Vvgb Jubbega 6280 De Vries - geluidsaspecten woning Jubbega - eindrapport
Tekst van het document
ONDERZOEK GELUIDSASPECTEN VOOR DE WONING KROMHOUTSREED 6 IN JUBBEGA Industriegeluid Minibospark Jubbega
ONDERZOEK GELUIDSASPECTEN VOOR DE WONING KROMHOUTSREED 6 IN JUBBEGA Industriegeluid Minibospark Jubbega
Opdrachtgever
De heer D. de Vries Kromhoutsreed 6 8411 KK Jubbega
Uitgevoerd door
Noordelijk Akoestisch Adviesburo BV
Behandeld door
Arend Donker
Datum
3 april 2020
Kenmerk
6280/NAA/ad/ft/1
foto voorblad © Google
Noorderstaete 26
Postbus 339
(0592) 340 630
iban
9402 XB Assen
9400 AH Assen
naa@naa.nl www.naa.nl
btw
NL41 RABO 0382 8383 35 NL006719028B01
kvk
04029676
INHOUDSOPGAVE 1
Inleiding ..................................................................................................................................................................... 3
2
Situatie ...................................................................................................................................................................... 4
3
Beoordeling geluidsniveaus ..................................................................................................................................... 7 3.1 Goede ruimtelijke ordening 7 3.2 Activiteitenbesluit 7 3.3 Te beoordelen bedrijfssituaties 8 3.4 Beoordelingsplaatsen 8 3.5 Indirecte hinder 8 3.6 Mogelijkheden en noodzaak geluidsreducerende maatregelen 9
4
Omschrijving activiteiten minicamping ................................................................................................................. 10 4.1 Bedrijfsactiviteiten 10 4.2 Representatieve bedrijfssituatie 11
5
Uitgevoerde berekeningen ..................................................................................................................................... 12 5.1 Algemeen 12 5.2 Inventarisatie en geluidsvermogenbepaling afzonderlijke bronnen 12 5.3 Opstellen rekenmodel geluidsoverdracht 15
6
Vastgestelde geluidsniveaus op de woning ........................................................................................................... 16 6.1 Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau 16 6.2 Maximale geluidsniveaus 16
7
Samenvatting en conclusies ................................................................................................................................... 17
Begrippenlijst ................................................................................................................................................................... 18
BIJLAGEN 1 2 3 4 5
Beoordelingskaders Invoergegevens overdrachtsberekeningen Grafische weergaven overdrachtsmodel Berekende equivalente geluidsniveaus Berekende maximale geluidsniveaus
3 april 2020 | 6280/NAA/ad/ft/1
.
Blad 2 van 21
1
INLEIDING
In opdracht van de heer D. de Vries in Jubbega is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidsaspecten voor de woning aan de Kromhoutsreed 6 in Jubbega. De aanleiding voor het onderzoek is de afweging voor inpassing in het bestemmingsplan als woonbestemming. In het verleden was de woning onderdeel van de naastgelegen minicamping Minibospark Jubbega aan de Kromhoutsreed 6A. Daarbij kunnen twee aspecten aan de orde zijn. Ten eerste moet voor de woning sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening en moet sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat. Daarbij zal gebruik worden gemaakt van de systematiek uit de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering”. Daar komt bij dat de inrichting een bepaalde geluidruimte heeft, die door de aanwezigheid van een woning niet beperkt mag worden. Voor die afweging kan aanvullend gebruik worden gemaakt van de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Het doel van het onderzoek is het beoordelen van de door de minicamping veroorzaakte geluidbelasting op de woning. Op basis van standaard kengetallen voor een camping en overleg met de camping is de representatieve bedrijfssituatie vastgesteld. De geluidbelasting en maximale geluidsniveaus die de activiteiten van de minicamping veroorzaken, zijn vastgesteld door de afzonderlijke geluidsbronnen te inventariseren en daarvan de geluidsoverdracht naar de omgeving te berekenen.
De geluidsniveaus zijn vastgesteld conform de procedures van de “Handleiding meten en rekenen industrielawaai” van 1999, in het vervolg van dit rapport de Handleiding genoemd. Op bladzijde 18 tot en met 21 worden enkele akoestische begrippen nader toegelicht.
3 april 2020 | 6280/NAA/ad/ft/1
.
Blad 3 van 21
2
SITUATIE
De ligging van de woning aan de Kromhoutsreed 6 is weergegeven in figuur 1. Figuur 1: Ligging woning Kromhoutsreed 6 (bron: pdokviewer)
De woning is gesitueerd op het perceel 1707. De ten oosten gelegen minicamping is ook te herkennen, de camping met indeling wordt in figuur 2 duidelijker weergegeven.
3 april 2020 | 6280/NAA/ad/ft/1
.
Blad 4 van 21
Figuur 2: Terrein minicamping (bron: google)
De ontsluiting van de minicamping ligt aan de zuidzijde richting de Kromhoutsreed. Te herkennen zijn de rijroute, een receptie met parkeerplaats en een slagboom op het zuidelijk deel van terrein. Verder in noordelijke richting zijn de verschillende kampeerplaatsen te herkennen links, rechts en tegenover het toiletgebouw met totaal 16 kampeerplaatsen in de huidige situatie. Aan het water staat een kampeerhuisje. Het toiletgebouw is het gebouwtje in de buurt van de woning Kromhoutsreed 6, zie ook figuur 3.
3 april 2020 | 6280/NAA/ad/ft/1
.
Blad 5 van 21
Figuur 3: Faciliteiten op de camping (bron: www.minibosparkjubbega.nl)
Op grond van het huidige bestemmingsplan zijn op het terrein meer plaatsen toegestaan, het plan spreekt van “maximaal 20 kampeermiddelen”.
3 april 2020 | 6280/NAA/ad/ft/1
.
Blad 6 van 21
3
BEOORDELING GELUIDSNIVEAUS
3.1
Goede ruimtelijke ordening
In het akoestisch onderzoek dient te worden onderzocht in hoeverre de activiteiten op de minicamping een belemmering kunnen vormen voor de woning. Hierbij zal in eerste instantie in het kader van een goede ruimtelijke ordening worden getoetst aan de richtwaarden voor geluid uit de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering”. In de VNG-publicatie wordt onderscheid gemaakt in de omgevingstypen ‘rustige woonwijk en rustig buitengebied’ en ‘gemengd gebied’. In deze situatie is sprake van een ‘rustige woonwijk’. Het stappenplan uit de publicatie is weergegeven in bijlage 1 blad 1 en 2 van dit onderzoek. De VNG-publicatie geeft in stap 1 aan dat de richtafstand belangrijk is. Een kampeerterrein valt onder de milieucategorie 3.1 met een afstand voor geluid van 50 meter. Aangezien de woning Kromhoutsreed 6 binnen deze richtafstand valt, is een geluidsonderzoek noodzakelijk. De grenswaarde voor de geluidbelasting op woningen is daarbij 45 dB(A). Voor goede ruimtelijke ordening worden naast de standaardgeluidsbronnen van de inrichting ook geluidsbronnen van bezoekers beoordeeld, bijvoorbeeld het stemgeluid.
3.2
Activiteitenbesluit
Een kampeerterrein valt in de regel onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Hoofdstuk 2 van het besluit geeft de ‘inrichting gerelateerde aspecten’. Afdeling 2.8 (art. 2.16b t/m 2.22) geeft de voorschriften voor het aspect geluidhinder. De tekst van deze artikelen is opgenomen in bijlage 1 blad 3 tot en met 10. Voor de onderzochte inrichting is hiervan met name van belang: art. 2.17 lid 1, art. 2.18 en art. 2.20. In artikel 2.17 worden voor elke periode van het etmaal standaard grenswaarden gesteld voor: het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT), dat is het gemiddelde geluidsniveau en het maximale geluidsniveau (LAmax), dat is het hoogste geluidsniveau dat op enig moment kan optreden (de hoogste geluidspiek).
