CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Omgevingsvergunning Dracht 136.pdf

Raadsvergadering 7 oktober 2021, gemeente HeerenveenBij agendapunt: (Concept) verklaring van geen bedenkingen Dracht 136 te Heerenveen6.009 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

omgevingsvergunning

Heerenveen - Dracht 136 Heerenveen

DATUM IMRO IDN

03-09-2021 NL.IMRO.0074.202010742-0001

PROJECT PROJECTLEIDER OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

20210742

AUTEUR STATUS

vastgesteld

Inhoudsopgave

Ruimtelijke mo vering

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

6

1.1

Aanvraag

6

1.2

Aanleiding

7

1.3

Planologischeregeling

7

1.4

Leeswijzer

7

Projectbeschrijving

8

2.1

Uitgangssitua e

8

2.2

De projectdefini e

9

2.3

Ruimtelijkeinpassing

10

Hoofdstuk 3

Beleidskader

12

3.1

Rijksbeleid

12

3.2

Provinciaal beleid

13

3.3

Gemeentelijkbeleid

14

Milieu- en omgevingsaspecten

17

4.1

Mer-beoordeling

17

4.2

Milieuzonering

18

4.3

Water

18

4.4

Geluid

19

4.5

Bodem

20

4.6

Archeologie

20

4.7

Cultuurhistorie

20

4.8

Ecologie

21

4.9

Externe veiligheid

22

4.10

Luchtkwaliteit

22

4.11

Kabels en leidingen

22

Hoofdstuk 5

Uitvoerbaarheid

23

5.1

Maatschappelijkeuitvoerbaarheid

23

5.2

Economische uitvoerbaarheid

23

Afweging en conclusie

24

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 6

3/31

Bijlagen bij mo vering

25

Bijlage 1

Pla egrondenbestaande situa e

27

Bijlage 2

Watertoets

29

4/31

Ruimtelijkemo vering

5/31

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanvraag

Deze ruimtelijkeonderbouwingdient als bijlage bij de aanvraag omgevingsvergunningvoor het omze e nvan een winkelruimtenaar een appartement.De aanvraag is in strijd met de beheersverordening,omdat de ze op de begane grond komt in de vorm van twee appartementen.Het wonen mag namelijkalleenop de tweede of hogere bouwlaag. Daarom is een omgevingsvergunningvoor het handelenin strijd met de regels ruimte lijke ordening nodig. De aanvraag hee betrekkingop het pand Dracht 136 te Heerenveen.Het gaat om een deel van een geme ngd gebouw dat op de hoek van de Dracht en de Koornbeurswegstaat. Het pand staat aan het begin van de centrumstraat Dracht, waarin verschillendewinkels,horecavoorzieningenen dienstverlenendebedrijv en aanwezigzijn. De globale ligging van het projectgebiedis weergegevenin figuur 1.1.

Figuur 1.1

6/31

De ligging van het projectgebied

1.2

Aanleiding

Het pand aan de Dracht is te koop gekomen.Het bestaat uit een winkelruimteop de begane grond en woonruimteop de verdieping.De winkelstaat leeg. Gelet op de ligging in de randzone van het centrum is het beleidgericht op een transforma enaar wonen. De behoe eaan woningenis groter dan aan winkelruimte. Daarom vraagt de nieuwe eigenaar het gebruik van de winkelruimteals woning aan.

1.3

Planologische regeling

Het projectgebiedis geregeldin de beheersverordeningHeerenveenCentrum, die is vastgesteldop 21 maart 2016 en later op enkelepunten herzien.Voor het plan geldt het besluitgebied'Centrum – Randzone'. In deze bestemmingwordt voorzien in de bestaande voorzieningenop de begane grond en wonen op de verdiepin gen. Wonen mag uitsluitendop de tweede en hogere bouwlaag, dus is de aanvraag voor de transforma evan een woning in de winkelruimteop de begane grond is in strijd met de beheersverordening.

1.4

Leeswijzer

Na deze inleidingworden in hoofdstuk2 de uitgangspuntenvanuit het, voor het project relevante,b eleidop de verschillendeniveaus beschreven.In hoofdstuk3 wordt een beschrijvinggegevenvan de huidige situ a e,de gewensteontwikkelingenen de ruimtelijkeinpassingdaarvan. In hoofdstuk4 wordt ingegaan op de omgevingsaspecten.Vervolgensworden in hoofdstuk5 de maatschappelijken economischeuitvoerbaarhe idvan het project besproken.Hoofdstuk 6 gee ten slo e een beknopte samenva ngen conclusie van de ruimtelijke onderbouwing.

7/31

Hoofdstuk 2 2.1

Projectbeschrijving

Uitgangssitua e

Het centrumgebiedvan Heerenveenligt globaal tussen de K.R. Poststraat en de Koornbeursweg.De Dracht, die voor fietsersen wandelaarseen dwarsverbindingtussen deze twee hoofdroutesvormt, is hierin een van de belangrijkstewinkelstraten.Het kernwinkelgebiedstaat momenteelonder druk en vooral in de aanloo pstraten is leegstandeen probleem.Daarom wordt in de randzone van het centrum gestuurd op het beperkenvan nieuwe detailhandel. Het pand op het perceel Dracht 136 ligt aan de rand van het centrumgebiedvan Heerenveen,op een steenworp afstand van de Koornbeursweg.Het betre een leegstaandwinkelpandmet woonruimteop de verdieping.Het pand kijkt uit op het Molenpleinen de Dracht. Aan beide straten zijn winkelsgeves gd,aan het Mol enpleinligt ook een groot parkeerterrein. Een aanzicht op het pand is weergegevenin figuur 2.1. De pla egrondenvan de huidige situa e zijn o pgenomen in bijlage 1.

