A.19.1 Kadernota 2027 Stadsregio Parkstad Limburg__746892__
Tekst van het document
Kadernota 2027
DB 25 maart 2026 Bijlage 4.1.1
KADERNOTA Begroting 2027 Stadsregio Parkstad Limburg (Algemene financiële en beleidsmatige kaders 2027-2030) Inleiding Volgens de Wet gemeenschappelijke regelingen (artikel 34b) is het bestuur van SPL verplicht om voor 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders (en de voorlopige jaarrekening) aan de raden van de deelnemende gemeenten te zenden. Het doel van deze Kadernota is dan ook om de betrokken gemeenteraden over deze kaders te informeren, zodat raden tijdig kunnen inspelen op het uitbrengen van een zienswijze bij de ontwerpbegroting. De kadernota moet een indicatie geven over de hoogte van de gemeentelijke bijdrage, de beleidsvoornemens en de prijscompensatie.1
De samenwerking en governance binnen Stadsregio Parkstad Limburg Samenwerking De uitgangspunten voor de regionale samenwerking binnen de Gemeenschappelijke Regeling Stadsregio Parkstad Limburg (verder te noemen GR) zijn gebaseerd op de besluitvorming door de raden van de zeven deelnemende gemeenten in mei/juni 2024 (laatste wijziging van de gemeenschappelijke regeling). De uitgangspunten voor de regionale samenwerking betreffen de strategische agenda, de bestuurlijke inrichting, het Regiobureau en de met deze samenwerking samenhangende financiën. De samenwerking verloopt via twee sporen, namelijk via de kernagenda samenwerking en via de flexibele samenwerking (flexibele schil), waarmee uiting wordt gegeven aan het centrale uitgangspunt van elkaar binden waar dat nodig is en flexibel zijn waar dat kan, uitgaande van de kracht van de “coalition of willing”. Governance De regionale samenwerking Stadsregio Parkstad Limburg krijgt vorm via een gemeenschappelijke regeling van de 7 colleges. Deze bestaat uit het Dagelijks Bestuur (zijnde de 7 burgemeesters van de deelnemende gemeenten), het Algemeen Bestuur (zijnde het DB + 7 wethouders) en de thematische Bestuurscommissies (bestaande uit de betreffende portefeuillehouders).
Deze constructie is een antwoord op het vraagstuk van de democratische legitimatie van het regiobestuur, aangezien de reguliere verantwoordingslijnen gehandhaafd blijven. De vertegenwoordigers in de bestuurlijke gremia leggen immers verantwoording af aan het eigen college en de eigen raad. Het Dagelijks Bestuur heeft algemene taken op het terrein van regionale samenwerking. Het is verantwoordelijk voor het Parkstad Bureau (P&O, financiën en organisatie), organisatie van de bestuurlijke samenwerking (Governance), grensoverstijgende samenwerking en verdeling van middelen. Daarnaast heeft het Dagelijks Bestuur de verantwoordelijkheid voor het leggen van dwarsverbanden en het initiëren/uitvoeren van overkoepelende activiteiten (bestuurscommissies-overstijgende onderwerpen). In de regionale samenwerking is er een cruciale rol weggelegd voor de bestuurscommissies (BC’ s), samengesteld uit de portefeuillehouders van de deelnemende gemeenten. De bestuurscommissies zijn gegroepeerd rondom de zes kernthema’s: • Wonen en Herstructurering • Ruimte en Mobiliteit • Duurzaamheid • Economie en Toerisme
1
Het staat de gemeenteraden wel vrij om aan de hand van de kadernota te beraadslagen en de resultaten daarvan als richtlijn voor het opstellen van de begroting mee te geven aan de vertegenwoordiger in het dagelijks bestuur c.q. kenbaar te maken bij het bestuur van Parkstad
1
• Sociaal Economische Structuurversterking • Grensoverstijgende Samenwerking (thema GROS valt onder het Dagelijks Bestuur). Binnen deze thema’s wordt gewerkt aan verschillende soorten taken: 1. Platform voor bestuurlijke afstemming 2. Regionale beleidsontwikkeling 3. Programma ontwikkeling 4. Monitoring en instrumentontwikkeling Het regiobureau faciliteert het Dagelijks Bestuur / Algemeen Bestuur en de Bestuurscommissies, zowel inhoudelijk als logistiek en heeft daarvoor structureel middelen ter beschikking via de regiobijdragen.
