Raadsvoorstel Ontwerp Centrumgemeenteregeling Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Fryslân (urgentieverordening)
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad Opsteller Meerstra, Youri Kenmerk Z.25.475321 / D.25.1926290 Vertrouwelijkheid Openbaar Onderwerp Ontwerp Centrumgemeenteregeling Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Fryslân (urgentieverordening)
Voorgesteld besluit Aan de gemeenteraad voor te stellen: 1. Geen zienswijze in te dienen op de ontwerp Centrumgemeenteregeling samenwerking inzake de Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Fryslân (urgentieverordening); 2. Op grond van artikel 1, vierde lid, Wet gemeenschappelijke regelingen, toestemming te verlenen voor het treffen van de centrumgemeenteregeling.
Inleiding Het rijksprogramma ‘Een thuis voor iedereen’ (mei 2022) beoogt dat er voldoende betaalbare woningen zijn voor bepaalde aandachtsgroepen en dat een eerlijke verdeling (fair share) van deze aandachtsgroepen over gemeenten wordt gerealiseerd. Via de regionale woondeals zijn afspraken gemaakt over het aantal toe te voegen woningen, waaronder sociale huurwoningen. In dit rijksprogramma is ook het voornemen opgenomen om gemeenten te verplichten om urgentie van een aantal aandachtsgroepen via een verordening te regelen. Onder deze urgente doelgroepen wordt verstaan woningzoekenden: • Die mantelzorg ontvangen of verlenen; • Die op grond van een ernstige en chronische medische reden dringend huisvesting nodig hebben; • Uit de maatschappelijke opvang, waaronder daklozen, uit de opvang slachtoffers huiselijk geweld (‘vrouwenopvang’) en opvang slachtoffers mensenhandel; • Die uitstromen na intramuraal verblijf (o.a. beschermd wonen of klinische geestelijke gezondheidszorg); • Die uitstromen uit forensische zorg met verblijf; • Tussen 18 en 23 jaar uit jeugdhulp met verblijf; • Uit de (jeugd)detentie; • Die deelnemen aan het uitstapprogramma voor stoppende sekswerkers.
In Fries verband is er tevens voor gekozen om statushouders als urgente doelgroep op te nemen. Onder de Huisvestingswet 2014 hebben gemeenten ook nu al de mogelijkheid om onder voorwaarden regels te stellen voor een rechtvaardige verdeling van schaarse woonruimte. Dit moet via een huisvestingsverordening. In een huisvestingsverordening kan ook een urgentieregeling worden opgenomen. Per 1 januari 2026 worden gemeenten verplicht om een urgentieregeling, als onderdeel van deze huisvestingsverordening, in te voeren. De Wet versterking regie volkshuisvesting (hierna: Wvrv) die dit regelt, ligt nu ter vaststelling voor bij de Tweede Kamer. De wetgever beoogt hiermee in de eerste plaats dat woningzoekenden in een kwetsbare en afhankelijke positie tijdig een woning kunnen vinden. In de tweede plaats moet dit uitstroom uit instellingen mogelijk maken, zodat zorgplekken beschikbaar zijn voor mensen die die plekken nodig hebben. Ten derde krijgen mensen hiermee de kans om mee te doen in de samenleving, vanuit het principe ‘wonen eerst’. Zo wordt invulling gegeven aan het hiervoor genoemde programma ‘Een thuis voor iedereen’. De urgentieregeling zorgt ervoor dat deze urgent woningzoekenden voorrang krijgen bij het toewijzen van een deel van de sociale huurwoningen.
