Reactienota Masterplan Klaverblad Noord-Oost
Tekst van het document
Reactienota Masterplan Klaverblad Noordoost juni 2021 Inleiding Het Masterplan Klaverblad Noordoost heeft in de periode van 16 juni 2021 tot en met 30 juni 2021 voor een ieder ter inzage gelegen. Tijdens deze periode bestond de mogelijkheid schriftelijk of mondeling te reageren.
Reacties en antwoorden Tijdens de inspraakperiode zijn 22 reacties ontvangen. De onderwerpen die benoemd zijn, kennen in de verschillende reacties overlap. Daarom wordt de beantwoording van de reacties per thema/ onderwerp gedaan. 1. Omvang bedrijventerrein en toekomstige uitbreidingen Vraag: Is deze eerste stap over de snelweg niet de opmars naar verdere uitbreiding van industrie richting de dorpen Tjalleberd en Luinjeberd? Reactie: Nee, het Masterplan voorziet in een bedrijventerrein met netto 20 hectare bedrijventerrein, verdeeld over twee fases. Een verdere uitbreiding is nu niet aan de orde. Daarnaast wordt het terrein aan de Noordzijde – richting de dorpen voorzien van een stevige groenbuffer. Uitbreiding richting de dorpen is daarmee landschappelijk ingeperkt. Vraag: Waarom moet er meer (landbouw)gebied opgeofferd worden voor industrie en bedrijvigheid? Reactie: Op de huidige Heerenveense bedrijventerreinen is geen ruimte meer voor bedrijven die een groot oppervlak nodig hebben. Op naastgelegen bedrijventerrein IBF zijn vrijwel alle gronden verkocht of in optie. Met de ontwikkeling van Klaverblad Noordoost bieden we ruimte om de economische activiteiten te bevorderen en werkgelegenheid te bieden. Hiermee behoudt Heerenveen haar positie als banenmotor van Friesland. 2.
Inpassing bedrijventerrein Vraag: Hoe wordt het bedrijventerrein ingepast, zie ik straks nog wat van het bedrijventerrein? Reactie: Het bedrijventerrein ligt in twee zogenaamde ruimtelijke kamers, aan 3 zijden omgeven door bosstroken. De zuidzijde is open, zodat vanaf de hoofdontsluiting en vanaf de A7 de bedrijven straks goed zichtbaar zijn. Vanuit de andere richtingen worden de bedrijven afgeschermd door de bosstroken.
Vraag: Wat zijn de gehanteerde bouwhoogtes? Reactie: 12 meter voor het noordelijk deel (landschappelijke zone), 20 meter voor het zuidelijk deel, dat is de zone van 100 meter breed gezien vanaf de A7 3. Locatie van het zonnepark Vraag: Waarom komt het zonnepark meteen naast de snelweg? Als het zonnepark en het bedrijventerrein verder van de snelweg af komen, ziet het er vanaf de snelweg beter uit. De andere zijde (IBF) is ook al volgebouwd. Reactie: Het zonnepark is op deze plek duidelijk zichtbaar, en past als functie goed bij het ‘snelweglandschap’. Door de beperkte hoogte blijft de openheid van het landschap ervaarbaar en is deze zijde duidelijk afwijkend van het IBF. Ook is het bedrijventerrein ten noorden van het zonnepark zo duidelijk zichtbaar, maar ligt wel op grotere afstand van de snelweg dan het IBF. Er is voor gekozen om de natuurinclusieve landbouw aan de west- en noordzijde aan te laten sluiten op de landbouwgronden direct buiten het plangebied. Functioneel en landschappelijk zit het plan zo logisch in elkaar. Vraag: Hoe wordt de achterkant van het van het zonnepark ingepast? NB. In de reactie zijn diverse oplossingen gevisualiseerd. Reactie: De zone tussen het toekomstige fietspad en de sloot aan de noordzijde van het zonnepark, biedt mogelijk ruimte om een aantrekkelijke inpassing aan deze zijde te maken, bijvoorbeeld met lage beplanting.
