Reglement van orde van de gemeenteraad Heerenveen 2026
Tekst van het document
Beantwoording van tussentijdse technische vragen vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 10 werkdagen, nadat de vragen zijn binnengekomen. 5. Als beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het college of de burgemeester de vragensteller hiervan via de griffier gemotiveerd in kennis. Uitstel van maximaal 5 werkdagen is mogelijk in recesperiodes, ziekte zonder vervanging of onvoorziene omstandigheden.. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. 6. Indien het college van oordeel is dat beantwoording van (een deel van) de technische vragen een politiek-bestuurlijke afweging vergt, worden deze vragen als politiek aangemerkt. In dat geval treedt de portefeuillehouder in overleg met het raadslid over de aard van de beantwoording en de te hanteren termijn. 7. De antwoorden worden door tussenkomst van de griffier aan de leden van de raad toegezonden, tenzij de steller expliciet anders heeft aangegeven. 8. De vragensteller kan in de eerstvolgende raads(commissie)vergadering na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad(scommissie) anders beslist. Artikel 74. Politieke vragen 1.
Ieder raadslid en ieder raadscommissielid kan aan het college of aan de burgemeester schriftelijk politieke vragen stellen als bedoeld in artikel 155 lid 1 Wet. 2. Politieke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Vragen die niet voldoen aan het hiervoor gestelde worden per omgaande aan de indiener teruggestuurd. 3. De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college of de burgemeester worden gebracht. 4. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 20 werkdagen, nadat de vragen zijn binnengekomen. Als beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het college of de burgemeester de
21
vragensteller via de griffier hiervan gemotiveerd in kennis. Uitstel van maximaal 10 werkdagen is mogelijk in recesperiodes, ziekte zonder vervanging of onvoorziene omstandigheden is. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. 5. De antwoorden worden door tussenkomst van de griffier, aan de leden van de raad toegezonden, tenzij de steller expliciet anders heeft aangegeven. 6. De vragensteller kan in de eerstvolgende raads(commissie)vergadering na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad(scommissie) anders beslist. 7. Politieke vragen over een geagendeerd onderwerp kunnen in de vergadering gesteld worden. Artikel 75. Mondelinge vragen 1. Een mondelinge vraag is een voldoende nauwkeurige vraag over een onderwerp dat politiek en urgent is en niet op de agenda staat. Criteria: a. er leven actuele zorgen of signalen in de samenleving; b. er is sprake van een ontwikkelingssituatie die nú speelt en waarbij snelle duiding of duidelijkheid gewenst is; c. de beantwoording door het college draagt bij aan directe geruststelling, duidelijkheid of richting voor inwoners en de raad. 2. Ieder raadslid en ieder raadscommissielid kan mondelinge vragen stellen. 3.
Een mondelinge vraag moet uiterlijk om 9.00 uur op de dag van de vergadering zijn aangemeld bij de griffie. 4. De voorzitter kan weigeren een vraag aan de orde te stellen tijdens het agendapunt mondelinge vragen als de vraag niet voldoet aan de criteria zoals benoemd in lid 1 of het onderwerp in de raads(commissie)vergadering van die dag aan de orde komt. 5. De griffier meldt (het betreffende lid van) het college of de burgemeester de aangekondigde mondelinge vragen. Vervolgens maakt de griffier het onderwerp van de vragen openbaar. 6. Direct na de vaststelling van de agenda van een raads(commissie)vergadering worden mondelinge vragen gesteld. De voorzitter kan bij digitaal vergaderen bepalen dat mondelinge vragen aan het eind van de vergadering worden gesteld. 7. De voorzitter kan in overleg met de vergadering bepalen dat het agendapunt mondelinge vragen op een ander tijdstip wordt geagendeerd. De voorzitter bepaalt per vergadering het tijdstip van het einde van het agendapunt mondelinge vragen. 8. De voorzitter bepaalt de volgorde waarin de onderwerpen tijdens het agendapunt mondelinge vragen aan de orde worden gesteld. 9. De vragensteller wordt voor ten hoogste twee minuten het woord verleend om de vragen te stellen en een toelichting te geven. De wethouder of burgemeester wordt voor ten hoogste drie minuten het woord verleend om de vragen te beantwoorden. 10.
Na de beantwoording wordt de vragensteller twee minuten het woord verleend om aanvullende vragen te stellen. De wethouder of burgemeester wordt voor ten hoogste drie minuten het woord verleend om de aanvullende vragen te beantwoorden. 11. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden, ieder voor ten hoogste één minuut, het woord verlenen om vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. De wethouder of de burgemeester wordt voor ten hoogste drie minuten het woord verleend om de vragen te beantwoorden. 12. Tijdens het agendapunt mondelinge vragen worden geen moties ingediend en worden geen interrupties gehouden.
