CConstaterende datHeerlen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 aanmeldnotitie Sibelco V2.pdf

Raadsvergadering . (video) 26 januari 2022, gemeente HeerlenBij agendapunt: Ontwerp-verklaring van geen bedenkingen rondje groeves, deelgebied Oost3.833 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vormvrije m.e.r.-beoordeling t.b.v. een omgevingsvergunning voor de realisatie van het ‘Rondje Groeves Sibelco’ en de daarbij behorende bouwwerken geen gebouwen zijnde in Heerlerheide te Heerlen

Gemeente Heerlen

IDN-codering: NL.IMRO.0917.OV020801W000003-0301 Status: ontwerp Datum: 12 november 2021

Inhoud 1

Inleiding 1.1 Aanleiding vormvrije m.e.r.-beoordeling

4 4

2

M.e.r.-beoordeling 2.1 Een m.e.r. (-beoordelingsplichtige activiteit) 2.2 Procedure en beoordelingscriteria 2.3 Initiatiefnemer en bevoegd gezag

5 5 5 6

3

Kenmerken en plaats van het project 3.1 Kenmerken van het project 3.2 Plaats van het project

6 6 8

4

Kenmerken van de mogelijke effecten 4.1 Natuur 4.1.1 Gebiedsbescherming 4.1.2 Beschermde soorten 4.1.3 Conclusie 4.2 Bodem en water 4.2.1 Bodem 4.2.2 Water 4.3 Archeologie, landschap en cultuurhistorie 4.3.1 Archeologie 4.3.2 Landschap 4.4 Hinder tijdens uitvoering 4.5 Niet gesprongen explosieven 4.6 Klimaat en duurzaamheid

10 10 10 11 12 12 12 12 13 13 13 13 14 14

5

Cumulatie andere projecten

14

6

Conclusie

15

2/15 — SLM016368 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — versie 2 — 12 november 2021

Overzicht bijlage(n) Bijlage 1 Definitief Ontwerp Bijlage 2 Verkennend natuurwaarden onderzoek Bijlage 3 Stikstofdepositie Bijlage 4 Notitie toetsing Natuur aan POL Bijlage 5 Bodemonderzoek

3/15 — SLM016368 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — versie 2 — 12 november 2021

1 Inleiding 1.1

Aanleiding vormvrije m.e.r.-beoordeling

De gemeente Heerlen wil graag een recreatieve route in het groevelandschap van Parkstad Limburg voor wandelen en fietsen aanleggen. Er worden geasfalteerde en half verharde paden, bruggen en uitzichtpunten aangelegd. Bij de uitzichtpunten worden informatiepanelen, fietsbeugels en in sommige gevallen zitelementen geplaatst gerealiseerd. De gemeente heeft, vanwege de planning met betrekking tot de aanleg, ervoor gekozen om twee delen van het hele rondje in procedure te brengen, te weten: 1. Het plan ‘Vrieheide’: het deel van het tracé gelegen aan de Groeve Beaujean, dat loopt vanaf de Roebroekerweg tot aan de rotonde aan de Unolaan; 2. Het plan Sibelco: het deel van het tracé gelegen aan de Groeve Sibelco, dat start ten noorden van de Euregioweg bij de Tiegelstraat en loopt via de Heideveldweg tot aan de Koolkoelenweg. Gezien de activiteiten die onderdeel vormen van het project wordt voor de volledigheid en procedurele zekerheid een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd voor de ruimtelijke onderbouwing. Van belang is dat de ontwikkeling in de gebruiksfase niet of nauwelijks effecten heeft, gezien de aard van het wandel-/fietspad. Vooral de aanlegfase is voor deze m.e.r.beoordeling relevant. Deze vormvrije m.e.r. beoordeling ziet toe op het plan ‘Sibelco’ dat hieronder in rood en blauw is aangegeven.

