CConstaterende datHeerlen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan uitkoop woningen onder hoogspanningsmasten__89383__

Raadsvergadering . (video) 24 april 2024, gemeente HeerlenBij agendapunt: Bestemmingsplan "Uitkoop woningen onder hoogspanningsmasten"12.574 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Uitkoop woningen onder hoogspanningsmasten

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging 1.3 Planvorm 1.4 Toelichting

5 5 5 5 6/7

Hoofdstuk 2 Wijzigingen 2.1 Musschenbroek 36 Heerlen 2.2 Schelsberg 9 - 15 Heerlen 2.3 Toekomstig gebruik en bestemming

8 8 9 11

Hoofdstuk 3 Toetsing ruimtelijk relevante aspecten 3.1 Natuurwaarden 3.2 Luchtkwaliteit

12 12 13

Hoofdstuk 4 Juridische planopzet 4.1 Inleiding 4.2 Opbouw van de regels 4.3 Toelichting van de bestemmingsregels

15 15 15 19

Hoofdstuk 5 Handhaving en uitvoerbaarheid 5.1 Handhavingsbeleid 5.2 Financiële uitvoerbaarheid

21 21 22

Hoofdstuk 6 Procedure en overleg 6.1 Procedurestappen 6.2 Inspraak en overleg 6.3 Zienswijzen 6.4 Algemene verordening gegevensbescherming

23 23 24 24 24

Bijlagen bij de toelichting

26

Bijlage 1

QS woningen Schelstraat

27

Bijlage 2

NO ecologie woningen Schelstraat

28

Bijlage 3

Onderzoek stikstofdepositie sloop

29

Regels

30

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

30 30 33

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

Bestemmingsregels Groen Leiding - Hoogspanningsverbinding Waarde - Archeologie 3 (hoge waarde) Waarde - Archeologie 4 (middelhoge waarde) Waarde - Archeologie 5 (lage waarde)

34 34 35 37 40 43

Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

46 46 47 48 49 50 51

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

52

bestemmingsplan Uitkoop woningen onder hoogspanningsmasten

2

Artikel 14 Artikel 15

Overgangsrecht Slotregel

bestemmingsplan Uitkoop woningen onder hoogspanningsmasten

52 53

3

bestemmingsplan Uitkoop woningen onder hoogspanningsmasten

4

Toelichting

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

Vanwege de maatschappelijke wens om bewoners die onder hoogspanningsverbindingen wonen de mogelijkheid te geven te verhuizen, heeft de rijksoverheid de ‘Regeling specifieke uitkering aankoop woningen onder een hoogspanningsverbinding’ (hierna: uitkoopregeling) vastgesteld. Woningeigenaren maken zelf de keuze of ze gebruik willen maken van de uitkoopregeling. Zij kunnen tot 1 juli 2021 contact opnemen met de gemeente als zij gebruik willen maken van de uitkoopregeling. Uiterlijk op 31 december 2021 moet de overdracht aan de gemeente plaatsvinden waarna het pand gesloopt of herbestemd moet worden, zodat wonen niet meer mogelijk is. Gemeenten nemen een centrale rol in bij de uitvoering van de uitkoopregeling. Zij zijn het aanspreekpunt voor woningeigenaren die van de regeling gebruik willen maken en voeren de regeling uit door woningen aan te kopen of te laten verplaatsen. De kosten die gemeenten maken voor de aankoop of verplaatsing van woningen worden op grond van de regeling vergoed. Binnen de gemeente Heerlen hebben meerdere bewoners zich gemeld om gebruik te maken van de regeling. Dit betekent dat een bewoner zal verhuizen of in sommige gevallen al is verhuisd en de huidige woning leeg komt. Voor de achtergebleven locaties is het wenselijk om de huidige (woon)bestemming te wijzigen zodat er op deze plek geen woning meer is toegestaan.

Met het voorliggende nieuwe bestemmingsplan wordt de gewenste herbestemming planologisch-juridisch mogelijk gemaakt.

1.2

Ligging

Het plangbied bestaat uit de volgende locaties:     

Musschenbroek 36; Schelsberg 9; Schelsberg 11; Schelsberg 13 en Schelsberg 15

In hoofdstuk 2 zijn de locaties en de vigerende ruimtelijke plannen in detail beschreven. De woningen aan de Schelsberg worden hierbij samen behandeld.

1.3

Planvorm

De regels en de verbeelding vormen de juridische bindende onderdelen van het bestemmingsplan. De toelichting geeft een nadere uitleg van de gemaakte beleidskeuzen en invulling van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen juridische status. Elk bestemmingsplan is te onderscheiden door een landelijk uniek identificatienummer. Het voorliggende bestemmingsplan is geregistreerd en vindbaar op het landelijke portaal onder www.ruimtelijkeplannen.nl nummer NL.IMRO.0917.BP050900W000006-, waarbij per fase een ander versienummer wordt opgenomen.

bestemmingsplan Uitkoop woningen onder hoogspanningsmasten

5

1.4

Toelichting

In de toelichting wordt de opzet van het plan beschreven en zijn de aan het plan ten grondslag liggende overwegingen vermeld, waaronder een toetsing aan het relevante beleid op verschillende niveaus. Daarnaast is - voor zover relevant - onderzoek gedaan naar omgevingsaspecten. Ook de uitkomsten van dit onderzoek worden in de toelichting beschreven. Ten slotte worden in de toelichting de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid onderbouwd.

1.4.1

Planregels

In het kader van een goede ruimtelijke ordening worden aan de gronden, die in het plan zijn gelegen, bestemmingen toegewezen met bijbehorende doeleinden of functies. Aan deze bestemmingen zijn regels gekoppeld, die voorschriften bevatten over het gebruik van deze gronden en van de opstallen die zich daarop bevinden. Met het oog op de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen schrijft de SVBP de wijze waarop een planregel is opgebouwd en hoe de regels worden ingedeeld (vaste hoofdstukindeling) voor. Met de SVBP2012 zal bij het opstellen van de regels dan ook rekening moeten worden gehouden.

1.4.2

Verbeelding

De verbeelding geeft een grafische weergave van het plangebied. In de verbeelding zijn de plangrens, bestemmingen en aanduidingen weergegeven. Het bestemmingsplan onderscheidt een digitale en een analoge verbeelding. Beide verbeeldingen zijn rechtsgeldig, echter bij interpretatieverschillen is de digitale verbeelding maatgevend. De digitale verbeelding is een interactieve raadpleegomgeving via het internet die de gehele inhoud van het bestemmingplan (grafische weergave, regels en toelichting) toont. Door een muisklik op de kaart te geven verschijnen de bijbehorende regels voor die locatie in beeld. Tevens is het mogelijk om te meten op de kaart en door middel van coördinaten (het Rijksdriehoekscoördinatenstelsel) de exacte locatie te bepalen. Met het oog op de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen schrijft de SVBP2012 de wijze voor waarop de verbeelding is opgebouwd en hoe de bestemming worden ingedeeld (vaste hoofdstukindeling). Met de SVBP2012 zal bij het opstellen van de regels dan ook rekening moeten worden gehouden.

