CConstaterende datHeerlen
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2027 en meerjarenperspectief 2028-2030

Commissie Maatschappij en Welzijn 17 juni 2026, gemeente HeerlenBij agendapunt: Zienswijze concept begrotingswijziging 2026-1 en conceptbegroting 2027 GR Omnibuzz10.919 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Begroting 2027 Meerjarenperspectief 2028 – 2030

Inleiding Voor u ligt de programmabegroting 2027 en het meerjarenperspectief 2028–2030 van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Omnibuzz. Deze begroting bouwt voort op de realisaties en ontwikkelingen uit 2025 en 2026 en geeft richting aan de beleidsmatige keuzes en operationele uitvoering van het doelgroepenvervoer in de komende jaren. De afgelopen jaren kenmerkten zich door toenemende dynamiek in de vervoersvraag, een groeiende diversiteit aan vervoersbehoeften en een sterke nadruk op digitalisering en kwaliteitsborging. De stappen die in 2025 zijn gezet — zoals de inzet op publieke mobiliteit, uitbreiding naar leerlingenvervoer en voorbereidingen voor nieuwe digitale modules — vormen een fundament voor 2027–2030. Daarnaast zijn in 2026 trajecten uit het jaarplan 2026 in gang gezet (integratie ov–DGV, data-analyse, informatiebeveiliging en digitalisering) die deels de basis vormen voor deze begroting. Zoals gebruikelijk is de begroting opgesteld binnen de kaders van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en de Gemeenschappelijke Regeling Omnibuzz. De begroting vertaalt de strategische koers naar concrete financiële kaders, waarbij wordt gestuurd op betaalbaarheid, kwaliteit, efficiëntie en zelfredzaamheid. Dit doen wij in nauwe samenwerking met de deelnemende gemeenten.

In het meerjarenperspectief 2028–2030 anticipeert Omnibuzz op maatschappelijke en wettelijke ontwikkelingen (zoals vergrijzing, digitalisering en veranderingen in het OV-aanbod) en vervult zij haar rol als mobiliteitsregisseur door slimme combinaties van voorzieningen, datagedreven sturing en intensieve samenwerking.

Over Omnibuzz Wie is Omnibuzz Omnibuzz is onder andere verantwoordelijk voor de uitvoering van het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer (CVV) in het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) voor 30 Limburgse gemeenten. Onze ruim 40.000 klanten in dit vervoer hebben van hun gemeente een indicatie voor ons vervoer gekregen. Omnibuzz neemt de administratie en andere uitvoerende en controlerende taken over. Afstemming en overleg tussen betrokken partijen en deelnemende gemeenten zijn hierin geborgd. De dienstverlening is gericht op optimalisatie van het vervoer voor de reizigers en de deelnemende gemeenten. Het doel van Omnibuzz is: ‘Het bieden van de beste service op het gebied van (aangepast) vervoer.’ Hierbij ligt een sterke focus op het bieden van (maatwerk-)oplossingen voor vervoersvragen van klanten. Omnibuzz zorgt dat klanten - ook diegenen die daarbij ondersteuning nodig hebben optimaal gebruik kunnen maken van het vervoer en daardoor kunnen blijven participeren.

2

De uitdaging is deze functie binnen de financiële kaders te blijven vervullen. Hiervoor wordt ingezet op efficiënt vervoer en de eigen kracht van klanten. Omnibuzz staat voor de volgende kernwaarden: • • • • • •

Klantgericht en betrouwbaar. Kostenefficiënt en duurzaam. Innovatief en flexibel. Kwaliteit en deskundigheid. Integriteit. Missie

De missie van Omnibuzz is: ‘Goed, veilig, betrouwbaar en betaalbaar doelgroepenvervoer voor nu en later’. Uit onze missie blijkt een sterke focus op duurzaam en kwalitatief hoogwaardig vervoer. De missie is verbonden aan een motto dat centraal staat in de dienstverlening: ‘Via slim vervoer maatschappelijk blijven verbinden’. Slim vervoer Met het aanbieden van doelgroepenvervoer zorgt Omnibuzz voor een belangrijk netwerk van reizigers, gemeenten en uitvoerders in Limburg. Omnibuzz kan terugvallen op inhoudelijke expertise, gedetailleerde data en een proactieve houding om het vervoer voortdurend te optimaliseren. Hierbij wegen wij alle belangen van gemeenten, klanten en vervoerders af en zorgen voor een optimale onderlinge afstemming. Dit is noodzakelijk om het vervoer voor de reizigers passend uit te blijven voeren, voor gemeenten betaalbaar te houden en voor vervoerders uitvoerbaar te houden. Maatschappelijk verbinden Maatschappelijk verbinden tekent de rol van Omnibuzz in het maatschappelijk veld. Vervoer is de verbinding tussen het sociale leven, maatschappelijke activiteiten en de gebruikers ervan. Regelmatig heeft dit geleid tot het bieden van noodoplossingen voor acute vervoersvragen, zoals het vaccinatievervoer of ondersteuning bij evacuaties door de wateroverlast. Regiemodel Omnibuzz is opgericht om de doelstellingen voor de 30 Limburgse gemeenten te realiseren.

Hiermee dragen de Limburgse gemeenten zorg voor toekomstbestendig doelgroepenvervoer. Om te sturen op deze ambities is gekozen voor een mobiliteitscentrale volgens het regiemodel. Dit betekent een scheiding tussen regie en de uitvoering van het vervoer. Wij optimaliseren het vervoer doordat beleidsmatige aspecten, contractbeheer en het operationele proces samenkomen binnen de organisatie zonder inmenging van private 3

belangen. Hierdoor kunnen wij het vervoerssysteem passend, betaalbaar en toekomstbestendig inrichten. Eventueel kunnen andere vervoersvormen instromen, zoals intussen regionaal al het geval is voor leerlingenvervoer en jeugdwetvervoer. Dit is echter niet noodzakelijk. De wijze en termijn waarop de ambities gerealiseerd worden is namelijk dynamisch. De drie pijlers waarop alle ambities gebaseerd zijn, borgen de visie op de lange termijn: • • •

Het kantelen van vervoer en het ov-gebruik stimuleren. Het efficiënter organiseren van doelgroepenvervoer. Omnibuzz als slimme organisatie.

Na een korte omschrijving van de relevante ontwikkelingen voor het Omnibuzz-vervoer, worden de uitgangspunten per pijler toegelicht.

Relevante ontwikkelingen De vervoersomgeving waarin Omnibuzz opereert blijft de komende jaren sterk in beweging. Zowel maatschappelijke, demografische als organisatorische ontwikkelingen bepalen de koers voor 2027 tot en met 2030. De complexiteit in het doelgroepenvervoer is toegenomen, waardoor de behoefte aan sturing, datagedreven inzicht en ketensamenwerking groter is dan ooit. De belangrijkste ontwikkelingen die het beleid en de bedrijfsvoering van Omnibuzz in de jaren 2027–2030 richting geven, zijn de grilligheid in vervoersvraag, veranderingen in het aanbod van openbaar vervoer, toenemende zorgbehoeften, en een verdere digitaliseringsen compliancedruk. De vervoersvraag blijft grillig en minder voorspelbaar dan vóór de coronapandemie. Waar het totale volume op regioniveau een stabiel patroon laat zien, zijn tussen gemeenten grotere verschillen zichtbaar, met pieken en dalen binnen korte perioden. De ervaringen uit 2025 benadrukken het belang van continue monitoring en flexibele boekingsmethoden; de inzichten rond piekspreiding en ritgedrag worden benut om voorspellingsmodellen te verfijnen. De arbeidsmarktkrapte bij vervoerders blijft een structurele uitdaging. Het aantrekken en behouden van gekwalificeerde chauffeurs is in veel regio’s op dit moment op orde, maar dit vraagt wel om stabiele contractafspraken en maatregelen die duurzame arbeidsrelaties ondersteunen.

Tegelijkertijd verandert het ov-aanbod in Limburg. Een afnemende beschikbaarheid en grotere afstanden tot haltes bemoeilijken de kanteling naar ov. In samenwerking met de Provincie Limburg, Arriva, Trendsportal en het Ministerie van IenW wordt momenteel een pilot in Venray rondom publieke mobiliteit voorbereid en uitgevoerd. Mogelijk komen hier in de toekomst meer pilots bij, bijvoorbeeld rondom HUB’s, servicelijnen en/of first-/last-mile principe.

