2. Jaarrekening 2024 HCL (zwartgelakt)__373958__
Tekst van het document
historisch centrum Iimburg ARc$lÉç
JAARREKENING
Historisch Centrum Limburg Locatie Maastricht (hoofdvestiging)
Locatie Heerlen
Sint Pieterstraat 7
Navolaan 83 64:.4HE Heerlen +3r(o)43 328 55 oo
6zn JM Maastricht +3r (o)43 328 55 oo info(Ðhclimburg.nl
(Gt***1, i,ffiõñffi"¡"' voo.'de.!li.¿!doeleinden g*¡úmerk!
info(Ðhclimburg.nl
lnhoudsopgave r
Voorwoord
3
2
Paragrafen
4
2.r
Verslaglegging
4
2.2
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
4
2.3
Onderhoud kapitaalgoederen
6
2.4
Financiering
6
2.5
Bedrijfsvoering
7
2.6
Rechtmatigheid
7
2.7
Verbonden partijen
2.8
Organisatiegegevens
I I
2.9
Openbaarheid
9
2.10
Ondertekening
9
3
Baten en lasten met toelichting
10
3.1
Rechtmatigheidsverantwoordi ng
L3
3.2
WNT-verantwoording
t4
4
Balans met toelichting
t7
5
Grondslagen
24
6.
Overige gegevens
27
6.r
Controleplicht
27
6.2
Statutai re bepa lingen inza ke resultaatbestemm in g
27
6.3
Voorstel
27
6.4
Gebeurtenissen na balansdatum
z8
6.5
Personele bezetting
zB
6.6
WNT-verantwoording
z8
6.7
Rechtmati g heidsverantwoordin g
zB
6.8
Controleverklaring
z8
7
Controleverklaring
29
k****n ;ffiãñ;
2
J, Voorwoord Met het jaar zoz4 sluit het Historisch Centrum Limburg (HCL) haar eerste lustrum af sinds de start van de nieuwe Gemeenschappelijke Regeling HCL op 3r december zor9. Dit vijfde jaar kenmerkt zich voor het HCL vooral door de navolgende zaken. lngrijpende bestuurlijke veranderingen als gevolg van het aankomende uittreden van de minister uit de Gemeenschappelijke Regeling van het HCL en de inzet om met een groot aantal huidige DVO partners te verkennen of toetreding in de GR HCL mogelijk is. Tevens heeft het HCL, in samenwerking met het Limburgse traject van bureau Boels Zanders, in het verslagjaar de wettelijke wijzigingen doorgevoerd in de GR HCL juli 2c24op basis van de gewijzigde Wet op de Gemeenschappelijke Regelingen. De invoering van de nieuwe Archiefwet, ofschoon deze in het verslagjaar nog niet in behandeling is genomen door de Tweede Kamer en dus tegen alle verwachtingen in nog niet werd vastgesteld eind zoz4, maakte al wel dat HCL aandacht gaf een de aankomende wijzigingen en de voorbereidingen die moeten worden getroffen bij onze zorgdragers en in de werkprocessen bij het HCL. Het uitvoeren van de wettelijke taken is onze kernactiviteit en vraagt om verandering en innovatie ten aanzien van goed archief- en informatiebeheer.
De intensivering van onze dienstverlening naar de burger en naar de bij ons aangesloten overheden hebben we voortvarend voortgezeTin zoz4. De eerste fase van ons nieuwe aanbod digitalisering op verzoek (DoV)is in het verslagjaar vormgegeven en de resultaten van onze scanstraat dragen er aan bij dat steeds meer archieven breed toegankelijk zijn geworden voor iedereen. Tevens is in het verslagjaar veel speciale aandacht geweest voor de vernieuwing van onze bedrijfsorganisatie op met name het gebied van intern archief- en informatiemanagement en de vernieuwing van onze bedrijfsvoering op basis van de wettelijke vereiste bestuurlijke en financiële kaders, zoals vastgelegd in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV).
Kortom een fors en intensief jaar met veel toekomstgerichte veranderingen en waarin veel is bereikt. Maar ook een jaar dat zich kenmerkt door een blijvende stabiele en zorgvuldige uitvoering van de reguliere taken op het gebied van advies en toezicht, het archiefbeheer op al onze collecties en de ondersteunde werkzaamheden in de breedste zin om het HCL goed te laten functioneren. Deze jaarrekening geeft inzicht in de financiële aspecten van dit enerverende verslagjaar, welke werd afgesloten met een positief exploitatiesaldo vóór bestemming van cr.6o4.7o9. Alle in de jaarcijfers
opgenomen bedragen luiden in Euro's.
Lita Wiggers Directeur Historisch Centrum Limburg HCL, t6 april zoz5
(k***l, ard-ä5ñ;--ad"¡* voo. :d€¡rilr¿ri€doel.ind¿n grvâ¡'ñe¡lt
3
2
Pa rag rafen
2.L
Verslaglegging
ln de GR HCL (anikel 16-23) zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van de begroting, de meerjarenraming en de jaarstukken. De Wet Gemeenschappelijke Regelingen (GR) en de Gemeentewet (GW) schrijven voor dat
iedere GR begrotings- en verantwoordingsstukken opstelt conform het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Dit besluit is ook van toepassing op het HCL; de betreffende stukken zijn
conform de BBV opgesteld. Het HCL voert één programma uit; er is geen nadere onderverdeling in deelprogramma,s.
2.2
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Bij het weerstandsvermogen gaat het om de mate waarin het HCL in staat is middelen vrij te maken om substantiële financiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit aanpassing van het beleid vereist. Een risico is de kans op het optreden van een positieve dan wel negatieve gebeurtenis van materieel belang, die niet voorzien is in de begroting van enig jaar.
Conform artikel r van de GR HCL heeft het HCL tot doel "de belangen van de minister en de colleges B&W bij alle aangelegenheden betreffende de archiefbescheiden, collecties, individuele documenten en dergelijke die
berusten in de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie en de archiefbewaarplaatsen van de gemeenten, in gezamenlijkheid te behartigen". Voor de bekostiging van de uitvoering van deze taken is het HCL nagenoeg geheel afhankelijk van de deelnemers. Het weerstandsvermogen betreft de overige reserve en bedraagt per 3r decemb er 2024 r 338.72o . Dit betreft ro0lo van de deelnemersbijdragen in het HCL ten behoeve van het uitvoeren van de archieftaken. Het weerstandsvermogen is daarbij gelijk aan de maximale reserve conform de GR HCL, waar in artikel zz is opgenomen dat deze in enig jaar niet meer dan ro%o van de gezamenlijke deelnemersbijdragen mag
bedragen, te weten c a.387.r95 obv begroting zoz5. 2023
2O24
Stand per rjanuari
t 6o4.or5
Toevoeging / onttrekking boekjaar
c 265.295
o
Stand per 3r december (zoz4 voor resultaatbestemming)
ca38.7zo
€ 604.o15
:.o,ooo/o
t7,o7o/o
€ 604.o15
Aigemene reserve in % van deelnemersbijdrage GR tbv uitvoering archieftaken
Risico's die van invloed kunnen zijn op de toekomstige cijfers zijn:
a) Wijzigingen in de GR of de bijdrage deelnemers b) Wijzigingen in subsidies en zakelijke diensten c) CAO aanpassingen en ww-verplichtingen d) Calamiteiten ten aanzien van het gebouw of de archieven e) Wijzigingen in btw-regime of regime vennootschapsbelasting fl Vertraging in groeitempo e-depot inkomsten g) Afhandeling van beoogde vervroegde beëindiging AMV-project
(kr***1, ñã[ïi"ririÁ
ad"¡"r-
Risico Laag Laag Laag Laag Laag
Midden Laag
4
Genomen risicomaatregelen: Ad a)
Wijzigingen in de samenstelling van de GR of de bijdrage van deelnemers dienen altijd met unanimiteit genomen te worden, zodat deze eventualiteit zich niet eenzijdig voor kan doen zonder bijbehorende afspraken welke vooraf in de (meerjaren)begroting kunnen worden verwerkt Ad b) Ten aanzien van de extra benodigde personele capaciteit en zakelijke diensten wordt gewerkt met tijdelijke
functies en arbeidsovereenkomsten, dan wel worden met opdrachtgever financiële afspraken gemaakt waardoor eventuele transitie- en ww-verplichtingen richting zittend personeel door opdrachtgever worden afgedekt. Ad c) ln de begroting en meerjarenraming wordt er van uitgegaan dat de kosten van CAO aanpassingen structureel
{/ohoger liggen dan de indexering van inkomsten. Ad d)
Het HCL kent zowel een brand-, opstal als inboedelverzekering. Vanwege hun uniciteit zijn de archieven zelf niet verzekerd. Wel zijn in het gebouw een veelheid aan maatregelen (o.a. extra brandwerende deuren en waterdetectie, collectiehulpverleningsplan) genomen om het risico van calamiteiten in de archieven tot een minimum te beperken. Ad e) Ten aanzien van zowel btw als vennootschapsbelasting zijn er door de Belastingdienst uitspraken gedaan,
waardoor het HCL goed weet welke regels in dezen op haar van toepassing zijn.
