Bijlage 1 quickscan anoniem__91460__
Tekst van het document
Quickscan Soortenbescherming 4 woningen Schelsberg Heerlen
COLOFON Quickscan Soortenbescherming 4 woningen Schelsberg Heerlen OPDRACHTNEMER
idverde Advies Eci 10 6041 MA Roermond T 0475 745237 E adviesroermond@idverde.nl
OPGESTELD DOOR
Fionne Kiggen
VRIJGEGEVEN DOOR
David van Iersel
Opdrachtgever
Gemeente Heerlen Domein Ruimte Team Vastgoed t.a.v. Alice Bremen Postbus 1 6400 AA Heerlen
Projectnummer Status VERSIE DATUM
724210212 Concept 1.0 05-01-2022
In deze rapportage is gebruik gemaakt van gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Op deze gegevens rusten auteursrechten. Het schriftelijk of digitaal delen of publiceren van (een deel van) de gegevens uit de NDFF is niet toegestaan zonder toestemming van BIJ12, uitgezonderd aan bevoegd gezag in het kader van een vrijstellings- of ontheffingsprocedure of voor intern gebruik van de opdrachtgever voor de duur van het betreffende project. idverde Advies bv is niet aansprakelijk voor vervolgschade, alsmede schade die voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van de werkzaamheden, kaartmateriaal inclusief getoonde begrenzingen of andere gegevens verkregen van idverde Advies bv. De opdrachtgever vrijwaart idverde Advies bv voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. idverde Advies bv is lid van het Netwerk Groene Bureaus, brancheorganisatie voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging van ecologische adviesbureaus. Hierdoor zijn wij goed op de hoogte van de nieuwste ontwikkeling op het gebied van ecologie en wetgeving. Door de inzet van conform de wet ter zake kundige ecologen, waarborgen wij daarnaast onze onderzoekskwaliteit. Omdat ecologisch (veld)onderzoek een momentopname is, kan aanwezigheid van beschermde soorten soms niet worden uitgesloten of bevestigd. Daarnaast is de natuurwetgeving aan verandering en jurisprudentie onderhevig.
idverde Advies bv is niet aansprakelijk voor de gevolgen van onverwacht verschijnende of verdwijnende flora of fauna, noch voor de gevolgen van veranderende wetgeving of jurisprudentie.
2
QUICKSCAN SOORTENBESCHERMING 4 WONINGEN SCHELSBERG HEERLEN
INHOUDSOPGAVE COLOFON
2
1
4
INLEIDING 1.1 Aanleiding en voorgenomen ontwikkeling 1.2 Wettelijke bescherming 1.3 Afbakening onderzoek 1.4 Leeswijzer
2
PLANGEBIED EN VOORGENOMEN INGREPEN
3
WERKWIJZE 3.1 Bronnenonderzoek 3.2 Veldbezoek 3.3 Effectenbeoordeling
4
8 8 8 8
9 9 9 9 10 11 11 11
TOETSING AAN DE WET NATUURBESCHERMING 5.1 Broedvogels 5.2 Grondgebonden zoogdieren 5.3 Vleermuizen 5.4 Algemene zorgplicht
3
6
ONDERZOEKSRESULTATEN SOORTEN 4.1 Vaatplanten 4.2 Vogels 4.3 Grondgebonden zoogdieren 4.4 Vleermuizen 4.5 Amfibieën en reptielen 4.6 Vissen 4.7 Ongewervelde diersoorten
5
4 4 5 5
12 12 12 13 13
6
CONCLUSIE
14
7
LITERATUURLIJST
15
QUICKSCAN SOORTENBESCHERMING 4 WONINGEN SCHELSBERG HEERLEN
1 Inleiding 1.1
Aanleiding en voorgenomen ontwikkeling
De gemeente Heerlen is voornemens om 4 woningen te slopen aan de Schelsberg te Heerlen. Het betreffen de woningen met huisnummer 9, 11, 13, 15. De woningen zijn oud en twee ervan zijn gelegen onder hoogspanningsmasten. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) is een oriënterend ecologisch onderzoek (een quickscan) noodzakelijk om te beoordelen of de voorgenomen ontwikkeling mogelijk een negatief effect heeft op beschermde flora en/of fauna. Idverde Advies quickscan bepalen of mogelijk verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden door het uitvoeren van de werkzaamheden en of dat de voorgenomen ontwikkelingen in conflict zijn met provinciaal en regionaal natuurbeleid. Voor het uitvoeren van ruimtelijke ingrepen en ontwikkelingen, verplicht de Wet natuurbescherming de bestaande natuurwaarden in kaart te brengen en indien nodig passende maatregelen te treffen voor het beschermen en in stand houden van bij wet beschermde soorten. In deze wet staat beschreven dat de verstoring, doding of vernieling van het leefgebied van beschermde flora en fauna verboden is. Om deze reden is voor het in kaart brengen van het voorkomen van beschermde soorten een ecologisch onderzoek uitgevoerd. Voor dit onderzoek is alleen gekeken naar beschermde soorten rondom de te slopen woningen.
