CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Delegatiebesluit Omgevingsplan

Raadsvergadering 14 december 2023, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Delegatiebesluit Omgevingsplan1.703 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel aan de gemeenteraad Opsteller Doelman, Steven Kenmerk Z.23.414666 / D.23.1703134 Vertrouwelijkheid Openbaar Onderwerp Delegatiebesluit wijzigen omgevingsplan op grond van artikel 2.8 Omgevingswet

Onderwerp Delegatiebesluit wijzigen omgevingsplan op grond van artikel 2.8 Omgevingswet

Voorgesteld besluit 1. De bevoegdheid om een (wijziging van het) omgevingsplan vast te stellen in de volgende gevallen te delegeren aan burgemeester en wethouders: A. Binnen het gebied dat volgens de provinciale omgevingsverordening is aangewezen als bestaand stedelijk gebied: 1. het bouwen van woningen waarbij het aantal woningen dat op grond van het omgevingsplan is toegestaan met niet meer dan 10 wordt overschreden; 2. een niet-ingrijpende wijziging van de stedenbouwkundige structuur; 3. functiewijzigingen van gebouwen en/of terreinen met een (gezamenlijke) oppervlakte van niet meer dan 1.500m2; 4. de nieuwbouw van niet-woonfuncties (bijvoorbeeld: detailhandel, horeca, maatschappelijke voorzieningen) met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.500m2; 5. ontwikkelingen binnen de bestaande stads- en dorpsgezichten, met een ruimtebeslag van niet meer dan 250m2. B. Buiten het gebied dat volgens de provinciale omgevingsverordening is aangewezen als bestaand stedelijk gebied: 1. het vestigen van nieuwe stedelijke functies voor zover het ruimtebeslag niet meer bedraagt dan 500m2; 2. het uitbreiden van bestaande stedelijke functies (met uitzondering van wonen), of agrarische bedrijven met niet meer dan 25% van de bestaande toegestane oppervlakte van de functie; 3. het mogelijk maken van ontwikkelingen binnen Natura 2000 en NNN-gebieden, met een ruimtebeslag van niet meer 250m2.

C. In de gehele gemeente: 1. het realiseren van één of meer windturbines met een ashoogte van meer dan 15 meter; 2. het realiseren weiden met zonnepanelen (buiten het gebruiksoppervlak); 3. het uitvoeren van proefboring naar delfstoffen (olie, gas) en geothermie; 4. het winnen van delfstoffen al dan niet aan de oppervlakte, en aardwarmte; 5. het plaatsen van antennemasten met een hoogte van meer dan 40 meter; 6. het wijzigen van bestaande of het aanleggen van nieuwe infrastructuur (wegen, watergangen, spoorlijnen, buisleidingen voor het vervoer van olie en gas of andere gevaarlijke stoffen, hoogspanningsleidingen e.d.) indien de lengte van de aanpassingen of de nieuwe infrastructuur een lengte

omvat van niet meer dan 500 m. D. Algemeen: 1. de gevallen waarin burgemeester en wethouders onmiddellijk voorafgaande aan de invoering van de Omgevingswet bevoegd waren een bestemming te wijzigen of verplicht waren een bestemming uit te werken (artikel 3.6 Wet ruimtelijke ordening) met in acht name van de op dat moment voor toepassing van de wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht geldende voorwaarden; 2. het aanwijzen van gemeentelijke monumenten; 3. het aanwijzen van dagen en/of evenementen waarop de in het omgevingsplan opgenomen geluidsnormen niet gelden of van toepassing zijn; 4. het in het omgevingsplan verwerken van van door de raad vastgestelde ruimtelijke kaders, mits dit beleidskader eenduidig van aard is en geen ruimte laat voor verschillende interpretaties; 5. het opnemen in het omgevingsplan van verleende omgevingsvergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (bopa’s); 6. het verwerken van delen van omgevingsplan die zijn opgesteld volgens de TAM-IMRO standaard in het definitieve omgevingsplan; 7. het doorvoeren van administratieve en/of technische correcties die het gevolg zijn van wijzigingen in wet- en regelgeving; 8. het corrigeren van verschrijvingen, verkeerde verwijzingen in het omgevingsplan, 2.

