Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
C12-C22 mg/kg <5 2.71 -fractie C22-C30 mg/kg <5 2.71 -fractie C30-C40 mg/kg <5 2.71 -totaal olie C10 - C40 mg/kg <20 10.9 <=AW -0.04 Monstercode Monsteromschrijving 13336844-001 M 3 BM014-2 BM14 (30-50)
Blad 55 van 71
77130-1 R73171 Verkennend bodemonderzoek.pdf
Verklaring kolommen SR Resultaat op het analyserapport BT Berekend toetsresultaat (omgerekend naar standaard bodem). Bij organische stof en lutum staan de voor de toetsing gebruikte waarden. BC Toetsoordeel BI SYNLAB berekende BodemIndex waarde: =(BT - (S of AW) ) / (I - (S of AW) ) Verklaring toetsingsoordelen Geen toetsoordeel mogelijk -Heeft geen normwaarde, zorgplicht van toepassing --Interventiewaarde ontbreekt, zorgplicht van toepassing # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat + De normen voor barium zijn ingetrokken. Indien er sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte door het bevoegd gezag worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 625 mg/kg d.s (waterbodem) en de interventiewaarde voor landbodem van 920 mg/kg (landbodem). ° Er staan twee interventie waardes beschreven voor kwik in grond in de circulaire bodemsanering (per 1 juli 2013); 4 mg/kg d.s. voor organisch kwik en 36 mg/kg d.s. voor anorganisch kwik. Het analyse resultaat is het gehalte aan kwik. Er kan daarin geen verder onderscheid worden gemaakt tussen de twee soorten. Voor deze toetsing wordt de eis van 36 mg/kg d.s. gehanteerd.
<=AW Kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde WO Wonen IN Industrie ,zp Interventiewaarde ontbreekt, zorgplicht van toepassing >I Groter dan interventiewaarde >(ind)I INEV (Indicatieve interventiewaarde) wordt overschreden somIW>1Interventiewaarde wordt overschreden door som fractie interventiewaarde > 1 (interventie factor) ^ Enkele parameters ontbreken in de som >IND Groter dan industrie Kleur informatie > Interventiewaarde Rood > Industrie Roze Oranje >= Tussenwaarde (BI ligt tussen 0.5 en 1) Blauw >= Achtergrond waarde
Blad 56 van 71
77130-1 R73171 Verkennend bodemonderzoek.pdf
Normenblad Toetskeuze: T.12: Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb Analyse Eenheid AW Wo Ind I METALEN cadmium mg/kg 0.6 1.2 4.3 13 kobalt mg/kg 15 35 190 190 koper mg/kg 40 54 190 190 kwik° mg/kg 0.15 0.83 4.8 36 lood mg/kg 50 210 530 530 molybdeen mg/kg 1.5 88 190 190 nikkel mg/kg 35 39 100 100 zink mg/kg 140 200 720 720 POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN pak-totaal (10 van VROM) (0.7 mg/kg 1.5 6.8 40 40 factor) POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) som PCB (7) (0.7 factor) ug/kg 20 40 500 1000 MINERALE OLIE totaal olie C10 - C40 mg/kg 190 190 500 5000 * Indicatief niveau voor ernstige verontreiniging Legenda normenblad AW = Achtergrondwaarden WO = Maximale waarden bodemfunctieklasse wonen IND = Maximale waarden bodemfunctieklasse industrie I = Interventiewaarden Normen en definities http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/downloads
Blad 57 van 71
77130-1 R73171 Verkennend bodemonderzoek.pdf
Toetsing volgens BoToVa, module T.13-Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb (Toetsversie 1.1.0, toetskader WBB, SIKB versie 13.3.0, toetsingsdatum: 02-11-2020 - 10:09)
