken haalbaarheid van de toekomstscenario’s van de beide gebouwen van het Herlecollege en Grotiuscollege (bijlage 1 bij dit IHP); Uitkomsten van de haalbaarheidsstudie plaatsen in het meerjarenkader IHP; Opstellen voorstel IHP met daarin geconcretiseerd fase 1 – inclusief financieel kader; Voorstel IHP ter besluitvorming voorleggen aan het Bestuurlijk Overleg (OOGO); Ten slotte de bestuurlijke besluitvorming bij schoolbesturen, college en Raad.

Vanuit de betrokken schoolbesturen en de gemeente Heerlen (samen het Bestuurlijk Overleg) is een ambtelijke projectgroep samengesteld, begeleid door bureau Hevo. Deze projectgroep heeft een voorstel opgesteld ten aanzien van de kaders en de uitgangspunten voor dit IHP en heeft het inhoudelijke onderzoek naar de huisvestingsopgave voor het Herlecollege en Grotrius-Vrijeschool uitgevoerd. De uitkomsten van genoemd onderzoek (Herle, Grotius+Vrijeschool) zijn besproken in het Bestuurlijk Overleg. Daarna is het IHP afgerond en ter vaststelling ingebracht in het OOGO, in lijn met wet en verordening. Na vaststelling in het OOGO is het IHP ter besluitvorming aangeboden aan het College en de Schoolbesturen. Het College legt het IHP ter goedkeuring voor aan de Raad.

Pagina 4 van 20

1.4. Leeswijzer Dit IHP-document is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 1 van dit IHP geeft het formele kader weer waarin dit IHP tot stand is gekomen. Naast de doelstellingen van het IHP, is geformuleerd hoe dit IHP verankerd is in het proces van besluitvorming over initiatieven tot de realisatie van voorzieningen in de huisvesting. Ook geeft dit hoofdstuk beknopt de gevolgde aanpak weer. Hoofdstuk 2 geeft in vogelvlucht een beeld van het scholenlandschap van het Voortgezet Onderwijs in Heerlen en de demografische context van het IHP. Hoofdstuk 3 geeft het beleidskader weer en het kwalitatieve ambitieniveau voor de onderwijshuisvesting in Heerlen. Ook wordt het landelijke kader ten aanzien van de verduurzamingsopgave toegelicht. Hoofdstuk 4 geeft het overzicht van de locaties met urgente opgaven; hoofdstuk 5 geeft de overige locaties en opgaven uit dit IHP weer. In hoofdstuk 6 wordt een overzicht gegeven van de in dit IHP opgenomen maatregelen, een overzicht van de beschikbare en normatieve metrages, nu en in het prognosejaar 2034. Tot slot wordt in dat hoofdstuk de financiële kaderstelling geformuleerd. Dit hoofdstuk sluit af met het duiden van de vervolgstappen na dit IHP.

Als bijlagen zijn opgenomen: Haalbaarheidsonderzoek naar de toekomstscenario’s van het Herlecollege en Grotius-Vrijeschool; Overzicht van de juridische kaders van een IHP Overzicht van de brutometrages en ruimtenormering van het VO in Heerlen.

Referentie: 1685901-0024.0.3.

Pagina 5 van 20

2. Voortgezet onderwijs in de gemeente Heerlen Dit hoofdstuk beschrijft het onderwijsaanbod van het voortgezet onderwijs in de gemeente Heerlen, waarvoor de gemeente een zorgplicht heeft op het gebied van onderwijshuisvesting.

2.1. Leerlingenaantal en prognose De VO-scholen in Heerlen verzorgen onderwijs voor 8.000 leerlingen. Onderstaande grafiek laat de ontwikkeling van het leerlingenaantal zien excl. de leerlingen van het Citaverde College (bron: Leerlingenprognose Voortgezet Onderwijs 2021-2041 Gemeente Heerlen- Pronexus). Hierin is in totaliteit te zien dat Heerlen te maken krijgt met een krimp van 17% in 2034 en telt de gemeente in datzelfde jaar naar verwachting circa 6.100 leerlingen (excl. het Citaverde College).

Het scholenlandschap van Heerlen voor VO is divers. Er zijn verschillen in opleidingen, onderwijsconcepten en omvang. Er zijn 3 schoolbesturen voor het voortgezet onderwijs in Heerlen gevestigd. Gezamenlijk hebben de schoolbesturen 12 schoollocaties.

2.2. Ruimtebehoefte en capaciteit De normatieve ruimtebehoefte van het voortgezet onderwijs in Heerlen is 65.740 m2 bvo in 2020 en neemt af naar circa 59.600 m2 bvo in 2034. De capaciteit van de bestaande gebouwen is 79.930 m2 bvo. Het grootste deel hiervan is in daadwerkelijk (economisch) eigendom van de gemeente Heerlen. Echter zijn er ook bouwdelen gehuurd van en verhuurd aan derden. Om een goede vergelijking tussen ruimtebehoefte en capaciteit te kunnen maken dient een analyse per locatie plaats te vinden. Deze zijn opgenomen in hoofdstukken 4, 5 en 6.

Referentie: 1685901-0024.0.3.

Pagina 6 van 20

3. Beleidskaders en -ambities Dit hoofdstuk behandelt de beleidskaders en de beleidsambities van dit IHP, zoals deze door de gemeente en schoolbesturen gezamenlijk zijn geformuleerd.

3.3. Kwaliteit en duurzaamheid

3.1. Lange termijn perspectief

1.

Gemeente en schoolbesturen staan voor een divers en kwalitatief goed onderwijsaanbod in Heerlen. Zij hebben de ambitie om alle niveaus in samenhang en verspreid over de stad aan te bieden. In het lange-termijn perspectief zijn daarbij richtinggevend: • Het waar mogelijk verbreden en verbinden van het onderwijsaanbod in zowel het noordelijk als het zuidelijk deel van Heerlen; • Ruimte bieden aan het onderwijs om in te kunnen spelen op toekomstige ontwikkelingen en onderwijsvragen; • Inspelen op de zich ontwikkelende eisen op het gebied van duurzaamheid en binnenklimaat; • Het gelijktijdig oplossen van specifieke huisvestingsvraagstukken die spelen bij het Herlecollege, Grotiuscollege en Vrijeschool Parkstad; • Waar mogelijk verminderen van (toekomstige) over- of ondermaat van de onderwijsgebouwen; • Waar mogelijk aansluiten van dit IHP op de visie op ruimtelijke ordening van de gemeente Heerlen, zodat meerdere beleidsdoelen elkaar versterken.