Afbeelding – Ronde Groeves met in rood aangegeven het plan Sibelco

4/15 — SLM016368 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — versie 2 — 12 november 2021

2

M.e.r.-beoordeling

2.1

Een m.e.r. (-beoordelingsplichtige activiteit)

In de bijlage bij het Besluit m.e.r. zijn activiteiten met drempelwaarden opgenomen op basis waarvan de noodzaak van het wel of niet opstellen van een m.e.r.-beoordeling (onderdeel D) of meteen een milieueffectrapportage (onderdeel C) wordt bepaald. In onderdeel C is aangegeven bij welke activiteiten waarschijnlijk sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Hiervoor geldt een directe verplichting voor het doorlopen van de m.e.r.-procedure (onderdeel C). Onderdeel D bevat activiteiten waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Als blijkt dat aanzienlijke nadelige milieugevolgen niet zijn uit te sluiten, is alsnog een m.e.r-procedure nodig. De opgenomen drempelwaarden zijn gebaseerd op algemene kenmerken van een activiteit en een globale aanname dat bij gevallen onder de drempelwaarde geen belangrijke nadelige milieugevolgen zullen optreden. De aanleg van een wandel-/fietspad is op zichzelf geen activiteit die wordt genoemd in het Besluit milieueffectrapportage 1994 (verder: Besluit m.e.r.) en valt ook niet onder de categorie autosnelwegen, autowegen, of andere wegen met vier of meer rijstroken. Wel worden door de aansluiting hierop bestaande wegen gewijzigd, nieuwe paden verhard en vindt een functieverandering van gronden plaats. Derhalve wordt voor de volledigheid getoetst of voor de aanleg van het wandel-/fietspad een milieueffectrapportage moet worden doorlopen.

Het Besluit m.e.r. (artikel 2, vijfde lid onder b.) schrijft ook bij activiteiten onder de drempelwaarde voor dat een milieu-effectbeoordeling nodig is, waarbij wordt verwezen naar de Europese richtlijn milieueffectrapportage. Dit is de zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling. 2.2

Procedure en beoordelingscriteria

De m.e.r. beoordeling hoort bij de ruimtelijke plannen (plan) en waarin de hiervoor genoemde activiteiten mogelijk worden gemaakt. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling doorloopt dezelfde procedure als een formele m.e.r.beoordeling: een particulier of ondernemer die initiatiefnemer is van een bepaalde activiteit, dient een aanmeldnotitie in bij het bestuursorgaan dat bevoegd is te besluiten op de aanvraag/het plan waarmee de activiteit mogelijk wordt gemaakt. Het bevoegd gezag neemt vervolgens een beslissing of al dan niet een milieueffectrapportage moet worden doorlopen. Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling worden de volgende criteria betrokken: 1. kenmerken van het project (hoofdstuk 3); 2. plaats van het project (hoofdstuk 3); 3. kenmerken van het potentiële effect (hoofdstuk 4). In deze notitie is de informatie opgenomen op basis waarvan het bevoegd gezag kan toetsen of sprake is van mogelijk belangrijk nadelige gevolgen van beoogde ontwikkeling voor het milieu. In het geval belangrijke nadelige milieugevolgen niet kunnen worden uitgesloten, zal een m.e.r.procedure worden doorlopen. Als geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden, wordt gemotiveerd aangegeven dat geen m.e.r.-procedure hoeft te wordt doorlopen.

5/15 — SLM016368 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — versie 2 — 12 november 2021

2.3

Initiatiefnemer en bevoegd gezag

De gemeente Heerlen is de initiatiefnemer van het plan en het college van B&W van de gemeente Heerlen is bevoegd gezag ten aanzien van het nemen van een besluit over de aanvraag Omgevingsvergunning voor het afwijken van de vigerende bestemmingsplannen conform artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 3° Wabo ten behoeve van de aanleg van het wandel/ - fietspad met bijbehorende voorzieningen. Zoals al aangegeven hoort de vormvrije m.e.r.-beoordeling bij de ruimtelijke plannen. Het college van B&W moet, op basis van deze aanmeldnotitie, een besluit nemen of een milieueffectrapportage noodzakelijk is of niet.

