CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing

Raadsvergadering 1 juli 2021, gemeente HeerenveenBij agendapunt: (Ontwerp) Verklaring van geen bedenking Van Bienemalaan 3 Oranjewoud22.290 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING VERVANGENDE NIEUWBOUW HEIDEWOUD, ORANJEWOUD

ZORGGROEP ALLIADE 20201362 / 04‐05‐2021 RUIMTELIJKE ONDERBOUWING VERVANGENDE NIEUWBOUW HEIDEWOUD, ORANJE‐ WOUD INHOUDSOPGAVE

1.

INLEIDING

1. 1. 1. 2. 1. 3. 1. 4. 2.

3.

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

Mer‐beoordeling Milieuzonering Geluid (Wet geluidhinder) Water Bodem Archeologie Cultuurhistorie Ecologie Externe veiligheid Luchtkwaliteit Kabels, leidingen en zoneringen

UITVOERBAARHEID

5. 1. 5. 2. 6.

Uitgangssituatie Voorgenomen initiatief Ruimtelijke inpassing

OMGEVINGSASPECTEN

4. 1. 4. 2. 4. 3. 4. 4. 4. 5. 4. 6. 4. 7. 4. 8. 4. 9. 4. 10. 4. 11. 5.

Aanleiding Locatie Planologische regeling Leeswijzer

BELEIDSREGELS

3. 1. 3. 2. 3. 3. 4.

1

PROJECTBESCHRIJVING

2. 1. 2. 2. 2. 3.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid

AFWEGING EN CONCLUSIES

6. 1. 6. 2. 6. 3.

Aanleiding Afweging Conclusie

BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5

blz

Akoestisch onderzoek Watertoets Verkennend bodemonderzoek Quickscan Flora en fauna Verslag gesprek Plaatselijk belang Oranjewoud

1 1 2 2 3 3 3 7 9 9 9 10 11 11 11 11 12 13 14 14 15 16 16 17 18 18 18 19 19 19 19

20201362

blz 1

1. INLEIDING

1. 1.

Aanleiding

De dagbestedingslocatie Heidewoud van Talant is verouderd. De gebouwen voldoen niet meer aan de eisen van de hedendaagse zorg. Daarom heeft Alliade het plan opgevat te her‐ ontwikkelen. Daarbij wordt het bestaande pand gesloopt en vervangen door twee nieuwe gebouwen. Omdat deze gebouwen geheel of gedeeltelijk buiten de contouren van het bestaande ge‐ bouw komen, ontstaat er strijdigheid met het geldende bestemmingsplan (zie paragraaf 1.3). Daarom is een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan aan‐ gevraagd. Deze ruimtelijke onderbouwing vormt een toelichting op de aanvraag omgevings‐ vergunning en toetst het bouwplan aan de geldende beleidskaders en de relevante omge‐ vingsaspecten.

1. 2.

Locatie

De aanvraag heeft betrekking op het perceel Van Bienemalaan 3 te Oranjewoud. Dit perceel ligt aan de zuidzijde van Oranjewoud, tussen het woonlint aan de Koningin Wilhelminaweg en het terrein van de scouting. Het ligt verder in een bosrijke omgeving, waarin het in di‐ verse bosstroken is ingepast. De ligging is aangegeven in figuur 1.

Figuur 1.

De ligging van het projectgebied

Ruimtelijke onderbouwing Vervangende nieuwbouw Heidewoud, Oranjewoud

Rho Adviseurs B.V.

blz 2

1. 3.

20201362

Planologische regeling

Het projectgebied is geregeld in het bestemmingsplan Oranjewoud, dat is vastgesteld op 14 oktober 2013. Het is hierin bestemd als ‘Maatschappelijk ‐ Zorginstelling’. Het voortzetten van de dagbesteding is binnen de bestemming mogelijk. Het bestaande gebouw is strak vastgelegd met een bouwvlak van circa 1.500 m2. De bouwhoogte is maximaal 4 meter. Hierdoor is er praktisch geen herontwikkeling mogelijk. De nieuwe gebouwen zijn buiten het bouwvlak geprojecteerd en, doordat deze worden voorzien van een kap, circa 8 meter hoog. Een fragment van de plankaart van het bestemmingsplan is weergegeven in figuur 2.

Figuur 2.

1. 4.

Fragment geldend bestemmingsplan

Leeswijzer

Na deze inleiding worden in hoofdstuk 2 de uitgangspunten vanuit het, voor het project relevante, beleid op de verschillende niveaus beschreven. In hoofdstuk 3 wordt een be‐ schrijving gegeven van de huidige situatie, de gewenste ontwikkelingen en de ruimtelijke inpassing daarvan. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de omgevingsaspecten. Vervolgens worden in hoofdstuk 5 de maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid van het project besproken. Hoofdstuk 6 geeft ten slotte een beknopte samenvatting en conclusie van de ruimtelijke onderbouwing.

Rho Adviseurs B.V.

Ruimtelijke onderbouwing Vervangende nieuwbouw Heidewoud, Oranjewoud

20201362

blz 3

2. PROJECTBESCHRIJVING

2. 1.

Uitgangssituatie

De aanvraag heeft betrekking op het terrein van een dagbestedingslocatie van Talant, aan de Van Bienemalaan. Dit terrein ligt ten zuiden van het dorp Oranjewoud, in de overgang naar een uitgestrekte cultuurhistorisch waardevolle bosgebied met verspreid liggende wo‐ ningen en buitenplaatsen. Het terrein is passend ingebed in een gebied met dikke bosran‐ den. Aan de noordzijde ligt een bebouwingslint met woningen. Ook naast het terrein van Heidewoud staat een woonhuis aan de Van Bienemalaan. Aan de andere kant ligt het ter‐ rein van de Scouting van Maasdijk. De Van Bienemalaan is na het perceel van de Scouting afgesloten voor autoverkeer. Recht tegenover het terrein van Heidewoud ligt een fietspad dat uitkomt bij de zorglocatie Anna Schotanus. Centraal op het terrein staat een hoofdgebouw uit de jaren ’80 van de vorige eeuw. Het betreft een eenvoudige hoofdvorm, opgebouwd uit één plat afgedekte bouwlaag. Ten zui‐ den hiervan staat nog een houten schuurtje. Een luchtfoto van de locatie is weergegeven in figuur 1, in hoofdstuk 1. Een aanzicht op het pand is weergegeven in figuur 3.

Figuur 3.

2. 2.

Aanzicht op projectlocatie

Voorgenomen initiatief

Het huidige pand voldoet niet meer aan de eisen en is sterk verouderd en gedateerd. de technische staat is slecht. renovatie of verbouw is niet realistisch en haalbaar. Daarom wordt op dezelfde locatie vervangende nieuwbouw overwogen. Het initiatief omvat de sloop van de bestaande gebouwen en de realisatie van twee nieuwe gebouwen, die voor hetzelfde gebruik zijn bedoeld. Architect Inbo heeft hiervoor een struc‐ tuurontwerp gemaakt. De nieuwbouw is erop gericht om een dagbestedingslocatie te rea‐ liseren die voldoet aan de huidige eisen van de zorg en tevens de ruimtelijke kwaliteit te

Ruimtelijke onderbouwing Vervangende nieuwbouw Heidewoud, Oranjewoud

Rho Adviseurs B.V.

blz 4

20201362

versterken. De bebouwing biedt ruimte voor activiteiten en werkplaatsen. De plattegrond van het terrein volgens het structuurontwerp is weergegeven in figuur 4.

Figuur 4.

