Koersdocument Strategische Agenda Heerenveen incl. amendementen.pdf
Tekst van het document
Verschillen tussen bevolkingsgroepen in de samenleving nemen toe: tussen jong en oud, arm en rijk, hoger opgeleiden en lager- en middelbaar opgeleiden. Dat manifesteert zich onder meer in levensstijl en gezondheid, kwaliteit van de eigen leefomgeving, vrijetijdsbesteding en deelname aan de samenleving. De beroepsbevolking van Heerenveen kent grote verschillen in opleidingsniveau en inkomensniveau. Het opleidingsniveau is laag, maar Heerenveen heeft ook gemiddeld het hoogste inkomen van Friesland. Eén op zes inwoners heeft een uitkering, maar het aantal bijstandsuitkeringen neemt recent in snel tempo af. Een maatschappelijke tweedeling tekent zich af, zowel sociaaleconomisch als maatschappelijkcultureel. Ook gezondheidsverschillen tussen laag- en hoog opgeleide bevolkingsgroepen nemen toe. Mensen met een lager opleidingsniveau voelen zich minder vaak gezond en hebben vaker last van overgewicht.
Gezondheidsverschillen tussen mensen met een hogere en lagere opleiding nemen toe eenzamen (landelijk beeld)
36
De tweedeling manifesteert zich ook ruimtelijk Groepen mensen wonen in verschillende wijken, waardoor de mogelijkheden van interactie beperkt zijn en de tweedeling zich versterkt (segregatie). Het systeem van passend toewijzen zorgt ervoor dat er een minder diverse groep huurders in een buurt komt te wonen. Mensen met een kleinere portemonnee zijn aangewezen op de goedkoopste categorie huurwoningen, terwijl mensen met een middeninkomen niet meer in de sociale verhuur terecht kunnen. Daar komt bij dat meer mensen met psychische en sociale problematiek verwacht worden die zijn aangewezen op de sociale huurvoorraad. Dit alles leidt ertoe dat de leefbaarheid onder druk staat. Maar ook regionaal zien we fragmentatie: tussen zich snel ontwikkelende steden met kennisintensieve bedrijven en hoogwaardige voorzieningen, en regio’s met een krimpende bevolkingsomvang, vergrijzing, ontgroening en tanende voorzieningen. Verandering van het klimaat en uitputting natuurlijke voorraden Klimaatverandering Van de fysieke factoren is de wereldwijde klimaatverandering de meest ingrijpende: de gemiddelde temperatuur op aarde stijgt door de uitstoot van broeikasgassen (CO2) en de zeespiegel stijgt mee.
Uit de KNMI scenario’s van 2014 blijkt dat de stijging van de gemiddelde temperatuur tot 2050 in Nederland kan variëren van 1,3 tot 3,7 graden Celsius; op basis hiervan houdt KNMI rekening met een zeespiegelstijging van 25 tot 80 cm in 2085. De zeespiegelstijging heeft gevolgen voor de water af- en aanvoer in lager gelegen delen van Nederland. Ook op land heeft klimaatverandering allerlei gevolgen: • Zo verdubbelt naar verwachting het aantal tropische dagen in 2050 ten opzichte van 2015; • Klimaatverandering leidt in de zomers tot versnelde opwarming van versteende gebieden; de zogenaamde hittestress. Hittestress treedt voornamelijk op in oudere woonwijken, bedrijventerreinen en stadscentra met publieke voorzieningen (bijvoorbeeld ziekenhuizen) waar mensen wonen en verblijven. Het centrum van Heerenveen wordt nu al ervaren als een warme plek. Ook in dorpen als Akkrum en op bedrijventerreinen kan de gebouwde omgeving leiden tot een hogere (gemiddelde) temperatuur in de zomer; • In de wintermaanden zal het meer regenen; in de lente en zomer minder, maar áls het regent, regent het wel heviger. Daarmee nemen de risico’s op wateroverlast in lage delen van het landelijk gebied en in stedelijk gebied toe. Zeker voor Fryslân, waarvan bijna 2/3 deel beneden NAP ligt, zijn maatregelen nodig om de veiligheid te kunnen blijven garanderen.
