CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing

Commissie Gezamenlijk 17 november 2021, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Concept verklaring van geen bedenkingen kleinschalig kampeerterrein met kookstudio en voedselbos Compagnonsweg 45 Bontebok7.529 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ruimtelijke onderbouwing Eerste Compagnonsweg 45 te Bontebok (gemeente Heerenveen)

Versie 1.5 4 november 2021

Inhoud 1.

INLEIDING ............................................................................................. 4

1.1

Aanleiding ..................................................................................................... 4

1.2

Locatie .......................................................................................................... 4

1.3

Planologisch-juridisch kader ......................................................................... 5

1.4

Leeswijzer ..................................................................................................... 5

2.

BELEIDSKADER ...................................................................................... 6

2.1

Rijk ................................................................................................................ 6

2.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte................................................... 6

2.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening .......................................... 7

2.2

Provincie ....................................................................................................... 7

2.2.1

Streekplan Fryslân 2007 ........................................................................... 7

2.2.2

Grutsk op ‘e Romte! ................................................................................. 8

2.2.3

Verordening Romte Fryslân ...................................................................... 8

2.3

Gemeente ................................................................................................... 11

2.3.1

Welstandsnota........................................................................................ 11

2.3.2

Bestemmingsplan Buitengebied ............................................................. 11

3.

PLANBESCHRIJVING ............................................................................ 13

3.1

Huidige situatie ........................................................................................... 13

3.2

Toekomstige situatie .................................................................................. 14

3.2.1

Cultuurhistorie ........................................................................................ 14

3.2.2

Bouwplan ................................................................................................ 15

4.

OMGEVINGSASPECTEN ....................................................................... 19

4.1

m.e.r.-plicht ................................................................................................ 19

4.2

Wet geluidhinder ........................................................................................ 19

4.3

Milieuzonering ............................................................................................ 20

4.4

Luchtkwaliteit ............................................................................................. 20

4.5

Externe veiligheid ....................................................................................... 21

4.6

Bodem......................................................................................................... 22

4.7

Water .......................................................................................................... 22

4.8

Ecologie....................................................................................................... 23

4.9

Archeologie en cultuurhistorie ................................................................... 23

4.10

Stikstof ........................................................................................................ 24

5.

UITVOERBAARHEID ............................................................................. 25

5.1

Economische uitvoerbaarheid .................................................................... 25

Ruimtelijke onderbouwing Eerste Compagnonsweg 45 te Bontebok

2

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid............................................................. 25

Ruimtelijke onderbouwing Eerste Compagnonsweg 45 te Bontebok

3

1.

Inleiding

1.1 Aanleiding A La Car Producties (hierna: ‘initiatiefnemer’) is voornemens het terrein van de voormalige kwekerij aan de Compagnonsweg 45 te Bontebok (hierna: ‘projectgebied’) her in te richten als voedselbos met (recreatieve) verblijfsmogelijkheden. De initiatiefnemer heeft in 2018 het destijds aanwezige kassencomplex gesaneerd. Op dit moment is er nog één tunnelkas aanwezig. Deze staat eveneens op de nominatie om gesloopt te worden. Een deel van het terrein is overwoekerd door beplanting. De voormalige dienstwoning is gerenoveerd en in gebruik genomen als kantoor (met keuken). Het voornemen is dit kantoor om te bouwen tot workshopruimte waar onder meer gekookt kan worden. Deelnemers aan de workshops hebben de mogelijkheid om ter plaatse te overnachten in een wigwam, yurt of kleine pipowagen. Vanwege beheer en toezicht zal tevens een grote pipowagen op het terrein geplaatst worden, waar de beheerder/exploitant kan overnachten. Deze beheerdersfaciliteit wordt benut tijdens dagen waarop workshops gegeven worden en zo nodig de dag ervoor en erna (in verband met voorbereiding en opruimwerkzaamheden). Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerenveen heeft op 6 februari 2020 aangegeven medewerking te verlenen aan dit initiatief. Hieraan zijn voorwaarden verbonden. Deze voorwaarden komen in hoofdstuk 2 en 3 aan bod.

Afbeelding 1.1 Huidige situatie

1.2 Locatie Het projectgebied is kadastraal bekend als ‘gemeente Mildam, sectie J, nummer 1395’. De voormalige kwekerij ligt in het lint van de Eerste Compagnonsweg, ten oosten van het dorp Bontebok. Het projectgebied is daarmee onderdeel van het buitengebied. Het oppervlak bedraagt 4860 m2. Het grootste deel daarvan wordt in

Ruimtelijke onderbouwing Eerste Compagnonsweg 45 te Bontebok

4

beslag genomen door (hoog opgaande) beplanting. Uitzondering hierop vormt het noordwestelijke gebied, waar het kassencomplex lag. Aan de zuidwestkant grenst het projectgebied aan een woonkavel (nr. 43), waarmee het vroeger kadastraal verbonden was. De overige zijden van het projectgebied grenzen aan agrarische gronden. 1.3 Planologisch-juridisch kader Het projectgebied is onderdeel van het ‘Bestemmingsplan Buitengebied 2007’ (onherroepelijk dd. 13 mei 2009) en de ‘Correctieve herziening bestemmingsplan Buitengebied 2007’ (onherroepelijk dd. 1 maart 2010). Op grond van deze plannen geldt de bestemming ‘Kwekerijbedrijven’ en de aanduiding ‘geen bedrijfswoning toegestaan’.1 Een voedselbos met (recreatieve) verblijfsmogelijkheden is niet mogelijk op basis van deze bestemming. Hiervoor is ook geen binnenplanse afwijkingsmogelijkheid opgenomen. De ‘kruimelregeling’ (artikel 4, Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht) is evenmin van toepassing. Een en ander betekent dat er ‘buitenplans’ afgeweken moet worden van de geldende bestemmingsplannen. Hiervoor zal een uitgebreide voorbereidingsprocedure op grond van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3° Wet algemene bepalingen omgevingsrecht doorlopen moeten worden.

Aangezien het planvoornemen niet past binnen het beleid ‘Harmonisatie bestemmingsplannen Buitengebied (gemeentelijke herindeling 2014)’ zal tevens aan de gemeenteraad een ‘verklaring van geen bedenkingen’ gevraagd moeten worden. In het kader van de uitgebreide voorbereidingsprocedure voor het planologisch afwijken van de geldende bestemmingplannen zal aangetoond moeten worden dat er sprake is van ‘een goede ruimtelijke ordening’. Het voorliggende rapport voorziet daarin. 1.4 Leeswijzer Het volgende hoofdstuk gaat in op het beleidskader van Rijk, provincie en gemeente. Hoofdstuk 3 beschrijft de huidige situatie binnen het projectgebied en laat zien hoe deze na het verlenen van de omgevingsvergunning wordt ingericht. In hoofdstuk 4 is het planvoornemen getoetst aan diverse wet- en regelgeving, onder meer op het gebied van geluid, ecologie en water. De laatste twee hoofdstukken hebben betrekking op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van dit plan.