AdÐ ln zoz5 heeft het HCL een aanvang gemaakt met de ingebruikname van een eigen e-depot. Het e-depot van
het HCL is daarmee nog volop in ontwikkeling, zowel qua aan te bieden dienstverlening als qua aantal afnemende klanten. Ad g) Ter mitigatie van toekomstige transitie- en ww-verplichtingen inzake het AMV-project, heeft het HCL de
afgelopen jaren een bestemmingsreserve opgebouwd. Bij de door het Nationaal Archief aangekondigde wens tot voortijdige beëindiging van de onderliggende overeenkomst is het beleidsuitgangspunt van het bestuur dat het NA aan haar volledige toekomstige verplichtingen dient te voldoen, mede ter dekking van nog niet door de opgebouwde reserve gedekte toekomstige transitie- en ww-verplichtingen.
Kengetallen Het BBV kent een verplichte set van financiële kengetallen. Naast de kengetallen dient een beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie te worden opgenomen.
Overzicht Ratio's / kengetallen Liquiditeit solvabiliteit Netto schuldquote
Ultimo zoz4 Ultimo zoz3 6,52 6,7r o,31
o,2
o
<o
EMU Saldo (x e r.ooo)
1.584
48o
Structurele exploitatieruimte
4,o60/o
-o,970/o
Liquiditeitsratio De liquiditeitsratio geeft inzicht in de mate waarin de organisatie in staat is (voor de korte termijn) aan haar
financiële verplichtingen te voldoen en hangt samen met de beschikbaarheid van afdoende vlottende middelen (vlottende activa) om aan de kortlopende verplichtingen (vlottende passiva) te voldoen en wordt
(Gl**,lt ñãit,hi"'¡'"ffi vo ôr íden itic¿ ri€do el pinden g¿ r¿a ¿ rm c.kt
5
uitgedrukt in een verhoudingsgetal of ratio. Onder liquiditeitsratio wordt verstaan de vlottende activa ten opzichte van de vlottende passiva. De liquiditeitspositie wordt als gezond beoordeeld bij een liquiditeitsratio van > 1.
Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de GR in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. De VNG gaat uit van een norm van minimaal zo%0. Hierbij geldt dus hoe hoger hoe beter. Bij de beoordeling van dit
kengetal moet in ogenschouw worden genomen, dat het HCL een GR is en sinds de oprichting een maximale reserve van too/o mag hebben.
Netto schuldquote De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de GR ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) gaat uit van een norm van maximaal t3oo/0. Hierbij geldt
dus hoe lager hoe beter.
EMU-saldo Het EMU-saldo is een weergave van het vorderingensaldo en geeft weer het gerealiseerde saldo van de ontvangsten en uitgaven van de organisatie, berekend op transactiebasis.
Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves, te delen door de totale baten. Met behulp van
dit kengetal kan worden beoordeeld in welke mate sprake is van een begrotingsevenwicht.
2.3
Onderhoud kapitaalgoederen
Het HCL kent twee archiefbewaarplaatsen, gevestigd in Maastricht en in Heerlen. Het gebouw in Maastricht huurt zij van Rijksvastgoed. Het gebouw is niet in eigendom, maar sinds r januari zorg komt het volledige onderhoud van het pand voor rekening van het HCL, waaftoe zij vanuit het Rijk een jaarlijkse vergoeding ontvangt. Ten behoeve van het uitvoeren van het onderhoud is een meerjarenonderhoudsplan (MjOP) opgesteld. Om voldoende middelen te hebben om het MJOP te kunnen uitvoeren, beschikt het HCL over een Egalisatievoorziening Groot Onderhoud Gebouwen. De archiefbewaarplaats in Heerlen, gevestigd in de Christus Koning Kerk (CKK), wordt onderhouden voor
rekening en risico van de gemeente Heerlen. Voor huur en onderhoud is het HCL een jaarlijkse vergoeding aan de gemeente Heerlen verschulciigcj.
2.4
Financiering
Door het Algemeen Bestuur (AB) is het normenkader voor rechtmatigheid vastgesteld in de Financiële Verordening. Hierbij dienen met name risico's bij financieringen beheersbaarte zijn en de kosten van geldleningen zo veel mogelijk beperkt. Door de invoering van het schatkistbankieren zijn decentrale overheden verplicht hun (tijdelijk) overtollige
middelen in de schatkist aan te houden. Per 3r december zoz4wordt een bedrag van €7.gt;.g7t aangehouden bij het Ministerie van Financiën. Het drempelbedrag (het bedrag dat gemiddeld buiten de schatkist mag worden gehouden) bedraagt € 25o.ooo.
k***,r Audlt, lrte¡im &Àdvi€s
voôr i&n¡ilì¿ùt¡edoei¿lndeô
e¿{r¡'m€rkt
6
De renterisiconorm is voor Gemeenschappelijke Regelingen wettelijk vastgesteld op 8,20lo van de begrotingsomvang. Van de langlopende schuld mag maximaal dat bedrag aan een renteherziening
onderhevig zijn. De renterisiconorm is niet van toepassing voor het HCL.
2.5 Bedrijfsvoering Aan het hoofd van het openbaar lichaam HCL staat het algemeen bestuur (AB). De voorz¡tter en twee leden van het algemeen bestuur hebben zitting in het dagelijks bestuur (DB). De ambtelijke leiding van het HCL is belegd bij een door het algemeen bestuur benoemde algemeen directeur, die wordt bijgestaan door een adjunct-d i recteu r/, tevens hoofd bedrijfsvoerin g. Het HCL kent vier afdelingen (Dienstverlening en Publiekszaken, Archieven en Collecties, Toezicht en Advies, en Bedrijfsvoering) die tezamen één programma verzorgen: de uitvoering van de archiefwet voor de deelnemers in de GR. De organisatie heeft één managementteam, dat direct leiding geeft aan alle
medewerkers en vrijwilligers.
2.6
Rechtmatigheid
ln de GR HCL (GR HCL artikel zr) is opgenomen dat jaarlijks een jaarrekening wordt opgesteld met een
verklaring omtrent getrouwheid en rechtmatigheid, afgegeven door een accountant. Vanaf het boekjaar zoz3 moet het dagelijks bestuur van het HCL de rechtmatigheid verantwoorden in de jaarrekening. lngevolge de (aanpassing van de) Gemeentewet, het BBV en het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden
(BADO) is een lntern Controle Plan (lCP) vastgesteld voor de verantwoording van de financiële
rechtmatigheid. ln de rechtmatigheidsverantwoording
geeft het dagelijks bestuur aan in hoeverre de in de jaarrekening
verantwoorde baten en lasten, alsmede balansmutaties, rechtmatig tot stand zijn gekomen. Dit houdt in dat deze in overeenstemming zijn met vastgestelde kaders en relevante wet- en regelgeving. Deze verantwoording betreft de rechtmatige uitvoering van de taken en omvat het begrotings-, voorwaarden, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. De verantwoording is opgenomen na de toelichting over het overzicht van baten en lasten. Naar aanleiding van de uitgevoerde rechtmatigheidsverantwoording stelt het dagelijks bestuur vast dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde grens van e 44.489. Wel onderkent zij op aanbestedingsgebied een
tweetal risico's, welke actie vereisen. Op het gebied van onderhoud is geconstateerd dat sinds het overgaan van de onderhoudstaak van het Rijksvastgoedbedrijf naar het HCL niet is aanbesteed. Hoewel de aanleiding daarvoor valide is - in de periode 2oag-2o22was er sprake van een pilotsituatie met evaluatie terwijl er in zoz3 en 2024 door het Rijk geen beleidskeuze is gemaakt richting toekomst waardoor de beschikbaarstelling door het Rijk van structurele, meerjarige middelen ten behoeve van het uitvoeren van onderhoud tot op heden op zich laat wachten ontslaat dit het HCL in principe niet van de verplichting tot aanbesteden. Door het algemeen bestuur is dit onderkend onder andere resulterend in een schrijven naar de Minister met de vraag om duidelijkheid in dezen. Na antwoord van de Minister waarin verzekerd wordt dat het HCL - net als de andere RHC's - zonder financieel risico haar onderhoud kan aanbesteden, is in de zomer van zoz4 direct een drietal aanbestedingstrajecten in gang gezet. Deze kenden de vorm van meervoudig onderhandse aanbesteding voor een periode van 3 jaar, daarmee onder de Europese aanbestedingsgrens blijvend, vanwege de aanstaande pensionering van vrijwel het gehele team Onderhoud en Huisvesting van het HCL in deze periode.