4

Daarnaast neemt de complexiteit van de doelgroep toe. Meer klanten hebben verhoogde zorgbehoeften, wat gevolgen heeft voor rituitvoering en onze klantenservice. Het uitvoeren van ritten en het verwerken van rit- en informatieaanvragen kost hierdoor gemiddeld meer tijd. Tegelijk ondersteunen wij gemeenten bij de vroegsignalering van verward gedrag. Digitalisering via MijnOmnibuzz wordt daarom verder uitgebreid, met oog voor toegankelijkheid en ondersteuning van klanten die minder digitaal vaardig zijn. Wij volgen het landelijke uitgangspunt: digitaal waar het kan. Uiteraard houden wij hierbij altijd rekening met de (on)mogelijkheden van onze klanten. Op het terrein van wet- en regelgeving werkt Omnibuzz naar volledige naleving van Wet Open Overheid (Woo), Wet Modernisering Elektronisch Bestuurlijk Verkeer (Wmebv) en Archiefwet. De implementatie van een ISMS, de vernieuwing van het applicatielandschap en de modernisering van MijnOmnibuzz vormen hiervoor een belangrijke basis. De scope van Omnibuzz is verbreed met leerlingenvervoer (sinds 2024) en jeugdwet vervoer (vanaf 2025/2026). Deze integratie levert schaalvoordelen op en maakt een organisatiebrede inzet van kennis, systemen en processen mogelijk.

De interne organisatie ontwikkelt mee: hybride werken, hogere eisen aan rapportage en risicobeheersing en de behoefte aan brede inzetbaarheid vragen om continue procesverbetering en professionalisering.

Vervoersresultaat en wijziging afrekensystematiek vervoerders en klanten In de begrotingen nemen wij de realisatie van voorgaand jaar als basis. Voor deze begroting betekent dit dat het gerealiseerde volume van 2025 verhoogd wordt met een generieke opslag van 5% voor 2026. Voor 2027 bedraagt de opslag 2,5% op dit geprognosticeerde vervoerscijfer over 2026. Voor de jaren 2028-2030 komt daar vervolgens jaarlijks 1% bij. Individuele gemeenten hebben altijd de mogelijkheid een afwijkend percentage toe te passen. Dit doen wij uitsluitend als een individuele gemeente dit specifiek aangeeft. In deze begroting gaan wij uit van het nacalculatorisch tarief over 2025, dat wordt verhoogd met de NEA-index voor 2026 (4,1%). Voor de hierop volgende jaren rekenen wij met gemiddelde NEA-index over 2025 en 2026 (2,8%). De uiteindelijke afrekening met betrekking tot het vervoerstarief met de vervoerders en gemeenten is zoals altijd pas achteraf definitief aan de hand van het nacalculatorisch gemiddelde. Sinds 2023 rekenen wij het vervoer met de gemeenten af op basis van kilometers. Met klanten en vervoerders rekenen wij nog af in zones. Vanaf 2028 zal ook met hen afgerekend worden in kilometers. De klantbijdragen maken geen onderdeel uit van onze begrotingen, maar deze omzetting zal wel gevolgen hebben voor de gemeentelijke begrotingen. Hierover informeren wij gemeenten altijd apart.

Bovendien gaan wij, in overeenstemming met besluitvorming in het algemeen bestuur, in de nieuwe aanbesteding van het Wmo-vervoer een kilometerprijs uitvragen aan de vervoerders. Deze omzetting kan effecten hebben op het reisgedrag, waar wij in de toekomstige begrotingen rekening mee proberen te houden.

5

Gezamenlijke verantwoordelijkheid In 2024 hebben zeven Zuid‑Limburgse gemeenten Omnibuzz verzocht bezuinigingsvoorstellen uit te werken met het oog op het verwachte ‘ravijnjaar’ 2026. Omnibuzz heeft naar aanleiding van dit verzoek direct een inventarisatie uitgevoerd van alle mogelijke besparingsrichtingen. Deze zijn besproken in het dagelijks bestuur en vervolgens voorgelegd aan het algemeen bestuur, dat met de voorgestelde uitwerkingsrichting heeft ingestemd. In de reactie heeft Omnibuzz benadrukt dat samenwerking en centralisatie waar mogelijk kunnen bijdragen aan kostenreductie. Eerdere ervaringen laten zien dat dit op onderdelen haalbaar is, zoals bij archief en salarisadministratie, en dat Omnibuzz openstaat voor verdere verkenning in een regionale werkgroep. Omnibuzz is overigens nog steeds in afwachting van dit initiatief van deze werkgroep. Daarnaast zijn interne beheersmaatregelen al ingezet om externe inhuur structureel te minimaliseren. De uiteindelijke reactie benadrukt dat substantiële besparingen alleen verantwoord kunnen worden bereikt via gerichte maatregelen die aansluiten op de gemeentelijke context, zoals het terugdringen van excessen in vervoer, het bieden van alternatieven voor veelgebruikers, verdere digitalisering en efficiëntere indicatiestelling.

Omnibuzz blijft dit in nauwe samenwerking met gemeenten verder uitwerken en monitoren, waarbij kwaliteit en uitvoerbaarheid leidend blijven. Dit versterkt het besef dat het vervoer het beste aangestuurd wordt vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Het bevordert de onderlinge uitwisseling van ideeën en zorgt ervoor dat gemeenten de meerwaarde van Omnibuzz optimaal kunnen benutten om hun beleid vorm te geven. Om die wisselwerking op gang te houden, informeren wij via overleg, bijeenkomsten, bestuursinformatiebrieven en periodieke rapportages bestuurders, ambtenaren en ook raadsleden over belangrijke onderwerpen en betrekken hen vroegtijdig bij belangrijke keuzes. Dit leidt tot gedragen voorstellen die wij met zorg uitwerken en voorleggen ter besluitvorming. Op deze wijze proberen wij de samenwerking zo goed en transparant mogelijk vorm te geven. Wij investeren in de relatie met individuele gemeenten door bijvoorbeeld nieuwe bestuurders en contactambtenaren uit te nodigen voor een kennismakingsgesprek. Zo blijft de continuïteit bij de gemeente geborgd en blijven de lijnen met Omnibuzz kort.

Pijler 1: Kantelen van vervoer en OV-gebruik stimuleren Het stimuleren van het gebruik van voorliggende vervoersvoorzieningen blijft een centraal thema binnen het beleid van Omnibuzz. De druk op het Wmo-vervoer neemt toe door een groeiende en complexere doelgroep, terwijl het vervoerslandschap in Limburg tegelijkertijd verandert. Deze dubbele beweging maakt het noodzakelijk om reizigers nadrukkelijker te begeleiden naar alternatieven die bijdragen aan zelfredzaamheid, kostenbeheersing en samenhang tussen mobiliteitsvormen. In 2025 en 2026 zijn belangrijke stappen gezet om de samenwerking met de Provincie Limburg, Arriva, Trendsportal en het Ministerie van 6

IenW te intensiveren. Pilots gericht op publieke mobiliteit — waaronder de pilot via de Regio Deal in Venray— worden geëvalueerd en kunnen een opstap zijn naar een fase van eventuele opschaling in 2027–2030. De Voor Elkaar Pas (VEP) blijft een sleutelinstrument om het ov-gebruik te stimuleren. In 2025–2026 is de pas opnieuw geanalyseerd op gebruik en voorwaarden in relatie tot ovinnovaties zoals OV-pay; in de komende jaren willen wij de VEP afstemmen op de ontwikkelingen rondom publieke mobiliteit en beter onder de aandacht gebracht bij reizigers en gemeenten. De ReisWijzer, de door Omnibuzz beheerde website met lokale vervoersinitiatieven, vergroot de vindbaarheid van alternatieven voor zowel klanten als Wmo-consulenten. Met Projecten zoals Kommee in Noord-Limburg — met mobiliteitsdagen, informatiebijeenkomsten en ov-ambassadeurs — dragen bij aan bewustwording en ondersteuning van reizigers die willen overstappen. De ervaringen uit deze projecten worden waar mogelijk structureel uitgerold. Niet iedere reiziger kan overstappen naar ovOV of een lokaal alternatief, maar via vroegtijdige advisering, actuele informatie en gemeentelijke samenwerking wordt gestuurd op passende keuzes per situatie. De kern blijft dat Wmo-vervoer wordt ingezet waar nodig en voorliggende voorzieningen zoveel mogelijk worden benut.