1.4.3

Ondergrond

De ondergrond is een samenstelling van de Basisregistratie Grootschalige Topografie en kadastrale begrenzingen. Na vaststelling van het bestemmingsplan is de gehanteerde ondergrond onlosmakelijk met het bestemmingplan verbonden. De ondergrond is zichtbaar op de analoge verbeelding, echter deze wordt niet standaard getoond in combinatie met de digitale verbeelding. De topografische kaarten en luchtfoto's die worden getoond op www.ruimtelijkeplannen.nl zijn niet altijd up to date en slechts bedoeld als oriëntatiemiddel. Bij interpretatieverschillen is de vastgestelde ondergrond bepalend.

bestemmingsplan Uitkoop woningen onder hoogspanningsmasten

6

bestemmingsplan Uitkoop woningen onder hoogspanningsmasten

7

Hoofdstuk 2

Wijzigingen

Per locatie wordt de huidige situatie, de vigerende bestemmingsregeling en de toekomstige bestemmingsregeling in kaart gebracht.

2.1

Musschenbroek 36 Heerlen

2.1.1

Huidige situatie

In de huidige situatie is op dit perceel een tussenwoning met tuin aanwezig. De woningen aan beide zijden van deze woning blijven in beginsel gehandhaafd.

Afbeelding 2-1 huidige situatie woning Musschenbroek 36

2.1.2

Vigerende bestemmingsregeling

bestemmingsplan Uitkoop woningen onder hoogspanningsmasten

8

Afbeelding: 2-2 uitsnede verbeelding bestemmingsplan MSP, woning Musschenbroek 36. De woning heeft de bestemming Wonen, op een deel van het kadastrale perceel ligt de bestemming 'Verkeer - verblijfsgebied'. Verder geldt er de dubbelbestemming 'Leiding Hoogspanningsverbinding' en dubbelbestemmingen voor archeologie.

2.2

Schelsberg 9 - 15 Heerlen

2.2.1

Huidige situatie

In de huidige situatie zijn dit 4 aaneengebouwde woningen met achterliggende tuinen. De woningen aan de uiteinden van de rij, nr. 7 en nr. 17, blijven in beginsel gehandhaafd.

bestemmingsplan Uitkoop woningen onder hoogspanningsmasten

9

Afbeelding 2-3 huidige situatie woningen Schelsberg 9-15

2.2.2

Vigerende bestemmingsregeling

Afbeelding 2-4 : uitsnede verbeelding bp Heerlen-Stad Noord, woningen Schelsberg 9 - 15 (binnen rode kader). De woningen aan de Schelsberg 9, 11, 13 en 15 hebben de bestemming Wonen. Ook hier geldt de dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding'.

bestemmingsplan Uitkoop woningen onder hoogspanningsmasten

10

2.3

Toekomstig gebruik en bestemming

De woningen krijgen de bestemming 'Groen', net als de percelen die rondom de woningen liggen. Aan de Musschenbroekstraat is ook de bestemming 'Verkeer - verblijfsgebied' opgenomen, die op een deel van het kadastrale perceel van de woning ligt. De planregels bestaan uit de regels dit binnen Heerlen voor deze bestemming gebruikelijk zijn.

Afbeelding 2 - 5 verbeelding nieuw bestemmingsplan

bestemmingsplan Uitkoop woningen onder hoogspanningsmasten

11

Hoofdstuk 3

3.1

Toetsing ruimtelijk relevante aspecten

Natuurwaarden

De Wet natuurbescherming (Wnb) voorziet in de bescherming van Europese Natura 2000-gebieden en planten- en diersoorten (bijlage 1). De basis wordt gevormd door de zorgplicht (artikel 1.11), waarin gesteld wordt dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor Natura 2000gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.

3.1.1

Gebiedsbescherming

In een zogenaamde voortoets wordt bepaald of al dan niet op voorhand kan worden uitgesloten of een plan of project significante gevolgen kan hebben op beschermde gebieden. Als dit niet op voorhand kan worden uitgesloten, kan, conform art. 2.8 lid 1 Wnb, over het plan of project pas worden besloten nadat een passende beoordeling is opgesteld waarin rekening wordt gehouden met de instandhoudingsdoelstellingen voor het betreffende Natura 2000-gebied. Deze passende beoordeling moet de zekerheid geven dat de natuurlijke kenmerken van het betreffende gebied niet worden aangetast. Gezien de grote afstand ten opzichte van beschermde gebieden, zijn effecten van bijvoorbeeld geluid of licht, niet aan de orde. Stikstofdepositie kan zich echter ook vanaf grotere afstand nog manifesteren. Dit kan optreden als gevolg van de sloopwerkzaamheden. Daarom is naar dit aspect gekeken.

Figuur 3-1 ligging plangebied (in groen) ten opzichte van beschermde gebieden

bestemmingsplan Uitkoop woningen onder hoogspanningsmasten

12

Er zijn berekeningen uitgevoerd om te bepalen of het plan in de sloopfase leidt tot een toename van stikstofdepositie op een daarvoor gevoelig Natura 2000-gebied (zie bijlage 3). Uit de berekeningen blijkt dat dit niet het geval is. Dit betekent dat significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden op voorhand kunnen worden uitgesloten. Conclusie: Het aspect 'gebiedsbescherming' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

3.1.2

Soortenbescherming

De woningen worden gesloopt. Omdat het niet is uit te sluiten dat zich in of rond de bebouwing beschermde soorten bevinden, is een quick scan (bijlage 1 voor de quickscan woningen Schelsberg) uitgevoerd. Voor grondgebonden zoogdieren, vissen, amfibieën, ongewervelde en vaatplanten kan op voorhand worden uitgesloten dat als gevolg van de werkzaamheden negatieve effecten optreden tijdens de werkzaamheden op voorwaarde dat bepaalde mitigerende maatregelen worden uitgevoerd (bijvoorbeeld werken buiten het broedseizoen). De aanwezigheid van vleermuizen en huismussen kon niet worden uitgesloten. Er is nader onderzoek (bijlage 2) uitgevoerd naar de aanwezigheid van essentiële elementen voor huismussen en vleermuizen. Alleen essentiële elementen van de vleermuis bleken aanwezig te zijn. Er is een paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis aangetroffen in een van de te slopen woningen Door de sloop gaat deze verblijfplaats verloren en bestaat de kans dat vleermuizen worden verwond of gedood. Dit is in strijd met de Wet natuurbescherming. Om de werkzaamheden toch te kunnen uitvoeren is een ontheffing van de Wnb nodig voor de gewone dwergvleermuis. Daarnaast dient in ieder geval rekening gehouden te worden met broedende vogels, algemene grondgebonden zoogdieren en de zorgplicht. Er is een ontheffing aangevraagd bij de Provincie Limburg.