Het bepaalde onder 1 geldt niet indien naar aanleiding van het ontwerp-besluit tot wijziging van het omgevingsplan tijdens de ter inzage termijn zienswijzen kenbaar worden gemaakt; 3. Het college op te dragen de gemeenteraad te informeren over iedere wijziging van het omgevingsplan dat door het college wordt vastgesteld; 4. Dit besluit na één jaar te evalueren; 5. Dit besluit treedt gelijktijdig met de Omgevingswet in werking.

Inleiding In de Omgevingswet is bepaald dat uw raad verplicht is om voor het hele grondgebied van de gemeente één omgevingsplan vast te stellen. De rol van uw raad bij het omgevingsplan onder de Omgevingswet is in grote lijnen hetzelfde als bij bestemmingsplannen onder de Wet ruimtelijke ordening. De gemeenteraad stelt nu bestemmingsplannen vast en stelt straks (wijzigingen van) het omgevingsplan vast. Nieuw in de Omgevingswet is dat uw raad de bevoegdheid heeft om het vaststellen van delen het omgevingsplan te delegeren (over te dragen) aan ons college. Hoewel delegatie onder de huidige wetgeving niet mogelijk is, komt het ook nu voor dat het college beslist over ruimtelijke projecten en niet de raad, zoals bijvoorbeeld aan het vaststellen van de huidige uitwerkings- en wijzigingsplannen. Met het nemen van dit delegatiebesluit draagt de raad voor de gevallen zoals genoemd in dit voorstel zijn bevoegdheid om (wijzigingen van) het omgevingsplan vast te stellen over aan ons college.

Beoogd effect Kortere en efficiëntere besluitvorming en procedures als het gaat om het wijzigen van het toekomstige omgevingsplan. Hiermee kunnen ruimtelijke ontwikkelingen en particuliere initiatieven sneller worden gefaciliteerd. Bovendien wordt hiermee de bestuurslast van de gemeenteraad verminderd. De gemeenteraad hoeft hiermee niet over iedere wijziging van het omgevingsplan een besluit te nemen. Ten opzichte van de huidige situatie zullen minder besluiten aan de gemeenteraad behoeven te worden voorgelegd.

Argumenten 1.1 Hiermee sluiten we aan op het besluit van de raad van 18 februari 2021 De lijst van gevallen ten aanzien waarin wij u voorstellen de bevoegdheid aan ons college over te dragen, is gelijk aan die lijst van gevallen waarin uw raad 'bindend adviesrecht' heeft. Deze lijst, die u op 18 februari 2021 heeft vastgesteld en waarbij wij gelijktijdig met dit voorstel, een voorstel hebben gedaan om deze lijst te wijzigen, benoemt de gevallen waarin uw raad bindend adviesrecht heeft bij het al dan niet met een omgevingsvergunning afwijken van het omgevingsplan. Het gaat hier om grotere en/of ingrijpende situaties waarin u aangegeven heeft zeggenschap te willen hebben over de besluitvorming. Ons college is verplicht om in dergelijke gevallen het advies van de gemeenteraad op te volgen. Voor situaties die niet op deze lijst staan vermeld, geldt dat ons college bevoegd is om af te wijken van het omgevingsplan. Door deze lijst ook aan te houden bij gevallen waarin de bevoegdheid tot het vaststellen van het omgevingsplan wordt overgedragen, worden de rollen en bevoegdheden tussen college en raad gelijk getrokken. Met andere woorden: of een ontwikkeling nu mogelijk wordt gemaakt met een buitenplanse omgevingsvergunning of een wijziging van het omgevingsplan, de bevoegdheidsverdeling tussen college en raad is steeds dezelfde.

