CConstaterende datHeerlen
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage hoe heerlen de ongelijkheid bestrijdt.pdf

Commissie Maatschappij en Welzijn 14 december 2022, gemeente HeerlenBij agendapunt: Update sociaal domein3.046 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

SAMENLEVING

REPORTAGE

Hoe Heerlen de ongelijkheid bestrijdt ‘Investeren in sociaal beleid is de beste investering die je kunt doen’

Heerlen-Noord Bijna tweederde van de inwoners kan moeilijk rondkomen. 74

75

SAMENLEVING

Wie in Heerlen-Noord wordt geboren, leeft gemiddeld zes jaar korter dan het landelijk gemiddelde. Dat is al decennialang zo in de Oostelijke mijnstreek. Door bij de allerjongsten te beginnen, probeert Heerlen nu patronen te doorbreken.

Tekst Brechtje Keulen Fotografie Stan Heerkens

In de bibliotheek van Heerlerheide zitten een stuk of twintig mannen en vrouwen aan lange tafels. Voor hen op tafel liggen bladen met gekleurde plaatjes, gesorteerd op thema: voertuigen, eten en drinken, een verjaardag. Nederlands is niet hun moedertaal, maar ze willen de taal wel graag beter leren. Ze luisteren geconcentreerd naar de docent, die vragen stelt over de plaatjes. Achter de cursisten, prominent in het midden van bibliotheek SCHUNCK, staat een grote kast vol boeken en folders over zwangerschap en opvoeding. Boven die kast hangt een lichtgroene slinger van lachende spruitjes, of zoals ze het hier zeggen: sjpruutjes. De ‘sjpruut’ is het symbool geworden voor de Heerlense strijd tegen ongelijke uitgangsposities bij heel jonge kinderen in de gemeente. Miriam Jennekens is verantwoordelijk voor beleid en projecten binnen de vier bibliotheken van SCHUNCK in Heerlen. Ze is vanuit de bibliotheek projectleider van het Heerlense programma Kansrijk 76

van Start en houdt zich bezig met de rol van het gezin in de taalverwerving van kinderen. Ze vindt het mooi om te zien dat de opkomst bij het taalcafé zo hoog is. De bibliotheek heeft geregeld dat volwassenen de boeken uit de Sjpruut-kast kunnen lenen op een – gratis – jeugdpas. ‘Wij vonden dat passend. Mensen hebben gewoon geen geld voor een eigen pas, en we willen graag dat die boeken de kast uit komen.’ In de buik In Heerlen-Noord, het stadsdeel waar de bibliotheek staat, is de laaggeletterdheid hoog: 20 procent van de grofweg 55.000 inwoners heeft moeite met lezen, schrijven en het gebruik van bijvoorbeeld een computer. Slechts een deel daarvan heeft Nederlands als tweede taal, zoals de bezoekers van het taalcafé, maar het grootste deel heeft Nederlands als moedertaal. ‘Je denkt er misschien niet aan,’ zegt Jennekens, ‘maar taalproblemen zijn enorm verweven met andere problemen, zoals

gezondheidskwesties of armoede. Als je goed kunt lezen, kun je in de winkel etiketten lezen en gezonde voeding kiezen. Je kunt bijsluiters lezen, artikelen, brieven, rekeningen. Je bent mondig genoeg om een huisarts te bellen, of een instantie. Veel mensen vinden daarin nu amper de weg. Bij ons steunpunt Digitale Overheid loopt het echt storm.’ Taalontwikkeling begint al als een baby nog in de buik zit. Wil je een patroon zoals dat van laaggeletterdheid in generaties doorbreken, dan moet je dus al op heel jonge leeftijd beginnen, vertelt Jennekens. ‘Bij heel jonge kinderen gaat het er dan vooral om dat ouders, grootouders en anderen in de omgeving van het kind zich bewust worden van de kracht van taal. We willen hun meegeven hoe ze het kind op een eenvoudige manier meer taal kunnen meegeven.’ Als je een patroon van laaggeletterdheid wilt doorbreken, kun je niet – zoals de meeste bestaande programma’s doen – pas

Na de mijnen ‘Armoede en gebrek aan perspectief zijn decennialang van generatie op generatie doorgegeven.’ 77