1 Zie verder paragraaf 2.3.2.

Ruimtelijke onderbouwing Eerste Compagnonsweg 45 te Bontebok

5

2.

Beleidskader

2.1 Rijk 2.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld door het (voormalige) ministerie van Infrastructuur en Milieu. De SVIR heeft betrekking op de periode tot 2040 en heeft als motto: ‘Nederland concurrerend, leefbaar en veilig’. Om dit motto te kunnen bereiken zijn de volgende drie doelen gesteld: • Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur; • Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; • Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. De bovengenoemde doelen zijn uitgewerkt in dertien nationale belangen. Nationaal belang dertien luidt: ‘zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten’. Het Rijk is verantwoordelijk voor een goed systeem van ruimtelijke ordening, inclusief zorgvuldige, transparante ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dat betekent dat het systeem zo ingericht moet zijn dat integrale planvorming en besluitvorming op elk schaalniveau mogelijk is en dat bestaande en toekomstige belangen goed kunnen worden afgewogen.

Bij nieuwe ontwikkelingen, aanleg en herstructurering moet in elk geval aandacht zijn voor de gevolgen voor de waterhuishouding, het milieu en het cultureel erfgoed. “Vraaggericht programmeren en realiseren van verstedelijking door provincies, gemeenten en marktpartijen is nodig om groei te faciliteren, te anticiperen op stagnatie en krimpregio’s leefbaar te houden. Ook dient de ruimte zorgvuldig te worden benut en overprogrammering te worden voorkomen.” Om beide te bereiken is de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Het doel van deze ‘laddertoets’ is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. Inmiddels heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geoordeeld dat planologische ontwikkelingen met een ruimtebeslag tot 500 m2, niet als ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ in de zin van het Besluit worden aangemerkt.2 Dit betekent dat de ‘Laddertoets’ niet op dit plan van toepassing is, aangezien het toegevoegde ruimtebeslag beperkt blijft tot circa 400 m2.3 Wel wordt in deze ruimtelijke onderbouwing aandacht geschonken aan genoemde gevolgen voor de waterhuishouding, het milieu en het cultureel erfgoed (zie hoofdstuk 4). Tevens wordt ingegaan op de uitvoerbaarheid van dit plan en de behoefte aan de beoogde functies (zie hoofdstuk 5).

2 ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724. 3 Het gaat hier om nieuwe bebouwing en parkeerplaatsen (exclusief overloopparkeerplaatsen, die in de berm van

de toegangsweg worden aangelegd en niet verhard worden). Dit is als volgt berekend: 120 m2 nieuwe bebouwing + 264 m2 erfverharding + 105 m2 pipowagens = 489 m2. Zie ook hoofdstuk 3 en paragraaf 4.7 waaruit blijkt dat het (bebouwd) oppervlak per saldo afneemt ten opzichte van de situatie in 2018.

Ruimtelijke onderbouwing Eerste Compagnonsweg 45 te Bontebok

6

2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) voorziet in de juridische borging van het beleid uit de SVIR. In het Barro zijn regels opgenomen die de beleidsruimte van andere overheden inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Het gaat hier om de nationale belangen die in paragraaf 2.1.1 genoemd zijn. Deze hebben geen inperkende werking voor onderhavig planvoornemen.

Afbeelding 2.1 Huidige situatie

2.2 Provincie 2.2.1 Streekplan Fryslân 2007 In het Streekplan Fryslân 2007 (dd. 13 december 2006) staan de provinciale kaders waarbinnen ruimtelijke ontwikkelingen kunnen plaatsvinden. De missie is: “een ondeelbaar Fryslân met ruimtelijke kwaliteit”. ‘Ondeelbaar’ benadrukt dat stad en platteland elkaar nodig hebben en elkaar ondersteunen. ‘Ruimtelijke kwaliteit’ heeft betrekking op het bovenlokale belang bij het instandhouden en verder ontwikkelen van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van de ruimte. Het gaat de provincie hierbij vooral om de landschappelijke kwaliteiten van Fryslân. Het Streekplan maakt duidelijk dat het buitengebied primair bestemd is voor functies die een ruimtelijke relatie met het landelijk gebied hebben. Daaronder vallen onder meer recreatie en natuur. Hergebruik van vrijkomende (bedrijfs)bebouwing voor nieuwe functies kan volgens het Streekplan de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid van het buitengebied ten goede komen. Als vervangende functies wordt gedacht aan “recreëren, functies in de sfeer van natuur- en landschapsbeheer, cultuur/kunst, educatie, ‘zachte’ horeca (zoals een theeschenkerij, restaurant en/of logies), zorg en ontspanning.” Meer bedrijfsmatige functies en vormen van

Ruimtelijke onderbouwing Eerste Compagnonsweg 45 te Bontebok

7

dienstverlening worden eveneens geschikt geacht, mits deze - zowel functioneel als qua ruimtelijke uitstraling - passen binnen het karakter van het direct omliggende landelijke gebied. Het Streekplan denkt dan aan bedrijven in de milieucategorieën 1 en 2. Op de kaart ‘Indeling in hoofdlandschappen’ is het projectgebied bij de ‘Zuidelijke Wouden’ ingedeeld. Op dit landschapstype wordt in paragraaf 2.2.2 ingegaan. Het Streekplan geeft verder geen waarden of belemmeringen voor het projectgebied aan. 2.2.2 Grutsk op ‘e Romte! In Grutsk op ‘e Romte! - Structuurvisie 2014 (vastgesteld dd. 1 april 2014) worden de landschappelijke en cultuurhistorische structuren van provinciaal belang in samenhang geanalyseerd, gewaardeerd en van een richtinggevend advies voorzien. Het doel hiervan is: “behoud en verdere ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit door middel van informeren, adviseren en inspireren.” De provincie hanteert voor de doorwerking van Grutsk op ‘e Romte een tweesporenbeleid: bestuurlijke borging gebeurt via de (planologische) Samenwerkingsagenda en juridische borging via de Verordening Romte Fryslân (zie paragraaf 2.2.3). Gemeenten moeten in ruimtelijke plannen motiveren hoe ze met de provinciale belangen uit ‘Grutsk’ zijn omgegaan. Het projectgebied is onderdeel van deelgebied ‘Zuidelijke Wouden’.

Van provinciaal belang binnen dit deelgebied is onder meer “de langgerekte, lintvormige structuren van vaarten en wegen (met beplanting), met en zonder bebouwing met haaks hierop de planmatig aangelegde verkaveling en wijken in de hoogveenontginningen en de daarin gelegen verveningsdorpen en -gehuchten.” De provincie streeft binnen de Zuidelijke Wouden naar behoud van het contrast tussen het overwegend open karakter van de hoogveenontginningen en de dichte bebouwingslinten. In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op de invulling van het projectgebied. Daaruit blijkt dat de cultuurhistorische en landschappelijke waarden van dit deelgebied gerespecteerd worden. Op dit punt wordt ook verwezen naar paragraaf 4.9 waarin het planvoornemen getoetst is aan de Cultuurhistorische Kaart Fryslân en de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra. Beide provinciale kaarten geven geen specifieke waarden, aandachtspunten en/of belemmeringen voor het projectgebied. 2.2.3 Verordening Romte Fryslân De Verordening Romte Fryslân 2014 (gewijzigd vastgesteld dd. 21 februari 2018) bevat instructies op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) over de inhoud van gemeentelijke ruimtelijke plannen en over de onderbouwing en motivering in de plantoelichting. Kortgezegd geeft de Verordening weer wat in een ruimtelijk plan wel (toestemming) of niet (verbod) is toegestaan.