Dit geldt voor de gevallen genoemd in het voorstel onder 1, sub A, sub B en sub C. 1.2 De bestaande praktijk wordt voortgezet (het college is nu al bevoegd) In de huidige situatie is het college in een aantal van de genoemde gevallen nu het bevoegde gezag. Door voor deze gevallen de bevoegdheid het omgevingsplan te wijzigen, blijft het college ook onder de Omgevingswet het bevoegd gezag, ongeacht of dit nu via een omgevingsvergunningen of via een aanpassing van het omgevingsplan mogelijk wordt gemaakt. Het gaat daarbij om: • De bevoegdheid onderdelen van bestemmingsplannen te wijzigen of de verplichting delen van het bestemmingsplan uit te werken (onderdeel D, sub 1). • het aanwijzen van gemeentelijke monumenten. • Het aanwijzen van dagen en/of evenementen waarop de in het omgevingsplan opgenomen geluidsnormen niet gelden of van toepassing zijn. Op grond van de APV is het college hier nu het bevoegd gezag. 1.3 Uitvoering vastgesteld beleid, eerder genomen besluiten en verwerken juridisch-technische aanpassen zijn administratieve handelingen In sommige gevallen stelt de raad beleid vast met daarin een voorstel om de kaders op te nemen in regels. De omzetting van deze kaders in het omgevingsplan is in feite een uitvoerende actie. Daarom stellen we voor ook deze wijzigingen van het omgevingsplan door het college te laten doen.

Voorwaarde daarbij is wel dat de inhoud van het kader voldoende eenduidig moet zijn. (onderdeel D, sub 4) De Omgevingswet stelt dat verleende vergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen 5 jaar in het omgevingsplan opgenomen moeten zijn. Dit moet ervoor zorgen dat het omgevingsplan actueel blijft. Omdat met deze wijziging van het omgevingsplan geen nieuwe ontwikkelmogelijkheden worden geboden (deze zaten immers al in de verleende vergunning) kan dit beschouwd worden als een administratieve wijziging die door het college gedaan kan worden. (onderdeel D, sub 5) Datzelfde geldt voor delen van het omgevingsplan die volgens een alternatieve digitale standaard worden opgemaakt (TAM-IMRO). Vanwege de problemen met het DSO hebben gemeenten gedurende een korte termijn de optie om omgevingsplannen te maken volgens de huidige RO-IMRO standaard. Voorwaarde daarbij is dan wel dat deze delen van het omgevingsplan op een later moment dan alsnog volgens de officiële standaard opnieuw worden vastgesteld. Omdat er dan geen inhoudelijke wijziging worden aangebracht, is deze hernieuwde vaststelling feitelijk een administratieve handeling.

(onderdeel D, sub 6) Ook het verwerken van juridisch-technische correcties als gevolg van wetswijzigingen of omissies in de regels van het omgevingsplan kunnen worden beschouwd als administratieve correcties waarvoor het niet nodig is dat deze door de gemeenteraad worden behandeld. (onderdeel D, sub 7) 2. Het bepaalde onder 1 geldt niet indien naar aanleiding van het ontwerp-besluit tot wijziging van het omgevingsplan tijdens de ter inzage termijn zienswijzen worden ingediend.

Deze voorwaarde geeft uw raad de mogelijkheid om alsnog invloed uit te oefenen op een plan als er één of meerdere zienswijzen op het ontwerp-plan zijn ingediend. In dat geval legt ons college uw raad alsnog een voorstel over de vaststelling voor. 3. Het college op te dragen de gemeenteraad te informeren over iedere wijziging van het omgevingsplan dat door het college wordt vastgesteld; Het is belangrijk dat uw raad goed geïnformeerd blijft. Daarom informeert het college de gemeenteraad iedere keer als er gebruikt is gemaakt van haar bevoegdheid een deel van het omgevingsplan vast te stellen. 4. Na 1 jaar dit besluit te evalueren; Het delegeren van de bevoegdheid een deel van het omgevingsplan vast te stellen, is een nieuw instrument waar in Nederland nog geen ervaring mee is opgedaan. Om die reden stellen we voor om de werkwijze met betrekking tot het delegatiebesluit na een jaar te evalueren. 5. Dit besluit treedt gelijktijdig met de Omgevingswet in werking; Aangezien dit besluit is gebaseerd op een wetsartikel in de Omgevingswet, kan dit besluit ook niet eerder in werking treden dan dat de Omgevingswet in werking treedt. Bij Koninklijk Besluit van 23 maart 2023 is de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet bepaald op 1 januari 2024.

Risico’s of kanttekeningen

Communicatie en participatie

Financiën

Bijlagen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=b0e24e3d-9bf5-439d-8ecd-06e2e51d9f96