SAMENLEVING

beginnen bij kinderen van twee jaar. ‘Dan is het geen preventie meer. Dan ben je eigenlijk al te laat. Achterstanden die kinderen op dat moment hebben, halen ze nauwelijks meer in,’ zegt Jennekens. Aan het begin van de basisschool kennen kinderen die thuis veel taal meekrijgen al drieduizend woorden meer dan hun klasgenootjes die niet op die manier gestimuleerd worden. De mensen die het dichtst bij het kind staan, zijn het belangrijkst voor de taalontwikkeling. Er zijn daarom ‘Vraag het aan Sjpruut’-bijeenkomsten in de bibliotheek voor zwangeren en jonge ouders, over hoe ze speels en op hun eigen manier meer taal kunnen gebruiken in het gezin. Bijvoorbeeld door tijdens hun dagelijkse bezigheden met hun baby steeds te benoemen wat ze doen. De bibliotheek gaat ook op huisbezoek om mensen die in kwetsbare posities zitten te helpen een ‘taalrijke’ thuisomgeving te creëren, en medewerkers komen regelmatig in de oudercafés van Heerlen: de Sjpruutcafés. ‘We willen dat ieder kind taalrijk opgroeit, en zo optimale kansen krijgt om zich te ontwikkelen. Uiteindelijk wensen we dat er niemand meer door de mazen van het net kan vallen.’ De eerste duizend dagen In de eerste duizend dagen van een mensenleven – grofweg van de zwangerschap tot en met de eerste twee jaar – groeien twee losse cellen uit tot een peuter die kan drinken, eten en lopen en die al echt begint te praten.

In die periode van heel snelle ontwikkeling is de omgeving extreem belangrijk, stelt hoogleraar Tessa Roseboom in haar boek Gelijk goed beginnen. Succesvol bouwen aan de basis voor gezonde generaties. ‘De omgeving in die eerste duizend dagen bepaalt de kwaliteit van de volgende pakweg dertigduizend dagen en vormt ons voor een belangrijk deel tot wie we zijn.’ Roseboom is hoogleraar Vroege ontwikkeling en gezondheid aan de Universiteit van Amsterdam en directeur van het onderzoeksinstituut Amsterdam Reproduction & Development van het Amster78

De babysterfte was

dam UMC. Naast haar wetenschappelijke werk schreef ze eerder al een boek met de titel De eerste 1000 dagen, waarin ze het wetenschappelijk bewijs verzamelde voor het belang van een goed begin van het leven. Wie geen goede start heeft – bijvoorbeeld door vroeggeboorte, een ongezonde, onvoorspelbare of onveilige omgeving of een gebrek aan liefde, aandacht en stimulatie – heeft vaker een chronische ziekte, meer kans op hart- en vaatziekten, kanker, depressie, long- en nierziekten. Een slechte start maakt gevoeliger voor verslaving, vergroot gedragsproblematiek, beïnvloedt het leervermogen en daarmee later het potentieel op de arbeidsmarkt. Het zorgt voor persoonlijk leed, voor hoge gezondheidszorgkosten en grote maatschappelijke kosten. Wat er nu gebeurt in de buik van een zwangere vrouw heeft ook gevolgen voor de gezondheid van volgende generaties. En het omgekeerde geldt ook: als we investeren in het prilste begin van het leven – en daarmee niet alleen veel leed maar ook maatschappelijke kosten besparen – werkt die investering generaties lang door. Wie ongelijkheid in de samenleving wil aanpakken – en dat is waar het in Heerlen eigenlijk op neerkomt – kan dus veel bereiken door in die allereerste periode te beginnen. Hoe eerder je ouders en kinderen in een kwetsbare positie kunt bijstaan, hoe meer effect dat heeft.

En hoe groter de kans dat je generationele patronen kunt doorbreken. Choquerend Als je puur naar de omvang van de bevolking kijkt, is Heerlen de veertigste stad van Nederland. Maar de sociaal-maatschappelijke problematiek in de gemeente is te vergelijken met die in de vier grootste steden. Heerlen staat hoog in veel lijstjes waarin je als gemeente liever niet aan de top staat, en dan zijn er ook nog grote verschillen tussen de wijken. Toen Lodewijk Asscher in 2021 een paar maanden in Heerlen aan de slag was als ‘kwartiermaker stedelijke vernieuwing’ in de veertien wijken van Heerlen-Noord,

hoog in Heerlen, en er werden relatief veel kinderen te vroeg of met een te laag geboortegewicht geboren.