Om te voorkomen dat het plangebied na realisatie niet meer geschikt is voor de aanwezige vleermuizen, is ook een compensatieplan opgesteld en ingediend bij de ontheffingsaanvraag. In dit compensatieplan wordt onder andere aangegeven op welke wijze nieuwe voorzieningen voor de soorten worden gerealiseerd, namelijk in de vorm van (tijdelijke) kasten. De soorten hebben een bepaalde periode nodig om te wennen aan de nieuwe kasten. Daarom zijn deze, vooruitlopend op een ontheffing en de fysieke sloopwerkzaamheden, al gerealiseerd. Na uitvoering van de sloop moeten er permanente voorzieningen komen. Voor de woning aan de Musschenbroek 36 is nog geen onderzoek uitgevoerd. De woning wordt in dit bestemmingsplan wel 'wegbestemd'. Het slopen kan pas gebeuren nadat onderzoek is uitgevoerd. Conclusie: De Wet natuurbescherming vormt, voor wat betreft de soortenbescherming, geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

3.2

Luchtkwaliteit

Bij de besluitvorming in het kader van een ruimtelijk plan dient het bevoegd gezag de luchtkwaliteitsaspecten die samenhangen met het plan in acht te nemen. Dit betekent dat de gevolgen voor de luchtkwaliteit die samenhangen met de nieuwe functies getoetst dienen te worden aan de luchtkwaliteitseisen uit de Wet milieubeheer ook wel de Wet luchtkwaliteit genoemd. Ingevolge de systematiek van deze wet vormen de luchtkwaliteitseisen in ieder geval geen belemmering voor een ontwikkeling indien deze niet in betekenende mate (hierna NIBM) bijdraagt aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Dit is het geval indien aan één van de volgende voorwaarden is voldaan:  

er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project leidt - al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;

bestemmingsplan Uitkoop woningen onder hoogspanningsmasten

13

 

een project draagt “niet in betekenende mate” bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hetgeen inhoudt dat door het project de luchtkwaliteit met minder dan 3% verslechtert; een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen.

De 3%-grens van een project dat 'niet in betekenende mate bijdraagt', is ook omgezet in een getalsmatige grens. Als deze getalsmatige grens (hieronder) niet wordt overschreden, wordt deze 3%-grens gerespecteerd. 

kantoorlocaties: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 1 ontsluitingsweg, 200.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 2 ontsluitingswegen. (voorschrift 3A.1); woningbouw: 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitingsweg, 3.000 woningen bij 2 ontsluitingswegen (voorschrift 3A.2).

De sloop van de woningen valt niet onder één van de genoemde categorieën. De werkzaamheden duren niet lang en de verwachting is dat dit niet, dan wel niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Gezien de beperkte uitvoeringsperiode is het ook de verwachting dat de sloopwerkzaamheden niet van invloed zijn op het woon- en leefklimaat van de omliggende woningen. Conclusie Het planologische besluit om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken is in overeenstemming met de wettelijke bepalingen over de luchtkwaliteit.

bestemmingsplan Uitkoop woningen onder hoogspanningsmasten

14

Hoofdstuk 4

Juridische planopzet

Dit hoofdstuk beschrijft de opzet van de planregels van het bestemmingsplan Uitkoop woningen onder hoogspanningsmasten.

4.1

Inleiding

Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met de bijbehorende regels en gaat vergezeld van de voorliggende toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Op de verbeelding zijn de binnen het plangebied voorkomende bestemmingen weergegeven. De verbeelding is getekend op een actuele digitale ondergrond, samengesteld uit de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) en kadastrale begrenzingen. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en bouwwerken (wat mag waar?) en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De regels kunnen niet los worden gezien van de verbeelding. De verbeelding geeft aan waar welke bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen gelden, waaraan vervolgens de regels zijn gekoppeld. De verbeelding en regels vormen daarom samen het voor eenieder bindende deel van het bestemmingsplan. Voor de opzet en inhoud van de regels is aansluiting gezocht bij het 'Sjabloon regels' dat onderdeel uit maakt van het Handboek ruimtelijke plannen van de gemeente Heerlen. Het geheel voldoet aan de randvoorwaarden die voortvloeien uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro), de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Regeling Standaarden Ruimtelijke Ordening 2012 (RSRO2012), waaronder de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012).

De toelichting heeft geen bindende werking; deze maakt juridisch gezien ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de (ruimtelijke) onderbouwing en motivering van het bestemmingsplan en bij uitleg van de opzet van het plan en de daarin opgenomen regels.

4.2

Opbouw van de regels

De regels van dit bestemmingsplan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangsbepalingen aan de orde komen. Hieronder zullen de verschillende onderdelen van de regels nader worden toegelicht. De basis voor de planregels in dit bestemmingsplan zijn de standaardregels die binnen de gemeente Heerlen worden gehanteerd voor de bestemming 'Groen'. Verder worden de vigerende dubbelbestemmingen (voor zo ver relevant) uit het vigerende bestemmingsplan overgenomen. Omdat de gebouwen worden gesloopt zijn eventuele bouwvlakken en maatvoeringsaanduidingen komen te vervallen. Voor wat betreft hoofdstuk 1 van de regels (Inleidende regels: artikel 1 "Begrippen") geldt dat alleen de begrippen zijn opgenomen die in de overige regels terugkomen. Ook zijn algemene regels en overgangs- en slotregels opgenomen.

bestemmingsplan Uitkoop woningen onder hoogspanningsmasten

15

4.2.1 4.2.1.1

Inleidende regels Begripsbepalingen

In de begrippen worden omschrijvingen gegeven van in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze zijn opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Alleen die begripsbepalingen zijn opgenomen die worden gebruikt in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. 4.2.1.2

Wijze van meten

Om op een eenduidige manier afstanden en oppervlakten te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg aangegeven hoe de hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden. Het bouwen is, gezien de sloop van de woningen, beperkt tot bouwwerken, geen bouwwerken zijnde. Peil en maaiveld In veel meetvoorschriften wordt aansluiting gezocht bij het begrip peil. De manier waarop het peil wordt bepaald is afhankelijk van de situering van de gevels van een bouwwerk ten opzichte van de weg. Het uitgangspunt is dat gemeten wordt vanaf het aansluitende afgewerkte terrein. Dit is de staat van het terrein zoals gelegen direct aansluitend aan het bouwwerk, zoals dat na de voltooiing van de bouw is afgewerkt, plus/minus 0,50 cm. Voor bouwwerken op een bouwperceel, waarvan een gevel onmiddellijk aan een weg grenst, wordt het peil gemeten vanaf het bouwkundig peil = bovenkant afgewerkte beganegrondvloer = 143.92 + NAP. Het maaiveld is de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein, zoals dat na de voltooiing van de bouw is afgewerkt. Om te voorkomen dat latere ophogingen of verdiepingen die niet passen bij het natuurlijk verloop van de grond leiden tot een kunstmatige verhoging of verlaging van het peil, wordt verhoging of verlaging van het peil als gevolg hiervan beperkt tot 0,50 meter.

