voorstel Voortgang transitietraject omgevingsplan en uitvoeringskosten Omgevingswet
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad Opsteller Kleinheerenbrink, Jos Kenmerk Z.23.398840 / D.23.1649840 Vertrouwelijkheid Openbaar Onderwerp Voortgang transitietraject omgevingsplan en uitvoeringskosten Omgevingswet
Onderwerp Voortgang transitietraject omgevingsplan en uitvoeringskosten Omgevingswet
Voorgesteld besluit 1. Kennis te nemen van de herziene planning voor het transitietraject van het omgevingsplan Heerenveen. 2. Via het MJP en 1e verzamelbesluit 2023 af te wegen om incidentele en structurele middelen beschikbaar te stellen voor het werken aan het omgevingsplan Heerenveen, te weten: a. Incidentele middelen voor het uitvoeren van noodzakelijke onderzoeken voor het werken aan het omgevingsplan Heerenveen. b. Incidentele middelen voor de jaren 2024 tot en met 2027 voor het opstellen van het gemeentedekkende omgevingsplan Heerenveen. c. Structurele middelen beschikbaar te stellen voor vervangings-uitbreiding formatie bij de vakgroep Omgevingsrecht met 1,6 fte per 1 januari 2024. 3. Via het MJP af te wegen om structurele middelen beschikbaar te stellen voor de dagelijkse uitvoering van de Omgevingswet, voor: a. Formatiebudget ten behoeve van het vormgeven en up to date houden van het Digitaal Stelsel Omgevingswet en het werken met toepasbare regels. Het gaat hier om nieuwetaken. Bij elkaar betreft het 0,5 fte, structureel. b. Formatiebudget voor het inrichten en verbeteren van de processen voor behandeling van ruimtelijke initiatieven. Met hierin als belangrijk nieuw instrumentarium de Intake-Omgevings- en Opgavetafel: 1. nieuwe rollen als ketenregisseur, beslisser en voorzitter aan de omgevingstafel (in totaal 1 fte) 2.
Facilitering Intake en Omgevingstafel compensatie voor deelname van medewerkers aan de tafels. c. Benodigde maatwerk toepassen bij vergunning aanvragen: hiervoor is m.i.v. 2024 structureel 2 fte nodig. d. Overdracht taken naar de FUMO. Hiervoor is m.i.v. 2024 structureel bedrag nodig door dit toe te voegen aan het budget voor de uitvoering van de taken van de FUMO. 4. Via het MJP af te wegen om incidentele middelen beschikbaar te stellen voor de komende 3 jaar voor de dagelijkse uitvoering van de Omgevingswet. In te vullen door 1 fte incidenteel voor maatwerk. 5. Via het MJP en 1e verzamelbesluit 2023 af te wegen om incidentele middelen beschikbaar te stellen voor de komende 1,5 jaar voor het inzetten van een participatiecoach. In te vullen door 0,5 fte incidenteel.
Inleiding De Eerste Kamer besloot 14 maart jongstleden dat de Omgevingswet op 1 januari 2024 inwerking treedt. Dit besluit maakt aan veel onzekerheid een eind en geeft verder urgentie en richting aan diverse zaken die wij moeten uitwerken en oppakken om te werken met de kaders van de Omgevingswet. Via dit raadsvoorstel informeren wij de raad, in het kader van de besluitvorming over het MJP, over de benodigde incidentele en structurele middelen voor de verdere uitvoering van de Omgevingswet. Daarbij wordt uitgegaan van het minimaal noodzakelijke. Uw raad stelde op 27 januari 2022 de startnota Omgevingsplan vast als vertrekpunt voor het omgevingsplan. Ook stelde u een aantal uitgangspunten vast en besloot u de voortgang en kosten van het transitietraject omgevingsplan te monitoren en jaarlijks te evalueren. In dit raadsvoorstel gaan we in op de voortgang en de kosten van het werken aan het omgevingsplan. Daarnaast gaan we in op de dagelijkse uitvoering van de Omgevingswet die ook de nodige aandacht vraagt. De middelen die we in dit raadsvoorstel beschrijven, dienen integraal te worden afgewogen in het kader van de vaststelling van het MJP. Daarnaast is ook voor 2023 aanvullend budget nodig voor het opstarten en uitvoeren van onderzoeken die noodzakelijk zijn voor het opstellen van het Omgevingsplan gemeente Heerenveen. Dit raadsvoorstel bestaat daarom uit twee delen.