3

Kenmerken en plaats van het project

3.1

Kenmerken van het project

Het wandel-/fietspad voor het deel Sibelco is gelegen binnen de “Zuid plas”. Deze is gelegen in het stadsdeel Heerlerheide van de gemeente Heerlen. Het groevegebied is een groot gebied ten noorden van de Euregioweg. Het gebied wordt aan de westkant doorsneden door de Heerenweg. De westelijke grens wordt gevormd door de achterkanten van de bebouwing aan de Schelsberg en Huyn van Rodenbroeckstraat. Het fietspad over de voormalige mijnspoorweg vormt de noordelijke grens ten westen van de Heerenweg. De noordelijke begrenzing ten oosten van de Heerenweg wordt gevormd door de Vinkenstraat, Heideveldweg, Kanariestraat, Zwaluwstraat, Leeuwerikstraat en de bossen ten noorden van de groeve. Aan oostzijde loopt de grens dwars door de bossen ten oosten van de groeve. De zuidoostgrens wordt gevormd door de Grote Heiweg die weer aansluit op de Euregioweg. Op het terrein van de groeve zijn een kantoorgebouw en bedrijfsgebouwen aanwezig van het winningsbedrijf. Binnen het terrein van het winningsbedrijf ligt aan de noordzijde de Mijnsteenberg terwijl ten zuiden van de Koolkoelenweg en Kapelweg de ontgraving nu grote ontgravingsplassen vormt. Het tracé is ongeveer 1200 meter lang. De zuidelijke grens is gelegen bij de splitsing van de Euregioweg en de Tiegelstraat.

Van hieruit loopt het tracé over het terrein van de groeve Sibelco (Heerlerheide) parallel aan de Euregioweg richting de Heideveldweg. Net voor de Heideveldweg draait het tracé naar boven om parallel aan de Heideveldweg richting de noordelijke grens bij de Koolkoelenweg te eindigen. Tevens zullen bij dit tracé een uitkijkpunt, bruggen met zitelementen en Point of interest (POI) in de vorm van een zilverduintuin worden gerealiseerd. Een en ander zoals opgenomen in de onderstaande afbeelding.

6/15 — SLM016368 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — versie 2 — 12 november 2021

Afbeelding – uitkijkpunt

Afbeelding – links de zilverduintuin en recht de brug(gen) met zitelement(en)

7/15 — SLM016368 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — versie 2 — 12 november 2021

Het aanleggen van het wandel-/fietspad, het plaatsen van bruggen met zitelementen, het uitzichtpunt en zilverduintuin met struinpad en zonweide neemt enkele maanden in beslag. De locatie wordt hiermee toegankelijk gemaakt voor recreatief wandel- en fietsgebruik en de beleving van het groevelandschap. 3.2

Plaats van het project

Het project gebied is gelegen in de gemeente Heerlen.

Afbeelding – globale ligging projectgebied (in rood aangegeven) Het gebied is gelegen in de direct nabijheid van diverse Natura 2000- gebieden: Geleenbeekdal (westen), Kunderberg (westen), Geuldal (westen) en Brunssummerheide (oosten).

8/15 — SLM016368 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — versie 2 — 12 november 2021

Afbeelding - Ligging projectgebied in relatie tot Natura 2000-gebieden De gronden zelf zijn niet gelegen in gebieden die zijn aangemerkt als Natura 2000-gebied of Natuurnetwerk Nederland. Effecten op NNN-gebieden zijn gezien de afstand tot deze gebieden uitgesloten. De locatie en het gebied waar het wandel-/fietspad wordt gerealiseerd, is niet van belang vanuit historisch of cultureel perspectief, maar biedt wel beleving van de groeves en het daarbij horend landschap. Het projectgebied is gelegen in een groevegebied dat te kenmerken is als een gebied met werkfuncties. Door de aanleg van het wandel-/fietspad worden de bestaande bedrijfsgronden, waar nu geen bedrijfsactiviteiten meer plaatsvinden, beleefbaar. Op die manier kunnen de natuurlijke waarden die op dit moment aanwezig zijn en zich verder zullen ontwikkelen ook beleefd worden. In het volgende hoofdstuk worden de mogelijke effecten op de genoemde gebieden verder beschreven.

