Ruimtelijk onderbouwing Tramweg 13 de Knipe
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing Oprichting nieuwe kapschuur aan te Tramweg 13 te De Knipe Maart 2021
Ruimtelijke onderbouwing Oprichting nieuwe kapschuur aan te Tramweg 13 te De Knipe Maart 2021
Auteur: mr. S.G. (Steven) Nijsingh
Opdrachtgever: Familie Brinkhoff Tramweg 13 8456 HC De Knipe
Inhoudsopgave
1. Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Doel van de ruimtelijke ontwikkeling
2. Projectbeschrijving 2.1 Huidige situatie, noodzaak tot verandering 2.2. De locatie
3. Toets bestemmingsplan 3.1 Gebiedstypering 3.2 Beoordeling effecten
4. Omgevingsaspecten 4.1 Verkeer en vervoer 4.2 Geluid 4.3 Lucht 4.4 Waterhuishouding 4.5 Bodem 4.6 Cultuurhistorie en archeologie 4.7 Planschade 4.8 Ecologie 4.9 Bodemonderzoek
5. Conclusie
1.
Inleiding
1.1.
Aanleiding Het gebruik van de op te richten kapschuur richt zich op opslag van goederen en stalling van materieel. De bestaande loods is gedateerd en kwalitatief niet langer geschikt voor het beoogde doel. Met name de opslag van spullen voor enkele verenigingen binnen het dorp is belangrijk en moet worden geborgd. Bij het handhaven van de bestaande loods is opslag niet langer verantwoord en dreigt een belangrijke functie voor het dorp verloren te gaan. Tevens zal er geen plaats meer zijn voor deels de persoonlijke spullen die nu noodzakelijkerwijs verdeeld opgeslagen zijn over de bestaande opstallen.
1.2.
Doel van de ruimtelijke ontwikkeling De beoogde nieuwbouw is niet mogelijk in het vigerende bestemmingsplan De Knipe met als bestemming ‘voormalig boerderijpand’. Er zullen echter geen bedrijfsmatige activiteiten plaatsvinden in de loods en eveneens geen activiteiten worden ontplooid die in strijd zijn met milieuregelgeving. Door het amoveren van de huidige opstallen, het verwijderen van het asbest en de toename van de uitstraling van het gemeentelijke monument wordt er maximaal ingezet op toename van kwaliteit. Er is een uitgebreide procedure (WABO) benodigd. Het beoogde plan dient hiertoe vergezeld te worden van een goede ruimtelijke onderbouwing waarin een ruimtelijke/milieutechnische motivatie is opgenomen. In voorliggend document wordt hieraan invulling gegeven.
2. Projectbeschrijving 2.1.
Tramweg 13 De Knipe De familie Brinkhoff woont aan de Tramweg 13 te De Knipe. Het voormalige karakteristieke boerderijpand is solitair gelegen en herbergt de nodige ruimte in het pand en op het perceel. Echter een aantal opstallen is reeds afgeschreven en aan sloop toe. Tevens is een nog asbest aanwezig en bestaat er de behoefte en noodzaak om te saneren. Bestaande opstallen slopen + saneren zonder hiervoor terug te bouwen is geen optie. Door hobby’s van leden van de familie (het verzamelen van klassieke tractoren en landbouwmaterieel) maar ook de stalling van materiaal en materieel van diverse buurtverenigingen (praalwagens, klassieke kledij, toneelattributen) is het noodzakelijk om terug te bouwen. Kleiner terugbouwen dan is weergegeven op bijgaande tekeningen is geen optie. De ruimtevraag is de laatste jaren alleen maar groter geworden. Deels door de behoefte aan ruimte door de familie maar deels ook door de vraag om groter materiaal te stallen. Het vinden van een alternatieve locatie is voor verenigingen zowel financieel als materieel geen sinecure.
2.2.