Frysk traject In Fryslân hebben gemeenten gekozen voor samenwerking aan een regionale urgentieregeling, met als doel transparantie en rechtszekerheid voor woningzoekenden te waarborgen. Daarmee anticiperen de Friese gemeenten op de aankomende verplichting vanuit de Wvrv. Ons college is, net als alle andere Friese colleges, eerder betrokken geweest bij de voorbereidingen (eerste fase). Hiervoor heeft een ambtelijke afvaardiging van gemeenten in Fryslân samen met de woningcorporaties en huurdersverenigingen uitgangspunten voorbereid. Dit heeft geleid tot de Uitgangspuntennotitie Fryske urgentieverordening zoals vastgesteld door ons college op 13 februari 2024. U bent hierover door middel van onze brief van 13 februari 2024 geïnformeerd. Hierna is de tweede fase gestart, rekening houdend met de vastgestelde uitgangspunten uit de eerste fase. In de tweede fase zijn de gemeenten, woningcorporaties en huurdersverenigingen begonnen met het uitwerken van de urgentieregeling, inclusief de organisatorische en financiële aspecten. Bij het in kaart brengen van de te doorlopen processen van verschillende urgente doelgroepen, zijn ook medewerkers van onder andere de PI, Vluchtelingenwerk, Maatschappelijke Opvang en GGZ betrokken. De provincie is ambtelijk vertegenwoordigd in de projectgroep.
Tussentijds zijn de gemeenteraden in verschillende fases geïnformeerd over de urgentieregeling (verordening). Centrumgemeenteregeling Naast voornoemde verordening is er ook een centrumgemeenteregeling nodig om uitvoering te kunnen geven aan de werkzaamheden die voortvloeien uit de Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Fryslân (urgentieverordening). Eerder is in het kader van de vaststelling van de Uitgangspuntennotitie door de Friese colleges kenbaar gemaakt dat de uitvoering is voorzien bij de gemeente Leeuwarden. In de nieuwe centrumgemeenteregeling wordt geregeld dat het college van Leeuwarden namens de andere colleges de werkzaamheden die voortvloeien uit de verordening uitvoert. Als bijlage treft u de ontwerp Centrumgemeenteregeling samenwerking inzake de Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Fryslân (urgentieverordening) aan. Op grond van artikel 1 lid 2 Wet gemeenschappelijke regelingen wordt de ontwerp centrumgemeenteregeling aan uw gemeenteraad voorgelegd. Qua werkwijze wordt aangesloten bij andere ontwerp centrumgemeenteregelingen waarbij voorgesteld wordt geen zienswijzen in te dienen.
Tijdspad Onderstaand in een aantal punten de verwachte planning: • 3 februari t/m 28 februari: behandelen en vaststellen ter inzagelegging ontwerp Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Fryslân (urgentieverordening); • 10 maart t/m 2 mei: tervisielegging ontwerp urgentieverordening; • Maart t/m half mei: besluitvorming in gemeenteraad over raadsvoorstel verzoek geen zienswijze af te geven op de ontwerp Centrumgemeenteregeling);
• Uiterlijk 7 mei: inleveren inspraakreacties door alle 18 gemeenten; • T/m 28 mei: Opstellen reactienota urgentieverordening; • Uiterlijk 12 september: vaststellen urgentieverordening, inspraaknota en toestemming verlenen (i.h.k.v. de Centrumgemeenteregeling); • Uiterlijk 24 oktober: besluitvorming in alle 18 gemeenteraden (verordening); • Medio november: besluitvorming in alle 18 colleges (centrumgemeenteregeling); • Eind november: publiceren; • 1 januari 2026: inwerkingtreding.
Beoogd effect Het tijdig toewijzen van een betaalbare huurwoning voor woningzoekenden in een kwetsbare en afhankelijke positie en een betere doorstroom in instellingen die deze doelgroepen opvangen.
Argumenten 1.1 Het voorleggen van de ontwerp Centrumgemeenteregeling aan de gemeenteraad is conform artikel 10 lid 5 Wet gemeenschappelijke regelingen. 1.2 De ontwerp Centrumgemeenteregeling is zorgvuldig tot stand gekomen. Qua werkwijze wordt aangesloten bij andere ontwerp centrumgemeenteregelingen waarbij ook voorgesteld wordt geen zienswijzen in te dienen. Ook is de Urgentieverordening en het proces eromheen in gezamenlijk verband opgezet om een zorgvuldige behandeling te verzekeren. 1.3 Door af te zien van het indienen van een zienswijze op de ontwerp Centrumgemeenteregeling, blijft de regeling consistent voor alle betrokken gemeenten. Het indienen van zienswijzen kan leiden tot uiteenlopende wensen per gemeente, wat de uniformiteit binnen de 18 gemeenten kan bemoeilijken. Dit zou voor gemeente Heerenveen kunnen betekenen dat een individuele aanpak moet worden opgezet, waar ook capaciteit en middelen voor moeten worden ingericht. Door de regeling ongewijzigd te laten, wordt een eenduidige en samenhangende aanpak gewaarborgd.