Bij een verbodsbepaling geeft de Verordening vaak ook afwijkingsbepalingen. Daaruit blijkt onder welke voorwaarden de ontwikkeling toch is toegestaan ('ja, mits'). De gemeente zal bij de toepassing van die afwijkingsbepaling afdoende moeten motiveren dat aan deze voorwaarden wordt voldaan. Bij het vooroverleg over ruimtelijke plannen kunnen gemeenten met de provincie afspraken maken over de invulling van de voorwaarden.

Ruimtelijke onderbouwing Eerste Compagnonsweg 45 te Bontebok

8

Sturingsfilosofie De Verordening is gebaseerd op een tweesporenbenadering, met als uitgangspunt het beginsel van de Wro; ‘lokaal wat kan, centraal wat moet’. Deze twee sporen zijn: 1. Heldere, transparante rechtsgelijke afbakening van provinciale en gemeentelijke belangen; 2. Ontwikkelingsgerichte samenwerking gebaseerd op gezamenlijke belangen die bij voorkeur vorm worden gegeven in een planologische samenwerkingsagenda en daarop gebaseerde afspraken en die, voor zover nodig, juridisch worden geborgd door middel van de Verordening. De Verordening regelt de provinciale belangen die op voorhand door moeten werken naar gemeentelijke ruimtelijke plannen (spoor 1). Het gaat dan om belangen die niet doelmatig of doeltreffend op gemeentelijk niveau kunnen worden afgewogen en behartigd, omdat de effecten het lokale niveau overstijgen. Uitgangspunt is dat niet meer geregeld wordt dan noodzakelijk is. Dubbele regelgeving wordt ook vermeden. Verder is rekening gehouden met de verantwoordelijkheid van gemeenten. Binnen kwantitatieve en kwalitatieve randvoorwaarden is ruimte voor lokaal maatwerk. In het ontwikkelingsgerichte spoor levert de provincie actief haar bijdrage met kennis en inzicht, investeringen, programma's en projecten, organisatieen regiekracht (spoor 2).

Voor de doorwerking van het ruimtelijk beleid wordt nadrukkelijk ingezet op vooroverleg met gemeenten en afstemming tussen gemeenten.

Afbeelding 2.2 Huidige situatie

Ruimtelijke onderbouwing Eerste Compagnonsweg 45 te Bontebok

9

Hergebruik vrijkomende (niet-)agrarische bebouwing Op grond van artikel 1.2 kan vrijkomende bebouwing in het landelijk gebied benut worden voor nieuwe stedelijke functies, zoals “dagrecreatie, verblijfsrecreatie […], educatie, restaurants, logies of daarmee vergelijkbare horecavormen” (1.2.1.2b) en “dienstverlening en niet-industriële bedrijven behorende tot de milieucategorieën 1, 2 en 3…” (1.2.1.2d). Aan dit hergebruik zijn de volgende voorwaarden verbonden: 1. er kan enige aanvullende nieuwbouw worden toegestaan, mits deze wat betreft omvang duidelijk ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 2. aan hergebruik, verbouw of vervanging van vrijkomende gebouwen en aanvullende nieuwbouw worden in een ruimtelijk plan voor landelijk gebied zodanige regels gesteld, dat: a. bestaande karakteristieke en monumentale gebouwen behouden blijven; b. de plaatsing, omvang, vorm en het gebruik van gebouwen passen in de karakteristiek van de omgeving; c. geen beperkingen ontstaan voor de ontwikkeling van agrarische bedrijven in de omgeving. Het hergebruik van de voormalige dienstwoning als workshopruimte en/of kookstudio, past binnen deze voorwaarden. Er wordt bebouwing toegevoegd (circa 100 m2). Het gaat om een zeecontainer, pipowagen en twee overkappingen.4 Deze bebouwing is qua uitstraling en plaatsing ondergeschikt aan het hoofdgebouw (i.c. de workshopruimte en/of kookstudio).

Van monumentale bebouwing is in het projectgebied geen sprake. Bij de inrichting van het terrein is rekening gehouden met de landschapswaarden en cultuurhistorische karakteristieken (zie hoofdstuk 3). Uit hoofdstuk 4 blijkt dat het hergebruik geen beperking vormt voor agrarische bedrijven. Kleinschalige dag- en verblijfsrecreatie Op grond van artikel 5.5.1a kan op of aansluitend aan het erf van een (agrarisch) bedrijf of woning een kleinschalig kampeerterrein van maximaal 15 standplaatsen worden toegestaan. Het projectgebied is een voormalige kwekerijlocatie. Op dit moment is er geen bedrijf gevestigd. Wel komt er op grond van artikel 1.2 een workshopruimte en/of kookstudio in de voormalige dienstwoning. In de nabijheid van dit bedrijfspand worden maximaal 15 wigwams, yurts of kleine pipowagens geplaatst. Voedselbos De Verordening Romte Fryslân 2014 gaat niet in op een voedselbos. Het landelijk gebied is primair bedoeld voor functies als landbouw en natuur (zie paragraaf 2.2.1). Een voedselbos verenigt beide functies in zich en past goed in het buitengebied. Toetsing projectgebied Er zijn achttien kaarten als bijlage bij de Verordening Romte Fryslân 2014 opgenomen. Uit de kaart ‘Begrenzing bestaand bebouwd gebied’ blijkt dat het 4

Op het tentenveld komen maximaal 15 wigwams, yurts of kleine pipowagens te staan. Als er gekozen wordt voor kleine pipowagens, wordt er ten hoogste 105 m2 aan bebouwd oppervlak toegevoegd.

Ruimtelijke onderbouwing Eerste Compagnonsweg 45 te Bontebok

10

projectgebied in het landelijk gebied is gelegen. Op de overige bijlagekaarten zijn geen specifieke waarden of belemmeringen voor het projectgebied en de omgeving aangegeven. 2.3 Gemeente 2.3.1 Welstandsnota In de Welstandsnota 2016 (vastgesteld dd. 21 december 2015) heeft de gemeente Heerenveen voor tien deelgebieden specifieke welstandseisen geformuleerd. Het projectgebied is onderdeel van ‘stedenbouwkundige hoofdlijnen: oude kernen en linten’. Het bebouwingslint tussen Bontebok en de Gorredijksterweg wordt in de Welstandsnota getypeerd als een “ijle bebouwingsstructuur, met een groot aantal open kavels tussen de bebouwing. Het lint heeft in dit stuk een groen karakter door de forse erfbeplanting (waardoor de boerderijen als eilanden in het landschap liggen), de aaneengesloten wegbeplanting langs het overgrote deel van het lint, de invulling van een aantal kavels met bos en het gebruik van groene singels als kavelscheiding.” Het beleid voor de oude kernen en linten is in het algemeen gericht op het behoud van de cultuurhistorisch waardevolle ruimtelijke structuur en beeldkwaliteit. De aanwezige bebouwingskenmerken, karakteristieke elementen, de overwegend traditionele vormgeving en materialisering moeten worden gerespecteerd. Het bos dat binnen het projectgebied aanwezig is, blijft behouden.

