Schriftelijke vragen ID 161 - D66 - Bijstand
Tekst van het document
IBABS ID: 161 Van D66 – Rixt de Jong Portefeuillehouder Hedwich Rinkes Behandeling ambtenaar Jochem Sloothaak/ Saskia van der Sluis Datum ontvangst vragen 30-12-2020 Vragen beantwoorden voor 28-01-2021
Bijstand Trouw publiceerde 29 december 2020 het volgende artikel: Je dochter steunen, niet met geld, en dan tóch een fout maken volgens de gemeente. ‘Waar is de compassie?’. D66 Heerenveen is geschrokken van het verhaal. In het artikel wordt het beeld geschetst van een starre gemeente Heerenveen die in haar aanpak van bijstandsfraude weinig compassie toont met inwoners in de bijstand. Naar aanleiding van het artikel hebben wij de volgende vragen:
1. In hoeverre schetst het artikel een beeld van de algemene praktijk in Heerenveen? Wij zijn ook geschrokken van het beeld dat wordt neergezet in dagblad Trouw. Er is dan ook geen “hoor- en wederhoor” toegepast en het geschetste beeld dat de media geeft, is vaak niet het hele verhaal. We gaan niet in op individuele inwoners, maar vaak is er meer aan de hand. De gemeente Heerenveen voert naar eer en geweten de Participatiewet uit. Hierbij werken wij met het hoofd (de wet), het hart (de menselijke maat) en de helpende hand (wij zijn er voor iedereen). Onze medewerkers zijn hier ook voor opgeleid.
2. Hoe vaak is er de afgelopen 5 jaar een bedrag teruggevorderd na een controle van een inwoner met bijstandsuitkering? Graag uitgesplitst per jaar. a. Hoe vaak is er de afgelopen 5 jaar een bedrag onder de 10.000 euro teruggevorderd na een controle van een inwoner met bijstandsuitkering? Graag uitgesplitst per jaar. b. Hoe vaak is er de afgelopen 5 jaar een bedrag onder de 1.000 euro teruggevorderd na een controle van een inwoner met bijstandsuitkering? Graag uitgesplitst per jaar. Wie in Nederland recht heeft op een bijstandsuitkering van de gemeente moet deze ook krijgen. De gemeente moet wel zeker weten dat een bijstandsuitkering bij de juiste persoon terechtkomt en dat de hoogte van de uitkering klopt. Bijstand is tenslotte gemeenschapsgeld en de gemeente moet ervoor zorgen dat er niet te veel of ten onrechte bijstand wordt verstrekt. Wanneer de gemeente overgaat tot het terugvorderen van bedragen, dan komt dit vaak door één van de volgende redenen. Dit zijn de meest voorkomende categorieën: - Onjuiste opgave woonadres (in de regel de meest hoge terugvorderingen); - Verzwijgen van inkomen (zwart en wit);
-
Onverschuldigde betaling (door bijvoorbeeld detentie, alsnog ontvangen andere voorliggende voorziening bijvoorbeeld WIA, of iemand die met terugwerkende kracht toch een deel van het door haar ex-partner opgebouwde pensioen; Inkomsten ontvangen uit werk, dat na uitbetaling verrekend wordt met de bijstand.
Het gaat hierbij dus niet altijd om terugvorderingen omdat er fraude is gepleegd.
Dat er sprake is van een daling van het aantal terugvorderingen per jaar vanaf 2016 heeft te maken met het feit dat het totaal aantal uitkeringen ook daalde. In 2020 is het totaal aantal uitkeringen weer opgelopen en zien we een stijgend aantal terugvorderingen. Over 2020 is in 9% van het aantal uitkeringsgerechtigden sprake geweest van een terugvordering. Veelal omdat er sprake was van inkomsten die van invloed zijn op de hoogte van de uitkering. Dat moeten wij nadien met elkaar verrekenen en of terugvorderen. En dat zijn dus niet de zogenaamde fraude zaken.
3. Wat zijn gemiddeld de kosten voor de gemeente van het controleren en terugvorderen van bedragen bij inwoners met een bijstandsuitkering? Wij hebben 1 fte structureel in dienst voor terugvordering en verhaal. Voor handhaving is 2,8fte beschikbaar.
4. Is het gebruikelijk dat de terugbetalingen, van voorgeschoten bedragen door inwoners met een bijstandsuitkering, worden gezien als een schending van de inlichtingenplicht? Nee. Dat is niet gebruikelijk. Je mag best een bedrag voorgeschoten krijgen, maar dan moet het bedrag dat je terug betaalt wel even hoog zijn.
5. Welke rol speelt de menselijke maat bij controles in de bijstand en ten aanzien van de inlichtingenplicht? a. Indien dit geen rol speelt, waarom niet? De bijstand is echt bedoeld als tijdelijk vangnet voor diegene die het anders niet redden. Bij het verstrekken van de bijstand, maken we voortdurend afwegingen. Hierbij maken we steeds gebruik van hoofd (de wet), hart (de menselijke maat) en de helpende hand (wij zijn er voor iedereen). Onze medewerkers zijn opgeleid om op deze manier te werken.