3.2. Herlecollege, Grotiuscollege en de Vrijeschool Parkstad

De gemeente en schoolbesturen streven naar een duurzaamheids- en kwaliteitsambitie op het gebied van onderwijshuisvesting. De schoolbesturen en gemeente zien het realiseren van kwalitatief goede en duurzame huisvesting als een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Een kwalitatief goed en duurzaam gebouw heeft een positief effect op het onderwijs én op het leefklimaat voor de toekomstige generaties. Scholen leiden leerlingen op tot bewuste wereldburgers. Het IHP sluit aan bij de duurzaamheidseisen op het gebied van energie die in het Bouwbesluit gesteld worden vanaf 1 januari 2021: nieuwbouw op niveau BijnaEnergieneutraal (BENG). Bij renovatie wordt beoogd om zoveel mogelijk te voldoen aan deze eisen. Echter vormt het bestaande gebouw met zijn esthetische, bouwkundige en installatietechnische vormfactoren dan het uitgangspunt. 2.

Gemeente en schoolbesturen streven naar een kwaliteitsambitie van minimaal Frisse Scholen klasse B. Naast voldoende ventilatie en binnenluchtkwaliteit, worden daarbij ook eisen gesteld aan akoestiek, (dag)licht en temperatuur.

Door aan te sluiten op het heersende Bouwbesluit, inclusief BENG en de toepassing van Frisse Scholen klasse B, wordt er een realistisch en haalbaar kwaliteitsniveau gedefinieerd, passend bij de landelijke referentieniveaus.

Schoolbesturen ervaren urgente huisvestingsproblemen op drie bestaande locaties; te weten het Herlecollege, het Grotiuscollege en de Vrijeschool Parkstad. Om te komen tot een haalbaar en gedragen toekomstperspectief is parallel aan het ontwikkelen van voorliggend IHP een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijke toekomstscenario’s voor deze locaties. Dit onderzoek is als bijlage 1 toegevoegd aan deze rapportage. De uitkomsten van dit onderzoek zijn deel van dit IHP. De urgentie om te komen tot structurele oplossingen op deze locaties is hoog.

Referentie: 1685901-0024.0.3.

Pagina 7 van 20

3.4. Het belang van verduurzamen 3.4.1 Ontwikkeling klimaatakkoord

3.4.2 Het natuurlijk moment

In het klimaatakkoord is vastgelegd dat de PO-raad en de VO-raad sectorale routekaarten, behorende bij de klimaatopgave, dienen door te rekenen naar een CO2arme gebouwenvoorraad. Afgelopen periode heeft HEVO deze doorrekening uitgevoerd. Deze doorrekening richt zich enerzijds op de effectiviteit van mogelijke scenario’s op de totale reductie van gebouwgebonden CO2-emissie en anderzijds op de kosteneffectiviteit van de verschillende maatregelen die op de gebouwenvoorraad kunnen worden toegepast.

Bij de keuze voor levensduurverlenging, renovatie of nieuwbouw dient een integrale aanpak gekozen te worden om een duurzaam, toekomstbestendig en onderwijskundig functioneel passende huisvesting te realiseren. Voorop staat dat de levensduurverlenging, renovatie of nieuwbouw dient plaats te vinden op een natuurlijk moment. Dit natuurlijk moment hangt nauw samen met de resterende levensduur van de gebouwen, de staat van het binnenmilieu, energieverbruik, de onderwijskundige functionaliteit en de investeringen die in het onderwijsgebouw hebben plaatsgevonden.

Op het gebied van de te behalen doelstellingen is de opdracht aan de sectoren om: 1. Te komen tot een gebouwgebonden CO2-reductie van 49% in 2030 ten opzichte van de situatie in 1990, hetgeen overeenkomt met 44% ten opzichte van de situatie in 2017. En: 2. Te komen tot een gebouwgebonden CO2-reductie van 95% in 2050 ten opzichte van de situatie in 1990. Naast de doelstellingen op het gebied van CO2-reductie, hebben de beide sectorraden daaraan toegevoegd dat een duurzaam schoolgebouw een schoolgebouw is dat optimaal ten dienste staat van het onderwijs dat erin geboden wordt. Een goed binnenklimaat resulteert in een hoger leerrendement en minder ziekteverzuim. Een schoolgebouw is daarmee niet alleen duurzaam voor wat betreft de CO2-uitstoot of het energieverbruik; het is een gebouw dat aansluit bij de onderwijskundige visie van de school, past bij het aantal leerlingen en toekomstbestendig is bij veranderingen.

Referentie: 1685901-0024.0.3.

Pagina 8 van 20

4. Urgente huisvestingsopgaven In dit hoofdstuk worden de urgente huisvestingsopgaven weergegeven voor de komende planperiode van dit IHP. Deze urgente opgaven zijn voorzien van een parallel aan dit IHP uitgevoerd onderzoek naar de haalbaarheid van verschillende scenario’s voor deze urgente vraagstukken. De resultaten daarvan zijn bijgevoegd als bijlage 1 bij dit IHP. Daar waar vervangende nieuwbouw wordt benoemd kan ook gelezen worden de herbestemming / transitie van een bestaand gebouw of locatie.

