CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Technische vragenronde (concept) participatiebeleid omgevingswet met antwoorden

Commissie Gezamenlijk 17 februari 2022, gemeente HeerenveenBij agendapunt: (Concept) Participatiebeleid omgevingswet1.309 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

4.1 (Concept) Participatiebeleid omgevingswet ID

Fractie

Vraag

Antwoord

1

D66

1) het beleid richt zich op vraagstukken in de ruimtelijke ordening. In hoeverre kan het beleid ook van toepassing zijn voor andere participatieve trajecten? Denk bijvoorbeeld aan het door inwoners op laten pakken van een wijkonderneming, kan dit beleid daar dan ook handen en voeten aan geven. Of een omgekeerde right to challenge. En hoe dan dit domeinoverstijgend in te bedden?

In paragraaf 1.5 van het stuk is de afbakening aangegeven: het beleid richt zich in de eerste plaats op planprocessen de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan, programma’s omgevingswet en Omgevingsvergunningen. Waar dat voor de hand ligt en mogelijk is, blijven we vraagstukken uiteraard integraal in samenhang oppakken (denk bijvoorbeeld aan de centrumvisies Heerenveen/Akkrum/Jubbega). Na evaluatie van het beleid kan het eventueel worden uitgebreid naar andere domeinen. Het participatiebeleid bevat nog geen kaders voor (een omgekeerde) right to challenge of het uitbesteden van (beheer)taken aan wijken en dorpen. Daar willen we in de toekomst wel mee aan de slag. In bijlage 5.1.7 gaan we hier kort op in. Zodra de ‘Wet versterking participatie op decentraal niveau’ is vastgesteld, wordt het uitdaagrecht wettelijk verankerd. We zullen dan ook onze inspraakverordening uit 2016 aanpassen tot participatieverordening.

9

D66

2) Wie bepaalt welk traject moet worden gekozen. Wie heeft daar invloed op en wie besluit?

De vorm van participatie wordt bepaald door de initiatiefnemer van het plan. Wanneer dit een ontwikkelaar of particulier initiatiefnemer is, is de participatie hun verantwoordelijkheid. De invulling daarvan is vormvrij (binnen de kaders van de wet en het participatiebeleid). Wanneer de overheid initiatiefnemer is van het plan, bepaalt het college in de meeste gevallen welk traject wordt gekozen (binnen de vastgestelde kaders van het participatiebeleid). Bij grote trajecten is het ook voor te stellen dat de raad door middel van een startnotitie een besluit neemt over het te volgen participatietraject. Voorbeelden daarvan zijn de centrumvisie, omgevingsvisie en grote woningbouwprojecten.

10

D66

3) Door wie worden de kosten van het participatietraject betaald? Het gaat om de inzet

In grote lijnen geldt het volgende: bij initiatieven van de gemeente betaald de gemeente het traject, bij initiatieven van derden, betalen

2

SP

van de organisatie en de bijbehorende out-ofpocket kosten. En in hoeverre kunnen deze worden verrekend in de leges?

derden. Bij initiatieven van derden is het van belang hoe dienstverlenend de gemeente zich wil opstellen en welke ondersteuning zij wil bieden. Zie hiervoor de scenario’s in hoofdstuk 4 van het participatiebeleid. In scenario A en B is de mate van ondersteuning beperkt, terwijl deze bij C en D veel groter is. Over de verrekening van gemeentelijke dienstverlening via de leges neemt u een besluit bij het vaststellen van de (aangepaste) legesverordening. Of en hoe we de kosten van deze dienstverlening kunnen/mogen verrekenen via de leges is nog niet helemaal duidelijk. Het hangt er vanaf of de kosten van ondersteuning bij participatie als (aparte) dienst kan worden toegerekend. Misschien kan dit via de leges, maar je zou ook kunnen denken aan een privaatrechtelijke constructie, waarbij bijv. een medewerker van de gemeente wordt ingehuurd om het participatietraject te begeleiden.

1. Het college gaat in de notitie uit van de inwerktreding van de omgevingswet per 1 juli 2022. Echter er is uitstel tot 1 oktober a.s. of 1 januari 2023. Welke consequenties heeft het verdere uitstel van de omgevingswet en verwacht het college dat ict problemen binnen enkele maanden worden opgelost? Hoe staan wij er nu voor? Is het verstandig om nu over dit onderwerp al te besluiten?

