CConstaterende datHeerlen
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Actualisering Speelruimtebeleid gemeente Heerlen 2024 - kwalitatieve en kwantitatieve norm

Raadsvergadering 24 september 2025, gemeente HeerlenBij agendapunt: Actualisering speelruimtebeleid4.953 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Actualisering Speelruimtebeleid Gemeente Heerlen (2024)

Actualisering Speelruimtebeleid gemeente Heerlen Een update naar hedendaagse criteria en een actuele inventarisatie van speelplekken in Heerlen 2024

1

Actualisering Speelruimtebeleid Gemeente Heerlen (2024)

Overzicht A. Inleiding: de hedendaagse Heerlense visie op speelruimte Aanleiding: de gezondheid van de kinderen van Heerlen Definitie: wat is een speelplek en voor wie? De hedendaagse Heerlense speelambitie

H. 1: Een kwantitatieve analyse van de Heerlense speelplekken: wat zeggen de cijfers? H. 1.1. Een kwantitatieve analyse op stadsniveau Aantal speeltoestellen per 1000 inwoners of per kind Informeel spelen in parken en plantsoenen Het effect van speeltuinverenigingen Kwantitatieve analyse – conclusie stadsniveau H. 1.2. Een kwantitatieve analyse op wijkniveau De verdeling van speelplekken en speeltoestellen per wijk Inspelen op behoeften vanuit verschillende leeftijdscategorieën Koppeling naar inrichting op straatniveau

H. 2: Een kwalitatieve analyse van de Heerlense speelplekken: hoe aantrekkelijk zijn onze speelplekken? H. 2.1 Vijf criteria voor een aantrekkelijke speelplek H. 2.2 Inventarisatie van 170 speelplekken in Heerlen H. 2.3. Kwalitatieve analyse op stadsniveau De vertegenwoordiging van onze vijf criteria – stadsbreed Aanpalende thema’s voortkomend uit de inventarisatie o Het ontwerp van de plek o Het betrekken van omwonenden o Sociale veiligheid als factor voor succes o Een plek voor de jeugd o Beheer: aandacht voor overlast

Conclusies en aanbevelingen Adviezen voor het opwaarderen van bestaande speelplekken Financiering

2

Actualisering Speelruimtebeleid Gemeente Heerlen (2024)

A. Inleiding: de hedendaagse Heerlense visie op speelruimte Aanleiding - de gezondheid van de kinderen van Heerlen De belangrijkste aanleiding voor het hernieuwen van deze visie op buitenspelen, is de gezondheid van de kinderen van Heerlen. Diverse onderzoeken tonen de effecten van bewegen in de buitenlucht op hun lichamelijke, maar ook het psychische welbevinden. Een speelruimte is daarnaast vaak ook een plek voor ontmoeting met andere kinderen en voor ouders onderling. Zodoende kan deze een waardevolle bijdrage zijn aan de sociale cohesie in de buurt. De beweegrichtlijn voor kinderen is minimaal 1 uur per dag intensief bewegen. Het voorzien in kwalitatieve speelruimte buiten draagt hieraan bij. Daarnaast krijgen kinderen, mede door het hedendaagse gebruik van diverse soorten media, te maken met extra veel prikkels. We denken dat buitenspelen zorgt voor stressreductie, omdat de kinderen in de voorziene buitenruimte ‘stoom afblazen’ en hun eigen creativiteit en fantasie weer kunnen doen gelden. In deze visie beschrijven we de voorwaarden waaraan onze speelruimte moet voldoen, afgestemd op het hedendaagse beleid. Hierin hebben klimaatadaptatie (schaduwplekken), natuurlijk spelen en inclusiviteit (ook ruimte bieden aan andere generaties) een zwaardere rol gekregen.

Ook kijken we opnieuw of bestaande waarden, zoals de veiligheid en de toegankelijkheid van de speelplekken, nog voldoet aan de huidige eisen. Definitie: wat is een speelplek en voor wie? Wat is een speelplek? Wij denken dat dit niet altijd een omheinde speeltuin hoeft te zijn. De natuur biedt vaak volop speelaanleidingen, zoals klimbomen en waterelementen. Ook kinderboerderijen, trapveldjes en schoolpleinen worden gezien als speelplekken. Daarnaast vraagt een oudere groep kinderen (12-18 jaar) eveneens hun plek in de buitenruimte. Jongeren zoeken gelegenheid om leeftijdgenoten te ontmoeten, samen te sporten, muziek te luisteren. Het onderzoeken naar mogelijkheden voor Jongerenontmoetingsplekken (JOP’s) is van belang om overlast te voorkomen, die ontstaat wanneer deze groep conflicteert met de jongere groep kinderen (0-12 jaar). Tot slot vragen we aandacht voor de daaropvolgende generaties (volwassenen en ouderen), die eveneens baat hebben bij bewegen in de buitenruimte. Onze visie op wat een speelplek is en voor wie, is hiermee dus aan het verruimen.