Plattegrond structuurontwerp Inbo

De nieuwbouw bestaat uit een nieuw dagbestedingscentrum dat op de noordzijde van het perceel wordt gebouwd. Ten zuiden hiervan komt een losse kapschuur met werkplaatsen. De gebouwen zijn duidelijk verwant aan elkaar en passen qua uitstraling en omvang goed in de bosrijke omgeving. Dit wordt versterkt door een forse kap met een lage gootlijn en natuurlijk materiaalgebruik. Enkele impressies van de nieuwbouw zijn weergegeven in figu‐ ren 5, 6 en 7.

Rho Adviseurs B.V.

Ruimtelijke onderbouwing Vervangende nieuwbouw Heidewoud, Oranjewoud

20201362

blz 5

Figuur 5.

Impressie nieuwbouw (vanuit westen)

Figuur 6.

Impressie nieuwbouw (vanuit zuidwesten)

Figuur 7.

Impressie nieuwbouw (vanuit oosten)

Ruimtelijke onderbouwing Vervangende nieuwbouw Heidewoud, Oranjewoud

Rho Adviseurs B.V.

blz 6

20201362

Bijgebouwen Het bestemmingsplan biedt de ruimte om buiten het bouwvlak nog 250 m2 aan bijgebou‐ wen te realiseren. Deze hebben een maximum bouwhoogte van 3,5 meter. Op het terrein worden nog enkele bijgebouwen voorgesteld. Deze vallen over het algemeen onder de re‐ geling binnen het bestemmingsplan en/of zijn vergunningvrij. Het gaat bijvoorbeeld om die‐ renverblijven. Achter de kapschuur wordt een kas binnen de moestuin geplaatst. Deze kas krijgt een oppervlakte van ongeveer 8 bij 5 meter en wordt 4,5 meter hoog. Het bouwen van bijgebouwen conform de regeling uit het bestemmingsplan, maar tot een maximumhoogte van 5 meter, maakt deel uit van deze aanvraag, voor zover deze achter de rooilijn van de kapschuur komen. De bouwaanvragen hiervoor wordt later op basis van de aangevraagde afwijking aangevraagd.

Rho Adviseurs B.V.

Ruimtelijke onderbouwing Vervangende nieuwbouw Heidewoud, Oranjewoud

20201362

2. 3.

blz 7

Ruimtelijke inpassing

Participatie In het voorjaar van 2019 is door Talant een inloopbijeenkomst, waarbij omwonenden zijn uitgenodigd. Naar aanleiding hiervan is er in de zomer van 2019 een gesprek geweest met enkele omwonenden. Over het algemeen is positief gereageerd op de plannen, maar wordt aandacht gevraagd voor voor de kwaliteit van de erfgrens. Het gebouw wordt hoger en komt dichter bij de erfgrens te liggen dan de huidige bebouwing. Ten aanzien van het uit‐ zicht en de privacy is een heining gewenst, met het verzoek om bij voorkeur een strook grond van 3 meter over te dragen in eigendom aan de aanliggende bewoners. In het najaar van 2019 is dit wederom besproken met een delegatie van de omwonenden en heeft Talant toegezegd om een voorstel te doen voor de uitwerking van de erfafscheiding. Voorstel Het voorstel is om een heining te zetten op de grond van Heidewoud op een afstand van 1,5 meter van de erfgrens met de buren. De buren kunnen aan hun zijde naar eigen inzich‐ ten dit groen aankleden. Dat zal Heidewoud ook aan haar zijde gaan doen. Aan de oostzijde komt de heining op de erfgrens en buigt ongeveer 8,5 meter om. Vanuit de nieuwbouw van Talant blijft het uitzicht over de weilanden behouden. In figuur 8 is de vormgeving van de heining weergegeven.

Figuur 8.

Vormgeving heining

Ruimtelijke onderbouwing Vervangende nieuwbouw Heidewoud, Oranjewoud

Rho Adviseurs B.V.

blz 8

20201362

Een impressie van het beeld vanuit de tuinen van omwonenden in de huidige en nieuwe situatie met de voorgestelde heining is weergegeven in figuur 9. Over de realisatie en in‐ standhouding van de heining worden privaatrechtelijke afspraken gemaakt. Het project heeft geen effect op de bezonning in de belendende tuinen, omdat de zon naar het westen wegdraait en aan de oostzijde geen tuinen aanwezig zijn.

Figuur 9.

Impressie huidig en toekomstig beeld vanuit tuin noordzijde

Conclusie De inrichting van het terrein is geoptimaliseerd op het voorkomen van hinder voor omwo‐ nenden. Het hoofdgebouw schermt het open binnenterrein af en de werkplaatsen worden zoveel mogelijk naar het zuiden, zover mogelijk van woningen af, geplaatst. De voorgestelde bouwvormen passen zeer goed in de landelijke omgeving en de gebouwen zijn ook qua schaal goed in te passen in het uitgestrekte bosgebied. Ook is de bouwhoogte van circa 8 meter goed in verhouding tot andere bebouwing in de omgeving. Er worden geen ramen op verdiepingen voorgesteld, waarmee inkijk in tuinen is uitgesloten. De terreinafscheiding met het woonlint wordt zorgvuldig en in overleg met de omwonendenvormgegeven. Even‐ tueel wordt de bestaande singel wat uitgedund, om ondergroei te stimuleren. Daarmee wordt privacy bevorderd. Enkele bomen maskeren het zicht op het dak. Verkeer In ruimtelijke plannen wordt de verkeersgeneratie van een ontwikkeling op basis van de CROW kerntallen gerelateerd aan de oppervlakte van een functie. Deze oppervlakte neemt in deze aanvraag ten opzichte van de huidige situatie af, dus zal de verkeersgeneratie the‐ oretisch ook afnemen. In de praktijk is de verkeersgeneratie gekoppeld aan het aantal per‐ sonen dat dagelijks gebracht en gehaald wordt. Dit aantal blijft gelijk, dus zal de verkeers‐ generatie ook niet toenemen ten opzichte van het huidige gebruik.

De ontsluiting van het terrein blijft in hoofdzaak ongewijzigd. De meest noordelijke inrit komt te vervallen. Vóór de kapschuur en langs de zuidelijke rand van het terrein worden parkeerplaatsen aangelegd, waarvan een deel op graskeien. Het terrein blijft verder zoveel mogelijk onverhard.

Rho Adviseurs B.V.

Ruimtelijke onderbouwing Vervangende nieuwbouw Heidewoud, Oranjewoud

20201362

blz 9

3. BELEIDSREGELS

3. 1.

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 in werking getreden. Het Rijk laat de ruimtelijke ordening meer over aan gemeenten en provincies en kiest voor een selectieve inzet van rijksbeleid op 14 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk voor de resultaten. Buiten deze 14 belangen hebben decentrale overhe‐ den beleidsvrijheid. Dit project raakt geen van de 14 belangen. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt regels omtrent de 14 aange‐ wezen nationale belangen zoals genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Dit bestemmingsplan raakt geen rijksbelangen zoals deze genoemd zijn in het Barro.

3. 2.

Provinciaal beleid

Streekplan Fryslân 2007 en Verordening Romte Fryslân Het ruimtelijk beleid van de provincie vormt een belangrijk kader voor het gemeentelijk (bestemmingsplan)beleid. Dit is onder meer neergelegd in het Streekplan Fryslân 2007 ‘Om de kwaliteit van de romte’, vastgesteld op 13 december 2006. In het streekplan staan de provinciale kaders waarbinnen ruimtelijke ontwikkelingen de komende tien jaar kunnen plaatsvinden. Binnen deze kaders hebben gemeenten en andere initiatiefnemers ruim de mogelijkheid om ontwikkelingen tot stand te brengen, waarbij de kernkwaliteiten van Frys‐ lân voor de toekomst in stand gehouden en versterkt worden. Daarbij stuurt de provincie op bovenlokale belangen, met als leidende gedachte: lokaal wat kan en provinciaal wat moet. De Verordening Romte Fryslân 2014 (vastgesteld op 25 juni 2014) stelt regels aan ruimtelijke plannen en projecten. Volgens de begrenzing tussen het buitengebied en het stedelijk ge‐ bied ligt het plangebied binnen het stedelijk gebied. Deze begrenzing is weergegeven in figuur 10 Hier wordt ruimte geboden voor het ontwikkelen van stedelijke functies voor zo‐ ver deze naar aard en omvang passen bij de kern.