Projectcode VN-77130-1 Projectnaam Alliade, Oranjewoud Monsteromschrijving PBM01-1-1 Monstersoort Grondwater (AS3000) Monster conclusie Voldoet aan Streefwaarde Analyse Eenheid SR BT BC BI METALEN barium ug/l <15 10.5 <=S cadmium ug/l <0.20 0.14 <=S kobalt ug/l <2 1.4 <=S koper ug/l 3.4 3.4 <=S kwik ug/l <0.05 0.035 <=S lood ug/l <2.0 1.4 <=S molybdeen ug/l 2.2 2.2 <=S nikkel ug/l <3 2.1 <=S zink ug/l 28 28 <=S VLUCHTIGE AROMATEN benzeen ug/l <0.2 0.14 <=S tolueen ug/l <0.2 0.14 <=S ethylbenzeen ug/l <0.2 0.14 <=S o-xyleen ug/l <0.1 0.07 p- en m-xyleen ug/l <0.2 0.14 xylenen (0.7 factor) ug/l 0.21 0.21 <=S styreen ug/l <0.2 0.14 <=S naftaleen ug/l <0.02 0.014 <=S GEHALOGENEERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,1-dichloorethaan ug/l <0.2 0.14 <=S 1,2-dichloorethaan ug/l <0.2 0.14 <=S 1,1-dichlooretheen ug/l <0.1 0.07 <=S cis-1,2-dichlooretheen ug/l <0.1 0.07 trans-1,2-dichlooretheen ug/l <0.1 0.07 som (cis,trans) 1,2- dichloorethenen (0.7 factor) ug/l 0.14 0.14 <=S dichloormethaan ug/l <0.2 0.14 <=S 1,1-dichloorpropaan ug/l <0.2 0.14 1,2-dichloorpropaan ug/l <0.2 0.14 1,3-dichloorpropaan ug/l <0.2 0.14 som dichloorpropanen (0.7 factor) ug/l 0.42 0.42 <=S tetrachlooretheen ug/l <0.1 0.07 <=S tetrachloormethaan ug/l <0.1 0.07 <=S 1,1,1-trichloorethaan ug/l <0.1 0.07 <=S 1,1,2-trichloorethaan ug/l <0.1 0.07 <=S trichlooretheen ug/l <0.2 0.14 <=S chloroform ug/l <0.2 0.14 <=S vinylchloride ug/l
<0.2 0.14 <=S tribroommethaan ug/l <0.2 0.14 --MINERALE OLIE fractie C10-C12 ug/l <25 17.5 -fractie C12-C22 ug/l <25 17.5 -fractie C22-C30 ug/l <25 17.5 -fractie C30-C40 ug/l <25 17.5 -totaal olie C10 - C40 ug/l <50 35 <=S ADDITIONELE TOETSPARAMETERS Eenheid BT BC 13340170-001 som 16 aromatische oplosmiddelen (Bbk, 1-1-2008) ug/l 0.77 ^-som 10 polyaromatische koolwaterstoffen (VROM) DIMSLS 0.0002 Monstercode Monsteromschrijving 13340170-001 PBM01-1-1 PBM01 (220-320)
Blad 58 van 71
77130-1 R73171 Verkennend bodemonderzoek.pdf
Verklaring kolommen SR Resultaat op het analyserapport BT Berekend toetsresultaat (omgerekend naar standaard bodem). Bij organische stof en lutum staan de voor de toetsing gebruikte waarden. BC Toetsoordeel BI SYNLAB berekende BodemIndex waarde: =(BT - (S of AW) ) / (I - (S of AW) ) Verklaring toetsingsoordelen Geen toetsoordeel mogelijk -Heeft geen normwaarde, zorgplicht van toepassing --Streefwaarde ontbreekt, zorgplicht van toepassing # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat <=AW Kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde <=S Kleiner dan of gelijk aan de streefwaarde >S Groter dan de streefwaarde >I Groter dan interventiewaarde >(ind)I INEV (Indicatieve interventiewaarde) wordt overschreden ^ Enkele parameters ontbreken in de som Kleur informatie Rood > Interventiewaarde Oranje>= Tussenwaarde (BI ligt tussen 0.5 en 1) Blauw > streefwaarde
Blad 59 van 71
77130-1 R73171 Verkennend bodemonderzoek.pdf
Normenblad Toetskeuze: T.13: Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb Analyse Eenheid S I METALEN barium ug/l 50 625 cadmium ug/l 0.4 6 kobalt ug/l 20 100 koper ug/l 15 75 kwik ug/l 0.05 0.3 lood ug/l 15 75 molybdeen ug/l 5 300 nikkel ug/l 15 75 zink ug/l 65 800 VLUCHTIGE AROMATEN benzeen ug/l 0.2 30 tolueen ug/l 7 1000 ethylbenzeen ug/l 4 150 xylenen (0.7 factor) ug/l 0.2 70 styreen ug/l 6 300 naftaleen ug/l 0.01 70 GEHALOGENEERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,1-dichloorethaan ug/l 7 900 1,2-dichloorethaan ug/l 7 400 1,1-dichlooretheen ug/l 0.01 10 dichloormethaan ug/l 0.01 1000 