Aanvullend werken wij de koppeling met reisgedrag van veelgebruikers verder uit om beleidsdoelen te ondersteunen en kosten te beheersen.

Pijler 2: Het efficiënter organiseren van doelgroepenvervoer Het efficiënter organiseren van het doelgroepenvervoer is ook in 2027–2030 een kerntaak voor Omnibuzz. Variërende vervoersvolumes, uitdagingen bij vervoerders en een complexere klantgroep vergroten de druk op het systeem. De in 2025–2026 gelegde basis op het gebied van contractbeheer, datagedreven sturing en digitalisering laat zijn waarde zien en wordt in deze periode verder uitgebouwd. In het Wmo-vervoer blijven wij sturen op instrumenten als piekspreiding, groepsritten en vaste rittenpatronen. Door deze maatregelen te verfijnen en sterker te baseren op actuele data, kan beter worden ingespeeld op pieken en trends. De digitalisering van ritreserveringen via MijnOmnibuzz wordt doorgezet, met behoud van ondersteuning voor minder digitaal vaardigen. Data-analyse neemt een centrale plaats in: dashboards en analyses worden uitgebreid, datasetkoppelingen verbeterd en voorspellende modellen ingezet om toekomstige druk beter in beeld te krijgen. Tegelijk wordt gezocht naar een evenwicht tussen maatwerk en beheersbaarheid. Bewustwording bij gemeenten, casusgerichte advisering en inzicht in effecten op planning en kosten moeten voorkomen dat maatwerk leidt tot disproportionele belasting, terwijl passende ondersteuning beschikbaar blijft. De verbreding met leerlingen- en jeugdwet

7

vervoer onderstreept de integrale benadering. Gezamenlijke aansturing van processen levert schaalvoordelen op en vermindert kwetsbaarheid.

Voorbereiding aanbestedingen De huidige raamovereenkomsten met de Wmo-vervoerders lopen af op 31 december 2027. De aanbesteding is opgedeeld in 8 percelen die aan zes taxibedrijven is gegund. Twee bedrijven hebben elk twee percelen. De bedrijven die momenteel het Omnibuzz-vervoer uitvoeren zijn: • • • • • •

Taxi Nelissen - regio Maastricht. Taxi Van Loo - regio Heuvelland. Taxi Hanneman - regio Parkstad, regio Westelijke Mijnstreek. Personenvervoer Midden-Limburg (PML) - regio Roermond. Taxi Van Driel - regio Weert, regio Venray/Noord Limburg. Taxi De Leeuw - regio Venlo/Peel en Maas.

Aangezien er geen verlengingsopties meer zijn, zal Omnibuzz een nieuwe aanbesteding in de markt zetten voor het Wmo-vervoer. Samen met de gemeenten en externe expertise gaan wij dit inhoudelijk voorbereiden en de uitgangspunten definiëren. Onderliggend bestek is destijds door het Aanbesteding Instituut Mobiliteit (AIM) en Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV) genoemd als een ‘bijna perfect bestek’. Voor de nieuwe aanbesteding streven wij een soortgelijke kwalificatie na. Ook de ervaringen van Omnibuzz en de gecontracteerde vervoerders zijn overwegend positief, dus de huidige contracten vormen een goede basis. De publicatie van deze Europese aanbesteding zal eind 2026 plaatsvinden. Wij verwachten dat wij eind 2026, begin 2027 kunnen gunnen zodat het kalenderjaar 2027 volledig in het teken van de implementatie staat. De contracten leerlingenvervoer lopen af in juli 2028, waarbij wij nog de mogelijkheid hebben om 2x1 jaar te verlengen. De uiterste einddatum van deze opdracht komt daarmee op 31 juli 2030. Vanaf 2028 kunnen wij dus het vraagafhankelijke- en routegebonden vervoer gecombineerd aanbesteden. In 2026 zullen wij hierover met desbetreffende gemeenten in gesprek gaan. Alle vormen van (ander) doelgroepenvervoer, zowel omvangrijke als kleinschalige opdrachten, kunnen door Omnibuzz worden uitgevoerd in opdracht van desbetreffende gemeente(n).

Kostenverdeling verschillende vervoersvormen Omnibuzz voert een integraal model voor doelgroepenvervoer uit, waarbij geen extra overhead wordt ingezet voor de instroom van leerlingenvervoer. Omdat veel ondersteunende taken organisatiebreed gelden, worden de overheadkosten van de 30 WMO-gemeenten intern toegerekend aan het leerlingenvervoer. Hierdoor profiteren alle gemeenten mee van de schaalvoordelen.

8

Wanneer meer gemeenten het leerlingenvervoer aan Omnibuzz opdragen, worden de kosten opnieuw verdeeld en nemen schaalvoordelen verder toe. Dit levert bredere efficiëntievoordelen op voor zowel de uitvoering als toekomstige aanbestedingen.

Pijler 3: Omnibuzz als slimme organisatie De ontwikkeling van Omnibuzz als slimme organisatie is essentieel voor de toekomstige ambities. Een wendbare, datagedreven en professioneel ingerichte organisatie is nodig om kwaliteit, continuïteit en betaalbaarheid te borgen. De groei van taken, toenemende wettelijke verplichtingen en snelle digitalisering vragen om flexibiliteit met behoud van een stabiele basis. De rol van Omnibuzz verschuift steeds meer naar mobiliteitsregisseur, wat diepgaande expertise in data, beleid en advisering vergt. De op- en uitbouw van rapportagetools en analysemogelijkheden heeft geleid tot meer inzicht in vraag, gedrag en kostenstructuren. In 2027–2030 wordt verder geïnvesteerd in datakwaliteit, voorspellende modellen en toegankelijke rapportages. De hybride werkpraktijk vraagt om optimale ondersteuning en een flexibele digitale werkomgeving. Procesverbetering, kwaliteitsbeheer en flexibele personeelsinzet worden doorgezet, met blijvende aandacht voor integriteit, vitaliteit en deskundigheid. Dit doen wij binnen een open verbetercultuur met directe betrokkenheid van medewerkers via onder andere een medewerkerstevredenheidsonderzoek. Kwaliteitsborging via audits, risicomanagement en procesoptimalisatie krijgt meer gewicht, ook in contractmanagement met vervoerders. Continu evalueren welke afspraken passen bij de realiteit op de weg is noodzakelijk.

Digitalisering en vernieuwing van het applicatielandschap — zoals de uitfasering van Citrix, doorontwikkeling van MijnOmnibuzz, Configuration Management Database (CMDB) en Information securitymanagement system (ISMS) — zorgen voor stabiliteit, veiligheid en efficiënte integratie van systemen voor planning, communicatie en rapportage. Ook intern blijft ontwikkeling nodig. Kwaliteitsborging, audits, rapportageverbetering, vitaliteit en schrijfvaardigheid worden verder versterkt om mee te kunnen groeien met het groeiende takenpakket. In 2026 zullen bovendien belangrijke stappen worden gezet ten aanzien van het beheer en onderhoud van de applicaties OMA en OPA door hier SLA afspraken voor uit te werken, waardoor wij verzekerd zijn van verdere kwalititeitsborging en continuïteit. Naleving van wetgeving als Wet op Digitale Overheid (Wdo), Woo, Wmebv en Archiefwet wordt structureel geborgd. Omnibuzz voldoet aan alle (meetbare) verplichtingen uit deze wetgeving, bijvoorbeeld door het vaststellen van de zorgplicht en aanwijzingsbesluiten elektronische kanalen (Wmebv), de informatiecategorieën uit tranche 1 (Woo) en een volledige toegankelijkheid (A-status WCAG 2.2 AA) voor zowel website als MijnOmnibuzz. In de samenwerking met gemeenten zet Omnibuzz in op duidelijke advisering en vroegtijdige betrokkenheid, wat leidt tot beter gedragen besluiten.

De cultuur van continue verbetering blijft leidend: verdere automatisering, optimalisatie van klantcontact en betere 9

samenwerking tussen afdelingen maken de organisatie klaar voor toekomstige ontwikkelingen.