8/31

Figuur 2.1

2.2

Aanzicht op het pand vanaf het Molenplein

De projectdefini e

De aanvraag hee betrekkingop het in gebruik nemen van het winkelpandals appartement.Op de began e grond worden twee zelfstandigeappartementeningericht van 80 en 98 m 2. Het appartementaan de zijde van d e Dracht krijgt één slaapkamer.Het appartementaan de zijde van het Molenpleinkrijgt twee slaapkamers. Uiteindelijkwordt het bestaande pand geheelaangepakt, waarbij nieuwe gevelsworden opgericht en e en extra verdiepingwordt gerealiseerd.Hierin is uiteindelijkruimte voor in totaal zes appartementen.Deze ontwikkeling past binnen de huidige planologischeregeling,behalve op het punt dat de begane grond een woonfunc ekrijgt. Daarom hee deze ruimtelijkemo veringspecifiekop dat aspect betrekking. Het pand bestaat ook in de voorgenomensitua e uit twee delen,waarbij zowel aan de Dracht als aan het Molenpleindelen van twee bouwlagenmet kap worden gerealiseerd.Hiertussenbestaat het pand uit sle chts één bouwlaag. Op elke bouwlaag komen twee appartementen.Impressiesvan het pand in de voorgenomen situa e zijn weergegevenin figuur 2.2.

9/31

Figuur 2.2

2.3

Impressies van het pand in de voorgenomensitua e

Ruimtelijkeinpassing

De ruimtelijkeuitstralingvan het nieuwe pand sluit aan bij de omgeving.Aan de zijde van het Mole npleinwordt aangeslotenbij het naastgelegenpand, waardoor een stedenbouwkundiguniform gevelbeeldontstaat. Dit is met name door gelijkkleurgebruiken een gelijkgevelvorm.Aan de zijde van de Dracht wordt eveneen s aangeslotenbij de bestaande bebouwingin de straat. Er wordt daarmee geen a reuk gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld.Dit krijgt eerder een kwaliteitsimpuls. Func oneelgezien is wonen al toegestaanop de verdiepingen.Door dit ook op de begane grond mogeli jkte maken wordt aangeslotenbij de woonfunc ein de omgeving.Bovendienis het voornemenin Heerenveenom het centrum compacter te maken. Deze transforma esluit hier func oneelgoed bij aan. Verkeer(veiligheid)en parkeren

10/31

Voor het parkeren geldt als uitgangspuntdat er binnen het projectgebiedvoldoenderuimte moet zijn voor het opvangen van de parkeerbehoe e.Op die manier wordt parkeeroverlastin de omgevingvan het plangebi ed voorkomen.Hierbij wordt uitgegaan van de kencijfersuit het parkeerbeleidvan de gemeenteHeerenve en.Deze zijn opgenomenin de Nota ParkeernormengemeenteHeerenveen2020. Er is sprake van koop in het laagsegment,waardoor uitgegaan kan worden van een norm van 1.1 parkeerplaats per woning. Er worden in totaal zes appartementenmogelijkgemaakt, waarvan 2 op de begane grond in de voormaligewinkelruimte.In totaal komt dit neer op een parkeerbehoe evan 7 parkeerplaatsen.In de huidige situa e is op eigen terrein geen ruimte om te voorzien in deze parke erbehoe e. In samenspraak met de gemeenteis beslotenom daarom een beroep te doen op het mobiliteitsfonds.Mi ddels dit fonds wordt de parkeereisafgekochten neemt de gemeentede verplich ngop zich om de parkeerpl aatsen binnen 10 jaar te realiseren.Hiervoor wordt een overeenkomstdoor de aanvrager ondertekend. De transforma evan winkelnaar wonen hee geen invloedop de verkeersveiligheid.

11/31

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Na onale Omgevingsvisie(NOVI) Op 11 september 2020 is de Na onale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisievan het Rijk op de toekoms geinrich ngen ontwikkelingvan de leefomgevingin Ne derland. De NOVI gee rich ng en helpt om keuzeste maken, te kiezenvoor slimme combina esvan func es en uit te gaan van de specifiekekenmerkenen kwaliteitenvan gebieden.En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingenniet uit te stellenof door te schuiven.Het versterkenvan de omgevingskwaliteitstaat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid,milieuen duurzaamhei dgemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda.Hierin staat hoe uitvoeringwordt gegevenaan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopigeaandachtsgebiedengeformuleerdals zogehetenNOVI-gebied.In een NOVI-gebiedkrijgt een aantal concrete vraagstukkenextra prioriteit.Dit helpt om grote veranderingenen ruimtelijkeopgaven in een regio beter te realiseren Opgaven Er is in Nederlandsprake van een aantal dringendemaatschappelijkeopgaven.Deze opgaven kunnen ni et apart van elkaar worden opgelost.Ze moeten in samenhang bekekenworden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland.Niet alles kan, niet alles kan overal.

Op het niveau van na onale belangenwil het Rijk sturen en rich ng geven aan de omgevingin Nederland,verwoord in vier opgave n: 1. Ruimte maken voor klimaatveranderingen energietransi e. 2. De economie van Nederlandverduurzamenen het groeipoten eelbehouden. 3. Steden en regio's sterkeren lee aardermaken. 4. Toekomstbestendigeontwikkelingvan het landelijkgebied. Uitvoering De NOVI gaat vergezeldvan een uitvoeringsagenda,waarin staat aangegevenhoe het Rijk invullingge e aan zijn rol bij de uitvoeringvan de NOVI. IN de Uitvoeringsagendazijn onder andere een overzicht van instrumentenen (gebiedsgerichte)programma's op de verschillendebeleidsterreinente vinden.De Uitvoeringsagendazal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd. De ontwikkelingin het plangebiedraakt, gezien de rela efzeer kleine omvang, geen opgaven die zij n opgenomenin de NOVI. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemeneregels ruimtelijkeordening (Barro) is op 30 december2011 in werking getreden.Het Barro stelt regels omtrent de 14 aangewezenna onale belangenzoals genoemd in de SVIR. Dit plan raakt ge en rijksbelangenzoals deze genoemd zijn in het Barro.