som (cis,trans) 1,2- dichloorethenen ug/l 0.01 20 (0.7 factor) som dichloorpropanen (0.7 factor) ug/l 0.8 80 tetrachlooretheen ug/l 0.01 40 tetrachloormethaan ug/l 0.01 10 1,1,1-trichloorethaan ug/l 0.01 300 1,1,2-trichloorethaan ug/l 0.01 130 trichlooretheen ug/l 24 500 chloroform ug/l 6 400 vinylchloride ug/l 0.01 5 tribroommethaan ug/l 630 MINERALE OLIE totaal olie C10 - C40 ug/l 50 600 * Indicatief niveau voor ernstige verontreiniging Legenda normenblad S = Streefwaarden I = Interventiewaarden Normen en definities http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/downloads
Blad 60 van 71
77130-1 R73171 Verkennend bodemonderzoek.pdf
Bijlage 7
Blad 61 van 71
77130-1 R73171 Verkennend bodemonderzoek.pdf
Toetsingskaders (water)bodem T o et si n g g ro n d e n g ro nd w at e r i n h et k ad er v an d e W et B od em b es ch erm i ng Met de inwerkingtreding van het Besluit- en de Regelgeving bodemkwaliteit is binnen de Wet bodembescherming sprake van de zogenaamde achtergrondwaarde (AW-waarde) en interventiewaarde (I-waarde). Hiernaast is uit deze waarden een tussenwaarde afgeleid, die wordt gedefinieerd als (AW + I)/2. In principe heeft de tussenwaarde in de Wbb geen status en wordt er niet aan de tussenwaarde getoetst, echter de tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risicos voor mens en milieu aanwezig kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een trigger voor nader onderzoek. De genoemde toetsingswaarden zijn wettelijk vastgesteld voor een zogenaamde standaard bodem en worden per te onderscheiden grondsoort gecorrigeerd op basis van het percentage lutum (deeltjes kleiner dan 2 µm) en organische stof. De achtergrond- en streefwaarden geven het concentratieniveau aan waaronder sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. Indien de achtergrond- of streefwaarde wordt overschreden, anders dan vanwege natuurlijke oorzaken, is er sprake van een bodemverontreiniging.
De interventiewaarden geven het concentratieniveau aan waarboven, afhankelijk van de omvang van de verontreiniging, sprake kan zijn van een ernstig geval van bodemverontreiniging. Binnen het kader van de Wet Bodembescherming is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging indien de gemiddelde concentratie in 25 m 3 grond of in 100 m3 grondwater (bodemvolume) de interventiewaarde overschrijdt. Als er sprake blijkt te zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging dan dient, op grond van artikel 37 Wbb, vastgesteld te worden of de verontreiniging onaanvaardbare risicos oplevert voor mens, ecosysteem, oppervlaktewater of grondwater. Indien sprake blijkt van een onaanvaardbaar risico dient de sanering met spoed te worden uitgevoerd. Indien de bodem op een locatie is verontreinigd, maar het betreft geen geval van ernstige verontreiniging, hoeft niet te worden bepaald of er (met spoed) dient te worden gesaneerd. Verbeteren van de bodemkwaliteit kan niet worden voorgeschreven op grond van de regels voor bodemsanering, omdat ter plaatse geen sprake is van een (potentieel) risico dat een dergelijke verplichting rechtvaardigt. Dit geldt niet indien sprake is van een nieuw geval van bodemverontreiniging N i euw geval v an bodemv eront rei ni gi ng
Een bodemverontreiniging die is ontstaan op of na 1 januari 1987 wordt een nieuw geval van bodemverontreiniging genoemd, ongeacht de aangetroffen gehaltes en het volume.
