Praatpapier informatief deel 12 januari met technische vragen en antwoorden erin verwerkt
Tekst van het document
Informatieve bijeenkomst ontwerp-Omgevingsvisie 12 januari 2021 Ter voorbereiding op de commissie- en raadsbehandeling zijn diverse technische vragen gesteld. Deze worden behandeld tijdens de informatieve sessie van 21 januari. Voorstel is om eerst vier terugkerende thema’s bij langs te lopen en daarna te kijken of er nog andere vragen over zijn. Dit zijn vier onderwerpen waarover meerdere vragen zijn gesteld: 1. Spanningsveld tussen kortere besluitvormingstermijn en het leveren van meer maatwerk 2. Wat zijn de financiële gevolgen van de Omgevingswet en de Omgevingsvisie 3. Wat is de relatie tussen de instrumenten van andere overheden en de instrumenten van de gemeenten? (NOVI, POVI, Omgevingsverordening, etc) 4. Hoe ziet het participatieproces eruit en worden de verwachtingen daarover goed gemanaged? Onderstaand zijn de toegestuurde vragen geordend op thema.
Spanningsveld tussen kortere besluitvormingstermijn en het leveren van meer maatwerk ID 218
Onderwerp Tijdrovend karakter snellere dienstverlening en maatwerk
Fractie CDA
Vraag De combinatie van snellere dienstverlening en de vraag naar maatwerk kosten veel tijd, hoe gaan we als gemeente hier mee om, (dat het niet uit de pas gaat lopen)
Antwoord We werken op dit moment aan meerdere klantreizen, zodat we in de toekomst beter en eerder onderscheid kunnen maken tussen vragen die snel kunnen worden afgehandeld (snelserviceformule) en vragen die meer maatwerk en tijd kosten (ontwikkelformule en ontwerpformule). Het Omgevingsplan speelt straks een belangrijke rol bij het bepalen van de verhouding tussen deze formules. Wanneer er meer ontwikkelingen onder algemene regels worden gebracht, kunnen we naar verwachting vaker werken met de snelserviceformule. Om te voorkomen dat we de komende jaren veel vergunningen moeten afdoen onder verouderde (en versnipperde) regelgeving en daardoor onnodig vaak maatwerk moeten leveren, is het zaak dat we aan de slag gaan het Omgevingsplan. Investeren in het Omgevingsplan, voorkomt dat de kosten bij vergunningverlening oplopen. Hiervoor is een voorstel opgenomen in de investeringsagenda.
217
Toelichting werkdruk en efficiëntie
CDA
212
Spanningsveld korte besluitvormings termijn vs werken vanuit de bedoeling/maat werk
PvdA
Graag een toelichting op de werk druk, en werk efficiëntie. In het raadsvoorstel wordt gesuggereerd dat er meer van de organisatie wordt gevraagd na invoering van de omgevingsvisie. Op welke manier denkt het college de geconstateerde spanning die er zit op enerzijds de korte besluitvormingstermijn van 8 weken en anderzijds het werken vanuit de bedoeling/maatwerk wat juist langer duurt, op te kunnen lossen?
Het is niet zozeer de Omgevingsvisie die leidt tot een andere werkdruk, dat is in de eerste plaats de Omgevingswet en de daardoor veranderende afhandeltermijn voor vergunningen. De Omgevingsvisie geeft aan hoe we als gemeente willen omgaan met de invoering van de Omgevingswet (bijvoorbeeld bij de samenwerkingsprincipes) Zie de beantwoording van ID 218
Wat zijn de financiële gevolgen van de Omgevingswet en de Omgevingsvisie ID Onderwerp Fractie Vraag Antwoord 209 Ontwerp SP 1. Kosten. Het college noemt op In Heerenveen is er bewust voor gekozen om eerst de omgevingsvisie p.2 van het document Omgevingsvisie op te stellen en de uitgangspunten van de deel 1 Raadsvoorstel het nu niet besluiten visie te gebruiken voor de invoering van de Omgevingswet. over de ontwerp-Omgevingsvisie Dit komt onder andere terug bij het op te stellen een financieel risico. Wat zijn de omgevingsplan, de werkprocessen, het participatiebeleid en financiële risico’s van uitstel? Gaat diverse programma’s. dit alleen over opleidingskosten of ook de implementatie van de Het niet vaststellen van de ontwerp-Omgevingsvisie heeft benodigde ict geen directe (wettelijke) gevolgen, maar zorgt er wel voor dat het proces van invoering stagneert en dat later aanpassingen nodig zijn. Dit kan tot uitdrukking komen door (uiteindelijk) hogere kosten voor het Omgevingsplan of hogere kosten voor het inregelen van de nieuwe werkwijze met intaketafel- en omgevingstafel
209
Ontwerp omgevingsvisie deel 1
SP
2. Idem document. En meer algemeen klopt het dat de kosten van de implementatie van de omgevingswet 1.5 tot 1.8 miljard is en dat waarschijnlijk de gemeenten hiervan het grootste deel moeten betalen (informatie KPMG/VNG)? Wat is hiervan bekend bij het college en zijn er reserveringen voor het komend jaar en daarna gedaan?
