CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Onderzoeksopzet terugvorderingen en boetes Participatiewet

Raadsvergadering 10 juni 2021, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Onafhankelijk onderzoek terugvorderingen/boetes Participatiewet2.924 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderzoeksopzet

Rechtmatigheid en doelmatigheid terugvorderingen/boetes

Gemeente Heerenveen, april 2021

Vastgesteld door B&W op: 30 april 2021

Onderzoeksopzet terugvorderingen en boetes Participatiewet

Inhoud

1

Inleiding .................................................................................................3

2

Onafhankelijk onderzoek ...........................................................................3

3

Vraagstelling onderzoek ............................................................................3

4

Opzet van het onderzoek...........................................................................4

5

Offerte uitvraag extern onderzoek ..............................................................5

6

Onafhankelijk toezichthouder .....................................................................5

7

Begeleidingscommissie .............................................................................6

8

Tussentijdse informatievoorziening gemeenteraad ........................................6

9

Planning..................................................................................................6

10

Kosten (prognose)....................................................................................7

Bijlage I: Bijlage II: Bijlage III:

Concept kwaliteitseisen onderzoeksbureau Brief van de heer Piersma aan het college Curriculum vitae de heer Piersma

2

Onderzoeksopzet terugvorderingen en boetes Participatiewet

1. Inleiding Zowel landelijk als ook in onze gemeente is er aandacht voor en zorg over de terugvordering van bijstand in het kader van de Participatiewet. Begin dit jaar (19 januari in de commissie SAZA en 28 januari in de raadsvergadering) heeft de gemeenteraad daar uitgebreid met elkaar en met het college over gesproken. Het ging dan onder meer om signalen die bij de raad zijn binnengekomen dat bijstandsgerechtigden zich onheus bejegend voelen door de ambtelijke organisatie. En om de vraag of alle terugvorderingen bij inwoners die bijstand ontvangen wel terecht zijn. De raad heeft vervolgens de rekenkamercommissie gevraagd een onderzoek te doen naar de ervaringen van inwoners. Zo kan een beeld gevormd worden over de bejegening van bijstandsgerechtigden. Daarnaast kreeg het college de opdracht onderzoek te doen of de gedane terugvorderingen rechtmatig en voldoende onderbouwd zijn. Het gaat dan om casussen waarbij terugvordering heeft plaatsgevonden sinds 2016 en die bestuursrechtelijk zijn afgedaan. De resultaten van beide onderzoeken moeten de raad en het college een samenhangend beeld en inzicht geven in de wijze waarop het beleid rond de Participatiewet is vormgegeven en uitgevoerd. En beide onderzoeken moeten leerpunten opleveren waar raad, college en ambtelijke organisatie weer mee verder kunnen. In de raadsvergadering van 28 januari jl.

heeft het college toegezegd de opzet, uitvoering en vraagstelling van het onderzoek naar de terugvordering van bijstand aan de raad voor te leggen. Met deze notitie voldoet zij aan die toezegging. Tevens wordt voor het onderzoek een planning voorgesteld en een krediet gevraagd. 2. Onafhankelijkheid onderzoek Het college is opdrachtgever van het onderzoek. De onafhankelijkheid van het onderzoek is er in gelegen dat een extern, ervaren en gerenommeerd onderzoeksbureau het onderzoek uitvoert en de raad de opzet, uitvoering en vraagstelling van het onderzoek accordeert. Daarnaast heeft het college gemeend die onafhankelijkheid te borgen door de primaire portefeuillehouder geen rol te geven in de bestuurlijke begeleiding van het onderzoek, maar hiervoor de burgemeester aan te wijzen. Als voorzitter van raad en college heeft hij hiervoor bij uitstek de positie. Verder heeft het college het voornemen een ervaren bestuurder met kennis van zaken, zowel op het gebied van het sociaal domein als op het gebied van methoden van onderzoek, te vragen toezicht te houden op de uitvoering van het onderzoek en hierover een verslag uit te brengen. 3. Vraagstelling onderzoek Zoals gezegd willen raad en college zich een oordeel vormen of de sinds 2016 teruggevorderde bijstand op een correcte wijze tot stand is gekomen.

