Bijlage 2 aanvullend onderzoek anoniem__91461__
Tekst van het document
Aanvullend onderzoek 4 woningen Schelsberg Heerlen
COLOFON Aanvullend onderzoek 4 woningen Schelsberg Heerlen OPDRACHTNEMER
idverde Advies Eci 10 6041 MA Roermond T 0475 745237 E adviesroermond@idverde.nl
OPGESTELD DOOR
Fionne Kiggen & Nina Pigmans
VRIJGEGEVEN DOOR
David van Iersel
Opdrachtgever
Gemeente Heerlen Domein Ruimte Team Vastgoed t.a.v. Alice Bremen Postbus 1 6400 AA Heerlen
Projectnummer Status VERSIE DATUM
724220036 Definitief 1.0 28-11-2022
In deze rapportage is gebruik gemaakt van gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Op deze gegevens rusten auteursrechten. Het schriftelijk of digitaal delen of publiceren van (een deel van) de gegevens uit de NDFF is niet toegestaan zonder toestemming van BIJ12, uitgezonderd aan bevoegd gezag in het kader van een vrijstellings- of ontheffingsprocedure of voor intern gebruik van de opdrachtgever voor de duur van het betreffende project. idverde Advies bv is niet aansprakelijk voor vervolgschade, alsmede schade die voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van de werkzaamheden, kaartmateriaal inclusief getoonde begrenzingen of andere gegevens verkregen van idverde Advies bv. De opdracht gever vrijwaart idverde Advies bv voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. idverde Advies bv is lid van het Netwerk Groene Bureaus, brancheorganisatie voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging van ecologische adviesbureaus. Hierdoor zijn wij goed op de hoogte van de nieuwste ontwikkeling op het gebied van ecologie en wetgeving. Door de inzet van conform de wet ter zake kundige ecologen, waarborgen wij daarnaast onze onderzoekskwaliteit. Omdat ecologisch (veld)onderzoek een momentopname is, kan aanwezigheid van beschermde soorten soms niet worden uitgesloten of bevestigd. Daarnaast is de natuurwetgeving aan verandering en jurisprudentie onderhevig.
idverde Advies bv is niet aansprakelijk voor de gevolgen van onverwacht verschijnende of verdwijnende flora of fauna, noch voor de gevolgen van veranderende wetgeving of jurisprudentie.
2
AANVULLEND ONDERZOEK SOORTENBESCHERMING 4 WONINGEN SCHELSBERG HEERLEN
INHOUDSOPGAVE COLOFON
2
1
4
INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Wettelijke bescherming 1.3 Afbakening onderzoek & houtopstanden 1.4 Leeswijzer
2
PLANGEBIED EN VOORGENOMEN INGREPEN
3
WERKWIJZE 3.1 Soortgericht onderzoek 3.1.1 Vleermuizen 3.1.2 Huismussen
4
3
10 10 11 11 11 12
13 13 13 14 14
CONCLUSIE & ADVIES 6.1 Vervolg traject 6.2 Mitigerende maatregelen 6.3 Vervolgstappen
7
8 8 8 9
TOETSING AAN DE WET NATUURBESCHERMING 5.1 Broedvogels (Vogelrichtlijn, artikel 3.1) 5.2 Vleermuizen ( Habitatrichtlijn, artikel 3.5) 5.3 Steenmarter 5.4 Algemene zorgplicht (artikel 1.11)
6
6
BESCHRIJVING ONDERZOEKSRESULTATEN 4.1 Samenvatting Quickscan 4.2 Aanvullend onderzoeksresultaten huismus 4.3 Aanvullend onderzoeksresultaten vleermuis 4.4 Steenmarter 4.5 Samenvattend
5
4 4 4 5
LITERATUURLIJST
AANVULLEND ONDERZOEK SOORTENBESCHERMING 4 WONINGEN SCHELSBERG HEERLEN
15 15 15 15
16
1 Inleiding 1.1
Aanleiding
De gemeente Heerlen is voornemens om 4 woningen te slopen aan de Schelsberg te Heerlen. Het betreffen de woningen met huisnummer 9, 11, 13, 15. De woningen zijn oud en twee zijn gelegen onder hoogspanningsmasten. Alvorens deze werkzaamheden kunnen worden gerealiseerd dient te worden onderzocht of hier mogelijk beschermde soorten kunnen voorkomen. Voor het uitvoeren van ruimtelijke ingrepen en ontwikkelingen, verplicht de Wet natuurbescherming de bestaande natuurwaarden in kaart te brengen en indien nodig passende maatregelen te treffen voor het beschermen en in stand houden van bij wet beschermde soorten. Om deze reden is een ecologisch onderzoek uitgevoerd. Het plangebied is beoordeeld op de aanwezigheid van en betekenis voor beschermde planten- en diersoorten.
