CConstaterende datHeerlen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 bij nieuw aangepast raadsvoorstel: beslissing op bezwaar tegen besluit van 31 maart 2020_3.docx.pdf

(oud) Commissie Maatschappij en Financiën 14 januari 2021, gemeente HeerlenBij agendapunt: Instemmen met beslissing op het bezwaar van Q-Park waarbij de belastingtarieven voor straatparkeren in het centrum van Heerlen nader zijn vastgesteld2.045 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Pot Jonker Advocaten N.V. T.a.v. mevr. mr. B.J.H. Blaisse-Verkooijen en dhr. mr. O.L. vd Pol Postbus 280280 2000 AG

2000AG280X280

Uw kenmerk

D105551

Datum

DATUM Ons kenmerk

BZW.21.00027.001

Onderwerp

Bijlage(n)

Het bezwaar van Q-Park Operations Netherlands B.V. te Maastricht tegen het besluit van 31 maart 2020

mevrouw mr. J. Devoi

Geachte mevrouw Blaisse-Verkooijen en dhr. Van der Pol,

Domein Organisatie, Team Juridische Zaken TEL:(045) 56 04 989 FAX: (045) 56 03 953

Bij brief van 21 december 2020 heeft u namens Q-Park Operations Netherlands B.V., gevestigd te Maastricht, (hierna te noemen: Q-Park) (pro forma) bezwaar gemaakt tegen (voor zover thans van belang) het door het college van burgemeester en wethouders van onze gemeente (hierna te noemen: het college) genomen besluit van 31 maart 2020. Besluit Wij hebben besloten om: – het besluit van 31 maart 2020 tot het onze te maken; – het bezwaar van Q-Park tegen dat besluit niet-ontvankelijk te verklaren en – het verzoek van Q-Park om vergoeding van de kosten die zij in verband met de behandeling van dit bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, af te wijzen. Voorgeschiedenis Op 31 maart 2020 heeft het college besloten om het parkeerregime in het centrum van Heerlen tijdelijk aan te passen en wel in die zin dat de gebruiker het eerste uur gratis gebruik kan maken van een straatparkeerplaats in het centrum van Heerlen. Q-Park kan zich met dit besluit niet verenigen en heeft daartegen bij brief van 21 december 2020 bezwaar gemaakt. Die brief is zowel per e-mail als per aangetekende post aan ons verstuurd. De per e-mail verstuurde brief hebben wij ontvangen op 21 december 2020 en de per aangetekende post verzonden brief hebben wij ontvangen op 22 december 2020.

Overwegingen Bevoegdheid In artikel 216 van de Gemeentewet is bepaald dat de raad besluit tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van een gemeentelijke belasting door het vaststellen van een belastingverordening.

Pagina 2/5 Beslissing op bezwaar – kenmerk: BZW.21.00027.001

In artikel 217 van de Gemeentewet is bepaald dat een belastingverordening vermeldt, in de daartoe leidende gevallen, de belastingplichtige, het voorwerp van de belasting, het belastbare feit, de heffingsmaatstaf, het tarief, het tijdstip van ingang van de heffing, het tijdstip van beëindiging van de heffing en hetgeen overigens voor de heffing en de invordering van belang is. In artikel 219, eerste lid, van de Gemeentewet staat dat behalve de gemeentelijke belastingen waarvan de heffing krachtens andere wetten dan deze geschiedt, geen andere belastingen worden geheven dan die bedoeld in de tweede en derde paragraaf van dit hoofdstuk. In artikel 225, eerste lid, van de Gemeentewet staat (voor zover thans van belang) dat in het kader van de parkeerregulering de volgende belastingen kunnen worden geheven: a. een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij de belastingverordening dan wel krachtens de belastingverordening in de daarin aangewezen gevallen door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze. Uit de hierboven nader genoemde artikelen blijkt dat wij bevoegd zijn om het tarief vast te stellen van de belasting die betaald moet worden voor het parkeren van een voertuig op een bij de belastingverordening dan wel krachtens de belastingverordening in de daarin aangewezen gevallen door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze.