Algemeen aanvaard is dat bij een beoordeling ter zake rechtmatigheid en doelmatigheid kernbegrippen zijn. Onder rechtmatigheid wordt hier verstaan dat een handelwijze in overeenstemming is met geldende wet- en regelgeving. Bij doelmatigheid gaat het om de toepassing van voorschriften, werkinstructies en kaders die de eigen organisatie heeft vastgesteld. 3

Onderzoeksopzet terugvorderingen en boetes Participatiewet

Met deze kernbegrippen als basis kan een beeld worden gevormd over de wijze van naleving van wet- en regelgeving, of een besluit goed onderbouwd en zorgvuldig is genomen en of voldoende rekening is gehouden met de specifieke omstandigheden van degene wiens bijstand wordt teruggevorderd (maatwerk en werken vanuit de bedoeling). Dit alles binnen de gegeven kaders van de Participatiewet. De centrale onderzoeksvraag luidt dan: Zijn de sinds 2016 opgelegde terugvorderingen en of boetes rechtmatig en doelmatig tot stand gekomen? Tevens moet het onderzoek een antwoord geven op de volgende deelvragen:  In hoeverre is de terugvordering en het eventueel opleggen van een boete voldoende en zorgvuldig onderbouwd?  In hoeverre is bij de terugvordering en het eventueel opleggen van een boete rekening gehouden met de specifieke situatie van de betreffende uitkeringsgerechtigde. Met andere woorden: is er maatwerk geleverd?  In hoeverre is er bij de terugvordering en het eventueel opleggen van een boete sprake van subjectiviteit? Met andere woorden: worden gelijke gevallen ook gelijk behandeld? Naast een oordeel over de rechtmatigheid en doelmatigheid van de terugvorderingen is het nadrukkelijk de bedoeling dat het onderzoek leerpunten oplevert voor raad, college en ambtelijke organisatie. Passend bij ieders rol. Deze leerpunten worden in concrete aanbevelingen geformuleerd. 4.

Opzet van het onderzoek In de vorige paragraaf stond centraal wat er onderzocht moet worden. In deze paragraaf gaat het over hoe dat het beste en meest efficiënt kan worden gedaan. Dit zowel vanuit het oogpunt van onderzoekstechniek als het zorgvuldig en kostenbewust inzetten van gemeenschapsgeld. Sinds 2016 is er 1.535 keer bijstand teruggevorderd en of boetes opgelegd. Het onderzoek richt zich op deze doelgroep. In het volgende overzicht wordt dat verder gespecificeerd:

De onderwerpen waarop deze terugvorderingen betrekking hebben zijn:  Verzwijgen witte inkomsten en of verzwijgen zwarte inkomsten  Verzwijgen vermogen en of inkomen uit vermogen  Onjuiste opgave woonadres  Onjuiste opgave samenstelling huishouden  Andere overtreding inlichtingenplicht 4

Onderzoeksopzet terugvorderingen en boetes Participatiewet

  

Onverschuldigde betaling Boete wegens overtreding inlichtingen met benadeling Boete wegens overtreding inlichtingen zonder benadeling.

Om een antwoord te geven op de gestelde hoofdvraag en deelvragen zal er gedegen dossieronderzoek moeten plaatsvinden. Hoe dat het beste kan gebeuren en op welke wijze een zo betrouwbaar mogelijk antwoord op de gestelde vragen kan worden gegeven, zal worden bepaald in overleg met het te selecteren onderzoeksbureau. Zij hebben daarvoor tenslotte de wetenschappelijke expertise. De centrale vraag daarbij zal zijn hoeveel en welke dossiers op welke wijze worden doorgelicht. Bij de beantwoording van die vraag overwegen wij ook de betrokken bijstandsgerechtigden een stem te geven. Bijvoorbeeld door hen via een helder bericht te informeren over het onderzoek en hen te vragen of, en waarom, zij van mening zijn dat hun casus nader onderzocht zou moeten worden. Aan de onderzoekers zullen we de vraag voorleggen of zo’n kleine enquête behulpzaam kan zijn en een plaats kan krijgen bij de selectie van de te onderzoeken dossiers. 5. Offerte uitvraag extern onderzoek Het onderzoek wordt conform deze onderzoeksopzet via een offerte uitvraag uitgezet. Dit wordt procedureel begeleid door de begeleidingscommissie. Met daarbij ondersteuning vanuit de ambtelijke organisatie. De (concept) kwaliteitseisen die aan het te selecteren onderzoeksbureau worden gesteld zijn alvast ter informatie opgenomen in bijlage I bij deze onderzoeksopzet. 6.

