Raadsvoorstel Startnotitie sport- en bewegen
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad Opsteller Klijnstra, Moniek Kenmerk Z.24.439988 / D.24.1796953 Vertrouwelijkheid Openbaar Onderwerp Raadsvoorstel startnotitie sport- en bewegen
Voorgesteld besluit 1. De startnotitie Sport- & Beweegbeleid vast te stellen, met de uitgangspunten: • Sport en bewegen is toegankelijk voor iedereen (sociaal, financieel en praktisch); • Sport en bewegen als middel (voor kwetsbare doelgroepen); • Vitale sportaanbieders en het verstevigen van de sociale veiligheid; • Heerenveen als podium voor breedte- en topsport, waarbij de economische en maatschappelijke meerwaarde van breedte- en topsport wordt bevorderd en meer wordt benut; • Duidelijke basis voor het faciliteren van sport en bewegen: Heldere sportinfrastructuur, efficiënt accommodatie gebruik en beweegvriendelijke omgeving.
Inleiding Het huidige sportbeleid ‘In Heerenveen beweegt het’ loopt af in 2025. Daarom werkt de gemeente Heerenveen aan nieuw sport & beweegbeleid dat in gaat vanaf 1 januari 2026. Deze startnotitie geeft een overzicht van de context, de huidige sport- en beweeg opgaven, de belangrijkste uitgangspunten en de aanpak voor het nieuwe sportbeleid. De gemeente Heerenveen heeft een rijk en divers sport- en beweegaanbod en een levendig beweegklimaat. Dankzij de unieke combinatie van top- en breedtesport organisaties en accommodaties, staat de gemeente Heerenveen bekend als stad van sport. Er zijn veel partijen actief in het stimuleren van sport en beweging, waaronder sportverenigingen, commerciële sportaanbieders, team buurtsportcoaches, Sport Fryslân, Topsport NOORD, ’n Gouden Plak en het Lokaal Sportakkoord Heerenveen. Ook zijn er binnen de gemeente veel verschillende plekken die uitnodigen om te gaan bewegen; denk aan Sportstad, Thialf en sportaccommodaties maar ook vrij toegankelijke openbare voorzieningen zoals een pumptrack, playgrounds en de speeltuinen. Om dit levendige sport- en beweegklimaat in de gemeente Heerenveen op peil te houden én verder te ontwikkelen, is nieuw beleid nodig. Daarnaast zijn er ontwikkelingen die vragen om een vernieuwde kijk op het sport- en beweegbeleid.
Het doel van het nieuwe sport- en beweegbeleid is om meer inwoners van de gemeente Heerenveen te laten doen sporten en bewegen én het (top)sportprofiel te versterken.
Beoogd effect Het doel van de startnotitie is het kader en de uitgangspunten vast te leggen op inhoud en proces én afspraken te maken over het proces, de participatie en de planning.
Argumenten 1.1 Hierdoor worden de gezamenlijke uitgangspunten en planning voor het nieuwe sport- en beweegbeleid vastgelegd. Het huidige sportbeleid ‘In Heerenveen beweegt het’ loopt af in 2025. Daarom werkt de gemeente Heerenveen aan nieuw sport & beweegbeleid vanaf 1 januari 2026 en loopt tot en met 31 december 2030. Deze startnotitie geeft een overzicht van de context, de huidige sport- en beweeg opgaven, de belangrijkste uitgangspunten en de aanpak voor het nieuwe sportbeleid. Door de uitgangspunten vast te stellen, kan het nieuwe sport- en beweegbeleid verder worden ontwikkeld vanuit deze kaders. Het nieuwe sportbeleid richt zich met name op de breedte- en topsport. Beleid rondom sportaccommodaties wordt alleen meegenomen voor zover het de maatschappelijke inzet van deze accommodaties betreft. Het nieuwe sportbeleid heeft als uiteindelijke doel om meer inwoners van de gemeente Heerenveen mee te laten doen aan sport en bewegen én het (top)sportprofiel te versterken. Het gaat om de volgende uitgangspunten: - Sport en bewegen is toegankelijk voor iedereen (sociaal, financieel en praktisch); Dit uitgangspunt heeft betrekking op het wegnemen van drempels om te gaan sporten en bewegen. Deze drempels kunnen sociaal, financieel en praktisch zijn. We willen dat iedere inwoner kan genieten van de Heerenveense sportwereld.
