CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Technische vragen commissie ROM 17 november 2022

Commissie Leefomgeving 17 november 2022, gemeente Heerenveen1.613 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ID

Fractie

Onderwerp

Vraag

Antwoord

1

D66

Beslisruimte voorliggend besluit

In de inleiding van de raadsbrief wordt het volgende vermeld: 'De verklaring kan slechts (gemotiveerd) worden geweigerd in het belang van een goede ruimtelijke ordening.' 1. Kan worden aangegeven wat hiermee wordt bedoeld? 2. Welke soort aspecten vallen in dit verband onder de definitie van 'ruimtelijke ordening'?

1. Kan worden aangegeven wat hiermee wordt bedoeld? De aangehaalde zin komt uit artikel 6.5 van het besluit ruimtelijke ordening. Om in dit geval van een bestemmingsplan te kunnen afwijken, moet de gemeenteraad een ‘verklaring van geen bedenkingen’ (VVGB) afgeven. De wet bepaalt dat deze VVGB niet zomaar kan worden geweigerd. Dat kan alleen in het belang van een goede ruimtelijke ordening. Andere belangen mogen daarbij geen rol spelen. Dat houdt in dat deze VVG alleen dan door de raad niet mag worden afgegeven wanneer dat leidt tot een situatie waarin geen sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De term ‘goede ruimtelijke ordening’ is een belangrijke term binnen de Wabo en de Wet ruimtelijke ordening. Ruimtelijke ordening heeft betrekking op het zo goed mogelijk regelen van de schaarse ruimte in Nederland en het maken van een goede afweging tussen verschillende tegengestelde ruimteclaims. Een stuk grond kan maar voor één functie tegelijk worden gebruikt en welke functie is dan het beste passend en welke regels horen daar dan bij. Belangrijk doel van een goede ruimtelijke ordening is daarbij het bereiken en behartigen van een goed woon- en leefmilieu. 2. Welke soort aspecten vallen in dit verband onder de definitie van 'ruimtelijke ordening'? Dat betekent dat het aantal aspecten dat daarbij van belang is, niet op voorhand is begrensd.

Aspecten die daarbij van belang zijn, zijn o.a.: geluid, geur, bodemkwaliteit, verkeerafwikkeling, voorkomen onevenredige hinder

en gevolgen voor natuurgebieden. In dit geval bevat de bij de stukken gevoegde ruimtelijke onderbouwing de argumentatie waarom dit geval sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Dat volgt al uit de naam van dit document. 2

GL

NHG losgekoppeld van betaalbaar (bijlage 1.2 pagina 7)

Heeft het college de NHG waarde al losgekoppeld van betaalbaar? Kortom: wordt er voor betaalbaar een waarde gehanteerd van €355.000?

Wij definiëren betaalbaar zoals dit wordt gehanteerd op provinciaal en rijksniveau. Hiervoor gebruiken we momenteel de door het rijk aangegeven NHG-grens van €355.000. De Provincie Friesland heeft aangegeven open te staan om deze betaalbaarheidsnorm te onderzoeken voor de Friese context. Dit wordt idealiter tegelijkertijd met het proces van de regionale woondeals opgepakt. Indien dit wordt onderzocht zullen we u op de hoogte houden.

3

CU

Raadsvoorstel uitgangspunten woonvisie

Op blz 4 staat dat er respectievelijk 9,6% sociale huur en 44% betaalbare woningen gepland zijn. Op blz 5 in het Atrive rapport staat dat er 32% hard en 41% zachte bouwplannen voor betaalbare woningen zijn. Hoe verklaart u deze cijfers? Hoeveel procent bij het percentage uit het Atriverapport zijn sociale huurwoningen?

