CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Reactie op toezegging ID 187 n.a.v. commissie gezamenlijk 5 juni

Raadsvergadering 19 juni 2025, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Algemene Plaatselijke Verordening (AZ)425 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ID187: Wethouder Zoetendal zegt namens het college toe de vraag van het CDA over artikel 5:6 APV ‘Kampeermiddelen en andere voertuigen’ in relatie tot parkeervakken schriftelijk voorafgaand aan de raadsvergadering van 19 juni 2025 te beantwoorden. De vraag heeft betrekking op artikel 5:6 lid 1 en is hieronder uitgeschreven: “In dit artikel wordt aangegeven dat een voertuig dat bestemd is voor kampeerdoeleinden niet langer dan 3 dagen achtereenvolgens op een weg geplaatst mag worden, met verwijzing naar artikel 1 van de Wegenverkeerswet. Daar vallen parkeerplaatsen niet onder. Wat is de reden dat parkeren niet expliciet in de APV vermeld staat? Aangezien kampeermiddelen die geparkeerd worden op parkeerterreinen over het algemeen meer overlast geven dan die op de weg staan. Met andere woorden: kunnen wij met deze APV wel handhaven? Want ook als je kijkt naar andere gemeenten, die hebben vaak een extra sub opgenomen op dit punt en is het niet verstandig dat wij dat ook zouden doen?”

Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt is bestemd langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op een weg, waar dit naar het oordeel van het college buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Antwoord Voor de beantwoording van de vraag wordt eerst gekeken wat specifiek onder de definitie weg wordt verstaan zoals vermeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994 namelijk wegen: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten. Hierop aansluitend kunnen wij vermelden dat het vaste jurisprudentie van de Afdeling is dat parkeren onderdeel is van de afwikkeling van het verkeer.

Een openbare parkeerterrein heeft een algemene verkeersfunctie voor een grote onbepaalde publieksgroep. Daarmee kunnen parkeerplaatsen als ‘weg’ worden gekwalificeerd. Een parkeerplaats is dan ook een weg in de zin van artikel 1 lid 2 van de Wegenwet. Gelet op het vorenstaande kunnen wij op het voorgestelde artikel handhaven ook op parkeerterreinen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=a4153d37-b489-4892-ac0a-838f7e759896