Risico’s of kanttekeningen 1.1 De Wet versterking regie op de volkshuisvesting treedt mogelijk niet in op 1 januari 2026. De wettelijke grondslag onder elke urgentieverordening is de Huisvestingswet. De urgentieverordening is echter onder de huidige wet nog niet verplicht (wel mogelijk). Dat verandert wanneer de Wet versterking regie op de volkshuisvesting wordt aangenomen. Daarmee wordt de Huisvestingswet aangepast en komt er een verplichte urgentieverordening. In het wetgevingstraject zit het risico. Deze wet ligt nu nog bij de Tweede Kamer. De minister is voornemens om de wet, op dit punt min of meer ongewijzigd, door te laten gaan. De wet lijkt hierbij op brede steun in de Tweede en Eerste Kamer te kunnen rekenen. Ook voor wat betreft het verplichten van een (regionale) urgentieverordening.
Risico is dat de wet niet wordt aangenomen of zo gewijzigd wordt dat een urgentieverordening niet verplicht wordt. Dan bestaat de mogelijkheid dat een aantal gemeenten in Fryslân “afhaakt”. Ook vervalt dan de rijksvergoeding om dit uit te voeren. Mocht deze situatie zich onverhoopt toch voordoen, dan ontstaat een geheel nieuwe situatie en zal hierover eerst het gesprek moeten worden gevoerd voordat uiteindelijke besluitvorming over de verordening plaatsvindt. Het tweede risico is dat de behandeling van de wet vertraagd wordt. In dat geval moet de verordening worden aangepast, omdat daarmee zowel de Wvrv als de Regeling versterking regie volkshuisvesting (hierna Rvrv) niet van kracht zijn. De huidige verordening gaat uit van het verplichte karakter van de verordening. Als dat niet verplicht is, zullen de gemeenten schaarste moeten aantonen. Bovendien zijn dan de genoemde categorieën woningzoekenden niet bij wet verplicht. Dat betekent dat ook de verwijzing naar de Rvrv vervalt. Dan moeten we de verordening op dat punt herformuleren. Indien het erop lijkt dat er een grote vertraging optreedt in de behandeling van de wet, zullen gemeenten eerst het nadere gesprek moeten voeren voordat uiteindelijke besluitvorming over de verordening kan plaatsvinden.
Indien sprake is van een beperkte vertraging van de wetsbehandeling, dan betekent dit hooguit dat de verordening (mogelijk) iets vertraagd van kracht wordt. 1.2 Lokaal wijzigingen aanbrengen in de verordening tast uniformiteit aan. Aangezien elke gemeente zelf de verordening moet vaststellen betekent dit in principe ook dat gemeenten zelf wijzigingen kunnen aanbrengen in de eigen verordening. Een voorbeeld hiervan is het toevoegen van aanvullende urgente doelgroepen. Dit druist in tegen het uniformiteitsprincipe, zoals vastgelegd in de Uitgangspuntennotitie (zoals vastgesteld door alle Friese colleges). De consequentie dat als een gemeente een afwijkende verordening vaststelt, de uitvoering niet of slechts gedeeltelijk aan een gezamenlijke uitvoeringsorganisatie kan worden overdragen. Gemeenten staan dan zelf aan de lat voor de uitvoering van de urgentieregeling. 1.3 De Urgentieverordening gaat uit van het toewijzen van 1/3 deel van de vrijkomende woningen aan de urgente doelgroepen. Om te voorkomen dat de positie van andere woningzoekenden wordt benadeeld en om het maatschappelijk draagvlak te behouden wordt uitgegaan van een zogenaamde ‘cap’. Dit betekent dat de gemeente niet meer dan 1/3 deel van de vrijkomende sociale huurwoningen toewijst aan urgente doelgroepen. 1.4 Vanwege het specifieke karakter is de verordening anders voor de Waddeneilanden.
