CConstaterende datHeerlen
Koppel je AI →
Document · PDF

5. B04 Ruon Verkennend bodemonderzoek.pdf

Raadsvergadering . (video) 31 mei 2023, gemeente HeerlenBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen 'Mijnwaterbron Ganzeweide Heerlen’24.114 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VERKENNEND BODEMONDERZOEK Nieuwe Bron HH3A (locatie 2) nabij Terhoevenderweg te Heerlen 200542.BKK

Colofon BKK Bodemadvies bv Bezoekadres:

Kruisstraat 6 5768 RW MEIJEL

Postadres:

Postbus 55 5768 ZH MEIJEL

Tel.: e-mail:

077-4661141 info@bkk-advies.nl

Projectgegevens Projectlocatie: Rapportnummer:

Heerlen, HHA3 locatie nabij Terhoevenderweg 200542.BKK

Datum rapport:

10 september 2020 10 augustus 2021 (grondwater)

Opdrachtgever: Contactpersoon: Adres: Postcode:

Adviesbureau Brouwers BV De heer R. Peeters Postbus 245 6040 AE ROERMOND

Het veldwerk is onder certificaat EC-SIK-20261 en onafhankelijk van de opdrachtgever conform de eisen van de BRL SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen 2001 en 2018, uitgevoerd door de heer B. Abbink.

Auteur (projectleider): Drs. W.H.T.M. von Scheibler

Interne controle: Ing. M.L.M. Kessels

Kwaliteit en verbetering van product en proces hebben bij BKK Bodemadvies bv een hoge prioriteit. BKK Bodemadvies hanteert daartoe een kwaliteitssysteem volgens de NEN-EN-ISO 9001: 2015, certificaatnummer nr. EC-KWA-00050. Indien u een klacht heeft over de uitvoering van de werkzaamheden binnen de reikwijdte van dit certificatieschema, vernemen wij dat graag zo snel mogelijk van u. Mocht dit niet tot tevredenheid leiden, kunt u zich in tweede instantie wenden tot onze certificerende instelling, Normec Certification b.v. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of BKK Bodemadvies bv.

Verkennend bodemonderzoek Locatie Nieuwe Bron HHA3 te Heerlen

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING ...................................................................................................... 1

2.

NADERE GEGEVENS OMTRENT ONDERZOEKSLOCATIE .......................................... 3 2.1. 2.2. 2.2.1. 2.2.2. 2.2.3. 2.2.4. 2.2.5. 2.2.6. 2.3. 2.3.1. 2.3.2. 2.4. 2.5.

3.

ONDERZOEKSSTRATEGIE ............................................................................. 13 3.1. 3.2. 3.3. 3.4.

4.

Inleiding .............................................................................................. 16 Veldwerkzaamheden ............................................................................. 16 Veldwerkzaamheden grondwater ............................................................ 16 Veldwaarnemingen ............................................................................... 16 Bemonstering ...................................................................................... 17 Bemonstering grondwater...................................................................... 17 Laboratoriumonderzoek ......................................................................... 18

ONDERZOEKSRESULTATEN ............................................................................. 20 5.1. 5.2. 5.3. 5.3.1 5.4.

6.

Hypothese ........................................................................................... 13 Vasstelling nulsituatie voor toekomstige bodembelasting ........................... 13 Strategie van het onderzoek .................................................................. 13 Asbest................................................................................................. 14

UITVOERING VAN HET ONDERZOEK ................................................................. 16 4.1. 4.2. 4.2.1. 4.3. 4.4. 4.4.1. 4.5.

5.

Algemeen .............................................................................................. 3 Vooronderzoek ....................................................................................... 3 Ligging onderzoekslocatie en omgeving ..................................................... 4 Terreininspectie...................................................................................... 5 Historie onderzoekslocatie en omgeving .................................................... 5 Eerder verricht bodemonderzoek .............................................................. 6 Boven- en ondergrondse tanks ................................................................. 8 Ophogingen/dempingen, stortingen/calamiteiten ........................................ 8 Bodemopbouw en geohydrologie .............................................................. 9 Bodemopbouw ....................................................................................... 9 Geohydrologische gegevens ................................................................... 10 Bodemkwaliteitskaart ............................................................................ 11 Conclusies vooronderzoek ..................................................................... 12

Toetsingskader algemeen ...................................................................... 20 Toetsingskader Besluit bodemkwaliteit .................................................... 20 Toetsing en interpretatie analyseresultaten.............................................. 21 Toetsing resultaten grondwater .............................................................. 23 Toetsresultaten asbest in puin................................................................ 23

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................... 25

BIJLAGEN Bijlage I Bijlage II Bijlage III Bijlage IV Bijlage V Bijlage VI Bijlage VII Bijlage VIII Bijlage IX 200542.BKK / WvS

Topografische situering Kadastrale gegevens Overzichtstekening met boorlocaties Boorprofielen met legenda Analyserapporten Toetsingsoverzichten analyseresultaten Foto’s onderzoekslocatie Bodemrapportage gemeente Heerlen Samenstelling mijnsteen

Verkennend bodemonderzoek Locatie Nieuwe Bron HHA3 te Heerlen

1.

INLEIDING

In opdracht van Adviesbureau Brouwers BV is door BKK Bodemadvies bv een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op een deel van het bedrijventerrein gelegen aan de Ganzeweide ter hoogte van de Willem Barentszweg in Heerlen. Dit betreft één van de twee locaties waar Mijnwater BV mogelijk een bron gaat plaatsen voor het oppompen van diep gelegen mijnwater ten behoeve van een energienetwerk in Heerlen. De andere locatie waarop Mijnwater BV een optie heeft, betreft het perceel met de kadastrale gegevens sectie U nummer 295, welke langs de Terhoevenderweg is gelegen. Het voorliggende onderzoek betreft uitsluitend de eerst vermelde locatie bij Ganzeweide. Het bodemonderzoek dient te worden uitgevoerd om de bodemkwaliteit vast te kunnen stellen als “nulsituatie” voor nieuwe geplande bedrijfsactiviteiten op de locatie. Doel van het onderzoek is enerzijds vast te stellen of de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie verontreinigingen bevat die een belemmering kunnen zijn bij de aankoop van het perceel en anderzijds een nulsituatie onderzoek om specifiek op verdachte stoffen te analyseren die bij het toekomstige gebruik bij eventuele calamiteiten tot een bodemverontreiniging zouden kunnen leiden. Hiermee wordt een toetsingsgrondslag vastgelegd. Er wordt een globaal inzicht gegeven in de aard, de omvang en de gehalten, c.q. concentraties van mogelijk verontreinigende stoffen in de bodem.

Op grond hiervan kan een milieukundige beoordeling van eventuele verontreinigingen worden gegeven. Ook kan een uitspraak worden gedaan over de noodzakelijkheid van een aanvullend of een nader onderzoek. Indien bij toekomstige activiteiten verontreinigende stoffen in de bodem geraken, dan kan de kwaliteit van de bodem met betrekking tot die stoffen vergeleken worden met de huidige situatie (nulsituatie). Aangezien PFAS geen kritische parameter is voor de toekomstige activiteiten en ook niet relevant is voor een eigendomsoverdracht van de locatie wordt in het voorliggende onderzoek geen onderzoek uitgevoerd naar PFAS concentraties in de bodem. Referentiekader Het onderzoek is uitgevoerd volgens de Nederlandse normen "Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek" (NEN 5740/A1) en “Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond” (NEN 5707). Het veldwerk is uitgevoerd onder de BRL SIKB 2000: “Beoordelingsrichtlijn voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” met toepassing van de protocollen 2001 (plaatsen van boringen), en 2018 (onderzoek naar asbest in bodem). BKK Bodemadvies bv is gecertificeerd voor deze protocollen met het certificaatnummer EC-SIK-20261.