Door te kiezen voor een periode van 3 jaar, wordt geborgd dat het HCL de mogelijkheid houdt om op het gebied van onderhoud en huisvesting andere (personele) keuzes te maken zonder vast te zitten aan meerjarige
onderhoudsverplichtingen. Alle aanbestedingstrajecten zijn positief verlopen en per r januari zoz5 is het
(kl**ul: Aññãñffi vèor idenriltaû&!elei^drn
scv,¿â.me¡kt
7
onderhoud opnieuw gegund. Daarmee is het geconstateerde aanbestedingsrisico op het gebied van onderhoud opgeheven. Een tweede aanbestedingsrisico doet zich vanaf zoz5 voor en is gerelateerd aan lCT. Op het gebied van ICT-
ondersteuning maakt het HCL gebruik van de diensten van Parkstad-lT. lndertijd is door HCL gekozen voor Parkstad-lT omdat er op deze wijze kon worden gekozen voor inbesteding zonder aanbestedingsverplichting Parkstad-lT maakte immers onderdeel uit van de gemeente Heerlen, welke in dezen voor een diversiteit aan overheidsorganisaties als centrumgemeente fungeerde. Parkstad-lT gaat per zoz5 verder als de GR Solido, waarin alleen gemeenten deelnemer kunnen zijn en GR'en in principe alleen als klant diensten kunnen afnemen. Dit onderscheid betekent dat de GR HCL geen deelnemer kan worden - wat wel de insteek was na
uittreding van het Rr.¡k per 2oz7 - en er dus niet langer sprake is van inbesteding maar van een plicht tot aanbesteding. Bovenstaand betekent dat op het gebied van ICT-ondersteuning de GR HCL vanaf zoz5
onrechtmatig handelt en de ICT-ondersteuning (Europees) zou moeten aanbesteden.
2.7 Verbonden partijen Een verbonden partij is een privaatrechtelijke
of publiekrechtelijke organisatie waarin het HCL een bestuurlijk
en een financieel belang heeft. Van een financieel belang is sprake bij het ter beschikking stellen van een
bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat, onderscheidenlijk het bedrag waaryoor
aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haarverplichtingen niet nakomt. Een bestuurlijk belang is aanwezig bij zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van
stemrecht. Het HCL heeft geen verbonden partij.
2.8
Organisatiegegevens
Statutaire naam
Historisch Centrum Limburg
Vestigingsplaats
Maastricht
Rechtsvorm
Openbaar lichaam op basis van de wet gemeenschappelijke regelingen (WGR)
Locaties:
Sint Pieterstra at 7, 6z:-:-JM Maastricht Navolaan 83,64:.4 HE Heerlen
Doelstelling Het HCL heeft tot doel "de belangen van de minister en de colleges B&W bij alle aangelegenheden betreffende de archiefbescheiden, collecties, individuele documenten en dergelijke die berusten in de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie en de archiefbewaarpiaatserr van cle gemeenten, in gezamenlijkheid
te behartigen". Directie De directie wordt gevoerd door algemeen directeur (r,o fte) Lita Wiggers. De directeur valt onder de Wet
Normering bezoldiging Topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT). De bezoldiging van de directeur ligt onder het van toepassing zijnde WNT-maximum. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar hoofdstuk 6.r.
(kr***r, Aud¡t. l¡tßrlm & Advlês !oô. idc¡ìú.ã¡iedo€l¡¡ndeñ gs¡ã'dc*l
8
Bestuur (op 3r december zoz4) Naam
Namens
AB
DB
Hans Teunissen
Rijk
L¡d
Lid
Jan Pommer
R¡jk
Lid
Manon Fokke
Gemeente Maastricht
Voorzitter
Frans Bastiaens
Gemeente Maastricht
Lid
Jody Clemens
Gemeente Heerlen
Lid
Casper Gelderblom
Gemeente Heerlen
Lid
Voorz¡tter
L¡d
De bestuursleden vallen onder de Wet Normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke
sector (WNT). De bezoldiging van de bestuursleden ligt onder het van toepassing zijnde WNT-maximum. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar van deze jaarrekening. Er is een vacatieregeling vastgesteld.
z.g Openbaarheid Conform artikel 3.5 van de Wet Open Overheid (WOO) worden het beleid en de uitvoering van de wetgeving verantwoord in het jaarverslag; hier is nog geen standaardmodel voor. Het HCL plaatst zoals voorgeschreven de vastgestelde jaarstukken alsmede het ondernemingsplan inclusief begroting en meerjarenraming digitaal op Decentrale Regelgeving en Officiële Publicaties (DROP). Daarnaast worden deze gepubliceerd op onze
website: www.historischcentrumlimburg.nl.
2,LO
Ondertekening
De jaarrekenin
g zo24 is gecontroleerd door Kalnenek Accountants te Landgraaf. De door dit
kantoor afgegeven accountantsverklaring is bij deze jaarrekening gevoegd in bijlage 3. Het algemeen bestuur van het Historisch Centrum Limburg verklaart hierbij dat zij instemt met het voorstel inzake resultaatbestemming zoals opgenomen in hoofdstuk 6.3 en vervolgens de jaarrekening zoz4 heeft vastgesteld.