Voor de Waddeneilanden is de verordening iets anders vanuit hun specifieke karakter. Het kleinschalige en afgezonderde karakter van de woningmarkt en zorginfrastructuur betekent dat een deel van de urgent woningzoekenden niet of suboptimaal te huisvesten is op de Waddeneilanden. De Waddeneilanden hebben vanwege het specifieke karakter al een woningtoewijzingssysteem voor huur- en koopwoningen op basis van de Huisvestingswet. De beperkte toegang tot de sociale huur is ook de reden dat al geruime tijd geleden tussen de gemeente Leeuwarden en de Waddeneilanden de afspraak is gemaakt dat Leeuwarden de taakstelling voor het huisvesten van vergunninghouders van de Waddeneilanden overneemt. Dit verandert niet met de nieuwe urgentieverordening. Om recht te doen aan de bijzondere positie van de Wadden is besloten dat zij terugvallen op het minimale wettelijke percentage van 15% toewijzen aan urgenten. Omdat de taakstelling van statushouders al bij de gemeente Leeuwarden ligt, kunnen de Waddeneilanden naar volkshuisvestelijk vermogen en op basis van haalbare ondersteuning voor mensen, bijdragen aan de huisvestingsopgave van wettelijk urgenten, voor zover zij een binding hebben met de eilanden. Voor die urgent woningzoekenden die wel van de Wadden komen, maar waarvoor huisvesting op het eigen Waddeneiland niet mogelijk is, voorzien de vasteland gemeenten in de huisvesting.
1.5 Uit nadere studie blijkt dat het onderbrengen van de urgentieverordening onder de centrumgemeenteregeling van Sociaal Domein Fryslân (hierna: SDF) niet logisch is. Gezien het sociale karakter van de verordening zou een logische gedachte zijn hierbij aan te sluiten bij de centrumgemeenteregeling van SDF. Echter is het beter een nieuwe regeling vast te stellen om de afspraken over de centrale organisatie en uitvoering vast te leggen. De belangrijkste overwegingen hiervoor zijn:
• De centrumgemeenteregeling SDF voorziet niet in het uitvoeren van taken die op grond van de urgentieverordening door de urgentieorganisatie moeten worden uitgevoerd. • Een nieuwe centrumgemeenteregeling voor de urgentieorganisatie stelt de Friese gemeenten in staat om de taken en bevoegdheden van de urgentieorganisatie goed te omschrijven. • Onderbrengen in de bestaande centrumgemeenteregeling zoals die nu geldt voor SDF is niet wenselijk aangezien deze binnenkort geëvalueerd zal worden. Vooruitlopend hierop een nieuw onderdeel inbrengen is om die reden niet handig. 1.6 Met de ontwerp Centrumgemeenteregeling verliezen wij geen grip op het toewijzen van urgenten. De urgentieverordening bevat, op de urgentie voor statushouders na, alleen maar de wettelijke verplichte urgente doelgroepen. De verordening regelt daarmee de wettelijke taken van de gemeente (urgenten en taakstelling statushouders). Het maakt dan weinig uit of de gemeente Heerenveen dit zelf uitvoert of elders belegt. Hoogstens is elders beleggen efficiënter. Bovendien is er op dit moment zonder verordening sowieso geen sprake van grip. Wel blijft het zo dat de verantwoordelijkheid voor de gemandateerde uitvoering bij het college ligt. Zij legt hierover verantwoording af aan de gemeenteraad. 1.7 Met het toezeggen op het niet indienen van een zienswijze verliest de raad inspraak op het verdere proces.
