20220223 BEANTWOORDING vragenuur CDA - bodemverontreiniging Kapelweg.pdf
Tekst van het document
Beantwoording vragen van vragenuur raadsvergadering van 23 februari 2022 Naam indiener: Peter Pauwels Onderwerp: Beantwoording vragen inzake Beantwoording vragen ex.art. 33a RvO Bodemverontreiniging Kapelweg Datum 22 februari 2022 Auteur
Inleiding: Naar aanleiding van uw vragen d.d. 21-2-2022 inzake bodemverontreiniging Kapelweg delen wij u het volgende mede.
A. Krichel Domein/Team Domein Ruimte - Team Bouw- en Milieutoezicht en Bodem Portefeuillehouder C.M.J.P. Claessens
Vraag 1 Waarom komt dit eerst nu aan het licht? Met welke bedoeling hebben eerdere bodemonderzoeken dan plaatsgevonden, zijn deze niet afdoende geweest? (dus in die mate dat het de ontwikkelaar verstandig leek toch een eigen onderzoek te doen?)
Antwoord In de beantwoording van de art 33a vragen van 14-04-2021 is aangegeven dat de locatie niet voldoende onderzocht was en dat niet kon worden bepaald of sprake was van een vervuiling. In de verleende Omgevingsvergunning is daarom de voorwaarde opgenomen dat een bodemonderzoek ingediend moet worden waaruit moet blijken dat de bodem geschikt is voor de beoogde functie. De initiatiefnemer heeft gekozen voor een aanpak waarbij de bodem van de locatie in fases onderzocht wordt. Als eerste fase is de bodem van het voormalige tankstation onderzocht. Deze bodem blijkt zo vervuild te zijn dat een sanering nodig is. De keuze om gefaseerd te onderzoeken en te saneren ligt in deze situatie een bij de initiatiefnemer en niet bij de gemeente. Vanzelfsprekend betekent de door de initiatiefnemer gekozen gefaseerde aanpak dat het resterende terrein nog onderzocht moet worden omdat hier de kwaliteit nog onvoldoende bekend is. Als de rest van het terrein ook ernstig vervuild blijkt is ook daar nog een sanering nodig. Vraag 2 Hoe verhoudt een en ander zich tot het afgeven van een bouwvergunning in termen als ‘prematuur’? Antwoord Door de voorwaarde op te nemen in de Omgevingsvergunning wordt de juiste volgorde gehanteerd. Op deze wijze wordt eerst inzichtelijk gemaakt hoe de bodemkwaliteit zich verhoudt tot de beoogde functie en het gebruik van het perceel.
Deze functie en het gebruik kunnen pas gerealiseerd worden nadat er adequaat gehandeld is n.a.v. de uitkomst van het bodemonderzoek.
Vraag 3 Waarom geeft u in het schrijven aan de omwonenden niet terstond een concrete toelichting op de mate van verontreiniging? Deelt u de mening van het CDA dat de termen ‘ernst en spoed’ mensen ongerust maakt? Wat betekent dit voor de bouwplannen? Antwoord De manier van informeren van omwonenden is in onze verordening bodemsanering, in 2006 vastgesteld door de raad, vastgelegd. De publicatietekst van de ontwerpbeschikking bodemsanering is gepubliceerd in het digitale gemeenteblad. Dit is terug te vinden via www.heerlen.nl/bekendmakingen, www.officielebekendmakingen.nl of de Heerlen-app. De termen ‘ernst en spoed’ zijn wettelijk vastgesteld. Het gebruik van deze termen is geen gemeentelijke keuze. In onze berichtgeving naar de omwonenden is expliciet een contactpersoon opgenomen die bereikbaar is voor zienswijzen over de voorgenomen sanering. Tot nu toe hebben wij geen vragen van verontruste omwonenden ontvangen. Met de voorgenomen sanering zijn we een stap dichterbij een duurzame bodem en de herontwikkeling van dit terrein. De ontwikkelaar is geïnformeerd en weet dat hij pas kan starten met de bouw als de bodem voldoende is onderzocht en/of voldoende is aangetoond dat de bodem geschikt is voor de beoogde functie.