Bij het thans bestreden besluit heeft het college bepaald dat het eerste uur straatparkeren in het centrum van Heerlen gratis is. Bij dat besluit is het tarief van de parkeerbelasting voor straatparkeren in het centrum van Heerlen dus opnieuw vastgesteld. Dat is een bevoegdheid die aan ons en dus niet aan het college toekomt. Wij komen dan ook tot de conclusie dat het bestreden besluit onbevoegd is genomen. Ingevolge vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State1 (hierna te noemen: de Afdeling) wordt een aan het primaire besluit klevend bevoegdheidsgebrek geacht te zijn hersteld, wanneer op het bezwaar door het bevoegde orgaan is beslist. Nu deze beslissing op bezwaar door ons wordt genomen, is het aan het bestreden besluit klevende bevoegdheidsgebrek hersteld en maken wij dat besluit tot het onze. Tijdigheid van het bezwaarschrift In artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna te noemen: de Awb) staat dat de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift zes weken bedraagt.

1

Zie onder meer: ECLI:NL:RVS:2018:3681.

Pagina 3/5 Beslissing op bezwaar – kenmerk: BZW.21.00027.001

Volgens artikel 6:8, eerste lid, van de Awb vangt de termijn voor het instellen van bezwaar aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. In artikel 6:9, eerste lid, van de Awb is bepaald dat een bezwaarschrift tijdig is ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. In het tweede lid van dit artikel staat dat bij verzending per post een bezwaarschrift tijdig is ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. Volgens artikel 6:11 van de Awb blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaarschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Zoals gezegd, is op 31 maart 2020 besloten om het parkeerregime in het centrum van Heerlen tijdelijk aan te passen en wel in die zin dat de gebruiker het eerste uur gratis gebruik kan maken van een straatparkeerplaats in het centrum van Heerlen. Bij e-mail van diezelfde datum is Q-Park (om precies te zijn de heer A. Bussink) op de hoogte gesteld van dit besluit. Interparking is overigens ook op 31 maart 2020 per e-mail op de hoogte gesteld van voornoemd besluit. Op 7 april 2020 is feitelijk uitvoering gegeven aan voornoemd besluit.

Vanaf die datum is met behulp van stickers of bebording bij de betaalautomaten aangegeven dat men het eerste uur gratis mag parkeren met een parkeerschijf. Op de websites van de gemeente Heerlen en Heerlen Mijn Stad2 is ook nog melding gemaakt van voornoemd besluit. Onder andere uit de hierboven nader genoemde feiten en omstandigheden blijkt dat Q-Park reeds op 31 maart 2020 bekend was dan wel spoedig daarna (op 7 april 2020) had kunnen zijn met het besluit dat het eerste uur straatparkeren in Heerlen centrum gratis was. Q-Park heeft echter pas bij brief van 21 december 2020 bezwaar gemaakt tegen dat besluit. Dat is ruim 37 danwel 36 weken nadat zij op de hoogte is geraakt van dat besluit. Wij stellen ons dan ook op het standpunt dat dit bezwaar te laat is ingediend. Bij brief van 21 december 2020 heeft Q-park reeds aangegeven waarom zij eerst bij die brief bezwaar maakt tegen het besluit van 31 maart 2020. Q-Park heeft daarvoor als reden genoemd dat zij met dat besluit bekend is geraakt na kennisname van de beslissing op bezwaar van 8 december 2020 van het college van burgemeester en wethouders op haar bezwaar van 29 september 2020. Dat bezwaar was gericht tegen het Aanwijzingsbesluit van burgemeester en wethouders van Heerlen houdende bepalingen met betrekking tot betaald en vergunning parkeren3.

https://heerlenmijnstad.nl/nieuws/eerste-uur-gratis-parkeren-in-heerlen-centrum. Dit besluit is genomen op 7 april 2020 en op 15 april 20201 gepubliceerd in het Gemeenteblad onder nr. 96608. 2 3

Pagina 4/5 Beslissing op bezwaar – kenmerk: BZW.21.00027.001

Wij kunnen Q-Park echter niet volgen in haar stelling dat zij eerst na kennisname van de beslissing op bezwaar van 8 december 2020 bekend is geraakt met het besluit van 31 maart 2020. Uit (onder andere) hetgeen wij hierboven hebben overwogen, blijkt immers dat Q-Park reeds op die datum per e-mail in kennis is gesteld van dat besluit. Op basis van hetgeen wij hierboven hebben overwogen, zijn wij van mening dat QPark te laat bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit van 31 maart 2020 en dat die termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. Type besluit In artikel 8:1 van de Awb staat dat een belanghebbende tegen een besluit beroep kan instellen bij de bestuursrechter. In artikel 8:3, eerste lid, van de Awb staat dat geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit inhoudende een algemeen verbindend voorschrift of een beleidsregel. Uit artikel 7:1, eerste lid, van de Awb volgt dat degene aan wie het recht is toegekend beroep bij een bestuursrechter in te stellen, alvorens beroep in te stellen bezwaar dient te maken. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling4 is een algemeen verbindend voorschrift een naar buiten werkende, voor de daarbij betrokkenen bindende regel, uitgegaan van het openbaar gezag dat de bevoegdheid daartoe aan de wet ontleent.

