Schriftelijke vragen ID 166 VVD - Terugvorderingen participatiewet
Tekst van het document
IBABS ID: 166 Van VVD – Ilona Zwanenburg Portefeuillehouder Hedwich Rinkes Behandeling ambtenaar Saskia van der Sluis en Jochem Sloothaak Datum ontvangst vragen 08-01-2021 Vragen beantwoorden voor 08-02-2021
Terugvorderingen op grond van artikel 58 lid 1 van de Participatiewet Inleiding Ook in Heerenveen is commotie ontstaan over de terugvorderingen op grond van artikel 58 lid 1 van de Participatiewet. Door verschillende partijen zijn hierover reeds vragen gesteld. De VVD heeft aanvullend hierop nog de volgende vragen: De Participatiewet is al enige tijd van kracht. Heeft zich in de periode tussen 2015 en heden een wijziging voorgedaan in de interpretatie/uitvoering van deze wet door de gemeente Heerenveen? Zo ja, wat is daarvan de aanleiding geweest? Nee Hoe verloopt het proces rondom de uitvoering van de inlichtingenplicht? Het contactgesprek Inwoners die een uitkering aanvragen, krijgen vanuit de gemeente één contactpersoon waar zij steeds contact mee hebben. Tijdens een intakegesprek wordt met de inwoner gesproken over de aanvraagprocedure en worden alle wederzijdse verwachtingen (rechten en plichten die horen bij het krijgen van bijstand) besproken. We reiken een informatiemap uit met daarin heel veel informatie over andere regelingen waar de inwoner gebruik van kan maken. Ook wordt in dit gesprek uitgebreid gesproken over de inlichtingenplicht en wat deze plicht exact inhoudt. In de informatiemap zit daarnaast nog uitgebreide informatie over deze inlichtingenplicht.
Toekenning van de bijstand Wanneer de inwoner vervolgens de bijstand krijgt toegekend, wordt er wederom gesproken over de verwachtingen over en weer. De inlichtingenplicht komt dan nogmaals aan de orde. We roepen daarnaast op dat de inwoner altijd contact opneemt met de contactpersoon van de gemeente wanneer er vragen zijn, of wanneer er twijfels zijn over deze rechten en plichten. Het voortgangsgesprek Minimaal één keer per 1,5 jaar wordt daarnaast de hoogte van de bijstandsuitkering opnieuw bekeken. Heeft de inwoner minder structurele ondersteuning uit het netwerk, dan kan de bijstand eventueel omhoog. Heeft de inwoner meer structurele ondersteuning uit het netwerk, dan kan de bijstand eventueel lager.
In gesprek nadat er signalen komen Wanneer er uit gesprekken met de inwoner, of vanuit het landelijke Inlichtingenbureau, of op andere wijze signalen komen dat er sprake is van structurele ondersteuning naast de gemeentelijke ondersteuning, dan volgt er altijd een gesprek. In dat gesprek wijzen we de inwoner wederom op de rechten en plichten, geven we advies en denken we mee. De inwoner kan vervolgens dit herstellen (de zogenaamde respijtperiode). Bij voldoende of grote signalen, starten we daarnaast een onderzoek of er sprake is van fraude.
In de LC van 2 januari geeft de burgemeester aan dat er een verschil van opvatting was tussen wat ambtenaren doen en wat het college wil. “Het college vond de maatregel niet passend en niet in de geest van de wet. Het college was het oneens met de afdeling en daar hadden ambtenaren moeite mee, er was sprake van een mate van narrigheid”. Herkent het college zich in deze uitspraak? Zo ja, waarom is gekozen voor het in de media benoemen van de werkwijze van de ambtenaren terwijl het doorgaans gebruikelijk is om als men het over ambtenaren heeft van het college te spreken?