Aan de hand van het uitgevoerde vooronderzoek conform de NEN 5725 wordt de hypothese vastgesteld met betrekking tot de te verwachten bodemkwaliteit en wordt vastgelegd op welke aanvullende stoffen geanalyseerd moet worden die bij eventuele toekomstige calamiteiten in de bodem kunnen geraken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt een onderzoeksstrategie bepaald. De opdrachtnemer “BKK Bodemadvies bv” waarborgt dat aan de functionele scheiding, zoals bedoeld in paragraaf 3.2.7 van BRL SIKB 2000 (versie vigerend) wordt voldaan en dat er geen opdrachten worden uitgevoerd indien de eigenaar van de onderzoekslocatie tot de organisatie van de opdrachtnemer behoort. Afbakening van het onderzoek Hoewel tijdens het onderzoek naar een zo groot mogelijke representativiteit wordt gestreefd, is steeds het risico aanwezig dat eventuele lokale afwijkingen in het bodemmateriaal niet worden gedetecteerd. Het onderzoek is namelijk gebaseerd op een beperkt aantal boringen en een beperkt aantal chemische analyses. Tevens wordt erop gewezen dat het uitgevoerde 200542.BKK / WvS

1

Verkennend bodemonderzoek Locatie Nieuwe Bron HHA3 te Heerlen

bodemonderzoek een momentopname is. Nadien kan mogelijk door externe factoren de bodemkwaliteit veranderen. Aan het resultaat van het onderzoek kan derhalve geen absolute waarde worden toegekend. Opbouw van het rapport In het voorliggende rapport worden de bevindingen van het verkennend bodemonderzoek weergegeven. Hoofdstuk 1 betreft de inleiding en in hoofdstuk 2 worden nadere gegevens omtrent de onderzoekslocatie weergegeven. Hoofdstuk 3 geeft het onderzoeksprogramma weer en in hoofdstuk 4 wordt de uitvoering van het onderzoek beschreven. In hoofdstuk 5 zijn de onderzoeksresultaten gepresenteerd en in hoofdstuk 6 zijn tenslotte de conclusies en aanbevelingen weergegeven. Omdat het grondwater pas wordt onderzocht nadat Mijnwater BV een keuze heeft gemaakt uit 2 locaties voor de plaatsing van Nieuwe Bron HH3A worden de resultaten van het grondwateronderzoek in 2021 toegevoegd in afzonderlijke paragrafen.

200542.BKK / WvS

2

Verkennend bodemonderzoek Locatie Nieuwe Bron HHA3 te Heerlen

2.

NADERE GEGEVENS OMTRENT ONDERZOEKSLOCATIE

2.1.

Algemeen

Hieronder staan de meest relevante algemene locatiekenmerken vermeld. Voor de regionale situering van de onderzoekslocatie wordt verwezen naar bijlage I en een overzicht van de kadastrale situatie is in bijlage II bijgevoegd (tekening en eigendomsgegevens). Eigendomssituatie 1) Eigenaar: Adres: Postcode en woonplaats:

Lefel Beheer B.V. Beitel 5 6466 GZ KERKRADE

Kadastrale gegevens: Gemeente Heerlen, sectie U, nummer 1471, Oppervlakte onderzoekslocatie: 4.365 m2 (gedeeltelijk betrokken in bodemonderzoek) N.B. Mijnwater B.V. heeft opstalrecht voor Nutsvoorzieningen op een gedeelte van dit perceel. Kadastrale gegevens: Gemeente Heerlen, sectie U, nummer 586 Oppervlakte onderzoekslocatie: 210 m2 2)

Eigenaar: Adres: Postcode en woonplaats:

Kadastrale gegevens: Oppervlakte onderzoekslocatie: Kadastrale gegevens: Oppervlakte onderzoekslocatie: 3)

Eigenaar: Adres: Postcode en woonplaats:

Kadastrale gegevens: Oppervlakte onderzoekslocatie:

Gemeente Heerlen Geleenstraat 27 6411 HP HEERLEN Gemeente Heerlen, sectie U, nummer 545, 95 m2 Gemeente Heerlen, sectie U, nummer 587, 620 m2 Waterschap Limburg Maria Theresialaan 99 6043 CX ROERMOND Gemeente Heerlen, sectie U, nummer 588, 260 m2

De totale oppervlakte van de onderzoekslocatie is 3.530 m2. 2.2.

Vooronderzoek

Van de onderzoekslocatie en de directe omgeving zijn gegevens verzameld die van belang zijn in het vooronderzoek en voor het bepalen van de onderzoeksstrategie. Het doel van het vooronderzoek is bepalen of kan worden uitgegaan van de bodemkwaliteit zoals bepaald in de Nota bodembeheer, waarvan de bodemkwaliteitskaart onderdeel uitmaakt of dat sprake is ter plaatse van het voorkomen van puntbronnen. De informatie in het vooronderzoek over de onderzoekslocatie zijn onder andere verkregen uit de volgende bronnen: Kadaster:

- kadastertekening; - kadastraal bericht;

DINO loket TNO-NITG (BROloket):

- Geohydrologie onderzoekslocatie;

Gemeente Heerlen:

- Nota Bodembeheer/Bodemkwaliteitskaart; - Bodemrapportage (bodemonderzoeken in digitale archief van de gemeente, zie bijlage VIII))

200542.BKK / WvS

3

Verkennend bodemonderzoek Locatie Nieuwe Bron HHA3 te Heerlen

Overig:

- Gemeenteatlas; - PDOK viewer; - Archief BKK Bodemadvies bv; - www.topotijdreis.nl; - Ruimtelijkeplannen.nl; - Bodemloket.nl; - Grondwatertools.nl;

2.2.1. Ligging onderzoekslocatie en omgeving De onderzoekslocatie is gelegen op een bedrijventerrein tussen Terhoevenderweg en de overkluisde Caumerbeek aan de westzijde en de Ganzeweide aan de oostzijde. In bijlage I is de onderzoekslocatie op de topografische kaart van de gemeentenatlas aangegeven. In figuur 1 is een luchtfoto met de onderzoekslocatie en haar directe omgeving weergegeven. Het betreft het met een rechthoek omgeven terrein op het bedrijventerrein. De in het groen gelegen omcirkelde gebied is de andere optie van Mijnwater BV welke niet in het voorliggende onderzoek is betrokken, o.a. omdat deze door de begroeiing nog niet toegankelijk is.

Figuur 1: onderzoekslocatie en omgeving (bron: PDOK viewer). Links Koumerberg.

Links is de Kaumerberg zichtbaar welke bestaat uit mijnsteen afkomstig van de voormalige Oranje Nassau III Mijn. Rechtsonder is de wijk Remmenig gelegen, waar voorheen de mijn aanwezig was. Rechtsboven op de foto is het bedrijventerrein Ganzenweide zichtbaar waarop de onderzoekslocatie is gelegen. Tussen de Koumerberg en het bedrijventerrein loopt de Caumerbeek, welke onder de Terhoevenderweg is overkluisd. 200542.BKK / WvS

4

Verkennend bodemonderzoek Locatie Nieuwe Bron HHA3 te Heerlen

In figuur 2 is een plantekening gegeven waarop de inrichting van de Nieuwe Bron HH3A is getoond op de optionele locatie langs de Terhoevenderweg (links) en op het bedrijventerrein (rechts). De bron gaat op ± 500 m-mv of dieper water uit de voormalige mijnschachten van de kolenmijn oppompen om daarmee het energienetwerk van warm water te voorzien.

Figuur 2: Overzicht twee optionele locaties voor aanleg nieuwe bron met schets inrichting. De geplande bron is aangegeven met "X".

2.2.2. Terreininspectie In bijlage VII is in foto 1 tot en met 4 een overzicht van de onderzoekslocatie opgenomen, welke gemaakt is tijdens de terreininspectie voorafgaande aan de veldwerkzaamheden op 13 juli 2020. Hierbij zijn de volgende waarnemingen gedaan: De onderzoekslocatie ligt braak en is onbegroeid of licht begroeid met gras. Het grootste deel van de locatie heeft een halfverharding met puin. Langs de zuidgrens ligt een onverharde helling met gras en struiken. Tijdens de terreininspectie is de onderzoekslocatie visueel beoordeeld op aanwezigheid van asbestverdachte (plaat)materialen. Deze zijn op onderhavige locatie niet aangetroffen. 2.2.3. Historie onderzoekslocatie en omgeving Onderstaand is een selectie met een aantal historische kaarten weergegeven. De onderzoekslocatie bevindt zich binnen de rode cirkel. 200542.BKK / WvS

5

Verkennend bodemonderzoek Locatie Nieuwe Bron HHA3 te Heerlen

Figuur 3a: 1950

Figuur 3b: 1975

Figuur 3c: 1990

Figuur 3d: 2019

Op de historische kaarten is te zien dat de onderzoekslocatie en de directe omgeving tot in de jaren tachtig van de 20e eeuw tot het terrein van de Oranje Nassau III (ON III) Mijn behoorde. Daarbij is de Koumerberg ontstaan waarin mijnsteen is opgeslagen. Mijnsteen bestaat uit leisteen, schalie, zandsteen en kolenresten al of niet met restanten van chemicaliën waarmee steenkool uit de mijnsteen werd geëxtraheerd. Daarbij zijn op de zuidelijke deellocatie ook spoorlijnen zichtbaar. Op de noordelijke onderzoekslocatie zijn tijdens de mijnactiviteiten (kaart 1975) gebouwen en infrastructuur zichtbaar. Op de kaart van 1990 is in het zuidoosten de nieuw aangelegde woonwijk Rennemig zichtbaar, waarbij in de bodemonderzoeksrapporten is aangegeven dat hier ook restanten mijnsteen in de bodem aanwezig zijn (zie § 2.2.4). 2.2.4. Eerder verricht bodemonderzoek Op https://heerlen.nazca4u.nl/rapportage/ is de bodemrapportage uit het digitale archief van de gemeente Heerlen gedownload en weergegeven in bijlage VIII. De volgende mogelijk relevante onderzoeken zijn in het vooronderzoek meegenomen: 1. Actualiserend bodemonderzoek voormalig mijnterrein Rennemig te Heerlen. Royal Haskoning Nederland BV Milieu, projectnr. 9V3540.01/9W1110.01 d.d. 25 augustus 2010. 2. Nader bodemonderzoek voormalig mijnterrein ON-III, woonwijk Rennemig te Heerlen. Geonius Milieu B.V. projectnr.