Maastricht, DATUM
Naam: Functie: Handteken ing
Naam: Functie: Handtekening:
(f***,r, a'd¡il-;üiffiãñ; voor ¡è¡ntuðr¡edoeleìnden gew¡¡.ñs*t
9
3. Baten en lasten met toelichting Realisatie
Begroting
Begroting zoz4
2O24
2O24
(ze wijziging)
Realisatie zoz3
t.647.6o:-
1.402.OOO
r.483.632
r.483.635
Lumpsumbijdrage Maastricht
342.295
L.192.OOO
355.912
1.r34.924
Lumpsumbijdrage Heerlen
z7z.83z
967.ooo
283.974
9zo.83o
Bijdrage huur- en onderhoud Rijk
1.973.o32
t.977.ooo
1.973.o32
1.973.o3o
Totaal algemene baten
4.235.76o
5.538.ooo
4.o96.55o
5.5L2.4L9
Bijdrage e-depot
5O.OOo
5O.OOO
5O.OOO
5O.OOO
Opbrengst e-depot
47.442
o
o
o
Opbrengst Bestuursovereen komst Provi ncie
5o8.658
48z.ooo
5o8.658
490.o37
Opbr. overige DVO-partners adviesdiensten
953.oo1
1".033.ooo
90O.OOO
gzz.649
Opbr. overige DVO-partners archief diensten
6rz.53r
465.ooo
598.ooo
5r9.o6z
Bijdrage inwoning SHCL
144.954
L40.OOO
444.954
132.25o
Opbrengst studiezaal
43.273
1.9.oOO
:-:-.867
:.6.266
Totaal directe baten
2.329.858
z.r89.ooo
2.213.479
z.r3o.z63
Rentebaten
243.876
120.OOO
r85.893
r.83.:,47
Egalisatierekening huurverplichting CKK
r3z.8r8
143.ooo
129.OoO
27.144
t.27o.o95
o
L.271,.3r2
o
Overige baten
ror.643
4.OOo
r26.596
12.o20
Verhuur CKK
34.300
35.ooo
37.157
1.4.292
Vrijval personele voorzieningen
57t.347
Onttrekking overige reserve
265.295
2.6r9.374
3(,2.ooo
L.749.958
236.899
9.r84.992
8.oz9.ooo
8.o59.987
7.879.58o
BATEN
Algemene baten l
l
Lumpsumbijdrage Rijk
ì I
ì
Directe baten
Overige baten
lncidentele btw teruggaaf
Totale baten
(kt***l* ffiññãrñe-d"¡"' !oo' &.,:t(ãnùoåie,^deñ
8¿w¡ilú€ar
10
Realisatie
Begroting
Begroting zoz4
2024
2024
(ze wijziging)
Realisatie zoz3
4.268.438
4.5L2.OOO
4.446.933
4.o35.447
Overige personele kosten
115.694
74.ooo
8+.sg8
2o4.L73
Kosten huur en onderhoud
t.476.768
1.975.ooo
r.66e.99r
r.5r4.ro6
Huisvestingskosten
287.o56
454.ooo
339.422
488.924
ICT kosten
z6o.3z6
22L.OOO
248.48:-
29:,.837
Algemene organisatiekosten
392.165
2L7.OOO
340.647
255.1o5
Directe kosten, archieven & collecties
z46.ogz
297.ooo
3o6.582
254.o88
Directe kosten, publiek & dienstverlening
23.o83
20.ooo
22.666
2.626
Kosten projecten
8z.tz4
o
o
31.729
Afschrijvingskosten
99.545
100.ooo
ro8.895
roz.o65
966
o
88s
1,.512
3z8.oz7
38z.ooo
z65.ooo
528.998
LASTEN Salariskosten
Kapitaallasten Dotaties
-223.OOO
Bestedingen uit bestemmingsreserves
233.883
Toevoeging bestemmingsreserve AMV
Totale lasten
7.58o.283 8.oz9.ooo
Gerealiseerd saldo baten en lasten
t.6o4.7og
8.o59.987
71to.6o9
o
r68.97r
o
Mutaties reseryes
-45a.473
-t68.97t
Gerealiseerd resultaat
t.453.236
o
Het verslagjaar zoz4 kent een gerealiseerd saldo baten en lasten van e t6o4.7og. Gecorrigeerd voor mutãties in reserves, enerzijds een gevolg van toevoeging aan een voorziening verlofsparen en anderzijds als gevolg van gedeeltelijke vrijval van de Bestemmingsreserve Digitalisering militair archief gezag van Limburg en de Bestemmingsreserve Restauratie registers, bekent dit een gerealiseerd resultaat van e r.452.236. Hieronder wordt een toelichting gegeven op de belangrijkste afwijkingen van de realisatie 2024 ten opzichte van enerzijds de realisatie 2023 en anderzijds de begroting zoz4 (2" begrotingswijziging),
k***,l, Audlt tnterlh &advler
v@r ld..ìlk¡rido¿leinder aew.ãrma¡kt
LT
Toelichting afiryijkingen realisatie zoz¿ ten opzichte van realisatie zozr Algemene baten Als gevolg van de uitspraak van de Belastingdienst inzake btw dd ezjanuari zoz4 heeft het HCL de btw over
door haar gemaakte kosten met terugwerkende kracht over de periode 2o2o-2c23 integraal kunnen terugvorderen. Hierdoor ontstond een incidentele btw bate van ruim € 1.27o.ooo (opgenomen onder overige baten). Tevens ontstaat er vanaf zoz4 een jaarlijkse btw bate, welke voor zoz4 circa € 225.ooo bedroeg. De btw bate over 2o2o-2o24 is in zoz4 in de verhouding van de bijdragen van Maastricht (SS%) en Heerlen Q5o/o)in de vorm van een incidentele correctie op de lumpsumbijdrage teruggegeven aan de beide
gemeentelijke GR-partners, hetgeen de lagere bijdrage van zowel Maastricht als Heerlen in zoz4 verklaart. De stijging van de lumpsumbijdrage van het Rijk is het resultaat van loon- en prijsindexering.
Directe baten ln zoz4 hebben de eerste gemeenten gebruik gemaakt van e-depot dienstverlening van het HCL, met
bijbehorende inkomsten van ruim € 47.ooo. De hogere opbrengsten van overige DVO-partners inzake archiefdiensten waren het gevolg van overbrenging van additionele analoge archieven naar het HCL, tegen de daarbij horende vergoeding per m1.
Overige baten
Hetjaar 2024 was het eerste volledige jaar dat het HCL aan de gemeente Heerlen huur betaalde voor het gebruik van de CKK en huur ontving voor het gedeeltelijk terugverhuren van de CKK. Daarmee was zoz4 ook het eerstejaar dat de egalisatierekening huurverplichting CKK van toepassing was. Onder het BBV is het - met een enkele uitzondering - niet mogelijk om personele voorzieningen aan te leggen. Als gevolg daarvan vallen de opgebouwde personele voorzieningen voor vakantiedagen en wwverplichtingen in zoz4vril,leidend tot een incidenteel resultaat van ruim € 57r.ooo. Voorgesteld wordt om dit bedrag in de vorm van een bestemmingsreserve personeel opnieuw vast te leggen, als onderdeel van het
zichtbaar maken van opgebouwde verplichtingen ten behoeve van in zoz6 toetredende GR-deelnemers. Om de overige reserye in lijn te brengen met de maximale reserve conform de GR bepalingen, is een bedrag van e 265.295 aan de algemene reserve onttrokken. Voorgesteld wordt om dit bedrag naar rato van de
bijdrage toe te voegen aan een specifieke bestemmingsreserve voor beide gemeentelijke deelnemers. Als gevolg van een stijgende rente, waren de rentebaten circa s 6o.ooo hoger dan in zoz3.
Personeelskosten De salariskosten zijn gestegen als gevolg van CAO-indexering. De overige personele kosten zijn gedaald, als gevolg van wegvallende externe inhuur
Huisvestingskosten Als gevolg van dalende marktprijzen, waren de kosten van gas en elektra lagen in zoz4 lager dan in zoz3.
Algemene organisatiekosten De stijging van de algemene organisatiekosten worden voor het grootste deel veroorzaakt door de kosten van
meerdere aanbestedingen en het inzetten van externe ondersteuning ten behoeve van het productierijp maken van het e-depot.
Kosten projecten ln het verslagjaar is het project Militair Gezag van Limburg afgerond. De kosten bedroegen ca. € 8o.ooo.
Dotaties De dotatie betreft de jaarlijkse toevoeging van het verschil tussen de van het Rijk ontvangen bijdrage voor
onderhoud van de archiefbewaarplaats in Maastricht en de in dit kader gemaakte kosten.
(kl**,r, a,däñ,ã;äñ¡"' væ,'1ia¡ìl'.3lieJoei¿lrde¡
g¿w¿¿rm¡rlL
7,2
Toelichtinq afw¡jkinoen realisatie zoz¿ ten opzichte van begroting zoz¿ (2" wÜziginq) Algemene baten Eind zoz4 ontving het HCL een bedrag van € 164.ooo aan nagekomen loon- en prijsindexatie van het Rijk. Directe baten ln de begroting van 2024 (2" wijziging) was er nog geen rekening mee gehouden dat er reeds in zoz4 facturen
konden worden verstuurd vanwege e-depot dienstverlening, resulterend in ruim c 47.ooo hogere
opbrengsten. DVO-partners deden inzake zowel advies- als archiefdienstverlening in de tweede helft van zoz4 een iets groter beroep op het HCL dan van te voren voorzien, met in totaal bijna e 7o.ooo hogere opbrengsten als gevolg.