Blad 62 van 71
77130-1 R73171 Verkennend bodemonderzoek.pdf
Zorgpl i cht
Op nieuwe gevallen van bodemverontreiniging is de zorgplicht van toepassing (artikel 13 Wbb). Indien er sprake is van een geval van bodemverontreiniging, ontstaan op of na 1 januari 1987 waarvoor een veroorzaker is aan te spreken gaat artikel 27 Wbb (en daarmee de zorgplicht van artikel 13 Wbb) vóór artikel 28 Wbb. Voor bodemverontreiniging met asbest ligt de toepassing van de zorgplicht genuanceerder. De zorgplicht is gebaseerd op het principe wat schoon is, schoon houden en wat vies is, niet verder verontreinigen. Het zorgplichtbeginsel verplicht degene die handelingen verricht waardoor de bodem kan worden verontreinigd of aangetast, alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om de bodem te saneren en de directe gevolgen te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken. Een algemeen zorgplichtbeginsel voor het milieu is ook vastgelegd in artikel 1.1a Wm. Opgemerkt wordt dat het volumecriterium voor een bodemverontreiniging met asbest niet van toepassing is bij het vaststellen van de ernst. Bij asbestgehalten in (water)bodem, grond en baggerspecie boven de interventiewaarde wordt alleen gesproken over verontreiniging. Toet si ngscr i te ria gr ond
Om de mate van verontreiniging van de bodem te kunnen beoordelen, zijn de chemische analyseresultaten van de grondmonsters getoetst aan de richtlijnen die zijn opgesteld door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. De resultaten zijn getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire Bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675. Bij de toetsingswaarden wordt onderscheid gemaakt tussen de zogenaamde achtergrond- en interventiewaarde: Achtergrondwaarde = Achtergrondwaarde + = Interventiewaarde) / 2) Interventiewaarde
=
Generieke achtergrondwaarde voor een schone, multifunctionele bodem Tussenwaarde trigger voor (nader) onderzoek
Interventiewaarde voor sanering (en/of saneringsonderzoek)
T o e t s i n g s c r i t e ri a g r o n d w at e r
Om de mate van verontreiniging van de bodem te kunnen beoordelen, zijn de chemische analyseresultaten van de grondwatermonsters getoetst aan de richtlijnen die zijn opgesteld door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. De toetsingswaarden zijn overgenomen uit de Circulaire Bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675.
Blad 63 van 71
77130-1 R73171 Verkennend bodemonderzoek.pdf
Bij de toetsingswaarden wordt onderscheid gemaakt tussen de zogenaamde streef- en interventiewaarde: Streefwaarde
=
Streefwaarde voor een schone, multifunctionele bodem
Streefwaarde + = Interventiewaarde) / 2
Tussenwaarde trigger voor (nader) onderzoek
Interventiewaarde
Interventiewaarde voor sanering (en/of saneringsonderzoek)
=
T o et si n g s cri t eri a as b es t o n d erz o ek Verkennen d asbestonderzoek
De analyseresultaten van de grond-/puinmonsters zijn vergeleken met de toetsingstabel 'Streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater' uit de circulaire bodemsanering (Nederlandse Staatscourant, nr. 16675, 27 juni 2013). De analyseresultaten van een asbestonderzoek worden getoetst aan de hergebruiksnorm. Voor de toetsing van het gehalte aan asbest zijn de streefwaarde en de interventiewaarde gelijkgesteld op 100 mg/kg totaal asbest ds gewogen (hergebruiksnorm). Het gehalte aan totaal asbest ds gewogen wordt bepaald door de amfibole concentratie (Amosiet en Crocidoliet) te vermenigvuldigen met een factor 10 en deze op te tellen bij de serpentijnconcentratie (Chrysotiel). Indien het gewogen gehalte asbest in een gat (30 x 30 cm) kleiner is dan de helft van de interventiewaarde (norm is 100 mg/kg d./2 = 50 mg/kg ds) is verder onderzoek niet noodzakelijk. Het is dan statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de interventiewaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest.
Indien per deellocatie of deelpartij in het geïnspecteerde oppervlak en in alle geïnspecteerde gaten respectievelijk sleuven een gehalte van meer dan 2 * de interventiewaarde (= 200 mg/kg ds) wordt vastgesteld is verder onderzoek niet noodzakelijk, dan wordt aangenomen dat de desbetreffende interventiewaarde met zekerheid zal worden overschreden bij een nader onderzoek. Indien tussenliggende (50 - 200 mg/kg ds) waarden worden vastgesteld moet een nader onderzoek worden uitgevoerd. Nader asbestonderzoek
Indien een nader asbestonderzoek wordt uitgevoerd geldt de hergebruiksnorm die vastgesteld is op 100 mg/kg totaal asbest ds gewogen. Indien een gehalte aan asbest in grond en/of puin boven dit gehalte wordt aangetoond is sprake van een bodemverontreiniging met asbest.