Het college gaat de raad, voorafgaand aan de commissievergadering van februari, een brief sturen over uitstel van de Omgevingswet. Een belangrijke reden voor uitstel is de landelijke voorziening van het Digitaal Stelsel nog onvoldoende operationeel is, getest is en er onvoldoende mee geoefend is. Een landelijke voorziening die op tijd beschikbaar is, goed werkt en lokaal gebruikt is, is voor Heerenveen van cruciaal belang. Of de invoering op 1 oktober 2022 of 1 januari 2023 doorgaat, is op dit moment lastig in te schatten. Het is vooral afhankelijk van landelijke keuzes en vorderingen met betrekking tot het DSO. Lokaal is onze ICT voldoende voorbereid op de invoering van de wet. Met de werkprocessen zijn we ook een eind op weg. Meer informatie leest u in de raadsbrief die op route is. Wij achten het wel verstandig om alvast keuzes te maken met betrekking tot het participatiebeleid. Dit onderdeel ligt al een tijdje vast in de wet en we verwachten dat dit niet meer gaat wijzigen. Wel kan het verstandig zijn om de invoering van het participatiebeleid te koppelen aan de invoering van de wet, zodat de nieuwe werkwijze tegelijk oploopt.

Dezelfde keuze heeft u gemaakt met het raadsbesluit op 18 februari 2021 met betrekking tot de adviesrol van de raad en de participatieplicht. 3

SP

2. Is er al meer duidelijkheid over de financiële gevolgen voor de gemeente en de mogelijke extra rijksbijdrage om deze taak uit te kunnen voeren? Dit kan dit besluit (los van principiële overwegingen) beïnvloeden.

Voor de aankomende perspectiefnota en investeringsagenda hebben we een inschatting gemaakt van de structurele kosten van de invoering van de wet. Daarbij gaat het om het opstellen van het Omgevingsplan (tot 2029), het invoeren van de nieuwe werkwijze en het inrichten van de beleidscyclus (actueel houden Omgevingsvisie + programma’s). Deze stukken komen binnenkort naar u toe. Over de vergoeding van structurele kosten vanuit het Rijk is nog geen uitsluitsel. Dit onderwerp wordt besproken door de Ministerie en de koepelorganisaties van onder andere IPO en VNG.

4

SP

3. Ook in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) worden de opgaven van klimaat, energie, woningbouw, mobiliteit en landschap vanuit de regio benaderd. De NOVI is nog niet gepubliceerd, maar er circuleren 70%, 90%, 95% en 98% versies onder ‘welingelichte kringen’. Die versies verklappen dat de NOVI regio’s bevat, mogelijk zo’n dertig. Is hier iets over bekend bij het college, zo ja wat? En is hier geen risico aan verbonden over de mogelijkheden van democratische beloften als regioplannen (die niet democratisch tot stand zijn gekomen) voorrang hebben?

De NOVI is vastgesteld en op 11 september 2020 aangeboden aan de Tweede Kamer. Er is niet helemaal duidelijk naar welke regio’s wordt verwezen. In de NOVI is geen regionale indeling opgenomen. Wel zijn er NOVI-gebieden aangewezen waar grote integrale opgaven spelen die vragen om Rijksbetrokkenheid. Daarnaast is er afstemming op landsdelig niveau via de Omgevingsagenda. Dit is niet helemaal nieuw, want de Omgevingsagenda komt in de plaats van het MIRT. Het verandert niets aan de besluitvormingsstructuur met raden, staten en tweede kamer. https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/omgevingswet/nationaleomgevingsvisie

5

SP

4. Het college stelt dat er twee dimensies zijn waarbij de gemeente vrij is om deze in te vullen nl. ten eerste waarbij het gaat om de mate ondersteuning van initiatiefnemers en ten twee de mate waarin de gemeente participatie van belanghebbende mogelijk maken bij plannen

Projectontwikkelaars en particulier initiatiefnemers kunnen nu ook al rechtstreeks contact zoeken met belanghebbenden. Het enige dat nu verandert is dat ze bij plannen worden verplicht om inwoners vroegtijdig te betrekken en te laten zien wat er met de inbreng gebeurt. Het is aan initiatiefnemers zelf hoe ze dit proces in richten. De gemeente kan daarin op procesniveau niks voorschrijven of

waarbij de gemeente zelf initiatiefnemer is. Maar hoe zit het met de ondersteuning van belanghebbenden bij particulier initiatieven van b.v. projectontwikkelaars? Is het wel reëel om projectontwikkelaars direct met bewoners te laten onderhandelen?

afwingen. Wel moet het resultaat van de participatie voldoen aan de (minimale) eisen van het participatiebeleid (zie paragraaf 3.8 van het beleid). Daarnaast kan de gemeente aanbieden (niet opdringen) om zelf een rol te pakken in de informatievoorziening of het horen van belanghebbenden. Zie hiervoor ook het verschil tussen scenario A en C in hoofdstuk 4.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=cf2f065f-03db-4995-be71-83556882216a