CConstaterende datHeerlen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 bij nieuw aangepast raadsvoorstel: beslissing op bezwaar tegen de coronamaatregelen - aangepaste versie ivm nieuw bezwaar_3.docx.pdf

(oud) Commissie Maatschappij en Financiën 14 januari 2021, gemeente HeerlenBij agendapunt: Instemmen met beslissing op het bezwaar van Q-Park waarbij de belastingtarieven voor straatparkeren in het centrum van Heerlen nader zijn vastgesteld1.822 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Pot Jonker Advocaten N.V. T.a.v. mevrouw mr. B.J.H. Blaisse-Verkooijen, dhr. mr. O.L. Van der Pol Postbus 280 2000 AG

2000AG280

Uw kenmerk

D105551

Datum

DATUM Ons kenmerk

BZW.20.00865.001 en BZW.20.01055.001 Bijlage(n)

Onderwerp

De bezwaren van Q-Park Operations Netherlands B.V. te Maastricht tegen de besluiten van 16 september 2020 en 14 oktober 2020 (bekrachtigd op 10 november 2020)

mevrouw mr. J. Devoi

Geachte mevrouw Blaisse-Verkooijen en meneer Van der Pol,

Domein Organisatie, Team Juridische Zaken TEL:(045) 56 04 989 FAX: (045) 56 03 953

Bij brief van 29 september 2020 heeft u namens Q-Park Operations Netherlands B.V., gevestigd te Maastricht, (hierna te noemen: Q-Park) (pro forma) bezwaar gemaakt tegen het door het college van burgemeester en wethouders van onze gemeente (hierna te noemen: het college) genomen besluit van 16 september 2020. Bij dat besluit is de korting naar aanleiding van corona op het eerste uur betaald straatparkeren in Heerlen-centrum teruggebracht naar 50%, waardoor straatparkeerders het eerste uur € 1,-- betalen. Bij brief van 23 oktober 2020 heeft u de gronden van het bezwaar van Q-Park aangevuld. Op 10 november 2020 heeft het college het door haar genomen besluit van 14 oktober 2020 bekrachtigd. Bij dat (laatste) besluit is het tijdelijke parkeerregime waarbij de gebruiker het eerste uur gratis gebruik kan maken van een straatparkeerplaats in het centrum van Heerlen, geherintroduceerd. Bij brief van 21 december 2020 heeft u (voor zover thans van belang) nogmaals namens Q-Park (pro forma) bezwaar gemaakt tegen onze besluiten van 16 september 2020 en 14 oktober 2020.

Besluit Wij hebben besloten om: – de besluiten van 16 september 2020 en 14 oktober 2020 (bekrachtigd op 10 november 2020) tot de onze te maken; – de bezwaren van Q-Park tegen die besluiten niet-ontvankelijk te verklaren en – het verzoek van Q-Park om vergoeding van de kosten die zij in verband met de behandeling van de onderhavige bezwaren redelijkerwijs heeft moeten maken, af te wijzen.

Pagina 2/5 Beslissing op bezwaar – Kenmerk BZW.20.00865.001 en BZW.20.001055.001

Overwegingen Omvang van het geding In artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna te noemen: de Awb) staat dat het bezwaar of beroep van rechtswege mede betrekking heeft op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben. Bij brief van 29 september 2020 heeft Q-Park bezwaar gemaakt tegen het besluit van 16 september 2020. Bij dat besluit is, zoals gezegd, besloten om de korting naar aanleiding van corona op het eerste uur betaald straatparkeren in Heerlencentrum terug te brengen naar 50%, waardoor straatparkeerders het eerste uur € 1,-- betalen. Bij brief van 16 september 2020 is Q-Park van dit besluit op de hoogte gebracht. Op 16 november 2020 bent u (per e-mail) in kennis gesteld van het feit dat op 10 november 2020 het besluit van 14 oktober 2020 is bekrachtigd. Bij dat (laatste) besluit is het tijdelijke parkeerregime waarbij de gebruiker het eerste uur gratis gebruik kan maken van een straatparkeerplaats in het centrum van Heerlen, geherintroduceerd. Beide besluiten zijn op 23 november 2020 gepubliceerd in het Gemeenteblad onder nr. 306097.