Voor alle volledigheid, de geluidsgrenswaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau is 50 dB(A). Industriegeluid op woningen wordt beoordeeld in drie beoordelingsperioden (etmaalperioden), ofwel een geluidsgrenswaarde op de gevel van woningen van: 50 dB(A) de dagperiode van 07.00 tot 19.00 uur; 45 dB(A) de avondperiode van 19.00 tot 23.00 uur; 40 dB(A) de nachtperiode van 23.00 tot 07.00 uur. De geluidsniveaus in de avond- en nachtperiode worden respectievelijk 5 en 10 dB strenger beoordeeld dan in de dagperiode. Dit wordt ook wel een etmaalwaarde of geluidbelasting genoemd van 50 dB(A). Met onderdeel b uit artikel 2.18 lid 1 wordt bepaald dat bij het bepalen van de geluidsniveaus, bedoeld in artikel 2.17, het stemgeluid van bezoekers op het open terrein van een inrichting voor sport- of recreatieactiviteiten buiten beschouwing blijft. In hetzelfde artikel wordt in lid 3 bij a aangegeven dat het komen en gaan van bezoekers bij inrichtingen waar uitsluitend of in hoofdzaak horeca-, sport- en recreatieactiviteiten plaatsvinden, het optredend maximaal geluidsniveau daarvan buiten beschouwing mag worden gelaten. Dit geldt volgens lid 3b ook voor het verrichten in de open lucht van sportactiviteiten of activiteiten die hiermee in nauw verband staan.
3 april 2020 | 6280/NAA/ad/ft/1
.
Blad 7 van 21
Het kan toelaatbaar worden geacht (artikel 2.20) om een hogere grenswaarde te verlenen voor bepaalde activiteiten die met een beperkte frequentie plaatsvinden (regelmatige afwijkingen van de representatieve bedrijfssituatie). In principe wordt daarbij uitgegaan van maximaal circa één dag-, avond- of nachtperiode per week. Verder is het geaccepteerd (artikel 2.21) , dat ontheffing wordt verleend om maximaal twaalfmaal per jaar activiteiten uit te voeren, die meer geluid veroorzaken dan de geluidsgrenzen voor de representatieve bedrijfssituatie. Dit worden incidentele bedrijfssituaties genoemd. Daarvoor is het uitgangspunt dat het per keer gaat om één aaneengesloten periode van maximaal een etmaal.
3.3
Te beoordelen bedrijfssituaties
De geluidsniveaus veroorzaakt door activiteiten van een inrichting op de omgeving worden beoordeeld in de drie genoemde beoordelingsperioden, de dag-, avond- en nachtperiode. Voor de vaststelling van de geluidssituatie dient primair te worden uitgegaan van de representatieve bedrijfssituatie: de situatie waarbij de voor de geluidproductie relevante omstandigheden kenmerkend zijn voor een bedrijfsvoering bij volledige capaciteit voor elke te beschouwen beoordelingsperiode.
3.4
Beoordelingsplaatsen
De geluidsniveaus worden beoordeeld ter plaatse van de gevels van de omliggende woningen en andere geluidsgevoelige objecten van derden, in de regel exclusief gevelreflectie. Het geluidsniveau wordt beoordeeld op de plaats waar de hinder kan worden ondervonden. Dit betekent voor bijvoorbeeld een woning dat het geluidsniveau in de dagperiode beoordeeld wordt op begane grondniveau (hoogte 1.5 meter), omdat woonkamers dan voornamelijk de te beschermen ruimten zijn. In de avond- en nachtperiode is dat een hoogte van 4.5 of 5 meter ter bescherming van slaapruimten.
3.5
Indirecte hinder
Onder indirecte hinder wordt verstaan: de nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaakt door activiteiten die, hoewel ze plaatsvinden buiten het terrein van de inrichting, aan de inrichting zijn toe te rekenen. Indirecte hinder zou kunnen ontstaan door voertuigbewegingen van auto’s van en naar de inrichting via de openbare weg. De Circulaire indirecte hinder adviseert de transportbewegingen separaat van de directe hinder van de inrichting en separaat van het overige wegverkeer te beoordelen. Aan de geluidbelasting wordt een maximum gesteld, het maximale geluidsniveau wordt niet beoordeeld. Voor de geluidbelasting geldt een voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) en een maximaal toelaatbare waarde van 65 dB(A). De indirecte hinder wordt tot een bepaalde afstand aan de inrichting toegerekend. Voor de reikwijdte geeft de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening een aantal criteria. In de meeste gevallen voldoet het criterium dat de indirecte hinder moet worden beoordeeld tot de afstand waarop het verkeer van en naar de inrichting zich qua rijsnelheid en stopgedrag niet meer onderscheidt van het mogelijke overige verkeer op die weg. Aangezien de uitrit van de minicamping op relatief grote afstand ligt van de woning, en het verkeer zich niet meer zal onderscheiden van het overige verkeer, is de indirecte hinder hier niet beoordeeld.
3 april 2020 | 6280/NAA/ad/ft/1
.
Blad 8 van 21
3.6
Mogelijkheden en noodzaak geluidsreducerende maatregelen
Op grond van de Wet milieubeheer dienen in een inrichting de ‘beste beschikbare technieken’ (BBT) te worden toegepast om de nadelige gevolgen voor het milieu te voorkomen of, indien dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk bij voorkeur bij de bron – te beperken en ongedaan te maken. Deze regelgeving is voornamelijk gericht op de geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging en het verbruik en de aard van de grondstoffen, met inbegrip van water en de energie-efficiëntie. Het bevoegd gezag moet om voor een inrichting deze BBT te bepalen, rekening houden met allerlei factoren. Voor het aspect geluid zijn daarvan de volgende factoren van belang: de voorzienbare kosten en baten van maatregelen, vergelijkbare, in de praktijk beproefde processen, installaties en werkwijzen, de vooruitgang van de techniek, de aard, effecten en omvang van de emissies, de data waarop de installaties in de inrichting in gebruik zijn of worden genomen en de tijd die nodig is om een betere techniek te gaan toepassen.
3 april 2020 | 6280/NAA/ad/ft/1
.
Blad 9 van 21
4
OMSCHRIJVING ACTIVITEITEN MINICAMPING
4.1
Bedrijfsactiviteiten
De minicamping Minibospark Jubbega is rustig gelegen. Op de website wordt aangegeven dat het gaat om een autovrije camping voor de kampeerder die houdt van rust en ruimte. De auto’s mogen alleen bij aankomst en vertrek op het kampeerterrein rijden. Verder moeten de auto’s op het parkeerterrein nabij de receptie parkeren. De vervoersbewegingen op het terrein vinden plaats tussen 07:00 en 22:30 uur, buiten die tijden moet het rustig zijn op de minicamping. Op de parkeerterrein bij de receptie kan wel geparkeerd worden buiten deze tijden. Verder is het genoemde toiletgebouw in bedrijf voor de bezoekers met onder meer een wasmachine, een verwarmingsketel met een boiler voor warm water en een mechanische afzuiging. Het toiletgebouw ligt op korte afstand van kampeerplaatsen op het terrein. De geluidsbronnen van het toiletgebouw zijn naar verwachting zodanig stil dat geen overlast op de minicamping wordt veroorzaakt. Op het kampeerterrein kan het gras gemaaid worden. Ook zal verder onderhoud nodig zijn, maar dat is niet specifiek inrichtingsgeluid.
3 april 2020 | 6280/NAA/ad/ft/1
.