1.2
Wettelijke bescherming
Wetgeving De bescherming van soorten en hun leefgebieden is geregeld in de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn en op nationaal niveau verankerd in de Wet natuurbescherming (hier na Wnb genoemd). Enerzijds richt de Wnb zich op de bescherming van daartoe aangewezen gebieden. Deze gebieden bestaan uit Natura 2000-gebieden en bijzondere nationale natuurgebieden. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor de Europese natuurgebieden die bescherming genieten onder de Vogel- en Habitatrichtlijn. Activiteiten die schade toebrengen aan de beschermde natuur in deze gebieden zijn verboden. Anderzijds richt de wet zich op de bescherming en het behoud van in het wild levende plant- en diersoorten binnen en buiten de beschermde natuurgebieden. Het uitg toegebracht, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan (in de vorm van een vrijstelling of verleende ontheffing). In de Wet natuurbescherming wordt onderscheid gemaakt in een drietal beschermingsregimes. Deze zijn hieronder toegelicht. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (§ 3.1): Dit zijn Europees beschermde soorten. Hierin staat beschreven dat het verboden is om van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als beschreven in de Vogelrichtlijn opzettelijk te doden, verstoren of vangen. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (§ 3.2): Dit zijn Europees beschermde soorten.
Hierin staat beschreven dat het verboden is om van nature in Nederland in het wild levende dieren als beschreven in de Habitatrichtlijn (Bijlage IV), Verdrag van Bern en Verdrag van Bonn te doden, verstoren of vangen in hun natuurlijke leefgebied. Beschermingsregime andere soorten (§ 3.3): Deze soorten zijn nationaal beschermd. Hierin staat beschreven dat het verboden is om flora en fauna beschreven in bijlage onderdeel A van de Wet natuurbescherming opzettelijk te doden of vangen. Naast het beschermen van de soorten worden ook de voortplantings- en rustplaatsen beschermd, het is verboden om deze opzettelijk te beschadigen of vernielen. In de Wnb geldt dat de provincies overwegend het bevoegd gezag vormen. In dit geval is de provincie Limburg bevoegd gezag. Deze provincie heeft in de Omgevingsverordening aanvullende voorwaarden opgesteld, waarin onder andere de vrijstelling van soorten voor bepaalde activiteiten is geregeld. De Omgevingsverordening is gepubliceerd op https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR601817/15. In verband met handelingen die betrekking hebben op de uitvoering van ruimtelijke inrichting of -ontwikkeling, is het toegestaan om de soorten genoemd in tabel 1.1 de vaste voortplantings- en rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen.
4
QUICKSCAN SOORTENBESCHERMING 4 WONINGEN SCHELSBERG HEERLEN
Tabel 1.1 Vrijgestelde soorten provincie Limburg Soort Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander Meerkikker Middelste groene kikker Aardmuis Bosmuis Bunzing Dwergmuis
1.3
Hermelijn Huisspitsmuis Konijn Molmuis Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis
Dwergspitsmuis Egel Gewone bosspitsmuis Haas Vos Wezel Woelrat
Afbakening onderzoek
De Wet natuurbescherming (Wnb) beschermt naast soorten, ook natuurgebieden en houtopstanden. Het plangebied ligt op < 2km afstand van de Natura 2000-gebieden Brunsummerheide en Geleenbeekdal. Deze gebieden zijn beschermd onder het gebiedsbeschermingsdeel van de Wnb. Vanwege de aard en ligging van de voorgenomen ingreep, is het voor verstoringsfactoren redelijkerwijs uitgesloten dat deze negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van genoemde Natura-2000 gebieden zullen hebben. Een uitgebreide toetsing van het onderdeel gebiedsbescherming wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Het onderdeel houtopstanden van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde omdat er voor de voorgenomen ontwikkeling geen bomen gekapt zullen worden. Naast de Wet natuurbescherming kan natuur ook onder de planologische gebiedsbescherming vallen: het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Doordat het plangebied niet binnen het NNN valt en door de geringe omvang van de voorgenomen ontwikkeling kan op voorhand worden aangenomen dat er geen aantasting van wezenlijke kenmerken en waarden van de NNNgebieden plaatsvindt. Daarom is het onderdeel planologische gebiedsbescherming niet aan de orde.
