Bijlage 4 aanmeldnotitie Vrieheide V2.pdf
Tekst van het document
Vormvrije m.e.r.-beoordeling t.b.v. een omgevingsvergunning voor de realisatie van het ‘Rondje Groeves Vrieheide’ en de daarbij behorende bouwwerken geen gebouwen zijnde in Heerlerheide te Heerlen
Gemeente Heerlen
IDN-codering: NL.IMRO.0917.OV020801W000002-0301 Status: ontwerp Datum: 12 november 2021
Inhoud 1
Inleiding 1.1 Aanleiding vormvrije m.e.r.-beoordeling
4 4
2
M.e.r.-beoordeling 2.1 Een m.e.r. (-beoordelingsplichtige activiteit) 2.2 Procedure en beoordelingscriteria 2.3 Initiatiefnemer en bevoegd gezag
5 5 5 6
3
Kenmerken en plaats van het project 3.1 Kenmerken van het project 3.2 Plaats van het project
6 6 8
4
Kenmerken van de mogelijke effecten 4.1 Natuur 4.1.1 Gebiedsbescherming 4.1.2 Beschermde soorten 4.1.3 Conclusie 4.2 Bodem en water 4.2.1 Bodem 4.2.2 Water 4.3 Archeologie, landschap en cultuurhistorie 4.3.1 Archeologie 4.3.2 Landschap 4.4 Hinder tijdens uitvoering 4.5 Niet gesprongen explosieven 4.6 Klimaat en duurzaamheid
10 10 10 11 11 12 12 12 12 12 12 12 13 13
5
Cumulatie andere projecten
13
6
Conclusie
14
2/14 — SLM016368 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — versie 2 — 12 november 2021
Overzicht bijlage(n) Bijlage 1 Definitief Ontwerp Bijlage 2 Verkennend natuurwaarden onderzoek Bijlage 3 Stikstofdepositie Bijlage 4 Bodemonderzoek
3/14 — SLM016368 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — versie 2 — 12 november 2021
1
Inleiding
1.1
Aanleiding vormvrije m.e.r.-beoordeling
De gemeente Heerlen wil graag een recreatieve route in het groevelandschap van Parkstad Limburg voor wandelen en fietsen aanleggen. Er worden geasfalteerde en half verharde paden, bruggen en uitzichtpunten aangelegd. Bij de uitzichtpunten worden informatiepanelen, fietsbeugels en in sommige gevallen zitelementen geplaatst gerealiseerd. De gemeente heeft, vanwege de planning met betrekking tot de aanleg, ervoor gekozen om twee delen van het hele rondje in procedure te brengen, te weten: 1. Het plan ‘Vrieheide’: het deel van het tracé gelegen aan de Groeve Beaujean, dat loopt vanaf de Roebroekerweg tot aan de rotonde aan de Unolaan. Tevens behoort de brug over de Bruinkoolweg (nabij de visvijver Heksenberg) ook tot dit plan; 2. Het plan Sibelco: het deel van het tracé gelegen aan de Groeve Sibelco, dat start ten noorden van de Euregioweg bij de Tiegelstraat en loopt via de Heideveldweg tot aan de Koolkoelenweg. Gezien de activiteiten die onderdeel vormen van het project wordt voor de volledigheid en procedurele zekerheid een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd voor de ruimtelijke onderbouwing. Van belang is dat de ontwikkeling in de gebruiksfase niet of nauwelijks effecten heeft, gezien de aard van het wandel-/fietspad. Vooral de aanlegfase is voor deze m.e.r.beoordeling relevant. Deze vormvrije m.e.r.
beoordeling ziet toe op het plan ‘Vrieheide’ dat hieronder in rood is aangegeven.