De ligging tussen de hoogspanningsmasten geeft hier wel enige beperking. Wellicht zou op het zonnepark zelf ook een beplantingstrook aan de noordzijde toegevoegd kunnen worden. In de reactie zijn suggesties gedaan om bijvoorbeeld met beplanting of een aarden wal een inpassing te maken. Dit zijn goede suggesties die bij de verdere planuitwerking betrokken zullen worden. Overigens is de afstand tussen wandel/ fietspad en het zonnepark groter dan op de schetsen wordt gesuggereerd. Beiden zullen door minimaal een sloot van elkaar worden gescheiden.
4. Landschappelijk raamwerk en stedenbouwkundige opzet Vraag: Het is stedenbouwkundig weinig uitdagend; is het niet logischer om het plan op een hoger niveau te bekijken, waarbij ook ontwikkelingen rondom het centrum, de Lelylijn en wijkuitbreidingen meegenomen worden? Klaverblad Noord Oost als poortfunctie? Reactie: Het plan is zeker beschouwd op het hogere schaalniveau. De ontwerpprincipes illustreren dit. Het ontwerp sluit onder meer aan op de voor Heerenveen typerende landschappelijke lijnen in noord-zuid richting. Er is bewust gekozen
voor heldere hoofdlijnen die aansluiten op de landschapskenmerken. De opzet is ook zodanig dat dit maximale flexibiliteit biedt aan de invulling met bedrijven. Tevens biedt het plan ruimte voor individuele bedrijven om zich in architectuur straks te onderscheiden. Kaders hiervoor zullen worden uitgewerkt in het nog op te stellen beeldkwaliteitsplan. Presentatie in combinatie met ontwikkellocaties elders in Heerenveen is een mooie suggestie, maar valt buiten de scope van het project KNO. 5. Natuurinclusieve landbouw Vraag: Wat is natuurinclusieve landbouw? Reactie: Natuurinclusieve landbouw staat voor een (economisch) rendabel landbouwsysteem, dat optimaal beheer van natuurlijke hulpbronnen duurzaam integreert in de bedrijfsvoering. Of simpel gezegd: een vorm van landbouw, waarbij de ondernemer rekening houdt met de natuur op en rond zijn of haar bedrijf. Er wordt gezocht naar een balans tussen de bedrijfsvoering en de bescherming van de natuur(waarden). Vraag: Hoe werkt dat in de praktijk met pachtovereenkomsten? Worden de belangen van de boeren die verantwoordelijk zijn voor de voedselproductie geborgd? Reactie: In de overeenkomsten met pachters maken wij afspraken over de wijze waarop de landbouw plaatsvindt.