Ontwikkelingen die van invloed (kunnen) zijn op de taakopdracht aan Stadsregio Parkstad Limburg (SPL) in 2027 ➢
Uitwerking van het Toekomstverhaal Parkstad. Het nieuwe toekomstverhaal van Parkstad vraagt om een programmatische doorvertaling voor de komende vier jaar. Veel – zo niet de alle – programma’s en projecten zullen worden uitgevoerd door gemeenten, partijen uit het bedrijfsleven en het maatschappelijk middenveld. Dit vraagt om een (pro-)actieve houding / accountmanagerschap van de Stadsregio Parkstad Limburg. Daarnaast heeft de programmatische doorvertaling niet alléén betrekking op thema’s uit de kernagenda van de GR Parkstad, maar ook op thema’s die daar buiten vallen (zoals gezondheid, landbouw of landschap).
➢
Subsidies en subsidiehandeling. De afgelopen jaren is Parkstad steeds succesvoller geworden in het binnenhalen van subsidietoekenningen die via de Stadsregio Parkstad Limburg lopen, zoals de Regio Deals (3x, in totaal €80 miljoen), het Volkshuisvestingsfonds (4x, in totaal €52 miljoen), de Woningbouwimpuls (3x, in totaal €8,75 miljoen), de Startbouwimpuls (ruim €5,5 miljoen) en de Regeling woningbouw op korte termijn (€28 miljoen). De handling van deze miljoenensubsidies schept ook verantwoordelijkheden voor de GR Parkstad. Het zijn subsidieprogramma’s met een looptijd van 5 tot 10 jaar waar de Stadsregio Parkstad Limburg als ontvanger van de Rijksbeschikking in eerste instantie verantwoordelijk is voor het behalen van de resultaatverplichtingen en de randvoorwaarden uit de beschikking. Het is de verwachting dat ook de komende jaren meer kansen langs zullen komen om subsidieprogramma’s te benutten.
➢
Zuid-Limburgse samenwerking. In verschillende – meer economische gerichte – beleids- en investeringsprogramma’s wordt afstemming en samenwerking met de andere Zuid-Limburgse gemeenten steeds belangrijker. Dit vraagt ook wat van de Stadsregio Parkstad Limburg. Samenwerking in Zuid-Limburg levert niet alléén wat op, het kost ook tijd én capaciteit. Het betreft een ontwikkeling, waarbij afgewogen dient te worden op welke schaal welke maatschappelijke opgaven en vraagstukken het beste kunnen worden aangepakt.
➢
De toekomst na de Regio Deals. Eind 2030 loopt de derde Regio Deal af. De financiering voor de meeste programmalijnen uit de Regio Deals is georganiseerd tot en met 2029. Dit betekent dat er een vraagstuk ontstaat voor financiering van programmalijnen vanaf 2030.
➢
Positionering binnen een netwerksamenwerking van Metropoolregio’s. Zuid-Limburg is één van Nederlands meeste verstedelijkte gebieden én in de (ontwerp) Nota Ruimte aangewezen als initieerregio (‘nieuwe groeiregio’). De grensoverschrijdende agglomeratie Aken/Parkstad telt ongeveer 800.000 inwoners. Parkstad manoeuvreert zich – als onderdeel van Zuid-Limburg en de grensoverschrijdende agglomeratie Aken/Parkstad – steeds meer als strategisch onderdeel van een netwerk van Metropoolregio’s (Rotterdam-Den Haag; Amsterdam; Utrecht, Eindhoven en Zuid-Limburg) op de as Randstad – Brainport Eindhoven – Aken – Keulen/Bonn.
2
➢
Werkbudget structureel onder druk. De afgelopen jaren waren de ambities van de Bestuurscommissies en het DB hoger (circa €1,2 miljoen per jaar) hoger dan het beschikbare jaarlijkse werkbudget (circa €0,8 miljoen per jaar). De afgelopen jaren is het verschil gedekt door middel van inzet van (vrijgevallen) bestaande projectgelden. Deze incidentele dekkingsmiddelen zijn vanaf 2027 niet meer beschikbaar.
