CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Heerenveen, Frankrijkdreef 5, Verklaring van geen bedenkingen

Commissie Leefomgeving 13 juni 2024, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Heerenveen, Frankrijkdreef 5, Verklaring van geen bedenkingen1.617 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel aan de gemeenteraad

Portefeuillehouder J. van Veen Datum collegebesluit

Onderwerp

Opsteller K. Tamminga Registratie

Voorgesteld besluit

Agendapunt

Heerenveen, Frankrijkdreef 5, Verklaring van geen bedenkingen

1. Een (ontwerp)verklaring van geen bedenkingen af te geven op grond van artikel 2.27 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, juncto artikel 3.11 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, juncto artikel 6.5 Besluit omgevingsrecht voor het realiseren van een silopark met 8 silo’s op de locatie Frankrijkdreef 5 in Heerenveen. 2. Bij geen zienswijzen tegen de ontwerp-omgevingsvergunning de verklaring van geen bedenkingen als definitief te beschouwen en de vergunning te verlenen.

Inleiding Initiatiefnemer heeft een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor het realiseren van een silopark met 8 silo’s op de locatie Frankrijkdreef 5 in Heerenveen. Het plan is in strijd met de geldende beheersverordening ‘Joure, Langweer, Nijehaske, Oudehaske en het Buitengebied’. De vergunning moet worden geweigerd als vergunningverlening met toepassing van artikel 2.12 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) niet mogelijk is. In dit geval kan gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid die is opgenomen in artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3° Wabo. Ons college is van mening, dat het aanvaardbaar is medewerking te verlenen aan het plan en toepassing te geven aan de afwijkingsbevoegdheid overeenkomstig de bepalingen in de Wabo. Uit artikel 2.27 Wabo en artikel 6.5 Bor volgt echter dat de vergunning alleen kan worden verleend nadat de gemeenteraad heeft verklaard dat hij daar geen bedenkingen tegen heeft. De verklaring kan slechts (gemotiveerd) worden geweigerd in het belang van een goede ruimtelijke ordening.

Motivering Beoogd effect Het verkrijgen van de (ontwerp)verklaring van geen bedenkingen van de raad, zodat de besluitvormingsprocedure kan worden vervolgd.

Argumenten 1.1

De silo’s zijn nodig voor de bedrijfsvoering Initiatiefnemer exploiteert ter plaatse een kunststofrecyclingbedrijf. Het bedrijf verwerkt kunststof afval tot hoogwaardige grondstoffen. Deze herwonnen grondstoffen moeten worden opgeslagen tot het moment dat deze opnieuw in de kunststofverwerkende industrie kunnen worden gebruikt. De beoogde silo’s zullen worden ingezet voor de opslag van plastic regranulaat. Situering en volume van de silo’s in de directe nabijheid van de bedrijfsbebouwing is vanuit een goede bedrijfsvoering noodzakelijk.

1.2

Het plangebied ligt slechts voor een deel buiten het bouwvlak Het projectgebied is onderdeel van het bedrijfsperceel van initiatiefnemer. Op dit moment is er in het projectgebied geen bedrijfsbebouwing aanwezig. Het projectgebied is onderdeel van het verharde buitenterrein van het bedrijfsperceel en ligt tegen de noordelijk zijde van de huidige bedrijfsbebouwing aan. De silo’s zijn slechts deels buiten het bouwvlak gesitueerd (zie onderstaande plankaart, en overzichtsfoto) en worden direct aansluitend aan de bedrijfsbebouwing gesitueerd.

1.3

Overschrijding bouwhoogte Op grond van de beheersverordening mag de bouwhoogte maximaal 8 meter bedragen voor bouwwerken, geen gebouw zijnde. Middels een binnenplanse afwijking kan een bouwhoogte van 20 meter worden toegestaan. De bouwhoogte van de beoogde silo’s hebben een bouwhoogte van 23 meter (inclusief opbouw 24,3 meter). De inhoud van de silo’s wordt hiermee vergroot, wat de opslagcapaciteit ten goede komt. Gelet op de aangeleverde fotorealistische visualisaties (zie pagina 8 t/m 11 in de ruimtelijke onderbouwing), kan worden geoordeeld dat deze ontwikkeling geen negatieve gevolgen heeft voor de aanwezige landschaps-waarden rondom het projectgebied. De hoogte sluit grotendeels aan bij de al bestaande bebouwing, de aanwezige