9/15 — SLM016368 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — versie 2 — 12 november 2021

4

Kenmerken van de mogelijke effecten

4.1

Natuur

Er is een quick scan (zie bijlage 2) uitgevoerd naar de mogelijke natuurwaarden in het plangebied en de omgeving. In de quick scan is deels naar de gebiedsbescherming en naar de soortenbescherming gekeken. Voor het plan een Aerius berekening (zie bijlage 3) uitgevoerd voor het onderdeel gebiedsbescherming en door Bureau Verbeek is een notitie opgesteld (zie Bijlage 4) die betrekking heeft op die delen van het tracé van het Rondje Groeves die in het Provinciaal Omgevingsplan Limburg zijn aangeduid met Goudgroene Natuurzone. 4.1.1 Gebiedsbescherming In onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden te zien.

Afbeelding - Ligging plangebied ten opzichte van beschermde gebieden Het plangebied ligt in de directe nabijheid van vier relevante Natura 2000-gebieden: Geleenbeekdal (westen), Kunderberg (westen), Geuldal (westen) en Brunssummerheide (oosten). Stikstofdepositie De aanleg van het wandel-/fietspad, het plaatsen van de landmark en het realiseren van het uitzichtpunt leidt in de aanlegfase mogelijk tot een tijdelijke toename van de stikstofdepositie in

10/15 — SLM016368 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — versie 2 — 12 november 2021

Natura 2000-gebieden als gevolg van het vergraven van de grond, inrichten van het gebied en aanleggen van het pad. Na de aanlegfase vindt geen relevante emissie van stikstof of ammoniak plaats. De gebruiksfase veroorzaakt geen toename van de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden. Voor de aanlegfase van het project ‘Rondje Groeves’ is aan de hand van een berekening met AERIUS Calculator nagegaan of de stikstofemissies die met de aanlegwerkzaamheden gepaard gaan leiden tot een toename van de stikstofdepositie in omliggende Natura 2000‐ gebieden Uit deze berekening komt naar voren dat: • bij toepassing van relatief oude machines (met STAGE IIa-motoren) een toename van de stikstofdepositie wordt berekend in diverse hexagonen variërend van 0,01 tot 0,38 mol N/ha in het jaar van aanleg. De hoogste deposities vinden plaats op habitattype H4030 Droge heide in Natura 2000‐gebied Brunssummerheide. • Indien schonere machines (met STAGE IV-motoren) worden gebruikt, liggen de berekende toenames van de stikstofdepositie tussen 0,01 en 0,15 mol N/ha/jaar. Geconcludeerd wordt dat het mogelijk is de emissie van stikstof tijdens de aanlegfase relevant te beperken door toepassing van zoveel mogelijk schoon materieel.

Aangezien er geen toename van de depositie wordt berekend als gevolg van de gebruiksfase, kan in dat geval gebruikt gemaakt worden van de vrijstelling voor de aanlegfase en vormt het aspect stikstofdepositie geen belemmering voor het project. 4.1.2 Beschermde soorten Uit de uitgevoerde quick scan (zie bijlage 2) is gebleken dat voor de (mogelijk) aan te treffen soorten in de directe omgeving van het werkterrein voldoende alternatief leefgebied aanwezig is. Negatieve effecten op populatieniveau zijn daarom uit te sluiten. De aard van de werkzaamheden in de aanlegfase zijn zodanig dat met een juiste planning van het werk, negatieve effecten op de (mogelijk) aanwezige soorten voorkomen kunnen worden. Dit vergt een zorgvuldige planning van het werk in de Zuidplas. De ingreep kent een bescheiden verkleining van het leefgebied, maar veroorzaakt geen versnippering. Het wandel/fietspad maakt gebruik van een bestaand tracé van een onderhoudspad/onverhard struinpad. Daarnaast is in de gebruiksfase overdag iets meer verstoring aanwezig door fietsers - wandelaars worden sowieso al toegelaten na oplevering van de Zuidplas. Gezien de oriëntatie van de paden vormt het voetpad-/fiets een puur recreatieve route, zonder utilitair fietsverkeer. Daarom mag verwacht worden dat in de avond, nacht en vroege ochtend nauwelijks fietsers aanwezig zijn.

