CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel watertakenplan en beleidsplan klimaatadaptatie bebouwd gebied

Raadsvergadering 24 oktober 2024, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Watertakenplan 2025 – 2029 en beleidsplan klimaatadaptatie bebouwd gebied3.102 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel aan de gemeenteraad Opsteller Neut, Vincent van der Kenmerk Z.24.445726 / D.24.1819600 Vertrouwelijkheid Openbaar Onderwerp watertakenplan 2025-2029 en beleidsplan klimaatadaptatie bebouwd gebied

Voorgesteld besluit 1. Het Watertakenplan Heerenveen 2025-2029 vast te stellen. 2. Het beleidsplan klimaatadaptatie bebouwd gebied vast te stellen. 3. De begrotingswijziging voor 2025 en verder, overeenkomstig de bijgevoegde begrotingswijziging, vast te stellen.

Inleiding In 2020 is het Watertakenplan 2021-2024 vastgesteld. Met dit Watertakenplan hebben wij als gemeente uitvoering kunnen geven aan de gemeentelijke watertaken. Het einde van de planperiode betekent dat een nieuw plan en een nieuwe kostendekkingsberekening nodig is om de opgaven (uitgaven) en de hieraan te relateren rioolheffing (inkomsten) te actualiseren. Mede als gevolg van de oplopende inflatie in de afgelopen jaren, en meer specifiek binnen de grond- weg- en waterbouwsector, is het nodig een herijking te doen van het rioolheffingstarief. Onze (wettelijke) taken, plannen, ambities en kostendekkingsberekening hebben we dan ook opgenomen in een nieuw Watertakenplan voor de periode 2025 t/m 2029, wat we hierbij aan u voorleggen.

In het Watertakenplan 2021-2024 is reeds aandacht besteed aan onze opgaven voor klimaatadaptatie, die volgen uit de gemeentelijke zorgplicht voor hemelwater en grondwater. In het Beleidsplan klimaatadaptatie bebouwd gebied zijn deze opgaven verder uitgewerkt en geactualiseerd op basis van de laatste inzichten. Er zijn voor het bebouwd gebied kaders opgesteld om de gemeente Heerenveen verder klimaatadaptief te maken voor de thema’s wateroverlast, hitte en droogte. Het beleid en de maatregelen voor wateroverlast en droogte zijn inhoudelijk en financieel in het Watertakenplan verwerkt.

We werken aan een gezonde en veilige leefomgeving en we maken de gemeente Heerenveen meer klimaatrobuust, duurzaam en toekomstbestendig. Goede riolering en robuuste wateren zijn hiervoor nodig. Ze zorgen voor de bescherming van de volksgezondheid en het milieu, ook spelen ze een belangrijke rol in het tegengaan van wateroverlast.

Beoogd effect 1. Voldoen aan wetten en regelgeving. 2. Het areaal goed beheren. 3. Heerenveen klimaatadaptiever maken. 1. Invulling geven aan één van de vier benoemde maatschappelijke opgaven uit de raadsagenda 2022-2026: Klimaatadaptatie: We zijn klimaatrobuust, dit betekent klaar voor extremer weer zoals droogte, hitte en clusterbuien. 2. Invulling geven aan Programma 7 van het hoofdlijnenakkoord 2022 – 2026, aanpassen aan een nieuw klimaat en daaruit volgend de transitie Landschap in balans uit het Meerjarenplan gemeente Heerenveen. 3. Het vastleggen van beleidsplan om het bebouwd gebied in de gemeente klimaatadaptief te maken. 4. Het inzichtelijk maken van de knelpunten t.a.v. wateroverlast, droogte en hitte in het bebouwd gebied. 5. Het inzichtelijk maken van de opgaven en kosten om de knelpunten t.a.v. wateroverlast, droogte en hitte in het bebouwd gebied op te lossen.