In het raadsvoorstel staat aangegeven dat voor ongeveer de helft van de plannen vaststaat wat de prijscategorie van de geplande woningen is. Daardoor kan door de tijd heen het percentage betaalbare woningen in de bouwplannen veranderen. Een verschil tussen de twee bronnen is de rol van middenhuur. Volgens de nationale definities valt middenhuur (tot circa 1000 euro) onder betaalbare woningen. Het aandeel middenhuur is bij de 44% wel meegenomen, maar bij de cijfers in de Uitgangspuntenota niet. Het percentage sociale huur is in beide documenten hetzelfde.

4

CU

Uitgangspunten voor de Woonvisie

Hoeveel van de geplande 2000 woningen zijn al hard? Hoeveel zijn hiervan particulier en

Momenteel zijn er 561 woningen met de planstatus hard. Voor particulieren worden er kavels vrijgegeven. Het aantal woningen voor particulieren

hoeveel door projectontwikkelaars? (Mag ook procentueel zijn)

ligt rond de 20%. De overige 80% van de plannen zijn door projectontwikkelaars.

5

CU

Uitgangspunten voor de woonvisie

Op pagina 6, Bij risico’s of kanttekeningen bij 1.2 vertraging staat: voldoende beschikbare tijd. De zin loopt verder vreemd. Kan duidelijkheid worden gegeven wat hier bedoeld wordt?

Deze zin loopt inderdaad niet goed. Wat er bedoeld is te zeggen is: er bestaat het risico dat de Woonvisie later wordt vastgesteld dan wat de huidige planning aangeeft, om de redenen: (1) er moet voldoende tijd zijn voor het participatieproces, (2) er is een gebrek aan ambtelijke capaciteit en (3) er is mogelijk een gebrek aan financiële middelen om het schrijven van de Woonvisie uit te besteden.

6

CU

Uitgangspunten voor de woonvisie

Blz 5. De inwerkingtreding van de Omgevingswet is 1 januari 2023. Inmiddels is die datum verschoven naar 1 juli 2023. Wat voor gevolgen heeft de verschuiving van deze datum op een eventueel participatie traject en terugkoppeling naar de raad?

Het participatietraject wordt ingericht conform de op dat moment geldende kaders van het Rijk. Hierover worden afspraken gemaakt met de partij waarvan het schrijven van de Woonvisie wordt uitbesteed.

7

CU

Uitgangspunten voor de woonvisie

Onderaan bladzijde 4 staat: stellen wij daarom voor een. Analyse en botsproef op hoofdlijnen te maken. Wat wordt er met botsproef bedoeld?

De eventuele keuze om de sociale huurvoorraad op 30% van de totale woningvoorraad te krijgen heeft gevolgen voor de woningbouwprogrammering en daarmee het grondbedrijf. Een botsproef is een berekening die laat zien wat de (globale) financiële gevolgen van deze keuze voor het grondbedrijf zijn.

8

CU

Instellen commissie fysieke leefomgeving

In de GR Hus en Hiem wordt veel vastgelegd. Blijft onze Welstandsnota 2016 leidend bij de beoordelingen in Heerenveen of worden hier gezamenlijke regelingen voor ontworpen?

Ja. Onze welstandsnota blijft het toetsingskader voor aanvragen voor omgevingsvergunningen. De gemeentelijke welstandsnota’s vallen onder het overgangsrecht van de Omgevingswet. Wanneer en hoe we de regels voor het uiterlijk van bouwwerken gaan aanpassen is nog niet bekend. Het is dus ooknog niet bekend of we gezamenlijke regelingen gaan ontwerpen. Zie ook ID11

9

CU

Uitgangspunten van de woonvisie

In de commissievergadering van 30 mei is ID134 over het Binnenstedelijk vrij bouwen voor Weststellingwerf aan de orde geweest. De andere gemeenten in de provincie mochten dit niet. Wat is de stand van zaken qua dit punt momenteel?

Dit is onveranderd gebleven. Wel worden de woningbouwafspraken tussen de regio en de provincie in de context van de regionale woondeals tegen het licht gehouden. De provincie geeft aan dat wanneer het nodig blijkt, de huidige afspraken kunnen worden geëvalueerd en aangepast.