1.4
Leeswijzer
De ligging en begrenzing van het plangebied en de voorgenomen ingrepen zijn beschreven in hoofdstuk 2 (hieronder). In hoofdstuk 3 is de onderzoeksmethode beschreven. In hoofdstuk 4 zijn de mogelijk aanwezige (beschermde) soorten beschreven en in hoofdstuk 5 is voor de mogelijk aanwezige beschermde soorten een effectenbeoordeling uitgevoerd. In hoofdstuk 6 zijn de conclusie en het advies beschreven. Tot slot is de geraadpleegde literatuur in hoofdstuk 7 opgenomen.
5
QUICKSCAN SOORTENBESCHERMING 4 WONINGEN SCHELSBERG HEERLEN
2 Plangebied en voorgenomen ingrepen Het voornemen van de Gemeente Heerlen is om in 2022, vier woningen aan de Schelsberg te slopen. Dit betreffen de woningen met huisnummer 9, 11, 13 & 15 (figuur 2.1 t/m 2.4). De woningen met huisnummer 7 en 9 blijven staan en deze zijn bewoond. Ook twee van de te slopen woningen zijn nog bewoond. Dit zijn nummer 11 en 15. De woningen zijn oud en in een vervallen staat. Het houtwerk is erg slecht met rotte plekken. Ook staan er achter de woningen twee hoogspanningsmasten. De woningen zijn voorzien van pannendaken. Deze daken zijn echter wel goed onderhouden, waardoor geen pannen ontbreken of gaten in de pannen aanwezig zijn. In de muren, onder de dakrand en in het houtwerk bevinden zich wel enkele openingen. De buitenruimtes van de woningen zijn voor het merendeel betegeld met hier en daar wat groen (figuur 2.5). De woningen zijn gelegen binnen de bebouwde kom. Aan de noordzijde van deze woningen bevindt zich de Wickraderweg. In het noord/oosten ligt een autogarage en in het oosten een grasveld met hier en daar een struik of een groepje struiken. Ten zuiden achter de woningen staan bomen. Ook loopt er een fietspad met straatverlichting en stromende beek. Het fietspad en de beek lopen door naar het westen door een bebost gebied (figuur 2.6)
Figuur 2.2 Huisnummer 9
Figuur 2.3 Huisnummer 11
Figuur 2.1 Huisnummer 9
Figuur 2.4 Huisnummer 13 (links) en 15 (rechts) 6
Figuur 2.5 Achteraanzicht van de te slopen woningen
QUICKSCAN SOORTENBESCHERMING 4 WONINGEN SCHELSBERG HEERLEN
Figuur 2.5 Ligging plangebied.
7
QUICKSCAN SOORTENBESCHERMING 4 WONINGEN SCHELSBERG HEERLEN
3 Werkwijze Een QuickScan Wet natuurbescherming is een verkennend onderzoek dat bestaat uit een bronnenonderzoek en een veldonderzoek. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek, is een inschatting gemaakt van de aanwezige natuurwaarden en is beoordeeld of het plan (negatieve ) effecten kan hebben op beschermde soorten (effectenanalyse). Specifiek is de betekenis van de te renoveren woningen voor gebouw bewonende soorten bepaald.