Het implementeren van de ICT volgt haar eigen traject en ondervind in principe geen gevolgen van (een uitgestelde) Omgevingsvisie. In 2016 is een financieel akkoord Omgevingswet gesloten door Rijk, IPO, Unie en de VNG. Daarin is kort gezegd afgesproken dat Het Rijk de landelijke DSO kosten draagt, dat partners samen de onderhoudskosten dragen en dat gemeenten hun eigen transitiekosten (voor de implementatie) dragen. Daar staat tegenover dat de besparingen op termijn volledig ten gunste van de gemeenten komen. Voor 2023 en 2027 staan vanuit deze afspraken (financiële) ijkmomenten gepland. Bij het uitstel van de wet naar 1 januari 2022 zijn afspraken gemaakt over de gezamenlijke monitoring van de kosten en de baten. En is afgesproken dat er ‘snel’ na de invoering van de Omgevingswet een extra financiële evaluatie wordt gehouden. In het kader van de perspectiefnota en de investeringsagenda komen voorstellen aan de orde met
199
Financiën
CU
Financiën Het vaststellen van de ontwerp-Omgevingsvisie heeft geen directe financiële gevolgen. Het uitvoeren van werkzaamheden in de dialoogfase en afronden van de Omgevingsvisie 1.0 worden namelijk nog gedekt uit het budget dat beschikbaar is voor invoering van de Omgevingswet. Wel zijn er indirect financiële gevolgen gemoeid met de uitvoering van de Omgevingsvisie. Voor de komende jaren worden immers verschillende projecten en programma’s aangekondigd (zie het uitvoeringshoofdstuk). Deels kunnen de kosten hiervan worden gedekt uit bestaande middelen. Daarnaast zijn hiervoor ook nieuwe investerings- en uitvoeringsmiddelen nodig. De financiële gevolgen hiervan zijn nog niet exact in kaart gebracht. Besluitvorming over het toekennen van middelen zal zoveel mogelijk via het jaarlijkse Investeringsagenda verlopen. Op die manier bepaalt u als raad zelf
betrekking tot de invoering van de Omgevingswet. Dit jaar gaat het vooral om het op te stellen Omgevingsplan. De komende jaren zullen nog meer voorstellen volgen als de gevolgen van de invoering duidelijker worden. Invulling van doelstellingen van de omgevingswet om bijvoorbeeld meer maatwerk te leveren en dynamischer beleid te ontwikkelen zal namelijk meer inzet vragen. Niet alleen bij Ruimtelijke ordening, maar ook bij de behandeling van aanvragen bij de afdeling Vergunningen. Over de langetermijn kosten van de Omgevingswet is landelijk nog veel discussie gaande. De beste indicatie die we op dit moment kunnen geven zijn de verschillende posten voor programma’s en projecten in de investeringsagenda. Daarnaast zijn er kosten gemoeid met het aanpassen van de werkwijze in de gemeente. Die aanpassingen vloeien niet zozeer voort uit de Omgevingsvisie, maar veel meer uit de eisen van de Omgevingswet (beslistermijn binnen 8 weken, participatieplicht, etc). Bij ID201 en ID218 wordt hier nader op ingegaan
201
Kosten
FNP
welke prioriteiten er worden gesteld. Vraag: de financiële gevolgen zijn nog niet exact in kaart te brengen, maar er is ongetwijfeld een indicatie te geven van kosten waar we rekening mee moeten houden? Yn it stik stiet dat ja mits mear tiid kosten dan nee tenzij. Wêrom is dat en hoefolle tiid kost dit mear?