➢
Culturele hoofdstad. In 2026 zal duidelijk moeten blijken in hoeverre kandidaatstelling aan de orde is en wat de gevolgen voor de Parkstadgemeenten zijn.
Algemene beleidsmatige kaders 2027 - 2030 Voor de begroting 2027 en de daarop volgende jaren zullen in lijn daarmee de volgende algemene beleidsmatige kaders gehanteerd blijven worden: 1.
Activiteiten van Parkstad gericht op de realisering van de speerpunten die zijn ontleend aan de Strategische agenda.
2.
Voor het Regiobureau is het een topprioriteit om – naast het beleidsinhoudelijk uitvoering geven aan de kernthema’s - de Bestuurscommissies te ondersteunen en de samenwerking binnen en buiten Parkstad te faciliteren.
3.
Het Regiobureau wordt in toenemende mate gevraagd de uitvoering van Parkstadbeleid voor te bereiden en te faciliteren. Dit past in de visie van Parkstad om van beleid een succes te maken. Bij de uitvoering van beleid wordt nadrukkelijk gezocht naar mogelijkheden van cofinanciering.
4.
Veranderingen van buitenaf die relevant zijn voor de kerntaken van Parkstad worden door het Regiobureau met de beschikbare capaciteit opgepakt en doorvertaald in de ondersteuning aan de Bestuurscommissies, aan het Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur en aan de gemeenten. Deze ontwikkelingen volgen elkaar steeds sneller op en hebben veel impact.
De algemene financiële kaders 2027-2030 Bezuinigingsopgave GR Stadsregio Parkstad Limburg Gemeenten krijgen, in de media ook wel bekend staand als 'financieel ravijnjaar', te maken met aanzienlijke begrotingstekorten. De bijdrage uit het Gemeentefonds zal naar verwachting structureel fors lager gaan uitvallen. Dit heeft tot gevolg dat voor vrijwel elke gemeente in Nederland de financiële draagkracht onder druk komt te staan. Daarom zijn de gemeenschappelijke regelingen in 2024 vanuit de deelnemende gemeenten verzocht om, gelet op de knellende financiële kaders, als ‘verlengd lokaal bestuur’ vanaf 2026 hun verantwoordelijkheid hierin te nemen. De bijdragen aan elke gemeenschappelijke regeling en aan alle gemeenschappelijke regelingen samen hebben een beduidende impact op de gemeentelijke begroting(en). De opdracht dan wel taakstelling aan de Stadsregio Parkstad Limburg (en de andere gemeenschappelijke regelingen) kwam neer op een verlaging van de reguliere gemeentelijke bijdrage vanaf 2026, waarbij uitgaan moest worden van een structurele taakstelling van (minimaal) 5% en de eigen expertise van de gemeenschappelijke regeling om maatregelen te nemen waardoor deze taakstelling daadwerkelijk gerealiseerd wordt.
De (realisatie van de) structurele taakstelling van 5% met ingang van 2026 heeft geleid tot een structurele verlaging van de reguliere gemeentelijke bijdrage vanaf 2026 met jaarlijks 5%. De genoemde structurele verlaging van de reguliere gemeentelijke bijdrage van jaarlijks 5% vanaf 2026 is zodoende volledig verwerkt in de Begroting 2026 en de bijbehorende meerjarenraming 2027-2029. Vanzelfsprekend wordt de structurele verlaging vanaf 2026 van de reguliere gemeentelijke bijdrage van jaarlijks 5% consequent (door)verwerkt in de Begroting 2027 en de bijbehorende meerjarenraming 2028-2030. 3