De punten 1 en 2 gaan over het Werken aan het omgevingsplan (het transitietraject omgevingsplan) op basis van ervaringen en nieuwe inzichten die we tot heden opdeden. Hoe gaan we verder en wat hebben we nodig om op de, vooralsnog, door het rijk gestelde deadline van 31 december 2029 klaar te zijn? De punten 3 tot en met 5 gaan over de noodzaak achter de dagelijkse uitvoering van de Omgevingswet, de vergunningverlening in het bijzonder en de participatiecoach.
Beoogd effect De beschreven middelen zijn minimaal noodzakelijk om: 1. Werken aan het Omgevingsplan 1. de herziene planning uit te kunnen voeren; 2a. kosten te dekken voor het starten van verplichte, noodzakelijke onderzoeken voor het op te stellen omgevingsplan; 2b. uiterlijk 2029 het omgevingsplan voor het hele grondgebied van de gemeente Heerenveen klaar te hebben en via dit voorstel de externe advieskosten te dekken die nodig zijn voor het maken en wijzigen van het omgevingsplan. Denk aan: inkoop van tekenwerk, uitvoeren van onderzoek en juridisch advies alsmede tijdelijke inhuur van personeel tot en met 2025; 2c. kosten te dekken om met ingang van 2024 minimaal 1,6 fte extra structureel uit te breiden bij de vakgroep Omgevingsrecht, tevens bedoeld als vervanging van de inhuurkrachten. 2. Dagelijkse uitvoering 1. Vergunningverlening vindt plaats op basis van maatwerk, het principe ja-mits / werken vanuit de bedoeling in plaats van nee-tenzij. 2. Invulling te geven aan het door uw raad vastgestelde ambitieniveau wat betreft de uitvoering van de Omgevingswet, zoals onder andere vastgesteld in de Omgevingsvisie. 3. Een probleemloos functionerend, actueel en gebruiksvriendelijk digitaal stelsel omgevingswet. 4 .Versterken van de inhoudelijke ketensamenwerking tussen interne en externe partners.
Waarbij ruimtelijke initiatieven van klein naar groot, van vooroverleg tot realisatie, afhankelijk van ambitie en mogelijkheden, adequaat worden gefaciliteerd; 5. Een gedegen regie op de stroomlijning van de processen bij de behandeling van ruimtelijke initiatieven. Met als doel dat elke (aan)vraag wordt behandeld volgens een passend proces. Met introductie van de Omgevingstafel, Intaketafel, de Opgavetafel als ook een prescan team willen we hier invulling aan geven. Dit vraagt om andere en nieuwe rollen van functionarissen met specifieke
competenties. Op de werking van genoemd instrumentarium, de groei in nieuwe rollen en competenties zal actief worden geregisseerd en gemonitord (ketenregie).
Argumenten 1. Transitietraject van het Omgevingsplan 1a. Herziene planning Op 27 januari 2022 stelde uw raad de Startnota omgevingsplan en uitgangspunten Handboek Omgevingsplan vast. Eén van de besluitpunten was: wij hanteren de planning die in de startnota is opgenomen. De planning die wij toen maakten was op basis van de beste aannames die we toen konden doen. Inmiddels zijn we anderhalf jaar verder en ook een stuk wijzer wat betreft inzicht in de benodigde werkzaamheden én de daarmee gemoeide kosten. Het maken van een Omgevingsplan blijkt een ingewikkelde, omvangrijke aangelegenheid. We pionieren met het maken van de regels en het inventariseren van gegevens die straks nodig zijn voor het maken en wijzigen van het omgevingsplan. Dit kost meer tijd dan we destijds vooraf voorzagen. Ook omdat er in den lande geen voorbeelden zijn. Iedere gemeente is zoekende. Er zijn in den lande nog weinig goede voorbeelden en concepten beschikbaar. Feitelijk komt het er (nog steeds) op neer dat gemeenten en adviesbureaus het wiel opnieuw aan het uitvinden zijn. Dat geldt ook voor onze gemeente. Het gaat met vallen en opstaan. Soms zetten we twee stappen achteruit om weer drie stappen naar voren te zetten. Stapje voor stapje komen we vooruit, maar dat kost meer moeite en tijd dan verwacht.