Verhogingen en verdiepingen die deze drempelwaarde overschrijden worden bij het meten van bijvoorbeeld de hoogte van het bouwwerk buiten beschouwing gelaten. De bouwhoogte van een bouwwerk De bouwhoogte van een bouwwerk wordt gemeten vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

4.2.2

Bestemmingsregels

De gronden van het gehele plangebied hebben een positieve bestemming. Een positieve bestemming betekent dat gebruik van de gronden voor de betreffende bestemming met inachtneming van de bestemmingsregels direct mogelijk is. De oprichting van gebouwen is direct mogelijk indien het voldoet aan de bouwregels van de bestemming, en nadat het bevoegd gezag een omgevingsvergunning voor het bouwen heeft verleend. Een bouwwerk dient daarvoor naast de bestemmingsplanregels ook te voldoen aan onder meer de regels van het Bouwbesluit en de Bouwverordening. De bestemmingsregels zijn altijd op dezelfde wijze opgebouwd. Dit ziet er in beginsel als volgt uit:       

bestemmingsomschrijving; bouwregels; nadere eisen; afwijken van de bouwregels; specifieke gebruiksregels; afwijken van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, en van werkzaamheden.

Hieronder worden de verschillende onderdelen van de bestemmingsregels beschreven.

bestemmingsplan Uitkoop woningen onder hoogspanningsmasten

16

4.2.2.1

Bestemmingsomschrijving

De bestemmingsomschrijving bevat de omschrijving van de doeleinden (functies) die met de bestemming aan de grond worden toegekend. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies zoals wonen, bedrijven, detailhandel, recreatie, horeca. De aard van de toegelaten inrichting van de gronden (bouwwerken en werken, geen bouwwerken zijnde) vloeit dan voort uit de toegelaten functies. De hoofdfuncties worden als eerste genoemd. Daarna worden, voor zover aanwezig, ook de aan de hoofdfuncties ondergeschikte functies genoemd. De bestemmingsomschrijving regelt niet alleen de toegestane functies, maar bevat ook de inrichtingsaspecten. 4.2.2.2

Bouwregels

In de bouwregels wordt aangegeven welke bebouwingsmogelijkheden er op een perceel bestaan. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4.2.2.3

Nadere eisen

Op grond van de Wet ruimtelijke ordening kan een bestemmingsplan de mogelijkheid bieden om nadere eisen aan een omgevingsvergunning te stellen, wanneer dit vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening gewenst is. De criteria wanneer deze nadere eisen mogen worden toegepast moeten duidelijk terugkomen in het bestemmingsplan. 4.2.2.4

Afwijken van de bouwregels

Door het opnemen van een afwijkingsregeling bestaat de mogelijkheid om met een omgevingsvergunning af te wijken van de algemeen toegestane bouwregelingen. Voor elke afwijking wordt aangegeven waarvan afgeweken wordt, de maximale afwijking die met de afwijking kan worden toegestaan en eventueel de situaties of voorwaarden waaronder vrijstelling wordt verleend. Het gaat hier om afwijkingbevoegdheden voor specifieke bestemmingen. Als afwijkingsbevoegdheden gelden voor meerdere bestemmingen, dan wel een algemene strekking hebben, zijn ze opgenomen in de algemene afwijkingsregels. 4.2.2.5

Specifieke gebruiksregels

In de specifieke gebruiksregels kunnen nadere eisen of voorwaarden worden opgenomen voor bepaalde vormen van gebruik. Zo wordt binnen de bestemming wonen het uitvoeren van aan huis gebonden beroepen toegestaan in de woning en bijbehorende bouwwerken mits de woonfunctie van het betreffende perceel in overwegende mate behouden blijft. Daarnaast kan in de specifieke gebruiksregels ook worden aangegeven welke vormen van gebruik men in ieder geval strijdig acht met de bestemming. Hierin worden niet alle mogelijke strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die waarvan het niet op voorhand duidelijk is dat deze in strijd zijn met de bestemming. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling op de bestemmingsomschrijving. 4.2.2.6

Afwijken van de gebruiksregels

Een bestemmingsplan kan regels bevatten om op basis van een omgevingsvergunning af te wijken van de gebruiksregels. Deze afwijkingsregeling kan worden opgenomen voor kleinere, planologisch minder ingrijpende, onderwerpen. Een afwijking van een gebruiksregel mag niet leiden tot een feitelijke wijziging van de bestemming, of het toestaan van 'nieuwe' functies. Dat wil zeggen dat wel afwijking kan worden verleend ten behoeve van functies, die inherent zijn aan de in de bestemmingsomschrijving opgenomen functies. In de standaard-woonbestemming is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor het gebruik van een woning of daarbij behorend bijbehorend bouwwerk voor de uitoefening van consumentverzorgende bedrijfsactiviteiten.

bestemmingsplan Uitkoop woningen onder hoogspanningsmasten

17

4.2.2.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, en van werkzaamheden Specifieke inrichtingsactiviteiten, niet bestaande uit bouwen, dienen soms aan een omgevingsvergunning gebonden te worden.

4.2.3

Algemene regels

De algemene regels gelden voor alle in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingen. Regels die specifiek voor een bepaalde bestemming gelden worden in het algemeen in het desbetreffende bestemmingsartikel opgenomen. 4.2.3.1

Anti-dubbeltelregel

In artikel 8 wordt geregeld dat grond die reeds eerder bij een verleende omgevingsvergunning is meegenomen niet nog eens bij de verlening van een nieuwe omgevingsvergunning mag worden meegenomen. Deze standaardregel is rechtstreeks overgenomen uit het Besluit ruimtelijke ordening. De anti-dubbeltelregel zorgt er bijvoorbeeld voor dat op eenzelfde perceel de onbebouwde ruimte niet voor een tweede keer wordt betrokken in de planologische toets van een bouwplan. Een voorbeeld om de werking van deze regel te illustreren is de mogelijkheid om op een bedrijfsperceel één bedrijfswoning te realiseren. Wanneer deze woning na afsplitsing en verkoop in gebruik wordt genomen door een burger zonder functionele binding met het bedrijf, wordt deze niet meer als bedrijfswoning gebruikt, maar als reguliere woning. Mocht er weer behoefte ontstaan voor de realisatie van een bedrijfswoning op het bedrijfsperceel, dan kan dit op grond van de antidubbeltelregel niet nogmaals worden toegestaan, omdat voor dit perceel reeds eerder een bedrijfswoning is gerealiseerd. 4.2.3.2