Daarnaast passeren de fietsers vooral en maken ze hoogstens gebruik van de Zilverduintuin en het uitkijkpunt aan de zuidoostzijde, waardoor het verstorende effect van de fietsers minimaal blijft. Van een negatief effect op de gunstige staat van instandhouding van de aanwezige populaties bijzondere soorten is daarom geen sprake. Er is een aanmeldnotitie opgesteld (zie Bijlage 4), waarin de mogelijke nadelige milieugevolgen van de beoogde ontwikkeling zijn beschreven. Het plangebied bevindt zich na oplevering en

11/15 — SLM016368 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — versie 2 — 12 november 2021

overdracht van de Zuidplas in mei 2021 in zijn geheel in de Goudgroene Natuurzone. Hierdoor is voor het plan compensatie aan de orde. Deze compensatie zal middels een financiële compensatie plaatsvinden. Voor het overige treedt er geen onevenredige aantasting op waarmee de aspecten gebiedsbescherming en soortenbescherming in het gedrang komen. In de gebruiksfase vinden er geen werkzaamheden of andere verstoringseffecten plaats. 4.1.3 Conclusie Het is mogelijk de emissie van stikstof tijdens de aanlegfase van het plan relevant te beperken door toepassing van zoveel mogelijk schoon materieel. Tevens veroorzaakt het wandel-/fietspad in de gebruiksfase geen stikstofdepositie. Het plan zorgt daarom, met ingang van de nieuwe wet, niet voor een onevenredige aantasting van de omliggende Natura2000gebieden. Op basis van het verkennend natuurwaardenonderzoek moet geconcludeerd worden dat het werkterrein voor het Rondje Groeves deelgebied West veel potentie bezit. Door zorgvuldig om te gaan met de voorbereiding en planning van de werkzaamheden kan aan de zorgplicht als bedoeld in de Wet natuurbescherming worden voldaan. De aard van de voorgenomen ingrepen en de aard van de aangetroffen soorten sluiten elkaars aanwezigheid niet uit, zodat het Rondje Groeves niet leidt tot een onomkeerbare en ontheffingplichtige inbreuk in de staat van instandhouding van de (mogelijk) aanwezige soorten.

Voor een zorgvuldige toepassing van de zorgplicht is begeleiding van de werkzaamheden door een ecologisch deskundige noodzakelijk. Omdat vanaf mei 2021 het projectgebied in de Goudgroene Natuurzone is gelegen is voor het plan compensatie aan de orde. Deze compensatie zal middels een financiële compensatie plaatsvinden waarvoor ook een overeenkomst zal worden afgesloten. Concluderend zijn er niet zodanige nadelige gevolgen voor het milieu dat op basis hiervan een milieueffectrapportage gerechtvaardigd is. 4.2

Bodem en water

4.2.1 Bodem Uit het uitgevoerd onderzoek blijkt dat de resultaten geen aanleiding geven tot nader onderzoek. Het aspect bodem leidt niet tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. 4.2.2 Water Conform de regels van het waterschap Limburg dient een wateradvies gevraagd worden bij alle ruimtelijke plannen waarbij het aspect water een rol kan spelen. Het aan te leggen wandel-/fietspad maakt gebruik van reeds bestaande infrastructuur, waarbij de afwatering niet wijzigt, of zal onder een kleine hellingshoek/afschot wordt gerealiseerd, waardoor het water dat op het pad terechtkomt af zal lopen en in het omliggend maaiveld worden opgenomen zoals dat nu feitelijk ook het geval is. Aangezien het een relatief smalle strook is, verandert de watersituatie en de infiltratie niet. Daarom heeft het plan geen nadelige invloed op de waterkwaliteit en waterkwantiteit. Tevens is een verplichte watercompensatie niet aan de orde. Het aspect water leidt niet tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.