Figuur 10.

Begrenzing stedelijk gebied (Verordening Romte Fryslân 2014)

Ruimtelijke onderbouwing Vervangende nieuwbouw Heidewoud, Oranjewoud

Rho Adviseurs B.V.

blz 10

20201362

Voor Oranjewoud als overige kern mogen voorzieningen geen bovenlokaal verzorgingsge‐ bied hebben. In dit geval is er sprake van een bestaande voorziening die gekoppeld aan de nabijgelegen zorginstellingen in Heerenveen. Deze voorziening heeft in hoofdzaak geen bo‐ venlokaal verzorgingsgebied.

3. 3.

Gemeentelijk beleid

Woonvisie gemeente Heerenveen 2015‐2020 In de gemeentelijke woonvisie zijn concrete prestatieafspraken gemaakt met woningbouw‐ corporaties en huurdersorganisaties over de opgaven in de sociale huursector. In de visie staan vier thema's centraal: 1. De match tussen vraag en aanbod: naar een optimale woningvoorraad; 2. Goed wonen voor iedereen: betaalbaarheid en beschikbaarheid van woningen; 3. Kwaliteit en Verduurzaming: naar een duurzame woningvoorraad; 4. Wonen, zorg en welzijn: aandacht voor vergrijzing en kwetsbare groepen. De ontwikkeling binnen het project sluit aan op deze thema's. Het aanbod wordt aangepast naar de vraag. De nieuwe gebouwen doen zowel qua energiegebruik als qua efficiency in gebruik aan de actuele maatstaven. Welstandsnota 2016 De ‘Welstandsnota 2016’ is vastgesteld door de gemeenteraad van Heerenveen op 21 de‐ cember 2015. De welstandsnota bevat een gebiedsindeling, die wordt bepaald door het on‐ derscheid in type gebieden met verschillende kwaliteiten. In het ene gebied ligt de nadruk meer op bescherming van bestaande waarden, in het andere meer op het faciliteren van ontwikkelingen/wijzigingen. Het project valt in het welstandsgebied 5, Stedenbouwkundige hoofdlijnen, Lange Lijnen en hoofdwegen. Hier geldt welstandsniveau 2 (licht). Deze stedenbouwkundige hoofdlijnen be‐ staan uit doorgaande noord‐zuid structuren en oost‐ west structuren.

Het betreft in dit ge‐ val de lijn Cissy van Marxveldtlaan/ Lollius Ademalaan/ Van Bienemalaan. Uitgangspunt is dat de lijnen binnen de bebouwde kom zich in de loop van de tijd verder kunnen ontwikke‐ len, gericht op het vergroten van de herkenbaarheid van de structuur van Heerenveen. De lange lijnen van de doorlopende stedenbouwkundige hoofdstructuur vormen een be‐ langrijk onderdeel van de publieke beleving. De bebouwing dient een representatief ka‐ rakter te hebben waarbij de groene karakteristiek van de lange lijnen wordt ondersteund. Streven is de beleving van deze doorgaande structuren te versterken, waarbij de herken‐ baarheid en samenhang van de bebouwing (onderling en met het groen) van belang is. De huidige bebouwing van Heidewoud heeft geen representatief karakter. De voorgestelde nieuwbouw sluit veel beter aan op de ambities voor de Lange Lijnen. De hoogwaardige uit‐ straling, natuurlijke materialisatie en de forse kappen sluiten goed aan bij de beleidsinten‐ ties. De bouwplannen worden uiteindelijk getoetst aan de welstandsnota, waarmee een goede aansluiting hierop is gewaarborgd.

Rho Adviseurs B.V.

Ruimtelijke onderbouwing Vervangende nieuwbouw Heidewoud, Oranjewoud

20201362

blz 11

4. OMGEVINGSASPECTEN

4. 1.

Mer‐beoordeling

Bij het doorlopen van een ruimtelijke procedure moet rekening worden gehouden met mo‐ gelijke verplichtingen op grond van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In de bijlage bij het Besluit m.e.r. is vastgelegd wanneer een milieueffectrapportage (onderdeel C) of een m.e.r.‐beoordeling (onderdeel D) moet plaatsvinden. Hierbij gelden drempelwaar‐ den. In onderdeel D (D11.2) is de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwik‐ kelingsproject opgenomen. Qua oppervlakte ligt de drempelwaarde op 100 hectare. Voor bedrijfsbebouwing ligt de drempelwaarde een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De ontwikkeling is zeer kleinschalig en leidt niet tot een groter ruimtebeslag en een grotere bouwmassa dan hetgeen het geldende bestemmingsplan mogelijk maakt. Het betreft een herontwikkeling van een bestaande functie, binnen de bestaande terreingrenzen. Dit leidt niet tot potentiele belangrijke milieueffecten. De aanvraag kan gelet hierop niet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkelingsproject zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. Een m.e.r.‐beoordeling is niet aan de orde. Overigens blijkt uit de beoordeling in de navolgende paragrafen dat er geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden.

4. 2.

Milieuzonering

Tussen bedrijfsactiviteiten en hindergevoelige functies (waaronder wonen) is een goede af‐ stemming nodig. Het doel daarbij is het voorkomen van onacceptabele hinder ter plaatse van woningen, maar ook om te zorgen dat bedrijven niet worden beperkt in de bedrijfsvoe‐ ring en ontwikkelingsmogelijkheden. Bij de afstemming wordt gebruik gemaakt van de richt‐ afstanden uit de VNG‐brochure 'Bedrijven en milieuzonering'. Een richtafstand wordt be‐ schouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder redelijkerwijs is uitgesloten. Bedrijfsactiviteiten zijn daarvoor ingedeeld in een aantal milieucategorieën. De dagverblijven van de zorginstelling vallen onder milieucategorie 1, waarbij een richtaf‐ stand van 10 meter tot woningen geldt. De werkplaatsen kunnen onder milieucategorie 2 vallen, waarbij een afstand van 30 meter wordt aangehouden. Voor de aanvraag geldt dat het gaat om een herontwikkeling van een bestaande functie. De woningen rondom het pro‐ jectgebied liggen allemaal op meer dan 10 meter vanaf de inrichtingsgrenzen van Heide‐ woud. De locatie wordt bovendien optimaal ingedeeld, waarbij de werkplaatsen zover mo‐ gelijk van de woningen komt, op meer dan 30 meter afstand. Daarmee wordt voldaan aan de richtafstanden en kan gesproken worden van een verantwoorde milieuzonering.

4. 3.

Geluid (Wet geluidhinder)

Het aspect 'geluid' gaat over geluidhinder op geluidsgevoelige objecten als gevolg van ver‐ keer en industrie. De Wet geluidhinder (Wgh) is hiervoor het toetsingskader. Rondom we‐ gen met een maximumsnelheid van meer dan 30 km/uur, spoorwegen en aangewezen be‐ drijven(terreinen) zijn geluidszones van toepassing. Als er geluidsgevoelige objecten, zoals woningen, binnen deze zones worden toegevoegd, dan moet geluidsbelasting op de gevels hiervan worden bepaald en getoetst aan de normen.