12/31

Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is de 'ladder voor duurzame verstedelijking'geïntroduceerd.De ladder is ook als procesvereiste opgenomenin het Besluit ruimtelijkeordening (Bro). Dat betekentdat overhedennieuwe stedelijke ontwikkelingenmoeten mo verenmet oog voor de behoe een de beschikbareruimte binnen stedelijkge bied. Binnen het projectgebiedwordt een bestaande winkelruimtegetransformeerdnaar een woonfunc e.In d eze ruimte, bestaande uit de begane grond van het pand, worden twee appartementengerealiseerd.De ontwikkelingvan twee appartementenbetre geen stedelijkeontwikkelingin het kader van de ladder. Op basis van jurispruden eis hier pas sprake van bij de ontwikkelingvan elf wooneenheden.Daarom hoe niet te worden getoetstaan de ladder.Desondanks is in paragraaf 3.3 onderbouwddat de woningenvoorzien i n een bestaande behoe e.

3.2

Provinciaal beleid

Het provincialebeleidis uiteengezetin de OmgevingsvisieProvincie Fryslân. De belangrijksteuitgangspunten uit het provincialebeleidzijn in de regelgevingvastgelegdin de VerordeningRomte Fryslân. De ni euwe omgevingsverordeningis nog niet vastgesteld. OmgevingsvisieProvincie Fryslân 'De romte diele' De hoofdambi evan de provincie voor de Friese leefomgevingis brede welvaart in een vitaal, veerkrach g, karakteris eken gezond Fryslân. In de Omgevingsvisiewerkt de provincie de provincialeambi es,opgaven, doelenen werkwijzevoor de komendejaren uit. De werkwijzeis gestoeldop negen principes: Inhoudelijkeprincipes 1. zuinig ruimtegebruik; 2. omgevingskwaliteitals ontwerpbasis; 3. koppelenvan ambi es; 4. gezondheiden veilig; Samenwerkingsprincipes 1. rolbewust; 2. decentraal wat kan; 3. ja, mits; 4. aanslui ngzoeken; 5. sturen op proces, ruimer op inhoud. Dit is vertaald naar vier urgente opgaven die de provincie wil aanpakken: 1. Fryslân houdt de leefomgevingvitaal, lee aaren bereikbaar; 2. Fryslân zet de energietransi emet kracht voort; 3. Fryslân wordt klimaat-adap efingericht; 4. Fryslân versterktde biodiversiteit. Toetsing

13/31

De opgave Fryslân houdt de leefomgeving vitaal, lee aar en bereikbaar bestaat onder meer uit het grootschalig opknappen van bestaande bebouwingen het aanbod aan woningenafstemmenop de bevolking.De provinci e s muleertdit. Daarnaast zet de provincie in op zorgvuldigruimtegebruik;inbreidinggaat boven uitbreiding. Benu ng van bestaande loca es en bestaande capaciteit staat voorop. Wanneer in het bestaand gebied niet aan de behoe ekan worden voldaan, wordt pas naar uitbreidinggekeken.De provincie voert periodiekpro gnoses uit naar de behoe eaan woningbouwen ondersteundgemeentenmet het toepassenvan de Ladder voor duurzame verstedelijking. In dit project wordt woningbouwvoorzien op een inbreidingszonein Heerenveen.De bestaande bebouwi ng wordt getransformeerdtot woongebouw.In paragraaf 3.3 is gemo veerddat Het provincialebeleidis uiteengezetin de OmgevingsvisieProvincie Fryslân. De belangrijksteuitgangspuntenuit het provincialebeleid zijn in de regelgevingvastgelegdin de VerordeningRomte Fryslân. De nieuwe omgevingsverordeningi s nog niet vastgesteld. VerordeningRomte Fryslân In 2014 is de VerordeningRomte Fryslân vastgestelden deze is in 2018 par eel herzien.In deze verordeningis het beleid,zoals verwoord in het Streekplan,vertaald naar regels voor ruimtelijkeplannen. Het plangebiedmaakt deel uit van bestaand stedelijkgebied als gedefinieerdin de VerordeningRomte .

De beoogde ontwikkelingvan het realiserenvan woningenwordt gezien als stedelijkeontwikkeling.In d e VerordeningRomte is een aantal regels van toepassingop het projectgebied. Met betrekkingtot het thema wonen, gelden vanuit de verordeningde volgenderegels: 1. Een ruimtelijkplan kan mogelijkhedenvoor woningbouwbeva enindien de aantallen en de kwaliteitv an de woningbouwin overeenstemmingzijn met een woonplan,dat schri elijkeinstemmingvan GedeputeerdeStaten hee . 2. In afwijkingvan het eerste lid kan een ruimtelijkplan een woningbouwprojectbeva endat niet is opgenomenin een woonplan,indien: a. het woningbouwprojectniet meer dan 3 woningenbevat dan wel, voor zover gelegenbinnen het bestaand stedelijkgebied,niet meer dan 11 woningenbevat, en b. in de plantoelich ngis gemo veerddat en hoe overschrijdingvan het woningbouwprogrammakan worden voorkomendoor uitwisselingof fasering van projecten. In paragraaf 3.3 is uiteengezetdat dit past in het gemeentelijkwoningbouwprogramma,dat in regionaal verband door de provincie is geaccordeerd.Daarmee is het plan in overeenstemmingmet het gesteldein de Ve rordening Romte Fryslân.

3.3

Gemeentelijkbeleid

Regionale woningbouwafsprakenZuidoost-Fryslân 2016-2026 Binnen de regio Zuidoost Fryslân, die de gemeentenSmallingerland,Ooststellingwerf,Weststellingwe rf, Opsterland en Heerenveen omvat, zijn woningbouwafspraken gemaakt, die instemming hebben van GedeputeerdeStaten van de provincie Fryslân. De woningbehoe evoor de regio en de verschillende

14/31

gemeentenis gerelateerdaan de provincialehuishoudensprognose2013-2040, waar voor de gemeente Heerenveenvan 2012 tot 2030 een groei van 2.339 huishoudenswordt voorzien. De regionale woningbouwafspraken betreffen zowel binnenstedelijk gebied als uitleggebied, en zijn kaderstellendvoor de gemeentelijkewoningbouwprogrammering.Voor de periode 2016 tot en met 2026 v raagt de regio om de maximale woningbouwruimtevast te stellenop 3.750 woningen.Deze woningbouwruimtei s onderlingverdeeldop basis van het aandeel huishoudensbinnen de gemeenten.Passend bij de programma's hee dit per gemeentetot een passend voorstel geleidmet het aandeel binnen- en bu enstedelijk. Voor de gemeenteHeerenveengeldt een maximale woningbouwruimtevan 1.313 woningen,waarvan 30% binnenstedelijkbinnen de kern Heerenveenen 70% hier buiten. Aanvullendbinnenstedelijkkan nog ee ns 20% gerealiseerdworden. De woningendie in dit project worden gerealiseerdpassen binnen deze woningaantallen. Centrum Heerenveen:Ook 'n gouden plak De visie Centrum Heerenveen:Ook 'n gouden plak is opgesteldvanuit de gezamenlijkeambi e voor het centrum van Heerenveenom te komen tot een sfeervolen gastvrij centrum voor bezoekersdie langer blijvene n vaker komen. Dit wil de gemeentebereikendoor opgaven aan te pakken aan de hand van 3 opgaven: Compact & Compleet; Ontvangen & Ontmoeten; Bruisen en Beleven.

