Ruimtelijke_onderbouwing_nieuwe_aanvraag legalisering vakantiewoningen Zeilschool Pean 1A te Nes
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing Pean-buiten Context Zeilschool Pean, gevestigd aan Pean 1 in Nes, heeft op 16 januari 2019 een omgevingsvergunning ontvangen voor het afwijken van het geldend bestemmingsplan Buitengebied 2008 van de voormalige gemeente Boarnsterhim. Deze vergunning voorziet in de planologische toestemming om 12 chalets te realiseren ten noorden van de zeilschool. De 12 chalets worden op dit moment (najaar 2020) gerealiseerd. Bij nadere beoordeling van de situering van de chalets is vastgesteld dat de locaties van de chalets afwijken van de locaties zoals die op de landschappelijke inrichtingstekening bij de omgevingsvergunning zijn geprojecteerd. Een aantal woningen is gedraaid ten opzichte van de oorspronkelijke situering; andere zijn gedraaid en enigszins verschoven. In overleg met gemeente Heerenveen heeft de initiatiefnemer besloten om voor deze chalets een nieuwe omgevingsvergunning te vragen voor het afwijken van het geldend bestemmingsplan.
Nieuwe aanvraag De verleende vergunning voorziet in het realiseren van 12 chalets volgens het vergunningsvrije regiem conform artikel 3 lid 2 van Bijlage II Bor met een oppervlakte van maximaal 70 m2, een maximale goothoogte van 3 m en een maximale nokhoogte van 5 m. Bij de verleende omgevingsvergunning is een inrichtingstekening gevoegd die de basis vormt voor de te realiseren groene landschappelijke inpassing. Op grond van de verleende vergunning moet deze inpassing worden gerealiseerd en in stand worden gehouden. Deze aanvraag richt zich niet op het aantal chalets en de maatvoering, maar op de situering van de chalets. Omdat met het verdraaien en verschuiven van de chalets de landschappelijke inrichting van het terrein ook enigszins moet worden aangepast, maakt een aangepaste landschappelijke inrichtingstekening eveneens deel uit van de aanvraag. Bij de chalets zullen terrassen worden gerealiseerd. Omdat deze op palen worden gefundeerd, vormen deze terrassen bouwwerken waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen moet worden verleend. Deze vergunning wordt separaat aangevraagd. Goede ruimtelijke onderbouwing Om de aanvraag ontvankelijk te laten zijn, moet deze zijn voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing. Deze notitie voorziet daarin en moet worden beschouwd als een uitbreiding van de onderbouwing die bij de omgevingsvergunning van 16 januari 2019 was gevoegd.
Oorspronkelijke aanvraag – nieuwe aanvraag Luchtfoto (d.d. 2017) van een deel van het terrein van zeilschool Pean met aan de noordzijde rood omkaderd Pean-buiten. Binnen dit omkaderde gebied staan langs het water van de Greft/Peanster Ie zes stacaravans die inmiddels alle zijn verwijderd. Duidelijk is het jonge bosplantsoen en de boomsingel van iepen en elzen ten oosten van de rij stacaravans te zien. Aan de noordzijde langs de Peanster Ie staan verschillende recreatiewoningen van derden, alle georiënteerd op het water van de Ie.
1
De oorspronkelijke aanvraag voor omgevingsvergunning was gericht op het realiseren van een klein park van 12 chalets binnen of aan de rand van een al bestaand met bosplantsoen beplant gebied ten noorden van de zeilschoolaccommodaties onder de naam Pean-buiten (zie voor begrenzing de luchtfoto hiervoor). Hoewel de nieuwe locaties van de 12 chalets zijn verschoven en gedraaid ten opzichte van de oorspronkelijke locaties, is het idee achter het plan niet gewijzigd. Het idee was en is om op het voormalig stuk grasland waar nu Pean-buiten gerealiseerd wordt, een stukje wildernis te realiseren waarin de chalets worden gepositioneerd. Tussen 2011 en 2015 is op het grasland een grote hoeveelheid bosplantsoen geplant. Op de kavelgrens is een rij laanbomen geplant (elzen en iepen). De jonge beplanting vormt de basis van het stukje ‘wildernis’. Uitgangspunt was en is om dit stukje wildernis te laten aansluiten op de bestaande erfbeplanting van Zeilschool Pean. Op deze wijze ontstaat een bosje met water, ruigte en riet, omgeven met een beplantingssingel en aangesloten op het bestaande terrein en erfbeplanting van de zeilschool, met daarin een 12-tal knusse houten ´waterlodges´ die je het gevoel geven midden in de natuur te verblijven.
