CConstaterende datHeerlen
Koppel je AI →
Document · PDF

7. B06 Ruon Besluit MER.pdf

Raadsvergadering . (video) 31 mei 2023, gemeente HeerlenBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen 'Mijnwaterbron Ganzeweide Heerlen’2.634 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

. yo

-r ! ■/i

i

Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

'V ■ö ■'H

> Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag

Mijnwater Energy B.V. Spoorplein 45 6411 NZ Heerlen

Directoraat-generaal Klimaat en Energie Directie Warmte en Ondergrond Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag Postadres

Postbus 20401 2500 EK Den Haag

31 MEI 2022

Overheidsidentificatienr 00000001003214369000 T 070 379 8911 (algemeen) F 070 378 6100 (algemeen) www.rijksoverheid.nl/ezk

Datum Betreft

31-05-2022 Mer beoordelingsbesluit HLH-GT-03

Besluit

Behandeld door E.M. Bruinenberg T 070 379 6115 E.M.Bruinenberg@minezk.nl

Ons kenmerk DGKE-WO/ k Bijlage(n)

1. Onderwerp Op 9 februari 2021 is een mededeling (aanmeldnotitie) ingevolgde artikel 7.16, eerste lid, van de Wet milieubeheer ontvangen van Mijnwater Energy B.V. te Heerlen. De mededeling betreft het voornemen om diepboring uit te voeren (put HLH-GT-03), voor het winnen van aardwarmte vanaf de locatie nabij de Ganzeweide in Heerlen. De put kan zowel voor productie als voor injectie worden ingezet afhankelijk van de behoefte. De mededeling ziet op het voornemen om met behulp van een mobiele boorinstallatie de diepboring uit te voeren.

O"

o; o;

<o“ col OOI

Voor het uitvoeren van de diepboringen is een omgevingsvergunning nodig. Ter voorbereiding van de omgevingsvergunning dient te worden onderzocht of het opstellen van een milieueffectrapportage noodzakelijk is. Voor het boren daadwerkelijk begint moet ook werkplan boren bij Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) ingediend worden conform de mijnbouwregeling artikel 8.2.1.1. Het werkplan boren beschrijft hoe aan de wettelijke eisen van onder ander de putconstructie wordt voldaan. Het werkplan heeft betrekking op het putontwerp, segmenteren, diepte conductor, breuklijnen, voorkomen grond- en grondwaterverontreinigingen, gebruik boorspoeling, bodemtrillingen en hierdoor verlies van boorspoeling, enz.. De mijnbouwonderneming dient de boring conform het werkplan uit te voeren. Hiermee is de integriteit van de put na aanleg geborgd. Tevens is voor de uiteindelijk winning van warmte een winningsvergunning en winningsplan nodig waarbij onder andere specifieke voorwaarden worden gesteld. Om te bepalen of er een MER dient te worden opgesteld wordt er in dit besluit gekeken naar de werkzaamheden tijdens de boring en of er significante nadelige milieueffecten kunnen ontstaan. Deze mer-beoordeling betreft enkel de uitvoering van diepboringen, de winning van warmte valt niet onder de merbeoordelingsplicht.

Pagina 1 van 7

■■(■■'■■I

I ■/!

"H ■S -f-i

Directoraat-generaal Klimaat en Energie Directie Warmte en Ondergrond

2. Algemeen In het Besluit milieueffectrapportage zijn in de bijlage, onder onderdeel D, activiteiten ogenomen waarbij op grond van artikel 7.2, vierde lid, van de Wet milieubeheer een beslissing moet worden genomen of bij de voorbereiding van het betrokken besluit voor die activiteiten, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kunnen hebben, een milieueffectrapportage (MER) moet worden gemaakt.