4.1. Herlecollege Het Herlecollege valt onder het bevoegd gezag van SVO|PL en biedt vmbo basis en kader aan in de profielen Economie en Ondernemen, Horeca, Bakkerij en Recreatie en Zorg en Welzijn. Het gebouw dateert uit 1972 en kent specifieke problematiek. In 1999 en 2004 hebben aanpassingen aan het gebouw plaatsgevonden. Het casco is sterk verouderd, het binnenmilieu is matig tot slecht en de af- en inbouw is aan het einde van de levensduur. In het separaat opgestelde rapport inzake Herlecollege, Grotiuscollege en Vrijeschool Parkstad is geconcludeerd dat vervangende nieuwbouw het meest passende toekomstperspectief voor het Herlecollege is. Renovatie van het gebouw is niet meer effectief. De school telt momenteel 482 leerlingen en dit aantal daalt licht naar 438 in 2034. De capaciteit van het gebouw (9.472 m2 bvo) sluit niet aan bij de normatieve ruimtebehoefte (4.830 m2 nu en 4.510 m2 in 2034). Een deel van het gebouw is momenteel dan ook verhuurd. Daarnaast is de overmaat te verklaren door de gebouwopzet die verre van efficiënt is.

Referentie: 1685901-0024.0.3.

4.2. Grotiuscollege Het Grotiuscollege is gehuisvest in een gebouw dat dateert uit 1951 en daarna in 1958, 1960, 1998 en 2011 is uitgebreid en/of gerenoveerd. De capaciteit van het gebouw bedraagt 6.515 m2 bvo (waarvan 435 m2 bvo bekostigd is uit eigen middelen van het schoolbestuur). De school valt onder schoolbestuur LVO en telt momenteel 585 leerlingen en biedt onderwijs aan vmbo-t, havo en vwo. Men heeft al enkele jaren te maken met een daling in leerlingenaantallen en dit zet door naar 489 leerlingen in 2034. Men heeft momenteel dan ook een normatieve overmaat aan ruimte van 2.040 m2 die oploopt naar 2.610 m2 in 2034. De school is recent gestart met een nieuw onderwijsconcept waarbij leerlingen een meer persoonlijke en gedifferentieerde leerroute kunnen volgen. Er is parallel aan het IHP een onderzoek uitgevoerd naar de toekomst van het Grotiuscollege (bijlage 1). Deze toekomst is verbonden met die van Vrijeschool Parkstad die onder hetzelfde schoolbestuur valt. Vrijeschool Parkstad voorziet op dit moment in haar huisvesting middels een tijdelijke huursituatie; het toekomstperspectief bestaat uit een unilocatie voor het samenstel van beide scholen.

Na besluitvorming over opname van een vervangende nieuwbouw voor Grotiuscollege en Vrijeschool Parkstad in het IHP, dient een locatie-onderzoek te bepalen waar de nieuwbouw zal worden gerealiseerd (eventueel gebruik makend van bestaande gebouwen elders). Gezien het profiel van beide scholen geniet een goed middels OV bereikbare locatie in of nabij het centrum van Heerlen de sterke voorkeur.

Pagina 9 van 20

4.3. Vrijeschool Parkstad Zoals in bovenstaande paragraaf reeds benoemd is de Vrijeschool Parkstad momenteel gehuisvest in een gebouw dat door de gemeente gehuurd wordt (tot augustus 2022). Het pand dateert uit 1984 en het huurcontract omvat 2.000 m2. Men biedt vmbo-t, havo en vwo aan en telt 257 leerlingen. Het leerlingenaantal daalt volgens de prognose licht naar 241 leerlingen in 2034. De bijbehorende normatieve ruimtebehoefte telt respectievelijk 1.570 m2 bvo en 1.475 m2 bvo. Opgemerkt dient te worden dat de leerlingenprognose in het verleden niet altijd consistent was met de feitelijke ontwikkeling en dat de Vrijeschool in de afgelopen periode in leerlingenaantal is gegroeid. Gezien het toekomstperspectief van een gezamenlijke ontwikkeling van een vervangende nieuwbouw voor het Grotiuscollege en de Vrijeschool Parkstad en het gegeven dat de huurovereenkomst voor Vrijeschool Parkstad eindigt, zal de Vrijeschool Parkstad gedurende de ontwikkeling van genoemde vervangende nieuwbouw onderbracht worden in het huidige gebouw van het Grotiuscollege. De daar nu heersende overmaat maakt deze tijdelijke inhuizing mogelijk.

Referentie: 1685901-0024.0.3.

Pagina 10 van 20

5. Overige locaties Voortgezet Onderwijs. 5.1. Techniekcollege Het techniekcollege is een samenwerking tussen LVO, SVO|PL en het VISTA college (MBO). Alle vmbo basis en kader leerlingen die een techniekprofiel kiezen (bouwen, wonen en interieur - mobiliteit en transport - produceren, installeren en energie) volgen hun bovenbouwjaren op deze locatie. De eerste twee leerjaren volgen ze onderwijs op o.a. het Emmacollege en het Herlecollege. Op dit moment telt de locatie 214 leerlingen. Dit aantal daalt naar 184 leerlingen in 2034. De school is gehuisvest in een voormalig bouwdeel van het VISTA college. De gemeente huurt hier 5.064 m2 bvo. Het huurcontract loopt tot 1 september 2026. In het contract staat vastgelegd dat uiterlijk in schooljaar 22/23 een besluit genomen dient te worden omtrent renovatie van het huidige pand danwel nieuwbouw. De normatieve ruimtebehoefte bedraagt momenteel 4.110 m2 en daalt naar 3.650 m2 in 2034.

5.2. Praktijkonderwijs De Katholieke school voor Praktijkonderwijs en de Openbare School voor Praktijkonderwijs vallen beide onder het bevoegd gezag van SVO|PL. Ze zijn samen gehuisvest in één gebouw dat dateert uit 2005. De school telt momenteel 531 leerlingen. Dit aantal stijgt eerst licht en daalt vervolgens naar 484 leerlingen in 2034. Op dit moment kent de school normatief een ruimtetekort, maar door de

Referentie: 1685901-0024.0.3.

leerlingendaling ontstaat er een klein overschot aan ruimte. Op dit moment is de ruimtebehoefte normatief 7.730 m2 bvo en dit daalt naar 7.155 m2 bvo in 2034. Op dit moment zijn er geen aandachtspunten of maatregelen voorzien in voorliggend IHP voor deze locatie.

