Raadsvoorstel Legesverordening 2024
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad Opsteller Schotanus, Saskia Kenmerk Z.23.413185 / D.23.1698334 Vertrouwelijkheid Openbaar Onderwerp Legesverordening 2024
Onderwerp Legesverordening 2024 (inclusief tarieventabel)
Voorgesteld besluit 1. De legesverordening 2024 vast te stellen
Inleiding De inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) staat gepland voor 1 januari 2024. Het is daarom noodzakelijk om ook een nieuw Hoofdstuk 2 van de tarieventabel vast te stellen. Op die manier heffen we na de inwerkingtreding van de wetten leges op grond van de dan geldende wetgeving. Hoofdstuk 1 en 3 hebben geen betrekking op de Omgevingswet, maar hebben wel een nieuwe nummering gekregen. Inhoudelijke veranderen deze twee hoofdstukken niet. Naar aanleiding van het in 2023 ingediende Amendement ID18 SP, is er door uw raad gevraagd om te onderzoeken of er voor de aanschaf van een gehandicaptenparkeerkaart (GPK) kwijtschelding kan worden verleend. Deze kwijtschelding is mogelijk door artikel 8 van de verordening aan te passen.
Beoogd effect Een gewijzigde tarieventabel van de legesverordening vaststellen, zodat er vanaf 1 januari 2024 leges geheven kunnen worden op basis van de dan geldende wetgeving.
Argumenten 1.1 Vanaf 1-1-2024 kan kwijtschelding worden aangevraagd voor de aanschaf van een gehandicaptenparkeerkaart (GPK) Naar aanleiding van het in 2023 ingediende Amendement ID18 SP, is er door uw raad gevraagd om te onderzoeken of er voor de aanschaf van een gehandicaptenparkeerkaart (GPK) kwijtschelding kan worden verleend. Het is uw wens om de kwijtscheldingsrichtlijnen toe te passen voor mensen met een beperking,
die voor hun deelname aan de samenleving volledig zijn aangewezen op de auto en daarbij gebruik moeten maken van een parkeerkaart. Om deze kwijtschelding mogelijk te maken wordt voorgesteld artikel 8 (Kwijtschelding) van de legesverordening aan te passen. Ook wordt de verordening kwijtschelding aangepast. De verwachting is dat de gemeente met het invoeren van deze kwijtschelding €12.000 aan legesinkomsten misloopt per jaar. 1.2 De tarieven zijn verhoogd met het inflatiepercentage van 3,1% De verhoging met het inflatiepercentage geldt niet voor wettelijke tarieven. Daarnaast is hûs & hiem met een eigen verhoging gekomen (zie bijlage). Deze tarieven zijn in de tarieventabel verwerkt. 1.3 Hoofdstuk 2 van de tarieventabel wordt ingrijpend aangepast op grond van de op 1-1-2024 actuele wet- en regelgeving Met de wijziging van de bepalingen en artikelen van hoofdstuk 2 van de tarieventabel, komen deze bepalingen per 1 januari 2024 in de plaats van de artikelen van titel 2 van de tarieventabel leges 2023. De VNG-modelverordening is als basis gebruikt om de teksten van de verordening te actualiseren. De VNG-modelverordening is specifiek opgesteld op basis van de nieuwe wetgeving. Inhoudelijk zijn er daarom veel tekstuele wijzigingen en nieuwe/gewijzigde activiteiten. Ook de volgorde van het hoofdstuk wijkt af van de huidige tarieventabel.
Door deze wijzigingen verandert ook de nummering in hoofdstuk 1 en 3 (voorheen titel 1 en 3). De belangrijkste inhoudelijke wijzigingen en toevoegingen zijn: Omgevingsoverleg Het omgevingsoverleg is de fase die voorafgaat aan het formeel aanvragen van de omgevingsvergunning. De intaketafel en de omgevingstafel zijn vormen van dienstverlening voorafgaand aan het indienen van zo'n aanvraag en zijn nieuwe vormen onder de Omgevingswet. Het is vooral bedoeld om een initiatief te verkennen en uit te werken voordat de formele procedure van start gaat. Het belang van omgevingsoverleg is toegenomen in verband met de kortere beslistermijn op aanvragen om een omgevingsvergunning (standaardtermijn 8 weken, met mogelijkheid van verlenging van 6 weken). De vorm en inhoud van het omgevingsoverleg is vrij: omgevingsoverleg is niet verplicht en niet wettelijk geregeld. Het is aan de gemeente of ze hier wel of geen leges voor heft. In artikel 2.4 van de tarieventabel hebben wij hiervoor tarieven opgenomen. Het splitsen van de bouwactiviteit ('de knip') Door de Omgevingswet wordt de huidige activiteit bouwen (de omgevingsvergunning activiteit bouwen) 'opgeknipt' in een toetsing aan het ruimtelijk kader (de omgevingsplanactiviteit) en de toets aan het huidige Bouwbesluit (de bouwactiviteit).
Voor het ruimtelijk kader dient onder de Omgevingswet een aparte omgevingsplanactiviteit te worden aangevraagd (tenzij vergunningvrij). Hiervoor kan een separaat legestarief in rekening worden gebracht (artikel 2.6 tarieventabel). Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) De bouwactiviteit dient in de nieuwe situatie apart van de omgevingsplanactiviteit te worden aangevraagd en afhankelijk van het soort bouwwerk valt de bouwactiviteit onder een gevolgklasse op grond van de Wkb. Bij inwerkingtreding van de Wkb is het stelsel van toepassing op eenvoudige vergunningplichtige bouwwerken: gevolgklasse 1. Dit zijn bijvoorbeeld: een grondgebonden woning, vakantiehuis, bedrijfshal met nevenfuncties, fiets- en voetgangersbruggen. Na drie jaar wordt er geëvalueerd en een besluit genomen of het stelsel van toepassing wordt op bouwwerken in de gevolgklassen 2 en 3. Dit zijn complexere bouwwerken qua risico. Door de inwerkingtreding van de Wkb zal de toetsing aan en het toezicht op het huidige Bouwbesluit niet meer bij de gemeente liggen (voor bouwwerken in gevolgklasse 1). Bij aanvragen omgevingsvergunningen die onder gevolgklasse 1 vallen, is straks sprake van een meldingsplicht. Omdat voor meldingen geen leges mogen worden geheven, mag het duidelijk zijn dat dit effect heeft op de te innen leges.