De locatie Tramweg 13 is gelegen aan de noordoostkant van het dorp De Knipe. Aan de westkant van het perceel is jaren geleden een nieuwbouwwijk verrezen. Het perceel is solitair gelegen en kent ruime marges ten opzichte van de eerst aangrenzende woningen. Op onderstaande luchtfoto is het perceel en de huidige invulling weergegeven. Hierop is te zien dat het een boerderijpand betreft met daarbij gelegen enkele opstallen. In totaal omvat het terrein een oppervlakte van 4.080 vierkante meter.
Figuur 1: Overzichtsfoto Tramweg 13 De Knipe
3. Toets Bestemmingsplan Het huidige perceel van de familie Brinkhoff is gelegen binnen de gronden van het vigerende Bestemmingsplan De Knipe, vastgesteld door de raad op 7 september 2015. Een uitsnede van het Bestemmingsplan ter plaatse van deze locatie is weergegeven in Figuur 2. De locatie bevindt zich binnen de bestemming ‘Wonen’, en is nader aangeduid als boerderijpand. Deze gronden zijn bestemd voor a. het behoud van landschappelijk en cultuurhistorisch waardevolle voormalige boerderijen (artikel 20.1 van het bestemmingsplan) b. woonhuizen in de vorm van een voormalig boerderijpand al dan niet in combinatie met. 1. Beroepsuitoefening aan huis of een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit; 2. Kleinschalige bedrijven; c. bijbehorende bouwwerken met daaraan ondergeschikt, d. wegen en paden e water, met de daarbij behorende f. tuinen, erven en terreinen g. bouwwerken, geen gebouwen, of overkappingen zijde.
Figuur 2: Uitsnede bestemmingsplan De Knipe Het bevoegd gezag kan, bij een omgevingsvergunning, middels artikel 20.4 afwijken van bouwregels en middels artikel 20.6 afwijken van gebruiksregels.
3.1.
Gebiedstypering in relatie tot nieuwe situatie
Figuur 3: gebiedstypering (bestaande en toekomstige situatie) De initiatiefnemer zal de bestaande kapschuur slopen en een deel van de zijbeuk van de woonboerderij wordt eveneens gesloopt. Dit betekent dat in totaal een reeds bebouwde oppervlakte van 510 m2 wordt gesloopt. Het nieuwe initiatief omvat in totaal een oppervlakte van 482 m2. Echter gezien de omvang van de bebouwing en het voorgenomen gebruik is de geschetste uitbreiding niet direct te scharen onder een voor de hand liggende uitbreiding van de woonfunctie. De uitbreiding is echter goed te verklaren en te typeren als beeldverfraaiend.
3.2
Beoordeling effecten In de directe omgeving van het perceel Tramweg 13 zijn louter woningen gepositioneerd. Echter aan de noord- en oostkant van het perceel zijn helemaal geen woningen aanwezig maar agrarische gronden, met aan de noordkant een agrarisch bedrijf. De dichtstbijzijnde woning begeeft zich op een afstand van circa 40 meter van de beoogde nieuwbouw.
De voorgenomen uitbreiding is als één met de omgeving te kwalificeren en past in de ruimtelijke sfeer van het gebied, met haar agrarische karakter. Met de oprichting van de nieuwe schuur en de voorgenomen activiteiten mag worden verwachte dat geluidhinder ten opzichte van de omgeving minimaal is. Er vinden namelijk louter hobbymatige activiteiten/bewerkingen plaats. Er is geen sprake van beroepsmatige mechanische (lassen, frezen, boren etc.) bewerkingen of overslagactiviteiten van metaal of bulkproducten en met de bouw van de nieuwe loods is belasting van het buitenterrein een stuk geringer. Het dichtstbij gevoelige object betreft een woning van derden op circa 35 meter afstand. Ten opzichte van de huidige situatie is een overlastsituatie niet te verwachten. Echter de beoordeling van de activiteiten op de beoogde locatie van de familie Brinkhoff ten opzichte van de directe omgeving is nader toegelicht in het volgende hoofdstuk.