1.2
Wettelijke bescherming
Wetgeving De bescherming van soorten en hun leefgebieden is geregeld in de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn en op nationaal niveau verankerd in de Wet natuurbescherming (hier na Wnb genoemd). Enerzijds richt de Wnb zich op de bescherming van daartoe aangewezen gebieden. Deze gebieden bestaan uit Natura 2000-gebieden en bijzondere nationale natuurgebieden. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor de Europese natuurgebieden die bescherming genieten onder de Vogel- en Habitatrichtlijn. Activiteiten die schade toebrengen aan de beschermde natuur in deze gebieden zijn verboden. Anderzijds richt de wet zich op de bescherming en het behoud van in het wild levende plant- en diersoorten binnen en buiten de beschermde toegebracht, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan (in de vorm van een vrijstelling of verleende ontheffing). In de Wet natuurbescherming wordt onderscheid gemaakt in een drietal beschermingsregimes (Bijlage I). In verband met handelingen die betrekking hebben op de uitvoering van ruimtelijke inrichting of -ontwikkeling, is het toegestaan om de soorten genoemd in tabel 1 de vaste voortplantings- en rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen.
Tabel 1 Vrijgestelde soorten provincie Limburg Soort Bruine kikker Hermelijn Gewone pad Huisspitsmuis Kleine watersalamander Konijn Meerkikker bastaardkikker Woelrat Ondergrondse woelmuis Aardmuis Ree Bosmuis Rosse woelmuis Bunzing Tweekleurige bosspitsmuis Dwergmuis dwergspitsmuis Veldmuis Egel 1. Vrijgesteld in april en maart en van juli t/m november 2. Vrijgesteld vanaf 15 augustus t/m februari 3. Vrijgesteld van juli t/m september 4. Vrijgesteld van 15 augustus t/m 15 oktober
1.3
Gewone bosspitsmuis Haas Vos Wezel Eekhoorn1 Steenmarter2 Hazelworm3 Levendbarende hagedis4
Afbakening onderzoek & houtopstanden
De Wet natuurbescherming (Wnb) beschermt naast soorten, ook natuurgebieden en houtopstanden. Het plangebied ligt op 1,5 km afstand van het Natura 2000-gebied ,8 km afstand van het Natura 2000Geleenbeekdal . Deze Natura 2000-gebieden zijn beschermd onder het gebiedsbeschermingsdeel van de Wnb. Vanwege de kleinschalige aard en ligging van de voorgenomen ingreep, is het voor verstoringsfactoren redelijkerwijs uitgesloten dat deze negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van genoemde Natura-2000 gebieden zullen hebben. Naast de Wet natuurbescherming kan natuur ook onder de planologische gebiedsbescherming vallen: het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Doordat het plangebied niet binnen het NNN valt en door de geringe omvang van de voorgenomen ontwikkeling kan op voorhand worden aangenomen dat er geen aantasting van wezenlijke kenmerken en waarden van de NNNgebieden plaatsvindt. Daarom is het onderdeel planologische gebiedsbescherming niet aan de orde. Hier nog even benoemen dat er al een quickscan (inclusief projectnummer) is uitgevoerd. 4
AANVULLEND ONDERZOEK SOORTENBESCHERMING 4 WONINGEN SCHELSBERG HEERLEN
1.4
Leeswijzer
De ligging en begrenzing van het plangebied en de voorgenomen ingrepen zijn hieronder beschreven in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 is de onderzoeksmethode beschreven. In hoofdstuk 4 zijn de mogelijk aanwezige (beschermde) soorten beschreven en in hoofdstuk 5 is voor de mogelijk aanwezige beschermde soorten een effectenbeoordeling uitgevoerd. In hoofdstuk 6 zijn de conclusie en het advies beschreven. Tot slot is de geraadpleegde literatuur in hoofdstuk 7 opgenomen.