Zoals u reeds bij e-mail van 18 november 2020 is bericht, wordt het bezwaar van Q-Park tegen het besluit van 16 september 2020, op grond van artikel 6:19 van de Awb, van rechtswege geacht mede gericht te zijn tegen het besluit van 14 oktober 2020 (bekrachtigd op 10 november 2020). De besluiten van 16 september 2020 en 14 oktober 2020 (bekrachtigd op 10 november 2020) worden hierna gezamenlijk aangeduid als: de bestreden besluiten. Bevoegdheid In artikel 216 van de Gemeentewet is bepaald dat de raad besluit tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van een gemeentelijke belasting door het vaststellen van een belastingverordening. In artikel 217 van de Gemeentewet is bepaald dat een belastingverordening vermeldt, in de daartoe leidende gevallen, de belastingplichtige, het voorwerp van de belasting, het belastbare feit, de heffingsmaatstaf, het tarief, het tijdstip van ingang van de heffing, het tijdstip van beëindiging van de heffing en hetgeen overigens voor de heffing en de invordering van belang is. In artikel 219, eerste lid, van de Gemeentewet staat dat behalve de gemeentelijke belastingen waarvan de heffing krachtens andere wetten dan deze geschiedt, geen

Pagina 3/5 Beslissing op bezwaar – Kenmerk BZW.20.00865.001 en BZW.20.001055.001

andere belastingen worden geheven dan die bedoeld in de tweede en derde paragraaf van dit hoofdstuk. In artikel 225, eerste lid, van de Gemeentewet staat (voor zover thans van belang) dat in het kader van de parkeerregulering de volgende belastingen kunnen worden geheven: a. een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij de belastingverordening dan wel krachtens de belastingverordening in de daarin aangewezen gevallen door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze. Uit de hierboven nader genoemde artikelen blijkt dat wij bevoegd zijn om het tarief vast te stellen van de belasting die betaald moet worden voor het parkeren van een voertuig op een bij de belastingverordening dan wel krachtens de belastingverordening in de daarin aangewezen gevallen door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze. Bij de bestreden besluiten is het tarief van de parkeerbelasting voor het eerste uur straatparkeren in het centrum van Heerlen gehalveerd en op € 1,-- per uur gezet1 (het besluit van 16 september 2020) dan wel op nihil gezet (het besluit van 14 oktober 2020). Bij deze besluiten is het tarief van de parkeerbelasting voor straatparkeren in het centrum van Heerlen dus opnieuw vastgesteld. Dat is een bevoegdheid die aan ons en dus niet aan het college toekomt. Wij komen dan ook tot de conclusie dat de bestreden besluiten onbevoegd zijn genomen.

Ingevolge vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State2 (hierna te noemen: de Afdeling) wordt een aan het primaire besluit klevend bevoegdheidsgebrek geacht te zijn hersteld, wanneer op het bezwaar door het bevoegde orgaan is beslist. Nu deze beslissing op bezwaar door ons wordt genomen, zijn de aan de bestreden besluiten klevende bevoegdheidsgebreken hersteld. Nu wij een beslissing nemen op het bezwaar van Q-park tegen de bestreden besluiten, zijn de aan die besluiten klevende bevoegdheidsgebreken hersteld en maken wij die besluiten tot de onze. Type besluit In artikel 8:1 van de Awb staat dat een belanghebbende tegen een besluit beroep kan instellen bij de bestuursrechter. In artikel 8:3, eerste lid, van de Awb staat dat geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit inhoudende een algemeen verbindend voorschrift of een beleidsregel.

1 2

Het reguliere tarief voor straatparkeren in het centrum van Heerlen bedraagt € 2,-- per uur. Zie onder meer: ECLI:NL:RVS:2018:3681.

