Bijdrage eerste termijn D66 Heerlen
Tekst van het document
Inbreng Algemene Beschouwingen 2025 Het kan wel. Voorzitter, Heerlen is een stad die te vaak heeft gehoord wat er níet kan. Maar vandaag kunnen we vol overtuiging zeggen: Het kan wél. We zien het in deze begroting: We zijn een stad met ambitie, die investeert in onderwijs, wonen, duurzaamheid en cultuur — en die stap voor stap haar eigen toekomst bouwt. Zoals in Hoensbroek-Centrum. Niet door te klagen over wat niet lukt, maar door te doen wat werkt.
2. Wonen – groei, menging en toekomstbestendigheid Voorzitter, Wonen is misschien wel hét thema van deze tijd. In ons verkiezingsprogramma schreven we dat “Heerlen een stad moet zijn waar iedereen goed kan wonen — jong en oud, starter en doorstromer, huurder en koper.” De Begroting 2026 en de recente raadsinformatiebrief woningbouwprogrammering (7 oktober 2025) laten zien dat Heerlen hard aan de weg timmert met deze ambitie. De cijfers spreken voor zich: • • •
De woningbouwprogrammering is sinds 2022 verdubbeld. Tot 2040 staan 5.688 woningen in de planning, op weg naar het doel van 7.000 nieuwe woningen in 2050. En belangrijker nog: de woonmix verbetert zichtbaar.
Waar vroeger vooral kleine en goedkope huurwoningen werden gebouwd, zien we nu een gezondere verdeling tussen sociale huur, midden-segment en hoger segment. Dat betekent: meer keuze, meer balans, sterkere buurten. Mengen zonder verdringen – precies waar wij als D66 voor staan. Wijken waar jongeren, gezinnen en ouderen naast elkaar wonen, waar betaalbaarheid hand in hand gaat met kwaliteit, en waar de stad groeit zónder dat bestaande bewoners worden weggedrukt. Zorgen voor voldoende doorstroming, zoals ouderen die kleiner kunnen gaan wonen zijn daar een belangrijk onderdeel in.
Wij zijn blij met de voortgang van het Woonfundament Heerlen en het principe van wijkgerichte sturing. Dat 68% van de plannen in Heerlen-Noord ligt, past bij onze inzet om daar te verdichten én te vernieuwen. Tegelijk moeten we blijven waken voor eenzijdigheid: elke wijk verdient een gezonde mix van woningtypen en doelgroepen. D66 ziet in deze cijfers de contouren van de toekomst: Heerlen als groeiende, evenwichtige stad van 100.000 inwoners in 2050 — met ruimte voor starters, gezinnen, ouderen én studenten. Maar voorzitter, De cijfers zijn positief – de praktijk is weerbarstiger. Zo’n 80% van de plannen zit nog in een vroege ontwikkelfase. Daarom is nu de vraag: Hoe zorgen we dat goede plannen ook écht woningen worden. D66 vraagt het college: ▪ Gaan we sneller schakelen in vergunningverlening? ▪ Hoe zorgen dat we minder regels opleggen of soepeler hiermee omgaan? ▪ Kan de portefeuille Wonen en Ruimtelijke Ontwikkeling in de toekomst meer integraal worden
aangestuurd, met duidelijke prioriteit en mandaat? ▪ Hoe wordt het ambtelijk apparaat versterkt om deze bouwambitie waar te maken? We horen signalen van capaciteitsproblemen en dienen daartoe een motie in; ▪ En hoe staat het met de huisvesting van arbeidsmigranten? Menswaardige huisvesting is onderdeel van dezelfde woonopgave.