3.1
Bronnenonderzoek
Voor het bronnenonderzoek zijn gegevens opgevraagd uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). In de NDFF is rondom het plangebied een polygoon ingetekend. Het polygoon is ruimer ingetekend dan het plangebied, namelijk in een straal van ca. 1 km rondom het plangebied. Binnen dit polygoon zijn alle verspreidingsgegevens van beschermde soorten opgevraagd van de afgelopen vijf jaar (3 januari 2017 t/m 3 januari 2022). Door het polygoon ruimer in te tekenen dan het plangebied is de verkregen dataset voldoende groot om te kunnen benutten voor dit onderzoek. Op basis van de beschikbare gegevens uit de NDFF is een eerste inschatting gemaakt van het voorkomen van beschermde soorten binnen het plangebied. Aanvullend is de Atlas van de Nederlandse zoogdieren (Broekhuizen et al. 2016) geraadpleegd
3.2
Veldbezoek
Het veldbezoek bestaat uit een biotooptoets met als doel een inschatting te maken van de ecologische waarden en kenmerken van het plangebied. De bevindingen van het bronnen- en literatuuronderzoek worden in het veld getoetst en waar nodig aangevuld. Het veldbezoek is op 16 december 2021 uitgevoerd door een ecoloog van idverde Advies (Fionne Kiggen). De weersomstandigheden waren op dat moment licht bewolkt, 5 C en windstil (1Bft). Op het moment van het veldbezoek zijn nooit alle mogelijk voorkomende soorten zichtbaar aanwezig. Diersoorten zijn bijvoorbeeld alleen nachtactief of in een bepaalde periode van het jaar afwezig. Daarom zijn de eisen die soorten/soortgroepen aan hun leefgebied stellen met betrekking tot vaste rust- en verblijfplaatsen, voedselgebieden en migratieroutes vergeleken en getoetst met de situatie in het veld. Het plangebied kan o.a. voor vogels en vleermuizen een geschikte locatie zijn omdat deze de gebouwen of de directe omgeving kunnen gebruiken als broedlocatie of verblijfplaats. Met name de kansen voor gebouw bewonende soorten zijn extra goed onderzocht
3.3
Effectenbeoordeling
Op basis van de uitkomsten van het bronnen- en literatuuronderzoek en het uitgevoerde veldbezoek op locatie is beoordeeld of het plan (negatieve) effecten kan hebben. Hierbij is waar mogelijk onderscheid gemaakt in effecten op korte en lange termijn. Indien sprake is van een conflictsituatie tussen de aanwezigheid van beschermde soorten en de geplande ruimtelijke ingreep, is in onderhavige rapportage aangegeven welke voorzorgsmaatregelen genomen moeten worden om negatieve effecten op beschermde soorten te voorkomen. Indien negatieve effecten door het nemen van voorzorgsmaatregelen niet te voorkomen of uit te sluiten zijn, is aangegeven of aanvullend onderzoek, mitigerende maatregelen en/of een ontheffing noodzakelijk is.
8
QUICKSCAN SOORTENBESCHERMING 4 WONINGEN SCHELSBERG HEERLEN
4 Onderzoeksresultaten soorten De basis voor de toetsing wordt gevormd door gegevens over het (mogelijk) voorkomen van beschermde planten- en diersoorten binnen de invloedsfeer van de voorgenomen ruimtelijke ingreep en werkzaamheden op basis van het bron- en veldonderzoek. Onderstaand zijn per soortgroep de resultaten van het bronnen- en veldonderzoek beschreven.
4.1
Vaatplanten
Bronnenstudie Waarnemingen van beschermde vaatplanten zijn niet bekend in/rondom het plangebied. Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde vaatplanten waargenomen binnen en rondom het plangebied. Het aanwezige grasveld in het oosten van het plangebied wordt intensief beheerd. Op basis van de bevindingen in het veld en het aanwezige biotoop worden beschermde vaatplanten niet verwacht binnen en rondom het plangebied.