22
Artikel 76. Voorstel van orde 1. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen. 2. De voorzitter en ieder lid van de raad of de raadscommissie kan tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen. 3. Na een korte toelichting door de indiener kunnen de andere fracties en zo nodig het college of de voorzitter in één termijn kort reageren. 4. De voorzitter geeft de indiener gelegenheid om kort te reageren op de reacties. 5. Over een voorstel van orde beslist de raad of raadscommissie meteen. Artikel 77. Motie 1. Een raadslid kan tot het sluiten van de beraadslagingen moties indienen in de raadsvergadering. 2. In te dienen moties worden bij voorkeur uiterlijk 24 uur voorafgaand aan de vergadering schriftelijk bij de griffie aangeleverd. 3. Als een motie ter vergadering wordt ingediend, stuurt de indiener de motie zo spoedig mogelijk schriftelijk naar de griffie. 4. De griffie plaatst moties zo spoedig mogelijk in het openbare gedeelte van het raadsinformatiesysteem. 5. Er kan alleen beraadslaagd worden over moties die ingediend zijn door raadsleden die in de vergadering aanwezig zijn. 6. De behandeling van een motie over een geagendeerd onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats. 7. Intrekking, door de indiener(s), van de motie is mogelijk tot het einde van de beraadslagingen. 8.
De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld en vormt een apart agendapunt Artikel 78. Amendement 1. Een raadslid kan tot het sluiten van de beraadslagingen amendementen indienen in de raadsvergadering. 2. In te dienen amendementen worden bij voorkeur uiterlijk 24 uur voorafgaand aan de vergadering schriftelijk bij de griffie aangeleverd. 3. Als amendementen ter vergadering worden ingediend, stuurt de indiener het amendement zo spoedig mogelijk schriftelijk naar de griffie. 4. De griffie plaatst amendementen zo spoedig mogelijk in het openbare gedeelte van het raadsinformatiesysteem. 5. Er kan alleen beraadslaagd worden over amendementen die ingediend zijn door raadsleden die in de vergadering aanwezig zijn. 6. Ieder raadslid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een raadslid is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement). 7. Elk (sub)amendement moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde -oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan. 8. Intrekking, door de indiener(s), van het amendement of subamendement is mogelijk, tot het einde van de beraadslagingen. Artikel 79.
Inlichtingen 1. Een raadslid kan inlichtingen vragen over een onderwerp als bedoeld in de artikelen 169 lid 3, en 180 lid 3 Wet.
23
2. Een verzoek om inlichtingen wordt door tussenkomst van de griffier schriftelijk ingediend bij het college of de burgemeester. 3. Een raadslid kan een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de secretaris die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen of andere instituties waarin de raad leden heeft benoemd, ter verantwoording roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig. 4. De griffier draagt er zorg voor dat de overige leden van de raad een afschrift van dit verzoek krijgen. 5. De verlangde inlichtingen worden binnen vier weken aan de raad verstrekt. 6. De gestelde vragen en de antwoorden vormen een agendapunt in de eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering. Artikel 80. Interpellatie 1. Een interpellatie is een verzoek om uitleg van het college of ter verantwoording roepen van het college over een politiek actueel en gevoelig onderwerp dat niet geagendeerd is (artikel 155 lid 2 Wet). 2. Een raadslid kan een verzoek indienen om tijdens de eerstvolgende raadsvergadering een interpellatie te houden 3.
Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen. 4. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college. Bij de vaststelling van de agenda van de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht. 5. De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige raadsleden en portefeuillehouders niet meer dan éénmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft. Artikel 81. Raadsonderzoek 1. Elk raadslid kan een verzoek doen om een onderzoek (enquête) in te stellen naar het door het college gevoerde bestuur. 2. Een voorstel tot het instellen van een raadsonderzoek moet schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, door een of meer leden. 3. Het voorstel omvat een omschrijving van het onderwerp van het onderzoek en, zo mogelijk, de namen van getuigen en deskundigen. Het voorstel is vergezeld van een toelichting. 4.
Voordat de raad besluit tot een onderzoek worden in een verordening nadere regels gesteld waarin in elk geval opgenomen wordt op welke wijze ambtelijke bijstand wordt verleend aan de commissie. Artikel 82. Initiatiefvoorstel 1. Een initiatiefvoorstel is een schriftelijk voorstel voor nieuw beleid of aanpassing van een verordening ingediend door een of meer raadsleden. 2. Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend en wordt als apart agendapunt, ‘aanbieden van een initiatiefvoorstel’ geagendeerd in de raadsvergadering.
24
3. De raad besluit op voorstel van de voorzitter of het voorstel naar het college gaat voor wensen en bedenkingen. In het voorstel wordt als beslispunt opgenomen in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. 4. Het college kan binnen vier weken nadat het initiatiefvoorstel door hem is ontvangen, schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen. 5. Inhoudelijke behandeling van het voorstel vindt plaats tegelijk met de reactie van het college.
Hoofstuk 10 Slotbepalingen Artikel 83. Uitleg reglement In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van het reglement, beslist de vergadering op voorstel van de voorzitter. Artikel 84. Intrekking oude reglement van orde en verordeningen Het volgende reglement wordt ingetrokken: 1. Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad en de door de raad ingestelde commissies van de gemeente Heerenveen 2024. Artikel 85. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Dit reglement treedt in werking op 1 april 2026. 2. Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad en de door de raad ingestelde commissies van de gemeente Heerenveen 2026. Aldus vastgesteld in de vergadering van 5 maart 2026,
de griffier,
de voorzitter,
{{SIGNER1}}
{{SIGNER2}}
mevrouw L. Roest-Jonkers
mevrouw M.A. Fokkens-Kelder
25