Memo reactie op advies cie
Tekst van het document
Motivering 1. Inleiding 1.1 Voorgesteld wordt de in deze memo genoemde aangelegenheden niet in de openbare besluitenlijst op te nemen en derhalve op grond van artikel 55, eerste lid, van de Gemeentewet geheimhouding op te leggen. De redenen hiervoor zijn: De privacy van de burger, zowel in verband met de persoonsgegevens als eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, artikel 10 lid 1 onder d en artikel 10 lid 2 onder e Wob. Verder is deze memo informatief van aard. In de bijlagen treft u verder nog aan: het advies van de Commissie Bezwaarschriften en de twee rechterlijke uitspraken welke gebruikt zijn in de zaak. 1.2 Voorgeschiedenis Bezwaarde is in het kader van een heronderzoek rechtmatigheid uitgenodigd bij brief van 27 juni 2018 om te verschijnen op 3 juli 2018. Daarbij is bezwaarde verzocht om bankafschriften van de afgelopen drie maanden mee te nemen. Bij dit gesprek heeft bezwaarde haar moeder meegenomen. Tijdens dit gesprek heeft bezwaarde aangegeven dat haar ouders maandelijks de boodschappen voor haar betalen en dat dit vanaf aanvang bijstandsuitkering al gaande is. Moeder heeft daarop aangevuld dat zij op deze manier hun dochter willen ondersteunen. Overige vaste lasten betaald bezwaarde wel zelf.
Tijdens voornoemd gesprek heeft de specialist inkomen bezwaarde gewezen op het structurele karakter van de betalingen van de boodschappen en dat deze uit de bijstandsnorm voldaan moeten worden. Op de ingeleverde bankafschriften over de periode van 1 april tot en met 29 juni 2018 zijn nauwelijks pinbewegingen te zien in supermarkten. Om vast te kunnen stellen hoeveel daadwerkelijk aan boodschappen is besteed door de ouders van bezwaarde is er door de specialist inkomen aan bezwaarde verzocht om een overzicht aan te leveren. Hierin moest duidelijkheid verschaft worden wat de hoogte was van de maandelijkse door bezwaarde ouders betaalde boodschappen over de periode van november 2015 tot en met heden. Bezwaarde heeft telefonisch contact opgenomen met de afdeling om te vragen welke bewijsstukken zij moest inleveren. Bezwaarde heeft vervolgens aangegeven dat zij met haar ouders in gesprek zou gaan om aan te tonen dat de boodschappen via hun bankrekening zijn betaald. Na voornoemd telefoongesprek ontvangt de specialist inkomen een mail waarin bezwaarde verzoekt om uitstel te verlenen om de gevraagde bewijsstukken in te leveren, omdat zij op vakantie gaat. Tevens heeft bezwaarde aangegeven dat haar moeder geen bewijsstukken in de vorm van bankafschriften wil inleveren. De specialist inkomen heeft de hersteltermijn daarop verlengd tot 12 september 2018.
Na vakantie van bezwaarde heeft er opnieuw een gesprek plaatsgevonden op 11 september 2018. Bezwaarde heeft ditmaal haar vader meegenomen. Bezwaarde heeft tijdens dit gesprek aangegeven geen bewijsstukken te kunnen leveren ten aanzien van de betaalde boodschappen. Ook kan zij geen bankafschriften van haar ouders aanleveren, omdat zij dit niet willen. Volgens bezwaarde is het ook lastig te onderscheiden welke boodschappen voor haar zijn betaald en welke voor ouders, omdat de boodschappen in één keer gepind zijn. De specialist inkomen heeft benadrukt dat het van belang is te weten wat de ouders van bezwaarde hebben betaald aan boodschappen opdat zij het recht op uitkering kan vaststellen. Bezwaarde heeft een schriftelijke verklaring ingediend om haar verhaal te
onderbouwen. Hierin wordt onder andere aangegeven dat zij samen met haar moeder altijd de wekelijkse boodschappen heeft gedaan en dat moeder deze heeft betaald. De specialist inkomen heeft na ontvangst van de verklaring het recht op uitkering voor levensonderhoud opnieuw vastgesteld. Zij heeft daarin meegenomen dat bezwaarde vanaf aanvang uitkering voor levensonderhoud niet zelf de boodschappen heeft gedaan, maar dat haar ouders deze voor haar hebben betaald. Deze betalingen hebben periodiek en structureel plaatsgevonden. Bezwaarde stelt geen bewijsstukken aan te kunnen leveren hieromtrent, omdat de boodschappen in één keer voor zowel ouders, alsmede bezwaarde zijn betaald van dezelfde rekening. Daarnaast willen ouders van bezwaarde ook geen bankafschriften van hun rekening verstrekken. Bezwaarde heeft niet aangetoond hoeveel ouders hebben bijgedragen in de vorm van boodschappen voor bezwaarde. De specialist inkomen heeft geoordeeld dat zij aan de hand van de Nibud vastgestelde normen voor levensonderhoud het recht kan vaststellen. De specialist inkomen heeft vanaf datum aanvang bijstandsuitkering voor levensonderhoud een herberekening gemaakt. Per 1 november 2015 ontvangt bezwaarde een uitkering voor levensonderhoud van de gemeente Heerenveen. Per die datum had volgens de afdeling de uitkering verlaagd moeten worden in verband met de betaling door ouders voor de boodschappen.