4.2
Vogels
Bronnenstudie In onderstaande tabel staan de beschermde soorten weergegeven die volgens de literatuurstudie rondom de woningen aan de Schelsberg voorkomen Soort Huismus
Beschermingsstatus Categorie 2 vaste nesten, vogelrichtlijnsoort
Grote Gele Kwikstaart
Categorie 2 vaste nesten, vogelrichtlijnsoort
Sperwer
Categorie 4 vaste nesten, vogelrichtlijnsoort
Buizerd
Categorie 4 vaste nesten, vogelrichtlijnsoort
De grote gele kwikstaat is waargenomen op circa 50 meter ten zuiden van het plangebied, bij de ingang van het fietspad. Deze . Huismussen zijn waargenomen op circa 400 meter en gierzwaluwen op circa 600 meter ten noordwesten vanaf het plangebied op de Niersstraat. Dit waren foeragerende exemplaren. Daarnaast zijn er waarnemingen bekend van een buizerd en sperwer (categorie 4 van de jaarrond beschermde nesten). Categorie 4 van de jaarrond beschermde nesten stelt dat nesten enkel beschermd zijn als er onvoldoende alternatieven in de directe omgeving aanwezig zijn om de functionaliteit van het leefgebied te waarborgen. De waarneming van een sperwer is gedaan op circa 200 meter ten noordoosten van het gebouw bij de rotonde Heerenweg. Dit betrof een overvliegend exemplaar. De buizerd is op dezelfde plek waargenomen als de sperwer. Deze buizerd was aan het rusten. Veldbezoek Op het terrein en in de directe omgeving van het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen. De huismuis, grote gele kwikstaart, sperwer en buizerd zijn niet waargenomen tijdens het veld onderzoek. Uit het bronnenonderzoek blijkt dat dit ook Op een raam van het gebouw is een poepspoor van een vogel aangetroffen. De poepstreep is afkomstig van een vogel die over is gevlogen of even op de dakrand is gaan rusten.
De woningen hebben een dak met dakpannen, wat ruimte creëert om ergens weg te kruipen. De daklijsten en kozijnen hebben kieren en er zijn verder openingen in de stenen waar vogels kunnen nestelen. Ook de waterafvoer pijpen zijn niet strak tegen de muur en netjes afwerkt wat ook weer verstopplekjes voor met name huismus oplevert. Verder zijn er ook bomen en andere groenstructuren aanwezig rondom het plangebied die nestgelegenheid kunnen bieden voor vogels.
4.3
Grondgebonden zoogdieren
Bronnenstudie Vanuit de gegevens uit de NDFF zijn er waarnemingen van de das en eekhoorn in de omgeving van het plangebied. Waarnemingen van dassen zijn gedaan circa 350 meter ten zuidwesten van het plangebied in het bebost gebied. Deze dassen vertoonde territoriaal gedrag. Ook is in dit bos de eekhoorn waargenomen op circa 300 m vanaf het plangebied.
9
QUICKSCAN SOORTENBESCHERMING 4 WONINGEN SCHELSBERG HEERLEN
Soort Das
Beschermingsstatus Nationaal beschermde soort
Eekhoorn
Nationaal beschermde soort
Veldbezoek In het plangebied of in de directe omgeving zijn geen combinatie van biotooptypen aanwezig die essentieel zijn voor das en eekhoorn. Tijdens het veldbezoek zijn ook geen eekhoorns aangetroffen. Vaste rust- en verblijfplaatsen van deze soort zijn tevens niet aangetroffen binnen het plangebied en de directe omgeving. De eekhoorn komt voor in loofbos, naaldbos of gemengd bos maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos. Mogelijk zijn de bomen buiten het plangebied of in de directe omgeving geschikt voor de bouw van een eekhoornnest. Dassen hebben voor het leefgebied een grote variatie aan biotopen nodig. De dassenburchten komen voor in loof-, dennen- en gemengde bossen, houtwallen, heggen, boomgaarden, akkers en weilanden. Het gebouw en de directe omgeving hiervan vormen geen geschikt biotoop voor de das omdat de bovengenoemde biotopen niet aanwezig zijn. De waarnemingen van dassen zijn dan ook gedaan in het bebost gebied in het zuidwesten. Dit bos bestaat voornamelijk uit loofbomen. De andere waarnemingen uit de NDFF betreffen algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren (o.a. egel, mol en konijn). De directe omgeving kan fungeren als leefgebied voor algemeen voorkomende zoogdieren als egel, mol en konijn. Hierdoor kan het voorkomen van algemeen voorkomende zoogdieren in het plangebied niet worden uitgesloten.