Daarnaast zien we kansen om leegstand aan te pakken. Wij vragen het college actief te blijven sturen op transformatie van bestaand vastgoed, zodat lege panden weer woningen worden. Daarover dienen wij ook een motie in. En, voorzitter, nieuwe woningen moeten niet alleen passen in de stad, maar ook bijdragen aan het klimaatdoel van 2040. Wonen en duurzaamheid horen bij elkaar. Heerlen groeit weer — en dat is goed nieuws. Maar groei vraagt ook focus. We willen niet méér van hetzelfde, maar een stad die groeit met karakter en compassie. Ook op de woningmarkt geldt: het kan wél.
3. Onderwijs – de stad als kenniscampus Voorzitter, Heerlen is in beweging. Niet alleen fysiek, maar ook mentaal – van verzorgingsstad naar kennisstad.
Dat zien we terug in de begroting: in de investeringen in schoolgebouwen, voorschoolse educatie en de samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven. Maar de échte gamechanger is de komst van de Universiteit Maastricht naar onze binnenstad. Vandaag kunnen we met trots zeggen: Promenade I is aangewezen als voorkeurslocatie voor de vestiging van de universiteit. Een keuze die niet alleen strategisch, maar ook symbolisch is: midden in het hart van de stad, zichtbaar en bereikbaar voor iedereen. Hier, tussen de Promenade, Saroleastraat en Honigmannstraat, ontstaat ruimte voor onderwijs, onderzoek én ondernemerschap. Samen met de RWTH Aken, VISTA College, Open Universiteit en Hogeschool Zuyd vormt zich een unieke Euregionale kennishub. En met de komst van de eerste UM-bacheloropleiding Urban Sustainability in september 2026 zetten we een historische stap: onderwijs dat direct aansluit op de uitdagingen van Heerlen en Parkstad. Onze oproep aan het college: • • •
Veranker deze ontwikkeling structureel in de ruimtelijke visie; Neem studentenhuisvesting expliciet op in de woningbouwprogrammering; Verbind onderwijs met cultuur en ondernemerschap, zodat studenten niet alleen komen studeren, maar ook blijven wonen, werken en creëren.
Daarnaast verwelkomen wij het aangekondigde investeringsprogramma ‘Heerlen Kennisstad’ dat begin 2026 aan de raad wordt voorgelegd. Dit programma geeft invulling aan onze gedeelde ambitie om van Heerlen en Parkstad een sterke kennisregio te maken — in samenwerking met Zuyd Hogeschool, de Brightlands Smart Services Campus en onze maatschappelijke partners. En voorzitter, laten we niet vergeten dat dit alles vraagt om bestuurlijke regie. De burgemeester heeft hier een cruciale rol als verbinder tussen onderwijs, bedrijfsleven en overheid. Daarom vraagt D66: Neemt Heerlen die regierol actief op zich? Want onderwijs is geen kostenpost, het is de motor van vrijheid, van vooruitgang, van vernieuwing. Een stad die leert, bloeit. En Heerlen laat zien: het kán wel.
4. Werk en economie Voorzitter, de Heerlense economie is in beweging.
De samenwerking met Brightlands, ontwikkelingen op het terrein van VDL, de Einstein Telescope, en de banden met RWTH Aken en Maastricht University versterken onze positie als kennisstad. Maar economische groei vraagt ook ruimtelijke verantwoordelijkheid. Daarom vragen wij het college kritisch te blijven kijken naar bedrijvigheid op bedrijventerreinen: Zijn de bedrijven die zich vestigen duurzaam, innovatief én sociaal verantwoord? En vooral: Hoe zorgen we dat we genoeg en menswaardige huisvesting hebben voor iedereen die hier werkt? Daarnaast roepen we op te kijken naar koppelingen op het gebied van AI. Juist de productie van drones op het terrein van VDL kan een mooie koppeling met onze Brightlandscampus én Maastricht University zijn. En welke verbindingen zijn met de Bovengrondse Vakschool te leggen? Datzelfde geldt overigens ook voor Einstein Telescope. Voorzitter, D66 wil dat groei niet alleen meetbaar is in cijfers, maar voelbaar in zekerheid en welzijn. Brede welvaart, niet alleen economie.