Algemene bouwregels

In artikel 9 wordt de bouw van bepaalde bouwwerken geregeld, die zijn toegestaan (of uitgesloten) binnen alle bestemmingen, voor zover daar per bestemming geen specifieke bouwregels voor zijn opgesteld. In de algemene bouwregels is onder meer een verbod opgenomen op het splitsen van woningen in meerdere woningen of kamers. Dit houdt in dat voor het splitsen van een woning, bijvoorbeeld voor studentenkamers, altijd een vergunning moet worden aangevraagd. Zo kan de gemeente ervoor zorgen dat gevallen van woningsplitsing geen negatieve gevolgen hebben voor de ruimtelijke kwaliteit in de directe omgeving, en kan de gemeente sturen op het woningaanbod met het oog op het regionale woonbeleid. 4.2.3.3

Algemene gebruiksregels

In artikel 10 zijn activiteiten opgenomen die voor alle bestemmingen als strijdig gebruik worden aangemerkt. Het gaat dan onder meer om gebruik van gronden als stort- of opslagplaats van grond of afval, tenzij dit in de regels van het bestemmingsplan specifiek is toegestaan. Een ander voorbeeld is de permanente bewoning van gebouwen, niet zijnde een woning of ander specifiek voor permanente woning bestemd gebouw. De specifieke gebruiksregel, zoals deze kan worden opgenomen in de afzonderlijke bestemmingen, is aanvullend op de algemene, in dit bestemmingsplan opgenomen, gebruiksregels. 4.2.3.4

Algemene aanduidingsregels

Het voorliggend bestemmingsplan kent geen aanduidingsregels.

bestemmingsplan Uitkoop woningen onder hoogspanningsmasten

18

4.2.3.5

Algemene afwijkingsregels

In artikel 11 zijn algemene afwijkingsregels opgenomen. In deze bepaling wordt aan het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om met een omgevingsvergunning af te wijken van bepaalde in het bestemmingsplan geregelde onderwerpen. Hierbij gaat het om afwijkingsbepalingen die gelden voor meerdere dan wel alle bestemmingen in het plan. Deze bepalingen bevatten ook de criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen. Specifieke, op de bestemmingen gerichte, afwijkingen zijn reeds opgenomen onder de betreffende bestemming. 4.2.3.6

Algemene wijzigingsregels

In artikel 12 wordt aan het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid toegekend om een gedeelte van het plan te wijzigen ten behoeve van (geringe) wijziging van bestemmingsgrenzen op perceelsniveau of de vestiging van een seksinrichting. Per wijziging zijn de voorwaarden opgenomen waaraan deze moet voldoen. 4.2.3.7

Overige regels

Dit artikel bevat in ieder geval een bepaling waarbij aangegeven wordt hoe andere wettelijke bepalingen, waarnaar is verwezen in de regels, dienen te worden geïnterpreteerd. In artikel 13 is een rangorde opgenomen van dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen voor gevallen waarin dubbelbestemmingen en/of gebiedsaanduidingen geheel of gedeeltelijk samenvallen en de regels daarvan onderling strijdig zijn. De regels van de dubbelbestemming of aanduiding die het hoogst in de rangorde staat, gaan voor.

4.2.4

Overgangs- en slotregels

4.2.4.1

Overgangsbepalingen

In artikel 14 is een regeling opgenomen voor bestaande zaken en rechten die niet in overeenstemming zijn met de overige regelingen in dit bestemmingsplan. De regels voor het overgangsrecht zijn overgenomen uit paragraaf 3.2 van het Besluit ruimtelijke ordening, waarin standaard overgangsrecht voor bestemmingsplannen is opgenomen. 4.2.4.2

Slotregel

Als laatste wordt de slotregel opgenomen. Dit artikel bevat de titel van het bestemmingsplan. Elk bestemmingsplan is daarnaast te onderscheiden door een uniek identificatienummer. Dit bestemmingsplan is geregistreerd en vindbaar op het landelijke portaal www.ruimtelijkeplannen.nl, onder nummer NL.IMRO.0917.BP050900W000006-3001.

4.3

Toelichting van de bestemmingsregels

Artikel 3 Groen Deze bestemming geldt voor de voormalige woningen en tuinen. De planregels omvatten de in Heerlen gebruikelijke regels voor deze bestemming.

Artikel 4 Leiding - Hoogspanningsverbinding Deze dubbelbestemming is onverkort overgenomen uit de vigerende plannen en is bedoeld om de hoogspanningsleiding te beschermen.

bestemmingsplan Uitkoop woningen onder hoogspanningsmasten

19

Artikel 5 Waarde - Archeologie 3 (hoge waarde) Deze dubbelbestemming is onverkort overgneomen uit de vigerende plannen ter bescherming van mogelijk aanwezige hoge archeologische waarden. Artikel 6 Waarde - Archeologie 4 (middelhoge waarde) Deze dubbelbestemming is onverkort overgneomen uit de vigerende plannen ter bescherming van mogelijk aanwezige middelhoge archeologische waarden.

bestemmingsplan Uitkoop woningen onder hoogspanningsmasten

20

Hoofdstuk 5

Handhaving en uitvoerbaarheid

Het bestemmingsplan heeft meerdere functies. De belangrijkste functie betreft wellicht de normerende functie. Het bestemmingsplan geeft bindende regels voor het gebruik van de in het betreffende plan opgenomen gronden. Dit betreft gebruik in ruime zin. Niet enkel het feitelijke gebruik, maar ook de bebouwing van deze gronden en het gebruik van opstallen worden door het bestemmingsplan gereguleerd. Om recht te doen aan deze functie, is tijdens het opstellen van het onderhavige bestemmingsplan ruime aandacht besteed aan de handhaafbaarheid van de opgestelde regels. Er is sprake van een inzichtelijke en realistische juridische regeling. Dat wil zeggen, dat het plan niet onnodig beperkend of inflexibel is. De regels dienen niet meer, maar ook niet minder te regelen dan noodzakelijk is. Daarnaast is er sprake van een ondubbelzinnige en juridisch juiste regeling, die voor iedereen duidelijk is en weinig procesrisico kent.

5.1

Handhavingsbeleid

Binnen de gemeente Heerlen vormt de handhaving van bestemmingsplannen een expliciet onderdeel van het handhavingsbeleid. De beleidsregel 'Toezicht en handhavingsbeleid 2019-2022 WABO' en het bijbehorende Handhavingsuitvoeringsprogramma is opgezet om:   

de kwaliteit van toezicht en handhaving te kunnen borgen; uniformiteit aan te brengen met betrekking tot de wijze van toezicht en handhaving; een goede afstemming te borgen binnen het team Bouw- en Milieutoezicht en Bodem (BMB) van het domein Ruimte van de gemeente Heerlen.