Als we investeren in het prilste begin van het leven werkt die investering generaties lang door.

zei hij in verschillende media dat hij zich ‘rot geschrokken’ was. Van de verwaarloosde woningen, de gezondheidsklachten, maar vooral van de ongelijkheid die hij in Heerlen aantrof. ‘Het rijk moet gaan helpen,’ zei hij tegen de Limburgse televisiezender L1. ‘Dit is te groot voor Heerlen alleen.’ Een kleine greep uit de cijfers. Bijna tweederde van de inwoners van HeerlenNoord kan moeilijk rondkomen. 11 procent heeft een bijstandsuitkering, waar dat landelijk op 5 procent ligt. 17 procent van de mensen is arbeidsongeschikt. Het gemiddelde jaarinkomen ligt er flink lager dan landelijk, de gezondheidszorgkosten zijn er bijna een kwart hoger dan in de rest van Nederland, schoolprestaties blijven achter. Een inwoner van Heerlen-Noord leeft zes jaar korter – en bovendien in mindere gezondheid – dan een inwoner uit meer welvarende wijken. Al in 2013 kreeg wethouder Peter van Zutphen een telefoontje van een onderzoeker van het Erasmus MC in Rotterdam. Uit onderzoek was gebleken dat de babysterfte hoog was in Heerlen, dat er relatief veel kinderen te vroeg of met een te laag geboortegewicht werden geboren. Allemaal indicatoren van een mindere gezondheid, die weer leidt tot verminderde kansen in het latere leven. ‘Dat was op zich al choquerend,’ blikt Van Zutphen terug, ‘maar het ergste was: de verschillen tussen de wijken waren heel groot.

We wisten natuurlijk in het algemeen wel dat er een samenhang is tussen sociale ellende en ongezondheid, maar het was echt indrukwekkend om dat zo hard in de cijfers terug te zien. Voor ons werd door dit onderzoek meteen ook duidelijk dat het hierbij niet gaat om individuele “verkeerde” keuzes. Natuurlijk moeten we wel tegen alle zwangeren blijven zeggen dat ze moeten stoppen met roken en drinken, maar hier is duidelijk meer aan de hand dat het individuele gedrag beïnvloedt. De sociale omstandigheden hadden veel meer invloed dan we tot op dat moment dachten. En met die wetenschap moesten we dus actie ondernemen.’

Een leven onder de grond Van Zutphen zit al zijn hele leven in de gemeentepolitiek, en hij weet: het is niet gemakkelijk om zulke patronen te doorbreken. Decennia eerder, toen de mijnen nog open waren, was Heerlen relatief wel­ varend. De mijnbedrijven groeiden, ze trokken arbeiders uit het hele land en legden woonwijken aan rond de mijnen waar de mijnwerkers konden wonen: de koloniën. Naast werk en huisvesting zorgden de mijnbedrijven, samen met de katholieke kerk, voor het verenigingsleven – de voetbalvereniging, de duivenvereniging, het gemeenschapshuis. Jongens werden op de Ondergrondse Vakschool klaargestoomd voor een werkend leven onder de grond. Maar in de jaren zeventig sloten de mijnen. Van Zutphen: ‘Daardoor ging het met veel mensen materieel veel slechter. Tegelijkertijd verdween ook de hele sociale structuur, de samenhang. In de Westelijke mijnstreek kwam wat nieuwe werkgelegenheid bij de DSM en de DAF-fabriek. Hier in de Oostelijke mijnstreek kwamen het CBS en het ABP, maar die boden geen perspectief aan mensen die gewend waren met hun handen te werken. Voor de oudere mijnwerkers werd vaak wel een oplossing gevonden, al kun je daar ook vraagtekens bij zetten: ze gingen vervroegd met pensioen of ze werden doorgeschoven naar de sociale werkvoorzieningen, ook als ze helemaal niet gehandicapt waren.

Een groot probleem speelde bij de jongeren: die hadden altijd een duidelijk perspectief gehad. Ze zouden naar de mijnwerkersschool gaan, en dat viel ineens weg. Ook de invloed van de kerk begon af te brokkelen. Mensen in de meest kansrijke posities trokken weg naar elders, waar de goede banen waren. En de mensen die het het moeilijkst hadden, bleven achter. Zo is er decennialang een soort selectie geweest, waardoor armoede en gebrek aan perspectief van generatie op generatie zijn doorgegeven.’ Asscher zag het ook. Om de omstandigheden van mensen in Heerlen-Noord weer in lijn te krijgen met het gemiddelde, is een 79