Blad 64 van 71
77130-1 R73171 Verkennend bodemonderzoek.pdf
Opgemerkt wordt dat voor asbest alleen sprake is van een verontreiniging indien de interventiewaarde wordt overschreden. Bij het vaststellen van de ernst van een verontreiniging met asbest is het volumecriterium niet van toepassing. De maximale waarde voor hergebruik van grond, baggerspecie en puin(granulaat) die verontreinigd zijn met asbest is weergegeven in de Regeling Bodemkwaliteit en is eveneens vastgesteld op 100 mg/kg ds gewogen asbest (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie). Het Arbeidsomstandighedenbesluit en het Asbestverwijderingsbesluit zijn niet van toepassing op handelingen met materialen met een asbestconcentratie beneden de maximale hergebruikswaarde (100 mg/kg totaal asbest ds gewogen). In dat geval zijn geen aanvullende maatregelen ten aanzien van asbest vereist bij bewerking of verwerking van de grond/puin. Bij overschrijding van de hergebruikswaarde is de bodem verontreinigd met asbest en dienen werkzaamheden met de grond/puin onder asbestcondities te worden uitgevoerd.
B es l u i t b od em k w al i t ei t ( i n di c at i e) Ter bepaling van de toepasbaarheid van de grond buiten de huidige onderzoekslocatie zijn de resultaten indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit (generieke kader). Er is geen partijkeuring conform het Besluit bodemkwaliteit (AP04) uitgevoerd. Aan de resultaten van deze indicatieve toetsing kunnen niet dezelfde rechten worden ontleend als aan een partijkeuring die wel conform het besluit is uitgevoerd. G e n e r i e k t o e t s i n g s k a d e r l a n d b o d e m s B e s l u i t bo d e m k w a l i t e i t
Met ingang van 1 juli 2008 zijn het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit van toepassing. Binnen de genoemde wetgeving zal worden gewerkt met een klasse-indeling voor de functie en de kwaliteit van de bodem. De bodemfunctieklasse beschrijft (op hoofdlijnen) het gebruik van de bodem in een gebied. De bodemkwaliteitsklasse geeft een maat voor de kwaliteit van de (ontvangende) bodem. Aan de bodemfunctieklassen en de bodemkwaliteitsklassen zijn dezelfde normen gekoppeld: de achtergrondwaarden; s de maximale waarden voor de klasse wonen; s de maximale waarden voor de klasse industrie. s
Blad 65 van 71
77130-1 R73171 Verkennend bodemonderzoek.pdf
In de onderstaande figuur 1 is de generieke normstelling schematisch weergegeven. Maximale Waarden Achtergrondwaarden
Maximale Waarden
Klasse wonen
klasse Industrie (interventiewaarden)
Klasse landbouw/natuur
Klasse wonen
Klasse industrie
Klasse niet toepasbaar
½ (Achtergrondwaarde + Interventiewaarde
Figuur 1: generieke normstelling vaststelling bodemkwaliteit
In de onderstaande tabel 4.1 is op basis van de gemeten concentraties weergegeven in welke kwaliteitsklassen de bodem wordt ingedeeld Tabel 1: indeling kwaliteitsklasse gerelateerd aan de gemeten concentraties Klasse Klasse landbouw/natuur
concentratie onder of gelijk aan de Achtergrondwaarden.
Klasse wonen
concentratie boven de Achtergrondwaarden maar onder of gelijk aan de Maximale Waarden klasse wonen1
Klasse industrie
concentratie boven de Maximale Waarden klasse wonen maar onder of gelijk aan de Maximale Waarden klasse industrie
Klasse niet toepasbaar
concentratie boven de Maximale Waarden klasse industrie of interventiewaarde,
1
Bij onderzoek op de parameters in het standaard grondpakket (12 parameters) mag de maximale waarde
klasse wonen ten aanzien van 2 parameters overschreden worden. Deze overschrijdingen bedragen ten hoogste de maximale waarde voor de klasse wonen voor de betreffende parameter, vermeerderd met de daarvoor geldende achtergrondwaarde. Deze somwaarde mag de maximale waarde klasse industrie niet overschrijden. Indien meerdere parameters worden meengenomen in het onderzoek zijn ook meer overschrijdingen toegestaan: bij meting van minimaal 16 parameters 3 overschrijdingen, bij minimaal 27 parameters 4 overschrijdingen en bij minimaal 37 parameters 5 overschrijdingen.
Blad 66 van 71
77130-1 R73171 Verkennend bodemonderzoek.pdf