Met alle kennis die we inmiddels opdeden met het werken aan het Handboek stellen we vast dat we de planning van de gebiedsgewijze transitie van het bestemmingsplan naar het gemeentedekkende omgevingsplan moeten herzien. Daarbij blijven we wel koersen op afronding van het omgevingsplan eind 2029. Ook stellen we vast dat we een aantal essentiële, verplichte, onderzoeken moeten uitvoeren om te kunnen voldoen aan de eisen van de Omgevingswet. Daarbij gaat het vooral om onderzoeken op het gebied van erfgoed en milieu. Deze onderzoeken willen dit jaar graag starten en het komend jaar doorzetten om deze resultaten ook zo snel mogelijk beschikbaar te hebben voor de uitwerking van het eerste deelgebied dat we willen aanpakken. De planning ten opzichte van de startnota hebben we moeten herzien. We werken nog steeds stapsgewijs toe naar het omgevingsplan Heerenveen in 2029. Dat doen we nu met minder gebieden en dus met minder procedures. De nieuwe planning ziet er als volgt uit: Uitwerken Handboek Uitwerken basisinformatie (diverse onderzoeken) Programma buitengebied (MER) Woongebieden Heerenveen Buitengebied Dorpen Heerenveen Centrum Bedrijventerreinen Milieuregels bruidsschat Regels fysieke leefomgeving uit verordeningen
2023 2023-2024 2023-2024 2023-2024 2025-2027 2026-2027 2026-2027 2027-2029 2028-2029 2028-2029
De oorspronkelijke planning ging uit van de gebiedsindeling van de omgevingsvisie. Het aantal te starten procedures was 12. Daarbij was nog geen rekening gehouden met het schrijven van een Programma Buitengebied en het MER. Het Programma Buitengebied is echter wel noodzakelijk voor het op te stellen omgevingsplan voor het deelgebied buitengebied. Het programma is een noodzakelijke stap die we moeten zetten om voor de complexe vraagstukken in het buitengebied, via een zorgvuldig proces, goed afgewogen beleidsinhoudelijke keuzes te maken die we juridisch kunnen vertalen in het omgevingsplan voor het deel buitengebied. We koersen met de herziene planning dus op minder deelprocedures. De gebiedsindeling die in de omgevingsvisie Heerenveen is uitgewerkt is niet meer zichtbaar in deze herziene planning. Dat neemt niet weg
dat deze gebiedsuitwerking nog steeds de basis is bij de uitwerking van de deelgebieden die in de nieuwe planning staan. Wij stellen u voor de kennis te nemen van de gewijzigde planning die we als basis voor het verder werken aan het omgevingsplan Heerenveen gebruiken. 2. Werken aan het omgevingsplan 2a. Incidentele middelen voor het uitvoeren van noodzakelijke onderzoeken Een ander uitgangspunt bij het vaststellen van de Startnota Omgevingsplan in januari 2022 was: wij sluiten aan bij de omgevingsvisie en bestaand beleid. De omgevingsvisie is en blijft een belangrijke basis voor het omgevingsplan. Qua beleid en onderzoek zullen we een aantal aanvullende, eerder niet voorziene, stappen moeten zetten. Milieuaspecten In de uitvoeringspraktijk ervaren wij, door voortschrijdend inzicht, dat we essentiële (wettelijk verplichte) onderzoekgegevens en beleidskeuzes op het gebied van milieu missen om het omgevingsplan voor het eerste deelgebied verder uit te kunnen werken. Wij kunnen niet volstaan met een volledig beleidsluwe overgang. Dat is een les die wij hebben geleerd en dat is met het oog op de milieuaspecten meteen ook de moeilijkste opgave waar wij nog voor staan. Op het gebied van milieu zijn we ten eerste in ieder geval verplicht om de zogenaamde basisgeluidsemissie (bge) voor lokale (spoor)wegen te bepalen.