Een algemeen verbindend voorschrift onderscheidt zich van andere besluiten doordat het algemene abstracte regels bevat, die zich zonder nadere normering voor herhaalde concrete toepassing lenen. Onder een "norm" wordt naar gangbaar Nederlands taalgebruik verstaan: een manier van handelen waarnaar een categorie van personen zich kan of moet richten. Een concretiserend besluit waarin nader naar plaats, tijd of object de toepassing van een in een algemeen verbindend voorschrift besloten liggende norm wordt bepaald, is geen algemeen verbindend voorschrift, maar een concretiserend besluit van algemene strekking. Anders dan tegen een algemeen verbindend voorschrift staat tegen een concretiserend besluit van algemene strekking bezwaar en beroep open. Het besluit van 31 maart 2020 strekt tot het nader vaststellen van het belastingtarief voor straatparkeren in het centrum van Heerlen. De bevoegdheid om dat tarief vast te stellen is, zoals gezegd, bij de Gemeentewet (meer specifiek artikel 216 juncto artikel 225 van die wet) aan ons toegekend. Bij voornoemd besluit wordt een zelfstandige norm vastgesteld (de hoogte van de verschuldigde parkeerbelasting) die geldt voor iedereen die zijn auto in Heerlen centrum op straat parkeert en die zich leent voor herhaalde toepassing.

Gelet op dit alles, zijn wij van mening dat het besluit van 31 mei 2020 is aan te merken als een algemeen verbindende voorschrift. Het feit dat Q-Park per e-mail van 31 maart 2020 op de 4

Zie onder meer: ECLI:NL:RVS:2014:3465 en ECLI:NL:RVS:2020:1067.

Pagina 5/5 Beslissing op bezwaar – kenmerk: BZW.21.00027.001

hoogste is gesteld van dit besluit, doet niet af aan het karkater algemeen verbindend voorschrift. Tegen algemeen verbindende voorschriften kan, gelet op het bepaalde in artikel 8:3, aanhef en onder a, van de Awb, gelezen in samenhang met artikel 7:1 van de Awb, geen rechtsmiddel worden aangewend. Ontvankelijkheid Om bovenstaande redenen verklaren wij het bezwaar van Q-Park tegen het besluit van 31 maart 2020 niet-ontvankelijk. Dat betekent dat er niet wordt toegekomen aan een inhoudelijke beoordeling van het bezwaar van Q-Park. Nu de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar van Q-Park, gezien het bovenstaande, kennelijk is, wordt, met toepassing van artikel 7:3, aanhef en onder a, van de Awb, afgezien van het horen van Q-Park. Kosten Q-Park heeft verzocht om vergoeding van de kosten die zij in verband met de behandeling van dit bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken. In artikel 7:15, tweede lid, van de Awb is bepaald dat de kosten, die de belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, door het bestuursorgaan uitsluitend worden vergoed op verzoek van de belanghebbende voorzover het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.

Nu het bestreden besluit niet wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid, is er geen reden om het verzoek van Q-Park om vergoeding van de kosten die zij in verband met de behandeling van dit bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, toe te wijzen. Het daartoe strekkende verzoek wordt dan ook afgewezen. Beroep Tegen dit besluit kunnen belanghebbenden binnen zes weken na datum verzending beroep instellen bij de rechtbank Limburg, ter attentie van de Sector Bestuursrecht, Postbus 950, 6040 AZ in Roermond. Belanghebbenden kunnen ook digitaal beroep instellen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor dienen zij wel te beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden. Hoogachtend, De raad van de gemeente Heerlen,

de griffier

de voorzitter

drs. T.W. Zwemmer

drs. R. Wever

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerlen&id=8e4beaa1-7b2a-4710-a952-4c315fbb8f11