3

Actualisering Speelruimtebeleid Gemeente Heerlen (2024)

De hedendaagse Heerlense speelambitie Wat is de norm voor een goede buitenspeelruimte in Heerlen? Hierin maken we onderscheid tussen een kwantitatieve en een kwalitatieve norm. Binnen de kwantitatieve norm kijken we naar de cijfers, de verhouding van het aantal speelplekken tot het aantal kinderen in de buurt. Past de vraag van de betreffende buurt bij het aanbod dat de gemeente biedt? Bij de kwalitatieve norm kijken we naar de aantrekkelijkheid van de betreffende speelplekken. De gemeente Heerlen beheert momenteel zo’n 170 buitenspeelplekken. Binnen onze visie willen we in kaart brengen, hoe deze speelplekken eraan toe zijn. Passen zij nog in onze hedendaagse ambitie, waarin klimaatadaptatie, natuur en ruimte voor diverse generaties een belangrijkere plek krijgen? We toetsen dit, door een aantal belangrijke criteria te formuleren en alle speelplekken te inventariseren. Hoe gaan we om met de huidige plekken en wat doen we met toekomstige verzoeken uit de buurt? Doel is om met als basis de kwantitatieve en de kwalitatieve analyse van onze speelplekken, richting te kunnen geven aan het speelruimtebeleid.

4

Actualisering Speelruimtebeleid Gemeente Heerlen (2024)

H. 1: Een kwantitatieve analyse van de Heerlense speelplekken: wat zeggen de cijfers? H. 1.1. Een kwantitatieve analyse op stadsniveau In 2015 heeft Antea Group een kwantitatieve analyse gedaan naar de speeltuinen van Heerlen. Hierin zijn de cijfers met betrekking tot diverse aspecten van spelen vergeleken met ruim 80 andere gemeenten (benchmark). Opvallende conclusies uit het onderzoek zijn hieronder kort per thema beschreven: Aantal speeltoestellen per inwoner of per kind In vergelijking met 80 landelijke gemeenten heeft de gemeente Heerlen in 2015 de volgende score als het gaat om het aantal speeltoestellen per 1000 inwoners:

Benchmark: 13 speeltoestellen/1000 inwoners

Heerlen: 7 speeltoestellen/1000 inwoners

In verhouding met andere gemeenten kunnen we op basis van deze cijfers concluderen, dat Heerlen in de openbare ruimte fors minder speeltoestellen beheert per 1000 inwoners. Nu wil het feit dat in de gemeente Heerlen in 2015 relatief minder kinderen wonen dan gemiddeld in Nederland. Dit maakt dat een nieuwe vergelijking ontstaat:

Benchmark: 78 speeltoestellen/1000 kinderen

Heerlen: 52 speeltoestellen/1000 kinderen

5

Actualisering Speelruimtebeleid Gemeente Heerlen (2024)

Informeel spelen in parken en plantsoenen Voorzichtige conclusie kan zijn, dat de gemeente dan nog steeds in minder speeltoestellen per kind voorziet dan gemiddeld in Nederland. Hier tegenover staat echter, dat een speelplek niet altijd een speeltoestel hoeft te zijn. Het zogenoemde informeel spelen, bijvoorbeeld in de vorm van park, plantsoen en plein, geldt voor kinderen eveneens als speelaanleiding.

Benchmark: 52 m2 groen per inwoner

Heerlen: 71m2 groen per inwoner

Als we puur kijken naar het aandeel park en plantsoen per inwoner, scoort de gemeente Heerlen zeer bovengemiddeld, namelijk met de beste van alle Limburgse gemeenten. Dus ten aanzien van informeel spelen is in Heerlen juist meer dan gemiddeld ruimte aanwezig. Dit beeld wordt bevestigd door atlasgegevens van het gemiddeld aantal kinderen per hectare speelruimte. Het effect van speeltuinverenigingen (SPV’s, niet-gemeentelijk) Een andere indicator is het positieve effect van de Speeltuinverenigingen (SPV’s): besloten speeltuinen die particulier beheerd zijn. Zij vormen een betekenisvolle aanvulling op de gemeentelijke speelplekken. Het spelaanbod in de SPV’s is hoog en gevarieerd, waardoor zij kinderen voorzien in een lange speeltijd. Daartegenover staat, dat deze niet-gemeentelijke speeltuinen niet openbaar toegankelijk zijn, maar binnen gestelde openingstijden en tegen een bepaald tarief. De gemeente Heerlen telt ook hier een bovengemiddeld aantal SPV’s (nb: benchmark nog niet bekend). Actualiteit van de cijfers In de afgelopen twee decennia (1995-2024) is het aantal inwoners van de gemeente gedaald met 9,1% (van 6.274 inwoners in 1995 tot 87.498 inwoners in 2024). De ontwikkeling van de data in de tijd volgt een duidelijk dalende trend: de cijfers dalen bijna ieder jaar.