Aan de hand van de 3 opgaven en met een gebiedsgerichtebenadering(gebiedsdeal)wil de gemeentede gezamenlijkeambi e realiseren.In de visie is het centrum van Heerenveenonderverdeeldin deelgebi eden.Per deelgebiedwordt bekekenhoe een ini a efdaadwerkelijkgerealiseerdkan worden. Wat betre 'compact & compleet'is het voornemenom het centrum compacter te maken door specifieke centrumfunc esen voorzieningenzoals retail en horeca meer te concentrerenen de aanloopgebiedente transformerennaar wonen en func es die ondersteunendzijn aan het centrum. De voorgenomenontwikkelingsluit aan bij deze visie door de winkelfunc ete transformerennaar een woonfunc ein de randzone van het centrum. Hiermee worden woningengerealiseerdin een aanloopstraat, en wordt het centrum compacter. Woonvisiegemeente Heerenveen2015-2020 en addendum per 1 juli 2020 De woonvisievan de gemeenteHeerenveenhee als hoofddoelom alle inwonersvand e gemeentebinnen hun eigen financiëlemogelijkhedenhun woonwensente kunnen laten vervullen.In 2020 is een addendum op de bestaande woonvisie van de gemeente Heerenveen toegevoegd. Hierin worden nieuwe beleidslijnen beschreventen opzichte van de oorspronkelijkewoonvisie.Het gaat om de volgendezes beleidslijnen : 1. focus op het centrum van Heerenveen; 2. focus op inbreidingen verbeteringvan het bestaande; 3. focus op toekomstgerichtaanbod;

15/31

4. focus op kwaliteit; 5. focus op het afronden uitbreidingsloca esJubbega, Nieuwehorneen Tjalleberd; 6. focus op goede reguleringen spreidingvan (zorg) doelgroepen. De gemeentewil een aantrekkelijken bruisend centrum in Heerenveenwaar mensen graag vertoevven. Toevoegingvan een gevarieerdwoonprogrammaziet de gemeenteals bij uitstek geschikt om de aantrekkelijkheiden levendigheidvan het centrum te verhogen.De huidige markt laat zien dat er mi nder winkelruimtenodig is. Transforma evan winkelof kantoorruimtenaar woningenbiedt een kans. Op ee n aantal plekkenhee al transforma enaar woningenplaatsgevonden.Ook daar waar inbreidingsplekkenzijn wo rden kansen voor woningbouwzoveelmogelijkbenut. Doelen voor het centrum zijn het aantrekken(en behou den) van huishoudens,extra doorstromingin de woningmarktmogelijkmaken, versterkingvan de binnensted elijke structuur en een compact (winkel)centrum. Het centrum van Heerenveenis in deelgebiedenopgedeeldom per deelgebiedin te ze en op verschille nde ontwikkelingen.Voor het deelgebiedwaar Dracht 136 binnen valt geldt dat een transforma enaar wonen wordt ges muleerd.De transforma evan het bestaande winkelpandnaar woningensluit dus aan op (het adden dum op) de woonvisievan de gemeenteHeerenveen.

16/31

Hoofdstuk 4 4.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Mer-beoordeling

In het Besluit m.e.r.is aangegevenwelkeac viteitenin het kader van het bestemmingsplanplanmer- plich g, projectmer-plich g of mer-beoordelingsplich g zijn. Voor deze ac viteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaardenopgenomen.Wanneer niet voldaan wordt aan de drempelwaardenmoet het bevoegdgezag b ij de betreffendeac viteitennagaan of mogelijksprake is van belangrijkenadeligegevolgenvoor het m ilieu. Daarbij le endop de omstandighedenals bedoeldin bijlage III van de EEG-richtlijnmilieueffectbeoo rdeling. Deze omstandighedenbetreffen: de kenmerkenvan de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerkenvan de poten ëleeffecten. In onderdeelC en D van de bijlage uit het Besluit m.e.r.is aangegevenwelkeac viteitenin het kader van het bestemmingsplan planmer-plich g (onderdeel C en D), projectmer-plich g (onderdeel C) mer-beoordelingsplich g(bijlageD) zijn. Voor deze ac viteitenzijn in het Besluit m.e.r.drempelw aarden opgenomen.In bijlage D van het Besluit m.e.r.(D11.2) is de aanleg, wijzigingof uitbreidingvan e en stedelijk ontwikkelingsprojectopgenomen.Ten aanzien van woningenligt de drempelwaardeop een aaneengeslote n gebied met 2.000 of meer woningen.Dit bestemmingsplanmaakt 99 woningenen is daarmee niet rechtstreeks planmer-, projectmerof mer-beoordelingsplich g.

