CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel wijzigingen Algemene Plaatselijke Verordening Heerenveen

Raadsvergadering 10 juni 2021, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Jaarlijkse actualisatie APV1.990 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel aan de gemeenteraad

Portefeuillehouder T.J. van der Zwan Datum collegebesluit 30-04-2021

Onderwerp Wijzigen Algemene Plaatselijke Verordening Voorgesteld besluit De gewijzigde Algemene Plaatselijke Verordening vast te stellen

Opsteller S. Schotanus Registratie Agendapunt

Inleiding Jaarlijks wordt de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) geactualiseerd. In de wijziging van de APV die nu voorligt, worden de meest recente aanpassingen uit de modelverordening van de VNG verwerkt, voor zover van toepassing. Dit betreffen voornamelijk actualiseringen en kleine technische aanpassingen, maar ook een paar inhoudelijke wijzigingen. Daarnaast heeft de VNG in oktober 2020 het landelijke model aangepast voor Outlaw Motorcycle Gangs (OMG’s). Deze wijziging is ook in dit voorstel meegenomen. Tenslotte zijn er lokale wijzigingsvoorstellen voor de volgende onderwerpen: verwijderplicht supporters, drugsoverlast/lachgas, gebiedsontzeggingen en sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen.

Motivering Beoogd effect Een APV die aan de wettelijke eisen voldoet, duidelijk en helder is en die aansluit bij de uitvoeringspraktijk.

Argumenten Modelverordening VNG Slecht levensgedrag (artikel 2:28 lid 3) Als weigeringsgrond voor een exploitatievergunning wordt toegevoegd dat de exploitant of leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is. De toevoeging is ontleend aan de gemeentelijke praktijk. Uit jurisprudentie volgt dat ‘slecht levensgedrag’ een voldoende duidelijke weigeringsgrond is. Om discussies te voorkomen is het wel noodzakelijk om hiervoor nog beleidsregels op te stellen. Het moet namelijk duidelijk zijn hoe deze weigeringsgrond wordt ingevuld. Hierover komt een afzonderlijk voorstel. Deze uitleg geldt dan ook voor enkele andere artikelen in de APV waar gesproken wordt over ‘slecht levensgedrag’. Crossterreinen (artikel 5:32) Het crossverbod beperkt zich nu tot wedstrijden of de voorbereiding daarvan. Dit kan leiden tot problemen om te kunnen handhaven, wanneer (geluids)overlast ontstaat door recreatief crossen buiten wedstrijdverband. Om toch ook de mogelijkheid te hebben om tegen dit laatste te kunnen optreden in overlastsituaties, is deze vorm aan de verbodsbepaling in het eerste lid van dit artikel toegevoegd. Outlaw Motorcycle Gangs (OMG) Het Openbaar Ministerie heeft bij de rechter civiele verboden gevraagd en gekregen tegen enkele OMG’s.

De vraag is echter wat te doen wanneer een lid van een verboden club het bij die club horende jasje, ook wel ‘colors’ genoemd, in het openbaar blijft dragen. De VNG heeft in de model APV een artikel opgenomen dat uiterlijke kenmerken van verboden organisaties, bijvoorbeeld motorclubs, niet zijn toegestaan. Het tonen van uiterlijke kenmerken van verboden organisaties kan namelijk leiden tot een verstoring van de openbare orde. Regionaal is besproken de betreffende bepalingen over te nemen in de eigen APV. Het is verboden gedurende een evenement op openbare plaatsen, of in voor publiek toegankelijke openstaande gebouwen zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren. Het betreft goederen die uiterlijke kenmerken hebben van een organisatie, die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit, verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde. Lokaal Verwijderplicht supporters (nieuw artikel 2:26da) Dit nieuwe artikel voorziet in ad hoc situaties waarbij de politie naast de aanwijzingsbevoegdheid, die geregeld is in artikel 2:26d, nu ook een bevelsbevoegdheid krijgt om voetbalsupporters blijvend te verwijderen. In de praktijk is gebleken dat supporters op een aanwijzing wel weg gaan, maar vervolgens keer op keer op andere plekken opnieuw opduiken, waardoor een zeer onwenselijke situatie ontstaat.

Met deze verwijderplicht kunnen supporters blijvend worden verwijderd.