“ja, mits” houdt in dat met de initiatiefnemer wordt meegedacht over plannen en dat we kijken of en op welke manier het passend te maken is. Dit vraagt om een actievere opstellingen. Het vraagt van onze medewerkers niet alleen dat zij kunnen toetsen aan kwantitatieve regels (zoals bouwhoogte 5 meter of niet), maar ook het gesprek aan kunnen gaan over kwalitatieve regels (goed landschappelijk ingepast of niet). De ervaring is dat dit gesprek meer vooroverlegtijd in beslag neemt. Plat gezegd: het kost minder tijd om iets te toetsen, te constateren dat het niet past binnen de regels en vervolgens geen medewerking te verlenen. De geest van de Omgevingswet gaat uit van de gedachte dat zoveel mogelijk plannen (in overleg) plannen wel passend worden gemaakt. Voor de goede orde is het goed om aan te geven dat het gedachtengoed van de Omgevingswet (ja, mits), goed past op de ingestoken handelswijze van de gemeente (Werken vanuit de bedoeling).In die zin is het voor de gemeente dus niet helemaal nieuw en wordt er nu ook ervaring mee opgedaan. Hoeveel tijd dit precies gaat kosten is vanwege het feit dat we nog niet zo lang met Werken vanuit de bedoeling werken niet te zeggen. Dat maatwerk meer tijd kost dan standaard werk is duidelijk. Vraag 218 en het antwoord hierop geeft hier ook meer inzicht in.
Wat is de relatie tussen de instrumenten van andere overheden en de instrumenten van de gemeenten? (NOVI, POVI, Omgevingsverordening, etc) ID Onderwe Frac Vraag Antwoord rp tie 209 Ontwerp SP 7. Idem. Wat is de In figuur 7.1 is één en ander schematisch aangegeven (zie p.91 van de visie). In omgeving juridische relatie tussen bijlage 4 is overigens een samenvatting opgenomen van de Nationale svisie deel gemeentelijke -, Omgevingsvisie (NOVI) en Provinciale Omgevingsvisie (POVI) 1 provinciale- en rijks omgevingsvisie? Is er een Er is geen rechtstreekse (juridische) relatie tussen de NOVI, de POVI en de inhoudelijk schematisch gemeente. De Omgevingsvisie bindt alleen die overheidslaag die de visie zelf heeft overzicht te maken over opgesteld. Rijk of Provincie kunnen dus via hun Omgevingsvisie ook niet deze drie ‘voorschrijven’ wat de gemeente in haar Omgevingsvisie moet opnemen. Natuurlijk omgevingsvisies? houden we wel rekening met datgene wat Rijk en Provincie in hun Omgevingsvisie opschrijven, omdat we de samenwerking tussen verschillende overheden van belang vinden (gedachte van één overheid). Bovendien kunnen Rijk en Provincie indirect wel zaken afdwingen. Juridische doorwerking van de NOVI en de POVI gebeurt via de zogenaamde instructieregels in de Amvb’s en de Omgevingsverordening. Gemeenten moeten deze regels opnemen in het Omgevingsplan. 214
Provincial e verordeni ng
Pvd A
Wanneer wordt de Provinciale Verordening vastgesteld en kan deze verordening ook tot aanpassingen in onze Omgevingsvisie leiden, of is deze alleen richtinggevend voor het Omgevingsplan?
De Provinciale Omgevingsvisie is in oktober 2020 vastgesteld door Provinciale Staten. De daar uit voortvloeiende Omgevingsverordening wordt aan het eind van dit jaar verwacht. Deze moet vastgesteld zijn voor in werking treden van de Omgevingswet. In principe heeft de Omgevingsverordening alleen rechtstreekse werking naar het Omgevingsplan. Het is natuurlijk wel verstandig om de Omgevingsvisie/Omgevingsplan van de gemeente rekening te houden met de ruimte die de Provincie biedt. Het heeft immers niet veel zin om als gemeente ontwikkelruimte te bieden, waar de Provincie deze met een reactieve aanwijzing later kan inperken. Dat leidt alleen maar tot teleurstelling bij initiatiefnemers. Zie ook de beantwoording van IDN 209, vraag 7
Hoe ziet het participatieproces eruit en worden de verwachtingen daarover goed gemanaged? ID Onderwerp Fractie Vraag Antwoord 198 Communicatie CU Hoe ziet het voorgestelde participatieproces In februari zullen we een informatieavond organiseren en participatie er nu precies uit? voor inwoners en een avond voor organisaties/ketenpartners. Vanwege het corona-virus zal dat digitaal moeten. Tijdens deze avonden geven we informatie over het proces dat tot nu toe is doorlopen en het (tussen)resultaat dat er nu ligt. Inwoners en organisaties kunnen via de website hun zienswijze op de ontwerp-Omgevingsvisie geven. De raad krijgt deze zienswijzen samen met een reactienota en een aangepaste visie aangeboden ter vaststelling. 216 Dialoog in CDA Hoe komt het met de dialoog met burgers nu De mogelijkheden zijn in coronatijd beperkter doordat coronatijd en we in deze coronatijd zitten, en hoe gaat dat alles digitaal moet. Dit geeft minder mogelijkheden voor digitalisering met de digitalisering? Er is zorg over de interactie en uitwisseling van meningen, maar dat past mogelijkheden voor een goeie dialoog met op zich ook bij deze fase van het planproces. Aan de burgers, is het niet verstandiger om het iets voorkant is immers veel informatie opgehaald bij de verder in de tijd door te schuiven.