MA-100082.103002 d.d. 7 januari 2011. 200542.BKK / WvS

6

Verkennend bodemonderzoek Locatie Nieuwe Bron HHA3 te Heerlen

3. Nader bodemonderzoek 1e Fase Ganzeweide 175a te Heerlen. Bodeminzicht, projectnr. B1181 d.d. 24 januari 2013. 4. Historisch Onderzoek, Ganzeweide 179 A. Gemeente Heerlen, 2006 Ad 1. Dit bodemonderzoek betreft uitsluitend de woonwijk Rennemig. In het vooronderzoek wordt ook verwezen naar bodemonderzoeken uit de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw. Er is een lemige en plaatselijk zandige deklaag aanwezig met een dikte van 0,5 meter tot ± 1,5 m. Hierin zijn bijmengingen met baksteen en kolengruis. Daaronder is een laag welke geheel bestaat uit mijnsteen, welke tot 2 m-mv is onderzocht. In enkele diepere boringen ten behoeve van het plaatsen van peilbuizen is de mijnsteenlaag tot ± 7 m-mv aangetroffen. De kwaliteit van de deklaag voldoet niet overal aan de gebiedseigen waarden, waarbij echter op slechts enkele plaatsen de interventiewaarden worden overschreden. De daaronder gelegen mijnsteen is eveneens aan de gebiedseigen waarden getoetst, waarbij is gebleken dat deze daar op de meeste plaatsen aan voldoet echter niet overal. Plaatselijk wordt de gebiedseigen waarde en de interventiewaarde overschreden door de parameter nikkel, lood, PAK en/of arseen. Ook worden plaatselijk concentraties minerale olie, tolueen, trichloorethaan, tetrachlooretheen (PER) en PCB’s in de mijnsteen aangetroffen. Het grondwater binnen de woonwijk wordt op ongeveer 9 á 10 m-mv aangetroffen.

Echter stroomafwaarts (richting Caumerbeek) op de voormalige stortlocatie “De Koumen” wordt het grondwater op ± 2 m-mv aangetoond. Het grondwater is op alle locaties licht verontreinigd met zware metalen, benzeen, xylenen, dichloormethaan en dichloorethenen. Ad 2. Op basis van het actualiserend bodemonderzoek beschreven onder ad. 1 is een nader onderzoek gedaan naar enkele locaties waar de voormalige tussenwaarde voor PAK wordt overschreden. De conclusie van het nader bodemonderzoek is dat er alleen sprake is van enkele puntverontreinigingen in het traject 0,5-1,5 m-mv. De verhoogde concentraties PAK zijn uitsluitend in de mijnsteenlaag aangetroffen. In de leeflaag zijn puntbronnen met PAKverontreinigingen aangetoond (boring 108, 110 en 200), welke een geval van ernstige bodemverontreiniging inhouden onder de Wet bodembescherming. Ad 3. Ter plaatse van Ganzeweide 175a is autoschadebedrijf en dealer in 2e hands auto’s aanwezig. In een oriënterend onderzoek door Royal Haskoning in juni 2010 is een sterke verontreiniging in grond en grondwater aangetoond met minerale olie bij een voormalige bovengrondse petroleumtank. Het grondwater is hier op ± 1,7 m-mv aangetroffen. Het grondwater stroomt waarschijnlijk in noordoostelijke richting. Tot 0,5 m-mv is een puinlaag aanwezig (plaatselijk tot 1 m-mv) met bijmengingen baksteen.

De omvang van de sterke verontreiniging in de grond bedraagt ongeveer 10 m3. In het grondwater bedraagt de omvang van de sterke verontreiniging met minerale olie maximaal 70 m3. Er is dus geen geval van ernstige bodemverontreiniging aanwezig. Deze verontreiniging is buiten de huidige onderzoekslocatie gelegen. Ad. 4 Het historisch onderzoek is uitgevoerd door de gemeente Heerlen, waaruit blijkt dat ter plaatse van Ganzeweide 179A in 1964 een betonwarenfabriek is opgericht met de adresaanduiding Ganzeweide 175. Op de locatie was een betonmolen, cementopslag, opslag grondstoffen en opslag betonwaren aanwezig. Omdat dit in principe om bodembedreigende activiteiten gaat wordt een oriënterend onderzoek gevraagd. De verdachte stoffen zijn volgens dit rapport lood, fluorantheen, xyleen en zink. Dit is echter nergens onderbouwd en 200542.BKK / WvS

7

Verkennend bodemonderzoek Locatie Nieuwe Bron HHA3 te Heerlen

er is ook geen bodemonderzoek van de locatie bekend. Mede omdat deze locatie buiten de huidige onderzoekslocatie ligt geeft dit historisch onderzoek geen aanleiding de onderzoeksstrategie van het voorliggende onderzoek hierop aan te passen. Conclusie eerdere bodemonderzoeken: Er zijn geen bodemonderzoeken bekend van de voorliggende onderzoekslocatie. Onderzoeken in de directe omgeving geven geen aanleiding om lagen volledig bestaande uit mijnsteen binnen de onderzoekslocatie te verwachten. Er kan een halffunderingslaag aanwezig zijn van onbekende kwaliteit. De bodem bestaat waarschijnlijk volledig uit leem met een vooralsnog onbekende bodemkwaliteit. Op basis van het grondwateronderzoek in de bodemonderzoeken in Rennemig kan verwacht worden dat het ondiepe en diepe grondwater licht is verontreinigd met zware metalen, benzeen, xylenen, dichloormethaan en dichloorethenen.

Figuur 4: Ondergrondportaal provincie Limburg: geen voormalig stort of saneringscontour aanwezig.

Op https://portal.prvlimburg.nl/viewer zijn op de onderzoekslocatie geen (voormalige) stortplaatsen aanwezig of saneringscontouren van sterk verontreinigde grond (fig. 4). 2.2.5. Boven- en ondergrondse tanks Binnen de onderzoekslocatie zijn volgens het tankregister geen (ondergrondse) tanks aanwezig geweest met uitzondering van de bij Ad 3 beschreven tank in § 2.2.4. 2.2.6. Ophogingen/dempingen, stortingen/calamiteiten Er zijn geen milieugerelateerde gegevens bekend over ophogingen/dempingen en stortingen/calamiteiten ter plaatse van de onderzoekslocatie. Echter de locatie is gelegen op een bedrijventerrein, grenzend aan het dal van de Caumerbeek, waarbij het mogelijk deels is opgehoogd bij egalisering van het terrein. 200542.BKK / WvS

8

Verkennend bodemonderzoek Locatie Nieuwe Bron HHA3 te Heerlen

2.3.

Bodemopbouw en geohydrologie

Enig inzicht omtrent de bodemsoort en –opbouw is van belang bij het beoordelen van de aangetoonde stoffen in relatie tot het natuurlijk voorkomen ter plaatse en de mogelijkheid van het doordringen van de aangetoonde stoffen in diepere lagen. De geohydrologische situatie bepaalt in hoge mate de verspreidingskansen van de aangetoonde stoffen naar de omgeving en is, samen met de aard van de bodem en de mobiliteit van de aangetoonde stoffen, belangrijk bij het verkrijgen van een indruk van de omvang van het beïnvloedingsgebied van mogelijke verontreinigingen. 2.3.1.

Bodemopbouw

Uit beoordeling van de bodemkaart van Nederland is gebleken dat tektonisch gezien de onderzoekslocatie ten westen van de Feldbissbreuk ligt, tussen de Heerlerheidebreuk en de Benzenradebreuk. Zie hiervoor de figuur 5 (gedeelte van de bodemkaart van ZuidNederland). In figuur 6 is een geohydrologisch profiel gegeven van de onderzoekslocatie met RD coördinaten X = 194.374 en Y = 325.328 op 85 m + NAP. Op 0-3,0 m-mv is de (holocene) deklaag aanwezig bestaande uit leem / löss en op 3-27 m-mv is de Formatie van Rupel aanwezig bestaande uit klei en geheel onderin uit zand.