Ons kenmerk DGKE-WO/ MER-2013

In categorie D.17.2 van het Besluit milieueffectrapportage is bepaald dat "voor het uitvoeren van diepboring dan wel een wijziging of uitbreiding hiervan", de procedure voor m.e.r.-beoordelingsplicht als bedoeld in de artikelen 7.16 en 7.17 van de Wet milieubeheer van toepassing is. Bij deze beslissing dient het bevoegd gezag op grond van artikel 7.17, derde lid, van de Wet milieubeheer rekening te houden met de in Bijlage III van de EEG richtlijn milieueffectbeoordeling (Richtlijn 2011/92/EU van het Europees parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten, PbEU 2012, L26) aangegeven criteria. Deze criteria hebben betrekking op: I Kenmerken van de activiteit II Plaats waar de activiteit wordt verricht III Kenmerken van de potentiële gevolgen van de activiteit. De Minister van Economische Zaken en Klimaat is ingevolge artikel 3.3, vierde lid onder b, van het Besluit omgevingsrecht bevoegd hierop te beslissen. 3. Geraadpleegde organisaties De volgende organisaties en instanties zijn om advies gevraagd: • De gemeente Heerlen: • De Provincie Limburg; • De inspecteur-generaal der mijnen (Staatstoezicht op de Mijnen) 4. Adviezen • De Gemeente Heerlen heeft geen advies uitgebracht. • De Provincie Limburg heeft geen advies uitgebracht.

• Door de inspecteur-generaal der mijnen is advies uitgebracht ten aanzien van de beoordeling van de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van het potentiële effect van het project. Het advies is volledig verwerkt in de overwegingen met betrekking tot dit besluit. 5. Overwegingen met betrekking tot het besluit De mededeling is getoetst aan de in Bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling aangegeven criteria I. Kenmerken van het project De boorlocatie beslaat circa 2500 M^. In vier weken tijd wordt de locatie geschikt gemaakt voor de boring. Er zal een putkelder worden gebouwd waarvandaan een conductor 30 meter diep wordt geboord. Van daaruit zal de diepboring plaatsvinden. De boring vindt plaats in een oude mijngang welke is gelegen op 675 meter diepte onder het maaiveld. Voor de boring wordt naast de mobiele boortoren ondersteunende faciliteiten aanwezig zijn zoals mobiele kantoren, pompen, opslagcontainer en zeven. De boorwerkzaamheden, inclusief op- en

Pagina 2 van 7

■■Al

■r!

i ■■/I

! 'f-i "f-i 'H

Directoraat-generaal Klimaat en Energie Directie Warmte en Ondergrond

afbouw zal ongeveer 11 weken duren. Nadat de boring is afgerond zal de put worden schoongeproduceerd en getest (1 dag). Er wordt geen gas verwacht in het te produceren water. Nabij dit gebied wordt een verbindingsleiding aangelegd naar het Mijnwater clusternet ten behoeve van de aan- en afvoer van de warmte als de put in gebruik is. Deze leiding zal ongeveer 200 meter lang zijn.

Ons kenmerk DGKE-WO/ MER-2013

II Plaats van het project De locatie ligt in de gemeente Heerlen en is gelegen op het bedrijventerrein Heerlerheide West, kadastraal bekend als gemeente Heerlen, sectie U, perceel nummer 586,587,588 en 1471 (allen gedeeltelijk). Op het terrein zijn diverse bedrijven gevestigd. Aan de noordoostkant zijn bedrijven, een kerk en een (afhaal)restaurant gevestigd. Aan de zuidzijde ligt het beekdal van de Caumerbeek met aangrenzend een groenstrook met een waterbufferfunctie. Met de dichtstbijzijnde woning op 70 meter afstand. Ten oosten ligt op 70 meter afstand een jeugdzorginrichting en aan de westelijke kant een doorgaande weg en een gekanaliseerde beek. Het vigerende bestemmingsplan "Heerlerheide West", vastgesteld 04-09-2009, geeft voor de projectbestemming "Bedrijven en deels onder bestemming Groen, Waterstaatvoorziening en omringende beschermingszone". Binnen deze bestemming kan de voorgenomen niet worden gerealiseerd en zal er een omgevingsvergunning worden aangevraagd voor afwijking van het bestemmingsplan. Archeologie Het archeologiebeleid in de gemeente Heerlen is het plangebied aangewezen in een gebied met lage archeologische verwachtingswaarde. In het beleid wordt verder aangegeven dat dat bij een verstoringsdiepte van meer dan 40 centimeter en een verstoringsoppervlakte van meer de lO.OOOm^ een archeologisch onderzoeksplicht is.