Ruimtelijke onderbouwing Vervangende nieuwbouw Heidewoud, Oranjewoud

Rho Adviseurs B.V.

blz 12

20201362

Hoewel de meeste voorgestelde ruimten binnen het project niet kunnen worden aange‐ merkt als geluidsgevoelige functies is een zorginstelling wel als zodanig aangemerkt. Boven‐ dien maakt het bestemmingsplan nog steeds het gebruik voor nachtverblijf mogelijk. Daarom is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het rapport hiervan is opgenomen in bij‐ lage 1. Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelasting op de twee nieuwe gebouwen grotendeels tussen de 48 dB en de 53 dB ligt. Omdat er sprake is van een buitenstedelijke situatie, is 53 dB de maximaal aanvaardbare waarde. Op het zuidelijke hoekje van het noordelijke nieuwe gebouw wordt de maximaal aanvaardbare waarde overschreden. Het verdient aanbeveling om hier geen verblijfsruimten te realiseren. Hiervan is geen sprake, er worden namelijk een keuken en een kantine gerealiseerd. De kapschuur komt geheel buiten de 53 dB contour. De geluidkwaliteit op de projectlocatie wordt bij een geluidbelasting van 53 dB en lager als redelijk beoordeeld. Deze geluidkwali‐ teit wordt aanvaardbaar geacht voor een dagbestedingslocatie op korte afstand van een snelweg.

4. 4.

Water

Deze 'waterparagraaf' gaat in op de watertoets. Hierin wordt beoordeeld wat de effecten van het bestemmingsplan op de waterhuishouding zijn en of er waterschapsbelangen spe‐ len. De belangrijkste thema's zijn waterveiligheid, de afvoer van schoon hemelwater en af‐ valwater en de waterkwaliteit. De watertoets is een procesvereiste in het kader van de ruimtelijke procedure. Het projectgebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. Het plan is via de digi‐ tale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap. Het project heeft een beperkte in‐ vloed op de waterhuishouding. Daarom is de korte watertoetsprocedure van toepassing. Volstaan kan worden met het opnemen van een standaard wateradvies. Dit is opgenomen in bijlage 2. In de Leidraad Watertoets staan de uitgangspunten waarmee bij het ontwikkelen van ruim‐ telijke plannen rekening moet worden gehouden. De beschrijving van de wateraspecten sluit zoveel mogelijk aan bij de indeling van het Waterbeheerplan en de Leidraad Water‐ toets in de thema's Veilig, Voldoende en Schoon. Veilig Naast de verdedigingswerken moet worden ingezet op aanpassingen in de ruimtelijke or‐ dening en calamiteitenbeheersing. Er is in dit verband sprake van meerlaagse veiligheid, dit staat voor Veiligheid in drie lagen. In het kader van ruimtelijke ordening is vooral laag 2 van belang.

Het gaat er dan om dat de ruimte op een duurzame manier wordt ingericht. Bijvoor‐ beeld door geen gevoelige functies te realiseren op plekken die kunnen overstromen. In dit plan worden geen gevoelige functies zoals bedoeld door het waterschap voorgesteld. Er wordt bovendien gebouwd op een locatie die reeds bebouwd is.

Rho Adviseurs B.V.

Ruimtelijke onderbouwing Vervangende nieuwbouw Heidewoud, Oranjewoud

20201362

blz 13

Voldoende Klimaatadaptie: In het kader van klimaatadaptie adviseert het waterschap om bij de in‐ richting van het plangebied te anticiperen op hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en mogelijk overstroming door bijvoorbeeld het percentage verhard oppervlak te ver‐ minderen en het plangebied groener in te richten. In dit geval wordt spaarzaam omgegaan met verharding. De oppervlakte verharding neemt ten opzichte van de huidige situatie niet toe. Bovendien ligt het terrein in een gebied dat grotendeels onverhard is. Hierop water kan afstromen en infiltreren en/of afstromen naar nabijgelegen watergangen. Compensatie: Het waterschap hanteert als uitgangspunt dat de toename verhard oppervlak voor een deel wordt gecompenseerd in de vorm van nieuw oppervlaktewater of waterber‐ ging. In dit geval is er geen sprake van een relevante toename van verharding. Ook wordt er geen water gedempt. Het is daarom niet nodig om compenserende maatregelen te ne‐ men. Peilbeheer: Er dient rekening gehouden te worden met voldoende drooglegging. Dit is de afstand tussen het waterpeil en de aanleghoogte van de bebouwing. De nieuwbouw wordt in principe op dezelfde hoogte gebouwd als de bestaand bebouwing. Grondwateronttrekking: Voor het (tijdelijk) onttrekken van grondwater is een vergunning of melding nodig. Ook op het lozen van onttrokken grondwater is de meldingsplicht van toepassing.

Schoon Afvalwater en regenwatersysteem: Het uitgangspunt is om regenwater en rioolwater zoveel mogelijk gescheiden af te voeren. Het uitgangspunt is dat het gebouw wordt aangesloten op de bestaande rioleringsvoorzieningen. Afstromend hemelwater vanaf de verhardingen kunnen infiltreren of worden afgevoerd op de watergangen rondom het terrein. Waterkwaliteit: De bouwwijze en onderhoudstechniek moeten emissievrij zijn om veront‐ reiniging van het water te voorkomen. In dit geval zal gebruik worden gemaakt van milieu‐ vriendelijke (bouw)materialen. Vervolg Waterwet: Voor alle ingrepen in de waterhuishouding moet tijdig een vergunning worden aangevraagd of een melding worden gedaan in het kader van de Waterwet. Procedure: Als met de adviezen uit het wateradvies rekening wordt gehouden bij de uitvoe‐ ring van de plannen en bij het gebruik van het plangebied heeft Wetterskip Fryslân geen bezwaren. Het wateradvies wordt gecommuniceerd met de aanvrager en als uitgangspunt gehanteerd bij de uitvoering van het project.

4. 5.

Bodem

Bij het aspect 'bodem' staat de vraag centraal of de bodemkwaliteit toereikend is voor het nieuwe gebruik. De bodem kan door eerdere (bedrijfs)activiteiten verontreinigd zijn. Voor de ruimtelijke procedure is het van belang dat verdachte locaties worden gesignaleerd.

Ruimtelijke onderbouwing Vervangende nieuwbouw Heidewoud, Oranjewoud

Rho Adviseurs B.V.

blz 14

20201362

Binnen het projectgebied hebben geen bedrijfsactiviteiten plaatsgevonden die mogelijk tot verontreiniging hebben geleid. Er is geen sprake van een verdachte locatie. In het kader van de aanvraag is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De rapportage is opgenomen in bijlage 3. Uit het onderzoek zijn enkele licht verhoogde gehalten van de onderzochte stoffen aange‐ troffen. Deze vormen geen verhoogde risico's voor de volksgezondheid en/of milieu. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt hoeven er geen beperkingen aan de gebruiks‐ c.q. bestemmings‐ mogelijkheden van het terrein te worden gesteld en vormen ons inziens derhalve geen be‐ lemmering voor de afgifte van een omgevingsvergunning voor de voorgenomen bouwacti‐ viteiten.

4. 6.

Archeologie

Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De kern van de wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld. Voor een globaal in‐ zicht in mogelijke waarden heeft de provincie de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) gepubliceerd. De FAMKE bestaat uit twee advieskaarten, één voor de peri‐ ode steentijd ‐ bronstijd (300.000 ‐ 800 v Chr.), en één voor de periode ijzertijd ‐ middeleeu‐ wen (800 v Chr. ‐ 1.500 n Chr.). Op de bouwlocatie is geen sprake van een hoge archeologische verwachtingswaarde.