Onafhankelijk toezichthouder Zoals in de inleiding aangegeven is het college voornemens een onafhankelijk toezichthouder aan te stellen, die toeziet op een zorgvuldige, objectieve en voortvarende uitvoering van het onderzoek. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om keuzes van te onderzoeken dossiers, het beoordelen van conceptteksten en conclusies of om een oordeel te geven over de ondersteuning en behulpzaamheid van de ambtelijke ondersteuning. Verder kan deze toezichthouder een rol spelen in het tussentijds informeren van de raad over het verloop van het onderzoek en kan hij een begeleidingscommissie van het onderzoek voorzitten (waarover later meer). Het is de bedoeling dat de onafhankelijk toezichthouder tegelijkertijd met de uitkomsten van het onderzoek over zijn bevindingen schriftelijk aan de raad en het college rapporteert. Het college heeft in de persoon van de heer Theunis Piersma de onafhankelijk toezichthouder gevonden. Piersma heeft als voormalig raadslid, wethouder en burgemeester veel bestuurlijke ervaring. Daarnaast heeft hij kennis van het sociaal domein en vanuit zijn opleiding en werk bij de Thorbecke Academie is hij vertrouwd met relevante onderzoeksmethoden. De heer Piersma heeft desgevraagd het college laten weten bereid te zijn de taak van onafhankelijk toezichthouder op zich te nemen.

In bijlage II is de brief van de heer Piersma aan het college opgenomen en in bijlage III het cv van de heer Piersma.

5

Onderzoeksopzet terugvorderingen en boetes Participatiewet

7. Begeleidingscommissie Een in te stellen begeleidingscommissie staat de onderzoekers met raad en daad terzijde. Zij dient als klankbord voor de onderzoekers en ziet er op toe dat het onderzoek binnen de vastgestelde kaders plaatsvindt. Ook verzoeken om informatie aan en ondersteuning van de ambtelijke organisatie kunnen via de begeleidingscommissie hun weg vinden. De begeleidingscommissie ziet toe op een goed en zorgvuldig verloop van de offerte uitvraag en adviseert het college over het te selecteren onderzoeksbureau. Na afronding van het onafhankelijke onderzoek zal de toezichthouder ook verslag uitbrengen aan het college en de gemeenteraad. De begeleidingscommissie wordt voorgezeten door de onafhankelijk toezichthouder. Uit praktische overwegingen wordt de begeleidingscommissie verder bemenst door de burgemeester, als liaison met het college als bestuurlijk opdrachtgever van het onderzoek en twee ambtelijke medewerkers. Deze laatsten dragen zorg voor een soepele relatie tussen onderzoekers en ambtelijk organisatie en voeren het secretariaat van de begeleidingscommissie. 8. Tussentijdse informatievoorziening aan de gemeenteraad Het zou goed zijn de gemeenteraad periodiek op de hoogte te houden van het verloop van het onderzoek. Daartoe zou een klankbordgroep uit de raad kunnen worden gevormd.

Het college doet de suggestie om die klankbordgroep zo mogelijk dezelfde personele samenstelling te laten hebben als de begeleidingscommissie uit de raad voor het onderzoek van de Rekenkamercommissie naar de ervaringen van bijstandsgerechtigden. Naast een goede informatievoorziening bevordert zulks bovendien de samenhang tussen beide onderzoeken. 9. Planning De concept planning waarvan de data onder voorbehoud ingeschat kunnen worden: Activiteit 1. Behandelen raadsvoorstel onderzoeksopzet 2. Parallel aan 1. opstellen offerte uitvraag a.d.h.v. concept onderzoeksopzet 3. Offerte ontvangen 4. Akkoord offerte 5. Start onderzoek 6. Concept rapportage bureau

Afronding 10 juni 2021 21 mei 2021 11 juni 2021 18 juni 2021 21 juni 2021 31 oktober 2021

(aansluiting bij voorkeur bij onderzoek raad, nog afhankelijk planning onderzoeksbureau)

7. Definitieve rapportage na feitencheck

15 november 2021

(aansluiting bij voorkeur bij onderzoek raad, nog afhankelijk planning onderzoeksbureau)

8. Behandeling gemeenteraad

December/januari 2022

(aansluiting bij voorkeur bij onderzoek raad, nog afhankelijk planning onderzoeksbureau)

6

Onderzoeksopzet terugvorderingen en boetes Participatiewet

10. Kosten (prognose) Het onderzoek leidt tot uitgaven die nog niet in de begroting 2021 zijn opgenomen. Aan de hand van een offerte en de aanpak van het onderzoek worden noodzakelijke uitgaven duidelijk. Overige mogelijke kosten, zoals bijvoorbeeld tijdelijke inzet van de onafhankelijke toezichthouder en onvoorziene en onvermijdelijke kosten die gedurende de onderzoeksperiode kunnen optreden worden uit het beschikbaar te stellen incidentele budget voldaan. Op basis van informerende gesprekken met een mogelijk onderzoeksbureau en de eerder benoemde te verwachten uitgaven verwachten wij dat een incidenteel budget nodig is van € 100.000,-. Via de begrotingswijziging komen deze kosten ten laste van de algemene reserve.