Het plan gebied is echter maar 2500 m^ de verplichting geldt niet voor de planlocatie. Wel zal indien tijdens de werkzaamheden archeologische sporen of vondsten worden aangetroffen dit gemeld wordt conform de Monumentenwet. Natura 2000 Op enkele kilometer afstand liggen diverse Natura 2000 gebieden. Ten oosten ligt op 2,1 kilometer de Brunssemmerheide en ten zuiden tot westen op 2,1 tot 3 kilometer afstand fragmenten het Geleenbeekdal gebied. Ten zuiden ligt op 5 kilometer afstand het Kunderberg en ten zuidwesten op 8,5 kilometer het Geuldal. De NNN gebieden liggen op 700 meter ten noordoosten en op 950 meter ten westen van de planlocatie.

Stikstof Op 1 juli 2021 is het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering en de Wet Stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden. De wet geeft de opdracht voor een programma van maatregelen om die reductie te bereiken en de natuur te herstellen. Als gevolg daarvan worden bouw- en sloopwerkzaamheden en werkzaamheden voor het aanleggen, veranderen en verwijderen van een werk vrijgesteld van natuurvergunningsplicht voor het aspect stikstofdepositie. De vrijstelling geldt voor tijdelijk stikstofemissies en niet voor structurele

Pagina 3 van 7

-fl I ■/!

I

"f-i

'f-'i

Directoraat-generaal Klimaat en Energie Directie Warmte en Ondergrond

stikstofemissies in de gebruiksfase zoals activiteiten, bewoning of gebruik van de weg. Wel geldt de vrijstelling voor de vervoersbewegingen die samenhangen met Ons kenmerk DGKE-WO/ MER-2013 de tijdelijke werkzaamheden zoals de aan en afvoer bouwmaterialen, personen en afval. De vrijstelling voor tijdelijke werkzaamheden is mogelijk aangezien er met de nieuwe stikstofwet substantieel en structureel aan stikstofreductie natuurverbetering wordt gewerkt en de tijdelijke emissies van activiteiten beperkt zijn ten opzichte van de totale stikstofdepositie van binnenlandse bronnen. De beredenering voor de vrijstelling van de tijdelijk activiteiten staat het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen niet in de weg. Veiligheid Er is een Hydrocarbon Risk Assessment (HCRA) uitgevoerd waar in het risico is beoordeeld dat er zich brandbaar (methaangas) bevindt in het doorboren lagen en in het gangenstelsel van de mijn op de plaatst waar deze wordt aangeboord. De conclusie is dat dit risico nihil is omdat de lokale geologie opslag van gas bemoeilijkt en dat de door de mijnbouw gecreëerde gangen en breuken het eventuele gas kan ontsnappen. Aanvullend is gekeken of er zich externe risicobronnen bevinden nabij de locatie. Hieruit blijkt dat nabij de locatie geen specifieke risico's aangegeven worden die effect zouden kunnen hebben op de uitvoering van de werkzaamheden.