De LC vroeg de burgemeester te reageren op uitspraken van twee bronnen die vertelden dat ambtenaren het college tegenwerkten bij handhaving van de Participatiewet. De burgemeester heeft daarop gesteld dat hier geen enkele sprake van was. Geconfronteerd met een specifieke casus heeft de burgemeester desgevraagd bevestigd dat er een verschil van inzicht bestond. Dat daarvan in het college kennis is genomen en dat vervolgens het bestuur, zoals het hoort, heeft besloten. De burgemeester heeft nooit gezegd “dat ambtenaren andere dingen doen dan het college wil”. De burgemeester heeft in het interview juist benadrukt dat het college waardering heeft voor de ambtelijke inzet ter zake, dat verschil van inzicht in een volwassen en professionele relatie goed bespreekbaar is, maar dat het college altijd verantwoordelijk is en blijft voor het genomen besluit. Gezien de overeenkomsten met de casus uit de gemeente Wijdemeren waarin de rechter de gemeente in het gelijk heeft gesteld en het oordeel van de commissie bezwaarschriften in de terugvordering van de 14.000, is dan de conclusie juist dat er sprake is van juridisch juist handelen? Nb. Graag ontvangen wij het oordeel van de commissie bezwaarschriften. De gemeente Heerenveen werkt met een onafhankelijke bezwarencommissie die mee kijkt wanneer de inwoner hierom vraagt. De commissie komt met een advies aan het college.
Het college kan vervolgens dit advies opvolgen of anders besluiten. In de casus zoals beschreven in dagblad Trouw heeft de gemeente dit advies opgevolgd en is er juridisch juist gehandeld. Ook in de casus die later beschreven is in de Leeuwarder Courant heeft de onafhankelijke adviescommissie een uitspraak gedaan. Toen stelde de commissie de gemeente in het
gelijk.Daarna kan de inwoner er voor kiezen in beroep te gaan zodat een rechtbank uitspraak doet. In de casus Trouw is hier door de inwoner niet voor gekozen. Vanwege de privacy is het niet mogelijk de adviezen van de bezwarencommissie te ontvangen.
Het college spreekt over het willen handelen ‘ in de geest van de wet’. Wat wordt daar in deze mee bedoeld en tot welk besluit had dit moeten leiden? De bijstand is bedoeld als tijdelijk vangnet voor diegene die het anders niet redden. Bij het verstrekken van de bijstand, maken we voortdurend afwegingen. Hierbij maken we steeds gebruik van hoofd (de wet), hart (de menselijke maat) en de helpende hand (wij zijn er voor iedereen). De Participatiewet geeft aan dat alle structurele (financiële) ondersteuning die iemand ontvangt tijdens de uitkering, gemeld moet worden aan de gemeente. De gemeente bekijkt dan samen met de betreffende inwoner welke ondersteuning van invloed is op de uitkering of op de hoogte daarvan. Welke ruimte is er voor de gemeente om de Wet, waaronder de inlichtingenplicht, op een andere wijze toe te passen dan de nu gehanteerde? En zoniet, zou deze ruimte gecreëerd kunnen worden en zoja op welke wijze? Het college kan ervoor kiezen om in beleidsregels een bepaald bedrag aan giften “vrij te laten”. De gemeente Amsterdam heeft hiertoe besloten en laat bijvoorbeeld € 1.200 per kalenderjaar vrij. In het gesprek met de gemeenteraad op 19 januari 2021 willen we hierover met elkaar van gedachten wisselen.
Wordt het creëren van ruimte wenselijk geacht en zo ja, is hiertoe al eens het initiatief genomen en hoe is dat verlopen? Er is niet eerder het initiatief genomen aanpassingen door te voeren. We gaan graag in gesprek met de gemeenteraad over de wenselijkheid van het creëren van deze ruimte. Hoe wordt in het algemeen geborgd dat er een gedeeld beeld is bij college en ambtenaren over de geest van de wet(ten) en de rechtmatigheid van deze interpretatie(s)? En zijn er vergelijkbare situaties op deze of andere beleidsterreinen? In 2019 bleek dat de uitvoering van rijksregels over terugvordering tot dilemma’s leidde. Over deze dilemma’s is toen een gesprek gevoerd tussen diverse collegeleden, teamleiders en medewerkers. Het doel van dit gesprek was uit te wisselen met welke vragen collega’s die de bijstandsregels moeten handhaven te maken hebben. Het gesprek was open en heel constructief. Collega’s konden hun dilemma’s en ervaringen een-op-een met de collegeleden delen. De vervolgafspraak is gemaakt dat vaker te doen.
We betreuren het zeer dat nu het beeld ontstaat dat deze casussen tot spanningen tussen bestuur en organisatie leiden. Het tegenovergestelde is waar. We hebben deze dilemma’s gebruikt om meer onderling begrip te creëren. Er vinden gesprekken plaats tussen betrokken collega’s en het college om hier verder over door te praten.