5
AANVULLEND ONDERZOEK SOORTENBESCHERMING 4 WONINGEN SCHELSBERG HEERLEN
2 Plangebied en voorgenomen ingrepen Het voornemen van de Gemeente Heerlen is om in 2022, vier woningen aan de Schelsberg te slopen. Dit betreffen de woningen met huisnummer 9, 11, 13 & 15 (figuur 2.1 t/m 2.4). De woningen met huisnummer 7 en 9 blijven staan en deze zijn bewoond. Ook twee van de te slopen woningen zijn nog bewoond. Dit zijn nummer 11 en 15. De woningen zijn oud en in een vervallen staat. Het houtwerk is erg slecht met rotte plekken. Ook staan er achter de woningen twee hoogspanningsmasten. De woningen zijn voorzien van pannendaken. Deze daken zijn echter wel goed onderhouden, waardoor geen pannen ontbreken of gaten in de pannen aanwezig zijn. In de muren, onder de dakrand en in het houtwerk bevinden zich wel enkele openingen. De buitenruimtes van de woningen zijn voor het merendeel betegeld met hier en daar wat groen (figuur 2.5). De woningen zijn gelegen binnen de bebouwde kom. Aan de noordzijde van deze woningen bevindt zich de Wickraderweg. In het noordoosten ligt een autogarage en in het oosten een grasveld met hier en daar een struik of een groepje struiken. Ten zuiden achter de woningen staan bomen. Ook loopt er een fietspad met straatverlichting en stromende beek. Het fietspad en de beek lopen door naar het westen door een bebost gebied (figuur 2.5).
Figuur 2.1 Huisnummer 9
Figuur 2.2 Huisnummer 11
Figuur 2.1 Huisnummer 9
Figuur 2.3 Huisnummer 13 (links) en 15 (rechts) 6
Figuur 2.4 Achteraanzicht van de te slopen woningen
AANVULLEND ONDERZOEK SOORTENBESCHERMING 4 WONINGEN SCHELSBERG HEERLEN
Figuur 2.5: Ligging plangebied.
7
AANVULLEND ONDERZOEK SOORTENBESCHERMING 4 WONINGEN SCHELSBERG HEERLEN
3 Werkwijze Uit de Quickscan blijkt dat vleermuizen en de huismus aanvullend onderzocht moeten worden. In dit hoofdstuk is kort de werkwijze van dit aanvullend onderzoek per soort(groep) toegelicht. 3.1 Soortgericht onderzoek Hieronder wordt per soortgroep de methode van inventarisatie nader beschreven. Bij het uitvoeren van onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten en de functionaliteit van het leefgebied is gewerkt volgens de richtlijnen in de voor de verschillende soorten opgestelde kennisdocumenten van BIJ12 en het landelijk vastgestelde vleermuisprotocol (opgesteld door Gegevensautoriteit Natuur, Zoogdiervereniging en Netwerk Groene Bureaus, 2021).
3.1.1 Vleermuizen Het onderzoek naar vleermuizen is uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol 2021 (opgesteld door Gegevensautoriteit Natuur, Zoogdiervereniging en Netwerk Groene Bureaus). Dit protocol wordt door bevoegd gezag gezien als leidende onderzoeksmethode voor het toetsen van de werkzaamheden aan de Wnb. Door het werken volgens het protocol zijn de resultaten van het onderzoek direct geschikt voor het aanvragen van een eventueel benodigde ontheffing van de Wnb. Onderstaand is toegelicht hoe het onderzoek is uitgevoerd. Tijdens het onderzoek is beoordeeld in hoeverre het plangebied een functie heeft als vaste rust- en verblijfplaats voor vleermuizen en in hoeverre deze een onderdeel vormt van essentieel foerageergebied. Met behulp van een batdetector zijn de vleermuisgeluiden van hoge frequentie voor het menselijk oor hoorbaar gemaakt. Aan de hand van deze geluiden (elke vleermuissoort heeft een eigen frequentie) is de soort gedetermineerd. Vleermuizen maken gedurende het jaar gebruik van verschillende typen vaste rust- en verblijfplaatsen. Omdat de functies van de verblijfplaatsen gebonden zijn aan specifieke periodes van het jaar, gelden verschillende onderzoeksperioden. Onderstaand zijn deze functies en (indicatieve) onderzoeksperioden weergegeven.