10

VVD

begrotingsmutati es

Uit de stukken wordt niet duidelijk waaruit de saldi begroot resultaat zijn ontstaan over de jaren 2022 t/m 2025. Graag per jaar en per saldo uitleg hierover.

Het gaat hierbij om de volgende posten: Digitalisering sociaal domein Verzamelbesluit 1 Verzamelbesluit 2 Actualisatie grondexploitatie In de bijlage (hieronder) staan de bedragen.

11

D66

Welstandsnota

Een vraag die zijdelings te maken heeft met de instelling van de adviescommissie Fysieke Omgeving Wanneer wordt de welstandsnota herzien?

Over de aanpassing van het welstandsbeleid, wanneer of hoe, heeft ons college nog geen standpunt ingenomen. De welstandsnota valt onder het overgangsrecht van de Omgevingswet en heeft vanuit dat oogpunt geen spoed. Uiteindelijk zullen de regels over het uiterlijk van bouwwerken (de nieuwe term voor welstand) een plek moeten krijgen in het gemeentelijk omgevingsplan. Op dit moment geldt daarvoor, ondanks het herhaalde uitstel van de Omgevingswet, nog steeds de overgangsdatum van 31 december 2029. Tot die tijd hebben we in ieder geval de tijd om het welstandsbeleid te evalueren en al dan niet in aangepaste vorm te verwerken in het gemeentelijk omgevingsplan.

12

FNP

7. RKC onderzoek Burgerparticipati e in de fysieke leefomgeving

Op pag 6 wordt aangegeven dat de kosten excl. BTW en reis- en verblijfskosten zijn. Van die verblijfskosten vragen wij ons af wat hieronder valt.

Volgt via de rekenkamer.

13

FNP

8. Uitgangspunten voor de woonvisie

Is er een verslag gemaakt van de dialoog van 7 november jl? En zo ja, kunnen wij daarover beschikken?

Er is geen verslag beschikbaar. Wel zijn de argumenten die tijdens de plenaire sessie (na de pauze) genoemd werden bijgehouden op flipovers. Hiervan zijn foto's gemaakt. Deze foto's kunnen gedeeld worden via de griffie.

14

GL

Vaststelling verordening vóór in werking treden Omgevingswet

Dit stuk is versneld in procedure gebracht wegens tijdgebrek door inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2023. Deze datum is echter inmiddels alweer een tijdje achterhaald. Waarom is het dan alsnog nodig dat wij besluitvorming van dit stuk versneld doorzetten? De spoedeisendheid mbt de terinzagelegging is immers niet meer relevant.

Tijdens het opstellen en het op route brengen van de stukken voor college en raad voor de datum van 1 januari 2023 was niet bekend dat de minister zijn voorstel aan de Eerste Kamer voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet zou intrekken. Voor de inwerkingtreding moesten wij uitgaan van 1 januari 2023 zolang geen uitstel bekend zou zijn. Door het besluit van de Minister zijn wij tussentijds ingehaald door de tijd en is uw constatering juist dat het argument van spoedeisend er niet meer toe doet. Omdat het gaat om een technische verordening die er enkel op gericht is om de verplichte adviescommissie in te stellen, zodat de commissie kan adviseren over rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en welstandsadvisering, stellen wij voor het voorstel wel voor besluitenvorming voor te leggen. Het gaat kort gezegd om een voortzetting van de huidige situatie, waar inwoners en organisaties geen nadeel van ondervinden. We verwijzen hiervoor ook artikel 4.a. van de participatie en inspraakverordening Heerenveen waarbij van inspraak of participatie afgezien kan worden ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen. Alsnog ter inzage leggen en opnieuw voorleggen aan raad en college brengt

extra onnodige inspanningen met zich mee. Het alsnog ter inzage leggen van de verordening vraagt extra inspanning. De stukken moeten allen na ter visie legging opnieuw geagendeerd worden voor college en raad.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=36985253-0617-4278-b833-4b78c2718a9c