4. Integraal werken met de waterketen en het watersysteem. 5. Samenwerken aan een toekomstbestendig en duurzaam Heerenveen. 6. Voldoende personeel om de watertaken en doelen uit te voeren.

Argumenten 1.1 voldoen aan wetten en regelgeving Goede riolering is nodig voor de bescherming van de volksgezondheid, het milieu en het tegengaan van wateroverlast. Als gemeente hebben we de taak om voor die riolering te zorgen. We hebben de zorgplicht voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater (Omgevingswet artikel 2.16 lid 1a-3), voor afvloeiend hemelwater (Omgevingswet artikel 2.16 lid 1-a1) en een inspanningsverplichting voor grondwatermaatregelen (Omgevingswet artikel 2.16 lid 1-a2). Het Watertakenplan geeft aan hoe wij binnen de gemeente Heerenveen met deze drie zorgplichten omgaan en hierbij (brede) beleidsafwegingen maken op het terrein van beheer openbare ruimte, het beheer van ons areaal, de bescherming van bodem, de waterkwaliteit en de zorg voor het totale watersysteem. De zorgplicht voor afvloeiend hemelwater en de inspanningsverplichting voor grondwatermaatregelen vormen ook de basis voor de klimaatadaptatiemaatregelen voor wateroverlast en droogte. De zorgplichten voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater veranderen niet met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Onder de Omgevingswet vervalt wel de verplichting om een gemeentelijk rioleringsplan op te stellen. In de memorie van toelichting bij de Omgevingswet is echter aangegeven dat het opstellen van een omgevingsprogramma voor riolering en water wel belangrijk is.

Gemeenten zijn nog steeds verplicht om invulling te geven aan hun gemeentelijke watertaken en de financiën voor de rioolheffing te verantwoorden. Dit watertakenplan is nog geen officieel omgevingsprogramma onder de Omgevingswet. Vanwege de nog nader in te vullen regels in het omgevingsplan en de beoogde vernieuwing van de Omgevingsvisie is ervoor gekozen voor de periode 2025-2029 het beleid vast te leggen in een Watertakenplan wat op dezelfde leest is gestoeld als het Watertakenplan 2020-2024. Aan het eind van de looptijd van het Watertakenplan 2025-2029 kan dan worden besloten een volgend Watertakenplan als omgevingsprogramma op te stellen, dat in lijn is met de te vernieuwen omgevingsvisie en het nog op te stellen omgevingsplan.

1.2 vastleggen beleidsmatige keuzes en financiële consequenties Het watertakenplan geeft, naast een terugblik op de afgelopen jaren, aan hoe de gemeente Heerenveen voor de komende vijf jaar invulling wil geven aan de gestelde doelen/thema’s: •

voldoen aan de wetten en regels.

•

het areaal goed beheren.

•

Heerenveen klimaatadaptief maken.

•

integraal werken met de waterketen en het watersysteem.

•

samenwerken aan een toekomstbestendig en duurzaam Heerenveen.

Hierbij zijn vanuit visie & strategie de acties/plannen met betrekking tot deze thema’s aangegeven en zijn de financiële consequenties vertaald in een kostendekkingsplan. In het vorige watertakenplan werd de rioolheffing bepaald op basis van een doorkijk van 80 jaar, in plaats van de 20 jaar die nu wordt beschouwd. De kortere doorkijk van 20 jaar voor het Watertakenplan 20252029 sluit beter aan op de systematiek die ook voor andere kapitaalgoederen is toegepast (Brede Nota Kapitaalgoederen 2023 t/m 2027). Gelet op o.m. de toename aan opgaven (zoals klimaat), groei en toename van ouderdom van het areaal zullen op termijn de kosten oplopen. Dit is ook zichtbaar in het kostendekkingsplan en de grafieken. Een kostendekkingsplan met een planperiode van meer dan 20 jaar wordt vanuit financieel perspectief, vanwege het hoge onzekerheidsgehalte, niet geadviseerd. Daarnaast wordt elke vijf jaar het plan herzien en de volgende vijf jaar meegenomen. Op deze manier is er een geleidelijke ingroei in het tarief mogelijk.