Naast zelf sport en bewegen, betekent dat ook het helpen als vrijwilliger of kijken naar een (topsport)wedstrijd. - Sport en bewegen als middel ( voor de kwetsbare doelroep); Door sport en bewegen als middel in te zetten, komen meer inwoners in aanraking met sport en bewegen waardoor ook de kwetsbare inwoners de positieve effecten van sport en bewegen kunnen ervaren. Ook geldt dat kinderen die op jonge leeftijd veel bewegen op latere leeftijd actiever blijven en minder risico hebben op gezondheidsproblemen. - Vitale sportaanbieders en het verstevigen van de sociale veiligheid; Het verenigingsleven is levendig, zorgt voor saamhorigheid en verbindt inwoners met elkaar. Sterke (vitale) verenigingen zijn beter in staat om in te spelen op maatschappelijke uitdagingen. Het is daarom van belang om deze sportverenigingen te ondersteunen richting een vitale toekomst. Daarbij zijn er twee belangrijke opgaven: één loket voor clubondersteuning en de vierbasiseisen voor sociaal veilige sport. - Heerenveen als podium voor breedte- en topsport, waarbij de economische en maatschappelijke meerwaarde van breedte- en topsport wordt bevorderd en meer wordt benut; Heerenveen staat bekend als stad van sport. Dat hebben we o.a. te danken aan de topsport, maar ook het levendige breedtesportaanbod. Naast de maatschappelijke waarde van (top)sport, heeft (top)sport ook een economische waarde.
Dit door o.a. de vele toeschouwers én de wereldwijde naamsbekendheid van Heerenveen door de topsport. Het fundament van de top- en breedtesport wordt verder uitgebreid om deze identiteit te behouden. - Duidelijke basis voor het faciliteren van sport en bewegen. Een voorwaarde om te kunnen sporten en bewegen is de ruimte om dat te kunnen doen. Bijvoorbeeld een sportaccommodatie of de openbare ruimte. De ruimte moet uitnodigen om te gaan sporten en bewegen. Ook de maatschappelijke inzet van deze sportaccommodaties is van belang. 1.2 De startnotitie legt de aanpak en planning van het nieuwe sport- en beweegbeleid vast.
De planning en procedure van het nieuwe beleid komt vast te staan waardoor duidelijk is wat er in het proces kan worden verwacht.
Risico’s of kanttekeningen 1.1. Een groot deel van de budgetten zijn incidenteel. Een groot deel van het budget dat beschikbaar is voor sportstimulering is afhankelijk van de Specifieke Uitkering Brede Regeling Combinatiefunctionaris. Wanneer deze SPUK komt te vervallen, zal dit gevolgen hebben voor de uitvoering van het sport- en beweegbeleid. 1.2. Brede participatie leidt tot verwachtingen Er wordt ingezet op brede participatie van verschillende doelgroepen. Dit kan leiden tot bepaalde verwachtingen. Er wordt niet ingezet op extra (structurele) middelen gezien de financiële situatie van de gemeente Heerenveen. De verwachtingen sluiten in geval van brede participatie mogelijk niet aan op de realiteit en beschikbare middelen.
Communicatie en participatie De planning is opgedeeld in 4 fasen. Fase 1: Focus op startnotitie; in derde kwartaal 2024 Fase 2: Starten met ophalen van informatie; in derde en vierde kwartaal 2024 tot en met tweede kwartaal 2025. Fase 3: Uitwerken van de uitgangspunten in nieuw beleid; in tweede en derde kwartaal 2025 Fase 4: Vaststellen van het nieuwe sport- en beweegbeleid door de gemeenteraad; in vierde kwartaal 2025 In fase 2 worden gespreken met verschillende doelgroepen gevoerd waarbij de behoefte per doelgroep wordt achterhaald. Wat heeft de doelgroep nodig om sport en bewegen vanzelfsprekend onderdeel van hun dagelijks leven te maken? Daarnaast is op dit moment een verenigingsonderzoek gestart. De uitkomsten van deze gesprekken worden in fase 3 omschreven in nieuw sport- beweegbeleid waarna dit beleid in fase 4 aan de gemeenteraad wordt voorgelegd.
Financiën Er wordt rekening gehouden met de huidige financiële situatie van de gemeente Heerenveen. Daarom wordt er in beginsel ingezet op sportbeleid dat past binnen de huidige begroting (inclusief de SPUK). Een groot deel van het budget dat beschikbaar is voor sportstimulering is afhankelijk van de Specifieke Uitkering Brede Regeling Combinatiefunctionaris. Wanneer deze SPUK's komen te vervallen, zal dit gevolgen hebben voor de uitvoering van het sport- en beweegbeleid. Project Duurzaam en Gezond Financieel Perspectief: Het taakveld Sportbeleid en activeren is aangemerkt als taakveld waarvoor een vervolgonderzoek wordt gestart als onderdeel van de onderzoeksrichting vanuit de benchmark. Het feit dat een taakveld interessant wordt bevonden als onderzoeksrichting, betekent echter niet per definitie dat dit automatisch zal resulteren in ombuigingsvoorstellen. Het duidt aan dat uit de benchmark en gesprekken blijkt dat er potentiële onderzoeksrichtingen zijn, die onderzocht zullen worden. De ombuigingsvoorstellen die uit de onderzoekrichtingen voortkomt zullen aan de raad worden voorgelegd bij de perspectiefnota 2025.
Bijlagen 1. Startnotitie sport- en beweegbeleid