4.4
Vleermuizen
Bronnenstudie In de omgeving van het plangebied komen verschillende soorten vleermuizen voor die hieronder in de tabel zijn weergegeven. Soort Gewone dwergvleermuis
Beschermingsstatus Habitatrichtlijn soort
Ruige dwergvleermuis
Habitatrichtlijn soort
Laatvlieger
Habitatrichtlijn soort
Rosse vleermuis
Habitatrichtlijn soort
Gewone grootoorvleermuis
Habitatrichtlijn soort
Veldbezoek Bij het gebruik van het landschap door vleermuizen kan onderscheid gemaakt worden in vaste verblijfplaatsen, essentiële vliegroutes en essentiële foerageergebieden. Onderstaand is per gebruiksfunctie (verblijfplaatsen, foerageergebied en vliegroute) beschreven wat de bevindingen in het veld zijn Verblijfplaatsen Alle vier de woningen zijn geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Alle woningen hebben dakkappellen welke zijn gemaakt van hout met een metalen daklijst. Deze daklijsten sluiten niet goed aan waardoor er veel ruimtes voor vleermuizen zijn om hier weg te kruipen. Ook zijn er spouwmuren aanwezig, hebben de kozijnen kieren en zijn er openingen in de stenen waar vleermuizen door heen kunnen of in kunnen verblijven (figuur 2.2 t/m 2.5). Daarnaast hebben de nummers 9 en 11 ook rolluiken waar vleermuizen achter kunnen kruipen (figuur 3.1). Daarnaast hangt er bij woning nummer 13 een houten vleermuizenkast aan het dakkapel (figuur 3.2). Het is echter niet duidelijk hoelang deze kast hier al hangt.
10
QUICKSCAN SOORTENBESCHERMING 4 WONINGEN SCHELSBERG HEERLEN
Figuur 3.2 Vleermuiskast bij Huisnummer 13. Figuur 3.1 Rolluiken en daklijst met kieren bij nummer 9. Vliegroutes en foerageergebied Het grasveld in het oosten en het bost gebied aan de zuid en westkant van het plangebied fungeren mogelijk als onderdeel van het foerageergebied en/of vliegroute voor vleermuizen. Maar dit wordt niet aangetast tijdens de sloop.
4.5
Amfibieën en reptielen
4.6
Vissen
4.7
Ongewervelde diersoorten
Bronnenstudie In de NDFF zijn geen meldingen bekend van amfibieënsoorten. Ook ontbreekt er geschikt oppervlaktewater dat van belang is voor amfibieën. Op basis van de verspreidingskenmerken van beschermde amfibiesoorten en de habitatkenmerken van het plangebied zijn beschermde amfibieën ook redelijkerwijs uit te sluiten.. Van reptielen zijn uit de NDFF ook geen meldingen bekend.
Bronnenstudie In de NDFF zijn geen waarnemingen van beschermde vissoorten bekend in de omgeving van het plangebied. Ook ontbreekt er geschikt oppervlaktewater dat van belang is voor vissen. Op basis van de verspreidingskenmerken van beschermde vissen én de habitatkenmerken van het plangebied zijn beschermde vissen ook redelijkerwijs uit te sluiten.
Bronnenstudie In de NDFF zijn geen waarnemingen van beschermde ongewervelden bekend in de omgeving van het plangebied. Op basis van de verspreidingskenmerken van beschermde ongewervelden, hun waardplanten, én de habitatkenmerken van het plangebied zijn beschermde ongewervelden ook redelijkerwijs uit te sluiten.
11
QUICKSCAN SOORTENBESCHERMING 4 WONINGEN SCHELSBERG HEERLEN
5 Toetsing aan de Wet natuurbescherming In dit hoofdstuk is een analyse gemaakt van de te verwachten effecten op de soorten die aanwezig zijn of verwacht worden. Op basis van de gegevens uit het bronnen- en veldonderzoek is het voorkomen van beschermde vaatplanten, amfibieën, reptielen, vissen en ongewervelde diersoorten uitgesloten. Hierdoor is het optreden van negatieve effecten op deze soorten of soortgroepen niet aan de orde en worden zij onderstaand niet verder behandeld.
5.1
Broedvogels
Categorie 1 t/m 3 van de jaarrond beschermde nesten Verblijfplaatsen van vogels, die hun verblijfplaats het hele jaar door gebruiken of elk jaar terugkeren naar hetzelfde nest, zijn jaarrond beschermd. Deze soorten zijn (in de beleidsregel van Limburg) onderverdeeld in de categorieën 1 tot en met 3 van de vaste nesten. Rondom het plangebied zijn er twee soorten aangetroffen waarvan de bescherming status categorie 2 is. Dit zijn de Grote gele kwikstaart en de huismus. Echter zijn er geen nesten van deze soorten aanwezig in het plangebied of de directe omgeving ervan. Negatieve effecten op vogels of nesten uit deze categorie zijn niet uit te sluiten. Categorie 4 van de jaarrond beschermde nesten Verblijfplaatsen van vogels die vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed (of in de directe omgeving), maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om zich elders te vestigen mocht de broedplaats verloren gaan, zijn alleen beschermd als onvoldoende alternatieven in de omgeving zijn. Deze soorten zijn onderverdeeld in categorie 4 van de vaste nesten. Er zijn geen broedvogels met vaste nesten categorie 4 te verwachten wegens het ontbreken van geschikte broedlocaties in het plangebied. Negatieve effecten op de vogels of nesten uit deze categorie zijn uit te sluiten.