Pas bij ingrepen groter dan 2.500 m2 wordt archeologisch onderzoek aanbevolen. Aangezien de bestemming niet wijzigt en de nieuwe bebouwing een oppervlakte van minder dan 2.500 m2, is het niet nodig om in het kader van de aanvraag een archeologisch onderzoek uit te voeren.

4. 7.

Cultuurhistorie

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan een beschrij‐ ving opgenomen moet worden van de manier waarop met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. De bouwlocatie heeft geen bijzondere cultuurhistorische waarde. Rondom het terrein zijn op de Cultuurhistorische Kaart Fryslân (CHK2) wel vele waarden aangeduid. Een fragment van de CHK is weergegeven in figuur 11.

Rho Adviseurs B.V.

Ruimtelijke onderbouwing Vervangende nieuwbouw Heidewoud, Oranjewoud

20201362

Figuur 11.

blz 15

Fragment Cultuurhistorische Kaart Fryslân

Het gaat met name om de beschermde buitenplaats/landgoed (donkergroen) ten zuiden van het projectgebied en om het beschermde gezicht van Oranjewoud (lichtgroen), dat ten oosten van het projectgebied ligt. Verder is de route Koningin Wilhelminaweg (rode lijn) een historische route. Het vervangen van bebouwing, die geen toegevoegde waarde heeft voor de kwaliteiten van het gebeid, doet geen afbreuk aan de cultuurhistorische waarden en de beleving daarvan. Het plan biedt juist kansen om hieraan bij te dragen.

4. 8.

Ecologie

Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant‐ en diersoorten. Bij de bescherming van gebieden gaat het om op Europees niveau aangewezen Natura 2000‐gebieden. Verder worden in de provinciale verordening gebieden beschermd die van belang zijn voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De bescherming van gebieden en de bescherming van soorten en hun verblijfplaatsen is geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Gebiedsbescherming Het projectgebied ligt aan de rand van de bebouwde kom. Het betreft reeds bebouwd per‐ ceel dat herontwikkeld wordt. Het gaat vooral om een kwaliteitsverbetering en niet zozeer om intensivering van gebruik. Daarom kan op voorhand worden geconcludeerd dat het pro‐ ject geen effect op de nabijgelegen NNN gebieden (bos) heeft. Wettelijk beschermde natuurgebieden liggen op grote afstand, meer dan 8 kilometer. Di‐ recte effecten zijn op deze afstand uitgesloten. Effecten van stikstofemissie (bijvoorbeeld bij de aanlegfase) kunnen verder reiken. De dichtstbijzijnde gebieden die gevoelig zijn voor stikstofdepositie liggen op minimaal 9 kilometer. Het project heeft in de aanlegfase een zeer beperkt en tijdelijk effect. Het gaat om een re‐ latief kleinschalige ontwikkeling. Daar staat tegenover dat in de gebruiksfase een kleinere emissie zal zijn dan nu het geval is.

Dit komt doordat de moderne gebouwen aan nieuwe eisen moeten voldoen en niet meer op gas worden verwarmd. Het gebruik en daarmee het verkeer intensiveert niet. Op basis hiervan is voldoende aannemelijk dat het project per

Ruimtelijke onderbouwing Vervangende nieuwbouw Heidewoud, Oranjewoud

Rho Adviseurs B.V.

blz 16

20201362

saldo geen negatief effect op de stikstofdepositie op natuurgebieden heeft. Vanuit de ge‐ biedsbescherming bestaan er geen belemmeringen voor het project. Soortenbescherming Om te beoordelen of het te slopen clubgebouw potenties heeft voor beschermde soorten is een quickscan uitgevoerd. Voor dit onderzoek heeft een ecoloog een bezoek gebracht aan de locatie. De rapportage hiervan is opgenomen in bijlage 4. Aan de hand van het on‐ derzoek is geconcludeerd dat binnen het plangebied diverse algemene vogelsoorten tot broeden kunnen in bomen, struiken en ruigtes. Hiermee kan tijdens de werkzaamheden rekening worden gehouden, waarmee geen belemmeringen zijn voor de uitvoering. Daarnaast is het gebouw potentieel geschikt als verblijfplaats voor verschillende soorten vleermuizen. Hiervoor wordt momenteel een nader onderzoek uitgevoerd. Dit bestaat uit een onderzoek naar paarverblijven in het najaar en naar kraamverblijven in het voorjaar van 2021. De tussentijdse resultaten van het vervolgonderzoek zijn al binnen. Tijdens het onderzoek in het najaar zijn geen paarverblijven van vleermuizen geconstateerd binnen het projectgebied. Het onderzoek wordt parallel aan de procedure voor het afwijken van het bestemmingsplan uitgevoerd. Er wordt indien nodig een ontheffing op de Wnb aangevraagd, voor de vleer‐ muizen.

Compenserende en mitigerende maatregelen die hiervoor nodig zijn worden na afronding van het onderzoek beschreven in een activiteitenplan. De wet waarborgt de uit‐ voering van dit activiteitenplan.

4. 9.

Externe veiligheid

Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veilig‐ heid transportroutes en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Op enige afstand van het projectgebied zijn verschillende risicovolle transportroutes aan‐ wezig. Het gaat om vervoer over de A31 en om een hogedruk aardgastransportleiding. Het projectgebied ligt net buiten het invloedgebied van de gasleiding, maar wel binnen het in‐ vloedgebied van de A31. Het project vindt plaats op circa 100 meter vanaf deze weg. Gezien de relatief lage bevolkingsdichtheid in het invloedgebied wordt aangenomen dat het groepsrisico zeer laag is. Aangezien het gaat om het herontwikkelen van een bestaande lo‐ catie, waarmee geen relevante toename van het aantal personen in het projectgebied aan de orde is, bestaan vanuit dit aspect geen belemmeringen voor het project. Geadviseerd wordt om de veiligheidsregio op dit punt om advies te vragen.

4. 10. Luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer zijn normen voor luchtkwaliteit opgenomen. Deze normen zijn be‐ doeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, tegen te gaan. Als maatgevend voor de luchtkwaliteit worden de ge‐ halten fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) gehanteerd.

Rho Adviseurs B.V.

Ruimtelijke onderbouwing Vervangende nieuwbouw Heidewoud, Oranjewoud

20201362

blz 17

De huidige luchtkwaliteit is in heel Friesland zeer goed. De verkeersaantrekkende werking van dit project leidt op zichzelf en ten opzichte van de mogelijkheden uit het bestemmings‐ plan niet in betekende mate tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Vanuit de lucht‐ kwaliteit bestaan dus geen belemmeringen voor het project.

4. 11. Kabels, leidingen en zoneringen Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteits‐ en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimte‐ lijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic‐melding in kaart gebracht. In het projectgebied liggen geen kabels of leidingen die een planologische zone hebben.

Ruimtelijke onderbouwing Vervangende nieuwbouw Heidewoud, Oranjewoud

Rho Adviseurs B.V.

blz 18

20201362

5. UITVOERBAARHEID

Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een project. Wat dat betreft wordt een onderscheid gemaakt in de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.