dialoogsessies in 2019 en u heeft als raad ook al een aantal keuzes gemaakt met het vaststellen van de Beleidskoers fysieke leefomgeving. Zie ook de beantwoording van ID 198 van ChristenUnie voor een beschrijving van het participatieproces. 215 Informatief PvdA Als de bijeenkomsten over de ontwerpDoor corona en de fase van het planproces zal de aard karakter omgevingsvisie vooral informerend van aard van de bijeenkomsten anders zijn dan de ontwerpzijn, is er dan wel in voldoende mate sprake dialoogbijeenkomsten in 2019. Het is inderdaad zaak omgevingsvisie van een dialoog? In het kader van om de verwachtingen hierover goed te managen. bijeenkomsten verwachtingsmanagement lijkt dit ons een Uiteraard blijven er mogelijkheden om op de ontwerpen voldoende punt van aandacht. Omgevingsvisie te reageren, maar tegelijkertijd heeft u dialoog als raad ook al een aantal keuzes gemaakt. Zie ook de beantwoording van ID 198 en ID 215.
Overig ID 203
209
Onderwerp Kernkwaliteiten
Ontwerp omgevingsvisie deel 1
Fractie FNP
SP
Vraag En ek ha we noch de folgende opmerking: Kernkwaliteiten. Der wurdt u.o de histoarje fan de veen ontginning neamt. Ik soe hjir by noch wol dúdliker it wikenpatroan yn de Oosthoeke fan de gemeente neamt ha wolle.. Graach in reaksje.
3. In het toelichtend memo wordt op p.1 vermeld dat de tekst enigszins is aangepast vanwege gewijzigde inzichten in b.v. de woningmarkt in relatie tot Lelylijn/corona, recreatie en toerisme. Kunt u dit toelichten?
Antwoord Dat is ook gebeurd. De historie van veenontginning wordt in paragraaf 2.2.6 benoemd als overkoepelend kenmerk / kernkwaliteit voor de hele gemeente (p.12) Vervolgens zijn de kernkwaliteiten waar mogelijk verder geconcretiseerd in de gebiedsgerichte uitwerking van hoofdstuk 6. Het wijkenpatroon van de komt terug in de volgende gebiedsbeschrijvingen: 6.2.4. Het centrum van Jubbega (p.48) 6.5.9 De Schoterlandse Compagnonsvaart (lintbebouwing) (p.63) 6.9.6 De hoogveenontginning (buitengebied) (p.87) In de Beleidskoers fysieke leefomgeving werd nog erg ingestoken op het realiseren van woningbouw binnen bestaand bebouwd gebied en het opknappen van bestaande bebouwing. Ondertussen zijn er een paar ontwikkelingen, waardoor de woningvraag misschien (fors) kan toenemen. In dat geval is uitbreiding van Heerenveen wenselijk. Op dit punt moeten we rekening houden met verschillende scenario’s. Daarom is de onderstaande gele tekst toegevoegd (de witte tekst is bestaand) “Vooralsnog zetten we vooral in op bouwen binnen bestaand bebouwd gebied. De komende jaren verkennen we of nieuwe uitbreidingswijken wenselijk en noodzakelijk zijn. Omdat de verwachte woningvraag en de beschikbaarheid van woningbouwlocaties in de regio daarbij bepalend is, laten we de komende jaren nieuw woningbehoefteonderzoek uitvoeren.