In dit geval gaat het slechts om de transforma evan een bestaand winkelpandnaar twee appartemente n.In het kader van het Besluit MER is dit niet als stedelijkeontwikkelingaan te merken.Het gaat slechts om een perceelsgebondenontwikkeling.Daarmee is het niet noodzakelijkeen vormvrije m.e.r.-no eop te stellen. Kenmerken van het project Het project voorziet in de transforma evan en winkelpandnaar een woonfunc e.Er worden ter plaatse van het winkelpandtwee appartementengerealiseerd.De winkelfunc evervalt daarmee. Vanuitde kenmerkenvan het project worden geen belangrijkemilieueffectenverwacht. Plaats van het project Het projectgebiedligt in een binnenstedelijkgebied,in de overgang van het centrum van Heerenveen ,naar een woongebied.Met de beide belangen(mogelijkhedencentrumfunc esen hinder woningen)is in de planvo rming rekeninggehouden. Kenmerken poten ële effecten De transforma evan detailhandelnaar wonen leidt niet tot noemenswaardigelokale effecten.Anders d an de effectendie enkel optreden jdens de realisa evan het plan, treedt er vooral een verschuivingin de milieuzoneringop. Deze effectenzijn in paragraaf 4.2 beschreven. Conclusie

17/31

of

Uit de vormvrije m.e.r.-beoordelingblijkt dat gelet op de kenmerkenvan het plan, de plaats van he t plan en de kenmerkenvan de poten ëleeffectengeen belangrijkenega evemilieugevolgenzullen optreden.Er is dan ook geen aanleidingvoor het doorlopenvan een MER-procedure.

4.2

Milieuzonering

Tussen bedrijfsac viteitenen hindergevoeligefunc es (waaronderwonen) is een goede afstemmingnod ig. Het doel daarbij is het voorkomenvan onacceptabelehinder ter plaatse van woningen,maar ook om te zorgen dat bedrijvenniet worden beperkt in de bedrijfsvoeringen ontwikkelingsmogelijkheden. Dit project maakt de transforma evan een winkelpandnaar wonen mogelijk.Woningenbetreffeneen bedrijfshindergevoeligefunc e waarvoor moet worden aangetoond of sprake is van een verantwoorde milieuzonering. In de huidige situa e is wonen op de verdiepingenvan de panden aan de Dracht reeds toegestaan.Op de begane grond wordt onder meer detailhandelen dienstverleninguit milieucategorie1 toegestaan.Voo r dergelijkefunc es geldt een richtafstandvan 10 meter.Omdat het projectgebiedin dit geval in de randzone van het centrum ligt, waar sprake is van een hoge mate aan func emenging,kan de omgevingaangemerkt w orden als gemengd gebied.Daarop kan één stap terug worden gedaan in het bepalenvan de richtafstanden.I n dit geval geldt dus een richtafstandvan 0 meter voor bedrijvenen inrich ngenuit milieucategorie1. Daarmee worden door de transforma ein het projectgebiedgeen bedrijvenbelemmerdin hun bedrijfsvoeringen onderv inden de toekoms gewoningengeen bedrijfshinder.

4.3

Water

In de waterparagraaf is beoordeeldwat de effectenvan het project op de waterhuishoudingzijn en of er waterschapsbelangenspelen.De balngrijkstethema's zijn waterveiligheid,de afvoer van schoon heme lwateren afvalwateren de kwaterkwaliteit. Voor het plan is een watertoetsaangevraagd op www.dewatertoets.nl.Met de gegevensdie u hee opge geven is bepaald dat het plan geen invloedhee op het watersysteemen de waterketen.Hierdoor kan de procedure geen waterschapsbelangworden gevolgd voor de watertoets.Dit betekentdat er verder geen contact hoe opgenomente worden met We erskipFryslân. De uitkomstvan de watertoetsis als bijlage 2 opgenomen .

Waterafvoer/berging In een situa e waarin een terrein niet is verhard kan hemelwaterinfiltrerenin de ondergrond.Wanne er een gebied (deels)wordt verhard dan stroomt hemelwaterversneldaf naar het oppervlaktewater.Om overl ast te voorkomen,moet deze versneldeafstroom gecompenseerdworden om overlast te voorkomen.We erskip Fryslân hanteert een compensa enormvan 5 % bij plannen die vrij voor de boezemliggen. Voor bebouw d gebied is de ondergrensvan 200 m² van toepassing,in het buitengebiedgeldt een ondergrensvan 1.500 m². De oppervlakteverhardingop het perceel neemt in de toekoms geniet toe. Het perceel is in de huidi ge situa e namelijkal geheelverhard. Derhalve hoe geen rekeningte worden gehoudenmet compenserende

18/31

maatregelen. Ruimtelijke adapta e Om ook in de toekomstpre g te kunnen wonen, werkenen recreërenmoeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst.Kansen moeten benut worden om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijkom het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien,periodesv an droogte en hi e en de gevolgenvan een mogelijkeoverstroming. Bij de inrich ngvan het plangebiedkan hierop gean cipeerdworden door bijvoorbeeldhet percentage verhard oppervlak te verminderenen het plangebiedgroener in te richten. Door nú maatregelente nemen, worden steden en dorpen mooier en wordt grote schade in de toekomstvoorkomen.Voor veel maatregelengeldt bovendiendat ze kosteneffec efzijn, als ze maar in een vroeg stadium in het proces worden meegenom en. Afvalwateren regenwatersysteem Het uitgangspuntis om regenwateren rioolwaterzoveelmogelijkgescheidenaf te voeren. In dit gev al wordt rioolwateraangeslotenop het gemeentelijkriool. Uitgangspunt is dat dit voldoendecapaciteit hee voor de extra woningen.Hemelwaterwordt afgekoppelden geïnfiltreerdop het eigen perceel of aangeslotenop een nabij gelegenoppervlaktewater. Waterkwaliteit De bouwwijzeen onderhoudstechniekmoeten emissievrijzijn om verontreinigingvan het water te voorkomen. In dit geval zal gebruik worden gemaakt van milieuvriendelijke(bouw)materialen.

Procedure: De ontwikkelaarhoudt rekeningmet de relevantewateraspectenbij de uitvoeringvan het project.