5. 1.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Participatie De sloop van het gebouw en de bouw van een dagbestedingslocatie op de locatie raakt geen grote maatschappelijke belangen. Met de naaste buren is overleg gevoerd. Naar aanleiding daarvan zijn afspraken gemaakt over de erfafscheiding (zie paragraaf 2.3). Het uitgangspunt is dat inkijk in de tuinen zoveel mogelijk wordt voorkomen en het zicht op de nieuwbouw is gebroken door opgaande beplanting. In december 2020 heeft een gesprek plaatsgebonden met Plaatselijk Belang Oranjewoud. Een verslag van het gesprek is opgenomen in bijlage 5. Hieruit blijken geen principiële be‐ zwaren die de uitvoering van de planning in de weg staan. Wettelijke procedure Eenieder wordt in de gelegenheid gesteld om een zienswijze tegen de aanvraag in te dienen. Daarvoor wordt de ontwerpbeschikking van de vergunning, met bijbehorende stukken ge‐ durende een periode van zes weken ter inzage gelegd. De ingekomen zienswijzen en overlegreacties worden door de gemeente beantwoord en meegewogen in de besluitvorming omtrent het verlenen van de omgevingsvergunning. Te‐ gen dit besluit bestaat de mogelijkheid voor beroep en hoger beroep.

5. 2.

Economische uitvoerbaarheid

Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het project is het van belang te weten of het eco‐ nomisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kosten‐ verhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Het project omvat de herontwikkeling van een zorginstelling. De kosten hiervoor worden gedragen door Alliade, die hiervoor een budget beschikbaar heeft gesteld. Daarmee kan worden geconcludeerd dat het project financieel haalbaar is. Grondexploitatie Door middel van de grondexploitatieregeling beschikken gemeenten over mogelijkheden voor het verhalen van kosten, bijvoorbeeld voor het bouwrijp maken en kosten voor de ruimtelijke procedure. Het verhalen van kosten is in dit geval niet noodzakelijk, omdat er geen nieuwe hoofdgebouwen worden gerealiseerd (in planologische zin).

Rho Adviseurs B.V.

Ruimtelijke onderbouwing Vervangende nieuwbouw Heidewoud, Oranjewoud

20201362

blz 19

6. AFWEGING EN CONCLUSIES

6. 1.

Aanleiding

Deze ruimtelijke onderbouwing dient ter afweging voor het verlenen van een omgevings‐ vergunning met toepassing van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 van de Wabo, waarmee de vervangende nieuwbouw van een dagbestedingslocatie in afwijking van het bestemmings‐ plan wordt vergund.

6. 2.

Afweging

De afwijking van het bestemmingsplan betreft het bouwen buiten het bouwvlak en het overschrijden van de maximale bouwhoogte. De locatie breidt niet uit en de ontwikkeling is niet gericht op het intensiveren van het gebruikt. De gebouwen zijn van nature ingepast in de bosrijke omgeving en de nieuwe gebouwen hebben een passende uitstraling. De ruim‐ telijke impact is beperkt. De grotere bouwhoogte heeft geen gevolgen voor omwonenden. Verder is het project in overeenstemming met de relevante beleidsuitgangspunten op zo‐ wel provinciaal als gemeentelijk niveau en veroorzaakt het geen conflicten met de sectorale wet‐ en regelgeving.

6. 3.

Conclusie

Het verlenen van een omgevingsvergunning voor het project is in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening.

Ruimtelijke onderbouwing Vervangende nieuwbouw Heidewoud, Oranjewoud

Rho Adviseurs B.V.

BIJLAGE 1

MEMO Van

:

Petra Dijkgraaf

Project

:

Heidewoud in Oranjewoud, Van Bienemalaan 3

Opdrachtgever :

gemeente Heerenveen

Datum

:

3 november 2020

Aan

:

--

CC

:

--

Betreft

:

wegverkeerslawaai locatie Heidewoud te Oranjewoud

1. Aanleiding De dagbestedingslocatie Heidewoud aan de Van Bienemalaan 3 is verouderd. Daarom is de intentie de gebouwen te vervangen. Daarbij wordt het bestaande pand gesloopt en vervangen door twee nieuwe gebouwen. Deze twee gebouwen komen geheel of gedeeltelijk buiten de contouren van het bestaande gebouw. Hierdoor ontstaat er strijdigheid met het geldende bestemmingsplan “Oranjewoud” (vastgesteld 14-10-2013). Daarom is een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan nodig. In het geldende bestemmingsplan is het projectgebied aan de Van Bienemalaan 3 bestemd als Maatschappelijk - Zorginstelling. Het voortzetten van de dagbesteding is mogelijk binnen deze bestemming. Akoestisch onderzoek is nodig indien er sprake is van een nieuw geluidgevoelig object, zoals woningen, andere geluidgevoelige gebouwen of geluidgevoelige terreinen die liggen binnen de geluidzone van een weg. De twee nieuwe gebouwen, de zorginstelling, die samen functioneren als dagbesteding worden op basis van artikel 1.2 Besluit geluidhinder niet aangemerkt als een ander geluidgevoelig gebouw. Toetsing is op grond van de Wet geluidhinder niet nodig. Omdat er wel verblijfsruimten in het project zijn opgenomen en het bestemmingsplan bovendien het gebruik als nachtverblijf mogelijk maakt, is akoestisch onderzoek uitgevoerd in het kader van een goede ruimtelijke ordening.

Omdat het projectgebied nabij de snelweg A32 is gelegen en binnen de wettelijke zone (Wet geluidhinder) van 400 m breed van de A32, zijn berekeningen uitgevoerd naar de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai. De omliggende 30 km/uur wegen zijn in dit onderzoek achterwege gelaten gezien de lage intensiteiten van het verkeer. Het doel is na te gaan of er sprake in van een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat. Een plattegrond voor het structuurontwerp van Inbo is gegeven in figuur 1.

20191050

blz. 1

Figuur 1: Plattegrond structuurontwerp Inbo (niet noordgericht)

2. Toetsingskader Wet geluidhinder Wettelijke zones langs wegen Langs alle wegen, met uitzondering van 30 km-wegen en woonerven, bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege een weg aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De breedte van een geluidzone voor wegen is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de stedelijke- of buitenstedelijke ligging. De breedte van een geluidzone van een weg is in tabel 1 weergegeven. Tabel 1:

schema zonebreedte aan weerszijden van de weg volgens artikel 74 Wgh

aantal rijstroken 5 of meer 3 of 4 1 of 2

breedte van de geluidzone [m] buitenstedelijk gebied 600 400 250

stedelijk gebied 350 350 200

De breedte van de geluidzone wordt hierbij gemeten vanaf de as van de weg en is gelegen aan de buitenste rand van de weg. In artikel 1 van de Wgh zijn de definities opgenomen van stedelijk en buitenstedelijk gebied. Deze definities luiden: -

stedelijk gebied: gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en

-

VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg; buitenstedelijk gebied: gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg;

20191050

blz. 2

Dosismaat Lden De berekende geluidsniveaus wordt beoordeeld op basis van de Europese dosismaat Lden (Lday-evening-night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. De berekende geluidwaarde in Lden vertegenwoordigt het gemiddelde geluidniveau over een etmaal. Aftrek op basis van artikel 110g Wgh De in de Wgh genoemde grenswaarden gelden inclusief de standaard aftrek op basis van artikel 110g van de Wgh. Dit artikel houdt in dat een aftrek mag worden gehanteerd welke anticipeert op het stiller worden van het verkeer in de toekomst door innovatieve maatregelen aan de voertuigen. Voor wegen met een representatief te achten snelheid lager dan 70 km/uur geldt een aftrek van 5 dB. Voor wegen met een representatief te achten snelheid van 70 km/uur of hoger geldt de volgende aftrek: • 4 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 RMG 2012 57 dB bedraagt; • 3 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 RMG2012 56 dB bedraagt; • 2 dB voor andere waarden van de geluidbelasting. Nieuwe situatie Voor de geluidbelasting op de gevels van woningen en/of andere geluidgevoelige gebouwen/terreinen binnen de wettelijke geluidzone van een weg, gelden bepaalde voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden.