Het natuurbeeld dat de referentie vormt voor deze wildernis, bestaat daarom uit vochtig bos, rietzomen en water, paden bestaande uit een halfverharding van kleischelpen en een zeer beperkt maaibeheer. In het eerdere plan waarvoor gemeente Heerenveen een omgevingsvergunning heeft verleend, waren de posities van de chalets aldus: • Vijf van de 12 zouden op een strook tussen een bestaande poldersloot en het boezemwater van de Greft worden gerealiseerd net achter de polderkade. Deze vijf chalets waren zo geprojecteerd dat de bestaande beplantingen die nog grotendeels resteren uit de tijd dat op deze strook zes stacaravans stonden, zoveel mogelijk opnieuw zouden kunnen worden benut; de chalets zouden bovendien optimaal georiënteerd worden op het water van de Greft. De stacaravans zijn inmiddels alle verwijderd. • De overige zeven waren zo geprojecteerd dat zij binnen de al bestaande beplanting van jong bosplantsoen aan de oostzijde van de al genoemde poldersloot zoveel mogelijk voor elkaar verscholen konden worden gebruikt. De chalets aan de rand zouden deels gericht zijn op uitzicht op een eigen plek en deels gericht op het zicht over de omliggende weilanden. De chalets die wat meer binnen het bosgebied zouden worden gerealiseerd, zouden daar zicht krijgen op een te realiseren waterpartij.
• De situering van de 12 chalets was schetsmatig aangegeven op de landschappelijke inrichtingstekening die bij de omgevingsvergunning hoort. • Het bestaande bosplantsoen zou zo optimaal mogelijk benut worden, waarbij ter plaatse van de uitzichtplekken openingen in de beplantingen zouden worden aangebracht. Op de bij de vergunning behorende inrichtingstekening was dit ingetekend. In het huidige plan zijn bovenstaande uitgangspunten gehandhaafd, zij het dat de chalets enigszins zijn verschoven mede vanwege de aanwezigheid van jong bosplantsoen dat op deze manier gehandhaafd kan worden. Ook de openingen in het bosplantsoen zijn enigszins verschoven. Op deze manier kan het karakter van de beoogde ‘wildernis’ eerder en beter worden gerealiseerd.
2
Aanpassing van het oorspronkelijke plan Bij het uitzetten van de locaties van de 12 chalets bleek dat de geprojecteerde oriëntatie en locaties niet altijd even gelukkig waren. De bestaande beplanting was van tevoren niet secuur ingemeten. Om zoveel mogelijk van de bestaande beplanting gebruik te kunnen maken, bleek het bij het uitzetten van de funderingen wenselijk om hier en daar nog enigszins te schuiven en te draaien, waarmee een betere oriëntatie op de zon en het zicht op omgeving meespeelde. Dit heeft geresulteerd in een situering die op de navolgende tekening is weergegeven. In deze nieuwe situatie wordt beter gebruik gemaakt van de mogelijkheden die het terrein en de aanwezige beplantingen bieden. Daardoor wordt het uiteindelijke doel van het park, namelijk het bieden van een prettige vakantieperiode voor de huurders in comfortabele chalets in het prachtige Friese waterland, beter gerealiseerd. En dat is de beste garantie voor een succesvol en daarmee duurzaam gebruik van de chalets. Op de onderstaande afbeelding zijn met dunne blauwgroene lijntjes de oude posities van de 12 chalets aangegeven; de nieuwe posities zijn aangegeven met zwart en bruin.