Uitvoering leerlingenvervoer Midden-Limburgse gemeenten Het leerlingenvervoer (inclusief gym- en zwemvervoer) vormt sinds 2024 een volwaardig onderdeel van de taken van Omnibuzz. Met de instroom van zes Midden-Limburgse gemeenten (Echt-Susteren, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond en Weert) is de dienstverlening verbreed met routegebonden vervoer met een eigen dynamiek. Met deze gemeenten is voor dit vervoer een aparte dienstverleningsovereenkomst (DVO) afgesloten. De startjaren stonden in het teken van opbouw, procesinrichting en samenwerking met gemeenten en vervoerders. In 2027–2030 verschuift de aandacht naar stabilisatie, kwaliteitsborging en verdere professionalisering, passend binnen de bredere visie op doelgroepenvervoer. De uitvoering vraagt om nauwgezette planning en betrouwbaarheid, omdat ritten gekoppeld zijn aan schoolroosters. Verbeteringen in routeplanning, administratieve processen en communicatieketens worden doorgezet en verfijnd. Digitalisering ondersteunt dit, onder meer via uniforme dashboards en rapportages die inzicht geven in ritten, bezetting en bijzonderheden. Relatiebeheer met gemeenten en vervoerders blijft centraal staan; frequente afstemming zorgt dat signalen snel worden opgepakt en werkwijzen worden geharmoniseerd.

Ondersteunende processen (planning, contractbeheer, risicomanagement, rapportage) worden integraal georganiseerd met het Wmo-vervoer, zodat kennis en schaalvoordelen optimaal worden benut. De verwachting is dat de behoefte aan leerlingenvervoer stabiel blijft met lokale verschuivingen. Kwaliteit, kostenbeheersing en uitvoerbaarheid blijven leidende principes. De doelen, kernwaarden en missie van Omnibuzz gelden voor de uitvoering van alle vervoersvormen waarvoor de gemeenten opdracht hebben gegeven. Hiervoor verwijzen wij naar het hoofdstuk ‘Over Omnibuzz’.

Kosten Het uitgangspunt is dat de uitvoering van het leerlingenvervoer geen negatief effect heeft op de bestaande dienstverlening voor de 30 deelnemende gemeenten voor de Wmo. De overheadkosten voor leerlingenvervoer worden verrekend met de overhead van alle 30 deelnemende gemeenten op de Wmo. Op die manier leidt het onderbrengen van het leerlingenvervoer tot een voordeel voor alle deelnemende gemeenten op het Wmo-vervoer. De opstartkosten zijn voorlopig gefinancierd door de zes gemeenten die vanaf de start deelnemen. Bij eventuele instroom van nieuwe gemeenten worden deze kosten herverdeeld over alle deelnemende gemeenten. Voor het leerlingenvervoer is geen klantbijdrage van toepassing; gemeenten financieren dit vervoer volledig zelf.

10

Uitvoering Jeugdwet vervoer Het jeugdwet vervoer is door vijf gemeenten (Echt-Susteren, Maasgouw, Nederweert, Roermond en Weert) vanaf 2025 bij Omnibuzz belegd en vormt een logische uitbreiding op het leerlingenvervoer. Ook hiervoor zijn aparte DVO’s afgesloten en gelden veelal dezelfde uitgangspunten als in het leerlingenvervoer. Hoewel er overeenkomsten zijn met leerlingenvervoer, vraagt de diversiteit van ondersteuningsbehoeften om aanvullende afwegingen. De startperiode was intensief. Voor 2027–2030 ligt de nadruk op verfijning en verdere integratie binnen het totale vervoerssysteem. De doelgroep vraagt vaak specifieke begeleiding en nauwkeurige aansluiting op zorg- en dagbestedingsprogramma’s. Vaste overlegstructuren met gemeenten, zorginstellingen en vervoerders worden verder verankerd zodat punctualiteit, begeleiding en communicatie geborgd zijn. Efficiëntie wordt geborgd door integrale processen met leerlingenvervoer waar mogelijk te combineren, terwijl maatwerk op individueel niveau behouden blijft. Gebruik van uniforme systemen, rapportagestructuren en kwaliteitscriteria vergroot inzicht voor gemeenten en ondersteunt tijdige advisering. De samenwerking met zorgpartners wordt verdiept via duidelijke communicatieafspraken en gezamenlijke evaluaties. De samenhang met andere vervoersvormen blijft in beeld om passende mobiliteit voor jeugdigen te garanderen.

De doelen, kernwaarden en missie van Omnibuzz gelden voor de uitvoering van alle vervoersvormen waarvoor de gemeenten opdracht hebben gegeven. Hiervoor verwijzen wij naar het hoofdstuk ‘Over Omnibuzz’.

De beleidsbegroting Programma Omnibuzz-vervoer Wat willen wij bereiken? Omnibuzz heeft haar missie vertaald in enkele concrete doelstellingen. De doelstellingen zijn: • • •

• •

Iedere doelgroep passend en tijdig vervoer bieden. Continu werken aan kwaliteitsverbetering. Het bevorderen van de zelfredzaamheid van de burger en het zo veel als mogelijk gebruikmaken van algemeen toegankelijke (voorliggende) voorzieningen. Vervoersuitgaven beheersbaar houden en vervoer blijven uitvoeren binnen de gemeentelijke begrotingen. Grip op de interne organisatie, ondanks de toenemende (wettelijke) verplichtingen.

Wat gaan wij ervoor doen in het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer?

11

Voor de deelnemende gemeenten staat het bieden van passend en tijdig vervoer voorop. Dat vervoer moet voor gemeenten en klanten betaalbaar blijven. Door samenwerking binnen Omnibuzz wordt efficiënt met de middelen omgegaan en ontwikkelen wij samen vernieuwingen op het gebied van beheersbaarheid. Door deze manier van (samen-)werken gaat financiële beheersbaarheid samen met kwaliteitsverbeteringen voor de klant. Samengevat zal Omnibuzz in 2027-2030 de volgende taken uitvoeren of ontwikkelen: •

• • •

•

•

• •

• • • • •

•

•

Het uitvoeren van de aanbestedingen (en eventueel lichten van verlengingsoptie) in lijn met de afgesproken uitgangspunten voor zowel het Wmo-vervoer als het leerlingenvervoer. Het implementeren van de nieuwe contractperiodes. Continue sturing op kwaliteitsafspraken middels contractbeheer en periodiek overleg met vervoerders. Uitvoeren van concrete onderzoeken op basis van de verschillende aspecten uit het onderzoeksrapport over de integratie tussen ov- en doelgroepenvervoer, zoals de uitvoering en evaluatie van de Regio Deal-pilot in Venray. Doorontwikkelen van de VEP door het omzetten van de betaalmethode naar OVpay en de voorwaarden in te lijn brengen met de ambities en visie van Omnibuzz rondom publieke mobiliteit om het gebruik van ov te blijven faciliteren. Doorontwikkelen maatwerkmogelijkheden naar aanleiding van de groeiende zorgbehoefte, met oog voor kwaliteit en binnen de beheersbaarheid en de realiteit in de vervoerssector (chauffeurstekorten). (Data gedreven) onderzoek naar klant- en vervoersontwikkeling en eventuele prognoses. Doorontwikkelen van concepten om een efficiënte planning en uitvoering te bevorderen, met specifieke aandacht voor sturing op vaste ritten, piekspreiding en aanpassen dienstverlening van de telefooncentrale bij ritreservering. Doorontwikkeling MijnOmnibuzz dat het reizen gemakkelijker maakt en de efficiëntie van de bedrijfsvoering bevordert.