In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk Deze hogere grenswaarde mag de maximaal toelaatbare hogere waarde niet te boven gaan. De maximale ontheffingswaarde voor wegen is op grond van artikel 83 Wgh afhankelijk van de ligging van de bestemmingen (stedelijk- of buitenstedelijk). Bestemmingen met een stedelijke ligging, maar binnen de geluidzone van een autosnelweg, worden bij het bepalen van de geluidzone voor die autosnelweg gerekend tot buitenstedelijk gebied. Situatie met betrekking tot het plangebied Heidewoud te Oranjewoud Het plangebied aan de Van Bienemalaan 3 ligt in buitenstedelijk gebied, waarvoor een maximale grenswaarde van Lden = 53 dB van toepassing is. De voorkeursgrenswaarde bedraagt Lden = 48 dB. Omdat het onderzoek in het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt uitgevoerd gelden deze waarden als maximaal aanvaardbare waarde respectievelijk richtwaarde. Geluidgevoelige functies De Wet geluidhinder beschermt woningen en andere geluidgevoelige gebouwen. De omschrijving van andere geluidgevoelige gebouwen is gegeven in artikel 1.2 van het Besluit geluidhinder. Een zorginstelling valt hier niet onder maar wordt in het kader van een goede ruimtelijke ordening onderzocht om de aanvaardbaarheid van het woon- en leefklimaat te beoordelen.

Beoordelingskader geluidkwaliteit In tabel 1 is een algemeen geaccepteerde kwaliteitsindicatie van een bepaalde geluidbelasting opgenomen. Tabel 1: kwaliteitsindicatie geluidbelasting (bron: RIVM) Lden [dB]

Geluidkwaliteit

<45

zeer goed

46-50

goed

51-55

redelijk

56-60

matig

61-65

slecht

>66

zeer slecht

20191050

blz. 3

3. Contourberekeningen Op 1 juli 2012 zijn door een wetswijziging van de Wet milieubeheer geluidproductieplafonds (GPP’s) voor hoofdspoorwegen en voor rijkswegen van kracht geworden. De geluidemissie vanwege snelwegen wordt middels de GPP’s begrensd en zijn feitelijk berekende waarden op referentiepunten op 50 m afstand van de weg (met 100 m tussenruimte en met een waarneemhoogte van 4,0 m). De uitgangspunten waarop de GPP’s zijn gebaseerd, zijn vastgelegd in het Geluidregister en kunnen worden gedownload t.b.v. wegverkeerslawaaiberekeningen. De gegevens van de A32 zijn gebaseerd op eerste vaststelling van de GPP’s in juli 2012. De download van de gegevens heeft plaatsgevonden op 2 oktober 2020. Met behulp van de gegevens uit het Geluidregister en PDOK-gegevens is een akoestisch rekenmodel opgesteld en zijn contourberekeningen uitgevoerd. In figuur 2 is de berekende 55 dB Lden geluidcontour weergegeven voor waarneemhoogte van h o = +1,5 m. De contour is bepaald door middel van interpolatie tussen op gridpunten berekende geluidniveaus. De berekende contour is gegeven zonder aftrek art. 110g Wgh, omdat deze aftrek voor snelwegen afhankelijk is van de hoogte van de berekend geluidbelasting. Met toepassing van de aftrek art. 110 g Wgh representeert de 55 dB een Lden = 53 dB geluidcontour, de maximaal aanvaardbare waarde. Figuur 2:

20191050

de berekende Lden = 55 dB geluidcontour op een waarneemhoogte ho = +1,5 m

blz. 4

4. Bespreking van de resultaten en conclusie Uit figuur 2 blijkt dat de geluidbelasting op de twee nieuwe gebouwen grotendeels tussen de L den = 48 dB en de Lden = 53 dB ligt. Omdat er sprake is van een buitenstedelijke situatie, is L den = 53 dB de maximaal aanvaardbare waarde. Op het zuidelijke hoekje van het noordelijke nieuwe gebouw wordt de maximaal aanvaardbare waarde overschreden. Het verdient aanbeveling om hier geen verblijfsruimten te realiseren. Het zuidelijke nieuwe gebouw ligt geheel buiten de Lden = 53 dB. De geluidkwaliteit op de projectlocatie wordt bij een geluidbelasting van Lden = 53 dB en lager als redelijk beoordeeld. Deze geluidkwaliteit wordt aanvaardbaar geacht voor een dagbestedingslocatie op korte afstand van een drukke snelweg.

20191050

blz. 5

BIJLAGE 2

datum 30-10-2020 dossiercode 20201030-2-24651 Wateradvies korte procedure Project: Omgevingsvergunning Vervangende nieuwbouw Heidewoud, Oranjewoud Gemeente: Druifstreek Aanvrager: E. Venema Organisatie: Rho Adviseurs

Geachte heer/mevrouw E. Venema, Voor het plan Omgevingsvergunning Vervangende nieuwbouw Heidewoud, Oranjewoud heeft u een watertoets aangevraagd op www.dewatertoets.nl. De uitkomst is dat de korte procedure moet worden gevolgd. Het plan Omgevingsvergunning Vervangende nieuwbouw Heidewoud, Oranjewoud heeft een beperkte invloed op de wateraspecten die van belang kunnen zijn bij ruimtelijke plannen. Werkwijze watertoetsprocedure Vanaf 2018 worden alle aanvragen uit de digitale watertoets digitaal afgehandeld. Dit betekent dat Wetterskip Fryslân voor de korte procedure standaard een wateradvies verstrekt. Wanneer noodzakelijk geacht ontvangt u op dit standaard wateradvies nog een aanvulling per email. Waterparagraaf Dit wateradvies geeft u handvatten om de uitkomsten en aandachtspunten van de watertoetsaanvraag mee te nemen in het opstellen van het ruimtelijke plan of besluit. Het is de bedoeling dat u op basis van dit document het plan uitwerkt. Uit de waterparagraaf moet duidelijk blijken wat voor wateraspecten van toepassing zijn en hoe u hier in het plan rekening mee houdt. Indien nodig verzoeken wij u om de wateraspecten te borgen op de Verbeelding en in de Regels van het plan. Ruimtelijke plannen hebben soms een lange doorlooptijd. Tegelijkertijd ontstaan er soms veranderende inzichten in het beleid ten aanzien van de waterketen, waterkeringen en het watersysteem.

Om te garanderen dat de juiste uitgangspunten worden toegepast in de planvorming hanteert het waterschap een uiterste houdbaarheidsdatum van maximaal 1 jaar. Wanneer deze termijn verstreken is kunt u contact opnemen met het waterschap voor een eventuele verlenging van nogmaals 1 jaar. Leidraad Watertoets De watertoets is een belangrijk instrument bij het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van de ruimte. De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen aandacht wordt besteed aan veiligheid, kwaliteit én kwantiteit van water. Als richtlijn bij het beoordelen van ruimtelijke plannen werkt Wetterskip Fryslân met de Leidraad Watertoets. Hierin staat voor alle wateraspecten uitgangspunten omschreven waarmee u rekening moet houden en is informatie te vinden over de te nemen maatregelen. De leidraad is de te vinden via deze link: www.wetterskipfryslan.nl/vergunningen-wetten-en-regels/online-watertoets-voor-nieuwe-plannen Wateraspecten en aandachtspunten Hieronder staan de eventuele wateraspecten die van invloed zijn op het plan en aandachtspunten om mee rekening te houden.