5.3. Bernardinuscollege Het Bernardinuscollege kent een rijke historie. Het gebouw valt onder het bevoegd gezag van schoolbestuur SVO|PL. Het oudste bouwdeel kent als bouwjaar 1913. Daarna hebben vele uitbreidingen en renovaties plaatsgevonden in 1922, 1930, 1953, 1961, 1962, 1971 en 2000. Op hoofdlijnen bestaat het Bernardinuscollege uit twee gebouwen: het klassieke schoolgebouw met daarin havo en atheneum en een gebouw uit 1961/1962 dat het gymnasium huisvest. Het havo-atheneum gebouw is volledig in eigendom van SVO|PL en telt in totaal 10.496 m2 bvo. Grote delen van dit gebouw zijn verhuurd. Het gymnasiumgebouw is in economisch eigendom van de gemeente en heeft een capaciteit van 5.398 m2 bvo. SVO|PL en de gemeente Heerlen hebben vastgelegd dat de ruimtebehoefte van havo, atheneum en gymnasium integraal wordt bezien en dat de gemeente – voor zover niet in het normatieve metrage wordt voorzien met het gymnasiumgebouw met een omvang van 5.398 m2 bvo – het dan resterende tekort op het normatieve niveau aanvullend huurt van SVO|PL. Hierdoor kent het Bernardinus nu en in de toekomst per definitie een capaciteit die exact aansluit bij de normatieve ruimtebehoefte. Er is daarmee voor de gemeente geen overmaat of tekort op deze locatie. De school telt momenteel 1105 leerlingen. Net zoals in de rest van de gemeente zal dit aantal dalen naar 891 leerlingen in 2034.

De normatieve ruimtebehoefte is respectievelijk 9.480 m2 bvo en 8.210 m2 bvo. De gebouwen zijn op relatief korte termijn toe aan renovatie en verduurzaming. Om duidelijkheid omtrent de technische

Pagina 11 van 20

ingrepen, de bijbehorende investeringskosten en de dekking van de investeringen te krijgen is op korte termijn nader onderzoek nodig. Dit ook in het kader van de wijziging van de huidige bepalingen in de wet ten aanzien van levensduurverlengende renovaties; relevant voor de locatie Bernardinus, gegeven het feit dat deze locatie naar verwachting nimmer voor vervangende nieuwbouw zal worden aangemerkt. De gemeente Heerlen en SVO|PL zijn voornemens om dit onderzoek in gezamenlijkheid uit te laten voeren. Het budget voor dit onderzoek maakt deel uit van voorliggend IHP.

5.4. Sintermeertencollege Het Sintermeertencollege biedt vmbo-t, havo en vwo aan. De school is in gebruik genomen in 1993 en heeft een capaciteit van 9.710 m2 bvo. Daarnaast zijn er een aantal jaar geleden noodlokalen naast de school geplaatst. Deze zijn echter niet meer in gebruik in verband met de slechte staat van de voorziening. De locatie valt onder het bevoegd gezag van SVO|PL en telt momenteel 1403 leerlingen en kent een normatieve ruimtebehoefte van 9.510 m2 bvo. De prognose laat op korte termijn een stijging in leerlingenaantal zien. Hierdoor ontstaat er naar verwachting een ruimtetekort. De school ervaart nu al dat de ruimte beperkingen kent. Indien aan de orde zal de school bij een verwacht groeiend leerlingenaantal middels een beschikkingsaanvraag (tijdelijke) uitbreiding van de capaciteit aanvragen bij de gemeente. Invulling daarvan kan mogelijk plaatsvinden door vervanging van de afgeschreven noodvoorziening op deze locatie. Op de lange termijn laat de beschikbare prognose voor het Sintermeertencollege een lichte daling in leerlingenaantal zien naar 1341 leerlingen in 2034 met een bijbehorende normatieve ruimtebehoefte van 9.120 m2 bvo.

Referentie: 1685901-0024.0.3.

5.5. Nieuwe Thermen De Nieuwe Thermen is een dislocatie van het Sintermeertencollege en onderscheidt zich door het aanbieden van gepersonaliseerd onderwijs op de niveaus vmbo-t en havo. Gemeente en schoolbestuur SVO|PL hebben in 2015 geïnvesteerd in een gebouw uit 1957 om het geschikt te maken voor het onderwijs. Het is een relatief kleine school die 118 leerlingen telt en in de toekomst redelijk gelijk blijft qua leerlingenaantal. In 2035 wordt een leerlingenaantal van 113 verwacht. De beschikbare capaciteit van het gebouw is 1.964 m2 en de ruimtebehoefte is momenteel 1.290 m2 bvo en daalt licht naar 1250 m2 bvo. Gezien de recente investering in het gebouw en de ontwikkeling van het hier gehuisveste onderwijsconcept, kent deze locatie geen maatregelen in voorliggend IHP.

5.6. Citaverde college (Yuverta) Het Citaverde college verzorgt vmbo basis, kader en gemengd, maar ook mbo en volwassenonderwijs. Het is de enige groene vmbo-school in de regio. Het kantorengedeelte van het Citaverde college dateert uit eind jaren ’60. De overige bouwdelen zijn rond 2008 gerenoveerd en in 2010 is de loods en het dierenverblijf gerealiseerd. Tot slot heeft men in 2017/2018 leslokalen in de loods gemaakt en het auditorium gerealiseerd. De capaciteit van de gebouwen telt 6.575 m2 bvo.

Pagina 12 van 20

De school telt momenteel 625 leerlingen en kent een normatieve ruimtebehoefte van 5.130 m2 bvo. In 2034 telt de school naar verwachting nog 573 leerlingen en kent daardoor een normatieve ruimtebehoefte van 4.760 m2 bvo. Op dit moment zijn er geen aandachtspunten of maatregelen opgenomen in voorliggend IHP voor deze locatie.

5.7. Emmacollege Het Emmacollege ligt in Hoensbroek en valt onder het bevoegd gezag van stichting LVO. Het gebouw dateert uit 2003. In 2019 heeft LVO aanpassingen in het gebouw gedaan om het functioneel aan te laten sluiten bij het onderwijsconcept. De school biedt vmbo-t, basis en kader aan binnen de profielen Economie en Ondernemen, Zorg en Welzijn en Techniek. Het Emmacollege telt momenteel 549 leerlingen. Dit aantal zal dalen naar 512 in 2034. De bijbehorende normatieve ruimtebehoefte is respectievelijk 5.960 m2 bvo en 5.670 m2 bvo. Daar tegenover staat een capaciteit van 8.131 m2 bvo. Dit betekent dat er percentueel een aanzienlijke overmaat aan ruimte is. Gezien de goede staat van dit gebouw zijn er geen maatregelen opgenomen in voorliggend IHP voor deze locatie.