12/15 — SLM016368 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — versie 2 — 12 november 2021

4.3

Archeologie, landschap en cultuurhistorie

4.3.1 Archeologie Het plangebied is in het gebied met diverse waardecategorieën, te weten categorie 3 (Overige monumenten en gebieden met een hoge verwachtingswaarde), categorie 4 (Gebieden met een middelhoge verwachtingswaarde), categorie 5 (Gebieden met een lage verwachtingswaarde) en categorie 6 (Geen verwachtingswaarde) gelegen. Tevens is heb gebied parallel aan de Euregioweg voorzien van een aanduiding ‘begrenzing beekdal”. Dit archeologische beleid is vertaald in de dubbelbestemmingen Waarde - Archeologie 3, 4 en 5 die zijn opgenomen in de regels van het vigerende bestemmingsplan. De toegestane grootte van een bodemingrepen op deze gronden mogen respectievelijk niet meer beslaan dan 250 m2, 2.500 m2 en 10.000 m2. Daarbij mag de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld bedragen. Het nieuwe wandel-/fietspad zal worden gerealiseerd op de plek van bestaande paden. Tijdens de aanleg van deze paden zal reeds een eventuele verstoring van de bodem hebben plaatsgevonden. Voor de realisatie van het nieuwe wandel-/fietspad zullen graafwerkzaamheden verricht die bestaan uit het verwijderen van de bestaande paden en het egaliseren van deze gronden. Door deze werkzaamheden worden de maximale verstoringsoppervlakten per waardecategorie niet overschreden en derhalve is een archeologisch (bureau)onderzoek niet noodzakelijk.

Op de gronden ter plaatse van de zilverduintuin en waar het terrein wordt afgeplagd tot op zilverzandniveau is de waardecategorie 6 van toepassing. Hier is derhalve sprake van een gebied zonder verwachtingswaarde en daarom geldt hiervoor geen onderzoeksplicht. 4.3.2 Landschap Het plangebied is onderdeel van het groevelandschap Parkstad Limburg en gelegen in de nabijheid van meerder Natura2000-gebieden. Het plan is ontwikkeld om dit landschap en de omliggende gebieden recreatief te kunnen beleven. Bij het ontwerp van het plan voor zowel de paden als de bouwwerken geen gebouwen zijnde is rekening gehouden met het landschap waardoor geen onevenredige aantasting van het landschap plaats vindt. 4.4

Hinder tijdens uitvoering

Tijdens de aanleg van het wandel-/fietspad wordt gebruik gemaakt van materieel en kunnen tijdelijke effecten op de omgeving (mensen en dieren) ontstaan, voornamelijk in de vorm van geluid, stof, uitstoot naar de lucht en licht. De aanleg start, naar verwachting, in het voorjaar van 2022. De exacte uitvoeringswijze en -duur zijn nog niet bekend. Door de relatief beperkte omvang van het plangebied zal de overlast van de werkzaamheden en stof beperkt zijn. De tijdelijke verhoging van stikstofdepositie door het gebruik van gemotoriseerd materieel voor de aanleg- en realisatiefase. Echter is het mogelijk deze emissie van stikstof tijdens de aanlegfase relevant te beperken door toepassing van zoveel mogelijk schoon materieel.

13/15 — SLM016368 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — versie 2 — 12 november 2021

Er worden in het plangebied geen gevaarlijke stoffen vervoerd en vrijkomende grond wordt, waar mogelijk binnen het plangebied gebruikt. Lichthinder is met name van belang voor diersoorten, zoals de vleermuis. Tijdens de werkzaamheden wordt hiermee rekening gehouden door het aanhouden van een aangepaste werkwijze. Als al hinder optreedt is deze beperkt en van tijdelijke aard. Dit rechtvaardigt niet het doorlopen van een milieueffectrapportage. 4.5

Niet gesprongen explosieven

De planlocatie is niet gelegen in een gebied dat verdacht is voor “niet gesprongen explosieven” en vormt daarmee geen belemmering voor het verlenen van de omgevingsvergunning. Het onderwerp ‘niet gesprongen explosieven’ leidt niet tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. 4.6