Figuur 5: Gedeelte van de Bodemkaart Zuid-Nederland

200542.BKK / WvS

9

Verkennend bodemonderzoek Locatie Nieuwe Bron HHA3 te Heerlen

Figuur 6: Bodemopbouw op onderzoekslocatie (bron: BROloket/Dinoloket/TNO)

2.3.2. Geohydrologische gegevens Uit de geohydrologische gegevens blijkt dat de hoofdstroming van het freatisch grondwater globaal westelijk is gericht. De maaiveldhoogte bedraagt gemiddeld ongeveer 85 meter + NAP en de stijghoogte van het freatisch grondwater bevindt zich op circa 8182 meter + NAP. Het grondwater is op een diepte van circa 3 - 4 m-mv te verwachten. Zie figuur 7 voor isohypsenpatroon en stijghoogten grondwaterspiegel (jaargemiddelde). Conform de NEN 5740 is grondwateronderzoek niet verplicht indien de grondwaterstand dieper dan 5 meter beneden maaiveld (m-mv) is gelegen. De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen een grondwaterbeschermings- of waterwingebied.

200542.BKK / WvS

10

Verkennend bodemonderzoek Locatie Nieuwe Bron HHA3 te Heerlen

Figuur 7: Isohypsen in 1e WVP (bron www.grondwatertools.nl).

2.4.

Bodemkwaliteitskaart

In het Bodembeleidsplan Heerlen 2016 ligt de onderzoekslocatie op de bodemfunctieklassenkaart in het deelgebied met de functie Wonen. Op de ontgravingskaart bovengrond ligt de onderzoekslocatie op de grens van de kwaliteitsklasse Wonen (zuidelijk deel) en Achtergrondwaarde (noordelijk deel onderzoekslocatie). Op de ontgravingskaart ondergrond (0,5-2,0 m-mv) voldoet het zuidelijke deel aan de klasse Wonen en het noordelijke deel aan de klasse Industrie. In de Regeling bodemkwaliteit (bijlage P en Q) zijn mijnsteengebieden aangewezen, waar mijnsteen onder voorwaarden als grond mag worden beoordeeld. Het zuidelijke deel van de onderzoekslocatie valt nog onder het mijnsteengebied zichtbaar in figuur 8. Het grootste deel van de onderzoekslocatie ligt buiten dit mijnsteengebied.

200542.BKK / WvS

11

Verkennend bodemonderzoek Locatie Nieuwe Bron HHA3 te Heerlen

Figuur 8: Kaart Mijnsteengebied Heerlen Noord 2010

2.5.

Conclusies vooronderzoek

In het vooronderzoek zijn zaken bekeken die kunnen leiden tot bepaalde strategieën in de onderzoeksopzet die zijn opgenomen in de NEN 5740. Naar aanleiding van het vooronderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: -

-

De onderzoekslocatie is voor ± 70 % verhard met puingranulaat en het zuidelijke deel is onverhard. Volgens de bodemkwaliteitskaart ligt de locatie binnen de bodemfunctieklasse Wonen en is er sprake van de kwaliteitsklasse Wonen en Achtergrondwaarde in de bovengrond en van de kwaliteitsklasse Wonen en Industrie in de ondergrond; Vooralsnog is niet gebleken dat er binnen de onderzoekslocatie verontreinigende (bedrijfs-)activiteiten hebben plaatsgevonden, met een bekende ligging, waardoor specifiek onderzoek naar een te verwachten bodemverontreiniging hier niet aan de orde is; Bodemonderzoeken op het voormalige terrein van de ON III mijn hebben een deklaag van 1 á 1,5 meter aangetoond met een wisselende bodemkwaliteit welke meestal voldoet aan de bodemkwaliteitskaart van de gemeente; Er zijn puntbronnen met PAKverontreinigingen boven de interventiewaarde; Bij de provincie Limburg zijn in of nabij de onderzoekslocatie geen gevallen ernstige bodemverontreinigingen bekend en is ook geen (voormalige) stortplaats aanwezig; In het noordwesten van Rennemig wordt het grondwater binnen 2 m-mv verwacht. Het grondwater is naar verwachting licht verontreinigd met zware metalen, benzeen, xylenen, dichloormethaan en dichloorethenen. Tijdens de terreininspectie zijn geen asbestverdachte materialen op het maaiveld aangetroffen.

200542.BKK / WvS

12

Verkennend bodemonderzoek Locatie Nieuwe Bron HHA3 te Heerlen

3.

ONDERZOEKSSTRATEGIE

3.1.

Hypothese

Uit het vooronderzoek blijkt dat in de omgeving van de onderzoekslocatie de bovengrond en ondergrond licht verontreinigd zijn en plaatselijk zijn puntbronnen met sterke PAKverontreinigingen aanwezig. Ook in het grondwater kunnen lichte verontreiniging worden verwacht. Van de onderzoekslocatie zelf zijn geen eerdere onderzoeken bekend. De bovengrond en ondergrond van de onderzoekslocatie wordt als heterogeen verdacht beschouwd. De onderzoekslocatie is niet verdacht op het voorkomen van asbest in de bodem. De aangetroffen puinverharding is conform bijlage A van de NEN 5725 wel verdacht op het voorkomen van asbest. In de strategie dient echter ook rekening te worden gehouden met het vastleggen van de nulsituatie. 3.2.

Vasstelling nulsituatie voor toekomstige bodembelasting

In aanvulling op een onderzoeksstrategie gebaseerd op de resultaten van het historisch onderzoek dient in voorliggend geval ook een toetsingsgrondslag te worden verkregen voor een mogelijke toekomstige bodembelasting gerelateerd aan de toekomstige bedrijfsactiviteiten (conform Wet milieubeheer of het Activiteitenbesluit). In de NEN 5740 is dit de strategie beschreven in § 5.8 (Nulsituatie). Dit onderzoek beperkt zich tot de potentieel verdachte terreindelen en op de potentieel verdachte parameters. Aangezien de geplande bron tot een diepte van 500 tot 1.000 meter beneden maaiveld (warmer) grondwater gaat onttrekken kunnen gesteenten of steenkoollagen worden doorboord met sulfide- en arseenhoudende mineralen. In aanraking met zuurstof oxideren sulfiden naar sulfaten. Mede op basis van informatie op (zie bijlage IX) https://www.bodemrichtlijn.nl/Bibliotheek/bouwstoffen-en-afvalstoffen/mijnsteen valt af te leiden dat als verontreinigd mijnwater aan de oppervlakte in de bodem komt de aanwezige stoffen sulfaat en arseen diagnostisch zijn voor het aantonen van lekkages. Dit wordt veroorzaakt door het mineraal (arseno)pyriet (FeAsS en FeS2). Arsenopyriet is voor een groot deel ook verantwoordelijk voor arseenverontreinigingen in sedimenten langs de Maas of in sedimenten waar in historische tijden de Maas heeft gestroomd.

In bijlage IX zijn ook verwijzingen naar andere verdachte stoffen vermeld welke gerelateerd kunnen zijn aan mijnsteen. Dit betreffen o.a. PCB, fenol en PAK. PCB en PAK zijn reeds in het standaard analysepakket opgenomen. Fenolen zijn alleen aanwezig in reeds gedelfde mijnsteen waarbij op het mijnterrein chemische extractietechnieken zijn toegepast om meer koolstof uit de mijnsteen te extraheren. Aangezien in de mijnschachten en steenkoollagen geen fenolen aanwezig zijn, behoeft hierop niet geanalyseerd te worden. PCB’s zijn als conserveringsmiddel toegepast in het stuthout in de mijngangen en kan daarom wel diagnostisch zijn voor lekkages bij de toekomstige activiteiten. Conclusie: Door aanvullend op sulfaat en arseen te analyseren kunnen toekomstige lekkages worden aangetoond, indien bij toekomstige bodemonderzoeken deze concentraties (aanzienlijk) hoger zijn dan de gemeten concentraties in het nulsituatie onderzoek. 3.3.