De functieverbreding tot ‘voedselbos’ vraagt wel om enige kap en herplant, maar het groene karakter van het gebied blijft in stand. De bouwwerkzaamheden beperken zich tot de verbouw van de voormalige dienstwoning, de bouw twee overkappingen (35m2 en 13,2 m2), het plaatsen van een pipowagen (17,5 m2) en een zeecontainer (32 m2).5 Deze bebouwing komt achter het bos te liggen en is daarmee niet zichtbaar vanaf de openbare weg. Het bouwplan wordt aan Hûs en Hiem ter beoordeling voorgelegd. 2.3.2 Bestemmingsplan Buitengebied Het projectgebied maakt, zoals gezegd, deel uit van het ‘Bestemmingsplan Buitengebied 2007’ (onherroepelijk dd. 13 mei 2009) en de ‘Correctieve herziening bestemmingsplan Buitengebied 2007’ (onherroepelijk dd. 1 maart 2010). In afbeelding 2.3 is een uitsnede van de verbeelding opgenomen. Daaruit blijk dat het projectgebied bestemd is voor ‘Kwekerijbedrijven’. Tevens geldt de aanduiding ‘geen bedrijfswoning toegestaan’. In de inleiding is reeds op de regels van de huidige bestemming ingegaan. Aangegeven is dat er vanwege de functie van voedselbos met (recreatieve) verblijfsmogelijkheden afweken moet worden van het bestemmingsplan en dat daarvoor een uitgebreide voorbereidingsprocedure (ex artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) doorlopen wordt.

5 Op het tentenveld komen maximaal 15 wigwams, yurts of kleine pipowagens te staan. Als er gekozen wordt

voor kleine pipowagens, wordt er ten hoogste 105 m2 aan bebouwd oppervlak toegevoegd.

Ruimtelijke onderbouwing Eerste Compagnonsweg 45 te Bontebok

11

Afwijkingsprocedure Het college van burgemeester en wethouders heeft op 6 februari 2020 aangegeven onder de volgende voorwaarden medewerking te willen verlenen aan deze afwijking: 1. De workshopruimte/kookstudio mag niet ten koste gaan van het woon- en leefklimaat binnen aangrenzende woonpercelen (toetsing aan geluid- en geurrichtlijnen); 2. Er mogen maximaal 15 wigwams/yurts/kleine pipowagens binnen het projectgebied worden geplaatst; 3. De wigwams/yurts/kleine pipowagens mogen alleen door deelnemers van de (kook)workshops gebruikt worden en niet langer dan één nacht, tenzij op vrijdag incheckt wordt (dan maximaal 2 nachten); 4. Het meenemen van eigen tenten of andere kampeermiddelen is niet toegestaan; 5. Het overnachten in de pipowagen is alleen toegestaan gedurende de tijd dat er workshopdeelnemers op het terrein overnachten, inclusief een dag ervoor en erna; 6. Het permanent gebruik van de pipowagen als woning is uitgesloten; 7. Composthopen van het voedselbos dienen op de grootst mogelijke afstand van de aangrenzende woonpercelen gerealiseerd te worden. De milieuhygiënische inpasbaarheid van workshopruimte/kookstudio komt in paragraaf 4.3 aan bod. In hoofdstuk 3 wordt de terreininrichting beschreven. Daaruit blijkt dat er maximaal 15 wigwams/yurts/kleine pipowagens geplaatst worden en dat de composthopen op ruime afstand van woonpercelen zijn geprojecteerd.

Alle (overige) voorwaarden zullen als zodanig in de omgevingsvergunning een plek krijgen.

Afbeelding 2.3 Uitsnede verbeelding (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Ruimtelijke onderbouwing Eerste Compagnonsweg 45 te Bontebok

12

3.

Planbeschrijving

3.1 Huidige situatie Het projectgebied ligt in het buitengebied en is onderdeel van het bebouwingslint van de Eerste Compagnonsweg. Aan de zuidwestkant ligt een woonperceel (huisnummer 43), waarmee het projectgebied in het verleden kadastraal verbonden was. Andere woonpercelen liggen op ruime afstand. In afbeelding 3.1 is een luchtfoto van de huidige situatie opgenomen. Te zien is dat een groot deel uit bos bestaat. Zoals gezegd in de inleiding, was er binnen het projectgebied een kwekerij gelegen. Het daarbij behorende kassencomplex is inmiddels gesaneerd. Er resteert nog een tunnelkas, een voormalige dienstwoning en een overwoekerde tuin (zie afbeelding 3.2). Vanaf de Eerste Compagnonsweg is alleen de uitrit naast huisnummer 43 deels zichtbaar. Verder wordt het beeld vanaf de weg geheel bepaald door beplanting. De achterliggende bebouwing is daarmee niet zichtbaar vanuit het openbaar gebied.

Afbeelding 3.1 Luchtfoto projectgebied (bron: kadastralekaart.com)

Afbeelding 3.2 geeft een indruk van het huidige terrein. Hoogopgaande beplanting domineert het beeld. De bebouwing ligt daartussen verscholen. De plek van het voormalige kassencomplex bevat relatief weinig beplanting en is open. Aan de noordzijde van het projectgebied is een vervallen tunnelkas aanwezig. Deze wordt nog gesloopt. Verder oostelijk, in het plaatselijke bos, ligt een vervallen bijenhuis. De voormalige dienstwoning is opgeknapt en in gebruik genomen als kantoor (met keuken).

Ruimtelijke onderbouwing Eerste Compagnonsweg 45 te Bontebok

13

Afbeelding 3.2 Huidige situatie

3.2 Toekomstige situatie 3.2.1 Cultuurhistorie Het projectgebied maakt deel uit van de hoogveenontginningen. Vanaf de 16e eeuw zijn de hoogveengebieden binnen de gemeente Heerenveen op grootschalige wijze ontgonnen door het graven van kanalen en de haaks daarop staande wijken. De bebouwing is geconcentreerd in linten langs de compagnonsvaarten. Tevens is verspreid langs de wijken gebouwd. De afgeveende gronden zijn later in agrarisch gebruik genomen. De hoogveenontginningen vormen een midden tot grootschalig landschap. Er is veelal sprake van een opstrekkende verkaveling met lange en smalle percelen. Plaatselijk zijn blokvormige percelen ontstaan, vooral onder invloed van de schaalvergroting in de landbouw en de ruilverkaveling. Er is relatief veel groen binnen de hoogveenontginningen aanwezig. Te denken is aan de (laan)beplanting langs de compagnonsvaarten, de houtwallen langs kavelsloten, maar ook aan de later toegevoegde boselementen (vaak combinatie loof-/naaldbos).