Blad 10 van 21
4.2
Representatieve bedrijfssituatie
Zoals aangegeven wordt voor de maximaal representatieve bedrijfssituatie (RBS) uitgegaan van de kenmerkende bedrijfsvoering bij volledige capaciteit. Daarover is telefonisch contact geweest met de minicamping. Voor het aantal kampeerplaatsen is uitgegaan van de maximaal volgens het bestemmingsplan toegestane aantal van 20. De drukke dagen zijn de wisseldagen zoals vrijdag of zaterdag. Uitgangspunt is dat dit zal leiden tot een complete voertuigbeweging over het kampeerterrein zelf, dat wil zeggen binnenkomst vanaf het parkeerterrein, naar de kampeerplaats en weer vertrekken naar het parkeerterrein. Dit is opgedeeld naar 5 gedeelten van de camping, namelijk naar de 5 plaatsen ten zuiden van het toiletgebouw, 3 (zuid) en 4 (noord) ten westen van het toiletgebouw en 4 plaatsen ten noorden van het toiletgebouw. De extra 3 plaatsen zijn bedacht aan de zuidzijde bij de vijver, aangezien dit de langste rijroute betreft en daarom als maximaal representatief is beoordeeld. In de dagperiode is uitgegaan van 1 auto rijden per plaats, in de avondperiode volledigheidshalve voor 1 auto per terreingedeelte. Een auto is in feite 2 bewegingen, namelijk 1 keer heen en 1 keer terug. Voor het totaal aantal bewegingen van en naar het kampeerterrein (naar de parkeerplaats) is uitgegaan van de CROW publicatie 317 “Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie”.
Voor een camping met 20 plaatsen geeft dit: Figuur 4: Verkeersgeneratie kampeerterrein 20 plaatsen conform CROW
Voor een maatgevende openingsdag kan worden uitgegaan van maximaal 29 motorvoertuigen +8%, ofwel maximaal 31 auto’s vanaf de openbare weg naar de parkeerplaats. Voor de RBS is gerekend met 2 auto’s in de nachtperiode, 4 in de avondperiode en de resterende 25 auto’s in de dagperiode. Ook hier geldt dat een auto 2 bewegingen geeft. Uitgangspunt voor het grasmaaien is een gebruik van 1.5 uur in de dagperiode tijdens een wisseldag. Voor het geluid van de bezoekers is uitgegaan van 3 bezoekers per kampeerplaats. Deze bezoekers kunnen buiten waarneembaar met elkaar in gesprek zijn tussen 07:00 en 23:00 uur. Alle geluidsbronnen met de geluidsgegevens zijn gegeven in de tabel 2 van hoofdstuk 5.2.
3 april 2020 | 6280/NAA/ad/ft/1
.
Blad 11 van 21
5
UITGEVOERDE BEREKENINGEN
5.1
Algemeen
De berekeningen hebben plaatsgevonden conform de Handleiding. Daarbij zijn de geluidsniveaus in de omgeving die ontstaan door de activiteiten binnen het plan vastgesteld in twee stappen: 1. het inventariseren en bepalen van plaats, hoogte, bedrijfsduur en geluidsvermogen van de afzonderlijke geluidsbronnen; 2. het berekenen van de geluidsoverdracht van deze bronnen naar de omgeving. In hoofdstuk 6 worden de resultaten van de berekeningen weergegeven.
5.2
Inventarisatie en geluidsvermogenbepaling afzonderlijke bronnen
Voor de geluidsbronnen is een aanname gedaan van het geluidsvermogen op basis van literatuurwaarden en geluidsmetingen door het NAA bij soortgelijke inrichtingen. Aan het einde van deze paragraaf is in tabel 2 een overzicht gegeven van de geluidsbronnen met hun bedrijfsduur en de aangehouden bronsterkte. Het geluid afkomstig van de inrichting is te onderscheiden in: Aan- en afvoerbewegingen; Het stemgeluid van de bezoekers; Installatiegeluid uit het toiletgebouw; Grasmaaier. Aan- en afvoerbewegingen Voor het geluidsvermogensniveau van personenauto’s is 90 dB(A) aangehouden. De routes over het gehele terrein zijn verwerkt tot een voor een route representatieve geluiduitstraling met zogenaamde mobiele bronnen (een rij puntbronnen) in het rekenmodel. Voor de auto’s is uitgegaan van een gemiddelde rijsnelheid tussen de inrit en het parkeerterrein van 10 km per uur, en op het kampeerterrein zelf van 5 km per uur. Afhankelijk van de rijsnelheid en de routelengte wordt de verblijfstijd door het rekenmodel berekend en verwerkt in de bedrijfsduurcorrectie voor het gemiddelde geluidsniveau. Voor pieken voor zowel optrekken als afremmen, maar ook het sluiten van autoportieren, is uitgegaan van een piekbron van 97 dB(A).
Stemgeluid van de bezoekers Voor het stemgeluid van personen buiten is gebruik gemaakt van de publicatie “Average Speech Levels and Spectra in Various Speaking/Listening Conditions: A Summary of the Pearson, Bennet & Fidell (1977) Report”, dat is een onderzoek naar stemgeluid uit allerlei bronnen. Gegeven zijn de geluidsniveaus met bijbehorende geluidsspectra vermeld voor vrouwen, mannen en kinderen op 1 meter afstand bij verschillende condities (van zacht sprekend tot schreeuwend). Hieruit kan een geluidsvermogen worden bepaald, zie tabel 1. Rekening houdend met de richtingsafhankelijkheid van de menselijke stem kan een gemiddelde voor het geluid rondom worden berekend, in de regel ligt dat nog 4 dB lager dan het geluid naar voren. Tabel 1: Geluidsvermogenniveau stemgeluid Spraakconditie Kinderen
Vrouwen
Mannen
zacht sprekend
63
60
62
normaal sprekend
68
65
68
met stemverheffing
75
73
75
luid sprekend
84
81
86
Schreeuwend
92
92
99
3 april 2020 | 6280/NAA/ad/ft/1
.
Geluidsvermogenniveau LW in dB(A) voor
Blad 12 van 21
De VDI 3770 publicatie “Emissionskennwerte technischer Schallquellen – Sport und Freizeitanlangen” geeft de volgende waarden. Figuur 5: Uitgangspunten stemgeluid VDI 3770
Voor stemgeluid op terrassen en dergelijke wordt uitgegaan van een geluidsvermogen van 70 dB(A) per persoon, en +10 log (aantal personen). Dit ligt ongeveer tussen normaal sprekend of spreken met stemverheffing. Voor het maximale geluidsniveau is gerekend met een piek van 90 dB(A). In deze situatie is uitgegaan van 3 bezoekers per kampeerplaats voor over 20 plaatsen. Voor de aanwezigheid is rekening gehouden met van 50% van de tijd, en daarvan een derde vanwege de beperkte gelijktijdigheid van de verschillende sprekende bezoekers. In het rekenmodel is deze geluidsbron als oppervlaktebron ingevoerd, zodat een raster van bronnen ontstaat waarmee de geluidsbronnen evenredig over het terrein worden verdeeld, afhankelijk van de verschillende kampeervelden. Installatiegeluid toiletgebouw Voor het toiletgebouw is rekening gehouden met min of meer standaard materialen. Zoals aangegeven zal op het terrein zelf ook geen overlast worden veroorzaakt. Uitgangspunt is een afzuiging op het dak van het toiletgebouw met een geluidsvermogen van 80 dB(A) conform metingen elders aan een afzuiging van sanitaire ruimten. Grasmaaier Voor een moderne grasmaaier als zitmaaier is uitgegaan van een geluidsvermogen van 95 dB(A) op basis van metingen elders. De grasmaaier is ingevoerd als oppervlaktebron over het terrein.
In de onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de aangehouden geluidsbronnen met bijbehorende bedrijfstijden.
3 april 2020 | 6280/NAA/ad/ft/1
.
Blad 13 van 21
Tabel 2: Geluidsbronnen minicamping te Jubbega Bronnr.
Omschrijving
Bedrijfsduur in uren:minuten of aantal
Immissierelevante bronsterkte per stuk LWR in dB(A)
dag
avond
nacht
LAeq
Lmax
01
Rijroute auto’s uitrit naar parkeren
25
4
2
90
+7
02
Rijroute auto’s kampeerveld 1 zuid
5
1
-
90
+7
03
Rijroute auto’s kampeerveld 2 west zuid
3
1
-
90
+7
04
Rijroute auto’s kampeerveld 3 west noord
4
1
-
90
+7
05
Rijroute auto’s kampeerveld 4 noord+huisje
5
1
-
90
+7
06
Rijroute auto’s kampeerveld 5 noord nieuw
3
1
-
90
+7
07
Stemgeluid 15 bezoekers kampeerveld 1
06:00
02:00
-
70
+20
08
Stemgeluid 9 bezoekers kampeerveld 2
06:00
02:00
-
70
+20
09
Stemgeluid 12 bezoekers kampeerveld 3
06:00
02:00
-
70
+20
10
Stemgeluid 15 bezoekers kampeerveld 4
06:00
02:00
-
70
+20
11
Stemgeluid 9 bezoekers kampeerveld 5
06:00
02:00
-
70
+20
12
Stemgeluid 4 bezoekers toiletgebouw
06:00
02:00
-
70
+20
13
Ventilatie toiletgebouw
12:00
02:00
00:30
80
-
14
Grasmaaier
01:30
-
-
95
+5
15
Piekbron Lmax auto’s
1
1
0
-
97
De opgegeven rijroute is een enkele beweging, in het model wordt dit als heen- en weergaande route ingevoerd met een keer heen en een keer terug.