Er wordt binnen dit proces gekozen voor een centrumregeling. De reden waarom voor deze regeling wordt gekozen is dat er met 18 gemeenten een gegronde vrees bestaat dat er anders nagenoeg geen eenduidige regeling meer valt te maken. Zonder de centrumregeling moet de gemeente zelf de uitvoering van de urgentieverordening regelen. Dan valt dit dus lokaal en zorgt dit voor lokale druk. De centrumregeling is een Gemeenschappelijke Regeling (GR) en moet dus voldoen aan de criteria van de GR. De criteria voor het oprichten van een gemeenschappelijke regeling zijn vastgelegd in de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). De criteria zijn (artikel 1): 1. De raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van twee of meer gemeenten kunnen afzonderlijk of tezamen, ieder voor zover zij voor de eigen gemeente bevoegd zijn, een gemeenschappelijke regeling treffen ter behartiging van een of meer bepaalde belangen van die gemeenten. 2. De colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters zenden het ontwerp van de regeling toe aan de raden van de deelnemende gemeenten, met uitzondering van het ontwerp van een regeling die getroffen of mede getroffen wordt door de raden. 3.
De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van hun gemeente binnen acht weken na ontvangst van het ontwerp hun zienswijze over het ontwerp van de regeling naar voren brengen. Indien de raden geen zienswijze naar voren wensen te brengen stellen zij de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters hier zo spoedig mogelijk van op de hoogte. 4. De colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters gaan niet over tot het treffen van een regeling dan na verkregen toestemming van de gemeenteraden. De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. 5. Onder het treffen van een regeling wordt in dit artikel mede verstaan het wijzigen van, het toetreden tot en het uittreden uit een regeling. Bij een GR moet de gemeenteraad in staat worden gesteld vooraf een zienswijze in te dienen. Daarna moet de gemeenteraad toestemming geven aan het college een GR aan te gaan. Het college kan de GR slechts treffen nadat de raad toestemming heeft gegeven. De raad kan toestemming alleen onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. 1.8 De urgentieverordening is niet conform het Wetsvoorstel schrappen voorrang statushouders bij sociale huur.
Het risico van het opnemen van statushouders in de urgentieverordening, ondanks het wettelijke verbod op voorrang, is juridische strijd en mogelijke nietigheid van de regeling. Gemeenten kunnen worden
teruggefloten door de rechter of de toezichthouder (zoals de provincie), wat kan leiden tot aanpassingen, vertragingen en mogelijk rechtszaken. Bovendien kan dit maatschappelijke en politieke weerstand oproepen, wat de uitvoering van het huisvestingsbeleid bemoeilijkt.
Communicatie en participatie N.v.t.
Financiën De introductie en uitvoering van de Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Fryslân (urgentieverordening) en de hieruit voortvloeiende uitvoeringsorganisatie brengt kosten met zich mee. Hierbij maken we onderscheid in: • implementatiekosten (in aanloop naar de officiële inwerkingtreding); • structurele kosten (vanaf 1 januari 2026, de voorziene inwerkingstredingsdatum). Implementatiekosten (jaar 2024-2025) Er is gekozen om, vooruitlopend op de nieuwe wetgeving, een aanvang te maken met het vormen van de uitvoeringsorganisatie. Er is een start gemaakt op basis van een subsidie (€ 200.000) van de provincie. Hiervoor is onder andere een extern bureau aangetrokken (Companen) om de Friese gemeenten te begeleiden. De ontvangen subsidie is echter niet voldoende om het hele implementatietraject te bekostigen, zodat aanvullende middelen nodig zijn van de deelnemende gemeenten. Bij de vaststelling van de Uitgangspuntennotitie zijn hiervoor afspraken gemaakt, voor het geval de subsidie niet toereikend zou zijn. Alle gemeenten dragen hieraan bij (in 2024 bedragen deze kosten € 10.000 per gemeente, € 2.500 voor de Waddeneilanden, totaal derhalve € 150.000). Met deze € 150.000 kan ook een deel van de nog te maken kosten in 2025 worden gedekt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de inrichting van de urgentieorganisatie (kwartiermaker).