Het organiseren en faciliteren van instroom van ander vervoer, indien wenselijk. Advisering en ondersteuning aan deelnemende gemeenten in de besluitvorming over de omzetting systematiek van zones naar kilometers voor klanten. Advisering en uitwerking van beheersmaatregelen op gemeenteniveau, indien wenselijk/noodzakelijk. Doorontwikkelen van informatie- en kennismanagement binnen de organisatie en uitwisseling hiervan met deelnemende gemeenten en andere externe partijen. Compliant zijn met geldende wet- en regelgeving, met speciale aandacht voor privacy en informatiebeveiliging, digitaal archief, digitale toegankelijkheid en openbaarheid. Structureel toetsen en controleren van de administratieve organisatie, bijsturing van resultaten en processen via grondige informatievoorziening, rapportages en risicomanagement binnen de planning & control cyclus. 12

Wat gaan wij ervoor doen in het leerlingenvervoer? Voor de deelnemende gemeenten staat het bieden van passend en tijdig vervoer voorop. Dat vervoer moet betaalbaar blijven. Door samenwerking binnen Omnibuzz wordt efficiënt met de middelen omgegaan en ontwikkelen wij samen vernieuwingen op het gebied van beheersbaarheid. Door deze manier van (samen-)werken gaat financiële beheersbaarheid samen met kwaliteitsverbeteringen voor de gebruikers van het vervoer. Samengevat zal Omnibuzz in 2027-2030 de volgende taken uitvoeren of ontwikkelen: •

• • • •

•

•

Voorbereiden en bespreken vervolg van de aflopende contracten leerlingenvervoer (juli 2028), waarbij wij nog de mogelijkheid hebben om 2x1 jaar te verlengen. Het organiseren en faciliteren van instroom van ander gemeenten, indien wenselijk. Continue sturing op kwaliteitsafspraken middels contractbeheer en periodiek overleg met vervoerders. Advisering en uitwerking van beheersmaatregelen op gemeenteniveau, indien wenselijk/noodzakelijk. Doorontwikkelen van informatie- en kennismanagement binnen de organisatie en uitwisseling hiervan met deelnemende gemeenten en andere externe partijen. Compliant zijn met geldende wet- en regelgeving, met speciale aandacht voor privacy en informatiebeveiliging, digitaal archief, digitale toegankelijkheid en openbaarheid. Structureel toetsen en controleren van de administratieve organisatie, bijsturing van resultaten en processen via grondige informatievoorziening, rapportages en risicomanagement binnen de planning & control cyclus.

Wat gaan wij ervoor doen in het jeugdwet vervoer? Voor de deelnemende gemeenten staat het bieden van passend en tijdig vervoer voorop. Dat vervoer moet betaalbaar blijven. Door samenwerking binnen Omnibuzz wordt efficiënt met de middelen omgegaan en ontwikkelen wij samen vernieuwingen op het gebied van beheersbaarheid. Door deze manier van (samen-)werken gaat financiële beheersbaarheid samen met kwaliteitsverbeteringen voor de gebruiker van het vervoer. Samengevat zal Omnibuzz in 2027-2030 de volgende taken uitvoeren of ontwikkelen: • • •

Het organiseren en faciliteren van instroom van ander gemeenten, indien wenselijk. Continue sturing op kwaliteitsafspraken middels contractbeheer en periodiek overleg met vervoerders. Advisering en uitwerking van beheersmaatregelen op gemeenteniveau, indien wenselijk/noodzakelijk.

13

•

•

•

Doorontwikkelen van informatie- en kennismanagement binnen de organisatie en uitwisseling hiervan met deelnemende gemeenten en andere externe partijen. Compliant zijn met geldende wet- en regelgeving, met speciale aandacht voor privacy en informatiebeveiliging, digitaal archief, digitale toegankelijkheid en openbaarheid. Structureel toetsen en controleren van de administratieve organisatie, bijsturing van resultaten en processen via grondige informatievoorziening, rapportages en risicomanagement binnen de planning & control cyclus.

Wat zijn de daarmee gepaard gaande programmakosten? De programma-indeling voor Omnibuzz is weergegeven in tabel ‘Begroting 2027-0’. Tabel Begroting 2027-0

Voor de verdeling van baten en lasten naar taakvelden is aansluiting gezocht bij hetgeen het BBV hieromtrent voorschrijft (IV3). Uitgangspunt is dat baten en lasten zoveel mogelijk direct worden toegerekend aan de betreffende taken/activiteiten. Alle bedrijfskosten die direct verbonden zijn aan taken, activiteiten, en producten die gericht zijn op de externe klant, moeten in de betreffende taakvelden worden geregistreerd. Voor de splitsing van de structurele en incidentele baten en lasten en het daarbij behorend 14

structureel evenwicht wordt verwezen naar de tabel ‘Rekening per programma’. Omnibuzz kent slechts een beperkt aantal taakvelden. Onder het taakveld ‘Overhead’ zijn, conform de ‘Notitie overhead’ in het kader van het BBV, alle kosten opgenomen die betrekking hebben op sturing en ondersteuning van het primaire proces. Omnibuzz kent slechts een beperkt aantal taakvelden. Onder het taakveld ‘Overhead’ zijn, conform de ‘Notitie overhead’ in het kader van het BBV, alle kosten opgenomen die betrekking hebben op sturing en ondersteuning van het primaire proces. Tot de kosten van overhead worden in ieder geval de volgende zaken gerekend: Financien, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie. Personeel en organisatie. Inkoop (inclusief aanbesteding en contractmanagement). In‑ en externe communicatie met uitzondering van klantcommunicatie. Juridische zaken. Bestuurszaken en ‑ondersteuning. Informatievoorziening en automatisering. Facilitaire zaken en huisvesting. Documentaire informatievoorziening. Managementondersteuning van het primaire proces. Leidinggevenden primair proces (hierarchisch). Onder 0.5 ‘Treasury’ zijn de rente‑ en bankkosten opgenomen. Voor de begroting 2027‑0 bestaat dit bedrag zowel uit renteopbrengsten als bankkosten. Op basis van het gestegen rentetarief verwachten wij renteopbrengsten van € 100.000,‑ voor 2027.

Met kosten van eventuele externe financiering is geen rekening gehouden. De kosten die direct toe te rekenen zijn aan het Wmo‑doelgroepenvervoer zijn opgenomen onder het taakveld 6.6 ‘Maatwerkvoorzieningen (Wmo)’. Dit zijn de vervoerslasten en de lasten van de afdeling uitvoering (ritreservering), exclusief de lasten van de manager uitvoering, die conform definitie overhead toegerekend worden aan de overhead. Ook zijn hierin de lasten meegenomen van de afdeling klantenservice en de lasten gekoppeld aan klachtenmanagement, klanttevredenheid, de bonus/malus regeling en dergelijke. De hieronder opgenomen lasten bestaan wederom uit loon‑ en beheerkosten. Onder taakveld ‘6.72c Jeugdhulp dagbesteding (JWV)’ hebben wij het jeugdwetvervoer (JWV) in onze begroting opgenomen. Hiermee zijn wij in 2022 gestart voor de gemeente Roermond. Inmiddels verzorgen wij dit vervoer voor een vijftal gemeenten Echt‑Susteren, Maasgouw, Nederweert, Roermond en Weert. Vanaf augustus 2024 zijn wij gestart met de uitvoering van het leerlingenvervoer (LLV) voor de gemeenten Echt‑Susteren, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond en Weert. Dit wordt verantwoord onder taakveld 4.3 ‘Onderwijs en leerlingenzaken’. Wij maken een splitsing in de overheadkosten tussen het Wmo‑vervoer, het JWV en het LLV. Dit is terug te vinden in de tabel onder 0.4 ‘Overhead Wmo’, 0.4 ‘Overhead JWV’ en 0.4 ‘Overhead LLV’.

Er vindt ook een interne doorbelasting plaats van overheadskosten van het Wmo‑vervoer naar het JWV, een interne doorbelasting van de overheadkosten van het 15

Wmo‑vervoer naar het LLV en een interne doorbelasting van de indirecte vervoerskosten van het LLV naar het JWV. De baten voor taakveld 0.4 bestaan volledig uit gemeentelijke bijdragen. De baten voor taakvelden 4.3, 6.6 en 6.72c bestaan eveneens uit gemeentelijke bijdragen. De financiele uitgangspunten voor deze begroting staan vermeld paragraaf 4.1 ‘Financiele kaders’ op pagina25. Beleidsindicatoren Met de beleidsindicatoren worden de effecten van het beleid toegelicht. In de tabel zijn de voor Omnibuzz van toepassing zijnde beleidsindicatoren opgenomen. Tabel beleidsindicatoren

Op basis van de onder ‘Overhead’ opgenomen lasten bedraagt deze 9,52% van de totale lasten. Omnibuzz wil deze factor in de komende jaren van groei van activiteiten zo stabiel mogelijk te houden.

Paragrafen In het kader van artikel 9 van het ‘Besluit begroting en verantwoording’ zijn de volgende paragrafen opgenomen: Weerstandsvermogen en risicomanagement. Financiering. Bedrijfsvoering.