Overige baten Door een aanhouden hogere rente op schatkistbankieren, lagen de bijbehorende rentebaten circa € 58.ooo
hogerdan begroot. Onder de BBV is het - met een enkele uitzondering - niet mogelijk om personele voorzieningen aan te leggen. Als gevolg daarvan vallen de opgebouwde personele voorzieningen voor vakantiedagen en ww-verplichtingen in zoz4vrij, leidend tot een incidenteel resultaat van ruim € 57r.ooo. Voorgesteld wordt om dit bedrag in de
vorm van een bestemmingsreserve personeel opnieuw vast te leggen, als onderdeel van het zichtbaar maken van opgebouwde verplichtingen ten behoeve van in zoz6 toetredende GR-deelnemers. Om de overige reserve in lijn te brengen met de maximale reserve conform de GR bepalingen, is een bedrag van e 265.295 aan de algemene reserve onttrokken. Voorgesteld wordt om dit bedrag naar rato van de
bijdrage toe te voegen aan een specifieke bestemmingsreserve voor beide gemeentelijke deelnemers. Personele kosten Medio zoz4 ontving het HCL een correctie van € 147.ooo van de gemeente Maastricht inzake doorbelasting van de door haar verwerkte salarislasten van HCL medewerkers over 2023. Deze correctie blijkt structureel te
zijn, en zal dan ook in toekomstige begrotingen worden meegenomen. Kosten huur en onderhoud De vervanging van de BMI op locatie Maastricht - kosten € rSo.ooo - is doorgeschoven naar 2025. H uisvestingskosten
De eindafrekening van gas en elektriciteit viel € 50.ooo lager uit dan verwacht.
Algemene organisatiekosten Het tussentijds uitvallen van een medewerker leidde tot noodzakelijke externe inhuur, met kostenplaatje van circa e 5o.ooo.
Kosten projecten ln het verslagjaar is het project Militair Gezag van Limburg afgerond. De kosten bedroegen ca. € 8o.ooo
(ß***,r, a"diffi
L3
3.1
Rechtmatigheidsverantwoording
V e rantw oo rdelij khe i d dage lij ks b e stu u r
De baten en lasten alsmede de balansmutat¡es moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. ln deze rechtmatigheidsverantwoording licht het dagelijks bestuurtoe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het algemeen bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting, de verordeningen van Historisch Centrum Limburg en met bepalingen in de relevante weten regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het algemeen bestuur op z6 maart 2025 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag, omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het algemeen bestuur bepaald en bedraagt 3o/ovan de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op r 234.489.
De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid zoz4van de Commissie BBV van oktober zoz4.
Bevinding
Het dagelijks bestuur stelt vast dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde grens van c 44.489. ln de paragraaf bedrijfsvoering / rechtmatigheid is op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en op basis van de afspraken met het algemeen bestuur aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid. ln deze paragraaf heeft het dagelijks bestuur ook beschreven welke actie h¡ onderneemt om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen.
3.2
WNT-verantwoording
De WNT is van toepassing op Historisch Centrum Limburg. Het voor Historisch Centrum Limburg toepasselijke
bezoldigingsmaximum isin zoz4 € 233,ooo,-. Dit betreft het algemeen bezoldigingsmaximum.
e. Bezoldiging topfunctionarissen
n. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en Ieidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de tje maand van de functievervulling inclusief degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt.
t4 cou ntants Àúd¡t tÍterlm &advf€r Voor rdÉñrdJ¿¿nedoe¡eiôdèn
ßda¡rme.k1
Gegevens zoz4 bedragen x € r
L. Wiggers
Functiegegevcns
Directeur
Aanvang en einde functievervulling in 2O24
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) Dien stbetrekki ng?
ol-or-24llm 3:--:-z-24
L
Ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare on kostenvergoedi ngen
t z7.B3B,7t
Beloningen betaalbaar op termijn
21.9O3,OO
Subtotaal
749.741177
ndividueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
233.ooo
I
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet
terugontvangen bedrag
o
Bezoldiging
'r.49.744¡71
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
N.v.t
Toelichting op de vordering wegens onverschuldi gde betaling
N.v.t
Gegevens zoz3 bedragen x e r
L. Wiggers
Functiegegevens
Directeur
Aanvang en einde functievervulling in 2023
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
Dienstbetrekki ng?
L-L-2023 Il m 3t-tz- zoz3
L
Ja
Bezoldigings Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
(ß****r Âdiîht"i'iil
Ad"l*
t2:-.764,8o
L5
Beloningen betaalbaar op termijn
zo.647,gz
Subtotaal
742.4L2t72
lndividueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
223.OOO
Bezoldiging
r42.4L2172
d. Topfunctionarìssen inclusief degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt met een totale bezoldiging van € 2.too of minder Gegevens zoz4 NAAM TOPFUNCTIONARIS
FUNCTIE in zoz4 Actief van dd t/m dd
H. Fokke
Voorzitter
:--3-z4Tlm 3r-rz-24
H. Fokke
Lid
t-t-24tlm 29-2-24
J.C.M. Pommer
Lid
:-2-g-24llm 3:-:-z-24
J.M.T. ïeunissen
Lid
L-t-24Llm 3r-r2-24
F.H. Bastiaens
Lid
t-L-24tlm 3r-L2-24
C. Gelderblom
Lid
:-:--z4llm 3r-r2-24
J.M.M. Clemens
Lid
:'-:'-z4llm 3!-!2-24
z. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2024 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.
(ßr** ek
nts
Aud¡t, lnterim & Advler .ro¡, ide.rr lúa!Èd.ele!rde¡ gcrr:il¡crlt
r6
4. Balans met toelichting 3L-L2-2024
3L-L2-2023
Investeringen met een economisch nut
408.692
476.907
Subtotaal vaste activa
408.692
476.907
Balans ACTIVA VASTE ACTIVA
Materiële vaste activa
VLOTTENDE ACTIVA
Uitzettingen rentetypische looptijd < jr
Debiteuren Schatkistbankieren Overlopende activa Overige vorderingen
r.087.097
r.780.624
7.9t5.97t
5.370.178 88.150
90.710 107.270
166322
Liquide middelen 88.725
394.694
504
1.521
Subtotaal vlottende activa
9.290.277
7.801.589
TOTAAT ACTIVA
9.698.968
8. 27A.497
Bankrekeningen Kasgeld
(f**u**r Àudlt, lnter¡m & Adu¡eJ vðor idennlicariedoelÊinden B¿v/a¡rñerh
t7
Balans
3L-L2-2A24
31_-L2-2023
1.203.936
883.492
338.72û
604.O15
PASSIVA EIGEN VERMOGEN
Besteedbaarvernr rgen bestemrningsresèrves Overige reserve Resultaat boekjaar
1.¡t53.236
168.971
Subtotaa I eigen vermogen
2-!)!t5.8tt2
1.656.4t4
VÛORZIENINGEft¡ Ega I i sat- ereken i ng a a n pa55i ng h u u rvergoed i ng
15.273
19.0f11
Egalisatierekening groot onderhoud gebouwen
4.012.26,6
3.725.787
0
328.2"il
Voorzien ing Ww-verpl ichti ngen
Voorziening transit¡e HCL Egal isatierekening bijdragen huurverpl ichtingen CKK Voorzien ing verlofsparen Subtotasl vooreieningen
105.987
115.640
1.107.250
1.236.250
TT.g8 5.318.32s
5.425.{tZ3
162.097
564.984
0
?¿15.907
Netto lopende s(hulden rentetypische looptijd < jr Overige Echulden Reserver¡ng vakantiedagen
Vooruitontvangen bedragen
13.833
15.833
Nogte betalen kosten
1.20{t.821
374.272
Subtotaal schulden op korte termijn
1.:t84.751
1.1!16-!lt'6
TOTAAI PASSIVA
9.698.96S
4.278..497
(G****n À!dlt, Inte.lm & Ädvie! voo. $n¡irj.åf doeieiaden ßeRa¿rre¡rt
:-8
Toelichting op de Balans
3r-t2-2024
3L-L2-2023
4-777.95V
4.6{}2,38S
31,33t,
115.567
ACNVA VASTE ACTIVA