Strategie van het onderzoek

Voor het vaststellen van de bodemkwaliteit binnen de onderzoekslocatie wordt een bodemonderzoek voorgesteld, zoals vermeldt in de NEN 5740/A1 “Bodem – landbodem – strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek (februari 2016)” en in de NEN 5707 “Bodem – inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond (augustus 2015)”. In voorliggende geval wordt gebruikgemaakt van de onderzoeksstrategie in § 5.6 ”heterogeen verdachte locatie, VED-HE“ uit de NEN 5740/A1. 200542.BKK / WvS

13

Verkennend bodemonderzoek Locatie Nieuwe Bron HHA3 te Heerlen

Voor het onderzoek asbest in bodem wordt de strategie voor een onverdachte bodem uit de NEN 5707 aangehouden. Indien op het maaiveld of in de bodem geen asbestverdacht materiaal wordt aangetroffen behoeven geen grondmengmonsters samengesteld te worden voor analyse op asbest. Het aantal boringen is gerelateerd aan de oppervlakte van de te onderzoeken locatie. Door de strategie van de nulsituatie (NUL) toe te passen wordt tevens voldaan aan de strategie VED-HE, mede omdat op verzoek van de opdrachtgever 4 peilbuizen worden geplaatst in plaats van 1. De boringen worden gelijkmatig verdeeld en gecombineerd met de proefgaten die in het kader van het asbestonderzoek worden uitgevoerd. In tabel 1 staat de onderzoeksopzet vermeldt. Het onderzoek wordt gefaseerd uitgevoerd, waarbij in overleg met de opdrachtgever de 4 peilbuizen in fase 2 worden geplaatst. Fase 2 wordt apart gerapporteerd na afronding van de voorliggende fase 1. Tabel 1: Onderzoeksstrategie per onderzoekslocatie conform NEN 5740 strategie NUL. Veldwerk Chemisch onderzoek b) Deellocatie Locatie 2 (3.530 m2)

Boringen/ excl. peilbuis 10 tot 0,5 m-mv a) én 3 tot 2,0 m-mv

Verharding Halfverharding?

Peilbuis d) 4x

Grond c)

Grondwater d)

grondpakket (3x)e )+As+SO4

Grondwaterpakket (4x)+As+SO4

a) Conform de NEN 5707 worden de ondiepe boringen vergroot tot een asbest-inspectiegat van 0,3m*0,3m*0,5m indien asbestverdacht materiaal wordt aangetroffen. Zie tabel 3 voor asbestonderzoek. b) Analyses worden uitgevoerd door een door de Raad van Accreditatie geaccrediteerd laboratorium. Tevens zullen de monsters conform AS 3000 worden voorbewerkt. c) Indien tijdens de monstername significante zintuiglijke verontreinigingen worden aangetroffen, dan dienen deze grondmonsters separaat geanalyseerd te worden. d) Op locatie 2 wordt verwacht dat de peilbuizen tot ± 4-5 m-mv worden geplaatst. Uitgangspunt is voor beide locaties dat de peilbuizen met behulp van een mechanische boorstelling worden geplaatst. e) Inclusief organische stof- en lutumgehalte.

De standaard analysepakket voor grond bestaande uit de volgende parameters: • • • • • •

Organisch stof-, droge stof- en lutumgehalte; Zware metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink; Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK); Minerale olie (GC); Polychloorbifenylen (PCB); Aanvullende parameter: arseen (As) en sulfaat (SO4).

Het standaard analysepakket voor het grondwater bestaat uit de volgende parameters: • • • • •

Zware metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink; Vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXSN); Vluchtige chlooralifaten; Minerale olie; Aanvullende parameter: arseen (As) en sulfaat (SO4).

De boringen worden gelijkmatig binnen de onderzoekslocatie verdeeld, tenzij het vooronderzoek verdachte deellocaties aanwijst. 3.4.

Asbest

Vooraf wordt het maaiveld geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden wordt het uitkomend boormateriaal visueel onderzocht op de mogelijke aanwezigheid van asbesthoudende

200542.BKK / WvS

14

Verkennend bodemonderzoek Locatie Nieuwe Bron HHA3 te Heerlen

fragmenten. Indien bij de maaiveldinspectie asbestverdachte materialen worden aangetroffen dient de hypothese en onderzoeksstrategie te worden aangepast.

200542.BKK / WvS

15

Verkennend bodemonderzoek Locatie Nieuwe Bron HHA3 te Heerlen

4.

UITVOERING VAN HET ONDERZOEK

4.1.

Inleiding

De veldwerkzaamheden zijn op 13 juli 2020 conform de BRL-SIKB 2000 en de daarbij behorende protocollen 2001 en 2018 uitgevoerd door BKK Bodemadvies BV. De uitvoerende veldmedewerker, de heer B. Abbink, is in dit kader geregistreerd bij Rijkswaterstaat Leefomgeving (onder certificaat EC-SIK-20261) en verantwoordelijk voor het uitgevoerde veldwerk. 4.2.

Veldwerkzaamheden

Conform de in tabel 1 vermelde onderzoeksstrategie zijn de boringen 01 t/m 13 met behulp van een edelmanboor en/of schop verricht tot een diepte van maximaal 2,0 m-mv. De boringen 04 t/m 13 zijn gecombineerd als proefgaten uitgevoerd voor onderzoek naar asbest in bodem. De boringen 01 t/m 03 zijn voor de bemonstering van de ondergrond doorgezet tot maximaal 2 m-mv. Alleen de boringen 08, 09 en 13 zijn in een onverharde bodem geplaatst. Ter plaatse van alle overige boringen is aan de oppervlakte een halfverharding aangetroffen, bestaande uit zwak zandige puingranulaat (zie foto’s in bijlage VII). Op de overzichtsfoto’s 1 tot en met 4 is te zien dat het puingranulaat licht begroeid is met gras. 4.2.1. Veldwerkzaamheden grondwater Op 20 juli 2021 zijn de peilbuizen A, B, C en D geplaatst met een mechanische boorstelling. Alle boorlocaties zijn weergegeven op de overzichtstekening in bijlage III. De boorprofielen zijn in bijlage IV gegeven. Vanwege een grote hoeveelheid neerslag in juli 2021 staat de grondwaterspiegel hoger dan gebruikelijk, maar zijn de filters op de afgesproken diepte van 4,0-5,0 m-mv geplaatst. 4.3.

Veldwaarnemingen

Asbest Een maaiveldinspectie, als is voorgeschreven in protocol 2018, waarbij het maaiveld in banen van ongeveer 1,5 meter breed op de aanwezigheid van asbest wordt gecontroleerd, heeft voor 100% van de onderzoekslocatie kunnen plaatsvinden. Er zijn geen asbestverdachte materialen op het maaiveld aangetroffen, ook niet ter plaatse van het puingranulaat. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn eveneens geen asbestverdachte materialen in het opgeboorde materiaal aangetroffen. Grond Tijdens het veldonderzoek is van iedere boring een profielbeschrijving gemaakt en zijn eventuele zintuiglijk waargenomen bodemvreemde kenmerken genoteerd (zie de boorbeschrijvingen in bijlage IV). Tijdens het veldonderzoek zijn er in de uitkomende grond nergens bodemvreemde bijmengingen waargenomen. De bovengrond en ondergrond tot 1,0 m-mv bestaat uit sterk zandige leem met een zwakke bijmenging grind. Daaronder wordt zwak zandige klei waargenomen. Puingranulaat Het puingranulaat bevat baksteen, beton, silex en cement en is zwak zandhoudend. Het puingranulaat is asbestverdacht en heeft een dikte van 50 cm.

200542.BKK / WvS

16

Verkennend bodemonderzoek Locatie Nieuwe Bron HHA3 te Heerlen

4.4.

Bemonstering

Asbest Van de uitkomende bovengrond in de proefgaten 08, 09 en 13 (onverharde bodem) is de uitkomende grond gezeefd op een 20 mm zeef. Bij het zeven is in de grove fractie (korrels > 20 mm) geen asbestverdacht materiaal aangetroffen en ook geen bijmengingen anders dan grind. De grond is daarmee asbestonverdacht en er zijn geen mengmonsters van de fijne fractie verzameld voor een analyse op asbest in het laboratorium. In de puingranulaat zijn 7 proefgaten gegraven. In het veld is de grove fractie (puin met diameter groter dan 20 mm) zintuiglijk beoordeeld. In geen van de proefgaten is asbestverdacht materiaal waargenomen. Van de fijne fractie (< 20 mm) is in het veld een mengmonster samengesteld conform tabel 8 in de NEN 5897. Omdat de maximale deeltjesgrootte 50 mm bedraagt is van elk proefgat minimaal 6 kg uitgezeefd en is van de 7 proefgaten een mengmonster van de fijne fractie samengesteld van minimaal 25 kg drooggewicht. Op het analysecertificaat in bijlage V is te zien dat 27,9 kg fijne fractie is aangeleverd. Grond In trajecten van maximaal 0,5 meter zijn de grondmonsters genomen. Van de grindhoudende leem en zandige klei zijn aparte monsters genomen. De grondmonsters zijn na monstername gekoeld bewaard in plastic potten / emmers en voor analytisch onderzoek aangeboden aan een geaccrediteerd (conform EN-ISO 17025) laboratorium.