Het terrein heeft een beperkte oppervlakte. De hoeveelheid beplanting, zowel aan de rand als tussen de chalets, zorgt voor beslotenheid op het terrein. Om wat lucht te scheppen als tegenhanger van de beslotenheid en om te kunnen voldoen aan de watercompensatie, zoals die met Wetterskip Fryslân is afgesproken, is er centraal een waterpartij gerealiseerd. Daarnaast zijn enkele chalets in of nabij de openingen in de beplantingssingel opgenomen die uitzicht op het omringend landschap bieden. De beslotenheid wordt daardoor enigszins doorbroken en verzacht door middel van deze doorkijkjes. Op deze manier is er vanuit de chalets zicht op de open omringende landschap buiten het terrein. De vijf chalets aan de kade langs de Greft zijn op het 3
water georiënteerd, zoals dat indertijd ook gold voor de zes inmiddels verwijdere stacaravans. De overige chalets zijn georiënteerd op het binnenterrein van Pean-buiten en deels op het landschap buiten Pean. Bij het benutten van deze doorkijkjes is zoveel mogelijk rekening gehouden met de positie van de bebouwing in de omgeving door de nieuwe chalets uitzicht te bieden om de omgeving: het water de Peanster Ie en Greft en de weilanden aan de noord- en oostzijde van Pean-buiten. Daarbij is de oriëntatie zo gekozen dat zoveel mogelijk langs de bestaande bebouwing wordt uitgekeken. De afstand tussen de chalets en de bestaande recreatiewoningen van derden bedraagt nu ca. 68 m voor de dichtstbijzijnde en ca. 156 m voor de dan dichtstbijzijnde nabijgelegen recreatiewoningen. Deze afstanden zijn als gevolg van de nieuwe situering met ongeveer 5 m verminderd. De gerealiseerde situering voorkomt niet dat er enig zicht op elkaar is over en weer, maar is evenwel ruim voldoende om de onderlinge privacy te waarborgen. Vanwege de bouw van de nieuwe chalets moest er tijdens de bouw de nodige jonge beplanting wijken in verband met ‘armslag’ van de bouwers. Deze verwijderde beplanting wordt elders op het terrein van Pean in ruime mate gecompenseerd. Wanneer de chalets klaar zijn, wordt het bosplantsoen rond de huisjes nader aangevuld.
Met het oog op het uiteindelijk realiseren van een aantrekkelijke situatie is de bestaande beplanting inmiddels geheel ingemeten, waardoor een gedetailleerd beplantingsplan kon worden opgesteld dat moet voorzien in de gewenste goede landschappelijke inpassing van Pean-buiten. Zie ook hierna onder ‘beheer’. Bij de chalets zullen terrassen worden gerealiseerd. Omdat deze als bouwwerk zullen worden gerealiseerd, zal hiervoor een omgevingsvergunning voor het bouwen worden aangevraagd. Landschap Historische context De voormalige boerderij centraal op het terrein van zeilschool Pean is terecht het hart van de huidige zeilschool. De zeilschool is ontstaan als nevenactiviteit van het boerenbedrijf. Het ‘bûthús’ in de boerderij functioneerde in de beginjaren ook verblijfsaccommodatie. ´s Zomers, wanneer het vee buiten verbleef, konden gasten dan overnachten in de stal (die daarvoor wel werd schoongemaakt). De ruimtelijke organisatie van de zeilschool sluit aan bij de oorsprong van het agrarische erf en hangt nauw samen met de geschiedenis van de plek. De polder Pean was vroeger het beste bereikbaar vanaf het water. De boerderij staat daarom ook met de woning aan/op de kade langs de Greft en de stal naar achteren richting de polder. Naast de woning ligt een melkhaven in de kade. Vervoer van personen en van melk ging via het water omdat er lang geen wegverbinding was.