Overige broedvogels Voor alle andere broedvogels geldt dat het nest alleen tijdens het gebruik ervan door vogels onder de bescherming van de Wnb. Voor deze soorten is geen ontheffing nodig, mits het nest is verlaten. Dit geldt bijvoorbeeld voor soorten als de merel, roodborst en houtduif. Met deze nesten kan eenvoudig rekening worden gehouden door de voorgenomen werkzaamheden uit te voeren buiten het broedseizoen of in elk geval te starten buiten het broedseizoen. Als richtlijn voor het broedseizoen wordt veelal de periode 15 maart-15 juli aangehouden. Echter kunnen soorten ook eerder of later in het seizoen tot broeden komen. Om deze reden kan zekerheidshalve de periode maart tot en met oktober worden aangehouden als broedseizoen. Er wordt geadviseerd om de werkzaamheden buiten de broedperiode uit te voeren. Hierdoor wordt een negatief effect (o.a. geluidsoverlast), op broedvogels niet verwacht binnen de complexen en is overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb uitgesloten. Indien de werkzaamheden wel plaatsvinden in het broedseizoen kan door middel van ecologische begeleiding tijdens de werkzaamheden voorkomen worden dat nesten verstoord worden. Dit houdt in dat voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcontrole wordt uitgevoerd door een terzake kundige. Deze kan, mits geen broedvogels aanwezig zijn, na de controle het terrein vrijgeven voor de werkzaamheden.
Mocht een broedgeval worden vastgesteld dan dient hiermee rekening te worden gehouden. De werkzaamheden mogen niet lijden tot een verstoring van het nest. Als dit niet voorkomen kan worden dient te worden gewacht met de werkzaamheden totdat het broedgeval klaar is, en het nest verlaten.
5.2
Grondgebonden zoogdieren
De locatie rondom de woningen is geen geschikte rustlocatie of foerageergebied voor de das maar wel voor de eekhoorn. Het is de intentie om de bomen en struiken dichtbij het plangebied te behouden. De sloop van de woningen heeft dan ook geen invloed op het leefgebied van de eekhoorn. Hierdoor worden negatieve effecten op het voorkomen van de eekhoorn in het plangebied en de invloedsfeer van de voorgenomen werkzaamheden uitgesloten. Hierdoor is een negatief effect op alle beschermde grondgebonden zoogdieren uit te sluiten. Voor de algemene grondgebonden zoogdieren die voor kunnen komen in en rondom het plangebied (zoals egel, mol en konijn) geldt in de provincie Limburg een algemene vrijstelling ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen. Dat wil zeggen dat in gevallen waar de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming, geen ontheffing aangevraagd hoeft te worden wanneer verbodsbepalingen voor deze soorten worden overtreden. Wel geldt voor deze soorten een wettelijke zorgplicht. Indien dergelijke soorten worden waargenomen tijdens de werkzaamheden dienen deze de mogelijkheid te krijgen om te kunnen vluchten buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden. 12
QUICKSCAN SOORTENBESCHERMING 4 WONINGEN SCHELSBERG HEERLEN
5.3
Vleermuizen
Vaste rust- en verblijfplaatsen van gebouw bewonende vleermuizen Er zijn geschikte rust- en verblijfplaatsen voor vleermuizen aanwezig in de te slopen woningen en in de directe omgeving. De sloop van de woningen kan mogelijk een negatieve invloed hebben op vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen. De voorgenomen werkzaamheden kunnen dus mogelijk leiden tot een overtreding van verbodsartikelen van de Wet natuurbescherming. Vaste vliegroutes en foerageergebieden De aanwezige lijnstructuren (aanwezig groen) rondom het plangebied fungeren mogelijk als onderdeel van het foerageergebied en/of vliegroute voor vleermuizen. Echter worden deze lijnstructuren niet aangetast tijdens de sloop.