5. Willemskwartier/Maankwartier
Voorzitter, Een levendige binnenstad is niet alleen een economische, maar ook een sociale opgave. Er gebeurt veel: de herontwikkeling van het Willemskwartier, het wegtrekken van de Jumbo en de herinrichting van de openbare ruimte rond het Maankwartier. Maar eerlijk is eerlijk: het gaat te traag. De fietsenstalling bij het station is al jaren onderwerp van gesprek, terwijl inwoners en reizigers dagelijks de drukte en onduidelijkheid ervaren. De trap van het Maankwartier is nog steeds smerig. En de leegstand blijft hardnekkig. We zagen het memo dat ons in de ochtend toegezonden werd. Dat zijn mooie ambities. Maar D66 roept het college vooral op om door te pakken: meer tempo en meer daden! Want ook hier geldt: als we willen, kan het wél.
6. Duurzaamheid – van ambitie naar versnelling Voorzitter, de energietransitie is geen toekomstmuziek, maar dagelijkse realiteit.
In wijken als Vrieheide zien we de noodzaak van verduurzaming en sociale vernieuwing hand in hand. De begroting toont structurele investeringen in: ▪ Verduurzaming van gemeentelijke gebouwen; ▪ Vergroening van het centrum; ▪ En circulaire economie. D66 wil meer tempo. Duurzaamheid is geen luxe, het is de nieuwe basis van een moderne stad. Maar duurzaamheid gaat verder dan energie en materialen alleen. Een duurzame stad is óók een gezonde stad — waar schone lucht, minder hittestress en meer groen bijdragen aan het welzijn van onze inwoners. Elke boom, elk groen dak en elke groene gevel draagt bij aan een gezonde leefomgeving waarin mensen graag wonen, werken en spelen. Daarnaast is het behoud en versterken van biodiversiteit essentieel. Onze stad moet ruimte bieden aan vogels, insecten en egels — kleine bewoners die onmisbaar zijn voor een veerkrachtig ecosysteem. D66 pleit daarom voor meer groene daken en gevels, natuurinclusieve nieuwbouw, en groene verbindingen tussen wijken zodat flora en fauna kunnen floreren. Duurzaamheid, gezondheid en biodiversiteit zijn geen losse thema’s, maar vormen samen de ruggengraat van een toekomstbestendige stad.
7. Democratische vernieuwing & participatie – de Heerlenaar centraal Voorzitter, D66 is blij met de koers “Met oog voor de Heerlenaar”. De dienstverlening wordt persoonlijker, en het Burgerberaad laat zien dat inwoners bereid zijn verantwoordelijkheid te nemen. Maar we willen wél weten: hoe nu verder? Krijgt het Burgerberaad een vervolg? Wordt het een vast onderdeel van de besluitvorming? En hoe zorgen we dat communicatie met inwoners verder verbetert? D66 wil een overheid die niet boven mensen staat, maar tussen hen in. Bestuur mét de Heerlenaar, niet over de Heerlenaar. Datzelfde geldt voor buurtgericht werken, waar de heer De Groot ook over sprak. Wij zijn er ook van overtuigd dat we niet moeten bezuinigen op buurtgericht werken, zeker omdat
alles duurder wordt en de vraag groter is dan het budget toelaat. Daarom dienen wij een motie in om deze bezuiniging terug te draaien.
8. Tot slot – de stad die laat zien: het kan wel Voorzitter, Deze begroting laat een Heerlen zien dat durft, doet en doorzet. Een stad die financieel gezond is, sociaal rechtvaardig, cultureel levendig en duurzaam in ontwikkeling. D66 Heerlen ziet in deze cijfers en plannen niet alleen resultaten, maar vooral richting. Een stad die vooruit durft te kijken, die niet langer vraagt “waarom wij?”, maar zegt: waarom niet? Ja — het kan wel. Dank u wel.