Afbeelding 3.3 Het projectgebied in v.l.n.r. circa 1850, 1900, 1950 en 2019 (bron: topotijdreis.nl)

Ruimtelijke onderbouwing Eerste Compagnonsweg 45 te Bontebok

14

In afbeelding 3.3 zijn topografische kaarten uit circa 1850, 1900, 1950 en 2019 opgenomen. De kaarten van 1850 en 1900 geven een vergelijkbaar beeld: smalle, langgerekte kavels die door houtwallen begrensd worden. Aan beide kanten van de compagnonsvaart liggen forse bospercelen. Er is op dat moment nog weinig bebouwing in de omgeving van het projectgebied aanwezig. Alleen langs de zuidzijde van de compagnonsvaart is er gebouwd. De kaart van 1950 toont een sterke toename in bebouwing. Ook nabij het projectgebied is dan bebouwing aanwezig (Eerste Compagnonsvaart 43). Te zien is dat veel bos is verdwenen. De verkaveling heeft evenwel in grote lijnen zijn opstrekkende karakter behouden. Het kaartbeeld van 2019 laat een verdere toename in bebouwing rond het projectgebied zien, zowel in absolute zin als in schaal. Veel houtwallen blijken te zijn verdwenen en de verkaveling is plaatselijk grootschaliger geworden. In het projectgebied is het voormalige kassencomplex nog te zien, evenals de vroegere samenhang met het erf van huisnr. 43. De oorsprong van Zuidoost-Friesland voert terug tot in de voorlaatste ijstijd, het Saalien (200.000 v. Chr.). In deze periode ontstonden, als gevolg van de opstuwende werking van het landijs, noordoost-zuidwest lopende ruggen.

De voor het ijsfront liggende gletsjertongen hebben in de (brede) dalen gelegen van de huidige riviertjes de Tjonger, de Linde en het Koningsdiep. Het door het ijs meegevoerde materiaal dat bij het afsmelten achterbleef, vormde de keileemlagen, die niet alleen in Heerenveen maar bijna overal in Friesland in de ondergrond te vinden is. Tijdens de vrij droge, laatste ijstijd, het Weichselien (ca. 100.000-10.000 v. Chr), werden op deze keileemondergronden dekzandpakketten afgezet. Later, in het Holoceen, werd het klimaat warmer en vochtiger waardoor de plantengroei toenam en op sommige natte plaatsen veen ontstond, zoals ook het geval was in de tussen de zandruggen gelegen laagten. Er ontstonden veenlagen met een maximale dikte van 2 à 3 m die in een groot aantal gebieden boven de dekzandruggen uitgroeiden en zo ontstond hoogveen. Deze hoogveenpakketten werden vooral gevoed door (voedselarm) regenwater. De eerste bewoning in het gebied vond plaats op de noordoost-zuidwest-gerichte zandruggen en later ook op het veen in het noorden. In de gemeente Heerenveen liggen twee oude Middeleeuwse bewoningsassen; de Aengwirderweg met daaraan de dorpen Luinjeberd, Tjalleberd en Gersloot en de Schoterlandseweg met de dorpen Oudeschoot, Mildam, Oudehorne, Jubbega-Schurega en Hoornsterzwaag. Aan de bewoningsassen werden voornamelijk boerderijen gebouwd met daartussen ook enkele burgerwoningen.

Vanuit de Middeleeuwse ontginningsassen werd het veengebied ontwaterd en geschikt gemaakt voor landbouw. De cultuurlanden van de nederzettingen Hoornsterzwaag, Jubbega-Schurega, Nijehorneen Oudehorne werden door een leidijk van het woeste hoogveen gescheiden. Door deze dijk kon het water uit het hoger gelegen woeste gebied de cultuurlanden niet binnenstromen. Vanwege de behoefte aan turf in de Hollandse steden werden in de 16e eeuw de eerste voorbereidingen getroffen tot het afgraven van het hoogveen. In 1551 werd op initiatief van drie heren een compagnie opgericht, met als doelgrote stukken land op te kopen en aan veenontginning te doen. Van Akkrum tot Heerenveen werd de Heeresloot gegraven en haaks daarop de Schoterlandse Compagnonsvaart (het veengebied in). De langwerpige veengebieden werden in de lengte door deze vaart doorsneden. Haaks daarop werden wijken gegraven en weer haaks daarop greppels. De vaarten en wijken dienden zowel voor de afvoer van turf als voor de ontwatering van het gebied. Bron: Inventarisatienota, Omgevingsvisie Heerenveen 2030

Kader 3.1 Cultuurhistorische schets Zuidoost Friesland

3.2.2 Bouwplan Uit de beschrijving van het provinciaal beleid is gebleken dat het contrast tussen de overwegend open hoogveenontginningen en de dichte bebouwingslinten behoudenswaardig is. Dat die verdichting mede veroorzaakt wordt door groenelementen blijk uit de welstandsnota van de gemeente Heerenveen. Het lint rond Bontebok heeft een groen karakter door “de forse erfbeplanting […], de aaneengesloten wegbeplanting langs het lint, de invulling van een aantal kavels met bos en het gebruik van groene singels als kavelscheiding.” Hoewel het huidige ‘bos’ binnen het projectgebied van redelijk recente datum is, past het goed binnen de cultuurhistorische ontwikkeling van de hoogveenontginningen en het plaatselijke groene karakter.

Ruimtelijke onderbouwing Eerste Compagnonsweg 45 te Bontebok

15

Het projectgebied is ruimtelijk gezien te typeren als het ‘achtererf’ van huisnummer 43. De bebouwing op dit achtererf is op dit moment en in de toekomst niet zichtbaar vanuit het openbaar gebied. Ten opzichte van de situatie zoals afgebeeld op de topografische kaart van 2019 (zie afbeelding 3.3) zal het bebouwingsoppervlak afnemen. Het gaat in de nieuwe situatie om verspreid liggende bouwwerken te midden van (hoog) opgaande beplanting. Dit past binnen de plaatselijke lintstructuur. In afbeelding 3.5 is een overzicht van de toekomstige situatie gegeven. De zuidzijde van het projectgebied wordt geheel ingericht als voedselbos. In dit bos zijn bijvoorbeeld vlierbessen, kruisbessen, wilde kastanjes, walnoten, lambertsnoten, boysenbes, yacon en siberische kiwi te vinden. Een voedselbos functioneert als een zelfstandige eenheid. Verschillende lagen in het bos beïnvloeden elkaar dusdanig, dat het bos zichzelf als het ware onderhoudt. Er is geen bemesting nodig en er zullen ook geen bestrijdingsmiddelen worden toegepast. De bodem van het projectgebied verkeert in goede staat dankzij de biologisch dynamische kwekerij die er in het verleden gevestigd was. Daarmee is een goede basis voor het voedselbos reeds aanwezig.