5.8. Broekland College

Het gebouw dateert uit 2008 en heeft een capaciteit van 4.137 m2 bvo. Door de ligging in het centrum ervaart men problemen met de bereikbaarheid en toegankelijkheid. De school telt momenteel 479 leerlingen. Dit aantal daalt volgens de prognoses aanzienlijk naar 403 in 2034. De bijbehorende normatieve ruimtebehoefte is respectievelijk 3.570 m2 bvo en 3.090 m2 bvo. Ondanks dit theoretische verschil tussen capaciteit en normatieve behoefte ervaart de school ruimtetekort. Op dit moment zijn er geen maatregelen opgenomen in voorliggend IHP voor deze locatie.

5.9. Sint-Janscollege Het Sint-Janscollege is ook gesitueerd in Hoensbroek en valt onder het bevoegd gezag van stichting LVO. In 2016 is besloten om op de bestaande locatie (ver)nieuwbouw te realiseren voor 1400 leerlingen. Daarbij is rekening gehouden met een aantrekkende werking van de nieuwbouw op de omgeving. Naast de nieuwbouw blijft circa 25% van het bestaande gebouw gehandhaafd. De totale nieuwe capaciteit wordt daarmee 9.278 m2 bvo.

Deze school wordt gekenmerkt door de ligging midden in het centrum. Het Broekland College is onderdeel van het Emmacollege en biedt vmbo-t en gemengd aan in de profielen Economie en Ondernemen, Zorg en Welzijn, Techniek en Dienstverlening en Producten.

Referentie: 1685901-0024.0.3.

Pagina 13 van 20

6. Overzicht IHP VO Heerlen

2.

Ruimte bieden aan het onderwijs om in te kunnen spelen op toekomstige ontwikkelingen en onderwijsvragen: De maatregelen die in dit IHP worden ingezet geven de ruimte aan de scholen met urgente huisvestingsvragen, waarmee zij in kunnen spelen op de toekomstige ontwikkeling van deze scholen. De overige opgaven betreffen een aantal onderzoeken, die meer duidelijkheid zullen geven over de mogelijkheden voor de periode ná 2025, voor die locaties met vragen op de middellange termijn.

3.

Inspelen op de zich ontwikkelende eisen op het gebied van duurzaamheid en binnenklimaat: Door het vaststellen van het beleidskader op het gebied van duurzaam bouwen (BENG) en binnenklimaat (Frisse Scholen B), wordt gestuurd op een verbetering van de schoolgebouwen die in aanmerking komen voor een maatregel.

4.

Het gelijktijdig oplossen van specifieke huisvestingsvraagstukken die spelen bij het Herlecollege, Grotiuscollege en Vrijeschool Parkstad: Het zwaartepunt van de maatregelen van dit IHP is gericht op de oplossing van de urgente huisvestingsvraagstukken, door de inzet op vervangende nieuwbouw in de eerstvolgende periode voor Herlecollege en de combinatie Grotiuscollege en Vrijeschool Parkstad.

5.

Waar mogelijk verminderen van (toekomstige) over- of ondermaat van de onderwijsgebouwen: De uitvoering van dit IHP leidt tot beperking van de gemeentelijke overmaat in onderwijshuisvesting in het VO. En wel als volgt: ▪ Capaciteit van de huidige scholen (gemeentelijk eigendom + gehuurd): 79.930. m2 bvo; ▪ Huidige overmaat: 14.190 m2 bvo ▪ Overmaat 2034 zonder uitvoering IHP: 19.110 m2 bvo ▪ Overmaat 2034 met uitvoering IHP: 11.010 m2 bvo

6.1. Maatregelen IHP VO Heerlen De volgende maatregelen zijn in dit IHP opgenomen: Locatie

Maatregel

Periode (*)

Urgente opgaven Herlecollege

Vervangende nieuwbouw

2021-2025

Vervangende nieuwbouw

2021-2025

Grotiuscollege en Vrijeschool Parktstad Overige opgaven Techniekcollege

Besluitvorming toekomst 2022-2023 locatie Techniekcollege Bernardinuscollege Onderzoek naar renovatie 2021-2022 en verduurzaming Sintermeertencollege Mogelijk tijdelijke 2021-2025 voorzieningen capaciteit (* prioritering Herle en Grotius/Vrijeschool conform rapportage onderzoek uit bijlage 1) De overige VO-locaties kennen geen maatregelen die opgenomen zijn in dit IHP; ten aanzien van het Sint-Janscollege is de nieuwbouw reeds in uitvoering.

6.2. Effecten op beleidskaders en ambities In hoofdstuk 3 zijn de ambities omschreven die schoolbesturen en de gemeente nastreven met dit IHP. Dit IHP vult deze als volgt in: 1.

Het waar mogelijk verbreden van het onderwijsaanbod in zowel het noordelijk als het zuidelijk deel van Heerlen: De vervangende nieuwbouw van enerzijds het Herlecollege en anderzijds het Grotiuscollege en Vrijeschool Parkstad, geeft de mogelijkheid tot verdere geografische verbreding van het onderwijsaanbod.

Referentie: 1685901-0024.0.3.

De maatregelen in het IHP verminderen de huidige leegstand en compenseren de mogelijk toename van de overmaat (meer dan) volledig. Overmaat zal er wel altijd blijven, in verband met fluctuatie leerlingaantallen en het gegeven dat de bestaande voorraad een zekere inefficiency heeft in opbouw en samenstelling.

Pagina 14 van 20

6.