2

hoogspanningsmasten en/of de bomenrij in het geval van het zicht vanaf de Siebe de Ruiterweg. 1.4

Verschil met eerder verleende omgevingsvergunning In 2017 is aan initiatiefnemer een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een bedrijfspand, inclusief bulksilo’s. Het bedrijfspand is inmiddels in gebruik genomen. De silo’s zijn nog niet gebouwd. Nu het bedrijf in productie is, is gebleken dat de oorspronkelijke vergunde opslagcapaciteit onvoldoende is voor een goede bedrijfsvoering. Om die reden heeft initiatiefnemer een nieuwe aanvraag omgevingsvergunning ingediend waarbij de situering, het aantal silo’s en de bouwhoogte van de silo’s wijzigt. Situering: in de verleende omgevingsvergunning was er een sprake van één rij silo’s passend binnen het bestaande op de plankkaart aangegeven bouwvlak. Onderhavige aanvraag voorziet in een dubbele rij van 4 silo’s (totaal 8 stuks) Eén rij ligt silo’s ligt hierbij net buiten dit bouwvlak. Bouwhoogte: in de verleende vergunning bedroeg de bouwhoogte van de silo’s 20 meter. Op grond van de beheersverordening mag de bouwhoogte maximaal 8 meter bedragen voor bouwwerken, geen gebouw zijnde. Middels een binnenplanse afwijking kan een bouwhoogte van 20 meter worden toegestaan. Van deze mogelijkheid is bij verleende vergunning gebruik gemaakt. De beoogde silo’s hebben een bouwhoogte van 23 meter (inclusief opbouw 24,3 meter). Hiervoor is de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid niet toereikend.

1.5

Ruimtelijke onderbouwing In dit soort procedures moet onder andere worden nagegaan of een omgevingsaspect een belemmering zal vormen voor de beoogde ontwikkeling, hetgeen wordt beoordeeld aan de wet- en regelgeving. De omgevingsvergunning kan dan slechts worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en indien de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. De aanvraag is voorzien van een ruimtelijke onderbouwing, waarin wordt ingegaan op de van toepassing zijnde wet- en regelgeving, beleidskaders en relevante aspecten. Er zijn wat ruimtelijke aspecten betreft geen belemmeringen. De onderbouwing maakt integraal onderdeel uit van het (te nemen) besluit. Hierna zijn kort de verschillende ruimtelijke aspecten benoemd. Achtereenvolgens komen aan de orde: archeologie, cultuurhistorie, waterhuishouding, bodem, geluid, ecologie, verkeer en vervoer, luchtkwaliteit, luchtkwaliteit en externe veiligheid.

Archeologie Op grond van de FAMKE (Friese Archeologische Monumentenkaart Extra) kan worden geconcludeerd dat het project uitvoerbaar is op het gebied van archeologie. Het project beslaat een oppervlakte van minder dan 2.500 m², archeologisch onderzoek kan om die reden achterwege worden gelaten. Cultuurhistorie Het projectgebied en het gebied waar deze in ligt (bedrijventerrein Haskerveen), is niet opgenomen als cultuurhistorische waarde. Het plaatsen van de silo's op deze locatie heeft geen invloed op het aspect cultuurhistorie.

3

Waterhuishouding Er is door initiatiefnemer een digitale watertoets (Wetterskip Fryslân) ingevuld. Op basis van de watertoets dient de verkorte procedure bij het Wetterskip Fryslân te worden gevolgd. Het plan is aangemeld bij het Wetterskip. Uit oogpunt van het aspect water gelden geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van het project, mits de aanwijzingen uit de watertoets gevolgd worden. Bodem In artikel 8 van de Woningwet en de gemeentelijke bouwverordening zijn voorschriften opgenomen omtrent het tegengaan van het bouwen van een bouwwerk op verontreinigde bodem. Deze voorschriften hebben uitsluitend betrekking op bouwwerken waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen verblijven, een omgevingsvergunning is vereist en sprake is van een bouwwerk dat de grond raakt of sprake is van een functiewijziging. Evenwel geldt dit voor een bouwwerk dat naar aard en omvang gelijk is aan een bouwwerk zoals voorheen genoemd in het Besluit omgevingsrecht, artikelen 2 en 3 van bijlage II. Onderhavig bouwplan betreft geen verblijfsruimte voor mensen betreft. Tevens bestaat er geen vermoeden dat sprake is van ernstige bodemverontreiniging ter plaatse van de bouwlocatie en ook betreft het geen van een asbestverdachte locatie.