5.4
Algemene zorgplicht
Voor alle flora en fauna in de Provincie Limburg is de algemene zorgplicht van toepassing als deze in de directe omgeving van het plangebied voorkomen. Om te voldoen aan de zorgplicht hoeft niet gewerkt te worden middels een gedragscode of een ontheffing. In deze situatie kan rekening worden gehouden met een mogelijke fasering van de werkzaamheden. Door rekening te houden met kwetsbare perioden. In het geval dieren worden aangetroffen, bijvoorbeeld een egel, dan moeten deze de mogelijkheid krijgen om te kunnen vluchten. Eventueel kunnen dieren worden verplaatst naar een locatie buiten het plangebied
13
QUICKSCAN SOORTENBESCHERMING 4 WONINGEN SCHELSBERG HEERLEN
6 Conclusie In dit hoofdstuk zijn de conclusie en het advies opgenomen. Er is aangegeven of sprake kan zijn van een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming, er voorzorgsmaatregelen genomen moeten worden om overtreding te voorkomen, of dat aanvullend onderzoek en/of mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn. Indien een ontheffing noodzakelijk is, wordt dit aangegeven. De verspreidingsgegevens en het oriënterend veldbezoek geven voldoende duidelijk beeld van het (mogelijk) voorkomen van, jaarrond beschermde nesten (vogels), vleermuizen, grondgebonden zoogdieren, vissen, amfibieën, ongewervelde en vaatplanten. Voor grondgebonden zoogdieren, vissen, amfibieën, ongewervelde en vaatplanten kan op voorhand worden uitgesloten dat als gevolg van de werkzaamheden negatieve effecten optreden tijdens de werkzaamheden mits de mitigerende maatregelen worden uitgevoerd. Hiervoor is verder geen vervolgonderzoek noodzakelijk en kunnen de werkzaamheden zonder een negatief effect op de verbodsbepalingen van Wet natuurbescherming worden uitgevoerd. Voor alle inheemse soorten, vleermuizen, huismussen en algemene broedvogels kan niet worden uitgesloten dat de ingreep verstorend is (tabel 4.1). Tabel 4.1 Overzicht van de te nemen vervolgstappen. Soortgroep
Vervolgonderzoek noodzakelijk Nee
Mitigerende maatregelen
Grondgebonden zoogdieren
Ingreep verstorend Mogelijk
Vleermuizen
Mogelijk
Ja
Afhankelijk van resultaten aanvullend onderzoek
Vogels met jaarrond beschermde nesten
Mogelijk
Ja
Algemene broedvogels
Mogelijk , indien in de broedperiode werkzaamheden worden uitgevoerd Mogelijk
Nee
Vissen
Nee
Nee
Werkzaamheden buiten het broedseizoen uitvoeren (werk uitvoeren buiten maart t/m juli). Indien binnen broedperiode gewerkt wordt; ecologische begeleiding deskundig ecoloog en inzet gedragscode soortbescherming gemeenten Werkzaamheden buiten het broedseizoen uitvoeren (werk uitvoeren buiten maart t/m juli). Indien binnen broedperiode gewerkt wordt; ecologische begeleiding deskundig ecoloog. Voldoen aan de zorgplicht voor algemene soorten (bijv. veldmuis). Geen
Amfibieën
Nee
Nee
Geen
Nee
Ongewervelde
Nee
Nee
Geen
Nee
Vaatplanten
Nee
Nee
Geen
Nee
Algemene vrijgestelde soorten
14
huismussen
Nee
QUICKSCAN SOORTENBESCHERMING 4 WONINGEN SCHELSBERG HEERLEN
Rekening houden met de zorgplicht
Ontheffing nodig Nee Afhankelijk van aanvullend onderzoek Afhankelijk van aanvullend onderzoek
Nee
Nee Nee
7 Literatuurlijst Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J., Buys, J.C. (2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center. P. 236-264. NDFF-database. (2022). https://ndff-ecogrid.nl/uitvoerportaal/secure/index.zul. Last retrieved: 04-02-2022. Kennisdocument Huismus, versie 1.0 BIJ12 juli 2017 Kennisdocument Gewone dwergvleermuis, versie 1.0 BIJ12 juli 2017
15
QUICKSCAN SOORTENBESCHERMING 4 WONINGEN SCHELSBERG HEERLEN