20251106 MOTIE - CDA Stadsreservisten INGETROKKEN
Tekst van het document
Motie: Stadsreservisten
De gemeenteraad van Heerlen, in vergadering bijeen op 6 november 2025, behandelende het raadsvoorstel Programmabegroting 2026. Gelet op artikel 28 van het Reglement van Orde van de raad; ad agendapunt 2, begroting 2026; Constaterende dat: Er momenteel een tekort is aan toezichthouders en handhavers in de stad om alle problemen adequaat aan te pakken; Het belang van effectief toezicht en handhaving van groot belang is voor de leefbaarheid en veiligheid van de gemeente; • Inzet van vrijwilligers met een gedifferentieerd takenpakket als aanvulling op de BOA extra capaciteit biedt om op een slimme manier het bereik en de kwaliteit van toezicht en handhaving te verbeteren; Overwegende dat: Een duidelijke (gedifferentieerde) scheiding tussen de taken van toezichthouders en de handhavers de effectiviteit en efficiëntie van handhaving kan verhogen, door handhavers te ontlasten van minder urgente doch essentiële taken en deze toe te wijzen aan stadsreservisten; Na een uitdagende en praktijkgerichte opleiding kunnen vrijwilligers de handhavers ondersteunen en zodoende de capaciteit vergroten; Stadsreservisten richten zich op (lichte) toezichthoudende taken, het aanspreken en voorkomen van (kleine) overtredingen, levensreddende werk bij noodsituaties en het versterken van sociale controle, terwijl de daadwerkelijke handhaving en sanctionering bij gekwalificeerde BOA’s blijft;
Een vrijwilligersfunctie als toezichthouder (de stadsreservist) niet alleen bijdraagt aan de capaciteit, maar ook aan de betrokkenheid van inwoners bij hun eigen leefomgeving, wat kan leiden tot meer sociale cohesie, verantwoordelijkheidsgevoel en een verhoogde veiligheid in Heerlen. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: 1. Een proef te starten waarbij tien vrijwilligers een opleiding krijgen tot ‘stadsreservist’ en deze in te zetten als ‘vrijwillige toezichthouder’;
2.
3.
In deze proef in ieder geval uit te werken: a. Op welke manier de stadsreservisten de juiste opleiding krijgen (omgaan met agressief gedrag, verkeer regelen en levensreddend handelen); b. Wat een minimale jaarlijkse inzet per reservist moet zijn om zinvol een bijdrage te leveren; c. Welke (vrijwilligers)vergoedingsstructuur er georganiseerd moet worden; d. Hoe kleding, materialen en materieel beschikbaar gesteld kunnen worden en hoe (aanvullende) verzekering geregeld moet worden; e. Aan welke (overige) criteria een stadsreservist moet voldoen. Bij succes van deze proef (door te kijken naar de effectiviteit, kosten, tevredenheid van vrijwilligers en samenwerking met professionele handhavers) deze uit te breiden, zodat Heerlen binnen enkele jaren een enthousiaste brigade van stadsreservisten krijgt, waarbij enthousiaste vrijwilligers de mogelijkheid krijgen om door te stromen naar een rol als BOA;
CDA Heerlen,
Hannie Heine