Materië{e va¡te activa Aa nsch aô¡¡aa rde begin boekja ar 8¡ : ¡ nvesterinEen
boekj aa r
t
o
Aanschafwaarde ultimo boekjaar
4.749.2.47
4.717.9t7
Afschri jvi ngen begi n boekjaar
4-247.452
4.139-141"
9S.544
101-909
43rt0.5fi5
4.241.05(1
&)4.592
476.rX17
LOA7.æn
L7a,o.624
7.915,971
s.37Ð.174
Af: desinvesteringen boekjaar
Bij: afschri jvingen boekjaar
o
Af: afsc h ri jvi ngen desi nvesteri n gen boekj aa r
Afschrijvingen
u lti mo boekj aa r
Boekwaarde ultimo boekjaar VTOTIE¡{DE ACTIVA
Vorderingen Debiteuren Dit hetreft het saldo debiteuren per 31 december Schatkistbankie¡en BNG paraplurekening schatkistbankieren
overlopende activa
o
2.511
31"112
3A.{)60
Licenties & hostingkosten
45.949
54-609
Orga nisat¡e. en overhead kosten
12-649
970
9{}.710
aa.15{¡
Directe materi€le lasten Huur CltK
Overþe vorderingen ûoorbereken ing personeelsl asten
t
t7.721
Dienstv€r¡€n ¡ ng en leveringen
o
58,328
IHF ¡n¿. P¡et Xitlaers archief
15.OOO
û
Elek. GaE, Water afrekening
9.247
4"1¿10
TeruEEà af 2ú22 5tXr'ô energi€bel ast¡ ng
74_7a6
24,63.1
Rentebaten
56-737
59-Ð21
o
2,500
Sticht¡ng behoud m¡j nh¡storie Loyalis verzekering
1.59) to7^774
t66321
Rabobank rekening-courant
54-O55
3æ.277
Rabobank bedrijfsSpaa rRekening
34.337
33-989
llquide middelen
BNG betaalrekening schatkistbankieren
313
428
Kasgeld
5t}4
1"623
as.229
336.317
1-7A2.994
2-IXIA32{}
Tota¿l activa
(Gr**,r, ;ñit.hãñ&adñã
19
Toelichting op de Balans
3L-L2-2024
31.-12-2023
1-O52.453
985-943
EIGEiI VERM(}GEH
Bestemmingsreserves Spe ci ficati e ve rloop boe kjo o
r
Stand begin boekjaar Bi
j. toevoegingen boekjaar:
r toevoeging uit bestemmingfondsen eerdere boekjaren * toevoeging uit bestemming voordelig exploitatiesaldo bkjr
231.516
168.971
Af: bestedingen boekjaar
-8{) {)43
-102-491
1.2{X}.936
1.O52.463
- ìvlilitair Gezog van Limbutg
85.5{)t}
85-500
Digitalisering archief Militair gezðg van Límburg
3.170
83-213
J Restauratie registers
6,261
4.741
401.O18
401-O18
* uiþave uit bestemmingsfondsen eerdere boekjaren Stand ultimo boekjaar
Specifiætie sdmenstelìi ng ultimo bækjaar
- incídentele rijksbijdragen DTR-gelden - Legaat - Atelier Materìèle Voorbereiding (AMVI
9.86{}
9-86{}
698-r27
468,131
1.2tX}.536
1.O52.463
604.O15
6{}4,015
Onerþe reserves Specifica ti e ve rl oop bae kjo a r
Stand begin boekjaar
Bij: Af:
-voordeligexploÌtatiesaidobj - onttrekkingt,g.v, bestemrningsreserves
Stand ultimo boekjaar
0
0
265-295
o
338.720
6i04¡15
Voorzieningen Egalisatierekening aanpassing huurvergoeding (arl. 44, I id z voorziening) Deze egalisatierekening heeft betrekking op een in zo16 van het Rijk ontvangen afkoopsom ad e 56.ooo
inzake een te hoge in rekening gebrachte huurvergoeding van het kerk- en kloostercomplex in Maastricht in het verleden, welke jaarlijks conform bestuursbesluit wordt gebruikt ter gedeeltelijke dekking van de huurvergoeding welke het HCL ten behoeve van de huur van het kerk- en kloostercomplex in Maastricht aan het Rrjk verschuldigd is. Deze egalisatierekening loopt t/m einde zozS en kent op dat moment een nul-saldo.
Specificatie verloop boekjaar
2o24
2023
Stand begin boekjaar
1"9.o9L
22.gog
Bij: dotatie t.l.v, exploitatie boekjaar
o
o
Af: vrijval t.g.v. exploitatie boekjaar
3.8r8
3.8r8
Stand ultimo boekjaar
15.273
L9.o91
(kr**,* Àrd-ir,h-ãñããtã
20
Egalisatierekening onderhoud gebouwen (art. 44, lid rc voorziening) Per r januari zorg heeft er op het gebied van gebouwenonderhoud een stelselwijziging plaatsgevonden,
waardoor het (R)HCL sinds die datum verantwoordelijk is voor het gehele onderhoud van de door haar van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) gehuurde gebouwen. Jaarlijks stelt het Rijk middelen ter beschikking ten behoeve van huur en onderhoud van het rijksnionumentale kerk- en kloostercomplex in Maastricht waar het HCL gevestigd is. De kosten van beheer en onderhoud huisvesting Rijkspand bestaan, naast materiële lasten (uitgaven), uit personele lasten (uitgaven) met betrekking tot e¡gen personeel en wel een drietal medewerkers welke voor gemiddeld 750lo belast zijn met beheer- en onderhoudstaken huisvesting Rijkspand. De middelen welke niet ten behoeve van huur en onderhoud worden aangewend, worden toegevoegd aan de egalisatierekening ter dekking van toekomstige onderhoudskosten. Ten aanzien van de vereiste hoogte van de egalisatievoorziening zijn op dit moment geen bestuursafspraken gemaakt. De accountant heeft in haar bevindingen het advies gegeven deze - na uittreding van het Rijk - af te stemmen op de verwachte huur- en onderhoudskosten voortkomend uit het MJOP.
Specificatie verloop boekjaar
2o24
2023
Stand begin boekjaar
3.725787
3.509.039
- jaarbijdrage
L.3o7.279
:..438.548
- materiële lasten
846.8oo
r.o88.3oo
- personele lasten
t74.OOo
133.5oo
4.o:-z.z66
3.725787
Af: kosten beheer en onderhoud boekjaar:
Stand ultimo boekjaar
Voorziening WW-Verplichtingen Onder BBV is het niet toegestaan om een voorziening betreffende toekomstige ww-verplichtingen aan te leggen. lmplicatie is dat de gelden welke in deze voorziening tot en met boekjaar 2023 waren toegevoegd in
zoz4in het resultaat dienen vrij te vallen.
Specificatie verloop boekjaar
2o24
2023
Stand begin boekjaar
328.254
3oo.983
Bij: dotatie t.l.v. exploitatie boekjaar
o
tt7.27r
Af: uitkeringen t.l.v. voorziening boekjaar
o
go.ooo
Af: vrijval in resultaat
328.254
o
Stand ultimo boekjaar
o
328.254
Voorziening transitie HCL (art. 44, lid z voorziening) ln het kadervan toetreding van de gemeente Heerlen perr januari zozo is eind zorg de op dat moment
gevormde voorziening gericht op de eerder beoogde fusie met het SHCL bij bestuursbesluit omgezet in een voorziening transitie HCL, met als doel om de transitiekosten betrekking hebbend op integratie van
k***,l,
Àudlt, lntê,lm 6.Âdvi€s
voor ídcnl¡li.¡ddoddnden
g€w¡¿rmerkl
21"
Maastricht en Heerlen en een toekomstige uittreding van het Rijk te kunnen dekken. Een voorbeeld van deze kosten is de aanbesteding en integratie van de collectiebeheersystemen van beide locaties, welke voor zoz5
I
l
en zoz6 is voorzien. Een ander voorbeeld is de te herziene inrichting van het interne informatiebeheer van het
l 1
HCL, welke na de voorziene uittreding van het Rijk in zozT gaat vallen onder het provinciale toez¡chtskader.
I
Een derde voorbeeld is het BBV-compliant maken van de financiële inrichting van het HCL, welke in zoz4 is
l
ingezet en in zoz5 in de dagelijkse bedrijfsvoering wordt geëffectueerd. Verwachting is dat de voorziening transitie HCL per ultimo 2025 een nul-saldo kent.
l l i I
Specificatie verloop boekjaar
2O24
2023
Stand begin boekjaar
tt 5.64o
m5.64o
Bij: dotatie t.l.v. exploitatie boekjaar
o
o
Af: kosten t.l.v. exploitatie boekjaar
9.653
o
ro5.987
m5.64o
Stand ultimo boekjaar
Egalisatierekening bijdragen huurverplichtingen CKK Heerlen (art. +4,lid z voorziening)
DezeegalisatierekeningheeftbetrekkingopinhetverledennietdoordegemeenteHeerlen inrekening gebrachte huurkosten van het gebruik van HCL van het Thermenmuseum (jan 2020 - aug zozz) en het eerste
- juli zo z3), welke conform bestuursbesluit door het HCL zijn toegevoegd aan de egalisatierekening ter gedeeltelijke dekking van de jaarlijkse huurvergoeding welke het
jaa r van ingebru ikname van de CKK (aug zozz
HCL vanafaugustus 2023 ten behoeve van de huurvan de CKK aan de gemeente Heerlen verschuldigd is.