Daarnaast zullen eind 3e, begin 4e kwartaal 2025 ook de medewerkers van de urgentieorganisatie al werkzaam moeten zijn om de urgentieorganisatie goed gestalte te kunnen geven voor de aanvragen die per januari 2026 binnen gaan komen. En voor de procesbegeleiding maken we nog gebruik van een externe partij, die we voor 2025 ramen op maximaal € 150.000. Hiervoor gaan we op zoek naar externe financiering. In het geval dat deze financiering slaagt wordt dit in mindering gebracht op de nu gecalculeerde bijdrage van € 385.000. Dit betekent dat er in 2025 nogmaals een beroep op de deelnemende gemeenten zal worden gedaan voor een bijdrage. De hiervoor benodigde kosten zijn berekend op € 475.000. Dit bestaat uit de volgende onderdelen: • Kwartiermaker • Inrichten urgentieorganisatie • Externe begeleiding
€ 135.000 € 190.000 € 150.000
Totaal
€ 475.000
Inzet middelen budgetten 2024
€ - 90.000
Kosten voor gemeenten in 2025
€ 385.000
Deze kosten voor gemeenten in 2025 worden aanvullend in rekening gebracht. De verdeelsleutel die hiervoor gehanteerd wordt is gebaseerd op het inwoneraantal van gemeenten in het totaal van de provincie.
De implementatiekosten van de Fryske urgentieverordening voor 2024 en 2025 worden gedekt uit het programmabudget “Een thuis voor iedereen”. In 2024 is de bijdrage aan gemeente Leeuwarden € 10.000 geweest. De bijdrage voor 2025 bedraagt € 30.100. Structurele kosten (vanaf 2026) Vanaf 2026 dient de gemeente Heerenveen bij te dragen aan de uitvoeringsorganisatie van de Fryske urgentieverordening. De hoogte van deze structurele bijdrage is op dit moment niet precies bekend. Echter kan er wel een inschatting worden gemaakt. In het kader van de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting (Wvrv) komen er twee (deels) nieuwe taken bij voor gemeenten. 1. Het verstrekken van een urgentieverklaring en huisvestingsvergunning voor in de wet aangewezen groepen. Deze taak wordt voor alle Fryske gemeenten gezamenlijk uitgevoerd door de Urgentie Organisatie (UO). Voorstel is dat de gemeente Leeuwarden deze taak uitvoert binnen een centrumregeling. 2. Ondersteuning van dit proces door de gebiedsteams. De kosten van werkzaamheden van de UO worden vooral bepaald door het aantal urgentie verzoeken. In 2024 is bij betrokken organisaties geïnventariseerd hoeveel aanvragen zij verwachten van de doelgroep waarvoor zij actief zijn. Een hoge inschatting van het aantal uit op 1.125 aanvragen per jaar.
Vanuit referenties in andere regio’s en ervaringen rond het administratieve proces en de beoordeling van aanvragen, zien we dat voor dit aantal aanvragen een organisatie nodig is met 2 administratieve medewerkers, 2 beoordelaars en een coördinator/beleidsfunctie. Op basis van verwachte inschatting van loonkosten en bedrijfslasten bij deze organisatieomvang, berekenen we de jaarlijkse kosten van de UO op € 565.000. Hoewel dit cijfer gebaseerd is op de praktijk elders in het land en de aantallen in Fryslân, blijft er een mate van onzekerheid. Dit is opgenomen als een post onvoorzien. De structurele middelen voor de UO zijn daarmee geraamd op €700.000. Gebaseerd op het inwonersaantal betreft dit bedrag voor de gemeente Heerenveen € 55.000. Naast de urgentieorganisatie is inzet van gebiedsteams noodzakelijk in de (beperkte) voorbereiding van een urgentieaanvraag en de begeleiding van een urgente woningzoekende als hij een woning heeft gevonden. De inschatting van dit bedrag is lastig, omdat in sommige gemeenten gebiedsteams dit al doen. In andere gemeenten zullen het (deels) nieuwe taken zijn in het kader van de Wmo en medische advisering. In de gemeente Heerenveen zullen dit (deels) nieuwe taken betreffen. Dit zal leiden tot extra kosten voor ons gemeente, binnen de eigen organisatie.