7

Onderzoeksopzet terugvorderingen en boetes Participatiewet

Bijlage I Concept kwaliteitseisen onderzoeksbureau De exacte wijze waarop het kwalitatieve en kwantitatieve onderzoek wordt uitgevoerd komt dus tot stand na het uitvragen van een offerte en op advies van het in te huren onderzoeksbureau. Wij stellen kwaliteitseisen aan het te selecteren onderzoeksbureau. Daarbij kunt u denken aan (nog niet limitatief):  Aantoonbare ervaring op het gebied van kwalitatief en kwantitatief onderzoek in het Sociaal Domein.  Aantoonbare ervaring op het gebied van de Participatiewet en in het bijzonder de rechtmatigheid en doelmatigheid van terugvorderingen.  Aantoonbare juridische kennis van de Participatiewet.  Aantoonbare ervaring op het gebied van (schriftelijk) dossieronderzoek  Advies kunnen geven over representatief onderzoek, de omvang van de steekproef, de wijze waarop dit het beste kan worden uitgevoerd, de betrokkenheid van de doelgroep (vragenlijst) etc.  Advies kunnen geven over een ander methode van onderzoek dan een steekproef wat ook representatief kan zijn om zo sneller, efficiënter en kostenverlagend te kunnen zijn maar wel van kwalitatief niveau is.  Aangeven welk toetsingskader wordt gebruikt (wat/hoe ga je toetsen).  Feitelijk kunnen weergeven wat het resultaat is van het onderzoek.

 Aanbevelingen/conclusies kunnen geven/trekken naar aanleiding van de uitkomst van het onderzoek en deze presenteren aan het college en de gemeenteraad met daarin benoemde leerpunten. Bijlage II Brief van de heer Piersma aan het college Aan het College van Heerenveen, Geacht College, Aanleiding Als (beoogd) onafhankelijk voorzitter van de begeleidingsgroep Onderzoek terugvorderingen/boetes Participatiewet heb ik de vergadering van de raad van 28 januari 2021 teruggekeken en tevens de commissievergadering SAZA op 7 april 2021 gevolgd. Het is mij hierbij opgevallen dat er volstrekt verschillende denkbeelden tussen fracties onderling en ook richting college aanwezig zijn over de uitgangspunten voor dit onderzoek. Bij een onderzoek als deze mag er geen onenigheid ontstaan over de vraagstelling die we aan de cliënten gaan voorleggen. Als de vraagstelling vooraf niet heel duidelijk is, kan dit later in het traject weer als een boemerang terugkomen. Daarom stuur ik u, als opdrachtgever van dit onderzoek, deze brief. Decor In de raadsvergadering van 28 januari 2021 is besloten dat onder verantwoordelijkheid van het college een onafhankelijk onderzoek zorgvuldigheid terugvorderingen uitkeringen zal worden uitgevoerd. Het college heeft daarvoor in eerste instantie een begeleidingsgroep gevormd met de volgende samenstelling: - Theunis R.

Piersma, onafhankelijk voorzitter - Hedwich Rinkes, portefeuillehouder Werk en inkomen - Jochem Sloothaak. Teamleider Maatschappelijke Ontwikkeling 8

Onderzoeksopzet terugvorderingen en boetes Participatiewet

-

Elizabeth Postma, Teamleider WIMO

De beide teamleiders zijn in de begeleidingsgroep nodig omdat zij als geen ander de onderzoeksgroep kennen. De portefeuillehouder als bestuurlijk verantwoordelijke vanuit het college en de onafhankelijke voorzitter als aanjager, verbinder en coach van het proces. Ik stel voor dat we moeten vermijden dat de schijn ontstaat van ‘de slager die zijn eigen vlees keurt’. Daarom stel ik het college voor de portefeuillehouder zelf geen plek in de begeleidingscommissie te geven, maar de burgemeester als voorzitter van de gemeenteraad en het college. Referendumervaring Tweemaal ben ik voorzitter geweest van een gemeentelijke referendumcommissie, in Leeuwarderadeel en Ferwerderadiel, en eenmaal lid, in Harlingen. Hierbij was mijn insteek steeds om extra energie en tijd te steken in het voortraject om te komen tot een door de raad gedragen vraagstelling voor het referendum. Als er namelijk onenigheid in de raad is over de vraagstelling dan is het risico groot dat dit later bij de uitslagavond als een boemerang terug komt. Avontuur Met het willen onderzoeken van de terugvorderingen over een periode van vijf jaar bent u een ongewis avontuur met elkaar aangegaan waarvan noch college, noch ambtelijk apparaat en noch raad op voorhand precies weet hoe dit aangepakt zou moeten worden. Er is geen simpel spoorboekje wat ons de weg wijst.