Een aantal ontwikkelingen zouden de behoefte naar woningbouw in onze gemeente kunnen versnellen. Daarbij denken we aan (een combinatie van) de volgende factoren: - Een blijvende druk op de woningmarkt in de Randstad; - Een toename van de hoeveelheid mensen die veel gaat thuiswerken, waardoor er wellicht een trek van drukkere regio’s naar de randgebieden op gang komt; - De realisatie van de Lelylijn, waardoor de woonwerkafstand met de Randstad en Groningen substantieel wordt verkort. Mocht de vraag naar woningen in Heerenveen in de toekomst (versneld) toenemen door de bovenstaande ontwikkelingen dan zijn er rondom Heerenveen een aantal potentiële plekken voor uitbreiding aanwezig. We benoemen hier de locatie Heerenveen-west net over de gemeentegrens. Hierover zijn in het verleden afspraken gemaakt met gemeente de Fryske Marren (en haar voorloper gemeente Skarsterlân). Bij uitbreiding van Heerenveen in westelijke richting, moet de gemeentegrens worden aangepast.” 209
Ontwerp omgevingsvisie deel 1
SP
209
Ontwerp omgevingsvisie deel 1 Ontwerp omgevingsvisie deel 1
SP
209
SP
4. Idem p. 3 staat Jubbega niet genoemd als kern waar woongebied hoofdfunctie is. Wat is hiervan de rede? 6. Idem. Op p. 18 staat invoering omgevingswet 2021. Moet zijn 2022? systemen 8. Wat betekent het dat als de gemeente een initiatief afwijst en de initiatiefnemer is er van overtuigd dat hij voldoet aan de landelijke omgevingsvisie. Kan hij dan in beroep en bij wie?
Jubbega is wel benoemd genoemd als plaats met woonbuurten. In paragraaf 6.7.5 van de visie is dit woongebied verder uitgewerkt Dat klopt. De meest recente datum is 1 januari 2022. Deze datum is vanwege de vele vragen op dit moment nog niet door de Eerste Kamer. De gemeente heeft beleidsvrijheid om binnen de landelijke kaders lokale keuzes te maken. Juist de lokale afwegingsruimte is belangrijk onderdeel van de Omgevingswet. De regels van de Algemene wet bestuursrecht blijven gelden. Dat wil zeggen: eerst bezwaar indienen bij het college van B&W en vervolgens beroep bij de rechtbank en
209
Ontwerp omgevingsvisie deel 1
SP
9. Idem. Aanvullend op vraag 7 is: ontstaat er een ander (juridisch) kader als de mijnbouwwet vervalt in het geval van nieuwe aanvragen gasboringen van b.v. Vermilion?
210
Ontwerp omgevingsvisie deel 2
SP
10. IVM KR Poststraat een vraag stellen over welke waarden gelden ten aanzien van ultra fijnstof en fijnstof en ??
210
Ontwerp omgevingsvisie deel 2
SP
11. P. 34 van het bijlagenboek (bevolkingsontwikkeling tot 2040): zijn het eerste aandachtspunt en derde niet in tegenstelling tot elkaar (krimp en groei??).
hoger beroep bij de Raad van State. Dit is de hoofdregel. Afhankelijk van de concrete situatie zijn uitzonderingen mogelijk. Zo is in de uitgebreide procedure geen beroep mogelijk omdat er al is voorzien in de mogelijkheid tot indienen van formele zienswijzen. Ja, hier wijzigt het juridische kader. Het deel dat betrekking heeft op ruimtelijke ordening en milieu is nu geregeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en straks in de Omgevingswet. De Mijnbouwwet vervalt echter niet. De grondslag voor opsporings- en winningsvergunningen op concessieniveau blijft daardoor ongewijzigd. In principe gelden de wettelijke grenswaarden voor luchtkwaliteit, tenzij de gemeente hier eigen Omgevingswaarden voor vaststelt. Soepelere lokale omgevingswaarden voor de buitenlucht zijn niet toegestaan, omdat het hier om normen gaat die voortvloeien uit een Europese Richtlijn. Gemeenten mogen wel strengere normen hanteren. Overigens blijkt uit eerder onderzoek dat de luchtkwaliteit aan de KR Poststraat nu en in de toekomst ruimschoots voldoet aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit (40 µg/m3 voor NO2 en voor fijnstof en 25 µg/m3 voor ultra fijnstof). Deze aandachtspunten vullen elkaar aan. Het eerste aandachtstreepje gaat over Zuidoost-Friesland en het derde streepje over gemeente Heerenveen. De bevolkingsprogrognoses uit 2016 lieten zien dat de bevolking in de regio krimpt.