3 april 2020 | 6280/NAA/ad/ft/1
.
Blad 14 van 21
5.3
Opstellen rekenmodel geluidsoverdracht
Met de vastgestelde bronsterkten en de terreingegevens is een driedimensionaal model opgesteld, waarmee de geluidsoverdracht van de bronnen naar de omgeving is berekend. Bij de berekeningen worden de ruimtelijke effecten betrokken zoals geometrische uitbreiding, luchtdemping, bodemdemping, reflecties tegen en afscherming door gebouwen en schermen of wallen en gemiddelde windrichting en windsnelheid. Per immissiepunt wordt zo van elke bron het geluidsniveau berekend. De geluidsniveaus van de bronnen op dat punt worden vervolgens opgeteld. De berekeningen zijn uitgevoerd met het industrielawaaiprogramma GeoMilieu versie 5.21 van dgmr. Dit programma is gebaseerd op methode II.8 uit de Handleiding. In het model zijn de verharde terreinen, wegen en wateroppervlakken ingevoerd als akoestisch hard. De nietgedefinieerde gebieden zijn aangehouden als absorberend (bodemfactor 1). Om de maximale geluidsniveaus te berekenen is uitgegaan van de geluidsbron die het hoogste geluidsniveau kan veroorzaken. Met pieken van 97 dB(A) zijn dat de rijdende auto’s, deze geluidsbron is ingevoerd als puntbron (bronnummer 15) op een locatie die het dichtst bij de woning ligt met een geluidsvermogen van de in tabel 2 gegeven geluidsvermogens. Deze bron is ingevoerd met een hoge bedrijfsduurcorrectie, zodat die niet van invloed is op het gemiddelde geluidsniveau.
Een hulpprogramma binnen het gebruikte rekenprogramma presenteert vervolgens het LAmax per afzonderlijke bron, zijnde het gestandaardiseerde immissieniveau Li,max verminderd met de meteocorrectieterm Cm per puntbron. Het immissiepunt ligt op de gevel van de woning Kromhoutsreed 6 op een hoogte van 1.5 meter (begane grondniveau) en 4.5 meter (verdiepingsniveau). Aangezien er in de representatieve bedrijfssituatie activiteiten in alle perioden, is de dagperiode getoetst op begane grondniveau en de avond- en nachtperiode op verdiepingsniveau. Bijlage 2 geeft de in het model ingevoerde gegevens van de objecten, de geluidsbronnen, en dergelijke. Bijlage 3 geeft enkele grafische weergaven van het rekenmodel.
3 april 2020 | 6280/NAA/ad/ft/1
.
Blad 15 van 21
6
VASTGESTELDE GELUIDSNIVEAUS OP DE WONING
6.1
Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau
Bijlage 4 geeft de berekende equivalente geluidsniveaus op de woning, een samenvatting is gegeven in de onderstaande tabel. Ook de richtwaarden uit de VNG-publicatie en de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit zijn in de tabel opgenomen. Tabel 3: Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT in dB(A) Punt
Omschrijving
Berekend LAr,LT in dB(A) in
Etmaalwaarde
dagperiode
avondperiode
nachtperiode
01
Kromhoutsreed 6 – begane grond
41.1
-
-
41.4
01
Kromhoutsreed 6 – verdieping
-
39.5
28.8
44.5
Grenswaarde goede ruimtelijke ordening
45
40
35
45
Grenswaarde Activiteitenbesluit
50
45
40
50
Uit de resultaten blijkt dat bij woning wordt voldaan aan de geluidsgrenswaarden voor goede ruimtelijke ordening en ook aan de grenswaarden Activiteitenbesluit. Voor de grenswaarden Activiteitenbesluit kan nog worden gesteld dat geluidsbronnen zoals het stemgeluid van de bezoekers, niet meegenomen worden in de beoordeling, zodat de berekende niveaus in feite nog lager worden. De berekenden waarden vormen geen probleem ten aanzien van de ruimtelijke inpassing. Ook de minicamping wordt niet belemmerd in de activiteiten.
6.2
Maximale geluidsniveaus
Bijlage 5 geeft de berekende LAmax waarden. Tabel 4 vat de hoogste maximale geluidsniveaus samen. Tabel 4: Maximale geluidsniveau LAmax in dB(A) Punt
Omschrijving
Berekend LAmax in dB(A) in dagperiode
avondperiode
Nachtperiode
01
Kromhoutsreed 6 – begane grond
55.6
-
-
01
Kromhoutsreed 6 – verdieping
-
56.5
41.8
Grenswaarde goede ruimtelijke ordening
65
60
55
Grenswaarde Activiteitenbesluit
70
65
60
Ook voor de maximale geluidsniveaus blijkt dat bij woning wordt voldaan aan de geluidsgrenswaarden voor goede ruimtelijke ordening en het Activiteitenbesluit. De berekenden waarden vormen geen probleem ten aanzien van de ruimtelijke inpassing. Ook de minicamping wordt niet belemmerd in de activiteiten.
3 april 2020 | 6280/NAA/ad/ft/1
.
Blad 16 van 21
7
SAMENVATTING EN CONCLUSIES
In opdracht van de heer D. de Vries in Jubbega is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidsaspecten voor de woning aan de Kromhoutsreed 6 in Jubbega. De aanleiding voor het onderzoek is de afweging voor inpassing in het bestemmingsplan als woonbestemming. In het verleden was de woning onderdeel van de naastgelegen minicamping Minibospark Jubbega aan de Kromhoutsreed 6A. Daarbij kunnen twee aspecten aan de orde zijn. Ten eerste moet voor de woning sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening en moet sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat. Daarbij zal gebruik worden gemaakt van de systematiek uit de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering”. Daar komt bij dat de inrichting een bepaalde geluidruimte heeft, die door de aanwezigheid van een woning niet beperkt mag worden. Voor die afweging kan aanvullend gebruik worden gemaakt van de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. De minicamping beschikt op dit moment over 17 kampeermogelijkheden, dat zijn 16 kampeerplaatsen en een kampeerhuisje. Op grond van het huidige bestemmingsplan zijn op het terrein meer plaatsen toegestaan, het plan spreekt van “maximaal 20 kampeermiddelen”. Deze 20 kampeerplaatsen zijn uitgangspunt voor de berekeningen.
Op grond van het aantal kampeerplaatsen en de verkeersbewegingen in een maximaal representatieve bedrijfssituatie is een rekenmodel opgesteld voor de geluidsbronnen zoals de verkeersbewegingen over het terrein, stemgeluid van bezoekers, het toiletgebouw en gebruik van een grasmaaier. De minicamping veroorzaakt op de woning een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van 41, 40 en 29 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. Het piekgeluidsniveau bedraagt 56, 56 en 42 dB(A). Bij de woning wordt voldaan aan de geluidsgrenswaarden voor goede ruimtelijke ordening en ook aan de grenswaarden Activiteitenbesluit. Voor de grenswaarden Activiteitenbesluit kan nog worden gesteld dat geluidsbronnen zoals het stemgeluid van de bezoekers, niet meegenomen worden in de beoordeling, zodat de berekende niveaus in feite nog lager worden. De berekenden waarden garanderen een goed woon- en leefklimaat, dat maakt ruimtelijke inpassing mogelijk. Ook de minicamping wordt niet belemmerd in de activiteiten.