Puingranulaat Van het puingranulaat zijn geen monsters samengesteld voor analyses anders dan asbest. Voor de eigendomsoverdracht en voor het vastleggen van de nulsituatie van de bodem (puin is geen bodem) is geen bouwstofonderzoek op het puin vereist. Bij een eventuele toekomstige lekkage zal verontreinigd mijnwater door de puinverharding naar de onderliggende bodem vloeien. Bevoegd gezag beoordeeld de kwaliteit van de bodem na een calamiteit en zal geen beoordeling uitvoeren over de kwaliteit van de puinverharding. Indien de puinverharding wordt afgevoerd naar elders kan een bouwstofonderzoek vereist zijn conform het Besluit bodemkwaliteit. Dat is nu echter niet aan de orde. 4.4.1. Bemonstering grondwater In tabel 2 zijn de meetresultaten tijdens de monstername op 29 juli 2021 weergegeven. Tabel 2: Veldgegevens bij watermonstername. Peilbuis BemonsteringsFilterdatum stelling (m-mv) Pb A 29-07-2021 3,7 - 4,7 Pb B 29-07-2021 4,0 – 5,0 Pb C 29-07-2021 4,0 – 5,0 Pb D 29-07-2021 4,0 – 5,0 pH: Ec: NTU:

Grondwaterstand (m-mv) 1,20 1,10 1,55 1,20

pH (-)

Ec (μS/cm)

NTU

6,3 6,4 6,8 6,5

986 819 1084 572

88 297 16

zuurgraad geleidbaarheid van het water een maat voor de troebelheid (turbiditeit) van een vloeistof. De norm NEN 5744 geeft aan dat bij een troebelheid groter dan 10 NTU deze mogelijk van invloed is op de interpretatie van de analyseresultaten.

De monstername is conform SIKB protocol 2002 uitgevoerd. Er zijn geen bijzondere zintuiglijke waarnemingen gedaan. De grondwatermonsters worden gekoeld bewaard conform protocol AS 3000.

200542.BKK / WvS

17

Verkennend bodemonderzoek Locatie Nieuwe Bron HHA3 te Heerlen

4.5.

Laboratoriumonderzoek

Asbest In het kader van het asbestonderzoek zijn geen grond(meng)monsters geanalyseerd. In het kader van het asbestonderzoek in puin is het in tabel 3 vermelde mengmonster samengesteld voor een analyse op asbest. Het puin uit de proefgaten is volgens de NEN 5897 samengesteld. De fijne fractie (± 25,8 kg drooggewicht < 20 mm) is naar het laboratorium verzonden voor een analyse op asbest. Tabel 3: Samenstelling analysemonster (fractie < 20 mm) asbestonderzoek in puin. Analysemonster Deellocatie (samengesteld Proefgat(en) Bijmengingen volgens) RE 1

ASB 01 (NEN 5897)

4, 5, 6, 7, 10, 11 en 12

Traject (m-mv)

Uiterst puingranulaat zonder bijmengingen

0,0-0,50

Toelichting bij tabel 6: ASB 01 (meng)monster asbestverdacht materiaal (puin ) NEN 5897 > 50 % bodemvreemd materiaal, monstergewicht minimaal 25 kg (droog gewicht) NEN 5707 < 50 % bodemvreemd materiaal, monstergewicht minimaal 10 kg (droog gewicht) RE Ruimtelijke Eenheid. Omdat het onderzoek geen nader bodemonderzoek betreft mogen de RE’s ook groter dan 1.000 m2 zijn

Het analysemonster is in het laboratorium gedroogd en gezeefd volgens NEN 5898 (Q). Vervolgens is de asbestanalyse met de polarisatiemicroscoop conform NEN 5896 (Q) uitgevoerd door Eurofins Omegam BV. Grond Op basis van de plaatselijk aangetroffen bodemopbouw, eventueel bodemvreemde bijmengingen alsmede de onderzoeksopzet, is een laboratoriumopdracht opgesteld voor het samenstellen van mengmonsters en de chemische analyses van de betreffende mengmonsters. De samenstelling van de grond(meng)monsters is in tabel 4 weergegeven. Tabel 4: Samenstelling grond(meng)monsters. Monstercodes (materiaal, Boring en bodemtraject in cm-mv bijmengingen) 01: BG (leem, visueel schoon) 02: BG (leem, visueel schoon) 03: OG (klei, visueel schoon) 04: BG (leem, visueel schoon)

01 (50-100) 04 (50-100) 05 (50-100) 10 (50-100) 11 (50-100) 12 (50-100) 02 (50-100) 03 (50-100) 06 (50-100) 07 (50-100) 01 (100-150) 01 (150-200) 02 (100-150) 02 (150-200) 03 (100-150) 03 (150-200) 08 (0-50) 09 (0-50) 13 (0-50)

Analyse(s) standaardpakket grond (H/L) + As + SO4 standaardpakket grond (H/L) + As + SO4 standaardpakket grond (H/L) + As + SO4 standaardpakket grond (H/L) + As + SO4

Toelichting bij de tabel: BG Bovengrond OG Ondergrond H/L Inclusief humus en lutum As Arseen SO4 Sulfaat

De samenstelling van de grond(meng)monsters heeft conform de richtlijnen uit de NEN 5740/A1 in het laboratorium plaatsgevonden. De grondmengmonsters zijn geanalyseerd op het standaardpakket grond bestaande uit de volgende parameters:

200542.BKK / WvS

18

Verkennend bodemonderzoek Locatie Nieuwe Bron HHA3 te Heerlen

• • • • •

Organisch stof (humus)-, droge stof- en lutumgehalte; Zware metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink; Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK); Minerale olie (GC); Polychloorbifenylen (PCB).

Aanvullend wordt op arseen en sulfaat geanalyseerd. Grondwater Het grondwater wordt na monstername gekoeld bewaard en geanalyseerd op de parameters als vermeld in § 3.3. Het analysepakket voor het grondwater bestaat uit de volgende parameters: • • • • •

Zware metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink; Vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXSN); Vluchtige chlooralifaten; Minerale olie; Aanvullende parameter: arseen (As) en sulfaat (SO4).

De chemische analyses op grond- en grondwatermonsters zijn conform AS 3000 uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium van Eurofins Omegam BV te Amsterdam.

200542.BKK / WvS

19

Verkennend bodemonderzoek Locatie Nieuwe Bron HHA3 te Heerlen

5.

ONDERZOEKSRESULTATEN

5.1.

Toetsingskader algemeen

In de Wbb en de Circulaire bodemsanering is geregeld hoe om te gaan met ernstig verontreinigde bodems (grond en/of grondwater). Het betreft een landelijk toetsingskader, waaraan altijd getoetst dient te worden om vast te kunnen stellen of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (art. 29 Wbb) en of er met spoed gesaneerd moet worden om onaanvaardbare risico’s weg te nemen (art. 37 Wbb en bijlage 2 Circulaire en bijlage 3 voor het protocol asbest). In de Circulaire bodemsanering worden interventiewaarden voor grond en streef- en interventiewaarden voor grondwater onderscheiden welke de volgende betekenis hebben: •

Streefwaarden (S): De streefwaarden grondwater geven aan wat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van Verwaarloosbare Risico’s voor het ecosysteem. De getallen voor de streefwaarde grondwater zijn overgenomen uit de Circulaire streefwaarden en interventiewaarden bodemsanering (2000) en zijn in het algemeen risico-onderbouwd.

•

Interventiewaarden (I): De interventiewaarden bodemsanering geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier of plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Ze zijn representatief voor het verontreinigingsniveau waarboven sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, indien meer dan 25 m3 bodemvolume grond of 100 m3 bodemvolume grondwater een gemiddelde concentratie heeft boven de interventiewaarde (art. 29 Wbb).

Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt in voorliggende rapportage de volgende terminologie gebruikt: •

niet verontreinigd:

• • •

licht verontreinigd: matig verontreinigd: sterk verontreinigd:

*

De mate waarin de GSSD de normwaarde van de standaard bodem overschrijdt of onderschrijdt wordt uitgedrukt door de “index”, waarvoor geldt index = (GSSD-AW)/ (I-AW). Indien index >0,5 dan is er sprake van een matige verontreiniging welke aanleiding geeft voor een aanvullend onderzoek (uitsplitsing mengmonster). In Circulaire bodemsanering wordt de term matig niet meer gebruikt.In geval de index > 1 geeft dit aanleiding voor een nader onderzoek naar de aard, omvang en ernst van de bodemverontreiniging. In de toetsingstabellen wordt naast de GSSD ook de index – tussen haakjes – vermeld.