Waar mogelijk aansluiten van dit IHP op de visie op ruimtelijke ordening van de gemeente Heerlen, zodat meerdere beleidsdoelen elkaar versterken. Uit het haalbaarheidsonderzoek naar de toekomst van het Herlecollege en de combinatie Grotiuscollege en Vrijeschool Parkstad, blijkt dat het realiseren van de vervangende nieuwbouwprojecten (of herbestemming van bestaande gebouw) plaats zou moeten vinden op nieuw aan te wijzen locaties. Bij de voorbereiding van beide scholenbouwprojecten kan bij de locatie-keuze de aansluiting worden gezocht bij de ruimtelijke visie van de gemeente Heerlen.

voor het IHP; dit bestaat uit het niveau BENG in combinatie met Frisse Scholen B. Een aanpassing voor een tijdelijke situatie wordt gericht op een minimale (functionele) ingreep. Interimvoorzieningen worden geraamd op 85% van de normatieve ruimtebehoefte, op basis van een referentiehuur en een verwachte looptijd (afgerond op kwartalen) met een opslag voor de plaatsingskosten. Voor de renovatie en/of nieuwbouw van gymzalen zijn totalen opgenomen per gymzaal; eventuele sloopkosten zijn begroot op basis van een referentiebedrag per m2 bvo. Ten aanzien van de aankoop van een terrein is een aanname gedaan, passend bij de omvang van het programma.

Overzicht metrages gemeentelijk eigendom en aangehuurd: Locatie

Capaciteit 2020 Normatief 2020 Capaciteit 2034 Normatief 2034 Capaciteit IHP

Sint Janscollege Broeklandcollege Emmacollege Herle College Citaverde College Praktijkonderwijs Techniek College Vrijeschool Parkstad Bernardinuscollege Grotius College Nieuwe Thermen Sintermeertencollege

9.278 4.317 8.131 9.472 6.575 7.425 5.064 2.000 9.477 6.515 1.964 9.710

8.087 3.572 5.960 4.827 5.130 7.728 4.113 1.573 9.477 4.478 1.286 9.507

9.278 4.317 8.131 9.472 6.575 7.425 5.064 2.000 8.211 6.515 1.964 9.710

6.746 3.093 5.669 4.508 4.759 7.155 3.656 1.475 8.211 3.904 1.253 9.120

9.278 4.317 8.131 4.508 6.575 7.425 5.064 1.475 8.211 3.904 1.964 9.710

Totaal Normatieve overmaat

79.928

65.738 14.190

78.662

59.549 19.113

70.562 11.013

Opgenomen impairement is gebaseerd op de heersende boekwaarden per ultimo 2020 aan zowel schoolbestuurlijke als gemeentelijke zijde. Wanneer het schoolbestuur in het model een locatie verlaat, dan dient de boekwaarde aan schoolbestuurlijke zijde versneld te worden afgeschreven; bij sloop van een locatie geldt dit ook voor de boekwaarde aan gemeentezijde. Overzicht investeringskosten: Locatie Urgente opgaven Herlecollege

6.3. Financieel kader periode 2022-2025 De in dit IHP opgenomen maatregelen, zijn voorzien van een financieel kader. Meest omvangrijke investeringen volgen uit de nieuwe locatie voor het Herlecollege en de nieuwe locatie voor de combinatie Grotiuscollege en Vrijeschool Parkstad. Bijlage 1 geeft de doorrekening van deze maatregelen – in de afweging ten opzichte van meerdere beschouwde scenario’s – weer.

Grotiuscollege en Vrijeschool Parktstad

Overige opgaven Techniekcollege

6.3.1 Stichtingskosten Ten aanzien van de opgenomen vervangende nieuwbouw / nieuwe locaties zijn de verwachte stichtingskosten, inclusief BTW per prijspeil 2020, bepaald. De bij elk van de nieuwbouwscholen gemiddeld verwachte stichtingskosten per m2 bvo zijn bepaald met behulp van de bouwkostenconfiguratoren van Hevo. Daarbij wordt in geval van een verwachte eindsituatie aangesloten bij het kwaliteitskader wat gedefinieerd wordt

Referentie: 1685901-0024.0.3.

Bernardinuscollege Sintermeertencollege

Maatregel

Investering (incl. BTW)

Vervangende nieuwbouw, inclusief terrein, gymvoorziening, sloop en impairement Vervangende nieuwbouw, inclusief terrein, gymvoorziening, sloop en impairement. Tevens opgenomen tijdelijke inhuizing VSP in Grotiuscollege

€ 19.800.000,=

Besluitvorming toekomst locatie Techniekcollege Onderzoek naar renovatie en verduurzaming Mogelijk tijdelijke voorzieningen capaciteit

€-

€ 23.800.000,=

€ 100.000,= € PM (*)

*) inzet tijdelijke voorzieningen Sintermeertencollege afhankelijk van ontwikkeling leerlingaantallen.

Pagina 15 van 20

6.3.2 SUVIS-regeling

6.3.3 Vervolgstappen na vaststellen IHP

Voor gebouwen die niet in aanmerking komen voor vervangende nieuwbouw, is het in een aantal gevallen mogelijk het binnenklimaat te verbeteren conform de voorwaarden zoals gesteld in de specifieke uitkering ventilatie in scholen (SUVIS), gepubliceerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Urgente opgaven: Na vaststellen van dit IHP kan ten aanzien van de realisatie van de nieuwe locaties, het op uitvoeringsgericht overleg worden opgestart, leidend tot locatiekeuze, programmering, kredietstelling en samenwerkingsovereenkomst tussen enerzijds gemeente en schoolbestuur SVO|PL (inzake Herlecollege) en anderzijds gemeente en schoolbestuur LVO (inzake Grotiuscollege en Vrijeschool).

Middels deze subsidie is het voor scholen mogelijk om een gedeelte van de bouw- en installatiekosten vergoed te krijgen voor het verbeteren van het binnenklimaat in bestaande schoolgebouwen. Deze vergoedingen zijn locatie-specifiek, gemaximeerd op 30% van de kosten van de verbeteringsmaatregelen en kennen daarnaast een maximum gebaseerd op de omvang van de school. Landelijk betreft het een majeure opgave, waarvoor in totaal door het Rijk een subsidie van 360 miljoen euro is gereserveerd. Schoolbesturen en de gemeente Heerlen volgen de landelijke ontwikkelingen op dit gebied. In de basis is de SUVIS gericht op een bijdrage aan een onderhouds- en verbeteringsmaatregel, waarvoor de gemeente in samenwerking met het schoolbestuur de subsidie kan aanvragen. Gegeven het feit dat het niet gaat om een voorziening in de huisvesting als bedoeld in de wet- en verordening, en het hier gaat om een mogelijke verbetering gericht op de korte termijn, vormt een dergelijke locatiespecifieke aanpassing aan de gebouwen geen deel van dit IHP. Het aanvragen van een bijdrage volgens de SUVIS vindt – indien gewenst – plaats op initiatief van het schoolbestuur. De gemeente verzorgt betreffende aanvragen, zoals bedoeld in de regeling.

