Bijdrage eerste termijn PvdD
Tekst van het document
Investeren in een leefbaar Heerlen Een oproep tot duurzaam, rechtvaardig en toekomstgericht beleid “Geen dag gaat voorbij zonder dat wij invloed hebben op de wereld, het is aan ons om te bepalen hoe groot en wat die invloed is” —geparafraseerd naar Jane Goodall
Deze woorden van Jane Goodall herinneren ons eraan dat elke keuze telt. En dat geldt des te meer voor de keuzes die wij hier, in deze raad maken – over hoe we wonen, werken, consumeren en onze leefomgeving vormgeven. De manier waarop we onze ruimte beheren en onze economie organiseren, bepaalt direct hoe leefbaar Heerlen zal zijn in de komende decennia. Wereldwijd groeit het besef dat onze manier van leven de grenzen van de aarde overschrijdt. De gevolgen zijn overal zichtbaar: extreme weersomstandigheden, stijgende zeespiegels, verlies van biodiversiteit, afname van zoetwaterbronnen en verzuring van de oceanen. Deze ontwikkelingen bedreigen ecosystemen, economieën én samenlevingen. Ook in Heerlen zien we de effecten: droogteperiodes, overstromingen, hittestress in de stad en een afnemende biodiversiteit etc. De vraag is dan: wat doen we eraan? Hoe maken we van Heerlen een stad die niet alleen economisch, maar vooral ecologisch en sociaal duurzaam is?
1. Bomen als investering, niet als kostenpost Aanschaf van bomen moet geen uitgave zijn die elk jaar opnieuw ter discussie moet staan. Een boom leeft tientallen jaren en levert in die tijd talloze maatschappelijke diensten: verkoeling in de zomer, opvang van regenwater, verbetering van luchtkwaliteit, opslag van CO₂ en een leefplek voor talloze dieren. Waarom behandelen we bomen dan in onze begrotingen als kortdurende kostenposten? Als we erkennen dat bomen een maatschappelijk nut hebben, moeten we ze ook als zodanig waarderen: als een duurzame investering die over vijftig jaar mag worden afgeschreven, net als scholen of sportzalen en ontstaat er meer ruimte om meer bomen te plaatsen. Door onze boekhouding te vergroenen, kunnen we onze stad vergroenen. 1.1 Erfgoedjaar en vergeten monumentale bomen Heerlen bezit minstens vijftien monumentale bomen in de publieke ruimte, en nog meer op particulier terrein. Toch kennen maar weinig inwoners ze bij naam of locatie. We vieren ons erfgoed – van het Royal Theater tot de Thermen en het Landsfort – maar vergeten vaak ons groene erfgoed. Juist in het erfgoedjaar zouden we verleden en heden moeten verbinden, ook via deze oudste stille stadsbewoners. Elke monumentale boom vertelt een verhaal over tijd, veerkracht en verbondenheid met de natuur. Wij sporen het college aan tot actie.
2. Ecologisch maaibeleid – van afvinken naar afstemmen Een goed groenbeheer vraagt beleid met kennis en maatwerk. Helaas wordt nog te vaak gewerkt volgens standaardprocedures, zonder ecologische expertise. Dat kan grote schade aanrichten. Een voorbeeld: in Hoensbroek werd onlangs de invasieve Japanse duizendknoop gemaaid, waardoor de plant zich juist verder verspreidde. Pas daarna werd de plant op die plek bestreden. De Partij voor de Dieren pleit daarom voor het aanstellen van een gemeentelijke ecoloog. Met een ecoloog in huis kunnen we voorkomen dat goed beleid strandt in slechte uitvoering. Vraag aan het college, zien we binnen afzienbare tijd een vacature voor en ecoloog?
3. Natuurinclusief beleid – bescherming van soorten als uitgangspunt Heerlen heeft aangekondigd de landelijke gedragscode soortenbescherming op te nemen in haar werkprocessen. Dat is een belangrijke stap, want die gedragscode helpt schade aan flora en fauna te voorkomen. Het is wel van belang dat dit snel en zorgvuldig gebeurt: een heldere invoeringstermijn geeft richting en zekerheid. Daarnaast is er nog een hardnekkig misverstand: biodiversiteit is niet gelijk aan “de bij helpen”. De honingbij is belangrijk, maar niet de maat der dingen. Echte biodiversiteit draait om balans – ruimte voor wilde bijen, solitaire bestuivers, vogels, vleermuizen en talloze andere soorten die samen het web van leven vormen. Daarom pleiten we voor een zorgvuldig plaatsingsbeleid voor bijenkasten, in overleg met imkers en ecologen. Volgens deskundigen van Bestuivers.nl is een maximum van drie kasten per vierkante kilometer in natuurgebieden wenselijk, met bufferzones rond kwetsbare gebieden. Alleen zo voorkomen we overconcurrentie tussen soorten en houden we het evenwicht in stand. Graag een toezegging. Biodiversiteit is geen bijzaak; het is de basis van leven.
4. Van energietransitie naar gedragsverandering Heerlen zal met het Publiek Coöperatief Energiebedrijf (PCE) een veelbelovende stap zetten in de lokale energietransitie, samen met de Heerlense energie coöperaties. Inwoners doen actief mee, vrijwilligers voelen zich serieus genomen, en de gemeente werkt mét in plaats van vóór burgers. Dat is hoe het wél kan.