We moeten daarbij eerst de referentiesituatie bepalen (eenmalige kosten) en het eerste verslag daarover ook voorleggen aan uw raad. Daarna moeten we de ontwikkeling van het geluid bewaken en dus periodiek monitoren (structurele kosten). Verder ervaren we in de praktijk dat we voor een aantal andere milieuaspecten zoals geluid, bodem, geur, trillingen en externe veiligheid keuzes moeten maken die bepalend zijn voor de ontwikkelruimte die we al dan niet in het omgevingsplan toe willen staan. Deze keuzes willen we bij nader inzien nu zo snel mogelijk via een onderzoek en eventueel een programma milieu in beeld brengen voor het hele gemeentelijk grondgebied. Daarvoor moeten we externe expertise inhuren. Ook kan het programma milieu een belangrijk uitgangspunt zijn voor de toepassing van buitenplanse omgevingsactiviteiten. Erfgoed Instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving verplichten ons om op goede wijze aandacht te besteden aan bescherming van erfgoed in het omgevingsplan. De gemeente Heerenveen kent gemeentelijke monumenten. Een belangrijke wijziging door de Omgevingswet is dat, na een overgangsperiode - tot eind 2029, gemeentelijke monumenten straks aangewezen en beschermd moeten worden via het omgevingsplan en dus niet meer via de Erfgoedverordening.
Voor het grondgebied van de voormalige gemeente Boarnsterhim en de voormalige gemeente Skarsterlân, is geen inventarisatie gemaakt voor het erfgoed en zijn geen gemeentelijke monumenten aangewezen. Dit moet dus nog gebeuren om het hele grondgebied van de gemeente Heerenveen te voorzien van een gelijkluidende, passende bescherming. Zolang aan deze beleidsharmonisatie geen uitvoering is gegeven kunnen wij het omgevingsplan voor het grondgebied van de voormalige gemeenten Boarnsterhim en Skarsterlân (met de kernen Akkrum, Nes, Aldeboarn en het buitengebied) niet uitwerken en niet vaststellen. Consequentie van de huidige situatie is dat waardevolle, potentieel monumentale panden, zonder restricties gesloopt kunnen worden. Het proces van aanwijzen is tijdrovend. Hoe eerder we starten hoe eerder we de informatie beschikbaar hebben om in ons omgevingsplan te verwerken. 2b. Incidentele middelen voor het opstellen van het gemeentedekkende omgevingsplan De hiervoor uitgewerkt herziene planning is leidend voor budgetten die wij nodig achten voor verdere noodzakelijke onderzoeken en inhuur van tijdelijk personeel en inhuur van externe bureaus die ons ondersteunen bij het maken van het omgevingsplan voor de gemeente Heerenveen voor de periode 2024 tot en met 2027.
Daarbij houden we ook rekening met kosten voor het evalueren van welstandsbeleid in 2024 en de mogelijke juridische vertaalslag van de uitkomsten van deze evaluatie voor het omgevingsplan Heerenveen. 2c. Structurele middelen voor formatie-uitbreiding (1,6 fte)
Om alle bestemmingsplannen in Heerenveen om te zetten naar één gemeentedekkend omgevingsplan hebben we nog (maar) 6 jaren de tijd. Dat is kort dag om voor het grondgebied van de gehele gemeente een dekkend omgevingsplan te maken. Hier is veel kennis en kunde voor nodig. Die wordt momenteel nog ingehuurd. Het is belangrijk dat we als organisatie eigen kennis en kunde opbouwen en inzetten om zelf het omgevingsplan te maken en wijzigen. Bovendien; in 2029 is de klus niet geklaard. Tussentijds en daarna zullen we het omgevingsplan moeten actualiseren en moeten we verplicht de verleende buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA) periodiek verwerken in het omgevingsplan. Dat is een voortdurend proces waar structurele capaciteit voor nodig is. Op basis van de huidige inzichten en ervaring moet de vakgroep Omgevingsrecht met 1,6 fte uitgebreid worden met ingang van 2024. De middelen hiervoor zijn meegenomen in de genoemde bedragen. 3. Dagelijkse uitvoering 3. Structurele componenten 3a. Vormgeven en up to date houden van het omgevingsloket, digitaal stelsel Omgevingswet en het werken met toepasbare regels; Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) is de technische faciliteerder van de Omgevingswet.