Een grove schatting betekent dat dit zal leiden tot een kostenpost van €725.000 voor heel Friesland, waarvan €57.000 voor de gemeente Heerenveen. In de Memorie van toelichting bij de Wvrv wordt voor uitvoering van de gewijzigde huisvestingswet voor alle gemeenten samen een bedrag genoemd van €26.870.000. Dit bedrag zal worden toegevoegd aan het Gemeentefonds. Uitgaande van een globale verdeling van dit bedrag op basis van het inwonertal wordt ingeschat dat dit € 950.000 betekent voor de Fryske gemeenten. Op basis van deze berekening wordt de bijdrage die de gemeente Heerenveen via de algemene uitkering gaat ontvangen geraamd op € 74.000. Uitgangspunt bij de inzet van Rijksmiddelen is iedere keer geweest dat dit 2/3e van de kosten zal kunnen dekken. Dat betekent dat de gemeenten zelf nog 1/3e moeten betalen. Op basis van de verwachte inkomst ziet het kostenplaatje voor de gemeente Heerenveen er als volgt uit: Bijdrage aan de Uitvoeringsorganisatie
€
55.000
Kosten voorbereiding urgentieaanvraag en begeleiding door Meitinkers
€
57.000
Totale kosten
€ 112.000
Verwachte bijdragen in de algemene uitkering
€
74.000
Totale kosten voor de gemeente Heerenveen
€
38.000
De geraamde kosten kennen een aantal onzekerheden. In de huidige raming is zoveel mogelijk rekening gehouden met kunnen reageren op deze onzekerheden: • De bijdrage van het Rijk wordt lager; • Er komen meer aanvragen dan verwacht;
• De kwaliteit van de aanvragen is laag, waardoor meer controlewerk nodig is; • Aanvragen leiden vaak tot beroep en bezwaar; • Personeel is moeilijk te vinden, waardoor een hogere inschaling nodig wordt; • Niet alle gemeenten doen mee in de UO. Met de huidige raming kunnen we tegenvallers doorgaans opvangen. Als meerdere onzekerheden tegelijkertijd in een ongunstige richting zich voordoen, moeten keuzes heroverwogen worden. Dit is vooralsnog niet de verwachting. Mochten enkele gemeenten niet meedoen met de UO, dan zullen de kosten verdeeld moeten worden over de overige gemeenten. Doet een substantieel aantal gemeenten niet mee, dan moeten we opnieuw de organisatievorm beoordelen. Tijdelijke projectstructuur per 1 januari 2026 Er zal per ingangsdatum (voorzien op 1 januari 2026) gewerkt worden met een tijdelijke projectstructuur via de nieuw vast te stellen centrumgemeenteregeling. Halverwege 2027 (na ca. anderhalf jaar uitvoering) zal de evaluatie van de werking van de tijdelijke projectstructuur van de urgentieorganisatie worden gestart. De evaluatie ziet ook toe op het beantwoorden van de vraag waar de urgentieorganisatie definitief zal worden ondergebracht. Dit betekent dat Sociaal Domein Fryslân en de urgentieorganisatie twee separate organisaties zijn.
Uiteraard zal er wel intensief tussen beide onderdelen worden samengewerkt om zo de nieuwe taken zo goed mogelijk vorm te geven. Ditzelfde geldt ook voor de uitvoering waar dit relevant is. Het is daarnaast nodig dat de implementatie van de urgentieorganisatie tijdig wordt opgepakt. Hiervoor wordt een kwartiermaker aangesteld. De kwartiermaker vervult een cruciale rol in het proces de urgentieorganisatie verder vorm te geven en vervolgens te implementeren binnen de gemeente Leeuwarden. Naar verwachting zal deze rol in het eerste kwartaal 2025 ingevuld gaan worden.
Bijlagen 1. Centrumregeling Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Fryslân; 2. Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Fryslân.