4. Omgevingsaspecten 4.1 Verkeer en vervoer Ten opzichte van de huidige situatie zijn geen extra belemmerende verkeersstromen te verwachten. In de huidige situatie betreft het bezoekers van de eigenaar en personen die verschillende dorpsverenigingen vertegenwoordigen. De vervoersaantallen zijn gering en betreffen gemiddeld circa 2 personenauto’s per dag. Gelet op deze geringe vervoersaantallen worden geen andere of negatieve effecten verwacht op de omgeving anders dan reeds plaatsvindt als gevolg van het bestaande gebruik.
4.2 Geluid Het bijgebouw is niet geluidsgevoelig en ligt op voldoende afstand van de Tramweg en de dichtstbij zijnde woningen. Er is geen akoestisch onderzoek nodig.
4.3 Lucht Als gevolg van hobbymatige activiteiten van de familie Brinkhoff en de dorpsverenigingen vinden mogelijkerwijs emissies naar de lucht plaats, bijvoorbeeld als gevolg van verkeersstromen. Gezien de omvang van deze activiteiten wordt niet verwacht dat hierdoor sprake is van een aanvullend negatief effect op de luchtkwaliteit anders dan reeds plaatsvindt.
4.4 Waterhuishouding Het gehele terrein rondom de nieuw te bouwen kapschuur is voorzien van beplanting en bestrating. In de voorgenomen situatie zal er extra beplanting worden aangebracht (Figuur 4) ter compensatie van het verharde oppervlak. Hemelwater zal worden afgevoerd richting het oppervlaktewater. Er is in de nieuwe situatie geen sprake van een negatief effect op de waterhuishouding. Dit houdt verband met de balans tussen het te slopen oppervlak en het nieuw te bouwen oppervlak. Netto worden er minder vierkante meters nieuw gerealiseerd dan hetgeen momenteel aanwezig is.
Figuur 4: Beplantingsplan
4.5 Bodem Indien er sprake is van bodembedreigende activiteiten dienen de benodigde combinaties en voorzieningen en maatregelen te worden getroffen. In casu vinden er geen bodembedreigende activiteiten plaats binnen het nieuw te bouwen gedeelte. Er worden geen accu’s of oliehoudende materialen opgeslagen en evenmin worden materialen in de buitenlucht opgeslagen waardoor uitloging richting de bodem vanwege weersomstandigheden niet kan optreden.
4.6 Cultuurhistorie en archeologie Monumentale status De boerderij (Tramweg 12) is gekwalificeerd als een gemeentelijk monument. In verband met het voorgenomen plan om deel van de zijbeuk van de woonboerderij weg te nemen dient een omgevingsvergunning te worden aangevraagd waarin dit specifieke voornemen nader wordt beschreven. Deze omgevingsvergunning dient te worden aangevraagd direct nadat de Omgevingsvergunning voor de te realiseren schuur is verleend. Gezien het plan om de uitstraling van het gemeentelijke monument te maximaliseren wordt er fors ingezet op toename van kwaliteit. De sloop van een gering deel van het gemeentelijke monument is in verband met het uiteindelijke resultaat en het behoud van bijna het gehele monument als zeer verantwoord te betitelen.