Met deze beleidsregel wil de gemeente een kader scheppen voor toezicht en handhaving. Tevens is met deze beleidsregel uitvoering gegeven aan de landelijke proceskwaliteitscriteria voor de toezicht- en handhavingstaken. In de beleidsregel wordt onder meer aandacht besteed aan de wijze waarop handhaving zal plaatsvinden. Uitgangspunt is dat tegen iedere overtreding wordt opgetreden. Verder wordt in de beleidsregel de wijze van prioritering weergegeven. Op basis van jaarlijks vast te stellen uitvoeringsprogramma's vindt vervolgens het uitvoeren van toezicht en daadwerkelijke handhaving plaats. Bij het overtreden van de regels van het bestemmingsplan kan het college de volgende maatregelen toepassen: bestuursrechtelijk handhaven (last onder bestuursdwang of last onder dwangsom) of strafrechtelijk handhaven (economisch delict).

bestemmingsplan Uitkoop woningen onder hoogspanningsmasten

21

5.2

Financiële uitvoerbaarheid

Ingevolge het bepaalde in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening dient in de toelichting van een bestemmingsplan inzicht te worden gegeven over de uitvoerbaarheid van het plan. Hiermee wordt mede de financiële uitvoerbaarheid bedoeld. Dit bestemmingsplan wordt vastgesteld in opdracht van de gemeente Heerlen. Dit project zal door de gemeente Heerlen worden voorgefinancierd. De economische uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan is daarmee aangetoond. Wettelijk kostenverhaal m.b.t. onderhavig bestemmingsplan is niet aan de orde, een exploitatieplan op basis van artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening hoeft niet te worden vastgesteld.

bestemmingsplan Uitkoop woningen onder hoogspanningsmasten

22

Hoofdstuk 6

Procedure en overleg

In dit hoofdstuk is de procedure van het bestemmingsplan beschreven. In de eerste plaats is een toelichting gegeven van de verschillende stappen die in het algemeen in een bestemmingsplanprocedure onderscheiden kunnen worden. Vervolgens zijn de resultaten van de doorlopen stappen in de procedure van bestemmingsplan Sjabloon toelichting BP Heerlen - 2020 weergegeven.

6.1

Procedurestappen

Een bestemmingsplan kent de volgende procedurestappen:

6.1.1

Voorontwerp

Een voorontwerp van een bestemmingsplan kan worden gezien als een (eerste) concept van het bestemmingsplan dat in verband met het vooroverleg naar diverse instanties wordt gestuurd. Deze fase van de voorbereiding van het bestemmingsplan heeft geen wettelijke grondslag in de Wro. Dat neemt niet weg dat het voorontwerp ook ter inspraak kan worden aangeboden. Op grond van de Inspraakverordening van de gemeente Heerlen wordt een voorontwerp gedurende zes weken voor eenieder ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn kunnen ingezetenen en belanghebbenden een inspraakreactie indienen bij het college van burgemeester en wethouders.

6.1.2

Ontwerp

Het ontwerp bestemmingsplan is de eerste versie van het plan die de officiële voorbereidingsprocedure ingaat die is voorgeschreven in de Wro. De ingediende inspraakreacties worden verwerkt, wat eventueel kan leiden tot aanpassing van het bestemmingsplan. Het ontwerp bestemmingsplan wordt behandeld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders. Een ontwerp bestemmingsplan ligt vervolgens gedurende zes weken ter inzage. Belanghebbenden hebben de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen bij de gemeenteraad.

6.1.3

Vaststelling

De gemeenteraad stelt het bestemmingsplan vast binnen 12 weken na de termijn van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. De ingediende zienswijzen kunnen leiden tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan en de beantwoording van de zienswijzen door het college vormen onderdeel van de motivering van het bestemmingsplan.

6.1.4

Beroep

Nadat de gemeenteraad het bestemmingsplan heeft vastgesteld, wordt het besluit tot vaststelling bekendgemaakt. Daarna bestaat nog de mogelijkheid om binnen 6 weken (te rekenen vanaf de dag na terinzagelegging van het besluit) een beroepsschrift bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Alleen belanghebbende die een zienswijze hebben ingediend tegen het ontwerpbestemmingsplan of die beroep aantekenen tegen wijzigingen die de gemeenteraad heeft aangebracht ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan kunnen beroep instellen.

bestemmingsplan Uitkoop woningen onder hoogspanningsmasten

23

6.1.5

Onherroepelijk bestemmingsplan

Een bestemmingsplan wordt onherroepelijk op de dag na afloop van de ter inzage legging van het vastgestelde plan, tenzij er bij de Raad van State beroep is ingesteld. Dan wordt het plan pas onherroepelijk na de uitspraak van de Raad van State over het ingestelde beroep, afhankelijk van de strekking van de uitspraak.

6.2

Inspraak en overleg

Er is geen voorontwerpbestemmingsplan Uitkoop woningen onder hoogspanningsmastenopgesteld. Het plan is ook niet voor vooroverleg naar diverse instanties gestuurd maar wordt direct als ontwerpplan terinzage gelegd.

6.3

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan ‘Uitkoop woningen onder hoogspanningsmasten’heeft met ingang van xxx gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode heeft een ieder een zienswijze in kunnen dienen. Er zijn wel/geen zienswijzen ontvangen. Het plan is wel/niet op ondergeschikte onderdelen gewijzigd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. De ambtshalve wijzigingen zijn in het raadsvoorstel opgenomen.

6.4

Algemene verordening gegevensbescherming

De Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) is een Europese verordening die de regels voor de verwerking van persoonsgegevens door particuliere bedrijven en overheidsinstanties in de hele Europese Unie standaardiseert. Het doel is niet alleen om de bescherming van persoonsgegevens binnen de Europese Unie te garanderen, maar ook om het vrije verkeer van gegevens binnen de Europese interne markt te waarborgen. De verordening geldt wereldwijd voor alle ondernemingen en organisaties die persoonsgegevens bijhouden en verwerken van natuurlijke personen in de Europese Unie, onafhankelijk of er al dan niet betaald wordt voor diensten of producten. Op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming wordt het afgeraden persoonsgegevens elektronisch beschikbaar te stellen, i.e. op internet te publiceren. Inspraak- of zienswijzennota's, raadsbesluiten of in de toelichting opgenomen persoonsgegevens moeten voor publicatie geanonimiseerd worden. Dat betekent dat naam-, adres- en woonplaatsgegevens van natuurlijke personen verwijderd moeten worden. Deze gegevens mogen wel in de papieren versie van het bestemmingsplan opgenomen worden indien deze niet openbaar gemaakt worden. Gegevens mogen niet worden verwerkt tenzij er ten minste één wettelijke basis is om dit te doen. De AVG kent 6 grondslagen voor het verwerken van persoonsgegevens: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Toestemming van de betrokken persoon; De gegevensverwerking is noodzakelijk voor de uitvoering van een overeenkomst; De gegevensverwerking is noodzakelijk voor het nakomen van een wettelijke verplichting; De gegevensverwerking is noodzakelijk ter bescherming van de vitale belangen; De gegevensverwerking is noodzakelijk voor de vervulling van een taak van algemeen belang of uitoefening van openbaar gezag; De gegevensverwerking is noodzakelijk voor de behartiging van de gerechtvaardigde belangen.