Afbeelding – Ronde Groeves met in rood aangegeven het plan Vrieheide
4/14 — SLM016368 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — versie 2 — 12 november 2021
2
M.e.r.-beoordeling
2.1
Een m.e.r. (-beoordelingsplichtige activiteit)
In de bijlage bij het Besluit m.e.r. zijn activiteiten met drempelwaarden opgenomen op basis waarvan de noodzaak van het wel of niet opstellen van een m.e.r.-beoordeling (onderdeel D) of meteen een milieueffectrapportage (onderdeel C) wordt bepaald. In onderdeel C is aangegeven bij welke activiteiten waarschijnlijk sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Hiervoor geldt een directe verplichting voor het doorlopen van de m.e.r.-procedure (onderdeel C). Onderdeel D bevat activiteiten waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Als blijkt dat aanzienlijke nadelige milieugevolgen niet zijn uit te sluiten, is alsnog een m.e.r-procedure nodig. De opgenomen drempelwaarden zijn gebaseerd op algemene kenmerken van een activiteit en een globale aanname dat bij gevallen onder de drempelwaarde geen belangrijke nadelige milieugevolgen zullen optreden. De aanleg van een wandel-/fietspad en de realisatie van een fietsbrug is op zichzelf geen activiteit die wordt genoemd in het Besluit milieueffectrapportage 1994 (verder: Besluit m.e.r.) en valt ook niet onder de categorie autosnelwegen, autowegen, of andere wegen met vier of meer rijstroken. Wel worden door de aansluiting hierop bestaande wegen gewijzigd, nieuwe paden verhard en vindt een functieverandering van gronden plaats.
Derhalve wordt voor de volledigheid getoetst of voor de aanleg van het wandel-/fietspad een milieueffectrapportage moet worden doorlopen. Het Besluit m.e.r. (artikel 2, vijfde lid onder b.) schrijft ook bij activiteiten onder de drempelwaarde voor dat een milieu-effectbeoordeling nodig is, waarbij wordt verwezen naar de Europese richtlijn milieueffectrapportage. Dit is de zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling. 2.2
Procedure en beoordelingscriteria
De m.e.r. beoordeling hoort bij de ruimtelijke plannen (plan) en waarin de hiervoor genoemde activiteiten mogelijk worden gemaakt. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling doorloopt dezelfde procedure als een formele m.e.r.beoordeling: een particulier of ondernemer die initiatiefnemer is van een bepaalde activiteit, dient een aanmeldnotitie in bij het bestuursorgaan dat bevoegd is te besluiten op de aanvraag/het plan waarmee de activiteit mogelijk wordt gemaakt. Het bevoegd gezag neemt vervolgens een beslissing of al dan niet een milieueffectrapportage moet worden doorlopen. Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling worden de volgende criteria betrokken: 1. kenmerken van het project (hoofdstuk 3); 2. plaats van het project (hoofdstuk 3); 3. kenmerken van het potentiële effect (hoofdstuk 4). In deze notitie is de informatie opgenomen op basis waarvan het bevoegd gezag kan toetsen of sprake is van mogelijk belangrijk nadelige gevolgen van beoogde ontwikkeling voor het milieu. In het geval belangrijke nadelige milieugevolgen niet kunnen worden uitgesloten, zal een m.e.r.procedure worden doorlopen. Als geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden, wordt
5/14 — SLM016368 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — versie 2 — 12 november 2021
gemotiveerd aangegeven dat geen m.e.r.-procedure hoeft te wordt doorlopen. 2.3
Initiatiefnemer en bevoegd gezag
De gemeente Heerlen is de initiatiefnemer van het plan en het college van B&W van de gemeente Heerlen is bevoegd gezag ten aanzien van het nemen van een besluit over de aanvraag Omgevingsvergunning voor het afwijken van de vigerende bestemmingsplannen conform artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 3° Wabo ten behoeve van de aanleg van het wandel/ - fietspad met bijbehorende voorzieningen. Zoals al aangegeven hoort de vormvrije m.e.r.-beoordeling bij de ruimtelijke plannen. Het college van B&W moet, op basis van deze aanmeldnotitie, een besluit nemen of een milieueffectrapportage noodzakelijk is of niet.