Voor het aantal hectare park en plantsoen per inwoner, alsmede het aantal speeltoestellen per inwoner (en aantal SPV’s per kind) is wellicht sprake van een gunstige beïnvloeding, gezien deze cijfers dan relatief stijgen.

6

Actualisering Speelruimtebeleid Gemeente Heerlen (2024)

Kwantitatieve analyse – conclusie stadsniveau Als we kijken naar het aantal speeltuinen per 1000 inwoners, scoort Heerlen landelijk gezien lager dan gemiddeld (7 speeltoestellen/1000 inwoners, iets meer dan de helft van het landelijk gemiddelde: 13/1000 inwoners). Dit getal wordt verzacht door het relatief lagere aantal kinderen per 1000 inwoners in de gemeente (52/1000 inwoners, dit is ongeveer 2/3 van het gemiddelde). Maar als we het concept speelruimte breder bekijken en het informele spelen erbij betrekken, zien we dat de teller de andere kant op slaat. Landelijk gezien scoort Heerlen namelijk in de hoogste categorie als het gaat om het aandeel park en plantsoen per landoppervlak van de gemeente. Dit werkt door in een relatief zeer laag aantal kinderen per hectare speeloppervlak. Daarbij genomen telt Heerlen bovengemiddeld veel SPV’s, die het aantal speeltoestellen per kind significant doet stijgen ten opzichte van de benchmark. De analyse van Antea Group is verricht in 2015. Sindsdien is het inwoneraantal van de gemeente Heerlen jaarlijks afgenomen. Dit heeft invloed op de verhouding tussen de aanwezige speelruimte en het aantal kinderen waarover deze verdeeld is: naar verhouding is de vraag afgenomen en het aanbod gestegen.

Op stadsniveau zouden we dus de voorzichtige conclusie kunnen trekken, door een kwantitatieve bril gezien, dat Heerlen in genoeg speelruimte voorziet voor haar inwoners.

H. 1.2. Een kwantitatieve analyse op wijkniveau Als we verder inzoomen op de verdeling van speelplekken en speeltoestellen per wijk, levert dit een blik op de verschillen per wijk. Opvallend is dat als we puur kijken naar het aantal toestellen per 1000 kinderen, sommige wijken een zeer grote afwijking lijken te hebben van het landelijk gemiddelde: hun score lijkt ondergemiddeld. Dit heeft echter in veel gevallen te maken met de aanwezigheid van de speeltuinverenigingen (SPV’s) in de betreffende wijken. De gemeente concurreert in principe niet met de SPV’s, waardoor in de wijk het aanbod van beide partijen elkaar aanvult. Zie hiervoor onderstaande tabel. De voorlaatste kolom laat de score zien voor de gemeentelijk speelplekken. De laatste kolommen laat de score zien, wanneer we hierbij het aanbod van de SPV’s optellen. Waar sommige wijken eerst onder het landelijk gemiddelde scoren, overtreffen ze juist de benchmark door het aanbod van de SPV’s.

7

Actualisering Speelruimtebeleid Gemeente Heerlen (2024)

Puur gericht op de score (het aantal toestellen per 1000 kinderen), hebben we dus een realistischer beeld van hoe vraag en aanbod op elkaar aansluiten, als we kijken in de laatste kolom. Daar waar de cijfers rood gemarkeerd zijn, ligt zelfs inclusief de SPV’s een aanbod dat lager is dan de vraag. Op basis van deze cijfers zouden de wijken Caumerveld-Douve Weien, Molenberg en Rennemig bijvoorbeeld aandacht verdienen. Een nadere analyse is nodig om te zien hoe de verdeling is in de wijk. Voor Heerlerbaan-Schil geldt ook een onder gemiddelde score op basis van deze cijfers, maar hierbij kunnen we in acht nemen dat het aangrenzende HeerlerbaanCentrum juist meer dan het dubbele scoort met de aanwezigheid van de plaatselijke SPV. De cijfers leren ons niet alleen de kwantitatieve verdeling binnen de gemeente, maar ook dat scores niet op zichzelf staan. De aanwezigheid van andere (nietgemeentelijke) indicatoren heeft een aanzienlijke invloed op hoe vraag en aanbod op elkaar aansluiten. Daarnaast is binnen de wijk nog een verfijningsslag te slaan. Ervaring leert, dat bevolkingssamenstelling van delen van de wijk (tot op straatniveau) significant kan verschillen. Ook verandert uiteraard de leeftijdsopbouw van een wijk in de tijd. De behoeften van de opgroeiende jeugd verandert dan mee. Vanuit beleid kan het een uitdaging zijn om voortdurend in te blijven spelen op veranderende behoeften.