Daarom is op grond van artikel 2.1.5 lid 2 en 3 van de Bouwverordening geen onderzoek naar bodemverontreiniging vereist zoals bedoeld in artikel 2.4 van de Regeling omgevings-recht. Milieu Met de plaatsing van 8 silo's met plastic regranulaat, wordt er geen gevoelige functie mogelijk gemaakt. Om die reden hoeft niet getoetst te worden of omliggende bedrijven en andere activiteiten van invloed zijn op het leefklimaat ter plaatse van het projectgebied. Ook leidt het plaatsen van 8 silo’s niet tot een milieueffect op de omgeving (wat betreft geluid, geur, stof en gevaar). Luchtkwaliteit De opslag van plastic regranulaat in silo's heeft geen negatieve gevolgen voor de luchtkwaliteit. Externe veiligheid Een silo is geen kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object in de zin van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (er zijn geen personen aanwezig). Uit het oogpunt van externe veiligheid zijn dan ook geen belemmeringen aan de orde. Daarnaast zorgt de opslag van plastic regranulaat niet voor extra risico's voor de omgeving. Ecologie Het aspect ecologie (soorten- en gebiedsbescherming) levert geen noemenswaardige belemmeringen op voor dit project. Het projectgebied beslaat enkel een deel van een verhard bedrijfsperceel, tegen de bestaande bedrijfsbebouwing aan. Op deze plek zijn geen beschermde plant- en diersoorten te verwachten.

De verwachting is dat de plaatsing van 8 silo's geen significante verstoring zal opleveren. Verkeer en vervoer Het project leidt niet tot een verslechtering van de verkeerssituatie-/toename in het projectgebied en/of tot een grotere parkeerbehoefte.

4

Samenvattende conclusie is dat er geen belemmeringen zijn en dat het plan ruimtelijk aanvaardbaar is. Risico’s of kanttekeningen De ontwerpvergunning wordt gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd voor zienswijzen. Bij geen zienswijzen kan de vergunning, zonder tussenkomst van de gemeenteraad, worden verleend. Communicatie en participatie Initiatiefnemer heeft contact gehad met vertegenwoordigers van de Plaatselijke belangen van Vegelinsoord, Oudehaske en Haskerdijken en hun geïnformeerd over de bedrijfsplannen. Ook heeft hij de vertegenwoordigers gevraagd om de bedrijfsplannen bij hun achterban kenbaar te maken. Hiervoor heeft hij hen ook een informatiebrochure overhandigd. Boodschap

Doelgroep

Via welk middel

Door wie

Wanneer

Ontwerpomgevingsvergunning

Aanvrager

Afdeling vergunningen

Direct na besluitvorming

Omgevingsvergunning

Aanvrager

Kennisgeving op website overheid.nl en ruimtelijke plannen Omgevingsloket en kennisgeving op overheid.nl en ruimtelijke plannen

Afdeling vergunningen

Direct na besluitvorming

Financiën Alle kosten van de planvorming en de realisatie naar aanleiding van dit plan zijn voor rekening van initiatiefnemer. De benodigde gronden zijn in eigendom van initiatiefnemer. Er is geen sprake van grondexploitatie. Daarom hoeft geen exploitatieplan, als bedoeld in artikel 6.12, lid 1, van de Wet ruimtelijke ordening te worden vastgesteld.

Bijlagen - Aanvraag omgevingsvergunning - Ontwerp-omgevingsvergunning - Ruimtelijke onderbouwing Het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen, de secretaris,

de burgemeester,

J. van Leeuwestijn

A.M. Fokkens-Kelder

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=89a75729-d0a7-46a3-a018-74c9c161003e