Archeologie De bescherming van het bodemarchief vraagt om een zo goed mogelijk inzicht in de verwachte ligging, verspreiding en aard van het bodemarchief. Om deze reden heeft de provincie het initiatief genomen om, zoveel mogelijk in samenwerking met het rijk en de gemeenten, het bodemarchief zo goed mogelijk in kaart te brengen. Dit gebeurt op de FAMKE: Friese Archeologische Monumentenkaart Extra. De FAMKE is in de eerste plaats gebaseerd op twee bestaande landelijke kaarten: de Archeologische Monumentenkaart (AMK) en de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW). Daarnaast houdt de FAMKE rekening met de kans dat de mogelijk aanwezige archeologische resten verstoord zijn. Aan de andere kant houdt de FAMKE ook rekening met de omvang van de bodemingreep. Dit alles bij elkaar is vertaald in provincie dekkende kaarten die aangeven hoe er het beste met het bodemarchief kan worden omgegaan. De FAMKE bestaat uit twee advieskaarten, één voor de periode steentijd - bronstijd (300.000 - 800 v Chr), en één voor de periode ijzertijd - middeleeuwen (800 v Chr - 1500 n Chr). Voor deze indeling in twee perioden is gekozen omdat de adviezen voor mogelijke vindplaatsen uit de steentijd vaak verschillen van die voor mogelijke jongere vindplaatsen. De adviezen die voor de verschillende zones in Fryslân gegeven worden variëren van ‘streven naar behoud' tot ‘geen nader onderzoek nodig'.
Deze adviezen geven aan welke vervolgstappen noodzakelijk zijn om op een verantwoorde manier om te gaan met het bodemarchief in een nieuw te maken bestemmingsplan, een bestemmingsplanwijziging, een ontgronding of een sanering. Met andere woorden: door middel van de twee advieskaarten kan worden nagegaan welke onderzoeksinspanning gevraagd wordt op een bepaalde plaats.
De provincie Fryslân zal deze informatie gebruiken om de plannen die aan haar worden voorgelegd te beoordelen op de archeologische implicaties. Tevens zal de advisering worden gebruikt voor beleidsadvisering door de dienst richting het college van Gedeputeerde Staten. Na raadpleging van bovengenoemde kaarten zijn de volgende conclusies te trekken: • Ijzertijd-Middeleeuwen: volgens aanduiding is geen nader onderzoek noodzakelijk. • Steentijd-Bronstijd: Karterend onderzoek 1 wordt aanbevolen indien het nieuwe initiatief meer dan 500 m2 betreft. In casus betreft het initiatief minder dan 500 m2 waardoor nader onderzoek niet noodzakelijk is.
4.7 Planschade Er is een planschaderisicoanalyse opgesteld door de heer Langhout van Langhout en Wiarda uit Oranjewoud. De conclusie is dat als gevolg van de planologische wijziging er geen voor vergoeding in aanmerking komende schade zal optreden.
4.8 Ecologie Door ‘Otter Groen Advies’ is een QuickScan aangaande flora en fauna gerealiseerd. Er worden enkele aanbevelingen gedaan en het wordt aangegeven de zorgplicht in acht te nemen. Tevens wordt vermeld dat de verwachting is dat door de minimale ingreep geen negatieve effecten zullen optreden voor vleermuizen, vogels en andere mogelijk te verwachten aan te treffen dieren in de nabije omgeving.
4.9 Bodemonderzoek Door AvA Milieuonderzoek is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Uit het onderzoek komt naar voren dat op sommige plaatsen maximaal licht verhoogde waardes naar voren komen. Dit betreft lood en PAK. In de ondergrond en in het grondwater komen geen verhoogde waardes voor. Voornoemd resultaat is niet als bijzonder aan te merken en houdt verband met een ouder woonerf. De locatie kan als onverdacht worden beschouwd en er bestaan geen risico’s voor milieu en volksgezondheid. Vervolgonderzoek is derhalve niet nodig.
Conclusie In eerste aanleg is realisatie van een nieuwe kapschuur niet toegestaan op grond van het vigerende bestemmingsplan ‘De Knipe’. Er bestaat echter de mogelijkheid om de aangevraagde omgevingsvergunning te verlenen in afwijking van het geldende Bestemmingsplan. Artikel 2.12, eerste lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht biedt daarvoor de mogelijkheid. De gevolgen van de gewenste afwijking zijn getoetst op de omgeving. Hieruit is gebleken dat de afwijking van het bestemmingsplan geen negatieve gevolgen oplevert voor de omgeving en dat daarmee een goede ruimtelijke ordening blijft gehandhaafd.