Het doel van het DSO is om initiatiefnemers, overheden en belanghebbenden de mogelijkheid te bieden om snel te kunnen zien wat op een betreffende locatie is toegestaan en welke gegevens van deze locatie bekend zijn. Denk hierbij aan ruimtelijke regels zoals bouw- en gebruiksmogelijkheden, milieunormen en ook gegevens zoals bodemgesteldheid en dergelijke. Het DSO dient zodanig te worden ingericht dat de van toepassing zijnde weten regelgeving wordt vertaald in zogenaamde ‘toepasbare regels’. Wat concreet inhoudt dat de juridische tekst van wet- en regelgeving is ‘vertaald’ naar gewone-mensen-taal en verwerkt wordt in vragenbomen. Daarnaast biedt het DSO de mogelijkheid om aanvragen en meldingen in te dienen, waarna de gemeente vervolgens bij de behandeling van de aanvraag via het DSO met andere bevoegde gezagen en/of ketenpartners kan samenwerken. Om het DSO op genoemde wijze in te richten en bij te houden zijn structurele middelen nodig. 3b. Inrichten en verbeteren van de processen voor behandeling van ruimtelijke initiatieven 3b.1. een nieuwe rol als ketenregisseur, beslisser en voorzitter aan de Omgevings-, Opgave- en Intaketafel. Bij aanvragen en meldingen is het streven om aanvragen op de juiste wijze, met een passend proces en juiste inhoudelijke beoordeling te behandelen.
Omdat deze behandeling steeds integraler, breder, sneller en met toepassing van maatwerk (ja-mits gedachte) moet plaatsvinden vergt dit meer van het proces en de mensen. Gezien het team-, afdeling- en organisatie-overschrijdende karakter is er een noodzaak om regie op deze ‘productlijnen / ketens’ te organiseren. Een regie waarmee we de ingerichte processen monitoren en constant kunnen verbeteren naar gelang de omstandigheden dit vragen. Bij de invulling van de tafels dient de rol van beslisser en voorzitter te worden ingevuld. De structurele kosten (opgeteld in totaal 1 fte) daarvan bedragen €128.125,3b.2. compensatie voor deelname van medewerkers aan de Intake, Omgevingstafel en Opgavetafel Bovengenoemde integraliteit bij de behandeling van ruimtelijke initiatieven willen we onder andere bereiken door de introductie van de Omgevingstafel, Intaketafel en de Opgavetafel. In plaats van het uitzetten van diverse adviezen naar specialisten die vervolgens los van elkaar de advisering ter hand nemen, willen we deze specialisten juist bij elkaar aan tafel zetten en het plan bespreken. Hiermee wordt de integraliteit geborgd en kan er sprake zijn van synergie in advisering. Over deze wijze van werken kunnen we op basis van opgedane ervaringen van de afgelopen twee jaar stellen dat dit maatwerk meer tijd vraagt als de ‘oude’ manier van werken.
Het levert echter wel een dusdanig goed platform op voor invulling van het ja-mits principe dat we deze tafels graag een permanent karakter willen geven en faciliteren. Hiervoor is € 64.065,- benodigd. 3c. Maatwerk in vergunningverlening; Als gemeente willen we graag werken vanuit de bedoeling. Deze manier van werken ligt in het verlengde van één van de belangrijkste doelstelling van de Omgevingswet namelijk om maatwerk toe te passen. Of wel te
gaan werken conform de ja-mits gedachte. Met deze manier van werken hebben we de afgelopen twee jaar ervaring opgedaan en inzet op gepleegd. Onze ervaring is dat maatwerk meer tijd kost dan standaard werk. De afgelopen twee jaar hebben we met tijdelijke middelen dit kunnen doen. Om dit in de toekomst ook te kunnen blijven doen hebben we extra structurele personele middelen nodig. Het antwoord op de vraag hoeveel extra tijd en middelen er mee gemoeid zijn is grotendeels afhankelijk van de actualiteit en dynamiek van ons beleid. Hoe actueler en wendbaarder onze bestemmingsplannen en toekomstige omgevingsplannen zijn samengesteld, des te beter en efficiënter kunnen wij invulling kunnen geven aan het jamits principe. De inzet op maatwerk binnen de VVTH-RO keten op Omgevingsvergunningen was de afgelopen twee jaar met 3 tijdelijke fte's ingevuld. De middelen voor deze drie fte zijn met ingang van 2024 niet meer beschikbaar. Deze invulling hebben we echter de komende jaren nog steeds nodig. Met de beoogde actualisering op inhoud en geïmplementeerde flexibiliteit van de Omgevingsplannen, en de beoogde planning hierin, verwachten we dit met ingang van 2027 af te kunnen bouwen naar 2 fte structureel extra. Dit betekent voor de tussenliggende periode van 2024 tot 2027 dat we de ruimte vragen om 2 fte structureel en 1 fte tijdelijk in te kunnen vullen. 3d.