Bouwwerk Bouwhoogte Pipowagen 3,6 m Open overkapping 3,5 m Overkapping workshopruimte / kookstudio 2,1 m Zeecontainer 2,8 m Douche/toilet unit 2,8 m Wigwam 4,0 m Yurt 4,0 m Kleine pipowagen 3,3 m Tabel 3.1 Overzicht maatvoering nieuwe bouwwerken

Oppervlak 17,5 m2 35 m2 13,2 m2 32 m2 12,1 m2 7 m2 7 m2 8,5 m2

Inhoud 63 m3 N.v.t. N.v.t. 90 m3 34 m3 15 m3 15 m3 17 m3

De materialen die nodig zijn voor onderhoud en gebruik van het voedselbos, komen in de nabijgelegen opslag te liggen. Het gaat hier om een zeecontainer (32 m2) die bekleed wordt met hout zodat dit gebouw volledig opgaat in zijn natuurlijke omgeving. Aan de noordoostzijde van het voedselbos is ruimte voor een composthoop. Deze ligt zo ver mogelijk van de woning op huisnummer 43, op een afstand van circa 50 m. De vruchten, planten en paddenstoelen die in het voedselbos geoogst zijn, kunnen in de workshopruimte/kookstudio bereid en geproefd worden. Het gaat hier om het huidige kantoor waarin al een keuken aanwezig is. Deze voorziening vormt de hoofdfunctie van het noordelijke deel van het projectgebied, waar het gaat om ontmoeting, educatie en recreatief verblijf. Aan de (kook)workshops - die vooral in de weekenden gehouden worden - zullen ongeveer 4-15 personen deelnemen (in totaal circa 350-525 bezoekers per jaar). De workshopruimte/kookstudio zal aan de noordkant uitgebreid worden met een luifel in de vorm van een kas (circa 13,2 m2). Hier kan buiten gegeten en gedronken worden. Er is een interne verbouwing nodig: het plaatsen van een dubbel fornuis met ovens, het creëren van extra aanrechtruimte en het inrichten van een gedeelte voor opslag van verse producten en koeling. Workshopdeelnemers mogen overnachten in een wigwam/yurt/kleine pipowagen.

Deze staan ten westen van de workshopruimte/kookstudio opgesteld. Er kunnen

Ruimtelijke onderbouwing Eerste Compagnonsweg 45 te Bontebok

16

maximaal 30 personen per nacht verblijven. Het meebrengen van eigen kampeermiddelen is niet toegestaan. Het verblijf is verder alleen mogelijk in combinatie met het volgen van een workshop (maximaal 1 nacht of 2 nachten bij inchecken op vrijdag). Voor de campinggasten is een open overkapping van circa 35 m2 beschikbaar. Hier kunnen de gasten droog zitten, elkaar ontmoeten en groepsactiviteiten ondernemen. De gasten kunnen tevens gebruikmaken van een douche / toilet unit (12,1 m2). De beheerder/exploitant kan tijdens de workshops verblijven in de pipowagen (circa 17,5 m2). Ook in de daaraan voorafgaande en opvolgende dag is verblijf in deze faciliteit steeds mogelijk. Zelfstandige bewoning van de pipowagen of enige andere voorziening binnen het projectgebied, is niet toegestaan (zie paragraaf 2.3.2). Zoals aangegeven in paragraaf 3.1, ligt de inrit van het projectgebied vlak bij de woning aan de Eerste Compagnonsweg 43. Ter plaatse is tevens een viertal parkeerplaatsen en een carport aanwezig. De inrit zal verplaatst worden naar de oostzijde van het projectgebied. Aan die kant zullen tevens 10 parkeerplaatsen aangelegd worden. De bestaande inrit en voorzieningen komen daarmee geheel te vervallen. Rondom het gehele projectgebied zal inheemse beplanting worden aangelegd.

Hier en daar wordt mogelijk een opening gecreëerd om zicht te bieden op het voedselbos (de bebouwing blijft evenwel afgeschermd). Aan de wegzijde komt tevens een houten hek van 1 m hoog, die zoveel mogelijk met de aanwezige en nieuwe beplanting geïntegreerd wordt. Ook wordt hier een bankje met informatiebord geplaatst waar voorbijgangers kunnen uitrusten en kennis kunnen maken met het voedselbos. Uitgegaan wordt van circa 4-15 workshopdeelnemers. Bij een gemiddelde autobezetting van 1,5, zijn er circa 7,5 parkeerplaatsen nodig. Nabij de entree wordt een parkeerplaats voor 10 auto’s ingericht. Ten noorden van deze parkeerplaats - buiten het zicht vanaf de openbare weg - is ruimte voor nog eens 7 parkeerplaatsen (zie afbeelding 3.5). Deze zogeheten ‘overloopparkeerplaats’ wordt niet verhard (langsparkeren in het gras) en alleen benut als de parkeerplaats bij de entree vol is. Zelfs als iedere workshopdeelnemer met de auto komt zijn er dus voldoende plekken. Bij de aanleg van de nieuwe uitrit zal ervoor gezorgd worden dat er - naar beide kanten toe - goed zicht is op de Eerste Compagnonsweg. Vanwege de relatief lage verkeersintensiteiten ter plaatse (zie paragraaf 4.2) en het snelheidsregime van 60 km/uur, worden er geen knelpunten met betrekking tot de verkeersveiligheid verwacht.

Ruimtelijke onderbouwing Eerste Compagnonsweg 45 te Bontebok

17

Afbeelding 3.5 Toekomstige situatie

Ruimtelijke onderbouwing Eerste Compagnonsweg 45 te Bontebok

18

4.

Omgevingsaspecten

4.1 m.e.r.-plicht In bijlage C en D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is aangegeven welke activiteiten in het kader van een ruimtelijk plan of besluit plan-m.e.r.plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Voor activiteiten die voorkomen op de D-lijst en die onder de drempelwaarden vallen, moet een vormvrije m.e.r.-beoordeling doorlopen worden. Daarbij gaat het om de vraag of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. De ‘belangrijke nadelige gevolgen’ kunnen worden ontleend aan het toetsingskader van bijlage III van de Europese Richtlijn Milieueffectbeoordeling. Daarin worden drie hoofdthema’s genoemd: • • •

kenmerken van de activiteit; plaats van de activiteit; kenmerken van het potentiële effect.

Een voedselbos met (beperkte) verblijfsmogelijkheden valt niet onder de activiteiten uit bijlage C en D. Er is dus geen sprake van een m.e.r.-plicht, (plan-)m.e.r.-(beoordelings)plicht of noodzaak tot het uitvoeren van een vormvrije m.e.r.-beoordeling.