6. Hoe ziet werken volgens de bedoeling eruit bij de aanpak van bijstandsfraude? a. Hoe zoekt het college in het kader van “werken volgens de bedoeling” de balans tussen formele procedures (en de daarbij horende controles in de bijstand) en de leefwereld? We sturen heel erg op het voeren van gesprekken en het zoeken van contact bij vragen of twijfels. Het contactgesprek Inwoners die een uitkering aanvragen, krijgen vanuit de gemeente één contactpersoon waar zij steeds contact mee hebben. Tijdens een contactgesprek wordt met de inwoner gesproken over de aanvraagprocedure en worden alle wederzijdse verwachtingen (rechten en plichten die horen bij het krijgen van bijstand) besproken. We reiken een informatiemap uit met daarin heel veel informatie over andere regelingen waar de inwoner gebruik van kan maken. Ook wordt in dit gesprek uitgebreid gesproken over de inlichtingenplicht en wat deze plicht exact inhoudt. In de informatiemap zit daarnaast nog uitgebreide informatie over deze inlichtingenplicht. Toekenning van de bijstand Wanneer de inwoner vervolgens de bijstand krijgt toegekend, wordt er wederom gesproken over de verwachtingen over en weer. De inlichtingenplicht komt dan nogmaals aan de orde. We roepen daarnaast op dat de inwoner altijd contact opneemt met de contactpersoon van de gemeente wanneer er vragen zijn, of wanneer er twijfels zijn over deze rechten en plichten.
Het voortgangsgesprek Minimaal één keer per 1,5 jaar wordt daarnaast de hoogte van de bijstandsuitkering opnieuw bekeken. Heeft de inwoner minder structurele ondersteuning uit het netwerk, dan kan de bijstand eventueel omhoog. Heeft de inwoner meer structurele ondersteuning uit het netwerk, dan kan de bijstand eventueel lager.
In gesprek nadat er signalen komen Wanneer er uit gesprekken met de inwoner, of vanuit het landelijke Inlichtingenbureau, of op andere wijze signalen komen dat er sprake is van structurele ondersteuning naast de gemeentelijke ondersteuning, dan volgt er altijd een gesprek. In dat gesprek wijzen we de inwoner wederom op de rechten en plichten, geven we advies en denken we mee. De inwoner kan vervolgens dit herstellen (de zogenaamde respijtperiode).
7. Wordt er bij controles in de bijstand alleen juridisch gekeken, of wordt in het kader van “werken volgend de bedoeling” ook met een breder perspectief gekeken naar deze kwesties? a. Indien een breder perspectief wordt gehanteerd, welke andere perspectieven worden meegenomen? Als gemeente zijn wij verantwoordelijk voor alle inwoners. Wanneer iemand structureel (financiële) ondersteuning ontvangt, naast de bijstand, is dat bedrag niet meer noodzakelijk om van de gemeente te ontvangen. Dit betekent echter niet dat we direct ingrijpen (korten) als iemand af en toe (incidenteel) ondersteuning krijgt vanuit het eigen sociaal netwerk. Denk hierbij aan mee-eten met ouders, boodschappen of de voedselbank. We stimuleren juist graag dat inwoners hun eigen netwerk inzetten.
8. Hoeveel regels heeft het college zelf, afgelopen 5 jaar als knellend ervaren en welke acties heeft zij daartoe gezet om deze ter discussie te stellen? a. En op welke wijze leert zij van casuïstiek om regels die “ingaan tegen de bedoeling” te heroverwegen en de menselijke maat daarin terug te brengen? In 2019 bleek dat de uitvoering van rijksregels over terugvordering tot dilemma’s leidde. Over deze dilemma’s is toen een gesprek gevoerd tussen diverse collegeleden, teamleiders en medewerkers. Het doel van dit gesprek was uit te wisselen met welke vragen collega’s die de bijstandsregels moeten handhaven te maken hebben. Het gesprek was open en heel constructief. Collega’s konden hun dilemma’s en ervaringen een-op-een met de collegeleden delen. De vervolgafspraak is gemaakt dat vaker te doen. We betreuren het zeer dat nu het beeld ontstaat dat deze casussen tot spanningen tussen bestuur en organisatie leiden. Het tegenovergestelde is waar. We hebben deze dilemma’s gebruikt om meer onderling begrip te creëren. Hier zijn we nog steeds over in gesprek. Ook omdat, onder invloed van de landelijke toeslagen affaire, de handhaving van de bijstandsregels onder een politiek-bestuurlijk vergrootglas ligt. Dat maakt ons werk er niet eenvoudiger op.
9. Hoeveel klachten ten aanzien van de aanpak van bijstandstandfraude zijn de afgelopen vijf jaar via de Nationale Ombudsman teruggekomen bij de gemeente? Graag uitgesplitst per jaar. Bij ons weten is er 1 klacht in behandeling geweest bij de Nationale Ombudsman.
10. Hoe lang duren bezwaarprocedures, ten aanzien controles in de bijstand waarbij geconstateerd wordt dat regels zijn geschonden, gemiddeld? a. Met betrekking tot deze bezwaarprocedures, in hoeverre is het gebruikelijk dat een procedure twee jaar loopt?
Ons systeem maakt geen onderscheid in het onderwerp van de bezwaarzaken. We hebben wel gekeken naar de doorlooptijd van zaken over terugvordering van bijstand in de afgelopen twee jaar. Het gemiddelde daarvan zit op zo’n 11 á 12 weken. Het is absoluut niet gebruikelijk dat een bezwaarprocedure twee jaar duurt, ook niet als het gaat om handhavingsdossiers van bijstand.