De wettelijk verplichte overdracht van taken naar de FUMO; Met de invoering van de Omgevingswet zullen er taken overgaan van gemeente naar FUMO. Dit betreft de uitvoering van de taken (vergunningverlening/afhandeling van meldingen en toezicht) voor circa 400 tot 450 bedrijven. Daarnaast zullen er ook andere taken deels overgaan, bijvoorbeeld ten aanzien van bodem. Deze taken worden nu nog bij de gemeente uitgevoerd. De middelen die bij de desbetreffende taakuitvoering horen (uren/formatieruimte) zullen beschikbaar komen voor de verhoging van het FUMO-budget. Dit kan leiden tot overgang van personeel naar de FUMO. Vanwege natuurlijke personeelsverloop is er echter formatieruimte beschikbaar, welke vanwege de gedeeltelijke taakoverdracht incidenteel is ingevuld. Het is op dit moment nog niet bekend of de kosten van de FUMO hoger zullen zijn dan die van ons. Aan Friesland breed vastgestelde kengetallen wordt de komende maanden gewerkt. Op basis van deze kengetallen en tarieven zal blijken wat de totale kosten zullen worden. Op dat moment zal blijken of er extra middelen nodig zijn. Uit de ervaringen van eerdere taakoverdrachten blijkt dat de kosten van de FUMO meestal hoger zijn dan die van de gemeente. Een eerste inschatting is dat dit € 30.000 aan extra kosten met zich mee zal brengen. 4.
Maatwerk in vergunningverlening Zie onder 3c, de oude nog niet actuele bestemmingsplannen zullen na verloop van tijd worden vervangen door Omgevingsplannen. Deze omgevingsplannen zijn wat betreft ruimtelijk beleid actueel en doel is om deze ook zo te schrijven dat deze de gevraagde dynamiek in de ruimtelijke ordening beter kunnen volgen. Volledig voorzien wat de toekomst qua ruimtelijke invulling en kaders vraagt is onmogelijk. Daarom voor de eerste jaren na invoering van de Omgevingswet 1 fte extra voor toepassing van maatwerk. 5. Participatiecoach 23 februari jongstleden stelde uw raad het Participatiebeleid vast. In het raadsvoorstel schreven we dat met het vaststellen van het participatiebeleid een participatiecoach benoemd kan worden. In het beleidsdocument staat dat we nader bekijken hoe deze functie wordt belegd en gefinancierd. We stellen via dit voorstel en de brede afweging in het kader van het MJP voor om het inzetten van een participatiecoach te koppelen aan het evalueren het participatiebeleid. Het beleid evalueren we de eerste 2 jaar jaarlijks, daarna elke collegeperiode. Op basis van deze evaluatie kunnen we ook het werken met een participatiecoach evalueren en afwegen of u deze functie structureel wilt invullen. De participatiecoach (0,5 fte) willen we vanaf medio dit jaar laten starten en het hele jaar 2024.
In eerste instantie adviseert, begeleidt en evalueert de participatiecoach projecten en aanvragen in het kader van de Omgevingswet. Later, bij de evaluatie, kunnen we bepalen of de participatiecoach ook breder inzetbaar is. Voor het inzetten van de participatiecoach dit jaar € 32.032,- nodig en via het MJP voor 2024 een bedrag van € 64.065,-.