3 april 2020 | 6280/NAA/ad/ft/1
.
Blad 17 van 21
BEGRIPPENLIJST Begrip/terminologie
Omschrijving [herkomst omschrijving]
A-gewogen
behandeld met een frequentieweging die overeenkomt met de 40 dB contour voor gelijke luidheid van het menselijk oor [IEC 651, ISO 226]
BBT
De Beste Beschikbare Technieken is het beginsel dat er vanuit gaat dat een inrichting zoveel als economisch en technisch mogelijk is nadelige gevolgen voor het milieu beperkt. [Wm artikel 8.11 lid 3]
bedrijfsduurcorrectieterm
Cb [dB]
correctieterm die de bedrijfsperiode Tb in rekening brengt dat een bedrijfstoestand duurt tijdens een beoordelingsperiode To (dag, avond, nacht): Cb = -10 log Tb/T0 [Handleiding]
bedrijfsperiode
Tb [uren]
tijdsinterval waarin een bepaalde en gespecificeerde bedrijfstoestand binnen een beoordelingsperiode optreedt [Handleiding]
beoordelingshoogte
ho [m]
de hoogte van het beoordelingspunt boven het plaatselijk maaiveld [Handleiding]
beoordelingsperiode
T0 [uren]
tijdsinterval dat relevant is voor de beoordeling van het geluid. Met betrekking tot industrielawaai zijn drie beoordelingsperioden gedefinieerd: de dagperiode (07.00 tot 19.00 uur); de avondperiode (19.00 tot 23.00 uur); de nachtperiode (23.00 tot 07.00 uur) [Handleiding]
beoordelingspunt
het punt waar het te beoordelen geluidsniveau wordt bepaald en getoetst aan eventuele richtwaarden en/of grenswaarden
binnengrenswaarde
grenswaarde voor geluid binnen de ruimten van een woning die als geluidsgevoelig zijn aangemerkt
BREF
De beste beschikbare technieken liggen voor bepaalde bedrijfstakken of voor technieken die branche overschrijdend zijn vast in BBT-referentiedocumenten (BREF’s). BREF’s zijn vaak zeer uitgebreide documenten waarvan vaak slechts een gering deel over geluid en trillingen gaat
bronmaatregelen
geluidsbeperkende maatregelen op een industrieterrein; dit kunnen ook afschermende voorzieningen zijn [Handboek]
bronsterkte
LW [dB/dB(A)]
geluidsvermogenniveau
equivalent geluidsniveau
Leq,T [dB] / LAeq,T [dB(A)]
het energetisch gemiddelde van de fluctuerende niveaus van het ter plaatse, in de loop van een bepaalde periode, optredende geluid [Handleiding]
etmaalwaarde
3 april 2020 | 6280/NAA/ad/ft/1
.
Notatie [eenheid]
met betrekking tot industrielawaai de hoogste van de volgende waarden: de waarde over de dagperiode; de waarde over de avondperiode + 5 dB; de waarde over de nachtperiode + 10 dB
Blad 18 van 21
frequentie
toonhoogte
frequentieweging
frequentie-afhankelijke signaalbewerking waarbij voor verschillende frequenties een uiteenlopende kwalificatie (weging) wordt toegepast [IEC 651]
geluid
met het menselijk oor waarneembare luchttrillingen [Wgh]
geluidsdruk
p [Pa]
door geluidsgolven veroorzaakte drukverschillen t.o.v. de atmosferische druk
geluids(druk)niveau
Lp [dB/dB(A)]
de gemeten of berekende momentane geluidsdruk uitgedrukt in dB of dB(A) t.o.v. 20 μPa
geluidbelasting
Bi [dB(A)]
etmaalwaarde van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau [Handleiding]
geluidsgevoelig object
woning, school, ziekenhuis of ander gezondheidszorggebouw
geluidsoverdracht
wijze waarop het transport van geluid van bron naar ontvanger plaatsvindt
geluidsvermogenniveau
LW [dB/dB(A)]
de door een geluidsbron afgestraalde hoeveelheid geluidsenergie uitgedrukt in dB of dB(A) t.o.v. 1 pW
gestandaardiseerd immissieniveau
Li [dB(A)]
het equivalente geluidsniveau dat tijdens een bepaalde bedrijfstoestand onder meteoraamomstandigheden op een bepaalde plaats wordt vastgesteld [Handleiding]
gevel (uitwendige scheidingsconstructie)
een bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak [Handleiding/Handreiking]
gevelmaatregelen
geluidswerende voorzieningen aan de gevel van een woning met het doel de geluidbelasting in de geluidsgevoelige ruimten te beperken [Handboek]
gevelreflectie
reflectiebijdrage van het geluid tegen de beschouwde gevel
gevelreflectieterm (gevelcorrectieterm)
correctieterm voor de gevelreflectie
grenswaarde
op een beoordelingspunt nader te definiëren maximaal toelaatbaar geacht niveau (resultaatverplichting)
immissiepunt
de plaats waar de geluidsimmissie wordt bepaald
immissierelevante bronsterkte
LWR [dB(A)]
het geluidsvermogenniveau van een denkbeeldige monopool, gelegen in het centrum van de werkelijke geluidsbron, die in de richting van het immissiepunt dezelfde geluids(druk)niveaus veroorzaakt als de werkelijke geluidsbron [Handleiding]
incidentele bedrijfssituatie
bedrijfstoestand die ten hoogste twaalfmaal per jaar voorkomt. Daarbij gaat het per keer om één aaneengesloten periode van maximaal een etmaal [Handreiking]
invallend geluidsniveau
het geluidsniveau waarmee een gevel wordt aangestraald zonder dat hierbij de gevelreflectie wordt betrokken
3 april 2020 | 6280/NAA/ad/ft/1
.
Cg [dB]
Blad 19 van 21
langtijdgemiddeld deelbeoordelingsniveau
LAri,LT [dB(A)]
equivalent geluidsniveau over een beoordelingsperiode ten gevolge van een specifieke bedrijfstoestand, zo nodig gecorrigeerd voor het impulsachtig, tonale of muziekkarakter van het geluid [Handleiding]
langtijdgemiddeld beoordelingsniveau
LAr,LT [dB(A)]
energetische sommatie van de langtijdgemiddelde deelbeoordelingsniveaus over een beoordelingsperiode [Handleiding]
maximaal geluidsniveau
LAmax [dB(A)]
het maximaal te meten geluidsniveau in de meterstand >fast= en gecorrigeerd met de meteocorrectieterm Cm [Handleiding/ Handreiking]. Indien beoordeeld volgens IL-HR-13-01 van 1981: het maximaal te meten geluidsniveau in de meterstand >fast=
meethoogte
hm [m]
de hoogte van het immissiepunt boven het plaatselijk maaiveld waarop de microfoon voor de geluidsmetingen zich bevindt [Handleiding]
meteocorrectieterm
Cm [dB]
correctieterm voor de gemiddelde meteorologische omstandigheden [Handleiding]
meteoraam
de meteorologische omstandigheden waaronder een goede en stabiele geluidsoverdracht plaatsvindt [Handleiding]
muziekgeluid
geluid met een op het beoordelingspunt (binnen het aldaar aanwezige geluid) duidelijk waarneembaar muziekkarakter. De waarneembaarheid van dit karakter vindt op subjectieve wijze plaats [Handleiding]
octaafband
frequentieband met een constante procentuele bandbreedte van 70% van de middenfrequentie; de middenfrequentie van elke volgende band is het dubbele van de middenfrequentie van de voorgaande band [IEC 225]
overdrachtsmaatregelen
afschermende voorzieningen (schermen, wallen) in de zone en buiten een industrieterrein [Handboek]
referentieniveau van het omgevingsgeluid
de hoogste waarde over een beoordelingsperiode van: het L95 van het omgevingsgeluid exclusief de bijdrage van de Anietomgevingseigen bronnen@ (bronnen die naar de mening van de bevoegde overheid niet in het gebied thuishoren, niet geaccepteerd worden of slechts tijdelijk aanwezig zijn) het LAeq van zoneringsplichtige wegverkeersbronnen minus 10 dB. Voor de nachtelijke periode worden alleen wegen in rekening gebracht met een intensiteit van meer dan 500 motorvoertuigen gedurende de nachtperiode [Handreiking]
referentiepunt
meet- of rekenpunt gebruikt als positie om van daaruit (door extrapolatie) het geluidsniveau op een beoordelingspunt te bepalen (kan ook samenvallen met een beoordelingspunt)
representatieve bedrijfssituatie
toestand waarbij de voor de geluidproductie relevante omstandigheden kenmerkend zijn voor een bedrijfsvoering bij volledige capaciteit in de te beschouwen beoordelingsperiode [Handleiding/Handreiking]
richtwaarde
op een beoordelingspunt nader te definiëren maximaal toelaatbaar geacht niveau (inspanningsverplichting)
stoorgeluid
het op een bepaalde plaats optredende geluid, veroorzaakt door andere geluidsbronnen dan die waarvan het geluidsniveau moet worden bepaald [Handleiding]
3 april 2020 | 6280/NAA/ad/ft/1
.