Toename verharding Wij willen u verzoeken om in de waterparagraaf de volgende passage op te nemen over het onderdeel toename verharding. Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het is verboden zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater is onderstaande tabel van toepassing. Uiteraard is het toepassen van alternatieve

maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan vermeld in het onderstaande tabel. Zie de Leidraad watertoets voor meer informatie over compenserende maatregelen of neem contact op met Cluster Plannen van Wetterskip Fryslân. Indien er niet wordt gecompenseerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij onderstaande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeenstemming plaatsvindt in de watertoetsprocedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waterschap te worden gevraagd. Gebied

Stedelijk (>200 m²)

Landelijk (>1.500 m²)

Boezem

5%

5%

Polder

10%

10%

Vrij afstromend

Maatwerk mogelijk

Maatwerk mogelijk

Toelichting tabel ● 5% heeft alleen betrekking op de Friese boezem; ● de algemene regels keur zijn in de onderstaande tabel verwerkt; ● maatwerk kan bestaan uit bijvoorbeeld infiltratie of berging van het overtollig hemelwater.

Ruimtelijke adaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Het is belangrijk kansen te benutten om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het planvormingsproces worden meegenomen. Meer informatie hierover is te vinden op De Friese klimaatatlas : www.frieseklimaatatlas.nl Waterwet Voor bepaalde werkzaamheden heeft u een watervergunning nodig. Bijvoorbeeld als u een sloot wilt dempen, afvalwater wilt lozen op oppervlaktewater of grondwater wilt onttrekken. Soms is het doen van een melding voldoende. Een watervergunning aanvragen is dan niet nodig. Op onze website www.wetterskipfryslan.nltreft u meer informatie aan over de Waterwet en u kunt daar onder andere ook meldingsformulieren en het aanvraagformulier voor een watervergunning downloaden. Via Omgevingsloket online (www.omgevingsloket.nl ) kunt u vooraf nagaan of u een watervergunning nodig heeft of een melding moet doen (vergunningcheck). U kunt hier ook meteen de vergunning aanvragen of de melding doen.

Afronding watertoetsprocedure In de besluitvormingsfase, ten tijde van het toesturen van het voorontwerp bestemmingsplan of ontwerp omgevingsvergunning, controleert Wetterskip Fryslân of de waterbelangen voldoende zijn meegenomen en geborgd in het ruimtelijke plan of besluit. Privacyverklaring Wetterskip Fryslân verwerkt uw naam, adres, telefoonnummer, e-mailadres en kadastrale gegevens om uw aanvraag te behandelen. De grondslag van de verwerking van deze gegevens zijn taken in het algemeen belang die in het Besluit Ruimtelijke Ordening aan het waterschap zijn opgedragen. Wij hebben gegevens van u ontvangen en verdere gegevens zullen wij opvragen uit het kadaster en ons geografische informatie systeem. Uw gegevens worden na afronding van uw aanvraag permanent bewaard. U heeft recht op inzage, een kopie, rectificatie, wissing, beperking, bezwaar en het indienen van een klacht bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Een verzoek daartoe kunt u doen via privacy@wetterskipfryslan.nl. Nadere informatie over de verwerking van uw gegevens en uw rechten vindt u op https://www.wetterskipfryslan.nl/over-de-site/privacyverklaring

Met vriendelijke groet,

Wetterskip Fryslân Postbus 36 8900 AA Leeuwarden T 058 292 2222 E Info@wetterskipfryslan.nl

www.dewatertoets.nl

BIJLAGE 3

Raadgevend Ingenieursbureau Wiertsema & Partners B.V. Feithspark 6, 9356 BZ Tolbert Postbus 27, 9356 ZG Tolbert Tel.: 0594 51 68 64 Fax: 0594 51 64 79 E-mail: info@wiertsema.nl Internet: www.wiertsema.nl

Verkennend bodemonderzoek verricht ten behoeve van bouwactiviteiten bij Talant locatie Heidewoud aan de Van Bienemalaan 3 te Oranjewoud VN-77130-1 | 3 november 2020

Raadgevend Ingenieursbureau Wiertsema & Partners B.V. Feithspark 6, 9356 BZ Tolbert Postbus 27, 9356 ZG Tolbert Tel.: 0594 51 68 64 Fax: 0594 51 64 79 E-mail: info@wiertsema.nl Internet: www.wiertsema.nl

Onderwerp: Projectnummer: Opdrachtgever:

Datum:

Talant locatie Heidewoud aan de Van Bienemalaan 3 te Oranjewoud VN-77130-1 Zorggroep Alliade Postbus 303 8440 AH Heerenveen 3 november 2020

Versie

Datum

Omschrijving

1

3 november 2020

Verkennend milieukundig bodemonderzoek

Opgesteld door:

ing. L.A. de Hoogd

Handtekening:

Documentnummer: R73171 Status:

definitief

Vrijgegeven door: J. van der Ploeg

Blad 2 van 71

77130-1 R73171 Verkennend bodemonderzoek.pdf

Inhoudsopgave

blad

1

Inleiding .................................................................................................................5

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Aanleiding en doel .................................................................................................................... 5 Kwaliteitswaarborging .............................................................................................................. 5 Betrouwbaarheid en garanties ................................................................................................. 5 Toepassing grond en asbest .................................................................................................... 6 Leeswijzer ................................................................................................................................... 6

2

Locatiegegevens en vooronderzoek ......................................................................7

2.1 2.2 2.2.1 2.2.2 2.3 2.3.1 2.4

Locatiegegevens ........................................................................................................................ 7 Vooronderzoek ........................................................................................................................... 8 Historie en toekomst van de locatie ........................................................................................ 8 Eerder uitgevoerde onderzoeken ............................................................................................. 9 Asbest ......................................................................................................................................... 9 Regionale bodemkwaliteit ........................................................................................................ 9 Conclusies vooronderzoek ..................................................................................................... 10

3

Veldonderzoek ..................................................................................................... 11

3.1 3.2 3.3

Uitgevoerde veldwerk ............................................................................................................. 11 Veldwaarnemingen ................................................................................................................. 12 Laboratoriumonderzoek.......................................................................................................... 12

4

Onderzoeksresultaten .......................................................................................... 13

4.1 4.2 4.3 4.3.1 4.3.2

Bodemopbouw ........................................................................................................................ 13 Veldmetingen grondwater ...................................................................................................... 13 Resultaten ................................................................................................................................ 13 Toetsingsresultaten grond...................................................................................................... 14 Toetsingsresultaten grondwater ............................................................................................ 15

5

Afwijkingen.......................................................................................................... 15

6

Conclusies en aanbevelingen .............................................................................. 16

6.1 6.2 6.3

Conclusies ................................................................................................................................ 16 Toetsing hypothese ................................................................................................................. 16 Aanbevelingen ......................................................................................................................... 17

Blad 3 van 71

77130-1 R73171 Verkennend bodemonderzoek.pdf

Bijlagen: 1 2 3 4 5 6 7

Blad 4 van 71

Kadastrale kaart Foto’s Situatietekening Boorstaten Analysecertificaten Toetsing analyseresultaten Wbb Toetsingskaders

77130-1 R73171 Verkennend bodemonderzoek.pdf

VN-77130-1 blad 5

1

Inleiding

In opdracht van Zorggroep Alliade te Heerenveen heeft Raadgevend Ingenieursbureau Wiertsema & Partners B.V. een verkennend milieukundig bodemonderzoek verricht bij Talant locatie Heidewoud aan de Van Bienemalaan 3 te Oranjewoud. 1.1

A a nl e id ing en do el

Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de geplande bouwactiviteiten op de locatie. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is aan te tonen dat de grond en/of grondwater redelijkerwijs gesproken geen verontreinigingen bevatten die schadelijk kunnen zijn voor de volksgezondheid en/of milieu in het algemeen en zodoende enige beperking of belemmering kunnen vormen ten aanzien van de voorgenomen bebouwing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=209b42e5-223a-44e6-a32f-d7ab2e74f795