bestemmingsplan Uitkoop woningen onder hoogspanningsmasten

24

bestemmingsplan Uitkoop woningen onder hoogspanningsmasten

25

Bijlagen bij de toelichting

bestemmingsplan Uitkoop woningen onder hoogspanningsmasten

26

Bijlage 1

QS woningen Schelstraat

bestemmingsplan Uitkoop woningen onder hoogspanningsmasten

27

Bijlage 2

NO ecologie woningen Schelstraat

bestemmingsplan Uitkoop woningen onder hoogspanningsmasten

28

Bijlage 3

Onderzoek stikstofdepositie sloop

bestemmingsplan Uitkoop woningen onder hoogspanningsmasten

29

Regels

Hoofdstuk 1

Artikel 1

1.1

Inleidende regels

Begrippen

plan

het bestemmingsplan 'Uitkoop woningen onder hoogspanningsmasten', met identificatienummer NL.IMRO.0917.BP050900W000006-3001 van de gemeente Heerlen;

1.2

bestemmingsplan

de geometrische bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;

1.3

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.4

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.5

aanduidingsvlak

een vlak begrensd door aanduidingsgrenzen;

1.6

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

1.7

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak;

1.8 bestaande situatie  bebouwing, zoals aanwezig ten tijde van de inwerkingtreding van het plan, dan wel zoals die mag worden gebouwd krachtens een vóór dat tijdstip aangevraagde vergunning;  het gebruik van gronden en opstallen, zoals dat werd uitgeoefend ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; 1.9

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak;

1.10

bestemmingsvlak

bestemmingsplan Uitkoop woningen onder hoogspanningsmasten

30

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

1.11

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;

1.12

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

1.13

bouwperceelgrens

de grens van een bouwperceel;

1.14

bouwwerk

een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;

1.15

bouwwerk geen gebouw zijnde

De categorie bouwwerken die niet onder de definitie van "gebouw" valt;

1.16

erf- of perceelsafscheiding

fysieke begrenzing van een erf of perceel van een aangrenzend erf, perceel of van de openbare ruimte;

1.17

functieaanduiding

een aanduiding waarmee wordt aangegeven dat binnen een bestemming specifieke gebruiksmogelijkheden zijn toegestaan of juist niet;

1.18

gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.19

nutsvoorziening

een voorziening ten behoeve van het openbaar nut, zoals transformatorhuisjes, schakelhuisjes, duikers, gemaalgebouwtjes en bushokjes;

1.20

overig bouwwerk

een bouwkundige constructie van enige omvang, geen gebouw zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;

1.21 peil a. voor bouwwerken op een bouwperceel, waarvan een gevel onmiddellijk aan een weg grenst, wordt het peil gemeten vanaf het bouwkundig peil = bovenkant afgewerkte beganegrondvloer = 143.92 + NAP. b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld, plus/minus 0,50 meter;

bestemmingsplan Uitkoop woningen onder hoogspanningsmasten

31

1.22

prostitutie

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.

1.23

prostitué(e)

degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling;

1.24

prostitutiebedrijf

een bedrijf waar prostitutie het hoofdbestanddeel van de activiteiten vormt, waaronder begrepen een seksclub en een erotische massagesalon;

1.25

seksinrichting

een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub, een privé-huis of een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;

1.26

straatprostitutie

een vorm van prostitutie waarbij degene zich op de openbare weg respectievelijk in de openbare ruimten of in een zich op de openbare weg respectievelijk openbare ruimten bevindend voertuig, beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling;

1.27

thuisprostitutie

een vorm van prostitutie waarbij de seksuele dienstverlening plaatsvindt op het woonadres van de prostitué(e) en waarbij ook alleen door deze prostitué(e) op dit adres wordt gewerkt als prostitué(e);

1.28

Wabo

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

1.29

weg

alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen;

1.30

wonen

het in een woning gehuisvest zijn;

1.31

woning

een complex van ruimten, dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden;

bestemmingsplan Uitkoop woningen onder hoogspanningsmasten

32

Artikel 2

2.1

Wijze van meten

de bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

2.2

de oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

2.3

maaiveld

De gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein, zoals dat na de voltooiing van de bouw is afgewerkt;

2.4 peil a. voor bouwwerken op een bouwperceel, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld, plus/minus 0,50 meter.

bestemmingsplan Uitkoop woningen onder hoogspanningsmasten

33

Hoofdstuk 2

Artikel 3

Bestemmingsregels

Groen

3.1

Bestemmingsomschrijving

3.1.1

Doeleinden

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen; 3.1.2

Inrichting

Ten behoeve van deze bestemming zijn tevens toegelaten: c. d. e. f. g. h. i.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde; speelplaatsen en speelvoorzieningen; verhardingen, zoals in- en uitritten, fiets- en/of voetpaden; parkeervoorzieningen; plantsoenen, bomen en beplantingsstroken; voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; overige bijbehorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen.

3.2

Bouwregels

Binnen deze bestemming mag worden gebouwd ten dienste van deze bestemming en met inachtneming van de volgende bepalingen. 3.2.1

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende eisen: a.

gebouwen zijn niet toegestaan.

3.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt de volgende eis: a. b.

de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,00 meter; in afwijking van het bepaalde onder a mag de bouwhoogte van een brug niet meer bedragen dan 10 meter.

bestemmingsplan Uitkoop woningen onder hoogspanningsmasten

34

Artikel 4

Leiding - Hoogspanningsverbinding

4.1

Bestemmingsomschrijving

4.1.1

Doeleinden

De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. b.

een hoogspanningsverbinding ter plaatse van de aanduiding 'hartlijn leiding – hoogspanningsverbinding', en het beheer en onderhoud van de leiding.

4.1.2

Inrichting

Ten behoeve van deze bestemming zijn toegelaten: a. b.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde; overige bijbehorende voorzieningen.

4.2

Bouwregels

Binnen deze bestemming mag worden gebouwd ten dienste van deze bestemming en de andere voor deze gronden geldende bestemmingen met inachtneming van de volgende bepalingen. 4.2.1

Gebouwen

Binnen deze bestemming zijn geen gebouwen toegestaan. 4.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende eisen: a. b.

de bouwhoogte van een hoogspanningsverbinding bedraagt maximaal 80,00 meter; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 3,00 meter.