3
Kenmerken en plaats van het project
3.1
Kenmerken van het project
Het wandel-/fietspad voor het deel Vrieheide en de brug over de Bruinkoolweg zijn gelegen binnen het stadsdeel Heerlerheide van de gemeente Heerlen. Voor het grootste deel ligt het plan binnen de buurt Heksenberg, maar aan de rand van deze buurt raakt het plan ook de buurt Vrieheide-De Stack. De gronden waar het wandel-/fietspad en de bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gerealiseerd maken deel uit van de Groeves Queadvlieg en Beaujean. Het betreft een braakliggende strook grond aan de rand van de groeves dat niet in gebruik is en deels op natuurlijke wijze is begroeid. Om vanaf de Koolkoelenweg en over de Bruinkoolweg tot aan het bovengenoemd deel van het tracé te komen, moet ter plaatse van dit kruispunt hoogteverschil worden overbrugd. Om dit te kunnen doen, moet een brug over de Bruinkoolweg worden gerealiseerd, zodat aan de westzijde van de nieuwe brug een verbinding met de onderliggende weg kan worden gerealiseerd. Het wandel-/fietspad heeft een lengte van ongeveer 600 meter en zal 3 meter breed worden. Nabij de Roebroekerweg zal een landmark (twee elementen/machines, die gebruikt worden bij de zandwinning) worden geplaatst. Bij de rotonde aan de Vrijheerenberg/Unolaan zullen twee grote zandspinnen worden gerealiseerd, die dienen als majeure uitzichtpunt richting de groeves.
De route van het Rondje Groeves voert vanaf groeve Quaedvlieg via de Bruinkoolweg naar het oude mijnspoor, waar thans een fietspad op is aangelegd. Ter hoogte van de Bruinkoolweg is echter een hoogteverschil van 8 meter te overbruggen. Hier is op dit moment een trap gesitueerd, maar zal de aanleg van een brug over de Bruinkoolweg plaatsvinden, waarbij het fietspad over het voormalige mijnspoor wordt doorgetrokken. Het routetracé zal dan verder gebruik maken van bestaande infrastructuur. Een en ander zoals opgenomen in de onderstaande afbeelding.
6/14 — SLM016368 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — versie 2 — 12 november 2021
Afbeelding – links landmark en recht uitkijkpunt
Afbeelding – impressie en voorbeeld van brug over de Bruinkoolweg
7/14 — SLM016368 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — versie 2 — 12 november 2021
Het aanleggen van het wandel-/fietspad, het plaatsen van de landmark en uitzichtpunt en de realisatie van de brug neemt enkele maanden in beslag. De locatie wordt hiermee toegankelijk gemaakt voor recreatief wandel- en fietsgebruik en de beleving van het groevelandschap. 3.2
Plaats van het project
Het project gebied is gelegen in de gemeente Heerlen.
Afbeelding – globale ligging projectgebied (in rood aangegeven) Het gebied is gelegen in de direct nabijheid van diverse Natura 2000- gebieden: Geleenbeekdal (westen), Kunderberg (westen), Geuldal (westen) en Brunssummerheide (oosten).
8/14 — SLM016368 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — versie 2 — 12 november 2021
Afbeelding - Ligging projectgebied in relatie tot Natura 2000-gebieden De gronden zelf zijn niet gelegen in gebieden die zijn aangemerkt als Natura 2000-gebied of Natuurnetwerk Nederland. Effecten op NNN-gebieden zijn gezien de afstand tot deze gebieden uitgesloten. De locatie en het gebied waar het wandel-/fietspad en de brug worden gerealiseerd, zijn niet van belang vanuit historisch of cultureel perspectief, maar biedt wel beleving van de groeves en het daarbij horend landschap. Het projectgebied is gelegen in een gebied dat te kenmerken is als een gebied met woon- en werkfuncties. Door de aanleg van het wandel-/fietspad worden de bestaande woonwijken aan elkaar gekoppeld en wordt de voormalige bedrijfsgronden, waar nu geen bedrijfsactiviteiten meer plaatsvinden, beleefbaar. Op die manier kunnen de natuurlijke waarden die op dit moment aanwezig zijn en zich verder zullen ontwikkelen ook beleefd worden. In het volgende hoofdstuk worden de mogelijke effecten op de genoemde gebieden verder beschreven.