Onderstaande tabel geeft de bedragen weer van de nieuwe reguliere gemeentelijke bijdrage met toepassing van de 5%-verlaging voor de jaren 2026 t/m 2042. Vanaf 2043 wordt de jaarlijkse bijdrageverlaging absoluut doorberekend. Tabel: Bedrag van de nieuwe reguliere gemeentelijke bijdrage met toepassing van de 5%-verlaging voor de jaren 2026 t/m 2042: Omschrijving (bedragen x € 1.000) 2026 2027 2028 2029 Oorspronkelijke reguliere bijdrage 5.002 5.223 5.399 5.567 gemeenten waarop de 5%bijdrageverlaging toegepast moest worden Bedrag 5%-bijdrageverlaging 250 261 270 278 Nieuwe reguliere bijdrage gemeenten met toepassing van de 5%bijdrageverlaging 4.752 4.962 5.129 5.289 Omschrijving (bedragen x € 1.000) Oorspronkelijke reguliere bijdrage gemeenten waarop de 5%bijdrageverlaging toegepast moest worden Bedrag 5%-bijdrageverlaging Nieuwe reguliere bijdrage gemeenten met toepassing van de 5%bijdrageverlaging
2030 5.753
2031 5.942
2032 6.137
2033 6.339
289
298
307
317
5.464
5.644
5.830
6.022
Omschrijving (bedragen x € 1.000) Oorspronkelijke reguliere bijdrage gemeenten waarop de 5%bijdrageverlaging toegepast moest worden Bedrag 5%-bijdrageverlaging Nieuwe reguliere bijdrage gemeenten met toepassing van de 5%bijdrageverlaging
2034 6.549
2035 6.766
2036 6.989
2037 7.219
328
339
350
361
6.221
6.427
6.639
6.858
Omschrijving (bedragen x € 1.000) Oorspronkelijke reguliere bijdrage gemeenten waarop de 5%bijdrageverlaging toegepast moest worden Bedrag 5%-bijdrageverlaging Nieuwe reguliere bijdrage gemeenten met toepassing van de 5%bijdrageverlaging
2038 7.457
2039 7.704
2040 7.957
2041 8.220
373
386
398
411
7.084
7.318
7.559
7.809
Omschrijving (bedragen x € 1.000) Oorspronkelijke reguliere bijdrage gemeenten waarop de 5%bijdrageverlaging toegepast moest worden Bedrag 5%-bijdrageverlaging Nieuwe reguliere bijdrage gemeenten met toepassing van de 5%bijdrageverlaging
2042 8.491
425
8.066 4
Omvang van het Bureau Tabel: Ontwikkeling bezetting Parkstad Limburg in fte (structureel)
Ontwikkeling bezetting Parkstad Limburg in FTE (structureel) 100
91
90
90 80 70
FTE
60 50
44,5 37,5
40 30
33,6 26,3
26
33,6
33,6
33,6
33,6
33,6
33,6
26,8
20,3
20
11,5
13,7
10 0 2006 2010 2013 2014 2015 2016 2018 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030
Van 2010 tot en met 2013 maakten de GBRD en BAG/GEO onderdeel uit van de Parkstad Limburg formatie. Vanaf 2014 alleen nog BAG/GEO. Vanaf 2016 bestaat de bezetting enkel uit Parkstad Limburg. Sinds dat jaar is de bezetting gestaag gegroeid als gevolg van het toegenomen werkpakket. Zoals bovenstaande tabel toont, is voor de komende jaren geen (verdere) groei van de bezetting voorzien. Er is bij de Begroting 2027 en de bijbehorende meerjarenraming 2028-2030 dan ook sprake van een constante personele bezetting van 33,6 FTE.
Parkstadbegroting financieel en uitgangspunten Tabel: Parkstadbegroting financieel: in € miljoen.
Parkstadbegroting 8 7 6 5 4 3 2 1 0 2000
2007
20102013
2017
personeel
2019 werkbudget
2021
2022
vaste lasten
2023
2024
2025
2026
2027
Incidentele bijdragen
5
Uitgangspunten Parkstadbegroting: 1.
Voor de uitvoering van de kerntaken is werkbudget beschikbaar. In deze kadernota is een lichte inflatiecorrectie van € 12.000 opgenomen ten opzichte van het werkbudget van 2026 om de inflatie enigszins te compenseren.
2.
In de begroting is een bedrag van € 40.000 per jaar voor lobby inzake subsidieverwerving opgenomen.