Tevens is geconcludeerd dat een aardbeving geen buitengewoon gevaar zou opleveren voor de aan de boring verbonden werkzaamheden. Hiertoe is er geen QRA (kwantitatieve risicoanalyse) uitgevoerd. Wel dient er in het kader van de aanvraag van de omgevingsvergunning dit nader beschouwd te worden. Op grond van het Besluit algemene regels milieu mijnbouw (Barmm) dient de aanvrager een QRA uit te voeren. III Kenmerken van potentiële effect De in de mededeling genoemde potentiële effecten betreffen effecten op: bodem en oppervlaktewater, afvalstoffen, luchtkwaliteit, geluid, licht, natuur en biodiversiteit, verkeer en cumulatieve effecten. Bodem en afvalwater Er is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd om eventuele verontreinigingen te lokaliseren en de nulsituatie vast te stellen. Uit het bodemonderzoek is gebleken dat er in de onverharde bovengrond (zeer) licht is verontreinigd met zware metalen, kobalt en kwik en PCB. In de noordelijke helft is onder het puingranulaat een lichte verontreiniging aangetroffen van zink, cadmium en PAK. De verontreinigingen zijn gebiedseigen verontreinigingen en waarschijnlijk gerelateerd aan de voormalige activiteiten aan de rand van het mijnbouwgebied Oranje Nassau III. De bodemkwaliteit voldoet indicatief aan de bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarde, Wonen en Industrie en is daarmee in overstemming met de huidige bestemming.

De waardes vormen geen beletsel voor het uitvoeren van het project. De boorwerkzaamheden worden uitgevoerd op een vloeistofkerende vloer. Verder worden er 4 peilbuizen aangelegd waardoor de grondwaterkwaliteit gemonitord. Op het terrein wordt een systeem van waterleidingen gerealiseerd om het hemelwater op te vangen. Dit wordt naar een waterbak geleid waarin een

Pagina 4 van 7

•./.I

I ■/I

! :‘.S

'r-i >-i

Directoraat-generaal Klimaat en Energie Directie Warmte en Ondergrond

olie/waterscheider is aangebracht. Tijdens de boring wordt het water per vrachtwagen afgevoerd naar een erkende verwerker of na goedkeuring op het riool geloosd. De gebruikte boorvloeistof wordt hergebruikt door het te zeven en centrifugeren en indien het niet meer bruikbaar is afgevoerd worden naar een erkend verwerker.

Ons kenmerk DGKE-WO/ MER-2013

Er wordt aangegeven dat door ingestorte mijnschachten scheuren in het gesteente zitten. Er zal tijdens de boring extra aandacht moeten worden gegeven dat geen verlies van de boorvloeistof en geen verontreiniging optreedt in de bodem. In de aanvraag voor de omgevingsvergunning voor het aanleggen van de put en de werkplan boren zal hier aandacht aan moeten worden besteed en meer informatie worden gegeven over de life cycle integriteit van de schacht en de daarboven liggende formaties. Hierbij dient aandacht te worden gegeven aan de installatie van de verhuizing en de cementatie. Ook moet er aandacht zijn voor de stabiliteit van het dak van het gangenstelsel en hoe deze geborgd blijft. Afvalstoffen Er wordt zoveel mogelijk te plaatse hergebruikt, zoals de boorvloeistof. De overige afvalstoffen die vrijkomen en niet ter plaatse kunnen worden hergebruikt worden naar soort gescheiden en afgevoerd naar een erkend verwerker. Hiervan zal een afvalstoffenregistratie van worden bijgehouden. Luchtemissie De luchtemissie worden veroorzaakt door de transportmiddelen en het materieel. Het materieel wordt via dieselgeneratoren van energie voorzien. De transport middelen zijn voornamelijk diesel aangedreven. De uitstoot is echter plaatselijk en van tijdelijke aard. De locatie is gelegen aan een drukke doorgaande weg en naast een bedrijven terrein.