Daarbij is rekening gehouden met de perioden van de soorten vleermuizen die in de omgeving voorkomen/te verwachten zijn (in ieder geval: gewone- en ruige dwergvleermuis en laatvlieger). Winterverblijfplaats: in gebruik van half oktober tot en met maart (indicatief), onderzoek kort na de winter (maart/april, afhankelijk van de weersomstandigheden) en voor de gewone dwergvleermuis in de zwermperiode (1 augustus-10 september). Zomerverblijfplaats: 15 april - 15 augustus, waarvan 1 bezoek in de kraamperiode Kraamverblijfplaats: 15 mei - 15 juli Paarverblijfplaats: 15 augustus - 1 oktober Foerageergebied: 15 april - 1 oktober, waarvan 1 bezoek in de kraamperiode Voor alle typen verblijfplaatsen en foerageergebied zijn minimaal twee veldbezoeken nodig om de aanwezigheid ervan aan te tonen, dan wel uit te sluiten. Vanwege overlap in perioden kan onderzoek naar verschillende typen verblijven/functies worden gecombineerd. De veldbezoeken voor de zomer- en kraamverblijven zijn gecombineerd uitgevoerd. Onderzoek naar foerageergebied heeft overlap met alle relevante typen verblijfplaatsen. Alle veldbezoeken zijn uitgevoerd rondom de schemering en bij duisternis. In de avondschemering kunnen uitvliegende dieren worden vastgesteld, en in de ochtendschemering invliegende dieren.
Het bovenstaande volgend, inclusief de specifieke aandachtspunten per soort, zijn de volgende veldbezoeken uitgevoerd (tabel 2): Drie Twee veldbezoeken in de periode 15 augustus - 1 okt Alle uitvoerende ecologen hebben tijdens de uitvoering van alle veldbezoeken gebruik gemaakt van een batdetector, verrekijker en zaklamp. Hierbij is gebruik gemaakt van de volgende typen: Bat-detector: Pettersson D240x Verrekijker: Vogelbescherming type Stern, 8x42 8
AANVULLEND ONDERZOEK SOORTENBESCHERMING 4 WONINGEN SCHELSBERG HEERLEN
Zaklamp: Fenix PD36R Tabel 2. Overzicht van de uitgevoerde veldbezoeken naar vleermuizen. Ronde
Datum
Tijd
Waarnemer
Weersomstandigheden
1, zomeren kraamverblijfplaats 2, kraamverblijfplaats
16-05-2022
21:15-23:15
07-06-2022
21:50-23:50
3, zomerverblijfplaats
17-06-2022
03:15-05:15
4, paarverblijfplaats
25-08-2022
20:50-22:50
Fionne Kiggen Nina Pigmans Fionne Kiggen Nina Pigmans Fionne Kiggen Glenn Gijzen Nina Pigmans
5, paarverblijfplaats
21-09-2022
19:50-21:50
Helder, droog en 16 graden met 1 bft Bewolkt, droog en 15 graden met 1 bft Half bewolkt, droog en 22 graden met 1 bft Helder, droog en 26 graden met 1 bft Half bewolkt, droog en 12 graden met 1 bft
Nina Pigmans Niels van Stiphout
3.1.2 Huismussen Ten behoeve van huismus zijn conform het kennisdocument ´huismus´ twee bezoeken nodig in de periode 1 april 15 mei (tabel 3). Gelet is op territorium- en nest-indicerende waarnemingen. Specifiek is gelet op zingende mannetjes, nestvondsten (uitstekend nestmateriaal en roepende jongen) en transport van voedsel of nestmateriaal. Tabel 3. Overzicht van de uitgevoerde veldbezoeken naar huismussen.