3. Vanaf september 2022 ontvangt SPL rente op het uitstaande saldo bij schatkistbankieren. Deze rente bedraagt per 30-09-2025 1,92%. De verwachting is dat de rente in de loop der komende jaren zal stabiliseren. In het artikel “ECB visie aangepast” van het Economisch Bureau van ABN AMRO Bank d.d. 1 september 2025 spreekt Jan-Paul van de Kerke – Senior Econoom de verwachting uit dat “de renteverlagingscyclus van de ECB reeds ten einde is”. In de financiële verordening is vastgelegd dat 90% van die rentebaten verband houden met overschotten op programmagelden. Dat deel van de rentebaten wordt toegevoegd aan de programmagelden. Deze bedragen zijn in de tabel “Samenvatting financieel beeld 2027-2030” opgenomen op de regel “Cofinanciering door derden van projecten kernactiviteiten”. Het resterende deel van de rentebaten van 10% wordt (transparant) in mindering gebracht op de gemeentelijke bijdragen. 4. De langlopende verplichting Buitenring van structureel € 200.000 (verlaagd van € 400.000 naar € 200.000) per jaar maakt deel uit van de begroting. Deze verplichting loopt door tot en met 2034.
In lijn met de “Notitie materiële vaste activa 2017” van de Commissie BBV wordt dit bedrag in vier afzonderlijke posten in de begroting opgenomen: de afschrijving van de buitenring, de financieringskosten buitenring, een storting in de reserve ringwegen en een onttrekking aan de reserve ringwegen. De reserve is in 2034 hoog genoeg om de toekomstige afschrijvingen te dekken. 5. Het Regiobureau is belast met de voorbereiding en uitvoering van de kerntaken. Voor de uitvoering van kerntaken beschikt het Regiobureau in 2027 en daaropvolgende jaren over een vaste bezetting van 33,6 fte. 6. In 2023 is het functiewaarderingstraject (HR 21) afgerond en goedgekeurd door het AB. Dit heeft voor verschillende functies geleid tot een opwaardering. De ingroei (tot en met 2027) van de betreffende functiehouders naar het maximum van hun nieuwe functieschaal is opgenomen in de personeelskosten. 7. Voor personele capaciteit die nodig is voor de uitvoering van projecten met een tijdelijke (co)financiering wordt (beperkt) gebruik gemaakt flexibele contracten. 8. Bij de materiële kosten is in 2027 een bezuinigingstaakstelling van € 12.000 opgenomen en vindt zodoende geen prijsindexering plaats. 9.
De actuele prognose van de loonkosten formatie in de Begroting 2027 is ongewijzigd ten opzichte van de prognose van de loonkosten formatie in de jaarschijf 2027 van de meerjarenbegroting 2027-2029 zoals vorig jaar opgenomen bij de Begroting 2026. 10. In lijn met het advies van het ambtelijk overleg en de nieuwe financiële verordening was oorspronkelijk vanaf (de Begroting) 2025 een post onvoorzien opgenomen van € 50.000. Een structurele verlaging van de post onvoorzien tot € 1.000 met ingang van (de Begroting) 2026 (gelet op de structurele 5%-gemeentelijke bijdrageverlaging vanaf (de Begroting) 2026 werd als een noodzakelijke keuze beschouwd.
6
11. Parkstad heeft een sluitende begroting. De bijdragen van de gemeenten daarin zijn in de basis opgebouwd uit twee delen; deze zijn voor 2027: a. - een regulier bedrag van € 4.962.000 voor de kerntaken, de verplichting buitenring en de bedrijfsvoering; - aangevuld door de bijdrage van de Gemeente Heerlen naar aanleiding van de taken discussie ad € 467.000; - aangevuld door 10% van de rentebaten die via een korting op de bijdrage wordt doorgegeven aan de gemeenten, hetgeen in 2027 overeenkomt met een bedrag van € 28.000. - aangevuld door de bijdragen van de deelnemende gemeenten aan water en klimaatadaptatie en de uitbreiding van duurzaamheid ad € 397.000; de bijdrage voor de uitbreiding van duurzaamheid wordt gelijkelijk verdeeld tussen de gemeenten en de RES. Beiden € 145.000 voor 2027; de financiering van water komt via de overname van het budget van SWPL. Er is dus geen sprake van een verhoging van de gemeentelijke uitgaven, maar in plaats van dat deze bijdragen naar de gemeente Beekdaelen worden overgeboekt, worden de gemeentelijke bijdragen nu overgeboekt naar Parkstad (€ 252.000 voor 2027). b. voor Regionale Initiatieven. De Regionale Initiatieven zijn gemeentelijke initiatieven en taken waarvan in het verleden met de gemeenten is afgesproken dat de uitbetaling daarvan via Stadsregio Parkstad Limburg loopt.