SAMENLEVING

Toekomst Wie in Heerlen-Noord ter wereld komt, moet dezelfde kansen hebben als iemand die op een andere plek in Nederland is geboren. 80

81

SAMENLEVING

‘Wie de toekomst van de kinderen in onze armste buurten verbetert, verbetert de toekomst van de hele stad en streek.’

intensief programma nodig waarbij de nadruk zou moeten liggen op de jeugd, en op de lange termijn. Tegen L1 zei hij: ‘Je moet volhouden. Als je zegt: “alle kinderen moeten hier dezelfde kansen krijgen”, dan moet je daarop inzetten. Als het je lukt bij die kinderen en die jongeren, dan gaat een wijk weer bloeien. Dan worden ouders weer optimistischer over de toekomst, dan komt er weer hoop, dan komt er weer muziek in. En dat kan hier ook.’ Ook voormalig vakbondsleider en oudpartijleider van de SP Ron Meyer, die werd aangewezen om Asschers verkenning in een langdurig actieprogramma voort te zetten, hoopt dat de volgende generatie in een andere situatie opgroeit. Zodat iemand die in Heerlen-Noord ter wereld komt dezelfde kansen heeft als iemand die op een andere plek in Nederland is geboren. ‘Wie de toekomst van de kinderen in onze armste buurten verbetert, verbetert de toekomst van de hele stad en streek,’ zei hij bij zijn aanstelling. Operatie Hartslag Aan het einde van de twintigste eeuw ontstonden er in Heerlen grote problemen in het centrum van de stad, vooral rond het station. ‘Er was veel drugsproblematiek, er werd getippeld, we hadden veel dakloosheid, de mensen lagen soms in de portieken en de bosjes,’ vertelt wethouder Van Zutphen. ‘De NS dreigde op een gegeven moment zelfs om de intercity-status van het station af te halen, omdat het hier een en al ellende was.

Het was heel erg, maar achteraf is het een voorbeeld geworden van een situatie waaraan Heerlen zich heeft kunnen ontworstelen.’ In Operatie Hartslag werkten politie en zorg nauw samen om de sociale veiligheid aan te pakken. Twintig jaar lang werd er geïnvesteerd, en zo kon het tij uiteindelijk worden gekeerd. ‘Inmiddels groeien landelijk overal de dakloosheidscijfers, maar in Heerlen niet. Investeren in sociaal beleid is de beste investering die je kunt doen.’ Na het onderzoek uit 2015 drong bij veel mensen in Heerlen door dat er opnieuw een cirkel doorbroken moest wor-

82

den. Want dat niet ieder kind een even goede start krijgt in het leven is ‘eigenlijk onverdraaglijk’, zegt Van Zutphen. ‘We moesten constateren dat het allemaal shit was, ja. Maar goed, en dan?’ De gemeente Heerlen lanceerde het programma Kansrijk van Start. Verloskundigen, kraamzorg, kinderopvang, consultatiebureau, bibliotheek, de gemeente en andere betrokken partijen bundelden de krachten. De lijnen moesten korter om te zorgen dat iedereen elkaar leerde kennen en over de grenzen van het eigen vakgebied heen zou durven te denken. ‘Sjpruut’ werd de naam waarmee Kansrijk van Start de ouders moest bereiken. Sjpruut Sjop Als je vanaf de bibliotheek in Heerlerheide twee hoeken omslaat, kom in je in de Heulsstraat: een brede, vrij rustige, glooiende straat. Vitrages zijn veelal dicht. Er staan een paar indrukwekkende, klassieke gebouwen, maar de straat heeft ook iets grauws. Vlak voorbij een kleine knik in de straat is het contrast extra groot met twee grote zuilen van roze, witte en groene ballonnen. Er wapperen feestelijke vlaggetjes. Vandaag wordt hier een weggeefwinkel geopend voor aanstaande ouders die wel een steuntje in de rug kunnen gebruiken. Binnen staan drie maxicosi’s op een tafel. Een grote stellingkast is gevuld met wipstoeltjes, autostoeltjes en andere grote spullen die een behoorlijke aanslag op de portemonnee van jonge ouders zijn.