4.2.3

Coördinatie met andere bestemmingen

Ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag worden gebouwd, indien: a. b.

4.3

dit in overeenstemming is met de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels, en het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan via een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.3 voor het bouwen overeenkomstig andere bestemmingen, mits positief advies is verkregen van de beheerder van de leiding.

bestemmingsplan Uitkoop woningen onder hoogspanningsmasten

35

4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1

Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden uit te voeren: a. b.

het aanbrengen van hoog opgroeiende beplantingen en bomen; het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

4.4.2

Voorwaarden voor een omgevingsvergunning

De werken of werkzaamheden bedoeld in lid 4.4.1 zijn slechts toelaatbaar: a. b.

indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen de in lid 21.1 omschreven doeleinden niet onevenredig worden aangetast, én; indien positief advies van de beheerder van de leiding is verkregen.

4.4.3

Uitzonderingen op het verbod

Het in lid 4.4.1 genoemde verbod geldt niet voor: a. b. c. d.

werkzaamheden die behoren tot de normale onderhoudswerkzaamheden; werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden die ten tijde van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn, dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning of ontheffing mogen worden uitgevoerd; werken of werkzaamheden die gericht zijn op het behoud of de versterking van de bestemming.

bestemmingsplan Uitkoop woningen onder hoogspanningsmasten

36

Artikel 5

5.1

Waarde - Archeologie 3 (hoge waarde)

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 3 (hoge waarde)' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), tevens bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden van de gronden.

5.2

Bouwregels

5.2.1

Bouwverbod

Op de voor 'Waarde - Archeologie 3 (hoge waarde)' bestemde grond mag niet worden gebouwd. 5.2.2

Uitzonderingen op verbod

Het verbod als bedoeld in artikel 5.2.1 is niet van toepassing indien: a. b. c.

het een bouwwerk, geen gebouw zijnde, betreft om de archeologische waarde vast te kunnen stellen; het vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing betreft, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid en/of alleen de bestaande fundering wordt benut; de grootte van de bodemingreep niet meer dan 250 m² beslaat óf de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld bedraagt.

5.3

Afwijken van de bouwregels

5.3.1

Afwijkingsbevoegdheid

Het bevoegd gezag kan via een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.2.1 ten behoeve van grotere bodemingrepen. 5.3.2

Voorwaarden grotere bodemingrepen

Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in 5.3.1, kan slechts worden verleend indien: a. b. c. d.

de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het plangebied naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften, dan wel; door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden zijn veiliggesteld.

5.3.3

Voorschriften aan omgevingsvergunning

Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.3.1 kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften verbinden: a. b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieve funderingsmethoden, beschermende bodemlagen of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.

5.3.4

Toevalsvondsten

Indien het bepaalde in artikel 5.3.3, onder c, van toepassing is, wordt in de voorschriften aan de omgevingsvergunning tevens geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden.

bestemmingsplan Uitkoop woningen onder hoogspanningsmasten

37

5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1

Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 3 (hoge waarde)' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a.

b. c. d.

het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, waaronder begrepen het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en het aanleggen van drainage; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; het verlagen of verhogen van het waterpeil; het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen of andere leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

5.4.2

Voorwaarden voor een omgevingsvergunning

De werken of werkzaamheden als bedoeld in 5.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien: a. b. c. d.

de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het plangebied naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften, dan wel; door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden zijn veiliggesteld.

5.4.3

Uitzonderingen op verbod

Het verbod als bedoeld in artikel 5.4.1 is niet van toepassing indien: a. b. c. d.

de werkzaamheden worden uitgevoerd teneinde de archeologische waarde vast te kunnen stellen (proefsleuven- / booronderzoek); de werkzaamheden noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is verleend; de grootte van de bodemingreep niet meer dan 250 m² beslaat óf de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld bedraagt; de werken en/of werkzaamheden het gewone onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhoud- en vervangingswerkzaamheden van bestaande riolen, bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen.

5.4.4

Voorschriften aan omgevingsvergunning

Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.4.1 kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften verbinden: a. b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieve funderingsmethoden, beschermende bodemlagen of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.

5.4.5

Toevalsvondsten

Indien het bepaalde in artikel 5.4.4, onder c, van toepassing is, wordt in de voorschriften aan de omgevingsvergunning tevens geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.

5.5

Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

5.5.1

Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning

bestemmingsplan Uitkoop woningen onder hoogspanningsmasten

38

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 3 (hoge waarde)' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een bouwwerk of bouwwerken te slopen. 5.5.2

Voorwaarden voor een omgevingsvergunning

De werken of werkzaamheden als bedoeld in 5.5.1 zijn slechts toelaatbaar, indien: a. b. c. d.

de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het plangebied naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; schade door sloopwerkzaamheden kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften, dan wel; door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden zijn veiliggesteld.

5.5.3

Uitzonderingen op verbod

Het verbod als bedoeld in artikel 5.5.1 is niet van toepassing indien: a. b.

de sloopwerkzaamheden worden uitgevoerd teneinde de archeologische waarde vast te kunnen stellen; de grootte van de bodemingreep niet meer dan 250 m² beslaat óf de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld bedraagt.

5.5.4

Voorschriften aan omgevingsvergunning

Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.5.1 kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften verbinden: a. b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieve sloopmethoden of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.

5.5.5

Toevalsvondsten

Indien het bepaalde in artikel 5.5.4, onder c, van toepassing is, wordt in de voorschriften aan de omgevingsvergunning tevens geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de sloopwerkzaamheden.

5.6

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen door: a. b.

de bestemming 'Waarde - Archeologie 3 (hoge waarde)' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; aan gronden de bestemming 'Waarde - Archeologie 1, 2, 3, 4 of 5' toe te kennen indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat de bestemming van deze gronden, gelet op ter plaatse aanwezige archeologische waarden, aanpassing behoeft.

bestemmingsplan Uitkoop woningen onder hoogspanningsmasten

39

Artikel 6

6.1

Waarde - Archeologie 4 (middelhoge waarde)

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 4 (middelhoge waarde)' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), tevens bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden van de gronden.

6.2

Bouwregels

6.2.1

Bouwverbod

Op de voor 'Waarde - Archeologie 4 (middelhoge waarde)' bestemde grond mag niet worden gebouwd. 6.2.2

Uitzonderingen op verbod

Het verbod als bedoeld in artikel 6.2.1 is niet van toepassing indien: a. b. c.

het een bouwwerk, geen gebouw zijnde, betreft om de archeologische waarde vast te kunnen stellen; het vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing betreft, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid en/of alleen de bestaande fundering wordt benut; de grootte van de bodemingreep niet meer dan 2.500 m² beslaat óf de verstoringsdiepte niet meer dan 40 cm onder maaiveld bedraagt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerlen&id=4996cde9-e67e-409c-94a9-6332895dcfc3