9
Datum
Tijd
Waarnemer
Weersomstandigheden
14-4-2022
8:30-11:30
29-04-2022
9:00-12:00
Nina Pigmans Fionne Kiggen Nina Pigmans
Licht bewolkt, droog en 11 graden met 3 bft Bewolkt, droog en 12 graden met 2 bft
AANVULLEND ONDERZOEK SOORTENBESCHERMING 4 WONINGEN SCHELSBERG HEERLEN
4 Beschrijving onderzoeksresultaten 4.1
Samenvatting Quickscan
De verspreidingsgegevens en het oriënterend veldbezoek geven voldoende duidelijk beeld van het (mogelijk) voorkomen van, jaarrond beschermde nesten (vogels), vleermuizen, grondgebonden zoogdieren, vissen, amfibieën, ongewervelde en vaatplanten. Voor grondgebonden zoogdieren, gierzwaluw, vissen, amfibieën, ongewervelde en vaatplanten kon op voorhand worden uitgesloten dat als gevolg van de werkzaamheden negatieve effecten optreden tijdens de werkzaamheden mits de mitigerende maatregelen worden uitgevoerd. Hiervoor is verder geen vervolgonderzoek noodzakelijk en kunnen de werkzaamheden zonder een negatief effect op de verbodsbepalingen van Wet natuurbescherming worden uitgevoerd. Voor alle inheemse soorten, vleermuizen, huismussen en algemene broedvogels kon niet worden uitgesloten dat de ingreep verstorend is (tabel 4). Hiervoor is het aanvullend onderzoek nodig. Tabel 4. Overzicht van de te nemen vervolgstappen. Soortgroep Grondgebonden zoogdieren
Ingreep verstorend Mogelijk
Vervolgonderzoek noodzakelijk Nee
Vleermuizen
Mogelijk
Ja
Vogels met jaarrond beschermde nesten
Mogelijk
Ja
Algemene broedvogels
Mogelijk , indien in de broedperiode werkzaamheden worden uitgevoerd Mogelijk
Nee
Vissen
Nee
Nee
Werkzaamheden buiten het broedseizoen uitvoeren (werk uitvoeren buiten maart t/m juli). Indien binnen broedperiode gewerkt wordt; ecologische begeleiding deskundig ecoloog en inzet gedragscode soortbescherming gemeenten Werkzaamheden buiten het broedseizoen uitvoeren (werk uitvoeren buiten maart t/m juli). Indien binnen broedperiode gewerkt wordt; ecologische begeleiding deskundig ecoloog. Voldoen aan de zorgplicht voor algemene soorten (bijv. veldmuis). Geen
Amfibieën
Nee
Nee
Geen
Nee
Ongewervelde
Nee
Nee
Geen
Nee
Vaatplanten
Nee
Nee
Geen
Nee
Algemene vrijgestelde soorten
10
Nee
Mitigerende maatregelen Rekening houden met de zorgplicht Afhankelijk van resultaten aanvullend onderzoek
huismussen
AANVULLEND ONDERZOEK SOORTENBESCHERMING 4 WONINGEN SCHELSBERG HEERLEN
Ontheffing nodig Nee Afhankelijk van aanvullend onderzoek Afhankelijk van aanvullend onderzoek
Nee
Nee Nee
4.2
Aanvullend onderzoeksresultaten huismus
Tijdens de veldbezoeken op 14 en 29 april 2022 zijn er geen huismussen waargenomen. Er zijn geen nesten/verblijfplaatsen waargenomen van de huismus. Aanwezigheid van de huismus binnen en rondom het plangebied kan worden uitgesloten.
4.3
Aanvullend onderzoeksresultaten vleermuis
Tijdens het 1e veldbezoek op 16 mei 2022 is een uitvliegende gewone dwergvleermuis waargenomen, vanaf moment uitvliegen is 10 minuten gepost. Het gaat hier om een zomerverblijfplaats. De uitvliegende gewone dwergvleermuis is waargenomen bij de dakkapel van het huis met huisnummer 11 (figuur 4.1 en 4.2). Daarna zijn geen zomer-, kraam- of paarverblijfplaatsen meer gevonden. Daarnaast is er ook geen essentieel foerageergebied en/ of vliegroute aanwezig binnen het plangebied.
Figuur 4.1: Huisnummer 11, rode kruis de locatie waar de gewone dwergvleermuis uitvloog tijdens het velbezoek op 16 mei 2022.
Figuur 4.2: rood omkaderd de locatie uitvliegende gewone dwergvleermuis.
4.4
Steenmarter
Tijdens het veldbezoek op 16 mei 2022 is een steenmarter waargenomen. De steenmarter kwam vanuit noordwestelijke richting, Wickraderweg. Vervolgens ging het dier in westelijke richting, de tuin van de woning aan de Schelsberg nummer 17 in. Waarschijnlijk is het plangebied onderdeel van het foerageergebied van de steenmarter. 11
AANVULLEND ONDERZOEK SOORTENBESCHERMING 4 WONINGEN SCHELSBERG HEERLEN
4.5
12
Samenvattend
Huismus
Vleermuis
Steenmarter
0 nesten/verblijfplaatsen
1 zomerverblijfplaats
Verwacht foerageergebied
AANVULLEND ONDERZOEK SOORTENBESCHERMING 4 WONINGEN SCHELSBERG HEERLEN
5 Toetsing aan de Wet natuurbescherming Onderstaand is getoetst of de voorgenomen activiteit effect kan hebben op de onderzochte soortgroep. Voor onderbouwing van andere soortgroepen wordt verwezen naar de QuickScan.