8

Actualisering Speelruimtebeleid Gemeente Heerlen (2024)

Inspelen op behoeften vanuit verschillende leeftijdscategorieën De gemeentelijke speeltoestellen zijn gecategoriseerd in drie leeftijdsgroepen: - 0-6 jaar - 6-12 jaar - 12-21 jaar De sport- en beweegtoestellen voorzien in de behoefte van (jong)volwassenen en ouderen. Om een realistisch beeld te krijgen van de behoeften op straatniveau, leert de ervaring dat cijfers leeftijdsopbouw (op wijkniveau) niet meer afdoende zijn. Het gesprek aangaan met omwonenden (opvoeders en eventueel kinderen), bijvoorbeeld door het organiseren van buurtbijeenkomsten, is dan de meest voor de hand liggende manier om inzicht te krijgen in de meest passende inrichting van de plek.

9

Actualisering Speelruimtebeleid Gemeente Heerlen (2024)

H 2 Een kwalitatieve analyse van de Heerlense speelplekken: hoe aantrekkelijk zijn onze speelplekken? H 2.1 Vijf criteria voor een aantrekkelijke speelplek Wat bepaalt, of een speeltuin vandaag de dag aantrekkelijk is? We denken dat dit sterk samenhangt met de kwaliteit van de speelplek, gemeten op meerdere aspecten (criteria). Daarom spitst dit hoofdstuk zich toe op de gemeten kwaliteit van de huidige, bestaande speelplekken in Heerlen. Hoe verhoudt deze kwaliteit zich, tot de ambitie die wij als gemeente voeren op het gebied van klimaatadaptatie, natuur en diversiteit, inclusiviteit, efficiënt ruimtebruik, toegankelijkheid? Dit zijn de vijf criteria die wij gebruiken om de huidige speelplekken te toetsen. Vanuit de uitkomsten van deze toets, de zogenaamde quickscans over zo’n 200 speelplekken in Heerlen, kunnen wij ons speelruimtebeleid gerichter vorm geven. 1. Groene en koele speelplekken Klimaatadaptatie krijgt in het huidige gemeentebeleid steeds meer aandacht. Hittestress, droogte, maar ook juist het vasthouden van (regen)water staan hoog op de agenda. De inrichting van onze buitenruimte zal dus meer op afgestemd worden op het omgaan met de huidige weersextremen. In de hittestresskaarten kunnen we zien, dat versteende plekken, zeker zonder aanwezigheid van bomen, vragen om interventie. Dit geldt ook voor sommige van onze bestaande speelplekken.

Middels een schouw van deze bestaande speelplekken kunnen we een goed beeld krijgen van waar het wenselijk is om deze te verkoelen. Het plaatsen van bomen (liefst met het oog op een lange levensduur) draagt significant bij aan het comfort en aan de gezondheid van de gebruikers van die speelplek. Vragen voor schouw: is de speelplek koel genoeg? Moeten bomen bijgeplaatst worden voor meer beschutting? 2. Natuurlijk en avontuurlijk spelen Groen herwint haar plek in de dagelijkse leefomgeving van mensen. Dit is niet alleen goed voor de gezondheid van de inwoners van Heerlen, maar ook voor de biodiversiteit. In de inrichting van de buitenruimte proberen we hieraan bij te dragen, door meer gebruik van kleurrijke (vaste) planten om de soortenrijkdom te vergroten. Daarnaast geven de levendige kleuren een aantrekkelijker beeld van de leefomgeving. Bij speelplekken kunnen wij hierop inspelen, door voor ‘kindvriendelijke’ soorten te kiezen, die niet giftig

10

Actualisering Speelruimtebeleid Gemeente Heerlen (2024)

zijn. Eetbare vruchten en aantrekkingskracht op kinderen.

bloemen

hebben

een

natuurlijke

Landelijk zien we een trend in het toepassen van meer natuurlijke speeltoestellen. Deze bieden een avontuurlijk en gevarieerd speelaanbod voor kinderen. Spelen, natuur en educatie raken hiermee steeds meer verweven. Door middel van een schouw van de huidige speelplekken krijgen we zicht op de kwaliteit van ons speelaanbod. Hieronder valt niet alleen de staat waarin de toestellen verkeren, maar ook de diversiteit ervan. We kunnen zo in kaart brengen, waar kansen liggen om speelplekken natuurlijker in te richten. Dit kan bijvoorbeeld door een natuurlijke valondergrond (gras, schors, zand) of mogelijk door het vervangen van versleten toestellen door natuurlijke, houten speelelementen. Vragen voor schouw: wat is de staat van de toestellen? Is het speelaanbod gevarieerd genoeg? Kunnen versleten toestellen vervangen worden door natuurlijk spelen? Is de ondergrond passend, of kan deze wellicht vervangen worden door een natuurlijke ondergrond? 3. Inclusiviteit Het creëren van een omgeving waarin diverse groepen tot hun recht komen, krijgt in Heerlen steeds meer belang. Voor het speelruimtebeleid is dit vooral van toepassing op het inpassen van meerdere generaties. Kinderen in de leeftijd van 0-12 jaar hebben vaak al hun plek in de buurt, in de middel van blokplekken met diverse speelaanleidingen. De oudere kinderen in de leeftijd van 12-18 jaar hebben daartentegen andere behoeften.