Vanafde datum aanvang huur CKK Heerlen wordt gedurende de looptijd van de huurverplichting (rojaar, tot en met 3r juli zo3z) jaarlijks/tijdsgelang een evenredig deel van de opgebouwde egalisatierekening vrijvallen ten gunste van de exploitatierekening. Deze egalisatierekening loopt t/m het einde van de huidige huurperiode van de CKK door het HCL, te weten
juli zo3z, en kent per eind juli 2032 een nul-saldo.
Specificatie verloop boekjaar
2o24
2023
Stand begin boekjaar
r.u 36.25o
r..o8o.ooo
Bij: dotatie t.l.v. exploitatie boekjaar
o
2L0.OOO
Af: vrijval t.g.v. exploitatie boekjaar
12g.OOO
53.750
r.ao7.25o
e.z36.z5o
Stand ultimo boekjaar
Voorziening verlofsparen Tot en met boekjaar zoz3 kende het HCL een voorziening voor openstaande vakantiegeldverplichtingen. Conform BBV mag een dergelijke voorziening alleen worden getroffen voor opgebouwde verlofuren in het kader van verlofsparen. Conform de CAO SGO kunnen medewerkers jaarlijks naast hun bovenwettelijke verlofuren vanuit het IKB maximaal r87 verlofuren kopen en toevoegen aan het persoonlijke saldo
verlofsparen. Hiermee kan worden gespaard voor langdurig verlof dan wel vervroegde pensionering. De financiële tegenwaarde van opgebouwde uren in het kader van verlofsparen betreffen uitgesteld loon en zijn daarmee een toekomstige verplichting naar medewerkers.
(ß*¡**,r, Aud¡t, l¡ler¡fr & Adv¡èi yco¡ ;¡nrii.¿ùdo.l¡ìdeñ
grwrårmeikt
22
De financiële tegenwaarde van alle andere opgebouwde vakantiedagen valt daarmee vrij in het resultaat over
2024.
Specificatie verloop boekjaar
2023
2o24 o
o
Bij: dotatie t.l.v. exploitatie boekjaar
77.548
o
Af: vrijval t.g.v. exploitatie boekjaar
o
o
Stand begin boekjaar
Stand ultimo boekjaar
77.548
Schulden op korte termijn
Crediteuren
3L-t2-2O24 ::6z.o97
3r-t2-2o23 564.984
Dit betreft de ultimo boekjaar openstaande schulden aan crediteuren volgens de uit de financiële administratie opgemaakte saldilijst.
Vooruitontvangen bedragen Huur archiefruimte
Nog te betalen kosten Personele lasten
3r-a2-2O24
3t-t2-2023
13.833
15.833
3r-!2-2O24
3!-r2-2023
89:-.472
54.87U.
22.445
Directe materiële lasten Huisvestingskosten
133.335
90.585
Organisatie- en overheadkosten
58.884
n.467
Omzetbelasting 4e kwartaal
?-25.a4r
168.9o5
o
245.907
r.zo8.83z
6t6.t79
Vakantiedagenverplichting
(&*'**r, Ard-¡iñãffiõd"t". voo. ideníltal¡do.l.¡¡deo ssá¿rne¡h
23
5. Grondslagen Algemeen Algemene waarderingsgrondslag De algemene grondslag voor de waardering van de activa en passiva, alsmede voor de bepaling van het
resultaat, is de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Voor zover niet anders vermeld, worden activa en passiva opgenomen voor de nominale waarde.
Grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening Deze jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). De waardering van activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische
kosten. Tenzij bij de betreffende grondslag voor de specifieke balanspost anders wordt vermeld, worden de activa en passiva genomen tegen nominale waarde. Voor zover het BBV niet anders voorschrijft, zijn de baten en lasten toegerekend aan de periode waarop deze
betrekking hebben. Baten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Lasten en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.
Grondslagen voor de waardering van act¡va en pass¡va Materiële vaste activa lnvesteringen met een economisch nut zijn investeringen in zaken die verhandelbaar zijn en/of kunnen bijdragen aan het genereren van middelen. De materiële vaste activa worden gewaardeerd op verkrijgingsprijs verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen.
Ontvangen investeringssubsidies worden in mindering gebracht op de geì'nvesteerde bedragen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend op basis
van een vast percentage van de verkrijgingsprijs, rekening houdend met een eventuele restwaarde. Er wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikneming.
Voorraden De voorraden worden gewaardeerd tegen inkoopprijs of lagere marktwaarde
Uitzettingen en overlooende activa De uitzettingen en overlopende activa worden opgenomen tegen geamortiseerde kostprijs, voor zover
noodzakelijk onder aftrek van een voorziening voor het risico van oninbaarheid. De posten hebben een verwachte looptijd van maximaal één jaar.
(fti**u* Audlt, lnterlm & Adviês Voo! :dÈnìif c¿ado¿l¡ind¿¡ g¿v3¡iñcrkt
24
Liquide middelen De liquide middelen (bestaande uit kas- en banksaldi) worden gewaardeerd op de nominale waarde en staan,
voor zover niet anders vermeld, ter vrije beschikking aan de organisatie.
Algemene reserve De algemene reserve dient als algehele buffer om toekomstige tegenvallers te kunnen opvangen
Bestemm inosreserves
Onder een bestemmingsreserve wordt verstaan een reserve waaraan door het bestuur een bepaalde bestemming is gegeven. Het bedrag van de bestemmingsreserve ultimo het jaar dient onderbouwd te zijn met bestuursbesluiten van het algemeen bestuur dan wel opgenomen te zijn in het voorliggende voorstel tot resultaatbestemm ing.
Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de
bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorzieningen worden opgenomen voor de nominale waarde.
Vaste schulden
Onder de vaste schulden worden schulden opgenomen met een resterende looptijd van meer dan één jaar. De schulden worden gewaardeerd op de geamortiseerde kostprijs.
Netto vlottende schulden en overlopende passiva De netto vlottende schulden en overlopende passiva worden opgenomen tegen geamortiseerde kostprijs en
hebben een verwachte looptijd van maximaal één jaar.
Langlopende niet uit de balans blijkende verplichtingen Langlopende verplichtingen die niet blijken uit de balans, worden vermeld in de toelichting op de balans onder
"Niet uit de balans blijkende informatie".
Grondslagen voor de resultaatbepaling
Algemeen Het resultaat wordt bepaald als het verschil tussen de bedrijfsopbrengsten en alle hiermee verbonden, aan het verslagjaartoe te rekenen kosten. De kosten worden bepaald met inachtneming van de hiervoorvermelde waarderingsgrondslagen. Baten worden verantwoord in het jaarwaarin de opbrengst is gerealiseerd. Lasten worden in aanmerking genomen in het jaar waarin deze voorzienbaar zijn. De overige bedrijfskosten worden opgenomen tegen uitgaafsprijs.
frt***1, ffififfi V@r i&nùlÉ¿riedoeleind¿n
f dèà.me*i
25
Pensioenpremies De organisatie heeft voor zijn werknemers een toegezegd-pensioenregeling. Hiervoor in aanmerking
komende werknemers hebben op de pensioengerechtigde leeftijd recht op een pensioen dat afhankelijk is van leeftijd, salaris en dienstjaren. De regeling is ondergebracht bij het bedrijfstakpensioenfonds ABP. De organisatie heeft geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in geval van een tekort bij
het ABP, anders dan het effect van hogere toekomstige premies. De pensioenregeling is daarom verwerkt als een toegezegde-bijdrage-regeling
en heeft alleen de verschuldigde premies tot en met het einde van het
boekjaar in de jaarrekening verantwoord.