Referentie: 1685901-0024.0.3.

Het IHP formuleert hiervoor de kaders, zowel op het gebied van de omvang, investeringsniveaus als mogelijke criteria bij de verdere planvorming en nader in te vullen locatiekeuze. Overige opgaven: Ten aanzien van het Techniekcollege zal in het schooljaar 22-23 het overleg worden opgestart tussen de gemeente en de drie betrokken schoolbesturen (VO en MBO); afhankelijk van de dan te nemen besluitvorming zullen de effecten daarvan zichtbaar worden in de eerstvolgende periode, na 2025. Dit effect kan beperkt zijn bij voortzetting van de huidige situatie; echter kunnen er ook andere keuzes worden gemaakt. Het onderzoek naar de renovatie en verduurzaming van het Bernardinuscollege kan op kort termijn starten; eventuele uitvoering is voorzien in de periode na 2025. Mogelijke capaciteitsvragen bij Sintermeertencollege zullen – indien deze optreden – worden ingevuld binnen de kaders van de verordening voorzieningen huisvesting onderwijs.

Pagina 16 van 20

BIJLAGEN 1. Rapportage haalbaarheidsonderzoek gebouwen Herlecollege en Grotiuscollege. Betreffend rapport is separaat als bijlage 1 bijgevoegd

2. Juridische kaders: wet- en regelgeving Zorgplicht Gemeenten hebben op het gebied van onderwijshuisvesting de zogeheten zorgplicht. De onderwijswetgeving stelt dat een gemeente dient te voorzien in voldoende en adequate huisvesting voor het primair onderwijs (PO), (voortgezet) speciaal onderwijs ((V)SO) en voortgezet onderwijs (VO). De voorzieningen in de huisvesting waarvoor de gemeente verantwoordelijk is zijn vastgelegd in de wetgeving. Daarbij gaat het onder andere om (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding en herstel van constructiefouten. Het onderhoud (binnen- en buitenkant) en de exploitatie van schoolgebouwen is de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. Renovatie is (vooralsnog) niet wettelijk geregeld.

Verordening De uitvoering van de zorgplicht wordt geregeld via een juridisch instrument, de verordening. Op grond van de Gemeentewet (artikel 149), Wet op het primair onderwijs (artikel 102), Wet op de expertisecentra (artikel 100) en Wet op het voortgezet onderwijs (artikel 76) is de gemeenteraad verplicht bij verordening een regeling vast te stellen. De verordening bevat de basis van het onderwijshuisvestingsbeleid en regelt uitgangspunten voor onder andere de voorzieningen die schoolbesturen jaarlijks kunnen aanvragen bij een gemeente, criteria voor het toetsen van deze aanvragen en procedurele afspraken

Referentie: 1685901-0024.0.3.

Eigendom Schoolbesturen hebben het (juridisch) eigendom, dit houdt in dat een schoolbestuur als eigenaar van een schoolgebouw en ondergrond juridisch aansprakelijk is. Wanneer een schoolbestuur geen gebruik meer maakt van het gebouw valt het gebouw in (juridisch) eigendom terug aan de gemeente. De reden hiervoor is dat de gemeente gebouw en ondergrond heeft bekostigd. De gemeente heeft het economisch claimrecht. Schoolbesturen kunnen vanwege hun positie een gedeelte van het gebouw in medegebruik geven (voor andere culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden) aan instellingen die uit de openbare kas worden bekostigd met een ideëel doel. Verhuren is mogelijk (bijvoorbeeld aan een commerciële partij) indien de gemeente daar toestemming voor geeft. Uitzonderingen hierop zijn onderwijsgebouwen waarbij het economische claimrecht middels doordecentralisatie niet meer aan de zijde van de gemeente ligt (dan volledig eigendom schoolbestuur) en gebouwen die vanuit hun historie volledig eigendom zijn van het schoolbestuur en niet initieel zijn gerealiseerd vanuit de gemeentelijke zorgplicht, dan wel zijn overgedragen aan de gemeente.

Doordecentralisatie Gemeenten kunnen met een of meerdere schoolbesturen overeenkomen dat het schoolbestuur zelf geheel verantwoordelijk is voor de onderwijshuisvesting, dus ook voor nieuwbouw en uitbreiding (artikel 111 Wet op het primair onderwijs en artikel 76 Wet op het voortgezet onderwijs). Met andere woorden: de taken en verantwoordelijkheden worden van de gemeente overgedragen aan het schoolbestuur. Daarvoor ontvangt een schoolbestuur jaarlijks een bedrag van de gemeente. Dit wordt doordecentralisatie genoemd. De gemeente behoudt hierbij wel de (uiteindelijke) zorgplicht; de eindverantwoordelijkheid voor de realisatie van voldoende en veilige onderwijshuisvesting. Primair wordt de verantwoordelijkheid bij doordecentralisatie volledig bij de schoolbesturen neergelegd. Gemeente en schoolbesturen maken bij overeenkomst afspraken over het monitoren van de overeenkomst en hoe verantwoording wordt afgelegd. Doordecentralisatie is op dit moment niet aan de orde in de gemeente Heerlen en ook geen principieel uitgangspunt voor de gemeente Heerlen noch voor de schoolbesturen.