Als oudere kinderen hun toevlucht zoeken tot de blokplekken van de jongere kinderen, kan hierdoor wrijving ontstaan. Middels een schouw kunnen we zicht krijgen op de gebruikers van de plek. Bij aanwijzingen van (overlast door) het gebruik van blokplekken door oudere kinderen, kunnen we de mogelijkheden onderzoeken voor de inrichting van een aparte jongerenontmoetingsplek in de buurt. Naast kinderen vragen ook volwassenen en ouderen hun plek in de buitenruimte. Op speelplekken kunnen we faciliteren dat ook deze doelgroepen comfort ervaren, bijvoorbeeld middels voldoende zitgelegenheid en beschutting. Comfortabele en goed bereikbare bankjes, die overzicht bieden over de speelplek zijn hier van belang, liefst omringd door schaduwrijke beplanting.

11

Actualisering Speelruimtebeleid Gemeente Heerlen (2024)

Vragen voor de schouw: zijn er aanwijzingen voor (oneigenlijk) gebruik door jongeren, bijvoorbeeld door graffiti of hangplekken? Zijn er voldoende zitmogelijkheden voor volwassenen en ouderen? Zijn die zitmogelijkheden beschut tegen de zon? 4. Efficiënt gebruik van beheerde ruimte Niet alleen de uitvoering, maar ook de compositie van de toestellen binnen de speelplek is bepalend voor de kwaliteit en de aantrekkelijkheid. Bij speelplekken waar de toestellen te dicht opeen staan, kan dit een risico vormen voor de veiligheid. Bij speelplekken waar teveel ongebruikte ‘obstakelvrije’ ruimte om de toestellen heen ligt, zijn de beheerkosten mogelijk onnodig hoog. In de laatste optie ligt wellicht een kans om speelaanleidingen bij te plaatsen en zo het speelaanbod gevarieerder te maken. Of om ongebruikte, door de gemeente beheerde ruimte groen in te richten, voor een comfortabelere en gezondere beleving. Vragen voor de schouw: is de verhouding tussen de obstakelvrije ruimte en (het aantal) geplaatste toestellen goed, zijn de toestellen goed verdeeld? Liggen kansen om speelaanleidingen bij te plaatsen, of om juist te vergroenen, daar waar beheerde ruimte niet efficiënt is benut? Moeten toestellen verwijderd of vervangen worden door kleinere speelaanleidingen, ten behoeve van de veiligheid? 5.

Toegankelijkheid De bereikbaarheid van een speeltuin voor de betreffende doelgroep blijft altijd een criterium voor het succes van de plek. Op de route van de voordeur naar de blokplek zijn veilige oversteekplaatsen, eventueel kleurrijk gemarkeerd om automobilisten alert te maken, een belangrijke voorwaarde. Zogenaamde ‘kindlinten’ kunnen een uitkomst bieden bij onveilige verkeerssituaties. Daarnaast kijken we naar de breedte van de stoepen (bij voorkeur met een comfortabele breedte van minimaal 1.80m i.v.m. gebruik van o.a. buggy’s, kinderfietsjes en rollators). Voor dezelfde doelgroep is toegankelijkheid een criterium binnen de speelplek zelf. We denken hierbij aan (half)verharde paden naar de zitplekken toe. Zo vergroten we ook de aantrekkelijkheid van de speelplekken voor mensen met een beperking. Vragen voor de schouw: is de speelplek op een veilige manier bereikbaar? Zijn er voorzieningen om automobilisten alert te maken op overstekende kinderen? Is de plek verkeersluw? Zijn de stoepen breed genoeg? Zijn de voorzieningen binnen de speelplek goed bereikbaar?

12

Actualisering Speelruimtebeleid Gemeente Heerlen (2024)

H. 2.2 Inventarisatie van 170 speelplekken in Heerlen Om een betrouwbaar beeld te krijgen van de kwaliteit/aantrekkelijkheid van de bestaande speelplekken in Heerlen, maken we een toetsingsinstrument aan de hand van de vijf criteria zoals boven beschreven. Hierin wordt elk van de 200 speelplekken bezichtigd en gewaardeerd aan de hand van de criteria. (verwijzing naar database met opgenomen speelplekken en presentatie SNK)

13

Actualisering Speelruimtebeleid Gemeente Heerlen (2024)

Voorbeeldformulier Quickscan speelplek 1. Groene en koele speelplekken Is de speelplek koel genoeg? Kunnen bomen bijgeplaatst worden voor meer beschutting? 2. Natuurlijk en avontuurlijk spelen Wat is de staat van de toestellen? Is het speelaanbod gevarieerd genoeg? Kunnen versleten toestellen vervangen worden door natuurlijk spelen? Is de valondergrond passend, of kan deze wellicht vervangen worden door een natuurlijke ondergrond? 3. Inclusiviteit Zijn er aanwijzingen voor (oneigenlijk) gebruik door jongeren, bijvoorbeeld door graffiti of hangplekken? Zijn er voldoende zitmogelijkheden voor volwassenen en ouderen? Voelen die zitmogelijkheden voldoende beschut?