Het betreft de financiering van BTM, het Routebureau, Vestigingenregister, Visit ZuidLimburg (voormalige VVV) en het Starterscentrum. Stadsregio Parkstad Limburg ontvangt facturen van de verschillende instellingen en factureert deze gebundeld door naar de gemeenten. Daarnaast wordt vanuit het budget voor regionale initiatieven een bijdrage geleverd aan het Uitvoeringsprogramma Toerisme. In de begroting 2027 worden op basis van de vigerende afspraken ramingen opgenomen. De daadwerkelijk gefactureerde bedragen zullen aan de gemeenten worden doorberekend.
Samenvatting financieel beeld 2027-2030 Omschrijving (Bedragen x € 1.000)
Initiële begroting 2026
2027
2028
2029
2030
Werkbudget kernactiviteiten
819
831
846
860
874
Lobby inzake subsidieverwerving Cofinanciering door derden van projecten kernactiviteiten/projectlasten (90% rentebaten) Afschrijvingen buitenring
40
40
40
40
40
469
252
72
72
72
264
264
264
264
264
Financieringskosten buitenring
55
42
27
12
0
4.165
4.375
4.545
4.727
4.892
Loonkosten formatie Onvoorzien Materiële kosten bedrijfsvoering en huisvesting Afschrijvingskosten verbouwing
1
1
1
1
1
554
552
552
552
586
7
7
7
7
0
Totaal materiële kosten bedrijfsvoering
561
559
559
559
586
Totaal lasten
6.374
6.364
6.354
6.535
6.729
Bijdragen regulier deelnemende gemeenten
4.752
4.962
5.129
5.289
5.464
Bijdrage gemeente Heerlen takendiscussie
450
467
485
502
519
10% rentebaten
52
28
8
8
8
Bijdrage uitbreiding duurzaamheid
140
145
151
157
163
Bijdrage gemeenten water en klimaatadaptatie Totaal bijdragen deelnemende gemeenten Bijdrage RES VAT Regiodeal Bijdragen gemeenten flexibele schil / Grensoverstijgende samenwerking Cofinanciering door derden van projecten kernactiviteiten/projectbaten 90% Rentebaten
245
252
260
268
276
5.639
5.854
6.033
6.224
6.430
140
145
151
157
163
0
0
0
0
0 pm
pm
pm
pm
pm
469
252
72
72
72
Totaal baten
6.248
6.251
6.256
6.453
6.665
Exploitatieresultaat
-126
-113
-98
-82
-64
66
83
102
123
142
186
189
193
199
206
7
7
7
7
0
Frictiereserve/resultaatbestemming 2023
0
0
0
0
0
Begrotingsresultaat
1
0
0
1
0
Stortingen in reserves: Reserve Ringwegen Onttrekkingen aan reserves: Reserve Ringwegen Investeringsreserve verbouwing Organisatie Op Orde
7
Verdeling van middelen (via balans) Regionale initiatieven Bijdragen regionale initiatieven Saldo
2.026
1.200 1.200 0
2027 1.215 1.215 0
2028 1.239 1.239 0
Betreft ontvangen bedragen minus uitgaven ofwel nog te realiseren projectkosten (* € 1.000) (indicatief)
2029 1.254 1.254 0
2030 1.293 1.293 0
01/01/2026
Projecten Bestuurscommissie RuMo
706
Projecten Bestuurscommissie Duurzaamheid
1.217
Projecten Bestuurscommissie Wonen en Herstructurering
55.079
Projecten Bestuurscommissie Economie & Toerisme
6.684
Projecten Bestuurscommissie Sociaal Economische Structuurverwerking
2.470
Projecten Dagelijks Bestuur / GROS
13.684
Businesscases Herstructurering / Projecten BDU
4 Totaal
79.844
Uit bovenstaande tabel blijkt dat Stadregio Parkstad Limburg als relatief kleine organisatie met een beperkte staat van baten en lasten een groot bedrag aan projecten onder handen heeft.
8