2a. Toelichting op de geactualiseerde verordening
Tekst van het document
Toelichting op het raadsvoorstel behorende bij de geactualiseerde Financiële verordening 212 Met ingang van het begrotingsjaar 2023 is de Wet versterking decentrale rekenkamers van kracht voor decentrale overheden. Door het inwerking treden van deze wet is het college van burgemeester en wethouders van de gemeente verantwoordelijk voor het afleggen van verantwoording ten aanzien van de rechtmatigheid in de vorm een rechtmatigheidsverantwoording. Daartoe zal een intern stelsel van verbijzonderde interne controle maatregelen de basis vormen. De bestaande Financiële verordening 212, daterend van 2018, komt te vervallen. De voorliggende Financiële verordening 212 is samengesteld op basis van de Modelverordening van de VNG. Hierdoor is er geen was/ wordt lijst toegevoegd. Onderstaand wordt weergegeven wat de in hoofdlijnen belangrijkste wijzigingen zijn ten opzichte van de oude Financiële verordening. Artikel 1. Definities Toevoeging: - rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van burgemeester en wethouders waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving. Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken Toevoeging: - In het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma worden posten vanaf € 200.000 afzonderlijk gespecificeerd.
Gekozen is voor een grensbedrag van € 200.000 om zo voldoende inzicht te geven. Artikel 7. Jaarstukken Nieuw artikel over het aanbieden van de jaarstukken aan de raad en een voorstel tot bestemming van het jaarrekeningresultaat. Burgemeester en wethouders kunnen de raad voorstellen om restantmiddelen op onderdelen van het rekeningresultaat over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar. Artikel 8. Wensen en bedenkingen over grote onderwerpen Dit artikel komt in de plaats van artikel 7 in de oude verordening inzake de informatieplicht. In de nieuwe verordening zijn alleen de grensbedragen als volgt gewijzigd : a. de aan- en verkoop van goederen, werken en diensten groter dan € 1.000.000, was € 500.000 b. het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter dan € 250.000,was € 100.000 Toegevoegd zijn de artikelen 10 t/m 13 in het kader van de rechtmatigheidsverantwoording. Artikel 10. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording 1. De raad stelt vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid. 2. In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteren burgemeester en wethouders aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens.
De verandering van de verantwoordingsgrens zal door de raad plaats vinden als daartoe aanleiding is. 3. In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) nader toegelicht. Het bedrag waarboven zal worden gerapporteerd zal in het controleprotocol worden vastgelegd.
Artikel 11. Voorwaardencriterium 1. Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. 2. Burgemeester en wethouders bieden de raad jaarlijks ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien. Artikel 12 Begrotingscriterium 1. Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen; 2. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 5. 3. Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag.
Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaal bedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd. 4. Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a. Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. b. Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. c. De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage . 5. Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering. Artikel 13 Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium 1. Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen. 2. Burgemeester en wethouders zorgen voor en leggen vast de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen. Artikel 14.
Waardering en afschrijving vaste activa (was artikel 9 in de oude verordening) Toevoeging: -Burgemeester en wethouders bieden de raad jaarlijks een investeringsplan aan als bijlage bij de begroting, waarbij inzicht wordt verschaft in de geplande investeringen en de daarmee gepaard gaande kapitaallasten voor de komende meerjarenperiode. -De grens van activering is € 50.000. Artikel 15. Voorziening voor oninbare vorderingen (was artikel 10 in de oude verordening) Gedetailleerde opsomming is weggehaald omdat deze niet werd gebruikt; tekst is nu: Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen.
Artikel 16. Reserves en voorzieningen Aanvullend in lid 2 is toegevoegd: ‘bij welke specifiek benoemde taakvelden het verschil tussen het geraamde saldo van baten en lasten en het gerealiseerde saldo van baten en lasten mogen worden verrekend met een daartoe in het leven geroepen reserve’. Verder is in lid 3. toegevoegd dat er voor het instellen van een reserve een bestedingsplan wordt opgesteld. Artikel 18. Prijzen economische activiteiten Anders vormgegeven in de nieuwe verordening maar de strekking van het artikel is gelijk gebleven. Artikel 20. Financieringsbehoefte Toevoeging: er kan gebruik gemaakt worden van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder c, van de Wet financiering decentrale overheden. Artikel 21. Lokale heffingen Toevoeging: onder het onderdeel beleid bedoeld in artikel 10, Aanhef en onder b, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten een overzicht van de te onderscheiden lokale heffingen, de maatstaf en de doelstelling die wordt beoogd met het opleggen van de heffing. Artikel 22. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Toevoeging: - netto schuld per inwoner: bruto schuld minus de omvang van de geldelijke bezittingen gedeeld door het aantal inwoners op 31 december van het begrotingsjaar.
Onder bruto schuld wordt verstaan het totaal van langlopende leningen, kortlopende schulden, crediteuren, vorderingen en overlopende passiva. Onder geldelijke bezittingen wordt verstaan: het totaal van leningen aan deelnemingen, leningen aan overige verbonden partijen, leningen aan derden, langlopende uitzettingen, kortlopende uitzettingen, debiteurenvorderingen, liquide middelen en overlopende activa; - onbenutte belastingcapaciteit onroerendezaakbelasting: positieve uitkomst van het verschil tussen de opbrengst onroerendezaakbelasting bij de tarieven die minimaal nodig zijn voor toegang tot de procedure van artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet en de (geraamde) opbrengst onroerendezaakbelasting. Artikel 24. Bedrijfsvoering (geheel nieuw artikel toegevoegd) Burgemeester en wethouders nemen in de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. een toelichting op alle afwijkingen in rechtmatigheid, die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen, voor zover deze de rapportagegrens, zoals bedoeld in artikel 10 overschrijden en eventueel welke maatregelen worden genomen om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen; b.
een overzicht van en toelichting op niet-financiële onrechtmatigheden in verband met het niet naleven van bepalingen in de Wet financiering decentrale overheden en de bijbehorende ministeriële regelingen, als deze voorkomen; c. rapportage van het veelvuldig niet naleven van normen uit de gids proportionaliteit en/of slechte documentatie of naleving hiervan, als deze voorkomen; d. geconstateerde fraude door eigen medewerkers, als dit voorkomt. Artikel 25. Grondbeleid In plaats van het aanbieden een keer in de 8 jaar van een nota grondbeleid wordt nu bij wijziging van beleid, veranderingen in wetgeving of politieke actualiteit een nota aangeboden. Toevoeging aan lid 1 van: de wijze waarop met de toerekening van bovenwijkse voorzieningen wordt omgegaan.
Toevoeging van de navolgende leden: 2. Burgemeester en wethouders bieden de raad jaarlijks een grondprijzenbrief aan met een vastgestelde uitgifteprijs voor zowel maatschappelijke grond als intern door te leveren grond. De raad stelt de grondprijzenbrief vast. 3. De voorziening voor verliesgevende grondexploitaties wordt gewaardeerd tegen nominale waarde. Artikel 27. Financiële organisatie Toegevoegd: - lid l, het verzamelen en vastleggen van gegevens over de geleverde prestaties en de maatschappelijke effecten zodat de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid, zoals vastgesteld door de raad, kunnen worden getoetst. Artikel 28. Interne controle Toegevoegd in lid 1 is dat bij afwijkingen de burgemeester en wethouders daarover rapporteren in de rechtmatigheidsverantwoording, zoals beschreven in artikel 24 en dat er informatie wordt verstrekt over genomen maatregelen tot herstel van tekortkomingen.