Op basis van gesprekken met boeren en kennispartijen is een inventarisatie gemaakt van vaak gebruikte voorwaarden, zoals: gevarieerde beplanting, natuurvriendelijk beheer van de oevers, geen chemische bestrijdingsmiddelen en het inzaaien van de randen van de akkers met inheems kruidenmengsel. Het zijn voorbeelden van voorwaarden die straks in de nieuwe pachtovereenkomsten opgenomen kunnen worden. Naast de pachtovereenkomsten worden de gronden straks ook specifiek bestemd voor ‘natuurinclusieve landbouw’. 6. Weidevogels en reeën Het sleutelwoord binnen dit thema is evenwicht, tussen de verschillende (natuur)waarden, biotopen en (conflicterende) belangen. Het belang van de weidevogel ten opzichte van bijvoorbeeld de reeën. Maar ook het belang van een zorgvuldige inpassing van het bedrijventerrein, zodat zicht op de gebouwen beperkt blijft. Vraag: Wat betekenen de plannen voor de weidevogels? Het leefgebied, wordt met de komst van industrie, zonnepark en bosschages ingeperkt. Reactie: Het is niet te voorkomen dat het leefgebied van aanwezige weidevogels kleiner wordt met de transformatie van het gebied. Dit geldt eveneens voor het aantal weidevogels. Naar aanleiding van eerdere reacties van de Vogelwachten is het
conceptplan aangepast om de open ruimte die beschikbaar blijft voor weidevogels zo optimaal mogelijk te houden. De geplande bosstrook door het open gebied wordt vervangen door een plas-drasstrook. Daarnaast kan de natuurinclusieve landbouw en natuurlijke oevers/akkerranden de nog beschikbare leefomgeving verbeteren. Vraag: Kunnen de eerder aangeplante bosschages aan de Noord en Westzijde weg gehaald worden, om het gebied voor de weidevogel te verbeteren? Reactie: Het weghalen van gezonde beplanting conflicteert met gemeentelijk kapbeleid en duurzaamheidsbeleid ten aanzien van biodiversiteit en klimaatadaptatie. Deze bossen hebben inmiddels ook een bepaalde (natuur-)waarde. Daarnaast is het conceptplan aangepast om de open ruimte die beschikbaar blijft voor weidevogels zo optimaal mogelijk te houden. Vraag/ opmerking: Door het creëren van looppaden in de bosschages wordt het leefgebied van de reeën aangetast. Dit kan voorkomen worden door: -
Wandelpaden te laten vervallen; De bestaande bosstrook ten westen van fase 2 bedrijventerrein door te trekken tot het zonnepark.
Reactie: De vragen met betrekking tot weidevogels en reeën zijn illustratief voor de complexiteit en de noodzaak om balans en evenwicht te zoeken. Het masterplan bevat aanleg van nieuwe bosstroken zonder wandelpaden die als uitwijkmogelijkheid door reeën kunnen worden gebruikt indien er verstoring op zou treden op de huidige locaties. In de uitwerking onderzoeken we de aansluiting op het bestaande wandelnetwerk en kunnen we onderzoeken hoe we de impact voor de reeën kunnen verminderen. Het voorstel om de bestaande bosstrook ten westen van fase 2 van het bedrijventerrein door te trekken tot het zonnepark zit in de plannen en is gevisualiseerd op afbeelding 2.5. van het Masterplan. 7. Geluid Vraag: Hoe komt het met geluidsoverlast? Reactie: In het kader van de Milieueffectrapportage (m.e.r.-procedure) en in het bestemmingsplan wordt getoetst wat het effect is van de ontwikkeling op de geluidbelasting op de omgeving. En ook of voldaan kan worden aan de wettelijke normen die gelden voor geluid. Op voorhand kunnen we al aangeven dat in het bestemmingsplan een maximale bedrijfscategorie van 4.2 wordt vastgelegd. Bedrijven die in deze categorie vallen hebben een zogenaamde richtafstand van 300 meter. Buiten deze richtafstand kan een goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd. De dichtstbij gelegen woning ligt op een afstand van circa 500 meter vanaf het geplande bedrijventerrein.
Het dorp Tjalleberd ligt op een afstand van circa 800 meter. Door de categorisering op het bedrijventerrein vast te leggen, wordt overlast op woningen in de omgeving door bedrijfsactiviteiten
niet verwacht. Wat betreft verkeer, de verwachting is dat het grootste deel van het verkeer van het bedrijventerrein via de A7 het gebied verlaat. Zoals aan het begin van deze reactie gezegd, vindt toetsing en afweging van het effect nog plaats in het kader van de m.e.r.-procedure. Hierin wordt ook afgewogen of eventuele maatregelen nodig zijn. Vraag: Er is al veel geluidsoverlast van de A7 en IBF, en nu komt er nog meer overlast bij? Reactie: Zoals aangegeven bij de vorige reactie, wordt in de m.e.r.-procedure onderzocht wat het effect van de ontwikkeling is op de geluidbelasting op de omgeving. Hierbij wordt ook meegenomen wat de huidige geluidbelasting is vanwege andere bronnen, zoals de A7 en IBF. De geluidbelasting wordt getoetst aan wetgeving en er wordt afgewogen of de geluidbelasting acceptabel is. 8. Waterpeil Vraag: Wordt het (water)peil in het gebied ook aangepast? Reactie: Zoals staat beschreven in hoofdstuk 4 (Thema Water) van het Masterplan blijven de peilen en de begrenzing van de peilgebieden eerst gelijk aan de huidige situatie. In het kader van de Milieueffectrapportage (m.e.r.-procedure), wordt wel onderzocht welke meerwaarde het zou hebben om het peilregime aan te passen. Vervolgens wordt afgewogen of dit doorgang vindt (zie ook hoofdstuk 3 van het Masterplan). 9.