Risico’s of kanttekeningen 1. Werken aan het Omgevingsplan Het niet beschikbaar stellen van de benodigde budgetten leidt ertoe dat we de noodzakelijke onderzoeken niet kunnen (laten) uitvoeren en dat er onvoldoende capaciteit is om te werken aan het omgevingsplan Heerenveen. Dat leidt er onherroepelijk toe dat de gemeente in 2029, waarschijnlijk voor een groot deel van het grondgebied, niet beschikt over een omgevingsplan. De Omgevingswet stelt geen sancties aan het feit dat voor delen van het gemeentelijk grondgebied geen omgevingsplan van kracht is. Wel zullen er grote nadelen optreden. Dat zijn in ieder geval de volgende: • het werken met twee plan-systemen, waarvan één (het bestemmingsplan) steeds verder verouderd is, inefficiënt en dus kostbaar; • het dienstverleningsniveau neemt steeds verder af door het werken met verouderde regelgeving, wat naar verwachting leidt tot vele onnodige en tijdrovende afwijkingsprocedures; • sommige zaken die wij nu onder het overgangsrecht overeind kunnen houden moeten na afloop van de overgangstermijn van de Omgevingswet wel geregeld zijn in het Omgevingsplan. De bepalingen vervallen anders. Het gaat bijvoorbeeld om welstandsregels (uiterlijk van bouwwerken) en bescherming van (gemeentelijke)monumenten. Alle bedragen in dit voorstel zijn gebaseerd op onze huidige inzichten en ons voortschrijdend inzicht.
Of de budgetten toereikend zijn zal jaarlijks moeten blijken. Ook moet blijken of we het werk dat we moeten verzetten intern en extern blijvend kunnen bemensen. Dat blijft een uitdaging waarmee we de komende jaren zowel op de arbeidsmarkt als op de markt van de adviesbureaus rekening mee moeten houden. We gaven eerder ook aan dat we een programma buitengebied opstellen, waarvoor ook een milieueffectrapport nodig is. Uw raad stelde daarvoor in maart van dit jaar de startnotitie programma buitengebied en MER vast. Het programma buitengebied is een noodzakelijke stap die voorafgaat aan de uitwerking van het omgevingsplan voor het deelgebied. In feite is dit een soort van nota van uitgangspunten dat richtinggevend is voor de planuitwerking. Zonder dit programma hebben we geen handvat voor de keuzes die we moeten maken voor het buitengebied. In het genoemde bedrag is een deel opgenomen voor inhuur van een projectleider die in 2024 verder werkt aan begeleiding van het MER en het opstellen van het programma. Als er geen externe capaciteit voor dit project in 2024 beschikbaar is dan valt het project stil. Ook merken we op dat we budget vragen tot en met 2027. In 2027 zijn we echter nog niet klaar met ons werk aan het omgevingsplan. Het werken aan het gemeentedekkende omgevingsplan loopt in ieder geval nog door tot en met 2029.
Te zijner tijd komen we met aanvullende voorstellen om vervolgbudget beschikbaar te stellen voor het werken aan het omgevingsplan Heerenveen. Tot slot merken we op dat in dit voorstel nog niet de personele capaciteit voor RO-beleid is meegenomen. Dit aspect houden we nog separaat tegen het licht. Mogelijk komen we hiervoor later met een afzonderlijk voorstel. 2. Dagelijkse uitvoering 3a. Digitaal stelsel Het DSO met toepasbare regels, module voor indienen aanvragen / meldingen en als belangrijke informatiebron met beoogde inrichting van informatiehuizen op het gebied van lucht, water, bodem & ondergrond, natuur, externe Veiligheid, geluid ed. Is volledig nieuw. De inrichting heeft de rijksoverheid veel hoofdbrekens gegeven en is zelfs (mede) reden geweest om de invoering van de Omgevingswet uit te stellen. De inrichting en het werken met het DSO is voor gemeenten nog wel een soort van black box. We weten simpelweg nog niet exact wat het betekent als alle aanvragen met relevante stukken en het volledig werken met de DSO conform de gedacht van de rijksoverheid aan onderhoud met zich meebrengt. 3.b. Opleiding en competentieontwikkeling Het opleiden en de competentieontwikkeling voor de Omgevingswet wordt voortgezet en opgepakt door het lijnmanagement.
Hierbij is er persoonlijke aandacht voor de effectiviteit aan de intake-, omgevingsen opgavetafels, het gebruik van digitale dienstverlening, van participatie en communicatie voor initiatiefnemers. Hier kunnen we met bestaande middelen invulling aan geven. 3c./4. Maatwerk bij vergunningverlening Zonder de benodigde middelen zal er in veel mindere mate uitvoering gegeven kunnen worden aan maatwerk en het werken vanuit de bedoeling. Het toepassen van maatwerk door middel van het afwijken van het Omgevingsplan wordt dan bij uitzondering toegepast. Dit kan gemakkelijk leiden tot een flinke
toename van bezwaar- en beroep, waar de capaciteit evenmin op is toegerust.