9/14 — SLM016368 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — versie 2 — 12 november 2021
4
Kenmerken van de mogelijke effecten
4.1
Natuur
Er is een quick scan (zie bijlage 2) uitgevoerd naar de mogelijke natuurwaarden in het plangebied en de omgeving. Hiervoor is tevens een oplegnotitie (zie bijlage 3) opgesteld. In de quick scan is deels naar de gebiedsbescherming en naar de soortenbescherming gekeken. Tevens is voor het plan een Aerius berekening (zie bijlage 4) uitgevoerd voor het onderdeel gebiedsbescherming. 4.1.1 Gebiedsbescherming In onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden te zien.
Afbeelding - Ligging plangebied ten opzichte van beschermde gebieden Het plangebied ligt in de directe nabijheid van vier relevante Natura 2000-gebieden: Geleenbeekdal (westen), Kunderberg (westen), Geuldal (westen) en Brunssummerheide (oosten). Stikstofdepositie De aanleg van het wandel-/fietspad, het plaatsen van de landmark en het realiseren van het uitzichtpunt en de brug leiden in de aanlegfase mogelijk tot een tijdelijke toename van de
10/14 — SLM016368 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — versie 2 — 12 november 2021
stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden als gevolg van het vergraven van de grond, inrichten van het gebied en aanleggen van het pad. Na de aanlegfase vindt geen relevante emissie van stikstof of ammoniak plaats. De gebruiksfase veroorzaakt geen toename van de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden. Voor de aanlegfase van het project ‘Rondje Groeves’ is aan de hand van een berekening met AERIUS Calculator nagegaan of de stikstofemissies die met de aanlegwerkzaamheden gepaard gaan leiden tot een toename van de stikstofdepositie in omliggende Natura 2000‐ gebieden Uit deze berekening komt naar voren dat: • bij toepassing van relatief oude machines (met STAGE IIa-motoren) een toename van de stikstofdepositie wordt berekend in diverse hexagonen variërend van 0,01 tot 0,38 mol N/ha in het jaar van aanleg. De hoogste deposities vinden plaats op habitattype H4030 Droge heide in Natura 2000‐gebied Brunssummerheide. • Indien schonere machines (met STAGE IV-motoren) worden gebruikt, liggen de berekende toenames van de stikstofdepositie tussen 0,01 en 0,15 mol N/ha/jaar. Geconcludeerd wordt dat het mogelijk is de emissie van stikstof tijdens de aanlegfase relevant te beperken door toepassing van zoveel mogelijk schoon materieel.
Aangezien er geen toename van de depositie wordt berekend als gevolg van de gebruiksfase, kan in dat geval gebruikt gemaakt worden van de vrijstelling voor de aanlegfase en vormt het aspect stikstofdepositie geen belemmering voor het project. 4.1.2 Beschermde soorten Uit de uitgevoerde quick scan (zie bijlage 2) is gebleken dat voor de (mogelijk) aan te treffen soorten in de directe omgeving van het werkterrein voldoende alternatief leefgebied aanwezig is. Negatieve effecten op populatieniveau zijn daarom uit te sluiten. Voor de werkzaamheden in het plangebied Vrieheide, ter plekke van de Beaujeangroeve, Groeve Quaedvlieg en de locatie aan de Bruinkoolweg kunnen zodoende worden voldaan aan de zorgplicht uit de Wet natuurbescherming. Het aanvragen van een ontheffing voor de hier voorgenomen werkzaamheden is niet nodig, mits het in de quick scan en de oplegnotitie benoemde ecologisch werkplan wordt aangehouden. 4.1.3 Conclusie Het is mogelijk de emissie van stikstof tijdens de aanlegfase van het plan relevant te beperken door toepassing van zoveel mogelijk schoon materieel. Tevens veroorzaakt het wandel-/fietspad in de gebruiksfase geen stikstofdepositie. Het plan zorgt daarom, met ingang van de nieuwe wet, niet voor een onevenredige aantasting van de omliggende Natura2000gebieden.