Groei en krimp verdelen zich echter niet uniform over het gebied. In de gemeente Heerenveen is nu nog sprake van groei van de bevolkingsomvang en volgt de krimp later (rond 2035). Overigens moet als kanttekening bij deze prognoses worden geplaats dat ze vooral gebaseerd zijn op het doortrekken de ontwikkelingen in de afgelopen jaren. In prognoses kan
210
Ontwerp omgevingsvisie deel 2
SP
12. Kunt u enkele voorbeelden geven van inhoudelijke normen voor gemeenten in het kader van de BKL?
moeilijk rekening worden gehouden met ontwikkelingen als corona, thuiswerken of de realisatie van de Lelylijn. In het BKL zijn zogenaamde instructieregels opgenomen. Zoals de naam al zegt, geven de regels instructies aan de gemeente over de inhoud van het Omgevingsplan. Zo zijn er bijvoorbeeld normen opgenomen voor geluid, luchtkwaliteit, geur en trillingen. De keuzes over deze normen maakt de gemeenteraad bij het vaststellen van het Omgevingsplan. Afhankelijk van het soort instructieregels mag de gemeente daar in meer of mindere mate van afwijken. De ene instructieregel is daarbij flexibeler dan de andere: Voor een aantal aspecten is de formulering “in acht nemen”, wat betekent dat de gemeente geen bestuurlijke afwegingsruimte heeft. Bijvoorbeeld omdat er Europese regelgeving ten grondslag ligt (bijvoorbeeld luchtkwaliteit). De inhoud van de instructieregel moet dan één-op-één in het Omgevingsplan worden opgenomen; In andere instructieregels is de formulering “rekening houden met”, wat betekent dat de gemeente mag afwijken van de instructie, mits daar een goede reden aan ten grondslag ligt en dat ook uitdrukkelijk gemotiveerd wordt. Hier mag de gemeente kiezen (om binnen een bepaalde bandbreedte) een hogere of een lagere omgevingswaarde vast te stellen. Dit geldt voor de aspecten geluid, externe veiligheid, geur en trillingen.
Als de instructieregel luidt dat een aspect “moet worden betrokken”, dan wil dat zeggen dat de gemeente dit aspect moet meewegen in de afweging en de besluitvorming. Dat is bijvoorbeeld het geval bij het toekennen van functies aan locaties in het
210
Ontwerp omgevingsvisie deel 2
SP
210
Ontwerp omgevingsvisie deel 2
SP
210
Ontwerp omgevingsvisie deel 2
SP
210
Ontwerp omgevingsvisie deel 2
SP
210
Ontwerp omgevingsvisie deel 2
SP
13. Wat betekent het dat als de gemeente een initiatief afwijst en de initiatiefnemer is er van overtuigd dat hij voldoet aan de landelijke omgevingsvisie. Kan hij dan in beroep en bij wie? 14. P. 26 bijlagenboek. De gemeente krijgt de bevoegdheid zonnepanelen op het dak bij distributiecentra te verplichten. In hoeverre doen het college dit al en zo niet wanneer gaan we dit invoeren? 15. P. 51 bijlagenboek: Wat is er bekend van de omgevingsagenda Noord-NL?
16. P. 61 bijlagenboek: de Kadernota Sociaal Domein wordt als programma genoemd in binnen de omgevingswet. Terwijl er een duidelijke scheiding wordt gemaakt? Hoe kan dat?