1.3 Borging voldoende personeel Voor de uitvoering van de watertaken is voldoende personeel nodig. Uit de berekening van de formatietool ‘personele capaciteit’ (Kennisbank Stedelijk Water van Stichting RIONED) volgt dat er een tekort is aan formatie. Dit wordt op dit moment ook als zodanig ervaren. De opgaven voor vervanging riolering en gemalen vragen om extra inzet. Daarnaast komen er extra taken bij door het integraal oppakken van projecten. Door klimaatverandering komen er extra vraagstukken bij om de leefomgeving voor te bereiden op weersextremen. Er wordt daarom voorgesteld om de formatie uit te breiden met 3 fte, waarvan 2,5 fte onder de exploitatie van de riolering kan worden gefinancierd: 1.

Medewerker klimaatadaptatie (50% op riolering en 50% op algemene middelen)

2.

Medewerker binnendienst

(100% op riolering)

3.

Medewerker buitendienst

(100% op riolering)

De opgave is complexer en groter. Hierdoor is meer inzet nodig, waardoor de rioolheffing stijgt. De helft van de werkzaamheden van de medewerker klimaatadaptatie betreft het onderwerp hitte. Deze inspanningen kunnen niet uit de rioolheffing worden gefinancierd en moeten daarom toegerekend worden aan de algemene middelen. De uitbreiding van deze 0,5 fte is gekoppeld aan het al dan niet toekennen van structurele middelen voor hittemaatregelen. Voorstellen hiertoe zullen bij de Perspectiefnota 2025, die als input dient voor de begroting van 2026, worden uitgewerkt en nader moeten worden afgewogen. Deze 0,5 fte wordt dus niet op voorhand ingevuld.

2.1 Borging van beleid

We moeten in ons doen en laten rekening houden met de gevolgen van het veranderende klimaat en we moeten ons hierop aanpassen. Dit komt ook naar voren in het hoofdlijnenakkoord. Binnen dit akkoord is er een specifiek programma, gericht op het aanpassen aan een veranderend klimaat. Inmiddels is dit programma een onderdeel geworden van de transitie/het programma Landschap in balans. In het beleidsplan worden kaders vastgelegd voor het klimaatadaptief maken van het bestaande bebouwd gebied.

Dit najaar start het project ‘Routekaarten, duurzaamheidsaanpak in projecten en processen’. Hierin worden kaders uitgewerkt om duurzaamheid – in de brede zin van het woord- in elk relevant project en proces te borgen. Het betreft een integrale benadering van de thema’s circulaire economie, klimaatadaptatie, biodiversiteit, energietransitie en sociaal domein. Dit project bouwt verder op de kaders die in het beleidsplan klimaatadaptatie bebouwd gebied worden benoemd.

3.1 Wijzigen begroting In de Themabegroting 2025 (welke in de raad van november aan u wordt voorgelegd) zijn de middelen opgenomen gebaseerd op het vigerend Watertakenplan 2021-2024. Het Watertakenplan 2025-2029 leidt tot mutaties. Via een begrotingswijziging kunnen deze wijzigingen worden verwerkt in de budgetten en krediet van de begroting 2025 (het resultaat hiervan wordt gepresenteerd in de Voorjaarsrapportage 2025 bij de raadsbesluiten). Per saldo heeft dit € 137.000, - € 11.000, - € 271.000 en - € 125.000 invloed op het resultaat voor respectievelijk de jaren 2025, 2026, 2027 en 2028 (zie ook de bijgevoegde begrotingswijziging). Dit heeft voornamelijk te maken met de toerekening van btw en interne kosten. De overige lasten worden gedekt uit een verhoging van de rioolheffing met € 10 per (meerpersoons)huishouden per jaar. Dit geldt voor 2025. De jaren daarna zal het tarief meestijgen met de inflatie die wordt berekend in de begroting van dat betreffende jaar.