2

Drugsoverlast (artikel 2:74 e.v.) / lachgas De Opiumwet is een strafrechtelijk instrument waarin onder meer de verbodsbepalingen staan van middelen die in deze wet expliciet worden genoemd. In de Opiumwet wordt geen aandacht besteed aan overlast ten gevolge van drugshandel op straat. Om hiertegen te kunnen optreden kent onze APV een paragraaf dat het voorkomen van de aantasting van de openbare orde en van strafbare feiten tot doel heeft. Het voorstel is om in deze paragraaf ook het onderwerp lachgas mee te nemen. Met de uitbreiding/toevoeging in de artikelen 2:74 en 2:74a, naar voorbeeld van de gemeente Amsterdam, verwachten wij handhavend te kunnen optreden, wanneer er sprake is van verkoop van lachgas en recreatief gebruik van lachgas. Concreet betekent dit dat we niet langer wachten op de landelijke wetgeving maar, net als 180 andere gemeenten, een verbod opnemen in de APV. Uitbreiding van de genoemde artikelen geeft meer mogelijkheden om handhavend op te treden als er wel bewegingen worden waargenomen waarbij het aannemelijk is dat deze bestemd is voor handel, maar er geen sprake is van concreet dealer gedrag. Bijvoorbeeld een persoon die constant rondrijdt op een scooter met een meer dan geringe handelshoeveelheid harddrugs – wellicht verpakt in gripszakjes en wellicht met kenmerkende handelsattributen als grammenweegschaal, dealertelefoon, etc.

Tevens wordt door de overige opsomming ‘gelijkende waar dan wel slaapmiddelen, kalmeringsmiddelen of stimulerende middelen’ een mogelijkheid toegevoegd om op te treden wanneer er sprake is van kopen, verkopen en recreatief gebruik van lachgas in de openbare ruimte. Zoals u bekend werd in het najaar van 2019, op verzoek van diverse raadsfracties, onderzoek gedaan naar de verkoop en het gebruik van lachgas in onze gemeente. Dit leidde tot de volgende conclusies en aanbevelingen: gezien de feitelijke (politie)cijfers, de ervaringen in de Heerenveense horeca/evenementen en het in ontwikkeling zijnde landelijk beleid, nu niet overgaan tot aanpassingen van lokale wet- en regelgeving. In januari 2020 is uw raad hierover geïnformeerd. Inmiddels is de situatie als volgt: sinds januari 2020 zijn de twee horecaondernemers die lachgas verkochten hiermee gestopt na overleg met de gemeente. Voorts wordt bij evenementen in het kader van vergunningverlening geen toestemming meer verleend voor de verkoop van lachgas. Hoewel er landelijk een groeiend recreatief gebruik van lachgas is, zijn hiervan geen concrete signalen te zien in de gemeente Heerenveen, bv. via meldingen van de politie. Op grond hiervan wordt voorgesteld om geen verbod op gebruik en bezit op specifieke plaatsen in de gemeente (hotspots) op te stellen. Ook een verbod op verkoop in de horeca is in onze gemeente geen item.

Mocht dit wel (weer) ontstaan dan zijn er, naast het inzetten op de relatie, nog mogelijkheden om via de Wet Milieubeheer handhavend op te treden tegen de verkoop van lachgas of op basis van de Drank- en horecawet. Samen met het nu voorliggende voorstel voor uitbreiding/toevoeging in de artikelen 2:74 en 2:74a verwachten wij hiermee voldoende mogelijkheden te hebben om tot handhaving over te kunnen gaan. Gebiedsontzegging (artikel 2:78) In het geval van (ernstige vrees voor) een openbare ordeverstoring of overlastgevend gedrag, kan een gebiedsontzegging worden opgelegd. De duur van deze maatregel moet direct gekoppeld zijn aan de situatie dat er gevaar dreigt voor de openbare orde. Hierdoor kan de duur van de maatregel niet onevenredig lang zijn. Momenteel wordt er in onze APV een tijdsduur van ten hoogste 24 uur gehanteerd. In de praktijk wordt dit

3

tijdsbestek regelmatig te kort ervaren. Met name in die situaties wanneer je iemand, die bepaald overlastgevend gedrag vertoont, gedurende het hele weekend (tussen donderdag 18.00 uur en zondag 24.00 uur) of een aantal zaterdagen achterelkaar het bevel wilt geven uit een bepaald gebied weg te blijven. Voorgesteld wordt daarom om de duur van de gebiedsontzegging op te rekken naar ten hoogste 72 uur, al dan niet aaneengesloten. Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen (nieuw artikel 2:80) Op dit moment kennen wij in onze APV een artikel (2:30) ten aanzien van het sluiten van gebouwen in het belang van de openbare orde, veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden. Op grond van artikel 2:30 kan de burgemeester in het belang van de openbare orde, veiligheid en gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. Dit artikel moet los gezien worden van artikel 13b Opiumwet. Tijdelijke sluiting van openbare inrichtingen vindt zijn grondslag in artikel 174 van de Gemeentewet. In gevallen waarbij dus de openbare orde in het geding is, kan een openbare inrichting tijdelijk worden gesloten. Dat kan ook het geval zijn indien er situaties zijn waarbij, vanwege ondermijnende activiteiten, de betreffende inrichting een sleutelrol vervult.