4. Efficiënt gebruik van de beheerde ruimte Is de verhouding tussen de obstakelvrije ruimte en (het aantal) geplaatste toestellen goed, zijn de toestellen goed verdeeld? Liggen kansen om speelaanleidingen bij te plaatsen, of om juist te vergroenen, daar waar beheerde ruimte niet efficiënt is benut? Moeten toestellen verwijderd of vervangen worden door kleinere speelaanleidingen, ten behoeve van de veiligheid?

5. Toegankelijkheid Is de speelplek op een veilige manier bereikbaar? Zijn er voorzieningen om automobilisten alert te maken op overstekende kinderen? Is de plek verkeersluw? Zijn de stoepen breed genoeg? Zijn de voorzieningen binnen de speelplek goed bereikbaar?

14

Actualisering Speelruimtebeleid Gemeente Heerlen (2024)

H. 2.3. Kwalitatieve analyse op stadsniveau H.2.3.1 De vertegenwoordiging van onze vijf criteria – stadsbreed Groene en koele speelplekken Veel speelplekken hebben baat bij meer koelte. Het plaatsen van meer bomen rondom de toestellen zou uitkomst bieden. Hierbij dienen we rekening te houden met de stand van de zon en de afstand tot de speeltoestellen. Diverse speelplekken zijn namelijk wel groen omrand, maar door een niet optimale plaatsing van bomen, ontstaat alsnog hittestress op de toestellen (met name metalen toestellen in de volle zon zijn onaantrekkelijk). Natuurlijk en avontuurlijk spelen Heerlen kent slechts enkele ‘natuurlijke’ speelplaatsen (bijvoorbeeld uitgevoerd in Robinia hout/speeltoestellen gekoppeld aan water). De technische staat van de toestellen is overwegend goed. Het speelaanbod is in algemene zin groot, maar niet altijd even divers. Terugkerend zijn de veerelementen (‘wipkippen’). De beperkte mogelijkheid van deze veerelementen geven in verhouding tot andere speeltoestellen een relatief kort speelplezier en dit enkel voor de jongste groep gebruikers van 0-6 jaar. Overwogen kan worden om versleten exemplaren te vervangen door bijvoorbeeld een duikelrek. Ondergronden bestaan voor een aanzienlijk percentage uit fijn grind, zand, of rubbertegels. De laatste categorie geeft vaak een erg versteende indruk.

Dit wordt versterkt door veelvuldig gebruik van metalen afrasteringen. Bij de natuurlijke ondergronden is het beheer (onkruid) op x plekken een aandachtspunt. Inclusiviteit Hierbij kijken we met name naar zitmogelijkheden, zodat ook volwassenen en ouderen (grootouders) comfort kunnen genieten bij het spelen van de (klein)kinderen. Opvallend tijdens de schouw is het algemene gebrek aan bankjes. In veel gevallen zijn deze verwijderd omwille van de sociale veiligheid, om hangplekken voor de jeugd te voorkomen. De afvalbakken bleven dan echter gehandhaafd, net zoals de verharding, die de zitplek faciliteerde. Op sommige plekken levert dit een onlogisch beeld op; het ontwerp mist aan samenhang. Het eventueel terugplaatsen van bankjes of andere zitelementen zal in overleg met de buurt moeten plaatsvinden. Gezocht moet worden naar een oplossing om verblijfskwaliteit te creëren, zonder het stimuleren van hangplekken. Dit laatste werkt remmend op het gebruik van de speelplek.

15

Actualisering Speelruimtebeleid Gemeente Heerlen (2024)

Efficiënt gebruik van de beheerde ruimte Een aantal plekken wordt als te leeg en daardoor in de beleving te ‘steriel’ gezien wegens het gebrek aan bomen. Ook onderbeplanting ontbreekt in het merendeel van de speelplekken. Deze zou de structuur en de leesbaarheid van de speelplaats ten goede kunnen komen. Door te compartimenteren met haagjes en/of onderbeplanting ontstaan meer besloten plekken, waarin een optimale verdeling kan worden gevonden van de speeltoestellen over de ruimte. Toegankelijkheid Op schaal van de speelplaats zelf, blijkt over de gehele linie de toegankelijkheid voor o.a. rolstoelgebruikers onvoldoende. Een groot deel van de speeltuinen is enkel bereikbaar via een hoge stoeprand, zonder drempel. Deze toegang is vervolgens nog standaard versmald door middel van een (vap)paal (waarschijnlijk ter ontmoediging van de scooterrijder).