4.4

Geluid

Op grond van de Wet geluidhindergeldt rond wegen met een maximumsnelheidhoger dan 30 km/uur, spoorwegenen inrich ngendie 'in belangrijkemate geluidhinderveroorzaken',een geluidzone.Bij d e ontwikkelingvan nieuwe geluidsgevoeligeobjecten binnen deze geluidzonesmoet akoes schonderzoek worden uitgevoerdom aan te tonen dat de ontwikkelingvoldoet aan de voorkeursgrenswaardendie in d e wet zijn vastgelegd. In de Wet geluidhinder(Wgh) wordt onderscheidgemaakt tussen geluidgevoeligefunc es enerzijdsen niet-geluidsgevoeligefunc es anderzijds.Indien een geluidsgevoeligefunc e mogelijkwordt gemaakt en binnen de zone van een weg, spoorweg of een industriegebiedligt, moet onderzocht worden of voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde. In dit geval is alleen het aspect wegverkeerslawaai relevant. Voor wegverkeerslawaaigeldt een voorkeursgrenswaardevan 48 dB. De maximale ontheffi ngswaardebedraagt 53 dB. Het projectgebiedligt binnen de geluidzonevan de Koornbeurswegen de BurgmeesterFalkenaweg. Tus sen het projectgebieden deze straten is echter sprake van een grote mate aan tussenliggendebebouwingen e en afstand van 80 meter.Gezien de rela efruime afstand en de tussenliggendebebouwing,die voor een geluidafschermendewerking zorgen, kan er in dit geval vanuit worden gegaan dat ter plaatse van de

19/31

voorgenomenwoningenin het projectgebiedwordt voldaan aan de voorkeursgrenswaardevan 48 dB. Bove ndien wordt door te voldoen aan het Bouwbesluiteen goede isolerendegevel gerealiseerd,die voor een vol doende geluidwerendefunc e dient te zorgen. Een nader onderzoekis niet noodzakelijk.

4.5

Bodem

Het uitgangspuntwat betre de bodem in het plangebiedis, dat de kwaliteitervan zodanig dient te zijn dat er geen risico's zijn voor de volksgezondheidbij het gebruik van het plangebiedvoor wonen of een and ere func e. Daar waar sprake is van nieuwe woningbouwdient op grond van bodemonderzoekvastgesteldworden dat er geen sprake is van risico's voor de volksgezondheid. In de huidige situa e is wonen op deze loca e al toegestaanop de verdiepingen.Ook een winkelgeld t als bodemgevoeligefunc e omdat personenhier langer dan 2 uur op een dag verblijven.Op basis van de huidige wijze van bestemmenen het huidige gebruik, kan daarom worden aangenomen dat de bodem geschikt is v oor het voorgenomengebruik. Bovendienhebben zich geen bodemverontreinigendeac viteitenvoorgedaan op deze loca e.

4.6

Archeologie

In de Erfgoedwetzijn archeologischeresten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord moeten archeologischeresten intact blijven.Als dit niet mogelijkis, is opgraving een op e. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffenvan archeologischeresten in bepaalde gebiedenzijn op basis van historisch onderzoek archeologischeverwach ngskaartenopgesteld. Voor Heerenveenwordt gebruik gemaakt van de Friese ArcheologischeMonumentenkaartExtra (FAMKE). De kaart is opgemaakt voor twee perioden:de ijzer jd-middeleeuwen en de steen jd-brons jd.Op basis v an de provincialearcheologischverwach ngskaartFriese ArcheologischeMonumentenkaartExtra (FAMKE) is e r voor de periode steen jd- brons jd voor het plangebiedeen onderzoeknoodzakelijkbij ingrepenvanaf 2. 500 m2. Voor de advieskaart ijzer jd-middeleeuwen is geen onderzoeknoodzakelijk. Het projectgebiedhee een oppervlaktekleinerdan 2.500 m 2. Bovendienwordt de bodem niet opnieuw geroerd, omdat het bestaande pand behoudenblij en wordt uitgebreid.

4.7

Cultuurhistorie

De rol van cultuurhistoriein de ruimtelijkeordening is de laatste jaren sterk toegenomen.Bij het opstellenvan plannen moeten cultuurhistorischewaarden jdig in beeld worden gebracht. Het Besluit ruimtelijkeordening (Bro) stelt in dat verband specifiekeeisen aan het opstellenvan ruimtelijkeplannen. Waar mogelijk moeten cultuurhistorischewaarden worden behoudenof versterkt.Cultuurhistorieis daarmee veelal een sturend onderdeelgewordenin de ruimtelijkeordening. De gemeenteHeerenveenhee in zijn erfgoednotacultuurhistorischbeleidvastgelegd.In de nota is het plangebiedniet aangewezenals cultuurhistorischwaardevol.Het plangebiedmaakt geen deel uit van een cultuurhistorischwaardevol gebied.Er is geen nader onderzoeknaar cultuurhistorienoodzakelijk.

20/31

4.8

Ecologie

Bij ruimtelijkeontwikkelingenmoet rekeninggehoudenworden met de natuurwaarden van de omgevinge n met beschermde plant- en diersoorten.Deze zijn geregeldin de nieuwe Wet natuurbescherming(Wnb). Met de Wnb zijn alle bepalingenmet betrekkingtot de beschermingvan natuurgebiedenen dier- en plantenso orten samengebrachtin één wet. De Wnb implementeertdiverse Europeesrechtelijkeregelgeving,zoals Vogelrichtlijnen de Habitatrichtlijnin de Nederlandsewetgeving.

de

Gebiedsbescherming In de omgevingvan het plangebiedis geen sprake van Natura 2000-gebieden.Gezien de aard en de sch aal van de ontwikkelingin het plangebied,treden geen nadeligeeffectenop voor NNN- en Natura 2000-gebieden. Het projectgebiedis door de Provincie niet aangewezenals weidevogelleefgebied.Verstoringvan weidev ogelsis daarom niet aan de orde. S kstof Voor deze ontwikkelingis beoordeeldof deze significanteeffectenhee voor de s kstofdeposi ebinne n daarvoor gevoeligeNatura 2000-gebieden. In dit geval gaat het echter slechts om een func ewijzigingvan bestaande panden. Inpandig worden deze getransformeerdvan kantoor en detailhandelnaar woningen.De aanlegfase is van dusdanig kleine omvang dat dit niet zorgt voor een overschrijdende waarde aan s kstofdeposi eop het dichtstbijzijndes kstofgevoeligeNatura 2000 gebied.In de gebruiksfase wo rden de woningenaangeslotenop de bestaande aanslui ngenen is s kstofdeposi ea oms gvan verkeersbewegin gen van en naar het projectgebied. Omdat de verkeersgenera e niet toeneemt ten opzichte van de verkeersgenera eten behoevevan de huidige func es,neemt ook de s kstofdeposi ea oms gvan het projectgebiedniet toe.