Zonnepanelen Vraag: Worden bedrijven verplicht om zonnepanelen op het dak te leggen? Reactie: Nee, er is geen harde verplichting opgenomen. Wel zijn er meerdere duurzaamheidseisen opgenomen, waardoor in de praktijk veel van de daken voorzien worden van zonnepanelen. In de eerste plaats doordat het om een allelectric bedrijventerrein gaat, een aansluiting op aardgas is niet aanwezig. Daarnaast wordt geëist dat bedrijven duurzame elektriciteit opwekken op eigen terrein. Tot slot verlangen wij een BREAAM-NL certificaat met beoordeling VERY GOOD of hoger. Het gebruik van panelen wordt daarmee gestimuleerd, de toepassing van panelen ligt voor de hand om een dergelijk certificaat te behalen. Overigens speelt de beschikbaarheid van teruglevercapaciteit hierin nog wel een beperkende rol. Vraag: Waarom worden er zonnepanelen op landbouwgrond geplaatst, en niet op de daken? Een park met bomen is beter voor het milieu en neemt meer CO2 op. Reactie: Met elkaar staan we voor de opgave om te verduurzamen. Onze energie-ambitie is op termijn energieneutraal zijn. Uitgangspunt daarbij is zoveel mogelijk duurzame energie lokaal op te wekken. De weidsheid van het gebied, geeft ruimte om een ‘groots gebaar’ te maken. Vanwege deze ambitie is de inzet in het Masterplan niet enkel gericht op zonnepanelen op land, maar ook op de
bedrijventerreinen. Bijvoorbeeld boven parkeerplaatsen of op daken. In het plan wordt dus ingezet op zon op land, als zon op het bedrijventerrein. Daarnaast voorziet het plan in de aanplant en aanleg van natuur, zoals bosschages en plas/dras, waarmee een bijdrage geleverd kan worden aan de opname van CO2. 10.
Loslopende honden
Vraag: Kan voorkomen worden dat loslopende honden in het gebied zijn toegestaan, vanwege het aanwezige vee op het land en de onrust voor (weide)vogels? Reactie: Daar waar nieuwe wandelpaden langs velden zijn voorzien, bekijken we in de uitwerking hoe we voor een zorgvuldige afrastering rondom het landbouwgebied kunnen zorgen. Het uitgangspunt is een zorgvuldige afrastering, zodat loslopende honden niet buiten de paden komen. 11.
Educatieve waarden
Vraag: Is het mogelijk om in de toekomst een educatieve waarde aan het gebied toe te voegen, bijvoorbeeld door het plaatsen van een vogelkijkhut of bebording? Reactie: Een mooie suggestie. Dit punt nemen we mee in de verdere uitwerking. 12.
Zandpad
Vraag: Blijft het bestaande zandpad aan de Noordzijde van het plangebied bestaan? Reactie: Ja. 13.
Windmolens
Vraag: Is het plan van windmolens definitief van de baan? Reactie: Op dit moment maakt de toepassing van windmolens geen onderdeel uit van het Masterplan.