Geluid Er bevinden zich geluidsgevoelige gebouwen aan de zuidoost zijde. De afstand tot deze gebouwen is 70 meter. Conform het gestelde in het Barmm is het overleggen van een akoestisch rapport voorafgaand aan de boringen nodig. De geluidseisen gesteld in het Barmm zijn opgesteld met toepassing van de best bestaande technieken (BBT). Uit het geluidsrapport blijkt dat zonder mitigerende maatregelen niet kan worden voldaan aan het Barmm. Nadat er duidelijk is welke mobiele installatie geplaats gaan worden zullen de mitigerende maatregelen getroffen worden, onder andere het plaatsen van een geluidswand. Tevens zal tijdens de boring continu het geluidsniveau nabij de van de geluidsgevoelige gebouwen, worden gemonitord en geregistreerd. Licht Er wordt 7 dagen 24 uur gewerkt voor ongeveer een periode van ongeveer 3 maanden. Het terrein is voorzien van buitenverlichting voor zover die noodzakelijk is voor het verrichten van werkzaamheden en het voorkomen van gevaar. De locatie is gelegen in een omgeving met woningen van derden. • De hoogte van de installatie van de buitenverlichting en het gebruik ervan gaat niet verder dan noodzakelijk is voor het verrichten van de nodige werkzaamheden of het handhaven van de veiligheid. • De verlichting is zodanig opgesteld en ingericht en de lampen zijn zodanig

Pagina 5 van 7

••/.I

•r' I ■/I

I "i-i ■S

Directoraat-generaal Klimaat en Energie Directie Warmte en Ondergrond

afgeschermd dat hinderlijke lichtstraling voor de omgeving en het milieu en directe instraling in woningen wordt voorkomen.

Ons kenmerk DGKE-WO / MER-2013

Natuur en biodiversiteit Er liggen meerdere Natura 2000 en NNN gebieden op enkele kilometers van de projectlocatie. Er zal voor de daadwerkelijke werkzaamheden plaats gaan vinden zal er een ecologische quick-scan uitgevoerd worden om te beoordelen of de boring potentiële invloed heeft op de daar aanwezige flora en fauna. Indien nodig zullen er mitigerende of compenserende maatregelen worden genomen. Bodembeweging Bij warmtewinning is geen sprake van uitname van volume. Het water dat omhoog wordt gepompt, wordt na afkoeling weer in dezelfde laag teruggebracht. Hiermee is te verwachten bodemdaling minimaal. De boring is voorzien in een gebied met een verhoogd risico op aardbevingen. Hier zal tijdens de boring op toegezien moeten worden. Aan het aspect bodembeweging (bodemdaling en seismiciteit) wordt in de aanvraag van het winningsplan en winningsvergunning aandacht besteed. Cumulatie Er zijn op dit moment geen activiteiten bekend waardoor cumulatie van effecten door de booractiviteiten in de omgeving zijn te verwachten. Er zijn geen negatieve significante effecten te verwachten door cumulatie. Milieueffecten De effecten die optreden tijdens de boring zijn van tijdelijke aard, in het Besluit algemene regels milieu mijnbouw, de omgevingsvergunning en de winningsvergunning worden hier regels aan gesteld.

Deze regels hebben aangetoond effectief te zijn in het beperken van de effecten van een boring, zowel in algemene zin als op deze locatie specifiek naar aanleiding van de eerder uitgevoerde boringen. Door de tijdelijke aard en de voorgenomen maatregelen is cumulatie van de milieueffecten niet te verwachten. Conclusie: Op basis van de verstrekte informatie blijkt dat de voorgenomen activiteit geen significante nadelige gevolgen voor het milieu zal hebben en dat nadere afweging door het opstellen van een milieueffectrapportage niet noodzakelijk is. Cumulatie van milieueffecten door activiteiten in de omgeving is niet te verwachten.

Pagina 6 van 7

■f-i

■ r!

I ■/I

•i-i

"f-i

Directoraat-generaal Klimaat en Energie Directie Warmte en Ondergrond

5. Besluit Gelet op het voorgaande en de door Mijnwater Energy B.V. ingediende mededeling beslis ik dat voor het voorgenomen activiteiten geen milieueffectrapport behoeft te worden opgesteld.

Ons kenmerk DGKE-WO/ MER-2013

De Staatssecretaris v^i| e1: nomische Zaken en Klimaat, namens deze:

mr. J.L Rosch | MT-lid Directie Warrrfte en Ondergrond

Pagina 7 van 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerlen&id=d697661b-2679-4099-b72c-ae8dbf653767