17. P. 59 bijlagenboek: er wordt bijgedragen aan global goals waaronder voedselzekerheid. Echter voor honderden huishoudens is er
omgevingsplan. De gemeenteraad moet daarbij al het geluid betrekken wat deze functies kunnen veroorzaken. Dit is dezelfde vraag als ID 209, onder 8
Dit is een maatregel die wordt benoemd in de Nationale Omgevingsvisie. Deze maatregel moet nog juridisch worden vertaald in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Aan de hand daarvan kan de gemeente regels opnemen in het Omgevingsplan. Hoe dit precies gaat werken en hoe ver deze bevoegdheid reikt moet nog blijken. Het gaat hier om de samenwerkingsagenda voor NoordNederland. Verschillende overheden en maatschappelijke organisaties zijn hierbij betrokken. In 2020 zijn de eerste contouren van deze Omgevingsagenda gemaakt. Landsdeel Noord - De Nationale Omgevingsvisie. Het is de bedoeling dat in het voorjaar van 2021 een concept-Omgevingsagenda gereed komt. In de bijlage zijn de Beleidsdocumenten opgenomen die raken aan de reikwijdte van de Omgevingswet. De Kadernota Sociaal Domein raakt die wet ook, omdat het onder andere gaat over gezondheid. Welke beleidsdocumenten we straks moeten zien als programma onder de Omgevingswet is nog niet helemaal duidelijk. Daarvoor moet aan een aantal vereisten worden voldoen (o.a. op het gebied van participatie en digitalisering). Deze bijlage gaat bij de vaststelling vermoedelijk nog wijzigen. Deze vraag heeft meer betrekking op het armoedebeleid en valt daarmee buiten de reikwijdte van de Omgevingsvisie.
210
200
Ontwerp omgevingsvisie deel 2
Bijlage 1
SP
CU
geen sprake van zekerheid voor gezond voedsel en zijn zij afhankelijk van netwerk en/of voedselbank of onvoldoende gezonde eetgewoonten. Wat gaat de gemeente doen om dit grondrecht op korte termijn aan te pakken? 18. P. 57 Wanneer is de kwantiteit en kwaliteit van de sociale woningvoorraad op peil? Wat verstaat de gemeente onder betaalbare huisvesting? Is een deel van de nieuw te bouwen woningvoorraad ook te huur voor € 450,- tot € 500,- zoals de behoefte eerder in omgevingsvisie is beschreven? (Overigens is dat een netto huurbedrag van 30 tot 50 procent van een minimuminkomen!)
In de Omgevingsvisie is de volgende ‘strategische doelstelling’ opgenomen: “de kwantiteit en de kwaliteit van de sociale woningvoorraad is op peil” Strategische doelstellingen zijn gericht op het jaar 2030.
Vraag/opmerking nav: * Bijage 1 toelichtend memo: Groene gebieden (met bovenlokale betekenis) Groene gebieden met bijzondere kwaliteiten, waar ook veel bezoekers van buiten de gemeente naartoe komen: landgoederenlandschap Het Oranjewoud, recreatiegebied de
Het gebied De Deelen had hier ook onder kunnen vallen. Dit gebied is wel apart beschreven in paragraaf 6.9.4 van de ontwerp-Omgevingsvisie, maar dan als onderdeel van het buitengebied. Deze keuze hebben we gemaakt omdat de Deelen in de eerste plaats een natuurgebied is en niet de recreatieve functie heeft die de ander gebieden wel hebben. Ook andere natuurgebieden vallen worden beschreven als onderdeel van het buitengebied, maar dan vaak als onderdeel van een bepaald landschapstype (zie paragraaf
Wat we precies verstaan onder kwantiteit en kwaliteit komt terug in de nieuwe Woonvisie. Daar wordt gespecificeerd en gekwantificeerd hoe we deze begrippen in de praktijk terug willen zien. In de prestatieafspraken met de woningcorporaties worden hierover ook jaarlijks afspraken gemaakt. Dit geldt ook voor de betaalbaarheid. Van alle corporatiewoningen heeft 84% een huurprijs tot de 1e aftoppingsgrens (€ 619) en 92 % tot de 2e aftoppingsgrens (€ 663). Woningen in de categorie 450 – 500 zijn er in het bestaande bezit. Tot en met € 432,51 zijn dit er 1.110. Tot 493,58 zijn dit er 1.334. Deze zijn bereikbaar voor de laagste inkomensgroepen. Nieuwbouw in deze prijscategorie blijkt erg moeilijk vanwege de hoge bouwkosten zonder dat het ten koste gaat van de kwaliteit van de woning.
Heide Museum en landschapspark Belvédère IN DIT RIJTJE MISSEN WIJ: ‘ de Deelen’ Watersportgebied Akkrum
197
ontwerpomgevingsvisie
PvdA
202
Tijdspad
FNP
213
gedetailleerdhei d gebiedsgerichte uitwerkingen
PvdA
blz 15 ontwerp-omgevingsvisie: figuur 3.1 Aandachtgebieden vanuit milieu: wat betekenen de rode driehokjes in deze kaart? Klopt it tiidpaad fan de omjouwingsfysje noch altiten?