Toch is de energietransitie slechts één deel van het grotere plaatje. Zolang we blijven overconsumeren, putten we de aarde uit. Echte duurzaamheid vraagt gedragsverandering: minder verspillen, meer hergebruiken, kiezen voor kwaliteit in plaats van kwantiteit. Een leefbare aarde is een publiek goed. Schone lucht, gezonde bodem en toegang tot grondstoffen zijn geen handelswaar, maar basisrechten. De overheid heeft de taak die te beschermen, niet te verhandelen. Warmte en samenwerking De warmtetransitie is een belangrijk onderdeel van dit verhaal. Provincie Limburg werkt momenteel aan het Warmtebedrijf Zuid-Limburg. Dat klinkt positief, maar roept ook vragen op: is er eigenlijk brongarantie voor vervangende warmte (Chemelot loopt leeg) en hoe verhoudt dit nieuwe initiatief zich tot het bestaande Mijnwaterproject? Mijnwater is een operationeel systeem waar Heerlen nog steeds trots op is. Als de provincie nu een tweede warmtebedrijf opzet, riskeren we versnippering en inefficiëntie. De toekomst vraagt om samenwerking, niet concurrentie. Een efficiënt georganiseerd Mijnwaterproject kan schaalvoordeel opleveren, en dat is precies wat de energietransitie nodig heeft.
5. Circulaire economie als nieuwe standaard De circulaire economie is geen modewoord, maar een noodzaak. Grondstoffenschaarste dwingt ons om slimmer en rechtvaardiger om te gaan met wat we hebben. In Heerlen zetten we al stappen met circulair materiaalbeheer, wat niet alleen goed is voor het milieu, maar ook voor de gemeentekas. Met het Expertisecentrum Circulaire Bouw en Transformatie (ECCBT) laten we zien wat er mogelijk is: kennisdeling, innovatie en samenwerking tussen bedrijven, onderwijs en overheid. Toch kunnen we nog verder gaan. Een Circulair Ambachtscentrum, waar materialen opnieuw worden ingezet, oude spullen worden hersteld en waar lokale werkgelegenheid ontstaat, is een logische volgende stap. Zo bouwen we stillaan aan een economie die niet draait om groei, maar om evenwicht – een economie waarin verspilling verleden tijd is.
6. Toekomstbestendige bedrijventerreinen Onze bedrijventerreinen moeten niet alleen economisch, maar ook ecologisch renderen. Op dit moment bestaan ze grotendeels uit asfalt, beton en staal – grijs en heet, kaal en onvriendelijk. Slechts één procent van het oppervlak bestaat uit natuur. Dat kan anders. Door vergroening, wateropvang en herstel van biodiversiteit kunnen bedrijventerreinen veranderen in klimaatbestendige werklandschappen. Landelijke programma’s zoals Werklandschappen van de Toekomst bieden waardevolle kennis en ondersteuning.
We roepen het gemeentebestuur op om zich hierin te verdiepen. En geef in de acquisitie de voorkeur aan kleinschalige, duurzame bedrijven die lokaal waarde toevoegen, in plaats van aan grootschalige logistiek die vooral dozen verplaatst. Er zijn grenzen aan groei – stikstofruimte, netcapaciteit, grond, arbeid. Wie dat negeert, leeft niet in de echte wereld.
7. Democratische vernieuwing – van meebeslissen naar meedoen Het vertrouwen in de politiek is laag. Veel inwoners voelen zich niet gehoord of vertegenwoordigd. Dat vraagt niet om minder, maar juist om méér democratie – een diepere, inclusievere vorm. De pilot burgerberaad zit in de afrondingsfase. Wat zijn de conclusies? Wat leren we hiervan? Sinds eind 2024 beschikt Heerlen over een nieuwe Participatieverordening met tal van instrumenten om inwoners te betrekken. Helaas liggen veel van die instrumenten nog ongebruikt in de “gereedschapskist”. De gemeente zou actiever moeten inzetten op het promoten, faciliteren en toepassen van deze middelen. Een goede eerste stap zou zijn om de evaluatie van de Participatieverordening – zoals beschreven in hoofdstuk 5 van dat document – nog vóór het einde van deze raadsperiode uit te voeren. Zo ontstaat een nulmeting waarop een ambitieus, toekomstgericht participatiebeleid kan worden gebouwd. Democratische vernieuwing begint bij vertrouwen, en vertrouwen groeit door transparantie, samenwerking en échte invloed.
8. De plicht aan de toekomst We staan op een kruispunt. De keuzes die we vandaag maken, bepalen of onze kinderen – en hún kinderen – nog kunnen leven op een leefbare aarde. Onze generatie heeft de plicht om de best mogelijke voorouders te zijn. Dat betekent verder kijken dan de volgende verkiezingen, investeren in bomen die pas over dertig jaar schaduw geven, in ecosystemen die langzaam herstellen, en in mensen die samenwerken aan een duurzame economie. Elke boom die we vandaag planten, elke berm die we ecologisch beheren, elk bedrijventerrein dat we vergroenen, is een belofte aan de toekomst. Daarom roept de Partij voor de Dieren de gemeenteraad van Heerlen op om koers te zetten naar een echt duurzame stad:
• • • • •
Beschouw groen als investering, niet als uitgave. Zet ecologen aan het stuur van natuurlijk beheer. Stimuleer circulaire economie en duurzaam ondernemerschap. Vergroen bedrijventerreinen en bouw natuurinclusief. Versterk de lokale democratie met vernieuwende participatievormen.
Alleen door deze keuzes te maken, bouwen we aan een Heerlen dat niet alleen economisch, maar ook ecologisch en democratisch bloeit – een stad waar mens, dier en natuur in balans samenleven. Want duurzaamheid is geen luxe. Het is onze verantwoordelijkheid – aan elkaar, aan de aarde en aan de generaties die na ons komen.