Raadsvoorstel Startnotitie programma buitengebied en MER
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad Opsteller Schuil, Bouber Kenmerk Z.23.389765 / D.23.1616011 Vertrouwelijkheid Openbaar Onderwerp Startnotitie programma buitengebied en MER
Onderwerp Startnotitie programma buitengebied en MER
Voorgesteld besluit De startnotitie programma buitengebied en MER vast te stellen.
Inleiding Op 1 januari 2024, wellicht later, treedt de Omgevingswet in werking. Vanaf dat moment worden de geldende bestemmingsplannen van rechtswege het zogenaamde tijdelijk omgevingsplan van de gemeente Heerenveen. De gemeente heeft vervolgens tot en met 2029 de tijd om deze plannen om te zetten naar het nieuwe gemeentedekkende omgevingsplan. De gemeenteraad stelde de Startnota omgevingsplan op 27 januari 2022 vast. Daarmee stelde de raad ook een stapsgewijze aanpak van de overgang van het tijdelijk omgevingsplan naar het nieuwe omgevingsplan vast. Eén van de deelgebieden die we het eerst oppakken is het buitengebied. Voordat we echt starten met opstellen van het omgevingsplan voor het buitengebied werken we het programma buitengebied en milieueffectrapport uit. Het programma buitengebied staat aangekondigd in de vastgestelde omgevingsvisie. In de omgevingsvisie staat over het programma buitengebied onder andere het volgende: “Ten behoeve van het op te stellen Omgevingsplan wordt in het Programma Buitengebied het bestaande beleid geactualiseerd.” Via dit raadsvoorstel nemen wij de raad mee bij de voorbereiding van het programma door de raad de startnotitie vast te laten stellen.
Daarmee geeft de raad het college het kader voor de verdere uitwerking van het programma buitengebied dat samen moet gaan met een milieueffectrapportage en een passende beoordeling voor Natura2000 gebieden.
Beoogd effect Samen met inwoners, ondernemers, belangenorganisaties en medeoverheden werken het college aan een breed gedragen programma buitengebied dat als basis kan dienen voor het op te stellen omgevingsplan voor het buitengebied van de gemeente Heerenveen. Het programma bouwt verder op de uitgangspunten van de omgevingsvisie. De uitgewerkte keuzes in het programma steunen op de uitkomsten van de passende beoordeling en de begeleidende milieueffectrapportage die het college moet opstellen.
Argumenten De Omgevingswet schrijft voor dat het college van burgemeester en wethouders bevoegd is het programma vast te stellen. De gemeenteraad heeft daarom vanuit een kaderstellende rol vooral bij aanvang van het opstellen van programma's, in het kader van de Omgevingswet, een belangrijke rol. Door de raad te betrekken bij de startnotitie kan de raad kennis nemen van de aanpak, deze vaststellen als kader voor het college en kan de raad het college aandachtspunten meegeven voordat het college het proces gaat starten. De startnotitie beschrijft de aanpak voor het opstellen van het programma buitengebied en het MER. Vervolgens gaat de startnotitie verder in op de vragen waarom we een programma opstellen en waarom een MER en passende beoordeling noodzakelijk zijn. Ook gaat de startnotitie in op de vragen wat een programma is, wat we met het programma willen bereiken en hoe we het project afbakenen. Tot slot geeft de startnotitie inzicht in het proces om tot vaststelling te komen en komen de financiën kort aan de orde.
Risico’s of kanttekeningen Het programma buitengebied is een zogenaamd vrijwillig programma. Een nadere uitleg van het vrijwillig programma staat in de startnotitie. Voor de uitwerking en vaststelling van het programma voorziet het college een aantal organisatorische risico's. Eén van de risico's betreft het beschikbaar hebben en houden van ambtelijke capaciteit. Onze organisatie staat voor veel vraagstukken en opgaven waar we gelijktijdig aan moeten werken. Dat legt veel druk op de organisatie en het beschikbaar hebben en houden van capaciteit. Via onze urenramingen en reserveringen maken we zo goed mogelijk capaciteit vrij om in te zetten voor dit project. Een ander risico is dat we het maken van het Milieueffectrapport en de passende beoordeling uitbesteden. Wij schatten in dat deze markt gespannen is. Dat kan ertoe leiden dat de planning gaat schuiven omdat bureaus niet op tijd kunnen starten of mogelijk meer tijd nodig hebben om tot productie te komen. Een derde risico dat we willen noemen is dat participatiemoeheid op de loer ligt. Niet alleen omdat wij onze inwoners en ondernemers steeds bevragen, maar ook omdat andere overheden dat doen. Bij de uitwerking van het participatieplan moeten we oog daarvoor hebben en passende participatiemethoden inzetten. Het laatste risico waar we op wijzen is de gelijktijdigheid van veel (strategische) gebiedsprocessen.
Het Rijk oefent via provincies en daardoor op gemeenten grote druk uit om allerlei grote complexe vraagstukken, onder andere voor het landelijk gebied, met grote spoed op te lossen. Dit jaar moeten diverse strategische beleidsdocumenten opgesteld worden zoals het Fries Programma Landelijk Gebied, een gebiedsgerichte aanpak voor het landelijk gebied, de Blauwe Omgevingsvisie van het Wetterskip en de verdere uitwerking van het uitvoeringsprogramma Stikstof. Het Rijk werkt ondertussen zelf nog aan het landbouwakkoord. Daarin moet het langetermijnperspectief voor de landbouw duidelijk worden. Kortom er loopt heel veel gelijktijdig. Bij het opstellen van ons programma landelijk gebied moeten we slim gebruik maken van onderzoeken en participatie-opbrengsten uit genoemde processen. Het opstellen van ons eigen programma biedt ook een kans om de positie en belangen van de gemeente Heerenveen goed naar voren te brengen. Het risico is wel dat tijdlijnen niet goed samenlopen waardoor wij de juiste inbreng misschien niet kunnen geven of niet kunnen krijgen. Ambtelijke en bestuurlijk sluiten wij zo goed mogelijk aan bij genoemde processen binnen onze provincie om dat risico zo klein mogelijk te maken.
Communicatie en participatie Voor het project werken we een participatie- en communicatieplan uit. Dat doen we in samenwerking met het adviesbureau dat het Milieueffectrapport gaat opstellen. De startnotitie geeft een korte aanzet daarvoor.
Financiën Voor het opstellen van het programma en het MER is in de begroting dit jaar voldoende budget beschikbaar gesteld.
Bijlagen Startnotitie programma buitengebied en MER