Afbeelding 4.1 Besluit m.e.r (bron: infomil.nl)

4.2 Wet geluidhinder De workshopruimte/kookstudio, het beheerdersverblijf en de wigwams/yurts/kleine pipowagens zijn geen geluidsgevoelig object in het kader van de Wet geluidhinder. Toch komt aan deze (verblijfsrecreatieve) voorzieningen vanuit het oogpunt van ‘een goede ruimtelijke ordening’ een zekere mate van bescherming tegen geluidhinder toe. Gelet op de ruime afstand van genoemde voorzieningen tot de Eerste Compagnonsweg (circa 60 m) en het karakter van deze weg6, is er geen reden aan te nemen dat er sprake is van een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat. De nieuwe voorzieningen leiden tot een beperkte verkeersaantrekkende werking. Er is gemiddeld genomen sprake van circa 30 verkeersbewegingen per etmaal.7 Indirecte hinder voor omliggende geluidsgevoelige objecten is daarmee redelijkerwijs uit te sluiten. Daar komt bij dat de huidige ontsluiting van het projectgebied verplaatst wordt in oostelijke richting. Deze ontsluiting en de bijbehorende 6 In het GVVP is aangegeven dat de verkeersintensiteit op de Eerste Compagnonsweg ter hoogte van Bontebok

voor een gemiddelde werkdag 1100 mvt/etmaal bedraagt. 7 Dit is inclusief bevoorrading en de verkeersbewegingen door de beheerder/exploitant.

Ruimtelijke onderbouwing Eerste Compagnonsweg 45 te Bontebok

19

parkeerplaatsen zijn op dit moment op circa 10 m afstand van de woning aan de eerste Compagnonsweg 43 gelegen. De nieuwe ontsluiting komt op circa 50 m van deze woning te liggen (en eveneens op circa 50 m van de woning op huisnummer 47). 4.3 Milieuzonering In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). Een richtafstand is de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten. Het voedselbos met de bijbehorende (verblijfsrecreatieve) voorzieningen is het best te vergelijken met SBI-categorie 553/552: ‘kampeerterreinen/vakantiecentra. e.d. (met keuken)’. Dit is een ruime categorie waarbinnen bijvoorbeeld zeer omvangrijke recreatieve voorzieningen vallen. Te denken valt aan Landal- of Roompotparken met alle bijbehorende voorzieningen en parkeergelegenheid. Bij dergelijke parken geldt vanwege het aspect geluidhinder een richtafstand van 50 m. Binnen het projectgebied is sprake van een kleinschalige voorziening. Aan de workshops nemen maximaal 15 personen deel (circa 525 deelnemers per jaar).

Het veld met wigwams/yurts/kleine pipowagens biedt plaats aan maximaal 30 personen. De sanitaire unit en parkeerplaatsen (10 stuks) zijn op deze aantallen gedimensioneerd. Voor een dergelijk kleinschalige voorziening kan worden aangesloten bij milieucategorie 1 en 2, waarvoor richtafstanden van maximaal 10-30 m gelden.8 De afstand van de beoogde workshopruimte/kookstudio, het beheerdersverblijf en het veld met wigwams/yurts/kleine pipowagens tot de gevel van de dichtstbijzijnde woning bedraagt circa 40 m. Er is in dit opzicht dus geen sprake van een milieu hygiënisch conflict. Relevant in dit verband is ook dat de huidige bestemming Kwekerijbedrijven, activiteiten in de milieucategorie 2 toestaat. Ook hiervoor geldt een richtafstand van 30 m. 4.4 Luchtkwaliteit Nederland heeft de Europese regels met betrekking tot luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. Het projectvoornemen leidt, zoals aangeven in paragraaf 4.2, tot een beperkte verkeersaantrekkende werking.9 Op grond van de Wet milieubeheer is sprake van een project dat 'niet in betekende mate' (NIBM) bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Dit wordt bevestigd door de NIBM-berekening die in afbeelding 4.2 is opgenomen. Nader onderzoek is niet nodig.

8 Ter vergelijking: een restaurant, cafetaria, hotel, pension met keuken, café, bar, kantine, conferentieoord, con-

grescentrum valt onder milieucategorie 1, met een grootste richtafstand van 10 meter. Een cateringbedrijf, discotheek en muziekcafé valt onder milieucategorie 2, met een grootste richtafstand van 30 meter. 9 De huidige bedrijfsmogelijkheden op grond van de bestemming Kwekerijbedrijven is hier buiten beschouwing gelaten.

Ruimtelijke onderbouwing Eerste Compagnonsweg 45 te Bontebok

20

Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Jaar van planrealisatie

2020

Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)

30

Aandeel vrachtverkeer

5,0%

NO2 in μg/m3

0,03

3

0,01

Maximale bijdrage extra verkeer

PM10 in μg/m Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m 3

1,2

Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig Afbeelding 4.2 NIBM-berekening (bron: InfoMil)

4.5 Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over de risico's voor mens en milieu bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Ook de risico's die luchthavens geven vallen hieronder. Inwoners van een bepaald gebied kunnen te maken krijgen met plaatsgebonden risico (PR). Dit is de kans per jaar dat één persoon overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof. In theorie zou die persoon zich onafgebroken en onbeschermd op één bepaalde plaats moeten bevinden. Deze kans mag niet groter zijn dan één op de miljoen. Het groepsrisico (GR) legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Het is een maatstaf voor de verwachte omvang van een ramp. Bij de berekening van het GR spelen twee factoren mee: 1) de aard en de hoeveelheid van de gevaarlijke stoffen; 2) het aantal potentiële slachtoffers. In een omgeving met veel inwoners is dit aantal bijvoorbeeld groter dan in een dunbevolkt gebied. Het projectgebied valt niet binnen de risicoafstanden van gevaarlijke inrichtingen, transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en/of aardgastransportleidingen (bron: Risicokaart). Zie hiervoor afbeelding 4.3. Onderzoek kan achterwege blijven.

Afbeelding 4.3 Risicokaart (projectgebied is rood omcirkeld; bron: risicokaart.nl)

Ruimtelijke onderbouwing Eerste Compagnonsweg 45 te Bontebok

21

4.6 Bodem Het Besluit Bodemkwaliteit streeft naar duurzaam bodembeheer waarbij een balans gezocht wordt tussen bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu enerzijds en het gebruiken van de bodem voor maatschappelijke ontwikkelingen anderzijds. Het Besluit bevat regels voor kwaliteitsborging (Kwalibo), bouwstoffen, grond en baggerspecie. Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet de vraag worden beantwoord of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel. Op de kaart van het Bodemloket (ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) zijn geen verontreinigingen of verdachte activiteiten binnen het projectgebied aangegeven. Het deel van het projectgebied dat wordt ingericht ten behoeve van (recreatieve) verblijfsfuncties bestaat uit een voormalige beheerderswoning met tuin, een tunnelkas en een ‘bosgebiedje’. Er zijn geen concrete aanwijzingen dat de bodem ter plaatse verontreinigd is of op andere wijze ongeschikt is voor de beoogde functies. Sigma Bouw & Milieu heeft volledigheidshalve een milieukundig vooronderzoek uitgevoerd.