Weerstandsvermogen en risicomanagement Het weerstandsvermogen kan gedefinieerd worden als het vermogen dat nodig is om incidentele niet voorziene tegenvallers te kunnen opvangen. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties schrijft in artikel 11 van het nieuwe ‘Besluit begroting en verantwoording’ het volgende voor: Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen: De weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de Gemeenschappelijke Regeling beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. Alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiele betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiele positie. De weerstandsratio is een verhoudingsgetal, tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en het op basis van de risicoanalyse bepaalde benodigde weerstandsvermogen.

16

Onderstaand wordt de weerstandsratio aangegeven als een directe confrontatie tussen de benodigde weerstandscapaciteit en de risico’s. Als onverhoopt veel risico’s optreden, kan dit betekenen dat de deelnemende gemeenten rekening moeten houden met aanvullen de bijdragen om tekorten en risico’s te dekken. Algemene reserve

Benodigde weerstandscapaciteit totaal risico

Weerstandsratio

€

€

0,96

727.649

760.000

De minimale omvang van de algemene reserve is op 20 december 2023 vastgesteld op € 550.000,‑. Met dit minimum wordt met name het risico dat een van de vervoerders (taxibedrijven) failliet gaat afgedekt, alsmede de risico’s van digitale dreigingen. Daarnaast biedt dit minimum voldoende dekking voor de financiering van eventuele investeringen.

Risicomanagement Het beleid van Omnibuzz is zodanig ingericht dat minimaal een keer per 5 jaar de nota ‘Reserves, voorzieningen en risicomanagement’ geactualiseerd dient te worden. Medio 2023 is de nota ‘Reserves, voorzieningen en risicomanagement’ geactualiseerd en op 20 december 2023 is deze vastgesteld door het algemeen bestuur. Bij deze actualisatie is ook de inventarisatie van de belangrijkste risico’s waarmee Omnibuzz kan worden geconfronteerd geactualiseerd. Op basis van deze risico‑inventarisatie en de bijbehorende beheersmaatregelen is een inschatting gemaakt van de financiele impact en de kans dat de risico’s zich voordoen. Dit vormt de basis voor het bepalen van het weerstandvermogen.

17

De belangrijkste geïdentificeerde risico’s zijn: Risico’s Economische kwetsbaarheid taxibedrijven Gebrek aan kennis omtrent nieuw doelgroepenverv oer

Politi ek

Strategisc h

Proces

Personeel

V

V

ICT

Financieel

Kwaliteit

V

V

Afhankelijkheid leveranciers ICT Digitale dreigingen

V

Rekening houdende met de beheersmaatregelen die beschikbaar zijn om deze risico’s te mitigeren en de mate waarin de risico’s reeds in de eerdere begroting zijn doorgerekend, wordt de maximale impact geschat op € 760.000,‑. Risicomanagement is een belangrijk onderdeel van de planning & control cyclus binnen Omnibuzz. In dit kader wordt regelmatig getoetst of de aanwezige weerstandscapaciteit afdoende is om de risico’s waarmee Omnibuzz geconfronteerd wordt af te dekken. Een overzicht van de kernrisico’s is opgenomen in de bijlagen vanaf pagina 59. De vaststelling is geldend totdat de nota ‘Reserves, voorzieningen en risicomanagement’ opnieuw zal worden geactualiseerd. Primo 2025 bedroeg het saldo van de algemene reserve € 725.949,–. In 2025 heeft een dotering plaatsgevonden van € 1.700,‑ ten gunste van de 30 gemeente op basis van fiscale advisering inzake het JWV en LLV. Deze dotering is gedaan op basis van de reeds gefactureerde winstopslag om zodoende de btw‑systematiek te optimaliseren. Hiermee komt het saldo ultimo 2025 uit op € 727.649,‑. Het saldo van de algemene reserve ligt hiermee binnen de in december 2023 vastgestelde bandbreedte.

18

Geprognosticeerde balans 2027-0

De balansposten ‘Vlottende activa’ en ‘Vlottende passiva’ zijn voor 2027 begroot door het gewogen gemiddelde van de afgelopen drie jaren te nemen (incidentele posten buiten beschouwing gelaten) of, waar mogelijk, een zo accuraat mogelijke inschatting van de balanspost te maken. Het eigen vermogen is begroot door een zo goed mogelijke inschatting te geven van de reserves en voorzieningen op basis van de nu bekende risico’s. Hierbij is rekening gehouden met de nota ‘Reserves, voorzieningen en risicomanagement’ die in 2023 is vastgesteld door het algemeen bestuur, alsmede met de huidige weerstandscapaciteit.

Kengetallen In het kader van artikel 11 van het ‘Besluit begroting en verantwoording’ zijn de volgende kengetallen opgenomen: Netto schuldquote. Solvabiliteitsratio. Structurele exploitatieruimte. Grondexploitatie. Belastingcapaciteit. Kengetallen drukken de verhouding uit tussen bepaalde onderdelen van de begroting en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiele positie. Onderstaand volgt een korte toelichting op de voorgeschreven kengetallen: De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin aan de financiele verplichtingen kan worden voldaan. De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele 19

ruimte er is om de eigen lasten te kunnen dragen of welke structurele stijging van de baten of daling van de lasten daarvoor nodig is. De grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale baten (niet van toepassing voor Omnibuzz). De belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde (niet van toepassing op Omnibuzz). De uitkomsten van deze vijf kengetallen worden voor het begrotingsjaar 2027‑0 (t) en meerjarenperspectief 2028‑2030 weergegeven in de volgende tabellen. Tabel Begrotingsjaar 2027-0

Tabel Begrotingsjaar 2028-2030

Voor 2027‑0 (t) en meerjarenperspectief 2028‑2030 is de geprognosticeerde balans 2026‑1 en meerjarenraming of een gemiddelde van de afgelopen drie jaren als basis gebruikt om de kengetallen te berekenen. Voor 2025 (t‑2) zijn de gerealiseerde cijfers uit de conceptjaarrekening gebruikt. Voor 2026‑1 zijn de cijfers uit de concept begrotingswijziging overgenomen. Omdat in 2025 de resultaatbestemming nog is opgenomen, ontstaat er een vertekend beeld. Hierdoor lijkt het verschil tussen de solvabiliteitsratio’s van 2025 en de andere jaren groter dan het daadwerkelijk is. De solvabiliteitsratio van 2026 is 9,78%, hetgeen betekent dat 9,78% van het totale vermogen uit eigen vermogen bestaat. Hoe hoger dit percentage, hoe beter. De uitkomst van de netto schuldquote is 1,64%. Dit komt omdat Omnibuzz relatief weinig vreemd vermogen heeft aangetrokken. De structurele exploitatieruimte bedraagt voor 2027 0%. Voor 2027 zijn geen incidentele baten of lasten voorzien. Tekorten worden aangevuld en overschotten vloeien terug naar de gemeenten. De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn voor Omnibuzz niet van toepassing.

20

Financiering Treasury De financiering van Omnibuzz bestaat uit de bijdragen van de deelnemende gemeenten. Omdat inkomsten en uitgaven niet altijd synchroon lopen en verplichtingen zijn aangegaan om op bepaalde tijden kosten te betalen, bestaat de mogelijkheid om geld te lenen middels de bestaande kredietfaciliteit. De hieraan verbonden kosten worden opgenomen als kapitaallasten. Voor de begroting 2027‑0 en het meerjarenperspectief 2028‑2030 zijn geen kosten begroot voor kredietfaciliteiten. Vanuit de in 2018 gevormde bestemmingsreserve ‘ICT’ valt ieder jaar het afschrijvingsdeel voor de in het jaar 2018 en 2019 geïnvesteerde activa vrij ter financiering van de afschrijvingslasten. In de begroting 2027‑0 en het meerjarenperspectief 2028‑2030 bedraagt dit afschrijvingsdeel € 6.125,‑ per jaar. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft aan tot welk bedrag korte financiering mogelijk is. Onder korte financiering wordt in de Wet FIDO verstaan leningen met een rente typische looptijd korter dan een jaar. De kasgeldlimiet wordt bepaald als een percentage van het begrotingstotaal. Bij ministeriele regeling is dit percentage voor Omnibuzz vastgesteld op 8,2%. Concreet betekent dit dat de netto vlottende schuld per kwartaal de kasgeldlimiet niet mag overschrijden. Omnibuzz zal naar verwachting binnen de kasgeldlimiet blijven. Tabel kasgeldlimiet