We stellen als raad met de omgevingsvisie de kaders op hoofdlijnen vast. De gebiedsgerichte uitwerkingen zijn echter soms behoorlijk gedetailleerd (bv het zwemstrandje De Knipe) en worden met nieuwe dorpsvisies ook weer aangepast. Wat verwacht het college van de raad hoe om te gaan met deze uitwerkingen? En gaat het college als er een nieuwe dorpsvisie is verwerkt de aangepaste gebiedsgerichte
6.9). De Deelen is zo’n bijzonder gebied, dat we die als apart deelgebied uit hebben gelicht Het watersportgebied Akkrum hebben we niet apart afgebakend. Dit watersport zal voor een belangrijk deel samen vallen met het veenweidegebied, waarin de meeste open wateren liggen (zie paragraaf 6.9.2 van de ontwerpOmgevingsvisie) De rode driehoekjes zijn de LPG-tankstations. Er ontbreken blijkbaar een paar symbooltjes op de legenda.
Wanneer de raad akkoord gaat met het ter inzage leggen van de ontwerp-Omgevingsvisie, liggen we op koers om de Omgevingsvisie voor de zomer aan uw raad voor te leggen voor besluitvorming. Het opstellen van de Omgevingsvisie heeft daarmee uiteindelijk een jaar extra gekost ten opzichte van het tijdpad dat is gecommuniceerd in de Startnota (vastgesteld eind 2018). De belangrijkste reden is dat we meer tijd hebben uitgetrokken om inwoners en raad mee te nemen in het traject van de visie. Bijvoorbeeld door een dag van de omgevingswet te organiseren. beleidskoers fysieke leefomgeving in twee stappen te behandelen in de raad. De Omgevingsvisie is het beleidsinstrument van de raad. Alle aanpassingen die daar in worden gedaan, zullen worden voorgelegd aan de gemeenteraad. Het voorstel is om niet bij elke aanpassing van een dorpsvisie of een ontwikkeling de Omgevingsvisie aan te passen, maar de actualisatie te bundelen. Eén keer per jaar kan de Omgevingsvisie op basis van monitoring op ondergeschikte delen worden aangepast. Bijvoorbeeld met aanpassingen in de gebiedsuitwerkingen. In keer in de vier jaar kan een meer grondige herziening plaatsvinden. Bijvoorbeeld door de kernopgaven tegen het licht te houden
211
Geldende Kantorenbeleid 2012
PvdA
uitwerking steeds ook weer voorleggen aan de raad? Of betreft het hier het adviesrecht bij afwijkingen waar we in september over hebben gesproken?
en de accenten van een nieuw college-akkoord te verwerken.
1: Voor een goed begrip van de werking Omgevingsvisie de volgende vraag: in de ontwerp-omgevingsvisie staat dat het geldende Kantorenbeleid daterend van 2012 komt te vervallen en wordt vervangen door de genoemde uitgangspunten. Zijn deze uitgangspunten nu in principe alles wat de raad over het kantorenbeleid gaat vaststellen? 1a: De samenwerkingsprincipes worden uitgewerkt in het participatiebeleid. Wanneer is dit klaar? Stelt de raad dit beleid vast of stellen wij alleen de samenwerkingsprincipes vast?
Ad. 1 Ja. In principe vormen de uitgangspunten in paragraaf 5.2.5.4 straks het beleid voor kantoren. Als hiervoor een nadere beleidsuitwerking noodzakelijk blijkt, kan hiervoor een programma worden opgesteld.
Het adviesrecht van uw raad heeft betrekking op ontwikkelingen die zijn opgesomd in een limitatieve lijst én die niet passen binnen de kaders van de Omgevingsvisie. Hiervoor wordt u binnenkort een apart raadsbesluit aangeboden.
Ad 1a. De samenwerkingsprincipes stelt u vast bij de vaststelling van de Omgevingsvisie. Het lijkt ons wenselijk de gemeentelijke participatiebeleid nader uit te werken in de gemeentelijke participatieverordening (die de inspraakverordening zal vervangen) en wellicht aanvullend meer specifiek voor particuliere initiatieven een (vrijblijvende) handreiking participatie op te stellen. Hierover kunnen dit jaar nadere afspraken over worden gemaakt tussen raad en college.