De genoemde sluitingsgronden moeten dan vanzelfsprekend aan de orde zijn. Onder openbare inrichting wordt verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt. Onder droge horeca wordt verstaan: openbare inrichtingen waar bedrijfsmatig etenswaren voor directe consumptie worden verstrekt, niet-alcoholhoudende dranken worden geschonken en licht alcoholische dranken voor gebruik elders worden aangeboden. Veel gemeenten kennen op dit moment een bepaling op grond waarvan de burgemeester de bevoegdheid heeft om in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid of als er naar zijn oordeel sprake is van bijzondere omstandigheden, de gehele of gedeeltelijke sluiting te bevelen van een voor het publiek toegankelijk gebouw (niet zijnde een horeca-inrichting of seksinrichting) of een bij dat gebouw behorend erf. De gemeente Heerenveen kent een dergelijke bepaling nog niet. In de aanpak van ondermijning kan deze sluitingsbevoegdheid betekenisvol zijn. Aansprekende voorbeelden hiervan zijn: -

de sluiting van een garage door de burgemeester van Amsterdam, nadat de eigenaar en het garagebedrijf in verband gebracht konden worden met het aanbrengen van verborgen ruimten in voertuigen en de handel van verdovende middelen;1

-

de sluiting van een winkel in Rotterdam wegens witwassen en underground banking.2

1 Zie rechtspraak.nl; ECLI:NL:RBAMS:2018:79. 2 Zie rechtspraak.nl; ECLI:NL:RVS:2017:3148.

4

De voorgestelde bepaling is een waardevolle toevoeging voor de gemeente in de aanpak van ondermijning, omdat hieronder ook bedrijven gesloten kunnen worden die niet onder de omschrijving van een openbare inrichting of droge horeca vallen.

Risico’s of kanttekeningen Geen messenverbod in de APV Een messenverbod gaat in op messen of andere zaken die als steekwapen kunnen worden gebruikt. Maar dit verbod geldt niet voor wapens en andere zaken waarvan het dragen al door de Wet wapens en munitie verboden is, en evenmin voor andere voorwerpen die zodanig zijn ingepakt dat zij niet direct als steekwapen gebruikt kunnen worden. Dit maakt dat een dergelijk verbod in de APV geen stand houdt, omdat er sprake is van hogere regelgeving. In sommige gemeenten wordt wel gesproken over een messenverbod in een specifieke omgeving van bijvoorbeeld een straal van 100 meter van plaatsen met een verhoogd openbare orde risico. In de gemeente Heerenveen is geen gebied aangewezen waar dat voor geldt.

Communicatie en participatie Boodschap

Doelgroep

Bekendmaking en publicatie van de geactualiseerde APV

Iedereen

Publicatie integrale tekst APV

Iedereen

Via welk middel Het digitale gemeenteblad

Door wie

Wanneer

Afdeling VTH en JZenI

www.overheid.nl

Afdeling VTH en JzenI

Na vaststelling van de gewijzigde APV door de gemeenteraad Na vaststelling van de gewijzigde APV door de gemeenteraad

Financiën Nvt

Bijlagen Algemene plaatselijke verordening: vast te stellen versie en versie met wijzigingen gearceerd. Het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen,

5

de secretaris,

de burgemeester,

de heer J. van Leeuwestijn

de heer T.J. van der Zwan

6

Registratie

Onderwerp Wijzigen Algemene plaatselijke verordening De raad van de gemeente Heerenveen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van xxxx gelet op de artikelen 149, 149a, 151a, 151b, 151c, 151d, 154 en 154a van de Gemeentewet, de artikelen 3 en 4 van de Wet openbare manifestaties, de artikelen 4, 25a, 25b, 25c en 25d van de Drank- en Horecawet, artikel 5:13 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de artikelen 2.18, eerste lid, onder f en g, en vijfde lid, 2.21 en 3.148, tweede lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer, artikel 30c, tweede lid, van de Wet op de kansspelen, artikel 3 van de Winkeltijdenwet en artikel 2a Wegenverkeerswet 1994.

Besluit vast te stellen de gewijzigde Algemene plaatselijke verordening Heerenveen. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 10 juni 2021 de griffier,

de voorzitter,

mevrouw L. Roest-Jonkers

de heer T.J. van der Zwan

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=32bc3043-960e-4047-bb9d-dcd57e968745