16

Actualisering Speelruimtebeleid Gemeente Heerlen (2024)

H.2.3.2 Aanpalende thema’s voortkomend uit de inventarisatie Het ontwerp van de plek Waar de staat van de toestellen vaak goed is, kunnen veel speelplekken een upgrade gebruiken als het gaat om geborgenheid en verblijfskwaliteit. Dit lijkt sterk medebepalend voor het daadwerkelijke gebruik van de speelplek. Speelplekken gelegen in parken hebben vaak profijt van de kwaliteiten die horen bij het park: de koelte en beslotenheid van meerdere (en oudere) bomen, de duidelijke routing en toegankelijkheid, de afscherming van verkeer, de sociale controle vanuit andere gebruikers. Het succes van deze speelplekken zit onder andere in het feit dat het, nog los van speelaanbod, aangename plekken zijn, om in te verblijven. Diverse voorbeelden van elementen die weggevallen zijn, maar niet herplaatst: een beeldbepalende boom, meerdere (combinaties van) zitplekken. De bijbehorende verharding blijft vaak leeg achter. Dit maakt dat een deel van de leesbaarheid en samenhang van de plek verloren gaat; overgebleven elementen liggen niet meer ‘logisch’ in de ruimte. Daarnaast is de locatie van sommige speelplekken niet altijd optimaal: vanuit beheer zijn enkele speelplekken op hoeken van straten geplaatst, met een gaashek rondom ter afscheiding van verkeer. Deze plekken maken geen gebruik van de mogelijkheid tot groene omzoming. Ook de plaatsing t.o.v.

bestaande bomen is vaak ongelukkig, waardoor alsnog hittestress ontstaat. Kansen voor een beter ontwerp liggen dus in een robuuste groene omlijsting en in een groene compartimentering voor een aangename verdeling van speelaanleidingen. Participatie Waar mogelijk, de inbreng van omwonenden meenemen in het herinrichten of verbeteren van bestaande speelplekken. Omwonenden hebben een actueel beeld van het gebruik van de plek. Sociale (on)veiligheid laat zich niet altijd aflezen van kaartmateriaal of afleiden uit een eenmalig veldbezoek. Maar het slagen van de nieuw ingerichte plek hangt hier sterk mee samen. Waar ouders hun kind(eren) niet veilig weten, is de plek vaak amper in gebruik. Sociale veiligheid Overzichtelijkheid en sociale controle kunnen heel bepalend zijn voor het succes van de speelplek. Diverse voorbeelden van ‘achteraf gelegen’ speelplekken (waaronder ook trapvelden) laten amper gebruikssporen zien. Overweging kan zijn, om ongebruikte speelplekken op te heffen en elders te herplaatsen/uit te breiden. Niet alleen de inrichting en de materialisatie, maar ook de locatie bepalen dus sterk de

17

Actualisering Speelruimtebeleid Gemeente Heerlen (2024)

aantrekkelijkheid. De oriëntatie van de woningen rondom is hierin cruciaal: vanuit de voorkanten ontstaat automatisch toezicht; vanuit de achterkanten ontbreekt dit. Op sommige plekken leidt dit tot een gevoel van onveiligheid. Middels de schouw is over de hele linie een gebrek is geconstateerd aan bankjes. Deze zijn eerder verwijderd om overlast te voorkomen (hangplekken). Bij het terugplaatsen van bankjes in het kader van de inclusiviteit, moeten we met dit spanningsveld rekening houden. Een plek voor de jeugd Samenhang met buitensportcomplexen Buitensportcomplexen bieden kansen voor jeugd en volwassenen om buiten te bewegen. Buiten de bezette tijden van sportverenigingen, zijn de sportfaciliteiten vaak openbaar toegankelijk. Voor een integrale aanpak tussen sport- en speelruimte is het van belang om het gebruik van deze sportcomplexen door buurtbewoners te onderzoeken. Ook de spreiding van deze locatie ten opzichte van reeds aanwezige (maar soms amper gebruikte) trapvelden. Aanvullend hierop zijn de inbedding van Cruyff courts, beweegtoestellen en calisthenics in samenhang met bestaande speelplekken, zodat het aanbod voorziet in de behoeften van verschillende leeftijdscategorieën (zowel de jongeren van 0-12 jaar, als de jeugd/volwassenen). De samenhang tussen verschillende typen speelplekken wordt versterkt door een sterk ontwerp van de overkoepelende buitenruimte.