Bij beschikking van 11 oktober 2018 is er over de periode van 1 november 2015 tot en met 31 december 2017 een bedrag van €12.180,76 teruggevorderd en over de periode 1 januari 2018 tot en met 31 juli 2018 een bedrag van €2.118,10. Dit bedrag is tot stand gekomen aan de hand van de Nibud- normen. 2. Argumenten In het advies, opgesteld door de Commissie Bezwaarschriften, valt te lezen dat de discussie zich met name laat voeren over artikel 18 van de Participatiewet (afstemming). De Commissie is van oordeel dat, in lijn met de door hun aangehaalde jurisprudentie, afstemming op grond van artikel 18 Pw slechts kan plaatsvinden in zeer bijzondere omstandigheden en dat de afdeling deze onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. De afdeling is van oordeel dat er door hen voldoende onderzoek is gedaan. Ten tijde van het onderzoek is door de specialist inkomen aan bezwaarde gevraagd een overzicht aan te leveren van de door moeder betaalde boodschappen en de hoogte daarvan. Omdat bezwaarde niet heeft aangetoond hoeveel haar ouders aan boodschappen voor haar hebben betaald is de kans voor de afdeling weggenomen om nader onderzoek te kunnen doen. Daarnaast hebben bezwaarde en ouders verklaard dat vanaf aanvang bijstand de boodschappen zijn betaald voor bezwaarde.
Om toch het recht op bijstand vast te stellen heeft de afdeling aan de hand van de Nibud- normen vastgesteld wat bezwaarde anders zou hebben gespendeerd aan boodschappen. De bijzondere omstandigheden om de bijstandsuitkering af te kunnen stemmen worden door de Commissie in deze casus niet aanwezig geacht, omdat de substantiële besparing op de bijstand hier niet aan de orde zou zijn. Daartoe overweegt de Commissie dat het onderzoek door de afdeling heeft plaatsgevonden over drie maanden, maar dat de periode van de terugvordering verder terug voert dan drie maanden en dus beter onderzocht had moeten worden. De afdeling is primair van oordeel dat zij uit mochten gaan van de verklaring van bezwaarde en ouders, namelijk dat de boodschappen vanaf aanvang bijstand voor haar zijn betaald. Daarnaast heeft bezwaarde dus geen overzicht aangeleverd van de door haar ouders betaalde boodschappen, waardoor het voor de afdeling niet mogelijk is te achterhalen voor welk bedrag aan boodschappen er is gespendeerd voor bezwaarde. De afdeling is verder van oordeel dat nu de Commissie het
onderzoek onvolledig acht zij ervoor had kunnen kiezen de zaak aan te houden en de afdeling nader onderzoek had kunnen laten plegen naar de bankafschriften van bezwaarde. Vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat een belanghebbende alleen met objectieve en verifieerbare gegevens duidelijkheid kan verschaffen over diens financiële positie. Dit is in onderhavige zaak niet gebeurd naar het oordeel van de afdeling. Daar de afdeling aan bezwaarde heeft gevraagd aan te tonen hoeveel ouders hebben gespendeerd aan de boodschappen voor bezwaarde en dit is nagelaten te doen door bezwaarde maakt dat de afdeling niet het oordeel van de Commissie deelt, namelijk dat er onzorgvuldig onderzoek heeft plaatsgevonden door de afdeling. De gestelde omstandigheid dat bezwaarde geen overzicht kan aanleveren en dus niet kan onderbouwen tot welk bedrag er boodschappen zijn betaald, komt voor haar rekening en risico. Ook het feit dat bezwaarde haar ouders geen bankgegevens willen overhandigen ter onderbouwing komen voor rekening en risico van bezwaarde. Voorgaande is ook de lijn die de Centrale Raad van Beroep volgt. Daarom zou de afdeling willen adviseren om niet in te stemmen met het advies van de Commissie.