Pagina 4/5 Beslissing op bezwaar – Kenmerk BZW.20.00865.001 en BZW.20.001055.001

Uit artikel 7:1, eerste lid, van de Awb volgt dat degene aan wie het recht is toegekend beroep bij een bestuursrechter in te stellen, alvorens beroep in te stellen bezwaar dient te maken. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling3 is een algemeen verbindend voorschrift een naar buiten werkende, voor de daarbij betrokkenen bindende regel, uitgegaan van het openbaar gezag dat de bevoegdheid daartoe aan de wet ontleent. Een algemeen verbindend voorschrift onderscheidt zich van andere besluiten doordat het algemene abstracte regels bevat, die zich zonder nadere normering voor herhaalde concrete toepassing lenen. Onder een "norm" wordt naar gangbaar Nederlands taalgebruik verstaan: een manier van handelen waarnaar een categorie van personen zich kan of moet richten. Een concretiserend besluit waarin nader naar plaats, tijd of object de toepassing van een in een algemeen verbindend voorschrift besloten liggende norm wordt bepaald, is geen algemeen verbindend voorschrift, maar een concretiserend besluit van algemene strekking. Anders dan tegen een algemeen verbindend voorschrift staat tegen een concretiserend besluit van algemene strekking bezwaar en beroep open. De bestreden besluiten strekken tot het vaststellen van het belastingtarief voor het straatparkeren in het centrum van Heerlen.

De bevoegdheid om dat tarief vast te stellen is, zoals gezegd, bij de Gemeentewet (meer specifiek artikel 216 juncto artikel 225 van die wet) aan ons toegekend. Bij voornoemde besluiten wordt een zelfstandige norm vastgesteld (de hoogte van de verschuldigde parkeerbelasting) die geldt voor iedereen die zijn auto in Heerlen centrum op straat parkeert en die zich leent voor herhaalde toepassing. Gelet op dit alles, zijn wij van mening dat de bestreden besluiten allebei zijn aan te merken als algemeen verbindende voorschriften. Het feit dat de bestreden besluiten, bij brief van 16 september 2020 en e-mail van 16 november 2020, aan Q-Park respectievelijk u bekend zijn gemaakt, doet niet af aan het karkater algemeen verbindend voorschrift van die besluiten. Tegen algemeen verbindende voorschriften kan, gelet op het bepaalde in artikel 8:3, aanhef en onder a, van de Awb, gelezen in samenhang met artikel 7:1 van de Awb, geen rechtsmiddel worden aangewend. Om deze reden worden de bezwaren van Q-Park tegen de bestreden besluiten dan ook niet-ontvankelijk verklaard. Dat betekent dat er niet wordt toegekomen aan een inhoudelijke beoordeling van de bezwaren van Q-Park. Nu de niet-ontvankelijkheid van de bezwaren van Q-Park kennelijk is, wordt, met toepassing van artikel 7:3, aanhef en onder a, van de Awb4, afgezien van het horen van Q-Park.

Zie onder meer: ECLI:NL:RVS:2014:3465 en ECLI:NL:RVS:2020:1067. Ingevolge deze bepaling kan van het horen van een belanghebbende worden afgezien indien het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is. 3 4

Pagina 5/5 Beslissing op bezwaar – Kenmerk BZW.20.00865.001 en BZW.20.001055.001

Kosten Q-Park heeft verzocht om vergoeding van de kosten die zij in verband met de behandeling van de onderhavige bezwaren redelijkerwijs heeft moeten maken. In artikel 7:15, tweede lid, van de Awb is bepaald dat de kosten, die de belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, door het bestuursorgaan uitsluitend worden vergoed op verzoek van de belanghebbende voorzover het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. Nu de bestreden besluiten niet worden herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid, is er geen reden om het verzoek van Q-Park om vergoeding van de kosten die zij in verband met de behandeling van deze bezwaren redelijkerwijs heeft moeten maken, toe te wijzen. Het daartoe strekkende verzoek wordt dan ook afgewezen. Beroep Tegen dit besluit kunnen belanghebbenden binnen zes weken na datum verzending beroep instellen bij de rechtbank Limburg, ter attentie van de Sector Bestuursrecht, Postbus 950, 6040 AZ in Roermond. Belanghebbenden kunnen ook digitaal beroep instellen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor dienen zij wel te beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden. Hoogachtend, De raad van de gemeente Heerlen,

de griffier drs. T.W. Zwemmer

de voorzitter drs. R. Wever

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerlen&id=c311aef5-aa8a-4845-b742-dfaa43bdef9c