Klimaat en duurzaamheid

Het plan zal geen invloed hebben op het klimaat of de klimaatverandering. Het stimuleren van beweging in de vorm van wandelen en/of fietsen zal door de aanleg van het plan op kleine schaal bijdragen aan de klimaateisen en duurzaamheid, omdat hierdoor minder uitstoot door gemotoriseerd verkeer plaatsvindt. De volgende aandachtspunten ter overweging worden meegenomen: • De mogelijkheid om verlichting en displays langs de route en op de uitzichtlocaties duurzaam-solitair, dus zonder stroomvoorziening uit het net, uit te voeren. Met name om hiermee een duurzaam karakter uit te stralen, zoals bijvoorbeeld het opwekken van stroom middels zonnepanelen of kleine windturbine. • Eventueel op een aantal plekken voorzieningen voor het opladen van elektrische fietsen, navigatiesystemen/telefoons te realiseren, zoals bijvoorbeeld bij de uitzichtpunten. Dit onderdeel leidt niet tot belangrijke nadelige gevolgen voor het klimaat, duurzaamheid en milieu.

5

Cumulatie andere projecten

Het Rondje Groeves is een lokale ingreep op de Heerlerheide en heeft vooral in tijdens de aanleg gevolgen voor de omgeving. Dit betreft een tijdelijk effect. De gemeente wil nu 2 deelgebieden van het Rondje groeves in ontwikkeling brengen, te weten Rondje Groeves Vrieheide en Rondje Groeves Sibelco. De aanlegwerkzaamheden kunnen zo op elkaar afgestemd worden dat deze niet leiden tot een cumulatie van effecten. In de gebruiksfase zijn er geen effecten te wachten en treedt er dus geen cumulatie met andere effecten op. Daarnaast zijn ervoor zo ver bekend geen projecten in de omgeving van het projectgebied die zorgen voor een relevante cumulatie met de beoogde ontwikkeling in het plangebied.

14/15 — SLM016368 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — versie 2 — 12 november 2021

6

Conclusie

De beoogde ontwikkeling omvat de aanleg van een wandel-/fietspad en de realisatie van een landmark en uitzichtpunt die deel uit maken van een recreatieve route in het groevelandschap van Parkstad Limburg voor wandelen en fietsen aanleggen. Er worden halfverharde paden, bruggen met zitelementen, een uitzichtpunten en een zilverduintuin met struinpad en zonneweide aangelegd. Bij de uitzichtpunten worden informatiepanelen, fietsbeugels en in sommige gevallen zitelementen geplaatst gerealiseerd. Het plangebied ligt in een gevoelig gebied. Desondanks zorgt de beoogde ontwikkeling niet voor onaanvaardbare effecten op deze beschermde gebieden. De beoogde ontwikkeling zorgt, noch in de aanlegfase, noch in de gebruiksfase, voor zodanige belangrijke nadelige milieugevolgen dat een milieueffectrapportage zou moeten worden doorlopen. Dit blijkt tevens uit de ruimtelijke onderbouwing. Daarnaast vindt de ingreep niet plaats in een gevoelig gebied. De aanleg van het wandel-/fietspad en de realisatie van de bruggen met zitelementen, een uitzichtpunten en een zilverduintuin met struinpad en zonneweide is niet onomkeerbaar en van een relatief geringe omvang. Het is aan de bevoegd gezagen om hierover een definitief besluit te nemen en dit bekend te maken. Geconcludeerd kan worden dat het project een ruimtelijk passende ontwikkeling is.

15/15 — SLM016368 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — versie 2 — 12 november 2021

Overzicht bijlage(n) Bijlage 1 Definitief Ontwerp Bijlage 2 Verkennend natuurwaarden onderzoek Bijlage 3 Stikstofdepositie Bijlage 4 Notitie toetsing Natuur aan POL Bijlage 5 Bodemonderzoek

Bijlage 1 Definitief Ontwerp

Bijlage 1 – 1/2

Bijlage 2 Verkennend natuurwaarden onderzoek

Bijlage 2 – 2/2

Bijlage 3 Stikstofdepositie

Bijlage 4 Notitie toetsing Natuur aan POL

Bijlage 4 – 4/3

Bijlage 5 Bodemonderzoek

Bijlage 5 – 5/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerlen&id=f3b314e5-744f-48fe-816a-b5ae2998977d