ontwikkeling rioolheffing meerpersoons huishouden 2025

2026

2027

2028

2029

Bij 4,5% inflatie per jaar in de planperiode

€ 273*

€ 283*

€ 293*

€ 303*

€ 263

*werkelijke ontwikkeling wordt bepaald a.d.h.v. de inflatie die wordt berekend in de begroting van dat betreffende jaar

Risico’s of kanttekeningen 1.1 Te beschouwen termijn Door de kortere termijn te beschouwen van 20 jaar in plaats van 80 jaar is de verwachte stijging van de investeringen vanaf 2045 niet meegenomen in de rioolheffingsberekening. Aangezien er in de periode 1970 vele woningen - en daarmee riolering - is aangelegd, zal de vervangingsopgaaf voor riolering na de planperiode verder toenemen. Of deze leidingen inderdaad op dat moment vervangen moeten worden is echter niet zeker. In de komende 20 jaar kunnen ontwikkeling in bijvoorbeeld risicogestuurd beheer of innovaties tot andere inzichten leiden. Verder kijken dan 20 jaar wordt, vanwege de hoge mate van onzekerheid, niet geadviseerd vanuit financieel perspectief. Om de 4 à 5 jaar wordt het watertakenplan geactualiseerd. Op deze wijze zal fasegewijs de riolering van de jaren ’70 in beeld komen en kan dan een inschatting gemaakt worden op basis van op dat moment aanwezige kennis en inzichten. Hierbij bestaat het risico dat er grotere sprongen in de heffing plaats moeten vinden.

1.2 Onzekerheid inflatie- en rentepercentage De afgelopen jaren hebben we gemerkt dat de kostenstijging hoog kan oplopen. Doordat rioleringswerkzaamheden relatief veel materiaal en energie kosten, stegen de uitgaven flink. We hebben aannames gedaan om de kostenstijging voor de investeringen de komende jaren in te schatten. De grote fluctuaties van de afgelopen jaren maakten dit lastig. Met een tussentijdse herberekening van de rioolheffing, als onderdeel van de tussentijdse evaluatie, willen we de ontwikkeling goed in beeld houden.

1.3 Onzekerheid uitvoering, o.a. door personele capaciteit In de afgelopen jaren is vertraging ontstaan in de voorbereiding en uitvoering van projecten. Dit werd vooral veroorzaakt door capaciteitstekort binnen de eigen organisatie (verloop en daarmee vacatures), krapte op de arbeidsmarkt en beperkte beschikbaarheid van materialen. Wachttijden nemen toe en dat zorgt steeds vaker voor vertraging in de uitvoering. Met de tussentijdse evaluatie houden we in beeld welke projecten wel en niet zijn uitgevoerd. Als we merken dat op grote schaal vertraging optreedt, dan kunnen we kiezen voor een eerdere herberekening van de rioolheffing.

1.4 De stijging van de lasten zorg ook voor een stijging van de rioolheffing met € 10 Zoals al is aangegeven zijn de lasten op basis van de huidige berekeningen de nog te verwachten kosten hoger dan in het vorige watertakenplan. Dit zorgt voor een eerste stijging van het tarief met € 10. Wanneer wordt ingestemd met het watertakenplan dat nu voorligt wordt ook ingestemd met deze tariefstijging. De vaststelling van het tarief vindt expliciet plaats bij het vaststellen van de verordening in december. Wanneer niet wordt ingestemd met deze tariefstijging en wel met het watertakenplan, dan zal er veel sneller worden ingeteerd op de voorziening voor van derden verkregen middelen. Nu wordt deze geleidelijk ingezet in 20 jaar. Wanneer niet wordt ingestemd met de verhoging van de rioolheffing kunnen niet alle projecten worden uitgevoerd. Dit geeft ook een risico op het niet kunnen doorgaan van integrale (werk met werk) projecten waar deze rioolvervangingen onderdeel van zijn. In de toekomst zal de rioolheffing verder stijgen omdat de projecten doorschuiven.