Voor aanvragen onder gevolgklassen 2 en 3 kunnen nog wel leges worden geheven (artikel 2.5 tarieventabel). Mogelijkheid tot heffen van milieuleges Het is in tegenstelling tot de huidige wet- en regelgeving mogelijk om onder de Omgevingswet leges te heffen op milieubelastende activiteiten (mba's). De FUMO voert deze werkzaamheden namens de gemeente uit. Onder de Omgevingswet verdwijnt het begrip 'inrichting' uit de wet Milieubeheer, dit wordt vervangen door een regulering per milieubelastende activiteit. Vergunningen worden dan straks niet meer
afgegeven voor milieu-inrichtingen, maar voor de milieubelastende activiteiten. Leges zijn alleen verschuldigd als er sprake is van vergunningplichtige milieubelastende activiteiten. In de gemeente Heerenveen gaat het dan om circa 50 bedrijven. De verwachting is verder dat bedrijven niet jaarlijks een vergunning hoeven aan te vragen. Het bepalen van een juiste tariefstelling vergt een nauwkeurige analyse, terwijl hiervoor nog nauwelijks kengetallen beschikbaar zijn. Een regionale verkenningsgroep heeft een voorstel gedaan hoe om te gaan met de milieuleges. Wij verwijzen u hiervoor naar de bijlagen. De tarieven genoemd in de bijlagen, zijn gebaseerd op 100% kostendekkendheid. De regionale verkenningsgroep stelt voor om, vanwege de onzekerheid die hoort bij een implementatie, de tariefbepaling die opgenomen wordt in de legesverordening 2024, te stellen op 50% kostendekkendheid van de kostenberekening op basis van de genoemde vastgestelde tarief kengetallen.
Wij stellen voor om dit advies niet te volgen en voor 100 % kostendekkende tarieven te gaan en wel om de volgende redenen/uitgangspunten: • we volgen het algemene principe om leges te heffen voor diensten en kosten waarvoor dat wettelijk is toegestaan; • we streven hierbij naar kostendekkende tarieven, waarbij de kosten voor diensten die worden aangevraagd worden doorbelast en in rekening worden gebracht; • het heffen van leges heeft geen invloed op het wel of niet aanvragen van een omgevingsvergunning door de initiatiefnemer. Het gaat om mba's die vergunningplichtig zijn en waarvoor de initiatiefnemer een omgevingsvergunning moet indienen.
Risico’s of kanttekeningen 1.3 De lokale wijzigingen in het kader van de Omgevingswet worden tot 2032 gefaseerd geïmplementeerd Tijdens de overgangsfase tot 2032 krijgen gemeenten de tijd om het tijdelijke deel van het omgevingsplan in te richten volgens de eisen van de Omgevingswet. Dit doen ze door het tijdelijke deel om te vormen tot 1 omgevingsplan voor de hele gemeente. Hierin verwerkt de gemeente ook de regels in gemeentelijke verordeningen die over de fysieke leefomgeving gaan. De keuzes die tijdens deze overgang zullen worden gemaakt, hebben naar alle waarschijnlijkheid ook invloed op de wijze van legesheffing voor deze activiteiten. De leges en tarieven in het kader van de Omgevingswet zullen daarom jaarlijks worden geëvalueerd en waar nodig aangepast.
Communicatie en participatie De verordening zal voor inwerkingtreding worden gepubliceerd en bekendgemaakt via de daarvoor gebruikelijke kanalen. Met de milieuvergunningplichtige bedrijven zal na vaststelling van de verordening worden gecommuniceerd dat per 1-1-2024 milieuleges zullen worden geheven.
Financiën Zowel de Omgevingswet als de Wkb hebben invloed op de legesinkomsten van de gemeente. Door de invoering van de Omgevingswet/Wkb ontstaat het risico of de begrote bedragen van 2024 nu wel gerealiseerd gaan worden. De daadwerkelijke effecten worden na inwerkingtreding van de wetten gemonitord. De verwachting is dat de effecten van de Wkb op de legesinkomsten relatief gezien beperkt zullen zijn. Dit
omdat de Wkb in de eerste fase alleen ziet op de minder complexe bouwwerken (gevolgklasse 1). Indien de ervaringen van de invoer van fase 1 van de Wkb goed zijn, zullen ook zwaardere gevolgklassen onder de Wkb komen te vallen. De financiële effecten hiervan zullen waarschijnlijk wel groter zijn. Daarnaast is het een gegeven dat de economische conjunctuur en de rentestand een grote invloed heeft op de bouwactiviteiten en daarmee op het werk en de legesinkomsten van de gemeente. Dit effect is vele malen groter dan het effect van de invoering van de Wkb voor gevolgklasse 1.
Bijlagen - Legesverordening 2024 (excl. tarieventabel) - Tarieventabel leges 2024 - Advies legesverordening - milieubelastende activiteit - Grondslag tarief MBA_legesverordening_2024 - Hus & Hiem Regeling van de tarieven 2024