Er staan boxen en babybedjes in de ruimte – allemaal gedoneerd en nog in heel goede staat. Wie tijdens de zwangerschap in moeilijkheden zit, kan de spullen online aanvragen en langskomen voor een kennismakingsgesprek. ‘Dit zijn spullen die ouders nodig hebben om een kindje veilig te laten opgroeien,’ zegt Rianne Bronsveld, projectleider Kansrijk van Start van de gemeente Heerlen. ‘We hopen stress weg te nemen door ouders op deze manier te ondersteunen.’ Ze loopt door de ruimte en laat zien wat er allemaal staat in wat officieel de Sjpruut Sjop heet. ‘Deze week hebben we achter de schermen

al vijf gezinnen kunnen helpen,’ zegt ze trots. ‘Het is zó mooi om dat te zien.’ ‘Goh, het is hier zo mooi en gezellig geworden,’ verzucht een collega in de ontmoetingsruimte op zolder. Ze gebaart naar een speeltentje en een gigantische zitzak in de vorm van een sjpruut. ‘Soms denk ik weleens: wat zou het leuk zijn geweest als er zoiets had bestaan toen ik zelf jonge kinderen had.’

‘Ik vind het altijd gezellig bij Sjpruut, maar vooral op dinsdag, omdat er dan allerlei verschillende moeders komen. Ook vrouwen die Arabisch spreken, of Chinees.’

Even mamatijd ‘Als ik het Sjpruutcafé niet had, dan verveelde ik me dood of werd ik helemaal gek,’ lacht Chaima (31). Ze zit aan een tafeltje in de ontvangstruimte van de Sjpruut Sjop, terwijl haar dochters van 3 en 1 jaar binnen dansen op de peutermuziek. Chaima neemt ze vaak wel drie ochtenden in de week mee naar het Sjpruutcafé, elke keer in een andere wijk. Het zijn bijeenkomsten voor jonge en aanstaande ouders en hun kinderen. Vaak is er een thema waarover iemand komt vertellen: een medewerker van de bibliotheek of het consultatiebureau, een voedingsdeskundige of een slaapcoach, bijvoorbeeld. Terwijl de ouders een workshop volgen of gewoon een kopje thee drinken, spelen de kinderen met elkaar. Chaima heeft een tijd lang oppaswerk gedaan. Haar werkdag begon dan om vijf uur ’s ochtends, als de kinderen van het oppasgezin nog sliepen en de ouders – twee artsen – van huis moesten voor de ochtenddienst. Een tijd lang ging dat, ondanks Chaima’s ziekte MS, heel goed. Zelfs toen haar eerste kindje geboren was, want dat kon ze gewoon meenemen. Maar toen ze een tweede dochter kreeg, stopte ze ermee. Het werk was zwaar, en ze wist ook niet meer hoe ze het praktisch voor elkaar kon krijgen: ‘Hoe moest ik dat doen, alleen al met vier kinderen en de autostoeltjes?’ Chaima vertelt ontspannen, terwijl ze ondertussen met één oog haar dochters in de gaten houdt.

‘Ik vind het altijd gezellig bij Sjpruut, maar vooral op dinsdag vind ik het fijn, omdat er dan allerlei verschillende moeders komen. Ook vrouwen die Arabisch spreken, of Chinees.’ Zelf is Chaima geboren en getogen in Maastricht, ze

spreekt zelfs dialect, maar haar ouders komen uit Tunesië. ‘In Nederland voel ik me vaak de enige “buitenlander”. En in Tunesië voel ik me een Nederlander. Dus tja, wat ben ik?’ Ze haalt haar schouders op. ‘Ik ben een mama. Daarom voel ik me hier denk ik thuis. Het Sjpruutcafé is voor mij een zen-momentje. Echt even mamatijd,’ zegt ze. ‘Het is twee uurtjes gezellig en relaxed. En als je het slecht hebt, is er altijd wel een luisterend oortje. Mensen proberen elkaar ook te helpen. Vanochtend was er nog iemand die kleertjes nodig had. Dan probeert iedereen meteen te bedenken: “O, ik heb nog wel wat voor je.” Dat is gewoon mooi.’ Chaima’s dochters hebben intussen een papieren hoedje op. Ze dansen mee met de accordeonist. Op commando zet de oudste het hoedje schuin op haar donkere krulletjes, en dan weer recht. De jongste, net 1 jaar geworden, bestudeert de knipperende lichtjes in haar eigen schoenzolen. Dat Chaima even is weggelopen van de muziek, hebben de meisjes niet gemerkt. Chaima let op ze, maar ze weet ook: hier let iedereen op iedereen. ■

83

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerlen&id=64b5ed99-f438-4348-ac4a-24bbcf470946