Communicatie en participatie Dit voorstel gaat over financiële middelen en formatieplaatsen zodat onze organisatie verder uitvoering kan geven aan de Omgevingswet. Dit organisatievoorstel is intern gericht. Participatie of externe communicatie op dit raadsvoorstel is niet van toepassing.
Financiën 1. Werken aan het Omgevingsplan 2a. Incidentele middelen voor het starten van noodzakelijke onderzoeken We willen het onderzoek voor de basisgeluidsemissie lokale (spoor)wegen, het programma milieu en de beleidsharmonisatie erfgoed dit jaar starten. Hiervoor is een bedrag van €283.000 nodig. Hiervoor doen we een voorstel via het verzamelbesluit. Dit bedrag dekt niet alle kosten maar maakt het mogelijk om dit jaar vast te starten met de onderzoeken. Het aanvullende geschatte bedrag dat we nodig achten vragen we aan via het MJP en is onderdeel van de benodigde budgetten voor 2024 en verder. 2b. Incidentele middelen voor het opstellen van het gemeentedekkende omgevingsplan Op basis van de beste aannames die wij nu kunnen doen, met de meest recente inzichten, stellen wij dat voor de komende jaren de onderstaande bedragen nodig zijn: 2024 € 665.000,-
2025 €320.000,-
2026 €320.000,-
2027 €77.000,-
In de eerste jaren is meer geld nodig dan in latere jaren. Dat kan niet anders. Vooral in 2023 t/m 2025 zal er nog veel kennis opgebouwd moeten worden wat extra capaciteit vraagt. Hoe meer ervaring we op gaan doen (onder andere met aan te trekken eigen personeel) hoe makkelijker het wordt om een volgend deel van het omgevingsplan op te stellen. We zitten nu echter nog vooral in de fase van het ontdekken hoe het moet en het opleiden van eigen mensen. De bovenstaande bedragen zijn nodig om aan de hand van de herziene planning per aangegeven jaar voldoende geld beschikbaar te stellen om adviesbureaus in te huren, onderzoek te doen, voorstellen voor noodzakelijke beleidsaanpassingen en tijdelijke inhuur voor 2024 en 2025. De genoemde bedragen brengen we ook in via het MJP voor de jaren 2024 tot en met 2027. 2c. structurele middelen voor formatie-uitbreiding (1,6 fte) In dit voorstel gaven we aan dat we de tijdelijke inhuur in 2025 willen afbouwen onder gelijktijdige aanvulling van 1,6 structurele volledige formatieplaats voor de vakgroep Omgevingsrecht. Voor het invullen van deze functie is vanaf 2024 een structureel bedrag van €192.750,- nodig. 2. Dagelijkse uitvoering 3.a.
structurele middelen voor de dagelijkse uitvoering van de Omgevingswet Deze structurele middelen bestaan uit de volgende onderdelen: DSO, toepasbare regels, informatiehuizen Ketenregie, beslisser, voorzitter Invulling Opgave-, Omgevings- en Intaketafel Toepassing Maatwerk bij vergunningaanvragen Extra kosten overdracht taken naar FUMO Totaal
4 / 5 incidentele middelen voor de dagelijkse uitvoering van de Omgevingswet
€ 64.100,€ 128.100,€ 64.100,€ 225.700,€ 30.000,€ 512.000,-
Toepassing Maatwerk bij vergunningaanvragen Participatiecoach Totaal
2024 € 112.90,€ 64.100,€ 177.000,-
2025 € 112.900 ,-
2026 € 112.900 ,-
€ 112.900,-
€ 112.900,-
3. Dekkingsbronnen Vanuit het gemeentefonds ontvangt de gemeente Heerenveen een bijdrage voor de Omgevingswet. (Voor 2022 is dat € 542.000,- . Voor dit jaar is € 504.000,- opgenomen voor de Omgevingswet. Binnen thema Wonen en Leven € 383.000,- en binnen bedrijfsvoering € 161.000,-. Dit is minder dan in de algemene uitkering stond. Of en hoeveel we voor 2024 krijgen vanuit het rijk is op het moment van schrijven van dit raadsvoorstel nog niet bekend. De bedoeling is dat de rijksbijdrage ook daadwerkelijk ten goede komt aan de ontwikkeling en uitvoering van de Omgevingswet.
Bijlagen 2