Skateplekken Uit analyse van de resultaten uit het veldonderzoek werd bijna de verkeerde conclusie getrokken voor wat betreft de behoefte aan skateplekken. Eén van de skateplekken is inmiddels opgeheven, met als reden deze amper werd gebruikt. Een snelle aanname was: een terugloop in populariteit van skateplekken. Een recente ludieke boodschap vanuit gebruikers van skateplekken in Parkstad blijkt echter het tegenovergestelde: de skateplekken zijn met onvoldoende expertise ingericht, waardoor ze voor gebruik onaantrekkelijk werden. Dit, en niet het gebrek aan vraag, leidde tot verwaarlozing van de Heerlense skateplekken. Het opnieuw in beeld krijgen wat en waar de behoefte is vereist de aandacht, net als het vervolgens deskundig inrichten van eventuele nieuwe skateplekken. JOP’s: ook jongeren willen hun plek Kinderen in de leeftijd van 0-12 jaar hebben vaak al hun plek in de buurt, in de middel van blokplekken met diverse speelaanleidingen. Voor jongeren in de leeftijd van 12-18

18

Actualisering Speelruimtebeleid Gemeente Heerlen (2024)

jaar ligt dit vaak gecompliceerder. Ook deze groep heeft behoefte aan ontmoeting, samen muziek luisteren en samen sporten. De sterke sociale controle, die voor de jongere leeftijdsgroep een must is, is bij deze leeftijdsgroep juist minder gewenst. Beheer Groene omranding van oudere speelplekken Bij veel langer bestaande speelplekken is de omvorming na de economische crisis van 2011-2012 is nog steeds zichtbaar. Met name aan de randen van deze speelplekken heeft voorheen een robuuste heesterbeplanting gestaan. Vanuit beheer zijn deze heesters, omwille van bezuinigingen, destijds verwijderd en vervangen door inzaaien van gazon. Dit gaf namelijk lagere onderhoudskosten. Vervolgens is in de huidige tijd de afrastering (vaak in de vorm van metalen gaashekken) helemaal naar de buitenrand geplaatst, om maximaal gebruik te maken van de beschikbare speelruimte. Deze ingrepen zijn ten koste gegaan van uitstraling en beslotenheid van de speelplekken. Verkeer en parkeren komen nu, zowel in afstand als in beleving, erg dicht bij de speeltoestellen. Deze missen als het ware de beschermende omzoming die het opgaande groen voorheen gaf. Kansen liggen hier om vergroening opnieuw in te zetten, zodat de speelplekken opnieuw aangenaam ingebed liggen. Eigentijdse beplanting (combinatie met vaste planten) kan bovendien een upgrade voor de plek betekenen.

Overlast door honden Het plaatsen van de moderne gaashekken gebeurt op veel speelplekken op verzoek van omwonenden, om te voorkomen dat honden de speelplek bereiken en hun behoefte doen. Dit is zeer nadelig voor de aantrekkelijkheid. Esthetisch gezien geven de gaashekken vaak een harde, koude indruk. Kansen liggen hier om de gaashekken in te kleden met hagen of heesters. Op veel plekken is hier, gezien de brede trottoirs, ruimte voor.

19

Actualisering Speelruimtebeleid Gemeente Heerlen (2024)

Conclusies en aanbevelingen Strategie voor het opwaarderen van bestaande speelplekken Op basis van de resultaten uit het veldonderzoek zijn alle 173 locaties gecategoriseerd in 4 opties van advies voor de toekomst van de speelplek: behouden, verbeteren, herinrichten en opheffen. Behouden (32) De speelplek voldoet in zijn huidige vorm. Geen acties noodzakelijk. Van de 173 gescande speelplekken kan volgens het advies van SNK 32 plekken (slechts bijna 20%) behouden worden; hun huidige staat voldoet zonder ingreep. Verbeteren (55) Van 55 van de 173 gescande speelplekken (32%) is verbetering het advies. De speelplek voldoet in de basis, maar met een paar verbeteringen sluit de plek beter aan. Dergelijke ingrepen kunnen liggen in het plaatsen van meer groen (met name in de omranding en/of ter compartimentering), een hoger speelaanbod en/of in het verhogen van de toegankelijkheid. Herinrichten (52) Van 52 van de 173 speelplekken (30%) wordt herinrichting geadviseerd. De speelplek voldoet niet in de huidige vorm, maar de locatie heeft voldoende potentie voor een nieuwe inrichting die beter aansluit bij de doelgroep. Opheffen (18) 18 van de 173 speelplekken (10%) voldoet niet in de huidige vorm en de locatie heeft niet voldoende potentie voor een nieuwe inrichting en kan beter worden opgeheven. De resterende 16 speelplekken zijn komen te vervallen, omdat zij 1.

inmiddels opgeheven zijn of 2. volgens de administratie ‘opgeknipt’ waren in 2 locaties, maar uiteindelijk als 1 locatie zijn beoordeeld.

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerlen&id=08162cbc-98ab-4277-853f-3ca55885981d