Blad 20 van 21
tertsband
frequentieband met een constante procentuele bandbreedte van 23% van de middenfrequentie; de middenfrequentie van elke volgende band is ongeveer 1,26x de middenfrequentie van de voorgaande band; bij frequenties vanaf 500 Hz komt het goed overeen met de selectiviteit van het menselijk oor [IEC 225]
woning
gebouw dat voor bewoning gebruikt wordt of daartoe bestemd is; in ruime zin: geluidsgevoelig object [Wgh]
Referenties in begrippenlijst Handleiding: Handreiking: IEC 225: IEC 651: ISO 226: Wgh: Wm:
3 april 2020 | 6280/NAA/ad/ft/1
.
Handleiding meten en rekenen industrielawaai, 1999 Handreiking industrielawaai en vergunningverlening, oktober 1998 Octave, half octave and third octave filters intended for the analysis of sound and vibration Sound level meters Normal equal-loudness level contours Wet geluidhinder Wet milieubeheer
Blad 21 van 21
BIJLAGE 1 - BEOORDELINGSKADERS Bijlagen
1
BEOORDELINGSKADERS
B5.3 Voorbeeld-toetsingskader projectbesluit of planherziening
Bij een buitenplanse inpassing via een projectbesluit of planherziening wordt de milieu-belasting getoetst ter plaatse van de bestaande (of op grond van het bestemmingsplan toegestane) woningen of andere gevoelige functies. De toelaatbare milieubelasting kan in dit geval worden afgewogen en afgestemd op de omgevingskenmerken van de relevante woningen en gevoelige functies. (…) Geluid Het toetsingskader voor geluid bestaat uit vier stappen waarbij per stap de geluidbelasting groter wordt en daarmee de onderzoeks- en motiveringsplicht. Stap 1
Indien de richtafstand (zie de lijsten in bijlage1) voor het aspect geluid niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect geluid in beginsel achterwege blijven: buitenplanse inpassing is mogelijk. NB: voor de afstand tot gemengd gebied mag rekening gehouden worden met de vermindering van één afstandstap, zie paragraaf 2.1 onderdeel omgevingstypen (bijvoorbeeld: richtafstand tot gemengd gebied voor categorie 3.2 is 50 meter in plaats van 100 meter).
Stap 2* Indien stap 1 niet toereikend is: - Bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype rustige woonwijk van maximaal: - 45 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau; - 65 dB(A) maximaal (piekgeluiden); - 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking en; - Bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype gemengd gebied van maximaal: - 50 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau; - 70 dB(A) maximaal (piekgeluiden); - 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking; buitenplanse inpassing is mogelijk. Stap 3
Indien stap 2 niet toereikend is: - Bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype rustige woonwijk van maximaal: - 50 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau; - 70 dB(A) maximaal (piekgeluiden); - 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking en; - Bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype gemengd gebied van maximaal: - 55 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau; - 70 dB(A) maximaal (piekgeluiden) exclusief piekgeluiden door aan- en afrijdend verkeer; - 65 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking; is buitenplanse inpassing mogelijk. Het bevoegd gezag dient echter te motiveren waarom het deze geluidbelasting in de concrete situatie acceptabel acht, waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken. Het bevoegd gezag kan daarbij gebruik maken van gemeentelijk geluidbeleid, indien de te verwachten geluidbelasting voldoet aan de in dat gemeentelijk geluidbeleid vastgestelde grenswaarden voor het betreffende gebied.
.
Onderzoek geluidsaspecten voor de woning Kromhoutsreed
6280/NAA/ad/ft
6 in Jubbega
Bijlage 1 - blad 1
BIJLAGE 1 - BEOORDELINGSKADERS Bijlagen
1
Stap 4
Bij een hogere geluidbelasting dan aangegeven in stap 3 zal buitenplanse inpassing doorgaans niet mogelijk zijn. Indien het bevoegd gezag niettemin tot inpassing wil overgaan, dient het dit grondig te onderzoeken, onderbouwen en motiveren waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken.
*
Vanaf stap 2 is een geluidsonderzoek noodzakelijk.
BEOORDELINGSKADERS
(…)
.
Onderzoek geluidsaspecten voor de woning Kromhoutsreed
6280/NAA/ad/ft
6 in Jubbega
Bijlage 1 - blad 2
BIJLAGE 1 - BEOORDELINGSKADERS Bijlagen
1
BEOORDELINGSKADERS
Activiteitenbesluit Artikel 2.16b Deze afdeling is van toepassing op degene die een inrichting type A of een inrichting type B drijft. Artikel 2.17 1. Voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau LAmax, veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, geldt dat: a. de niveaus op de in tabel 2.17a genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden; Tabel 2.17a 07:00–19:00 uur
19:00–23:00 uur
23:00–07:00 uur
LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
35 dB(A)
30 dB(A)
25 dB(A)
LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen
70 dB(A)
65 dB(A)
60 dB(A)
LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
55 dB(A)
50 dB(A)
45 dB(A)
b. de in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur in tabel 2.17a opgenomen maximale geluidsniveaus LAmax niet van toepassing zijn op laad- en losactiviteiten; c. de in tabel 2.17a aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen; d. de in tabel 2.17a aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein, met dien verstande dat de waarden in geval van ligplaatsen, bestemd om te worden ingenomen door een woonschip als bedoeld in artikel 1.2, derde lid, onderdeel b, van het Besluit geluidhinder, slechts gelden voor zover deze ligplaatsen als zodanig zijn bestemd op of na 1 juli 2012 en niet daarvoor in een gemeentelijke verordening waren aangewezen om door een woonschip te worden ingenomen; e. de in tabel 2.17a aangegeven waarden op de gevel, vermeerderd met 5 dB(A), ook gelden op de grens van het terrein in geval van ligplaatsen, bestemd om te worden ingenomen door een woonschip als bedoeld in artikel 1.2, derde lid, onderdeel b, van het Besluit geluidhinder, voor zover deze ligplaatsen: 1°. als zodanig zijn bestemd voor 1 juli 2012, of 2°.
voor 1 juli 2012 in een gemeentelijke verordening waren aangewezen om door een woonschip te worden ingenomen en voor 1 juli 2022 als zodanig zijn bestemd; f. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen slechts gelden in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten; en g. de in tabel 2.17a aangegeven waarden niet gelden op gevoelige objecten die zijn gelegen op een gezoneerd industrieterrein. 2. Indien de inrichting is gelegen op een gezoneerd industrieterrein gelden de waarden van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) uit tabel 2.17a ook op een afstand van 50 meter vanaf de grens van de inrichting. 3. In afwijking van het eerste lid geldt voor een inrichting die is gelegen op een bedrijventerrein, dat: a. het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau (LAmax) op de in tabel 2.17c genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden; b. de in de periode tussen 07:00 uur en 19:00 uur in tabel 2.17c opgenomen maximale geluidsniveaus
.