Tevens treden geen negatieve effecten op voor het aspect soortenbescherming als het ecologisch werkplan uit de quick scan en de oplegnotitie wordt aangehouden. Concluderend zijn er niet zodanige nadelige gevolgen voor het milieu dat op basis hiervan een milieueffectrapportage gerechtvaardigd is.
11/14 — SLM016368 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — versie 2 — 12 november 2021
4.2
Bodem en water
4.2.1 Bodem Uit het uitgevoerd onderzoek blijkt dat de resultaten geen aanleiding geven tot nader onderzoek. Het aspect bodem leidt niet tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. 4.2.2 Water Conform de regels van het waterschap Limburg dient een wateradvies gevraagd worden bij alle ruimtelijke plannen waarbij het aspect water een rol kan spelen. Het aan te leggen wandel-/fietspad maakt gebruik van reeds bestaande infrastructuur, waarbij de afwatering niet wijzigt, of zal onder een kleine hellingshoek/afschot wordt gerealiseerd, waardoor het water dat op het pad terechtkomt af zal lopen en in het omliggend maaiveld worden opgenomen zoals dat nu feitelijk ook het geval is. Aangezien het een relatief smalle strook is, verandert de watersituatie en de infiltratie niet. Daarom heeft het plan geen nadelige invloed op de waterkwaliteit en waterkwantiteit. Tevens is een verplichte watercompensatie niet aan de orde. Het aspect water leidt niet tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. 4.3
Archeologie, landschap en cultuurhistorie
4.3.1 Archeologie Binnen het plangebied is, conform de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart, gelegen binnen de waardecategorieën 5 (lagen verwachtingswaarde) en 6 (geen verwachtingswaarde). In het vigerend bestemmingsplan is, conform het beleid respectievelijk een vrijstellingsgrens van 10.000 m2 of de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm en geen archeologische bescherming opgenomen. Door uitvoering van het voornemen zullen er naar verwachting geen archeologische waarden worden aangetast. 4.3.2 Landschap Het plangebied is onderdeel van het groevelandschap Parkstad Limburg en gelegen in de nabijheid van meerder Natura2000-gebieden. Het plan is ontwikkeld om dit landschap en de omliggende gebieden recreatief te kunnen beleven. Bij het ontwerp van het plan voor zowel de paden als de bouwwerken geen gebouwen zijnde is rekening gehouden met het landschap waardoor geen onevenredige aantasting van het landschap plaats vindt. 4.4
Hinder tijdens uitvoering
Tijdens de aanleg van het wandel-/fietspad en de realisatie van de brug wordt gebruik gemaakt van materieel en kunnen tijdelijke effecten op de omgeving (mensen en dieren) ontstaan, voornamelijk in de vorm van geluid, stof, uitstoot naar de lucht en licht. De aanleg start, naar verwachting, in het voorjaar van 2022. De exacte uitvoeringswijze en -duur zijn nog niet bekend. Door de relatief beperkte omvang van het plangebied zal de overlast van de werkzaamheden en stof beperkt zijn.