5.2.

concentratie grondwater < streefwaarde / concentratie grond < achtergrondwaarde (zie Besluit bodemkwaliteit); concentratie > achtergrondwaarde; concentratie > index =0,5*; concentratie > interventiewaarde.

Toetsingskader Besluit bodemkwaliteit

Het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) en de Regeling bodemkwaliteit (Rbk) regelen het bodembeheer. Hieronder vallen de Kwaliteitsborging bodembeheer (Kwalibo), het keuren en toepassen van bouwstoffen, grond en baggerspecie en het vaststellen van de bodemkwaliteit in relatie tot het bodemgebruik. Met betrekking tot de laatst genoemde zijn bodemkwaliteitskaarten en bodemfunctieklassenkaarten opgesteld. Bij de bodemkwaliteit zijn zowel land- als waterbodems betrokken. In de Rbk wordt onderscheid gemaakt tussen normstelling in het Generieke (landelijke) kader en het Gebiedsspecifieke (lokale) kader. Afhankelijk van het bodemgebruik zijn Maximale Waarden vastgesteld, waaraan de bodemkwaliteit moet voldoen om geschikt te zijn voor de (beoogde) bodemgebruiksfunctie. In deze rapportage wordt standaard 200542.BKK / WvS

20

Verkennend bodemonderzoek Locatie Nieuwe Bron HHA3 te Heerlen

getoetst aan de normen in het Generieke kader. Indien de lokale overheid beschikt over een geldige bodemkwaliteitskaart en gebiedspecifiek beleid (zie hiervoor de Nota Bodembeheer van de betreffende overheid) dan kan aanvullend getoetst worden aan de normen in het Gebiedsspecifieke kader. In beide kaders worden de volgende normwaarden gebruikt, die afhankelijk van het kader verschillende waarden kunnen hebben: • • •

Achtergrondwaarden (AW): Bij regeling van Onze Ministers vastgestelde gehalten aan chemische stoffen voor een goede bodemkwaliteit, waarvoor geldt dat er wettelijk geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen (art. )1 Bbk). Maximale Waarden wonen (WON): De Maximale Waarden (concentraties) wonen geven de bovengrens aan van de kwaliteit die nodig is om de bodem op lange termijn geschikt te houden voor de functie wonen. Maximale Waarden industrie (IND): De Maximale Waarden (concentraties) industrie geven de bovengrens aan van de kwaliteit die nodig is om de bodem op lange termijn geschikt te houden voor de functie industrie.

5.3.

Toetsing en interpretatie analyseresultaten

Berekende toetsingswaarden Wbb Bij de beoordeling van de kwaliteit van de bodem zijn de gehalten middels een bodemtypecorrectie omgerekend naar standaardbodem en worden de gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD) verkregen. Bij het standaardiseren wordt gebruik gemaakt van de gemeten percentages organische stof en lutum. De gestandaardiseerde meetwaarden zijn getoetst aan de normwaarden. In tabel 5 zijn de normwaarden voor standaard bodem opgenomen. Tabel 5: Toetsingsnormen voor standaard bodem (mg/kgds) Wbb en Rbk. AW I

WON

IND

METALEN Cadmium [Cd] Kobalt [Co] Koper [Cu] Kwik [Hg] Lood [Pb] Molybdeen [Mo] Nikkel [Ni] Zink [Zn]

0,6 15 40 0,15 50 1,5 35 140

13 190 190 36 530 190 100 720

1,2 35 54 0,83 210 88 39 200

4,3 190 190 4,8 530 190 100 720

PAK PAK 10 VROM

1,5

40

6,8

40

GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7)

0,02

1

0,04

0,5

OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C40

190

5000

190

500

Toelichting bij de tabel: De toetsingsnormen zoals vermeld in de Wet Bodembescherming worden gecorrigeerd voor de geldende lutumen humuswaarden. In bovenstaande tabel worden de normen gegeven bij de lutum- en humuswaarden 25% en 10%. AW I IND WON

= Achtergrondwaarde zoals vermeld in het Besluit Bodemkwaliteit = Interventiewaarde zoals vermeld in de Wet Bodembescherming = Maximale waarde Industrie = Maximale waarde Wonen

200542.BKK / WvS

21

Verkennend bodemonderzoek Locatie Nieuwe Bron HHA3 te Heerlen

Toetsing resultaten In tabel 6 is een overzicht opgenomen van de toetsresultaten van de in onderzoek genomen (meng)monsters. In bijlage V zijn de analyserapporten en in bijlage VI is het toetsingsoverzicht conform de Wet bodembescherming en de Regeling bodemkwaliteit, opgenomen. Tabel 6: Toetsresultaten conform de Wbb en Rbk. Monstercodes Boring (traject cm-mv) (visueel) 01: BG (leem, 01 (50-100) 04 (50-100) visueel schoon) 05 (50-100) 10 (50-100) 11 (50-100) 12 (50-100) 02: BG (leem, 02 (50-100) 03 (50-100) visueel schoon) 06 (50-100) 07 (50-100) 03: OG (klei, visueel schoon)

01 (100-150) 01 (150-200) 02 (100-150) 02 (150-200) 03 (100-150) 03 (150-200)

04: BG (leem, visueel schoon)

08 (0-50) 09 (0-50) 13 (0-50)

> AW

(Index)

Zink Cadmium PAK 10 VROM Kobalt Nikkel Arseen Kwik PCB (som 7) Kobalt Kwik

(0,02) (0,01) (0,01) (0,08) (0,18) (-) (-) (0,02) (-) (-)

>I

(Index)

-

Toets Rbk AW

-

WON

-

IND

-

WON

Toelichting bij de tabel: BG = bovengrond OG = ondergrond = geen verhoogde gehalten t.o.v. van de toetsnormen I = Interventiewaarde zoals vermeld in de Wet Bodembescherming Index = (GSSD - AW) / (I - AW), (1,52) = index > 0,5, deze waarde geeft aanleiding voor de uitvoering van een nader bodemonderzoek NT = Niet toepasbaar AW = achtergrondwaarde / altijd toepasbaar, zoals vermeld inde Regeling bodemkwaliteit IND = Maximale waarde Industrie WON = maximale waarden Wonen

Interpretatie resultaten boven- en ondergrond In de onbedekte bovengrond (MM04) zijn lichte overschrijdingen aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarde voor PCB, kobalt en kwik. Hierbij voldoet de bodemkwaliteit indicatief aan de klasse Wonen. In de ondergrond direct onder het puingranulaat grenzend aan de onbedekte bodem (MM02) zijn lichte overschrijdingen aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarde voor zink, cadmium en PAK. Hierbij voldoet de bodemkwaliteit ook indicatief aan de klasse Wonen. In de ondergrond direct onder het puingranulaat in het noordelijke deel van de onderzoekslocatie (MM01) zijn geen overschrijdingen aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarde. Hierbij voldoet de bodemkwaliteit indicatief aan de klasse Achtergrondwaarde. In de diepere ondergrond (1,0-2,0 m-mv) onder het puingranulaat (MM03) zijn lichte overschrijdingen aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarde voor kobalt, nikkel, arseen en kwik. Hierbij voldoet de bodemkwaliteit indicatief aan de klasse Industrie. Opgemerkt wordt dat de concentratie arseen gelijk is aan de achtergrondwaarde. Kritische parameters nulsituatie onderzoek Arseen heeft in de circulaire bodemsanering een achtergrondwaarde van 20 mg/kgds en een interventiewaarde van 76 mg/kgds. Er zijn gebiedseigen achtergrondwaarden voor arseen, welke hoger zijn dan de achtergrondwaarde in het generieke kader.