De (verwachte) netto vlottende schuld per kwartaal is gebaseerd op de geprognosticeerde balans. Renterisiconorm De renterisiconorm is direct gerelateerd aan het budgettaire risico en heeft als doel het renterisico bij herfinanciering te beheersen. De renterisiconorm houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Schatkistbankieren Schatkistbankieren houdt in dat overtollige publieke middelen worden aangehouden in de Nederlandse schatkist. Hierdoor zal de Nederlandse staat minder geld hoeven te lenen op de financiele markten en zal de staatsschuld dalen. Decentrale overheden krijgen op 21

de deposito’s een rente vergoed die gelijk is aan de rentes die de Nederlandse staat betaalt bij leningen die ze op de markt aangaat. Voor decentrale overheden is het gevolg hiervan dat uitstaande beleggingen bij het vrijvallen niet kunnen worden herbelegd en naar de rekening courant gaan. Daar kunnen ze hoogstens als deposito worden weggezet tegen de dan geldende rente op Nederlandse staatsobligaties. Er is sprake van een drempelbedrag dat Omnibuzz buiten de schatkist mag aanhouden. Voor Omnibuzz is het drempelbedrag vastgesteld op € 1.000.000,‑. Het feitelijke bedrag is voor Omnibuzz rond de € 934.000,‑. Dit saldo wordt daarmee niet als overtollig beschouwd. De Wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet Hof ) De Europese eisen en afspraken over reductie van het begrotingstekort en de staatsschuld vormen de basis van de Wet Hof. De middellange termijndoelstelling is het op termijn verkrijgen van begrotingsevenwicht in stappen van 0,5% bbp per jaar. Omdat ook gemeenten, provincies, waterschappen en Gemeenschappelijke Regelingen bijdragen aan het begrotingstekort van de collectieve sector, bepaalt het wetsvoorstel dat niet alleen het Rijk maar ook de decentrale overheden zich moeten houden aan de doelstellingen uit het aangescherpte Stabiliteits‑ en Groeipact. Het EMU‑saldo volgt uit de tabel:

Het EMU‑saldo wordt berekend door op het exploitatiesaldo de afschrijvingen, investeringen en mutaties van reserves te corrigeren. Omdat Omnibuzz kostenneutraal begroot, leiden eventuele investeringen in 2027 in materiele vaste activa tot een mutatie in het EMU‑saldo. Tevens drukken de afschrijvingen op de exploitatie die, conform de financiele uitgangspunten, niet gedekt worden door de algemene reserve. Per saldo wordt hierdoor voor 2027‑0 een EMU‑saldo ad € 56.000,‑ begroot.

22

Bedrijfsvoering Sturingsprincipes Sinds de totstandkoming van de Gemeenschappelijke Regeling Omnibuzz, heeft Omnibuzz zich ontwikkeld tot een compacte en doelmatige organisatie. De organisatie is hierbij ingericht op basis van een aantal sturingsprincipes die behouden blijven. Daarnaast vraagt de groei en ontwikkeling van de organisatie om een aantal nieuwe sturingsprincipes. De volgende principes worden door Omnibuzz bij de keuzes omtrent inrichting van de werkorganisatie gehanteerd: Kwaliteit en klantgerichtheid Kwaliteit en klantgerichtheid staan voorop bij alle inrichtingsvraagstukken. Dit uit zich naar alle betrokkenen, van klanten tot vervoerders en van gemeenten tot de Provincie Limburg. Professionaliteit Omnibuzz organiseert haar werkorganisatie op een professionele manier. Uitgangspunt hierbij is dat de organisatie‑inrichting en ‑sturing faciliterend moeten zijn voor de medewerkers. Doelmatigheid De werkorganisatie wordt doelmatig ingericht. Dat wil zeggen dat binnen de geldende kwaliteitskaders en taakstelling een zo efficient mogelijke organisatie wordt ingericht. Lerende organisatie Omnibuzz is een organisatie in groei en in ontwikkeling. Dit betekent dat processen, systemen en werkwijzen voortdurend worden geoptimaliseerd. Omnibuzz stimuleert haar medewerkers bij te dragen aan het principe van een lerende organisatie.

Good governance De organisatie wordt ingericht op basis van de principes van good governance en met inachtneming van de bepalingen van de wet ‘Gemeenschappelijke Regelingen’. Belastingdienst In 2017 heeft de Belastingdienst Omnibuzz vrijgesteld van de vennootschapsbelasting op basis van de dienstverleningsovereenkomsten‑vrijstelling. In 2018 heeft de Belastingdienst het standpunt ingenomen dat Omnibuzz btw in rekening dient te brengen over de gemeentelijke bijdrage (vervoer 9%, overige kosten 21%). Dit heeft tot gevolg gehad dat de fiscale afhandeling van het ondernemershandelen in het kader van de vervoersbeweging van Omnibuzz per 1 april 2019 is teruggevallen naar de individuele gemeenten.

Bestuurlijke structuur De bestuurlijke structuur wordt gevormd door een algemeen bestuur en een dagelijks bestuur. Het algemeen bestuur bestaat uit 30 leden met 38 stemmen. Het dagelijks bestuur wordt gevormd door een zevental leden:

23

4 leden vanuit Zuid‑Limburg. 3 leden vanuit Noord‑ en Midden‑Limburg. De directeur van Omnibuzz legt verantwoording af aan het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur. In de nadere uitwerking van de verordeningen van dagelijks bestuur en algemeen bestuur, alsmede de organisatie‑ en directieverordening, is de relatie met het dagelijks bestuur en algemeen bestuur nader geregeld.

Structuur werkorganisatie Omnibuzz staat onder aansturing van een eenhoofdige directie. De directeur legt verantwoording af aan het bestuur en geeft leiding aan de werkorganisatie. Binnen de werkorganisatie worden twee afdelingen onderscheiden die elk onder aansturing staan van een manager: Uitvoering, waaronder ritreservering en tactische regievoering. Bedrijfsvoering, waaronder ICT, financiële administratie, finance & control en klantenservice. Naast deze afdelingen wordt een aantal staffuncties onderscheiden, die onder aansturing van de directeur vallen. De afdelingsmanagers vormen samen met de directeur het managementteam. Het formatieoverzicht is in 2024 geactualiseerd en op 13 november 2024 door het dagelijks bestuur vastgesteld. Deze actualisatie heeft de hiernavolgende verwachte bezettingen tot gevolg. Afdeling uitvoering De afdeling uitvoering kent de volgende verwachte bezetting:

24

Afdeling bedrijfsvoering De afdeling bedrijfsvoering zal naar verwachting de volgende bezetting kennen in 2026:

Staffuncties De staffuncties zien er naar verwachting als volgt uit:

De totale structurele bezetting van Omnibuzz is 62,72 fte. Hierin is 0,30 fte opgenomen voor invulling van de OR‑activiteiten. Het verloop van de bezetting over de jaren is als volgt:

25

Financiële begroting Financiële kaders Aan de begroting 2027‑0 ligt een aantal financiele uitgangspunten ten grondslag. Deze uitgangspunten vloeien deels voort uit eerdere besluiten die het bestuur heeft genomen, deels uit gemaakte contractuele afspraken en deels uit het financieel economisch beleid van Omnibuzz. De financiele uitgangspunten voor de begroting 2027 en het MJP 2028 tot en met 2030 zijn vastgesteld door het algemeen bestuur op 17 december 2025 en hieronder weergegeven. Onderstaand lichten wij deze toe: 1. De gerealiseerde vervoerscijfers per gemeente in de periode twee jaar voorafgaand aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft (T‑2) worden als uitgangspunt genomen. Uitgangspunt is het daadwerkelijk verreden aantal ritten en kilometers per gemeente. Voor de begroting 2027 vormt het begrote vervoersvolume 2026 (gebaseerd op realisatie 2025 plus opslagpercentage) op gemeenteniveau het uitgangspunt. 2. Op de vervoerscijfers zoals genoemd bij 1) wordt een generieke opslag van 2,5% toegepast om de toekomstige groei in de vervoersvraag binnen de begroting op te vangen. 3. De individuele gemeenten hebben de mogelijkheid naar wens een alternatief opslagpercentage toe te passen om een hogere (of lagere) verwachte stijging van het vervoersvolume op gemeenteniveau (zie 2) op te vangen. Dit individueel opslagpercentage kan op maat worden ingerekend. 4.