Onderzoek geluidsaspecten voor de woning Kromhoutsreed
6280/NAA/ad/ft
6 in Jubbega
Bijlage 1 - blad 3
BIJLAGE 1 - BEOORDELINGSKADERS Bijlagen
1
BEOORDELINGSKADERS
(LAmax) niet van toepassing zijn op laad- en losactiviteiten; c. de in tabel 2.17c aangeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet van toepassing zijn, indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen; d. de in tabel 2.17c aangegeven waarden op de gevel ook van toepassing zijn bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein; e. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen slechts gelden in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten, en f. de in tabel 2.17c aangegeven waarden gelden niet op gevoelige objecten die zijn gelegen op een gezoneerd industrieterrein. Tabel 2.17c 07.00-19.00 uur
19.00-23.00 uur
23.00-07.00 uur
LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen op het bedrijventerrein
55 dB(A)
50 dB(A)
45 dB(A)
LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen op het bedrijventerrein
35 dB(A)
30 dB(A)
25 dB(A)
LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen op het bedrijventerrein
75 dB(A)
70 dB(A)
65 dB(A)
LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen op het bedrijventerrein
55 dB(A)
50 dB(A)
45 dB(A)
4. In afwijking van het eerste en het tweede lid, geldt voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau (LAmax, bij een inrichting die uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is voor openbare verkoop van vloeibare brandstoffen, mengsmering of aardgas aan derden voor motorvoertuigen voor het wegverkeer, dat: a. de geluidsniveaus op de in tabel 2.17d genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden; b. de in de periode tussen 07.00 en 21.00 uur in tabel 2.17d opgenomen maximale geluidsniveaus LAmax niet van toepassing zijn op laad- en losactiviteiten; Tabel 2.17d 07:00–21:00 uur
21:00–07:00 uur
LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen
50 dB(A)
40 dB(A)
LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen
70 dB(A)
60 dB(A)
c. de in tabel 2.17d aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein, met dien verstande dat de waarden in geval van ligplaatsen, bestemd om te worden ingenomen door een woonschip als bedoeld in artikel 1.2, derde lid, onderdeel b, van het Besluit geluidhinder, slechts gelden voor zover deze ligplaatsen als zodanig zijn bestemd op of na 1 juli 2012 en niet daarvoor in een gemeentelijke verordening waren aangewezen om door een woonschip te worden ingenomen; d. indien de inrichting is gelegen op een gezoneerd industrieterrein de waarden van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) uit tabel 2.17d ook gelden op een afstand van 50 meter vanaf de grens van de inrichting, en e. indien de inrichting is gelegen op een gezoneerd industrieterrein en binnen een afstand van 50 meter geen gevoelige objecten, anders dan gevoelige objecten gelegen op het gezoneerde industrieterrein zijn gelegen, de waarden van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) uit tabel 2.17d gelden op een afstand van 50 meter vanaf de grens van de inrichting; en f. de in tabel 2.17d aangegeven waarden niet gelden op gevoelige objecten die zijn gelegen op een gezoneerd industrieterrein.
.
Onderzoek geluidsaspecten voor de woning Kromhoutsreed
6280/NAA/ad/ft
6 in Jubbega
Bijlage 1 - blad 4
BIJLAGE 1 - BEOORDELINGSKADERS Bijlagen
1
BEOORDELINGSKADERS
5. In afwijking van het eerste, tweede en derde lid geldt voor een inrichting waar uitsluitend of in hoofdzaak agrarische activiteiten dan wel activiteiten die daarmee verband houden worden verricht, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied, dat: a. voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT), veroorzaakt door de vast opgestelde installaties en toestellen, de niveaus op de plaatsen en tijdstippen, genoemd in tabel 2.17e, niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden; Tabel 2.17e 06.00–19.00 uur
19.00–22.00 uur
22.00–06.00 uur
LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen
45 dB(A)
40 dB(A)
35 dB(A)
LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
35 dB(A)
30 dB(A)
25 dB(A)
b. voor het maximaal geluidsniveau (Lamax), veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, de niveaus op de plaatsen en tijdstippen, genoemd in tabel 2.17f, niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden; Tabel 2.17f 06:00–19:00 uur
19:00–22:00 uur
22:00–06:00 uur
LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen
70 dB(A)
65 dB(A)
60 dB(A)
LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
55 dB(A)
50 dB(A)
45 dB(A)
c. de in de periode tussen 06.00 uur en 19.00 uur in tabel 2.17f opgenomen waarden niet van toepassing zijn op laad- en losactiviteiten, alsmede op het in en uit de inrichting rijden van landbouwtractoren of motorrijtuigen met beperkte snelheid; d. de in tabel 2.17e en 2.17f aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidmetingen; e. de in tabel 2.17e en 2.17f aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein, met dien verstande dat de waarden in geval van ligplaatsen, bestemd om te worden ingenomen door een woonschip als bedoeld in artikel 1.2, derde lid, onderdeel b, van het Besluit geluidhinder, slechts gelden voor zover deze ligplaatsen als zodanig zijn bestemd op of na 1 juli 2012 en niet daarvoor in een gemeentelijke verordening waren aangewezen om door een woonschip te worden ingenomen; f. de in tabel 2.17e en 2.17f aangegeven waarden op de gevel, vermeerderd met 5 dB(A), ook gelden op de grens van het terrein in geval van ligplaatsen, bestemd om te worden ingenomen door een woonschip als bedoeld in artikel 1.2, derde lid, onderdeel b, van het Besluit geluidhinder, voor zover deze ligplaatsen: 1°. als zodanig zijn bestemd voor 1 juli 2012, of 2°.
voor 1 juli 2012 in een gemeentelijke verordening waren aangewezen om door een woonschip te worden ingenomen en voor 1 juli 2022 als zodanig zijn bestemd; g. de waarden binnen in- en aanpandige gevoelige gebouwen slechts gelden in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten, en h. de in tabel 2.17e en 2.17f aangegeven waarden niet gelden op gevoelige objecten die zijn gelegen op een gezoneerd industrieterrein. 6. In afwijking van het eerste, tweede en derde lid geldt voor een glastuinbouwbedrijf binnen een glastuinbouwgebied dat: a. voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau (LAmax), veroorzaakt
.
Onderzoek geluidsaspecten voor de woning Kromhoutsreed
6280/NAA/ad/ft
6 in Jubbega
Bijlage 1 - blad 5
BIJLAGE 1 - BEOORDELINGSKADERS Bijlagen
1
BEOORDELINGSKADERS
door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, de niveaus op de in tabel 2.17g genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden; b. de in de periode tussen 06.00 uur en 19.00 uur in tabel 2.17g opgenomen maximale geluidsniveaus (LAmax) niet van toepassing zijn op laad- en losactiviteiten;
Tabel 2.17g 06:00–19:00 uur
19:00–22:00 uur
22:00–06:00 uur
LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
35 dB(A)
30 dB(A)
25 dB(A)
LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen
70 dB(A)
65 dB(A)
60 dB(A)
LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
55 dB(A)
50 dB(A)
45 dB(A)
c. de in tabel 2.17g aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen; d. de in tabel 2.17g aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein, met dien verstande dat de waarden in geval van ligplaatsen, bestemd om te worden ingenomen door een woonschip als bedoeld in artikel 1.2, derde lid, onderdeel b, van het Besluit geluidhinder, slechts gelden voor zover deze ligplaatsen als zodanig zijn bestemd op of na 1 juli 2012 en niet daarvoor in een gemeentelijke verordening waren aangewezen om door een woonschip te worden ingenomen; e. de in tabel 2.17g aangegeven waarden op de gevel, vermeerderd met 5 dB(A), ook gelden op de grens van het terrein in geval van ligplaatsen, bestemd om te worden ingenomen door een woonschip als bedoeld in artikel 1.2, derde lid, onderdeel b, van het Besluit geluidhinder, voor zover deze ligplaatsen: 1°. als zodanig zijn bestemd voor 1 juli 2012, of 2°. voor 1 juli 2012 in een gemeentelijke verordening waren aangewezen om door een woonschip te worden ingenomen en voor 1 juli 2022 als zodanig zijn bestemd; f. de waarden binnen in- en aanpandige gevoelige gebouwen slechts gelden in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten, en g.