12/14 — SLM016368 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — versie 2 — 12 november 2021
De tijdelijke verhoging van stikstofdepositie door het gebruik van gemotoriseerd materieel voor de aanleg- en realisatiefase. Echter is het mogelijk deze emissie van stikstof tijdens de aanlegfase relevant te beperken door toepassing van zoveel mogelijk schoon materieel. Er worden in het plangebied geen gevaarlijke stoffen vervoerd en vrijkomende grond wordt, waar mogelijk binnen het plangebied gebruikt. Lichthinder is met name van belang voor diersoorten, zoals de vleermuis. Tijdens de werkzaamheden wordt hiermee rekening gehouden door het aanhouden van een aangepaste werkwijze. Als al hinder optreedt is deze beperkt en van tijdelijke aard. Dit rechtvaardigt niet het doorlopen van een milieueffectrapportage. 4.5
Niet gesprongen explosieven
De planlocatie is niet gelegen in een gebied dat verdacht is voor “niet gesprongen explosieven” en vormt daarmee geen belemmering voor het verlenen van de omgevingsvergunning. Het onderwerp ‘niet gesprongen explosieven’ leidt niet tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. 4.6
Klimaat en duurzaamheid
Het plan zal geen invloed hebben op het klimaat of de klimaatverandering. Het stimuleren van beweging in de vorm van wandelen en/of fietsen zal door de aanleg van het plan op kleine schaal bijdragen aan de klimaateisen en duurzaamheid, omdat hierdoor minder uitstoot door gemotoriseerd verkeer plaatsvindt. De volgende aandachtspunten ter overweging worden meegenomen: • De mogelijkheid om verlichting en displays langs de route en op de uitzichtlocaties duurzaam-solitair, dus zonder stroomvoorziening uit het net, uit te voeren. Met name om hiermee een duurzaam karakter uit te stralen, zoals bijvoorbeeld het opwekken van stroom middels zonnepanelen of kleine windturbine. • Eventueel op een aantal plekken voorzieningen voor het opladen van elektrische fietsen, navigatiesystemen/telefoons te realiseren, zoals bijvoorbeeld bij de uitzichtpunten. Dit onderdeel leidt niet tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.
5
Cumulatie andere projecten
Het Rondje Groeves is een lokale ingreep op de Heerlerheide en heeft vooral in tijdens de aanleg gevolgen voor de omgeving. Dit betreft een tijdelijk effect. De gemeente wil nu 2 deelgebieden van het Rondje groeves in ontwikkeling brengen, te weten Rondje Groeves Vrieheide en Rondje Groeves Sibelco. De aanlegwerkzaamheden kunnen zo op elkaar afgestemd worden dat deze niet leiden tot een cumulatie van effecten. In de gebruiksfase zijn er geen effecten te wachten en treedt er dus geen cumulatie met andere effecten op. Daarnaast zijn ervoor zo ver bekend geen projecten in de omgeving van het projectgebied die zorgen voor een relevante cumulatie met de beoogde ontwikkeling in het plangebied.
13/14 — SLM016368 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — versie 2 — 12 november 2021
6
Conclusie
De beoogde ontwikkeling omvat de aanleg van een wandel-/fietspad en de realisatie van een landmark, uitzichtpunt en brug die deel uit maken van een recreatieve route in het groevelandschap van Parkstad Limburg voor wandelen en fietsen aanleggen. Er worden geasfalteerde en halfverharde paden, bruggen en uitzichtpunten aangelegd. Bij de uitzichtpunten worden informatiepanelen, fietsbeugels en in sommige gevallen zitelementen geplaatst gerealiseerd. Het plangebied ligt in een gevoelig gebied. Desondanks zorgt de beoogde ontwikkeling niet voor onaanvaardbare effecten op deze beschermde gebieden. De beoogde ontwikkeling zorgt, noch in de aanlegfase, noch in de gebruiksfase, voor zodanige belangrijke nadelige milieugevolgen dat een milieueffectrapportage zou moeten worden doorlopen. Dit blijkt tevens uit de ruimtelijke onderbouwing. Daarnaast vindt de ingreep niet plaats in een gevoelig gebied. De aanleg van het wandel-/fietspad en de realisatie van de landmark en het uitzichtpunt is niet onomkeerbaar en van een relatief geringe omvang. Het is aan de bevoegd gezagen om hierover een definitief besluit te nemen en dit bekend te maken. Geconcludeerd kan worden dat het project een ruimtelijk passende ontwikkeling is.
14/14 — SLM016368 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — versie 2 — 12 november 2021
Overzicht bijlage(n) Bijlage 1 Definitief Ontwerp Bijlage 2 Verkennend natuurwaarden onderzoek Bijlage 3 Stikstofdepositie Bijlage 4 Bodemonderzoek
Bijlage 1 Definitief Ontwerp
Bijlage 1 – 1/2
Bijlage 2 Verkennend natuurwaarden onderzoek
Bijlage 2 – 2/2
Bijlage 3 Stikstofdepositie
Bijlage 3 – 1/2
Bijlage 4 Bodemonderzoek
Bijlage 4 – 2/2