Grondsla gen voor de rechtmatigheidsvera ntwoord i n g
Algemeen De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording
is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat:
De rechtmatigheidsverantwoording
toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten en
balansmutaties; De financiële rechtmatigheid betrekking heeft op het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium
en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium: o Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op z6 maart zoz5 door
het algemeen bestuur is vastgesteld; o Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten
onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario's in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderschrijding van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt ind¡en ze niet tijdig aan het algemeen bestuur zijn gemeld. o Ten aanzien van het M&O criterium geldt het M&O beleid van onze organisatie bij het voorkomen
en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik.
De rechtmatigheidsverantwoording
is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid zoz4 van
de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat: Een verantwoordingsgrens van3o/o (zijnde e 44.489) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen;
Een rapporteringstolerantie van € z5.ooo,- is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de
paragraaf bedrijfsvoerin g worden opgenomen.
z6
6. Overige gegevens 6.e Controleplicht Op basis van de GR HCL, het BBV en het Besluit Accountantscontrole decentrale overheden (BADO) is door Kalnenek accounts een accountantscontrole uitgevoerd. De accountant is gevraagd een oordeel te geven op de vraag of de jaarrekening van HCL het door de wet vereiste inzicht geeft. De uitslag van het onderzoek is
door de accountant weergegeven in een controleverklaring over de getrouwheid van de jaarrekening, waaronder de in de jaarstukken opgenomen rechtmatigheidsverantwoording van het dagelijks bestuur. Daarnaast moet de jaarrekening voldoen aan de wettelijke bepalingen inzake de jaarrekening zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de bepalingen van en krachtens de Wet normering topinkomens (WNT).
6.2 Statutaire bepalingen inzake resultaatbestemming Volgens de GR HCL, artikel zu kan het saldo worden bestemd voor vorming van of toevoeging aan de reserve. De hoogte van de reserve wordt bepaald door het algemeen bestuur, gehoord de minister en de raden van de gemeenten. Voor zover een batig saldo niet wordt aangewend voor de reserve wordt het saldo naar rato uitgekeerd aan de deelnemers. De reserve bedraagt niet meer dan ro0lo van de gezamenlijke bijdragen van de minister en de gemeenten, tenz¡j door hen gezamenlijk een ander percentage wordt vastgesteld.
6.3 Voorstel Met het voorleggen van de jaarrekening aan het dagelijks bestuur en - na zienswijze - het vaststellen door het algemeen bestuur wordt het bestuur verzocht om:
r. ln te stemmen met en vaststellen van de jaarrekening zoz4. z. ln te stemmen met het voorstel het resultaat van € 1.453.236 als volgt aan te wenden:
a) lnstellen van een Bestemmingsreserve Restant vakantiedagen met toevoeging van een bedrag van e 2r7.4!r, als vervanging voor de huidige post Reservering vakantiedagen welke volgens BBV niet is toegestaan.
b) lnstellen van een Bestemmingsreserve WW-verplichtingen met toevoeging van een bedrag van e 353.926, als vervanging voor de huidige Voorziening WW-verplichtingen welke volgens BBV niet is toegestaan. c) lnstellen van een specifieke Bestemmingsreserve Maastricht met - conform lumpsumverhouding met Heerlen - toevoeging van een bedrag van c 485.o44r waarmee specifieke activiteiten ten behoeve van specifiek Maastricht kunnen worden gefinancierd. Te denken valt aan wettelijke verplichtingen zoals een dekking voor het afnemen van e-depot dienstverlening in zoz5 en verder waarvoor anders in de vorm van een aanvullende bijdrage zou dienen te worden betaald, het digitaliseren van bouwtekeningen ofandere specifieke veel geraadpleegde archieven van de gemeente Maastricht, het aantrekken van een educatief medewerker, of het organiseren van aanvullende publieksactiviteiten
gericht op Maastricht.
d) lnstellen van een specifieke Bestemmingsreserve Heerlen met - conform lumpsumverhouding met Maastricht - toevoeging van een bedrag van c a96.854, waarmee specifieke activiteiten ten behoeve van specifiek Heerlen kunnen worden gefinancierd. Te denken valt aan wettelijke verplichtingen zoals een dekking voor het afnemen van e-depot dienstverlening in zoz5 en verder waarvoor anders in de
(ß***r, ;'d-fi;iffiñG
27
vorm van een aanvullende bijdrage zou dienen te worden betaald, of het digitaliseren van bouwtekeningen ofandere specifieke veel geraadpleegde archieven van de gemeente Heerlen
6.4 Gebeurtenissen na balansdatum Geen.
6.5 Personele bezetting Het gemiddeld aantal medewerkers is op 3r december zoz4: 56,99 Fte
6.6 WNT-verantwoording De WNT-verantwoording is opgenomen na de toelichting op de baten en lasten (hoofdstuk 3.r)
6.7 Rechtmatigheidsverantwoording De rechtmatigheidsverantwoording
is opgenomen na de toelichting op de baten en lasten (hoofdstuk 3.2)
6.8 Controleverklaring De controleverklaring is opgenomen in hoofdstuk 7
(k***,n ñit,h-ãrÌ'"ññ; v@r'4¡llf
ca!edoeleinden ßd¡¿¡merki
z8
T. Controleverklaring
29 s õ¡
voôr idenrirìc¿ridoeleinden
ßeeaãmerkr
(kå*r,,ftTfi,, Audit, lnterim & Advies
CONTROLEVERKIARI NG VAN DE ONAFHAN KELIJKE ACCOUNTANT Aan: het algemeen bestuur van Gemeenschappelijke Regeling Historisch Centrum Limburg
Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening2O24 Ons oordeel
Wij hebben de jaarrekening 2024 van Gemeenschappelijke Regeling Historisch Centrum Limburg (hierna 'Historisch Centrum Limburg') te Maastricht gecontroleerd. Naar ons oordeel geeft de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van de baten en lasten over 2024 en van het vermogen van Historisch Centrum Limburg op 31 december 2024 in overeenstemm¡ng met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De jaarrekening bestaat uit:
1. het overzicht van baten en lasten over 2024; 2. de balans per 31 december 2024; 3. de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen, waaronder de rechtmatigheidsverantwoording van het dagelijks bestuur over de financiële rechtmatigheid van baten, lasten en balansmutatie s over 2Q24.
De basis voor ons oordeel
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), het controleprotocol dat is vastgesteld door het algemeen bestuur van Historisch Centrum Limburg d.d. 26 maart 2025 en het Controleprotocol Wet normering topinkomens (WNT) 2024 vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie 'Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening'.
Wij zijn onafhankelijk van Historisch Centrum Limburg zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accou nta nts (VGBA).
Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
lnformatie ter ondersteuning van ons oordeei Wij hebben onze controlewerkzaamheden bepaald in het kader van de controle van de jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover. Onderstaande informatie ter ondersteuning van ons oordeel en onze bevindingen moeten in dat kader worden bezien en niet als afzonderlijke oordelen of conclusies.
Material¡te¡t Op basis van onze professionele oordeelsvorming hebben wij de materialiteit voor de jaarrekening als geheel bepaald op EUR 77.000. De bij onze controle toegepaste goedkeuringstolerantie bedraagt voor fouten 1% en voor onzekerh eden 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan reserves, zoals voorgeschreven in artikel 2 lid 1 Bado.
Daarbij zijn voor de controle van de in de jaarrekening opgenomen WNT-informatie de materialiteitsvoorschriften gehanteerd zoals vastgelegd in het Controleprotocol WNT 2024. Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve redenen materieel zijn, zoals ook bedoeld in artikel 3 Bado.
fu-nenek u ntants
Audit, lnterim 6r Advies
Wij zijn met het algemeen bestuur overeengekomen dat wij aan het algemeen bestuur tijdens onze controle geconstateerde afwijkingen boven de EUR 25.000 rapporteren alsmede kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve of WNT-redenen relevant zijn. Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd
ln ôvereenstemming met het Controleprotocol WNT 2024 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1, sub n en o Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. Dit betekent dat w¡j niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNTplichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelicht¡ng juist en volledig is. Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen andere ¡nformat¡e De jaarstukken omvatten andere informatie, naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij. Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie met de jaarrekening verenigbaar is en geen mater¡ële afwijkingen bevat.
Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat. Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening. Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie waaronder het jaarverslag, de programmaverantwoording en de paragrafen in overeenstemming met het BBV.