Pagina 17 van 20

Huidig stelsel

Wetsvoorstel stelselwijziging

De huidige rolverdeling (waarbij gemeenten verantwoordelijk zijn voor nieuwbouw en schoolbesturen verantwoordelijk zijn voor onderhoud, aanpassing en exploitatie) vertoont gebreken. Het stelsel biedt beide partijen theoretisch de mogelijkheid om de eigen uitgaven onverantwoord te beperken. Gemeenten kunnen eigen uitgaven beperken door relatief goedkope gebouwen neer te zetten, met als gevolg hoge onderhouds- en exploitatiekosten. Schoolbesturen kunnen de eigen uitgaven beperken door weinig te investeren in onderhoud en eerder nieuwbouw aan te vragen bij de gemeente.

Op 15 december 2016 hebben de PO-raad, de VO-raad en de VNG een gezamenlijk voorstel gedaan aan toenmalig staatssecretaris Sander Dekker om de tekortkomingen in het huidige stelsel voor onderwijshuisvesting op te lossen. Het uitgangspunt van dit voorstel is dat gemeenten en schoolbesturen een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor de (kwaliteit van de) huisvesting van scholen. Op 9 mei 2018 is het verder uitgewerkte voorstel gepubliceerd door PO-raad, VO-raad en VNG. Het voorstel is in 2018 formeel aan de minister OVW aangeboden. Deze heeft laten weten dat de besluitvorming c.q. wetswijziging staat gepland voor de tweede helft van 2022.

Daarbij komt dat een aantal zaken niet geregeld zijn, zoals bekostiging als gevolg van aangescherpte eisen in het Bouwbesluit en maatschappelijk wenselijke voorzieningen, waaronder op het gebied van duurzaamheid, en de voorziening renovatie. De middelen vanuit het rijk voor onderwijshuisvesting zijn beperkt tot nauwelijks ontoereikend.

Het voorstel pleit voor aanpassing van het stelsel om een aantal van de geconstateerde tekortkomingen op te heffen. Daarbij worden de nadelen van de scheiding van de financiële middelen zoveel mogelijk opgeheven. Gemeenten en schoolbesturen komen in een meer gelijkwaardige positie ten opzichte van elkaar. Belangrijke elementen uit het voorstel zijn: • De in de wet beschreven jaarcyclus voor aanvragen onderwijshuisvesting wordt vervangen door een langere periode, waarin gemeenten na overleg met betrokken schoolbesturen het huisvestingsbeleid en het investeringsprogramma voor een periode van 4 jaar vastleggen in een meerjarenprogramma (IHP), met een doorkijk tot ten minste het 16e jaar. • De mogelijkheid om renovatie als volwaardig alternatief voor vervangende nieuwbouw in te kunnen zetten. Renovatie moet worden opgenomen als voorziening in de wet. Renovatie dient daarbij te leiden tot een startsituatie (of startconditie) die in functioneel en kwalitatief opzicht gelijkwaardig is aan nieuwbouw en gericht is op levensduurverlenging van ten minste 25 jaar (bij voorkeur 40 jaar). • De concretisering van het huisvestingsvoorstel van de sectorraden en de VNG gaat uit van het handhaven van de huidige financieringsstromen.

Aanvullend kan de versoepeling van het investeringsverbod leiden tot een gezamenlijke financiering die de kwaliteit van onderwijshuisvesting kan verhogen dan wel het moment van investeren kan vervroegen. Met de ontwikkeling van dit IHP lopen de gemeente Heerlen en de VO-schoolbesturen binnen de kaders van de vigerende wetgeving vooruit op dit wetsvoorstel.

Referentie: 1685901-0024.0.3.

Pagina 18 van 20

3. Capaciteitsanalyse Als onderdeel van dit IHP is ook de capaciteit van de schoolgebouwen normatief geanalyseerd. De capaciteitsanalyse maakt een ruimtetekort of -overschot per gebouw inzichtelijk. De ruimtebehoefte van een school wordt bepaald door de leerlingentelling en de prognose te vertalen naar ruimtebehoefte (op basis van de criteria in de VVHO). Deze ruimtebehoefte wordt vergeleken met het aantal vierkante meters dat beschikbaar is: de brutovloeroppervlakte (bvo). Opmerking: dit is een genormeerde ruimtebehoefte berekening. In de praktijk zijn er efficiënte en minder efficiënte gebouwen. Wanneer een school bijvoorbeeld veel gangen heeft, of een grote aula, kan er een genormeerd ruimteoverschot zijn, terwijl dit niet zo wordt ervaren. Er is relatief immers minder effectieve onderwijsruimte. In het IHP is vanwege het beleidsrijke karakter ruimte voor nuance op de resultaten uit deze ruimtebehoefte berekeningen.

Locatie

Capaciteit 2020 Normatief 2020 Capaciteit 2034 Normatief 2034 Capaciteit IHP

Sint Janscollege Broeklandcollege Emmacollege Herle College Citaverde College Praktijkonderwijs Techniek College Vrijeschool Parkstad Bernardinuscollege Grotius College Nieuwe Thermen Sintermeertencollege

9.278 4.317 8.131 9.472 6.575 7.425 5.064 2.000 9.477 6.515 1.964 9.710

8.087 3.572 5.960 4.827 5.130 7.728 4.113 1.573 9.477 4.478 1.286 9.507

9.278 4.317 8.131 9.472 6.575 7.425 5.064 2.000 8.211 6.515 1.964 9.710

6.746 3.093 5.669 4.508 4.759 7.155 3.656 1.475 8.211 3.904 1.253 9.120

9.278 4.317 8.131 4.508 6.575 7.425 5.064 1.475 8.211 3.904 1.964 9.710

Totaal Normatieve overmaat

79.928

65.738 14.190

78.662

59.549 19.113

70.562 11.013

Referentie: 1685901-0024.0.3.

Pagina 19 van 20

Colofon Uitgave: Datum:

HEVO B.V. 20 april 2021

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

Contact Statenlaan 8 5223 LA 's-Hertogenbosch

Postbus 70501 5201 CB 's-Hertogenbosch

T +31 (0)73 6 409 409 info@hevo.nl www.hevo.nl

www.rpmbyhevo.nl

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

Niets uit deze uitgave mag zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van HEVO B.V. worden gekopieerd, noch aan derden ter inzage worden gegeven

Referentie: 1685901-0024.0.3.

Pagina 20 van 20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerlen&id=d32f985b-c004-4378-a0c1-53bd0e0781b9