2.1 Het onderdeel “hitte” is beleidsmatig opgenomen in het beleidsplan klimaatadaptatie bebouwd gebied en vertaald in opgaven in het uitvoeringsplan klimaatadaptatie bebouwd gebied, welke is vastgesteld door het college. Echter is nog niet voorzien in structurele financiering voor de opgaven van dit onderdeel. Voor 2025 is voorzien in incidentele middelen. In het proces van de Perspectiefnota 2025 zal afweging plaats moeten vinden m.b.t. financiering/dekking van de opgaven voor “hitte” en de hieraan te koppelen strategie naar 2050. Dit zal dus meegaan in de integrale afweging zoals we die hebben afgesproken.

De ambities zoals opgenomen in beleids- en uitvoeringsplan klimaatadaptatie bebouwd gebied zijn waar mogelijk gekoppeld aan geplande werkzaamheden. In de afgelopen jaren zijn er veel projecten vertraagd, doordat bij de gemeente of bij de organisatie met wie we werken vertraging optrad. Dit heeft vooral te maken met krapte op de arbeidsmarkt en beperkte beschikbaarheid van materialen en de inzet van nutspartijen. Wachttijden nemen toe en dat zorgt steeds vaker voor vertraging in de uitvoering.

2.2 Hittemaatregelen en uitbreiding fte voor inzet hitte-vraagstukken, keuzes bij perspectiefnota 2025

Wanneer niet wordt gekozen voor uitbreiding van 0,5 fte voor inzet hitte en daarbij behorende financiële middelen voor uitvoeringsmaatregelen zal er later in de tijd, in een kortere periode, inspanningen nodig zijn om de knelpunten te verhelpen. Bij het planten van bomen duurt het meerdere jaren om een substantiële boomkroon en daarmee schaduw te ontwikkelen. Als hier laat mee gestart wordt zal ook het gewenste effect later optreden. Wanneer de uitbreiding van 0,5 fte voor hitte niet beschikbaar is kan ook niet begonnen worden met de planontwikkeling.

Communicatie en participatie Informeren via persbericht. Het bestaande beleid wordt geactualiseerd voortgezet. De communicatie over de tarieven gaat via de reguliere weg na het vaststellen van de verordening. Op termijn kan binnen de communicatie rond het onderwerp klimaatadaptatie (vanuit de ‘Eén voor één groener’ campagne) het watertakenplan uitgelicht worden zodat inwoners meer kennis kunnen verkrijgen over de taak van de gemeente hierin en de manier waarop dit wordt uitgevoerd.

Financiën Bij het opstellen van het Watertakenplan 2025-2029 is opnieuw gekeken naar de taken die op ons afkomen. In het Watertakenplan is een kostendekkingsplan opgenomen. Voor de komende 20 jaar hebben we op basis van de actuele situatie, ervaringen uit het verleden en landelijke kengetallen de totale kosten geraamd. Zoals afgesproken bij de actualisatie van de investeringen is voor de toekomstige investeringen een taakstelling van 10% opgenomen in de verwachting dat hierdoor de rioolheffing niet zou stijgen. Dat blijkt niet het geval. De redenen hiervoor zijn:

• De prijsstijgingen in de afgelopen jaren zijn hoger geweest dan waar het huidige Watertakenplan mee heeft gerekend. (CBS: kostenstijging van januari 2020 tot januari 2024, 34%). Hierdoor zijn de startbedragen al hoger. • Een deel van de planning is de afgelopen jaren niet uitgevoerd, die komen nu bij de geplande werkzaamheden op. • Daarnaast is in het nieuwe Watertakenplan een uitbreiding van personeel opgenomen, die ook uit de rioolheffing gefinancierd moet worden.