de in tabel 2.17g aangegeven waarden niet gelden op gevoelige objecten die zijn gelegen op een gezoneerd industrieterrein. 7. De waarden van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) op de gevel van gevoelige gebouwen in de tabellen 2.17e en 2.17g zijn niet van toepassing op inrichtingen die zijn gelegen in een gebied waarvoor bij of krachtens een gemeentelijke verordening regels zijn gesteld. In een dergelijk gebied bedraagt het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) niet meer dan de waarden die zijn opgenomen in die gemeentelijke verordening. 8. Voor inrichtingen in een gebied als bedoeld in het zevende lid, bedragen de in de verordening vastgelegde waarden ten hoogste 5 dB(A) meer of minder dan de waarden in tabel 2.17e en voor inrichtingen als bedoeld in het zesde lid, bedragen de in de verordening vastgelegde waarden ten hoogste 5 dB(A) meer of minder dan de waarden in tabel 2.17g. 9. Bij vaststelling van de waarden, bedoeld in het zevende lid, wordt in ieder geval rekening gehouden met het in het gebied heersende referentieniveau. Indien voor inrichtingen als bedoeld in het zesde lid, waarden worden vastgelegd die hoger zijn dan de waarden in tabel 2.17g, wordt daarmee het in het gebied heersende referentieniveau niet overschreden. Artikel 2.17a 1. De waarden op de gevel van gevoelige gebouwen en op de grens van gevoelige terreinen in tabel 2.17a
.
Onderzoek geluidsaspecten voor de woning Kromhoutsreed
6280/NAA/ad/ft
6 in Jubbega
Bijlage 1 - blad 6
BIJLAGE 1 - BEOORDELINGSKADERS Bijlagen
1
BEOORDELINGSKADERS
onderscheidenlijk 2.17g worden met 5 dB(A) verhoogd indien tot het van toepassing worden van artikel 2.17 op een inrichting, op grond van een voorschrift als bedoeld in het derde lid van dat artikel hogere waarden golden. 2. Indien in een milieuvergunning die in werking en onherroepelijk was op het tijdstip genoemd in het op de inrichting van toepassing geweest zijnde voorschrift, genoemd in artikel 2.17a, derde lid, lagere waarden dan de waarden, bedoeld in artikel 2.17, eerste lid, waren vastgesteld, zijn die lagere waarden van toepassing. 3. De voorschriften, bedoeld in artikel 2.17, eerste en tweede lid zijn: voorschrift 1.1.3 van de bijlage van het Besluit opslag- en transportbedrijven milieubeheer, voorschrift 1.1.5 van bijlage 2 van het Besluit detailhandel- en ambachtsbedrijven milieubeheer, voorschrift 1.1.7 van de bijlage van het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer, voorschrift 1.1.3 van de bijlage van het Besluit bouw- en houtbedrijven milieubeheer, voorschrift 1.1.5 van de bijlage van het Besluit woon- en verblijfsgebouwen milieubeheer, voorschrift 1.1.3 van bijlage 2 van het Besluit voorzieningen- en installaties milieubeheer, voorschrift 1.1.3 van bijlage 1 van het Besluit textielreinigingsbedrijven milieubeheer, voorschrift 1.1.3 van de bijlage van het Besluit inrichtingen voor motorvoertuigen milieubeheer, voorschrift 3.2 van bijlage
2 van het Besluit tankstations milieubeheer, voorschrift 4.2.1 van bijlage 1 van het Besluit tandartspraktijken milieubeheer en voorschrift 1.1.3 van bijlage 2 van het Besluit glastuinbouw. 4. [Vervallen.] 5. Een gemeentelijke verordening als bedoeld in voorschrift 1.1.2 van de bijlage bij het Besluit landbouw milieubeheer, zoals dat luidde tot 1 januari 2013, berust met ingang van die datum op artikel 2.17, zevende lid. 6. Voor inrichtingen waarop tot 1 januari 2008 het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer, het Besluit detailhandel en ambachtsbedrijven milieubeheer of het Besluit woon- en verblijfsgebouwen milieubeheer van toepassing was, zijn de waarden uit artikel 2.17 niet van toepassing op de gevel van onderscheidenlijk in een dienst- of bedrijfswoning dan wel een woning die deel uitmaakt van een inrichting. Artikel 2.18 1. Bij het bepalen van de geluidsniveaus, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a dan wel 2.20, blijft buiten beschouwing: a. het stemgeluid van personen op een onverwarmd en onoverdekt terrein, dat onderdeel is van de inrichting, tenzij dit terrein kan worden aangemerkt als een binnenterrein; b. het stemgeluid van bezoekers op het open terrein van een inrichting voor sport- of recreatieactiviteiten; c.
het geluid ten behoeve van het oproepen tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging of het bijwonen van godsdienstige of levensbeschouwelijke bijeenkomsten en lijkplechtigheden, alsmede geluid in verband met het houden van deze bijeenkomsten of plechtigheden; d. het geluid van het traditioneel ten gehore brengen van muziek tijdens het hijsen en strijken van de nationale vlag bij zonsopkomst en zonsondergang op militaire inrichtingen; e. het ten gehore brengen van muziek vanwege het oefenen door militaire muziekcorpsen in de buitenlucht gedurende de dagperiode met een maximum van twee uren per week op militaire inrichtingen; f. het ten gehore brengen van onversterkte muziek tenzij en voor zover daarvoor bij gemeentelijke verordening regels zijn gesteld; g. het traditioneel schieten, bedoeld in paragraaf 3.7.2., tenzij en voor zover daarvoor bij gemeentelijke verordening regels zijn gesteld; h. het stemgeluid van kinderen op een onverwarmd of onoverdekt terrein dat onderdeel is van een inrichting voor primair onderwijs, in de periode vanaf een uur voor aanvang van het onderwijs tot een uur na beëindiging van het onderwijs; i. het stemgeluid van kinderen op een onverwarmd of onoverdekt terrein dat onderdeel is van een instelling voor kinderopvang. 2.
Bij het bepalen van de geluidsniveaus, bedoeld in artikel 2.17, 2.17a dan wel 2.20, wordt voor muziekgeluid geen bedrijfsduurcorrectie toegepast.
.
Onderzoek geluidsaspecten voor de woning Kromhoutsreed
6280/NAA/ad/ft
6 in Jubbega
Bijlage 1 - blad 7
BIJLAGE 1 - BEOORDELINGSKADERS Bijlagen
1
BEOORDELINGSKADERS
3. Bij het bepalen van het maximaal geluidsniveau (LAmax), bedoeld in artikel 2.17, 2.17a dan wel 2.20, blijft buiten beschouwing het geluid als gevolg van: a. het komen en gaan van bezoekers bij inrichtingen waar uitsluitend of in hoofdzaak horeca-, sport- en recreatieactiviteiten plaatsvinden; b. het verrichten in de open lucht van sportactiviteiten of activiteiten die hiermee in nauw verband staan; c. laad- en losactiviteiten in de periode tussen 19.00 uur en 06.00 uur ten behoeve van de aan- en afvoer van producten bij inrichtingen als bedoeld in artikel 2.17, vijfde en zesde lid, voor zover dat ten hoogste een keer in de genoemde periode plaatsvindt; d. het verrichten van activiteiten in de periode tussen 19.00 uur en 6.00 uur ten behoeve van het wassen van kasdekken bij inrichtingen als bedoeld in artikel 2.17, vijfde en zesde lid. 4. De maximale geluidsniveaus (LAmax), bedoeld in artikel 2.17, 2.17a dan wel 2.20, zijn tussen 23.00 en 7.00 uur niet van toepassing ten aanzien van aandrijfgeluid van motorvoertuigen bij laad- en losactiviteiten indien: a. degene die de inrichting drijft aantoont dat het voor de betreffende inrichting in die periode geldende maximale geluidsniveau (LAmax), niet te bereiken is door het treffen van maatregelen; en b. het niveau van het aandrijfgeluid op een afstand van 7,5 meter van het motorvoertuig niet hoger is van 65dB(A). 5.