Hiermee is aangetoond dat het project, gelet op de instandhoudingsdoelstell ingen voor de Natura 2000-gebieden,de kwaliteitvan de natuurlijkehabitats of de habitats van soorten in dat gebied niet kunnen verslechterenof een significantverstorendeffectkunnen hebben op de soorten waarvoor dat ge bied is aangewezen.De Wet natuurbeschermingen het beleidvan de provincie staan de uitvoeringvan het pro ject niet in de weg Soortenbescherming Ten aanzien van de soortenbescherminggelden onder andere algemeneverbodentot het verwijderenvan groeiplaatsenvan beschermde plantensoorten,het beschadigen,vernielen,wegnemenof verstorenvan voortplan ngs-of vaste rustplaatsenof verblijfplaatsenvan beschermde diersoortenof het opze eli jk verontrustenvan een beschermde diersoort. Het voorkomenvan beschermdeplanten- en diersoortenvormt een te onderzoekenaspect omdat met de plannen effectenkunnen gaan ontstaan op soorten die bescherm d zijn via de Wet natuurbescherming. Omdat het in dit geval slechts gaat om een transforma evan een winkelpand naar wonen, waarbij he t bestaande pand wordt uitgebreidmet een extra verdiepingen nieuwe gevels,vinden er geen werkzaamh eden plaats die invloedkunnen hebben op mogelijkaanwezigebeschermde soorten. Er is daarom geen onderz oek noodzakelijk.

Wel geldt te allen jde de zorgplichtuit de Wet natuurbescherming.Dit houdt in dat een ieder voldoendezorg in acht neemt voor alle inheemsedieren en planten en hun directe leefomgeving.

21/31

4.9

Externe veiligheid

Externe veiligheidgaat over het beheersenvan de risico's voor de omgevingbij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijkestoffen,zoals bijvoorbeeldvuurwerk, aardgas of lpg. Het aandachtsveldvan externeveil igheidricht zich op zowel inrich ngen(bedrijven)waar gevaarlijkestoffenaanwezigzijn alsmede op het transport van gevaarlijkestoffen.Dit vervoer kan plaatsvindenover weg, water en spoor en door buisleidingen. Risico's zijn inzichtelijkgemaakt op de professionelerisicokaart. Vanuitde professionelerisicok aart blijkt dat het projectgebiedniet in het invloedsgebiedvan risicobronnenligt. Er is daarmee geen onderzoeknoodz akelijken er zijn geen maatregelennodig.

4.10 Luchtkwaliteit Een onderdeelvan de Wet milieubeheerbetre luchtkwaliteit.De wet is bedoeldom de nega eveeffectenop de volksgezondheid,als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging,aan te pakken. Overschrijdingen van de grenswaarden voor luchtkwaliteit zijn veelal het gevolg van het aantal verkeersbewegingenin een gebied.Op grond van de algemenemaatregel van bestuur 'niet in betekenen de mate' (NIBM) vormen luchtkwaliteitseisengeen belemmeringenvoor projecten die niet in betekenendemate bijdragenaan de verslechteringvan de luchtkwaliteit.Op grond van de Regelingniet in betekenendemate bijdragen(luchtkwaliteitseisen)zijn (onder andere) woningbouwprojectenmet minder dan 1.500 wonin gen vrijgesteldvan toetsing. Er worden twee extra appartementenwoningenmogelijkgemaakt ter plaatse van de huidige winkelfunc e. Gezien dit zeer kleine aantal Het plan draagt niet in betekenendemate bij aan de verslechteringvan de luchtkwaliteit. Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. Het aspect luchtkwaliteitvormt dan ook geen belemmeringvoor dit project.

4.11 Kabels en leidingen Bij de uitvoeringvan ruimtelijkeontwikkelingenmoet rekeningworden gehoudenmet de aanwezigheidvan elektriciteit-en communica ekabelsen nutsleidingenin de grond. Hier gelden beperkingenvoor ingrepenin de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeldrondom hoogspanningsverbindingen,straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperkenvan gevoeligefunc es of van de hoogte van bouwwerken.Voor ruimtelijkeplannen zijn alleende hoofdleidingenvan belang. De kleinere,lokale leidingenworden bij de uitvoeringdoor middel van een Klic-meldingin kaart gebracht. In of nabij het projectgebiedlopen geen hoofdleidingenof -kabels.Ook liggen er geen relevantezo nes over het projectgebied.

22/31

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Maatschappelijkeuitvoerbaarheid

Procedure omgevingsvergunning De maatschappelijke uitvoerbaarheid hee als doel om aan te tonen dat de beoogde ontwikkeling maatschappelijkdraagvlak hee en dat de procedures op een goede manier worden doorlopen. Voor het aanvragen van de omgevingsvergunning,waarbij wordt afgewekenvan het bestemmingsplanword t de uitgebreideprocedure uit de Wet algemenebepalingenomgevingsrecht(Wabo) gevolgd.De procedure hi ervoor is opgenomenin ar kel 2.12 eerste lid sub a onder 3 van de Wabo. Binnen 6 maanden na ontvangst van de aanvraag moet het college van burgemeesteren wethoudersbeslissenover het verlenenvan de vergunning. Tijdens deze periode moet de aanvraag 6 wekenter visie worden gelegd,waarbij de mogelijkheidaan eenieder wordt geboden voor het indienen van zienswijzen. Na de bekendmaking van het besluit kan door belanghebbendendie een zienswijzehebben ingediendberoep worden ingesteld.