Er bestaat een voorziening voor van derden verkregen middelen waarin de afgelopen jaren de meeropbrengst van de rioolheffing in is opgenomen. Per 1-1-2025 wordt de stand van deze voorziening geraamd op € 14.903.000. Bij het vorige watertakenplan was er nog sprake van een voorziening voor vervangingsinvesteringen, waarbij gedane investeringen ineens ten laste van deze voorziening konden worden gebracht. De accountant was van mening dat de onderbouwing van deze voorziening onvoldoende was in het vorige watertakenplan, waardoor deze voorziening moest komen te vervallen (en het saldo is toegevoegd aan de voorziening voor van derden verkregen middelen). Bij dit watertakenplan is niet opnieuw gekozen voor het instellen van een voorziening voor vervangingsinvesteringen. Alle investeringen worden geactiveerd en de kapitaallasten worden ten laste van het tarief gebracht. In het nieuwe Watertakenplan wordt de voorziening voor van derden verkregen middelen in 20 jaar afgebouwd naar nul en daarmee ingezet ter demping van de stijging van de rioolheffing.

De 20 jaar is gelijk aan de periode die wij hanteren voor het berekenen van de rioolheffing. In het huidige watertakenplan 2021-2024 is gekozen voor de periode van 80 jaar, te weten de langste cyclus voor vervanging. In dit nieuwe watertakenplan wordt voorgesteld om deze periode te verkorten naar 20 jaar. De redenen hiervoor zijn dat ook voor riolering een periode van 20 jaar al vrij lang is, de onzekerheid voor de periode na 20 jaar groot is en elke vijf jaar wordt dit weer opnieuw beoordeeld. Over vijf jaar wordt dus de volgende vijf jaar erbij gepakt, waardoor je een langzame ingroei krijgt in tarieven en kosten.

Conform voorgaande uitgangspunten is het nu geraamde tarief € 10 hoger per (meerpersoons)huishouden dan het huidige tarief. Daarbij is voor 2025 rekening gehouden met de inflatiecorrectie van 4,5%, zoals ook voor de rest van de begroting geldt. Voor de jaren daarna is geen rekening gehouden met inflatie, aangezien we rekenen met constante prijzen en deze dus jaarlijks bij het opstellen van de begroting worden herzien. Hiermee zal dan ook de rioolheffing stijgen. Eén van de kostenstijgingen in het nieuwe watertakenplan is een stijging van 2,5 fte. Alleen met deze uitbreiding is het mogelijk om de taken die voor ons liggen uit te voeren.

In het uitvoeringsplan klimaatadaptatie bebouwd gebied, dat is vastgesteld door het college, zijn de maatregelen benoemd die volgen uit Beleidsplan klimaatadaptatie. De maatregelen voor wateroverlast en droogte kunnen worden gedekt uit de rioolheffing. Deze maatregelen zijn financieel vertaald in het Watertakenplan 2025 – 2029. Er zijn nog geen structurele financiële middelen beschikbaar voor hittemaatregelen. Voor 2025 is incidenteel € 100.000 voor hittemaatregelen beschikbaar gesteld. Verder worden er bij de herinrichting van het centrum ook maatregelen genomen tegen hittestress en wateroverlast. Bij de Perspectiefnota 2025 zal opnieuw een voorstel worden ingediend om deze kosten mee te nemen. Dit voorstel zal worden meegenomen in de integrale afweging. Afhankelijk van de toekenning hiervan kan de uitvoering ter hand worden genomen en kan ook de betreffende 0,5 fte wel of niet worden geworven.

Bijlagen 1. Watertakenplan Heerenveen 2025 - 2029 2. Beleidsplan klimaatadaptatie bebouwd gebied 3. Begrotingswijziging Watertakenplan 2025 - 2029 4. Uitvoeringsplan klimaatadaptatie bebouwd gebied 2025-2029 (informerend)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=7449ed11-aafa-4f0f-8728-a28032f95dd9