De boerderijplaats ligt als een ´L´ met de korte poot haaks op de dijk met de lange kant parallel aan de dijk. Het erf ligt hoofdzakelijk op de korte poot in het verlengde van de boerderij. Rondom het erf staat een flinke boomsingel, die bij uitbreiding van de activiteiten van de zeilschool ook meegegroeid is. Alle activiteiten van de zeilschool vinden plaats binnen de rand van beplanting. 4
Landschappelijk beeld In de omgeving rond de Peanster Ie staan boerderijen en (recreatie)woningen zonder veel omringende beplanting in het landschap. Het landschapsbeeld van Pean wordt als voormalig agrarisch bedrijf gedomineerd door de forse stolpboerderij met twee wat grotere verblijfsaccommodaties en enkele kleinere gebouwen omringd door een grotendeels aaneengesloten maar hier en daar ook onderbroken erfbeplanting. Alleen vanaf de zijde van de Greft is het erf en de trotse ‘pleats’ goed te zien. Vanaf de openbare weg zijn de accommodaties en de voormalige boerderij door gaten in de beplanting zichtbaar, waardoor duidelijk is dat het om een ‘bewoond’ erf gaat. Pean-buiten wordt geheel opgenomen in het grotere erf van Pean. Pean-buiten staat relatief zwaar in de beplanting, vergeleken met andere bebouwing in het gebied. Dit is het gevolg van het uitgangspunt om het erf als één geheel te omringen met beplanting en van het streefbeeld van een stukje wildernis. Toch grenzen verschillende chalets aan de rand van deze wildernis om ook zicht te houden op de omgeving. Daardoor is er geen sprake van een volstrekt anonieme met ruigte, struiken en bomen beplant gebied. Op de afbeelding hierna zijn de juiste locaties van de chalets, hun uiteindelijke vorm en omvang en het landschappelijk eindbeeld weergegeven.
Op de tekening is aangegeven dat er weliswaar sprake is van een omringende opgaande en afschermende beplanting, maar dat deze beplanting ook op diverse plaatsen is onderbroken voor doorzicht. Verder moet worden bedacht dat gebruik is gemaakt van inheems loofhout dat z’n blad in het najaar verliest.
5
Doorkijkje
6
Omringende en afschermende beplanting
Beheer Het beheer van de beplanting op Pean-buiten is erop gericht om met het jonge bosplantsoen toe te werken naar een beplanting, waarbij zowel de besloten sfeer op het terrein, als de visuele afscherming van buitenaf worden gewaarborgd. Naast behoud van de bestaande beplanting zal met de nieuwe beplanting gewerkt worden aan een klein voedselbos. De nieuwe beplanting is ook compensatie voor de gekapte bosschages. De uitdaging in het beheer ligt in het dicht laten groeien en daarna dicht houden van de onderbeplanting op de rand van het terrein. Wanneer de boomvormers in het gebruikte sortiment de gebruikte heesters teveel beschaduwen, kan dit ten koste gaan van de vitaliteit en daarmee de functie van visuele afscherming van die heesters. Daarom wordt in twee fasen naar een dynamisch ´eindbeeld´ toegewerkt: 1. In eerste instantie is het doel om met de jonge beplanting een dichte rand te realiseren: • Hierbij worden afwijkingen tussen de huidige situatie en het gewenste beeld aangepakt. • Daarnaast is de huidige verhouding van boomvormers en struikvormers nog niet optimaal en zal die verhouding ten gunste van de struikvormers veranderd worden door boomvormers te verwijderen en zo nodig nieuwe struikvormers aan te planten. • Derde punt van aandacht is de menging van de soorten bomen en heesters.
Op plekken waar een soort te dominant is, zal het onderhoud erop gericht zijn om meer diversiteit te bereiken. Met deze maatregelen zal de beplanting in de komende jaren uitgroeien tot het punt waar de bomen een gesloten kroon boven de struiklaag vormen. 2. Daarna wordt een nieuwe stap qua beheer ingezet, waarbij de hoeveelheid licht op de struikvormers bevorderd wordt door het met enige regelmaat opkronen en afzetten/verwijderen van bomen waardoor een vitaal en aantrekkelijk bos ontstaat met den kruid-, struik- en boomlaag. Het eindbeeld van deze tweede fase is een gesloten rand van (hoge) onderbeplanting met daar- boven groepen van volwassen bomen i.p.v. dichte rijen. Niet alleen op de rand van het terrein zijn bomen geplant, maar er staan ook al bestaande grote bomen midden op het terrein. Deze bomen zullen dan tussen de boomgroepen zichtbaar zijn. Binnen het terrein, binnen de beplantingssingel, zal het vervolgens een kwestie van slim beheer worden om verblijfsplekken te maken die zowel beschutting als ruimte bieden en zowel zonnig, als beschaduwd zijn.
7