Ik heb een eerste inschatting gedaan en ik verwacht dat de onderzoeksgroep van cliënten met terugvorderingen wordt gekenmerkt door een grote verscheidenheid. Om die reden lijkt mij een lukrake steekproef onder alle cliënten niet op voorhand de meest verstandige aanpak. Het is een zoekproces om bij de onderzoeksopzet de juiste keuzes te maken om niet onnodig veel geld en tijd te verspillen. Mijn voorstel is om extra tijd te investeren in het voortraject alvorens onderzoeksbureaus te benaderen met gerichte vragen. Klankbordgroep Aan het college zou ik willen voorstellen om een klankbordgroep van vier leden uit de gemeenteraad te benoemen. Het is mijn bedoeling om de klankbordgroep bij het proces te betrekken, zowel in het voortraject maar ook bij de latere vervolgstappen. Ik hanteer hierbij nadrukkelijk de term klankbordgroep. Dat is feitelijk ook de enige denkbare rol die raadsleden hierbij kunnen en mogen hebben. De begeleidingsgroep kan met de klankbordgroep overleggen, maar de begeleidingsgroep blijft zelf verantwoordelijk. De leden van de klankbordgroep mogen in mijn optiek geen lid zijn van de begeleidingsgroep want dan worden zij mede verantwoordelijk voor de keuzes bij het onderzoek en hebben zij later in de gemeenteraad geen ‘vrij spreken’ meer.

Bovendien zou dan het ene deel van de raad een ander deel van de raad over de gemaakte keuzes ter verantwoording moeten kunnen roepen en dat lijkt mij zeer onwenselijk. Rolvermenging dient dus te allen tijde te worden vermeden. Samenstelling van de klankbordgroep Uiteraard is het aan het college om te bepalen of men bereid is om een dergelijke klankbordgroep samen te stellen en zo ja, wie daarin vervolgens worden benoemd. Zelf heb ik daar inmiddels echter ook bepaalde gedachten over. 9

Onderzoeksopzet terugvorderingen en boetes Participatiewet

Om zoveel mogelijk verschillende door mij onderkende stromingen in de gemeenteraad in de klankbordgroep te krijgen zou ik voor een klankbordgroep willen pleiten van vier leden die woordvoerder zijn geweest in de commissie SAZA en de gemeenteraad. Met een klankbordgroep van vier leden is er een goede balans mogelijk door: - twee raadsleden uit de grote partijen te kiezen, veelal met partijgenoten in het college; - en twee raadsleden uit de kleine partijen, veelal zonder partijgenoten in het college. Om alle schijn te vermijden is de keus voor een woordvoerder die partijgenoot van de verantwoordelijke portefeuillehouder is minder voor de hand liggend. Deze redenering volgend zou betekenen dat de woordvoerders van PvdA en VVD in de klankbordgroep benoemd zouden moeten worden. Dat deze beide woordvoerders een verschillend geluid hebben laten horen bij dit onderwerp draagt bij tot verscheidenheid en een betere balans in de klankbordgroep. Een verschillend geluid moet voor diezelfde verscheidenheid en balans vervolgens ook bij de kleine partijen worden nagestreefd. Gehoord hebbende de commissievergadering ligt de keus voor de woordvoerder van GroenLinks voor de hand. En dan kom ik als laatste bij de woordvoerder van de CU uit. Met 12 jaar ervaring als gemeenteraadslid in een eenmansfractie besef ik als geen ander wat dit vraagt van de woordvoerder van de CU.

Tot slot Ik ben graag bereid deze brief verder toe te lichten aan het college van B&W. Theunis R. Piersma (Beoogd) onafhankelijk voorzitter van de begeleidingsgroep 10-04-2021

10

Onderzoeksopzet terugvorderingen en boetes Participatiewet

Bijlage III Het curriculum vitae van de heer Piersma

11

Onderzoeksopzet terugvorderingen en boetes Participatiewet

12

Onderzoeksopzet terugvorderingen en boetes Participatiewet

Colofon Opdrachtgever: Opdracht: Versie: Omvang rapport:

College van burgemeester en wethouders gemeente Heerenveen Onderzoeksopzet terugvorderingen/boetes Participatiewet College en gemeenteraad 13 13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=b1ed46f5-f275-4b9d-970d-44382cce6df7