Het vervoerstarief 2027 wordt geïndexeerd met het gemiddelde over de twee meest recente NEA‑indexen 2025 (1,5%) en 2026 (4,1%), zijnde 2,8%. Voor het vervoerstarief wordt gerekend met het voorcalculatorisch tarief op basis van de afgegeven tarieven in de vervoerscontracten, verhoogd met een opslag van 2,5%. 5. De gehanteerde vervoersprijs is de prijs zoals die voortvloeit uit de aanbesteding, het addendum op vervoerscontracten en de afspraken gemaakt in het kader van de afrekensystematiek. Het tarief voor 2027 wordt gebaseerd op het voorcalculatorisch tarief voor 2026. Dit tarief wordt verhoogd met de NEA‑index (zie 5). 6. Indexatie van de salariscomponent gebeurt op basis van de beschikbare meest actuele cao‑informatie of een op deze informatie te baseren schatting. Voor 2027 wordt conform de cao SGO 2025‑2027 een index toegepast per 1 januari 2027 van 1,6%. Voor de hierop volgende jaren wordt gewerkt met een indexpercentage van 2,0%. 7. De overheadkosten en indirecte vervoerkosten 2027 zijn gebaseerd op een zo goed mogelijke nieuwe inschatting van de diverse kostencomponenten, of inflatievolgende ontwikkeling op basis van een geschatte index. Voor 2027 wordt gewerkt met een indexpercentage gebaseerd op de schatting van de cip uit de 26

middellange termijnplanning MEV van het CPB, zijnde 2,2%. 8. Alle vervoerskosten worden conform uitgangspunt uit de notitie afrekensystematiek op basis van daadwerkelijk gebruik met de deelnemende gemeenten afgerekend. 9. De afrekensystematiek voor de indirecte vervoerskosten (zoals loonkosten ritreservering en klantenservice) gebeurt op basis van het aantal ritten. In de begroting zal het aantal ritten uit 2025 opgenomen worden. Bij de afrekening zal het gerealiseerde aantal ritten 2027 e.v. als basis worden genomen. 10. De afrekensystematiek voor de overheadkosten conform ‘Notitie overhead Commissie BBV/IV3’ (bijvoorbeeld loonkosten staf en directie, facilitaire zaken) gebeurt op basis van het aantal inwoners (gebaseerd op CBS‑gegevens peildatum 1‑1‑2026). 11. In de begroting 2027 wordt ervan uitgegaan dat de algemene reserve minimaal € 550.000,‑ bedraagt conform de vastgestelde ‘Nota Reserves, Voorzieningen en Risicomanagement 2023’. 12. In de overheadkosten is een post onvoorzien opgenomen conform voorschrift BBV. Deze post wordt gesteld op € 50.000,‑. 13. Alle bedragen zijn weergegeven exclusief btw. Additionele uitgangspunten voor de meerjarenbegroting 2028-2030 14. Het vervoersvolume van de begroting 2027 geldt ook als uitgangspunt voor de jaren van de meerjarenbegroting. Er wordt daarbij uitgegaan van een jaarlijkse stijging van 1% voor de jaren 2028‑2030. 15.

De vervoerstarieven voor de meerjarenbegroting 2028‑2030 worden jaarlijks geïndexeerd met het gemiddelde over de twee meest recente NEA‑indexen 2025 (1,5%) en 2026 (4,1%), zijnde 2,8%. 16. Voor indexatie van de overheadkosten en indirecte vervoerkosten wordt gewerkt met een indexpercentage gebaseerd op de schatting van de cip uit de middellange termijnplanning van het CPB. Voor 2028, 2029 en 2030 bedraagt deze 2,2%. Additionele uitgangspunten JWV (alleen voor gemeenten waarvoor dit van toepassing is) 17. Investeringen worden doorbelast middels de verdeelsleutel Wmo–JWV op basis van het aantal geïndiceerde reizigers op 1 januari van het begrotingsjaar. 18. Vervoerkosten worden bepaald middels toerekening kosten vervoerder aan betreffende gemeente: 1 gemeentelijk tarief per contractsoort. Per gemeente wordt na afloop van het jaar afgerekend op basis van realisatie en toeslagen (hoeveelheid). 19. Verdeelsleutel interne doorbelasting Wmo–JWV: overheadkosten worden verdeeld op basis van het aantal geïndiceerde reizigers op 1 januari van het begrotingsjaar. 20. Verdeelsleutel interne doorbelasting LLV‑JWV: indirecte vervoerskosten worden op basis van het aantal ritten verdeeld, alleen voor noodzakelijke gezamenlijke 27

kosten JWV en LLV (Bijvoorbeeld Smartwheels en klantenservice jeugdwetvervoer). 21. Verdeelsleutels gemeenten binnen JWV: aantal kilometers voor verdeling vervoerskosten, aantal inwoners voor verdeling overheadkosten en aantal ritten voor verdeling indirecte vervoerkosten. 22. Als uitgangspunt worden de gerealiseerde vervoerscijfers per gemeente in de periode een jaar voorafgaand aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft (T‑1) genomen. Uitgangspunt is het daadwerkelijk verreden aantal ritten en kilometers per gemeente. Deze gegevens kunnen door gemeenten worden aangevuld op basis van actuele data. Voor de begroting 2026‑1 is het uitgangspunt het gerealiseerde vervoersvolume in 2025 op gemeenteniveau. Additionele uitgangspunten leerlingenvervoer (LLV) (alleen voor gemeenten waarvoor dit van toepassing is) 23. Verdeelsleutel interne doorbelasting Wmo‑LLV: overhead op basis van het aantal geïndiceerde reizigers op 1 januari van het begrotingsjaar. 24. Verdeelsleutel gemeenten binnen LLV: kilometers voor directe vervoerskosten, inwoners voor overheadkosten en aantal ritten voor indirecte vervoerkosten. 25. Vervoerkosten middels gewogen gemiddelde tarief vervoerders: 1 gemeentelijk tarief.

Alle perceeltarieven tezamen leiden tot een gewogen gemiddeld tarief (basisprijs en toeslagen) voor de gemeenten, waarbij per gemeente op basis van realisatie en toeslagen (hoeveelheid) wordt afgerekend. 26. Als uitgangspunt worden de gerealiseerde vervoerscijfers per gemeente in de periode een jaar voorafgaand aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft (T‑ 1) genomen. Uitgangspunt is het daadwerkelijk verreden aantal ritten en kilometers per gemeente. Voor de begroting 2026‑1 is het uitgangspunt het gerealiseerde vervoersvolume in 2025 op gemeenteniveau.

28

Overzicht van baten en lasten per taakveld

Voor een toelichting op de baten en lasten per taakveld wordt verwezen naar ‘Wat zijn de daarmee gepaard gaande programmakosten?’ op pagina 13. Toelichting op de baten en lasten (Wmo)

Vervoerskosten en baten (Wmo) Het vervoersvolume 2027 is gebaseerd op de begrote kilometers, de toeslagen laag en hoog en de meereizend OV‑er voor de periode 1 januari tot en met 31 december 2026, vermeerderd met een opslag van 2,5%.

29

Tabel Vervoersvolume 2027-0

In de tabel ‘Vervoersvolume 2027‑0’ zijn de aantallen vervoersvolumes, opslagpercentages, toeslagen laag en hoog en de meereizend OV‑er, waarmee in deze begroting wordt gerekend, weergegeven. Deze tabel vormt dan ook de basis voor de tabellen die op de volgende pagina’s staan. Basis voor de vervoerskosten zijn het opstarttarief en het geïndexeerd kilometertarief. Het voorcalculatorisch opstarttarief 2027 is vastgesteld op € 5,96 (afgerond) en het voorcalculatorisch kilometertarief 2027 is € 2,06 (afgerond). Beide tarieven worden jaarlijks met 2,8% geïndexeerd, conform de uitgangspuntennotitie (4.1 ‘Financiele kaders’ op pagina 25). De tarieven worden vermenigvuldigd met het vervoersvolume uit ‘Tabel Vervoersvolume 2027‑0’ op pagina 29.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerlen&id=75c44d1c-64ff-4996-a50d-d6621f959879