5.1
Broedvogels (Vogelrichtlijn, artikel 3.1)
Categorie 1 t/m 3 van de jaarrond beschermde nesten Verblijfplaatsen van vogels, die hun verblijfplaats het hele jaar door gebruiken of elk jaar terugkeren naar hetzelfde nest, zijn jaarrond beschermd. Deze soorten zijn (in de beleidsregel van Limburg) onderverdeeld in de categorieën 1 tot en met 3 van de vaste nesten. In en rondom het plangebied zou de huismus kunnen voorkomen waarvan de beschermingsstatus categorie 2 is. Echter zijn er geen nesten van deze soorten aanwezig in het plangebied of de directe omgeving ervan. Het slopen van de woningen zorgt bij dit project niet voor een verlies van nestplaatsen van de huismus en lijdt dus niet tot een overtreding van artikel 3.1, lid 1 en lid 2. Vervolgstappen zijn niet noodzakelijk. Categorie 4 van de jaarrond beschermde nesten Verblijfplaatsen van vogels die vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed (of in de directe omgeving), maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om zich elders te vestigen mocht de broedplaats verloren gaan, zijn alleen beschermd als onvoldoende alternatieven in de omgeving zijn. In de omgeving van het plangebied zijn voldoende alternatieve waardoor negatieve effecten op vogels of nesten uit deze categorie zijn uit te sluiten.
Overige broedvogels Voor alle andere broedvogels geldt dat het nest alleen tijdens het gebruik ervan door vogels onder de bescherming van de Wnb. Voor deze soorten is geen ontheffing nodig, mits het nest is verlaten. Dit geldt bijvoorbeeld voor soorten als de merel, roodborst en houtduif. Met deze nesten kan eenvoudig rekening worden gehouden door de voorgenomen werkzaamheden uit te voeren buiten het broedseizoen of in elk geval te starten buiten het broedseizoen. Als richtlijn voor het broedseizoen wordt veelal de periode 15 maart-15 juli aangehouden. Echter kunnen soorten ook eerder of later in het seizoen tot broeden komen. Om deze reden kan zekerheidshalve de periode maart tot en met oktober worden aangehouden als broedseizoen. Er wordt geadviseerd om de werkzaamheden buiten de broedperiode uit te voeren. Hierdoor wordt een negatief effect (o.a. geluidsoverlast), op broedvogels niet verwacht binnen de complexen en is overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb uitgesloten. Indien de werkzaamheden wel plaatsvinden in het broedseizoen kan door middel van een broedvogel controle en ecologische begeleiding tijdens de werkzaamheden voorkomen worden dat nesten verstoord worden. Dit houdt in dat voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcontrole wordt uitgevoerd door een terzake kundige.
Deze kan, mits geen broedvogels aanwezig zijn, na de controle het terrein vrijgeven voor de werkzaamheden. Mocht een broedgeval worden vastgesteld dan dient hiermee rekening te worden gehouden. De werkzaamheden mogen niet lijden tot een verstoring van het nest. Als dit niet voorkomen kan worden dient te worden gewacht met de werkzaamheden totdat het broedgeval klaar is, en het nest verlaten.
5.2
Vleermuizen ( Habitatrichtlijn, artikel 3.5)
Alle soorten vleermuizen zijn beschermd evenals alle typen vaste rust- en verblijfplaatsen. Het plangebied kan fungeren als onderdeel van het leefgebied van vleermuizen en de woningen kunnen door vleermuizen benut worden als rust- en verblijfplaats. Tijdens het uitgevoerde onderzoek is geconstateerd dat in het plangebied 1 zomerverblijfplaats van de Gewone dwergvleermuis aanwezig is. Met de sloop werkzaamheden is het onvermijdelijk dat deze verblijfplaats vernietigd worden en individuen mogelijk verstoord of gedood. Dit is per wet verboden. Voor het uitvoeren van de werkzaamheden is het noodzakelijk om een ontheffing te verkrijgen op artikel 3.5, lid 2 en 4 voor de gewone dwergvleermuis. De aanwezige lijnstructuren (aanwezig groen) rondom het plangebied fungeren mogelijk als onderdeel van het foerageergebied en/of vliegroute voor vleermuizen. Echter worden deze lijnstructuren niet aangetast tijdens de sloop. Ook foerageergebieden worden met de beoogde werkzaamheden niet aangetast. De werkzaamheden hebben enkel betrekking op de woningen, en zodoende blijven aanwezige structuren gehandhaafd voor vlieg- en foerageer mogelijkheden 13
AANVULLEND ONDERZOEK SOORTENBESCHERMING 4 WONINGEN SCHELSBERG HEERLEN
Verder dient er tijdens de werkzaamheden zorgvuldig gehandeld te worden omtrent verlichting. Vleermuizen zijn lichtgevoelig. Wanneer het leefgebied van de vleermuis voor een langere tijd (sterk) wordt verlicht kan dit er toe leiden dat de vleermuizen dit gebied gaan mijden. Het leefgebied wordt dan ongeschikt gemaakt door middel van kunstlicht. Als tijdens de sloop meer lichtbronnen worden gebruikt kan dit leiden tot een overtreding van verbodsartikel 3.5, lid 4. Dit artikel houdt in dat het verboden is om vaste verblijfplaats- en rustplaatsen en foerageergebieden te verstoren dan wel te vernietigen. Dit dient voorkomen te worden.