5.2

Economische uitvoerbaarheid

Voor de uitvoerbaarheidvan het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaaris. De economischeuitvoerbaarheidwordt enerzijdsbepaald door de exploita evan het plan (financiëlehaal baarheid) en anderzijdsdoor de wijze van kostenverhaalvan de gemeente(grondexploita e). Financiële haalbaarheid Dit project hee betrekkingop een par culierini a efwaarmee de gemeentegeen directe financiële bemoeienishee . De kosten voor het realiserenvan de ontwikkelingworden gedragen door de ini a ef nemer. Aangenomenwordt dat deze over voldoendefinanciëlemiddelenbeschikt om de woningente kunnen realiseren.Het plan wordt hiermee economisch uitvoerbaargeacht. Grondexploita e Door middel van de grondexploita eregelingbeschikkengemeentenover mogelijkhedenvoor het verhale nvan kosten,bijvoorbeeldvoor het bouw- en woonrijp maken en kosten voor de ruimtelijkeprocedure. Indi en er sprake is van bepaalde bouwplannen,dient de gemeentehiervoor in beginseleen exploita eplanop te stellen. Van deze verplich ngkan worden afgezienals het kostenverhaalanderszinsverzekerdis. Dit kan door middel van een anterieureovereenkomst.Voor vaststellingvan het planologischbesluitdient duidelijkte zijn op welke wijze de kosten zullen worden verhaald. Van een exploita eplankan in dit geval afgezienworden doordat het kostenverhaalanderszinsverzek erdis. Er wordt namelijkeen aparte anterieureovereenkomstafgesloten.

23/31

Hoofdstuk 6

Afweging en conclusie

Aanleiding Deze ruimtelijkemo veringdient ter afwegingvoor het verlenenvan een omgevingsvergunningmet toe passing van ar kel 2.12 lid 1 sub a onder 3 van de Wabo. Het gaat hierbij om de transforma evan de winkelf unc enaar woningen. Afweging De ontwikkelingis gericht op het realiserenvan woningenin gebouwendie in de huidige situa e als winkelruimteworden gebruikt. Op basis van de geldendebeheersverordeningis op de begane grond de woonfunc eniet toegestaan.In de voorgenomenontwikkelingworden echter ook op de begane grond woningenvoorzien. Het project is in overeenstemming met de relevante beleidsuitgangspuntenop gemeentelijkniveau en veroorzaakt geen conflictenmet de sectorale wet- en regelgeving.

rijks-, provinciaal en

Conclusie Het verlenenvan de omgevingsvergunningvoor het project is in overeenstemmingmet een goede ruimte lijke ordening.

24/31

Bijlagen bij mo vering

25/31

26/31

Bijlage 1

27/31

Pla egronden bestaande situa e

16400

300

21900

steeg

2270

7700

39340

plat dak ca. 70cm hoger

14300

15244

13900

13920

steeg

plat dak ca. 70cm hoger

BU-02-02

Bijlage 2

29/31

Watertoets

datum 23-7-2021 dossiercode20210723-2-27217 Wateradvies geen waterschapsbelang Project: Heerenveen - Dracht 136 Gemeente: Heerenveen Aanvrager: Jan - Jacob Posthumus Organisatie: Rho Adviseurs Geachte heer/mevrouw Jan - Jacob Posthumus, . Met de gegevens die u heeft opgegeven Voor het plan Heerenveen - Dracht 136 heeft u een watertoets aangevraagd www.dewatertoets.nl op is bepaald dat het plan geen invloed heeft op het watersysteem en de waterketen. Hierdoor kan de procedure geen waterschapsbelang worden gevolgd voor de watertoets. Dit betekent dat u verder geen contact hoeft op te nemen met Wetterskip Fryslân. Deze uitkomst kunt u opnemen in de ruimtelijke onderbouwing van het plan. Mochten er desondanks vragen zijn, dan kunt u contact opnemen via onderstaande contactgegevens. Toename verharding Wij willen u verzoeken om in de waterparagraaf de volgende passage op te nemen over het onderdeel toename verharding. Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is.

Het is verboden zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer 2dan onverharde 200 m grond in stedelijk gebied en 15002m in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater is onderstaande tabel van toepassing. Uiteraard is het toepassen van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan vermeld in het onderstaande tabel. Zie de Leidraad watertoets voor meer informatie over compenserende maatregelen of neem contact op met Cluster Plannen van Wetterskip Fryslân. Indien er niet wordt gecompenseerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij onderstaande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeenstemming plaatsvindt in de watertoetsprocedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waterschap te worden gevraagd.

Gebied

Stedelijk (>200 m²)

Landelijk (>1.500 m²)

Boezem

5%

5%

Polder

10%

10%

Vrij afstromend

Maatwerk mogelijk

Maatwerk mogelijk

Toelichting tabel l l l

5% heeft alleen betrekking op de Friese boezem; de algemene regels keur zijn in de onderstaande tabel verwerkt; maatwerk kan bestaan uit bijvoorbeeld infiltratie of berging van het overtollig hemelwater.

Ruimtelijke adaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Het is belangrijk kansen te benutten om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het planvormingsproces worden meegenomen. Meer informatie hierover is te vinden op De Friese klimaatatlas www.frieseklimaatatlas.nl :

Procedure Via www.dewatertoets.nl hebben wij uw watertoets als een melding ontvangen. Wij archiveren deze melding. De watertoets is hiermee voor Wetterskip Fryslân afgerond. Privacyverklaring Wetterskip Fryslân verwerkt uw naam, adres, telefoonnummer, e-mailadres en kadastrale gegevens om uw aanvraag te behandelen. De grondslag van de verwerking van deze gegevens zijn taken in het algemeen belang die in het Besluit Ruimtelijke Ordening aan het waterschap zijn opgedragen. Wij hebben gegevens van u ontvangen en verdere gegevens zullen wij opvragen uit het kadaster en ons geografische informatie systeem. Uw gegevens worden na afronding van uw aanvraag permanent bewaard. U heeft recht op inzage, een kopie, rectificatie, wissing, beperking, bezwaar en het indienen van een klacht bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Een verzoek daartoe kunt . Nadere informatie over de verwerking van uw gegevens en uw rechten vindt u op u doen viaprivacy@wetterskipfryslan.nl https://www.wetterskipfryslan.nl/over-de-site/privacyverklaring

Met vriendelijke groet,

Wetterskip Fryslân Postbus 36 8900 AA Leeuwarden T 058 292 2222 E info@wetterskipfryslan.nl

www.dewatertoets.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=1309d945-6f1d-4ef0-b577-90bc9e3d1733