Hiervoor zijn gebieden met verhoogde concentraties arseen langs de Maas in kaart gebracht, maar daar 200542.BKK / WvS

22

Verkennend bodemonderzoek Locatie Nieuwe Bron HHA3 te Heerlen

maakt de onderzoekslocatie geen deel van uit. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat de concentratie arseen overal onder of gelijk is aan de generieke achtergrondwaarde. In het Bodembeleidsplan 2016-2021 van de gemeente Heerlen zijn geen gebiedsspecifieke waarden voor arseen opgenomen. Om in de toekomst vast te stellen of er lekkages zijn geweest met verhoogde arseen concentraties dienen de gemeten concentraties in de bodem vergeleken te worden met de gemeten waarden in het nulsituatie onderzoek. Zie hiervoor tabel 7. Voor sulfaat zijn in de Circulaire bodemsanering geen achtergrondwaarde of interventiewaarde opgenomen, ook geen indicatieve niveaus. Om in de toekomst vast te stellen of lekkages zijn opgetreden met verhoogde concentraties sulfaat, dienen de resultaten van het bodemonderzoek vergeleken te worden met de in tabel 7 getoonde concentraties. Tabel 7: nulsituatie concentraties sulfaat en arseen in de bodem Monstercodes Boring (traject cm-mv) SO4 (visueel) (mg/kgds) 01: BG (leem, 01 (50-100) 04 (50-100) visueel schoon) 05 (50-100) 10 (50-100) 346 11 (50-100) 12 (50-100) 02: BG (leem, 02 (50-100) 03 (50-100) visueel schoon) 06 (50-100) 07 (50-100) 135 03: OG (klei, visueel schoon) 04: BG (leem, visueel schoon)

01 (100-150) 01 (150-200) 02 (100-150) 02 (150-200) 03 (100-150) 03 (150-200) 08 (0-50) 09 (0-50) 13 (0-50)

As (mg/kgds) 8,4 8,6

<100

12

<100

5,7

5.3.1 Toetsing resultaten grondwater De overschrijdingen van de parameters die verhoogd zijn ten opzichte van de normwaarden zijn in tabel 8 samengevat. Tabel 8: Overschrijdingen t.o.v. normwaarden grondwater. Monstercode Filterdiepte (m-mv) >S

(index)

>I

A-1-1

3,1-4,1

Barium

(0,00)

-

B-1-1

4,0-5,0

Barium

(0,1)

-

C-1-1

4,0-5,0

Barium

(0,01)

-

D-1-1

4,0-5,0

Barium

(0,14)

-

>S >I

(index)

groter dan de streefwaarde maar kleiner dan de interventiewaarde; groter dan de interventiewaarde.

Voor de concentratie sulfaat (SO4) zijn in de Circulaire bodemsanering geen (indicatieve) normen gesteld, maar de gemeten concentraties zijn niet ongewoon in grondwater. 5.4.

Toetsresultaten asbest in puin

In de Regeling bodemkwaliteit is in bijlage A aangegeven dat het gewogen gehalte asbest in een bouwstof (i.c. puin) niet hoger mag zijn dan 100 mg/kgds. De gewogen norm betreft de concentratie serpentijn asbest + 10 x concentratie amfibool asbest. In tabel 9 is

200542.BKK / WvS

23

Verkennend bodemonderzoek Locatie Nieuwe Bron HHA3 te Heerlen

een overzicht gegeven van de toetsingsresultaten van het puinmengmonster dat is ingezet. In bijlage IV is het analyserapport opgenomen. Tabel 9: Resultaten asbest (gehalten in mg/kgds). Ruimtelijke Eenheid 1 Mengmonster ASB 01 (puingranulaat) Proefgat(en) 4, 5, 6, 7, 10, 11 en 12 Van (m-mv) - tot (m-mv) 0,0-0,50 Totaal serpentijnasbest Totaal aan amfiboolasbest

16 0

Totaal gewogen asbest concentratie

16

# Rapportage bepalingsgrens (detectielimiet in lab)

In de fractie 8-20 mm zijn in het puinmonster 2 asbestplaatjes aangetroffen. Het betreft hechtgebonden chrysotiel. Er is geen amfiboolasbest aangetroffen. Deze concentratie ligt ruim onder de 50 mg/kgds gewogen asbest waardoor een nader onderzoek naar asbest in puin niet vereist is. De aangetoonde concentratie asbest leidt niet tot gebruiksbeperkingen. De bodem en de puinfundering is daarmee asbestonverdacht.

200542.BKK / WvS

24

Verkennend bodemonderzoek Locatie Nieuwe Bron HHA3 te Heerlen

6.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

In opdracht van Adviesbureau Brouwers BV heeft BKK Bodemadvies bv te Meijel een nulsituatie bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van één van de twee optionele locaties nabij de Terhoevenderweg in Heerlen. De aanleiding voor het bodemonderzoek betreft enerzijds de geplande aankoop van de onderzoekslocatie en anderzijds het vaststellen van de nulsituatie in de bodemkwaliteit op de locatie waar in de toekomst een diepe bron (HH3A) wordt aangelegd voor het oppompen van mijnwater en grondwater ten behoeve van een energienetwerk. Voor de onderzoekslocatie is de strategie “ heterogeen verdacht” aangehouden en voor asbest “onverdacht”. Sulfaat en arseen worden tevens in de nulsituatie opgenomen, omdat deze stoffen in verhoogde concentraties kunnen voorkomen in het op te pompen mijnwater. Asbest Op het maaiveld van de onderzoekslocatie zijn geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. In het opgeboorde materiaal (grond) zijn eveneens geen asbestverdachte (plaat)materialen (in de grove fractie) aangetroffen en ook geen bijmengingen welke de bodem asbestverdacht maken. Analyses op asbest in de bodem zijn derhalve niet uitgevoerd. In de halfverharding bestaande uit puingranulaat is een onderzoek naar asbest in puin uitgevoerd conform de NEN 5897.

Daarbij is in de grove fractie geen asbestverdacht materiaal waargenomen en is analytisch een verwaarloosbare concentratie hechtgebonden chrysotiel aangetoond (16 mg/kgds). De hypothese ‘asbest onverdacht’ wordt voor de gehele onderzoekslocatie aanvaard. Boven- en ondergrond De bovengrond en ondergrond tot 1 m-mv bestaat uit zwak grindhoudende leem en de bodem daaronder uit klei. Er zijn geen bodemvreemde bijmengingen waargenomen. De onverharde bovengrond is (zeer) licht verontreinigd met de zware metalen kobalt en kwik en met PCB en voldoet daarmee indicatief aan de kwaliteitsklasse Achtergrondwaarde. In de grond onder de puingranulaat zijn in de zuidelijke helft geen verhoogde concentraties boven de Achtergrondwaarde aangetroffen en voldoet de bodem indien indicatief getoetst aan de Regeling bodemkwaliteit aan de klasse Achtergrondwaarde. In de grond onder de puingranulaat zijn in de noordelijke licht verhoogde concentraties zink, cadmium en PAK ten opzichte van de Achtergrondwaarde aangetoond en voldoet de bodem indien indicatief getoetst aan de Regeling bodemkwaliteit aan de klasse Wonen. De ondergrond is overwegend licht verontreinigd met kobalt, nikkel en kwik en voldoet indicatief volgens de Regeling bodemkwaliteit aan de klasse Industrie.

Grondwater In juli 2021 zijn de 4 peilbuizen bemonsterd en het grondwater geanalyseerd op het standaard analysepakket en aanvullend op arseen en sulfaat. Met uitzondering van de parameter barium overschrijden geen van de concentraties de streefwaarde.. Resultaten nulsituatie onderzoek In zowel bovengrond en ondergrond (tot 2 m-mv) is de concentratie PCB, PAK, sulfaat en arseen vastgelegd als nulsituatie. Indien bij het in bedrijf zijn van de Nieuwe Bron HH3A lekkages optreden met opgepompt mijnwater kan een bodemonderzoek op de verdachte locaties worden uitgevoerd, waarna de aangetroffen concentraties PCB, PAK, sulfaat en

200542.BKK / WvS

25

Verkennend bodemonderzoek Locatie Nieuwe Bron HHA3 te Heerlen

arseen vergeleken kunnen worden met de aangetoonde concentraties in het voorliggende nulsituatie onderzoek. Dit geldt ook voor de gemeten concentraties in het grondwater. Toetsing hypothese De hypothese “verdacht” wordt voor de onderzoekslocatie aanvaard. Binnen de onderzoekslocatie zijn in de bodem diffuus verdeelde lichte verontreinigingen met zware metalen, PCB en PAK aangetoond. Deze geven geen aanleiding voor vervolgonderzoek. Voor het grondwater wordt de hypothese verworpen. Er zijn geen parameters, die de streefwaarde overschrijden met uitzondering van barium. Slotsom Geconcludeerd kan worden dat de aangetoonde lichte verontreinigingen met zware metalen in de grond, kunnen worden beschouwd als een gebiedseigen verontreiniging, die waarschijnlijk gerelateerd zijn aan voormalige activiteiten aan de rand van het mijnbouwterrein Oranje Nassau III. De bodemkwaliteit voldoet indicatief aan de bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarde, Wonen en Industrie en is daarmee in overstemming met de huidige bestemming van de onderzoekslocatie. Aanbevelingen Het wordt geadviseerd om bij de eigendomsoverdracht notarieel de bodemkwaliteit vast te leggen. Deze vormt geen belemmering voor de gewenste toekomstige ontwikkeling van het terrein.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerlen&id=314c0dad-8dff-4894-9b15-acb8a3f8744e