5.3
Steenmarter
De steenmarter gebruikt het plangebied waarschijnlijk als foerageergebied. De steenmarter is een nationaal beschermde soort onder de Wnb (artikel 3.10). Doordat de steenmarter het plangebied waarschijnlijk gebruikt als foerageergebied wordt aangeraden om groenstructuren te behouden. De soort staat in de provincie Limburg echter op de vrijstellingslijst en is vrijgesteld tussen 15 augustus en eind februari. Werkzaamheden aan het gebouw dienen plaats te vinden in deze vrijstellingsperiode, dit moet worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol. Tijdens deze periode is de zorgplicht echter onverminderd van kracht. Indien niet tijdens de vrijstellingsperiode gewerkt kan worden en/of de groenstructuren in het gebied verwijderd moeten worden, dient er aanvullend onderzoek naar deze soort uitgevoerd te worden, om te kunnen uitsluiten of de steenmarter de groenstructuren in het gebied gebruikt als foerageergebied. Wanneer de steenmarter gebruikt maakt van het gebied dient een ontheffing van de Wnb aangevraagd te worden. Een dergelijke ontheffing dient voor dit project aangevraagd te worden bij de Provincie Limburg.
5.4
Algemene zorgplicht (artikel 1.11)
Voor alle flora en fauna in de Provincie Limburg is de algemene zorgplicht van toepassing als deze in de directe omgeving van het plangebied voorkomen. Om te voldoen aan de zorgplicht hoeft niet gewerkt te worden middels een gedragscode of een ontheffing. In deze situatie kan rekening worden gehouden met een mogelijke fasering van de werkzaamheden. Door rekening te houden met kwetsbare perioden. In het geval dieren worden aangetroffen, bijvoorbeeld een egel, dan moeten deze de mogelijkheid krijgen om te kunnen vluchten. Eventueel kunnen dieren worden verplaatst naar een locatie buiten het plangebied.
14
AANVULLEND ONDERZOEK SOORTENBESCHERMING 4 WONINGEN SCHELSBERG HEERLEN
6 Conclusie & Advies In dit hoofdstuk zijn de conclusie en het advies opgenomen. Er is aangegeven of sprake kan zijn van een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming, er voorzorgsmaatregelen genomen moeten worden om overtreding te voorkomen, en welke mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn. Indien een ontheffing noodzakelijk is, wordt dit aangegeven.
6.1
Vervolg traject
In het plangebied is onderzoek verricht naar de aanwezigheid van essentiële elementen voor huismussen en vleermuizen. Alleen essentiële elementen van de vleermuis zijn aanwezig. In totaal is er een paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis aangetroffen in een van de woningen die gesloopt gaat worden. Met de geplande werkzaamheden gaat deze verblijfplaats verloren. Ook is de kans aanwezig op het verwonden of doden van vleermuizen bij de werkzaamheden. Hiermee is sprake van overtreding van de Wet natuurbescherming. Om de werkzaamheden toch door te laten gaan is een ontheffing van de Wnb nodig voor de gewone dwergvleermuis. Een dergelijke ontheffing dient voor dit project aangevraagd te worden bij de Provincie Limburg. Daarnaast dient te allen tijde rekening gehouden te worden met broedende vogels, algemene grondgebonden zoogdieren en de zorgplicht. Bij het indienen van een aanvraag ontheffing Wet natuurbescherming dient een activiteitenplan te worden opgesteld. In dit plan wordt onder andere de verspreiding van de betreffende beschermde soort in het plangebied verwoord alsmede het (wettelijk) belang van de ingreep onderbouwd. Daarnaast dient een uitgebreide alternatievenafweging plaats te vinden over waarom de verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen niet is te voorkomen.