Op grond daarvan is geconcludeerd dat er “geen aanwijzingen [zijn] gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de onderzoekslocatie te verwachten”. Tevens is geconcludeerd dat er geen sprake is van een “directe verdenking op de aanwezigheid van bodemverontreiniging t.p.v. de onderzoekslocatie. In het kader van de beoogde functiewijziging, waarbij een nieuwbouwplannen bestaan, is een bodemonderzoek volgens NEN-5740 naar onze mening niet noodzakelijk.” Voor de details van het onderzoek wordt verwezen naar rapportage ‘milieukundig vooronderzoek Eerste Compagnonsweg 45 te Bontebok’ (14 oktober 2020). 4.7 Water Beleid Op grond van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet in de toelichting op ruimtelijke plannen een waterparagraaf worden opgenomen. Deze paragraaf laat zien hoe rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het projectgebied ligt in het beheergebied van Wetterskip Fryslân. Het waterbeleid voor dit gebied is opgenomen in het ‘Waterbeheerplan 20162021’. Projectgebied De inrichting van het projectgebied is toegelicht in hoofdstuk 3. Het gaat om de realisatie van een voedselbos met (recreatieve) verblijfsmogelijkheden. In het projectgebied komen onder meer een workshopruimte/kookstudio, een veld met wigwams/yurts/kleine pipowagens, een grote pipowagen (beheerdersverblijf) en parkeerplaatsen.

Het verhard oppervlak neemt toe ten opzichte van het huidige

Ruimtelijke onderbouwing Eerste Compagnonsweg 45 te Bontebok

22

situatie. Er zal circa 135 m2 aan bebouwing worden toegevoegd.10 Daarnaast komt er een parkeerplaats met een oppervlak van circa 264 m2. Op deze parkeerplaats wordt halfverharding toegepast. De toename in verhard oppervlak ligt ruim beneden de compensatienorm voor het landelijk gebied (1500 m2). Onderhavig plan is onderdeel van een al eerder ingezette ontwikkeling, waarbij in 2018 een kassencomplex met een oppervlak van circa 380 m2 gesaneerd is. De huidige tunnelkas van circa 120 m2 zal eveneens verwijderd te worden. Per saldo leiden de ontwikkelingen in het projectgebied derhalve tot een afname van verhard oppervlak en daarmee tot verbeterde infiltratiemogelijkheden van het hemelwater. Voor de nieuwe gebouwen wordt gebruik gemaakt van duurzame en niet-uitlogende bouwmaterialen. Uitspoeling van verontreinigende stoffen naar het grondof oppervlaktewater wordt zo voorkomen. Onderhavig plan heeft daarmee - zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht - geen (negatief) effect op de waterhuishouding. Digitale watertoetsprocedure Op 9 juni 2020 is de digitale watertoetsprocedure doorlopen. Hieruit is gebleken dat de ‘normale procedure’ van toepassing is (zie bijgevoegd ‘watertoetsdocument’). De reactie van het waterschap wordt te zijner tijd in deze paragraaf verwerkt.

4.8 Ecologie Om de uitvoerbaarheid van onderhavig planvoornemen te toetsen, is een inventarisatie naar natuurwaarden binnen het projectgebied uitgevoerd. Op dit punt wordt verwezen naar bijgevoegd rapport ‘QuickScan Bontebok, Eerste Compagnonsweg 45. Inventarisatie en beoordeling natuurwaarden in het kader van de Wet natuurbescherming (soortbescherming)’ (John Melis Ecologie, 22 november 2018). Uit deze quickscan blijkt dat er mogelijk beschermde soorten in het projectgebied aanwezig zijn. Mitigatie is nodig om negatieve effecten voor vleermuizen, vogels en reptielen te voorkomen. De initiatiefnemer zal alle mitigerende maatregelen uit het ecologisch rapport volledig opvolgen. Daarmee is nader onderzoek en/of het aanvragen van een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming niet noodzakelijk. 4.9 Archeologie en cultuurhistorie Archeologie Archeologische waarden dienen op grond van de (aangepaste) Monumentenwet 1988 te worden mee gewogen in de besluitvorming over ruimtelijke ingrepen. Op de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) is voor de periode steentijd-bronstijd aangegeven dat bij bodemingrepen van meer dan 5000 m2, een quickscan respectievelijk historisch en karterend onderzoek verricht dient te worden. Voor de periode ijzertijd-middeleeuwen geldt dat er geen onderzoek nodig is. Aangezien het bodemverzet binnen het projectgebied beperkt blijft tot een 10

Op het tentenveld komen maximaal 15 wigwams, yurts of kleine pipowagens te staan. Als er gekozen wordt voor kleine pipowagens, wordt er nog eens maximaal 105 m2 aan bebouwd oppervlak toegevoegd.

Ruimtelijke onderbouwing Eerste Compagnonsweg 45 te Bontebok

23

oppervlak van maximaal 500 m2, wordt de drempel voor archeologisch onderzoek niet gehaald. Cultuurhistorie Als gevolg van het beleid Modernisering Monumentenzorg is per 1 januari 2012 in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.6.1) bepaald dat overheden verplicht zijn cultuurhistorie integraal mee te wegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Dit is gebeurd door raadpleging van de Cultuurhistorische Kaart Fryslân (CH2, geen specifieke waarden) en door het uitvoeren van een cultuurhistorische analyse (zie hoofdstuk 3). Daarmee is het cultuurhistorisch belang voldoende geborgd in dit plan. 4.10 Stikstof Er is een Aeriusberekening uitgevoerd om te beoordelen of herinrichting van het projectgebied leidt tot een depositie van > 0,00 mol/ha/jr binnen Natura 2000-gebieden. Geconcludeerd wordt dat dit zowel in de aanleg- als gebruiksfase niet het geval is. Dit betekent dat er geen ontheffing in het kader van de Natuurbeschermingswet aangevraagd hoeft te worden en dat ‘stikstof’ dus geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van dit plan. Het Aeriusrapport is als bijlage opgenomen.

Ruimtelijke onderbouwing Eerste Compagnonsweg 45 te Bontebok

24

5.

Uitvoerbaarheid

5.1 Economische uitvoerbaarheid De kosten voor realisatie van onderhavig planvoornemen komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Dat geldt ook voor eventuele planschadekosten, die daarmee dus ‘anderszins verzekerd’ zijn. Er wordt een anterieure overeenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer afgesloten waarin een en ander is vastgelegd. 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en artikel 6.18 Besluit omgevingsrecht (Bor) verplichten om bij de voorbereiding van een omgevingsvergunning overleg te voeren met het Rijk, de provincie en het waterschap. Dit overleg vindt voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbesluit plaats. Burgers en maatschappelijke instanties worden tijdens deze terinzagelegging van het ontwerpbesluit in de gelegenheid gesteld om binnen de termijn van zes weken hun zienswijze kenbaar te maken. Als het vooroverleg of de terinzagelegging aanleiding geeft tot planaanpassingen, dan zullen die te zijner tijd in deze paragraaf worden vermeld.

Ruimtelijke onderbouwing Eerste Compagnonsweg 45 te Bontebok

25

BIJLAGEN 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Projectplan Situatieschets Watertoets Ecologische quickscan Aeriusrapport Bodemonderzoek

Ruimtelijke onderbouwing Eerste Compagnonsweg 45 te Bontebok

26

COLOFON Opdrachtgever A La Car Producties Rapportage Gorissen Ruimtelijk Advies info@gorissenadvies.nl

Datum 4 oktober 2021 Status Definitief

Copyright @2021 Gorissen Ruimtelijk Advies. Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch op geluidsband of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=d18cc4cb-e192-4eb1-aef4-f4ed10736e66