Een ontheffing wordt enkel verleend als voldoende mitigerende maatregelen worden getroffen om zoveel mogelijk schade aan vleermuizen te voorkomen.
6.2
Mitigerende maatregelen
Mitigerende maatregelen voor vleermuizen houden over het algemeen in dat in de omgeving tijdelijke kasten worden geplaatst en vervolgens een gewenningsperiode wordt aangehouden. Daarna wordt de bebouwing ongeschikt gemaakt. Als vervolgens de bebouwing vleermuisvrij is verklaard kunnen de geplande ruimtelijke ingrepen plaatsvinden. Tenslotte worden dan nieuwe permanente voorzieningen gerealiseerd.
6.3
Vervolgstappen
Om te voorkomen dat het plangebied na realisatie niet meer geschikt is voor de aanwezige vleermuizen, dient een compensatieplan te worden opgesteld als onderdeel van de ontheffingsaanvraag. In dit compensatieplan wordt onder andere aangegeven op welke wijze nieuwe voorzieningen voor de soorten worden gerealiseerd. Omdat de soorten een gewenningsperiode nodig hebben voor de nieuwe voorzieningen alvorens de oude gesloopt kunnen worden, is het aan te raden om nu vast maatregelen te treffen. Door nu al (tijdelijke) kasten te realiseren kan de gewenningsperiode gelijktijdig met de duur van de ontheffingsaanvraag lopen. Na een gewenningsperiode kunnen de werkzaamheden worden uitgevoerd (mits de ontheffing is verkregen) en moeten er na de werkzaamheden permanente voorzieningen komen.
15
AANVULLEND ONDERZOEK SOORTENBESCHERMING 4 WONINGEN SCHELSBERG HEERLEN
7 Literatuurlijst Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J., Buys, J.C. (2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center. P. 236-264. Kennisdocument Huismus, versie 1.0 BIJ12 juli 2017 Kennisdocument Gewone dwergvleermuis, versie 1.0 BIJ12 juli 2017 Limpens, H. J. G. A. Twisk, P. Veenbaas, G. 2004. Met vleermuizen onderweg. Brochure Rijkswaterstaat en Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming. Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging en Gegevensautoriteit Natuur, Vleermuisprotocol 2021, 28 oktober 2020 Websites: www.bij12.nl www.ndff.nl www.limburg.nl www.rijksoverheid.nl www.sovon.nl www.vleermuizenindestad.nl www.vogelbescherming.nl www.wetten.nl www.vleermuis.net www.zoogdiervereniging.nl
16
AANVULLEND ONDERZOEK SOORTENBESCHERMING 4 WONINGEN SCHELSBERG HEERLEN
Bijlage I: beschermingsregimes Wnb In de Wet natuurbescherming wordt onderscheid gemaakt in een drietal beschermingsregimes. Deze worden hieronder verder toegelicht: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (§ 3.1): Dit zijn Europees beschermde vogelsoorten. Hierin staat onder andere beschreven dat het verboden is om van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als beschreven in de Vogelrichtlijn opzettelijk te doden, verstoren of vangen. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (§ 3.2): Dit zijn Europees beschermde plant- en diersoorten. Hierin staat onder andere beschreven dat het verboden is om van nature in Nederland in het wild levende dieren als beschreven in de Habitatrichtlijn (Bijlage IV), Verdrag van Bern en Verdrag van Bonn opzettelijk te doden, verstoren of vangen in hun natuurlijke leefgebied. Beschermingsregime andere soorten (§ 3.3): Deze soorten zijn nationaal beschermd. Hierin staat beschreven dat het verboden is om flora en fauna beschreven in bijlage onderdeel A van de Wet natuurbescherming opzettelijk te doden of vangen. Naast het beschermen van de soorten worden ook de voortplantings- en rustplaatsen beschermd, het is verboden om deze opzettelijk te beschadigen of vernielen. In de Wnb geldt dat de provincies overwegend het bevoegd gezag vormen. In dit geval is de provincie Limburg bevoegd gezag.
Deze provincie heeft in de Omgevingsverordening aanvullende voorwaarden opgesteld, waarin onder andere de vrijstelling van soorten voor bepaalde activiteiten is geregeld. De Omgevingsverordening is gepubliceerd op https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR601817/15.
17
AANVULLEND ONDERZOEK SOORTENBESCHERMING 4 WONINGEN SCHELSBERG HEERLEN