Bodemdaling vergroot deze risico’s; • Extremer weer kan ook leiden tot meer ziekten en plagen, met nadelige consequenties voor landbouw en volksgezondheid; • Andere gevolgen zijn versnelde bodemdaling en paalrot in veengebieden, en beperkte mogelijkheden voor doorspoeling met zoet water zijn; veendijken kunnen door langdurige droogte beschadigd raken.
37
Mogelijke gevolgen van klimaatverandering Grondstoffen raken uitgeput Onze economie is ingericht volgens een lineair model: grondstoffen worden onttrokken aan de natuur, verwerkt tot producten en na gebruik worden afgevoerd als afval. Door uitputting van natuurlijke voorraden, worden bepaalde grond- en hulpstoffen op termijn schaars en zijn kostenstijgingen het gevolg. Terugloop van de biodiversiteit In Nederland is de biodiversiteit teruggelopen naar ca. 15% van de oorspronkelijke, ongestoorde natuursituatie. Nederland voldoet nog niet aan de Europese doelstelling om soorten en habitattypen in gunstige staat te brengen en te houden. In Fryslân is vooral de afname van de aantallen weidevogelsoorten opvallend. Door ontwatering van het veen zullen natuurwaarden die zijn gerelateerd aan de veenbodem op termijn verdwijnen. Plantensoorten die gedijen in natte omstandigheden en vaak zeldzaam zijn, nemen af en voor weidevogels blijft minder voedsel beschikbaar (zie onderstaand kader). Op de zandgronden zijn problemen met vermesting en verdroging aan de orde. Op de lange termijn tast de verschraling van het landschap ook de economie in het gebied aan. Een landschap zonder onderscheidende kenmerken is niet aantrekkelijk om te wonen of te recreëren en op een bodem die zijn natuurlijke vruchtbaarheid verliest, kun je geen landbouw bedrijven.
38
Bodemvruchtbaarheid en bodemverdichting Op sommige plekken wordt de natuurlijke bodemvruchtbaarheid aangetast en de (mineralen) balans in de grond verstoord. Naast uitputting van de grond is bodemverdichting een probleem voor het functioneren van het natuurlijk bodemsysteem. Door bewerking met zware machines is de bodem verdicht, waardoor de bovenste grondlaag als het ware als een deksel op de lagen daaronder ligt. Gevolg is dat deze bovenlaag slecht water en lucht doorlaat. Dit speelt met name op veenbodems, waar de grond makkelijk wordt samengedrukt. Een gezonde bodem moet makkelijk een bui van 40 tot 50 mm water op een dag kunnen absorberen. Verdichting zorgt er voor dat: • het meeste water rechtstreeks naar de sloot wordt afgevoerd; • weinig water wordt toegevoegd aan het grondwater en er weinig vocht wordt vast gehouden; • door een tekort aan doorworteling er ook onvoldoende volume aan poriën in de bodem aanwezig is, waardoor er maar in geringe mate sprake is van capillaire opstijging van grondwater. Deze zaken maken dat de bodem direct ónder de verdichte bovenlaag droog komt te liggen en zelfs in de winter droog blijft. De veenbodem daalt Door ontwatering van het veen daalt de bodem in het gebied rondom Aldeboarn en de Deelen.
De effecten van bodemdaling zijn onomkeerbaar en ingrijpend voor de inrichting en het gebruik van het gebied, en daarom ook voor de mensen die er wonen, werken en recreëren. Wanneer we het huidige beleid en de huidige maatregelen doorzetten is het veen over honderd jaar nagenoeg verdwenen.
39
De veenbodem daalt door een cyclisch proces van maaivelddaling, peilverlaging en veenoxidatie De veenweideproblematiek leidt tot verschillende effecten voor de leefomgeving: • Verdroging van hoger gelegen natuurgebieden (zoals de Deelen) en landbouwgronden; • Versnippering van het waterbeheer; • Droogstaande fundering; • Verzakkende wegen en riolering; • 30% van de Friese CO2-uitstoot komt door afbraak van het veen in Friesland; • Afname bodemvruchtbaarheid; • Verdwijnen landschappelijke kenmerken, archeologische waarden en natuurwaarden. Het landelijk gebied krijgt te maken met nieuwe ruimteclaims Door nieuwe stedelijke functies is het landschap rondom Heerenveen de afgelopen decennia flink veranderd (bedrijventerreinen, woningbouw). Daarnaast zijn op verschillende plekken karakteristieke landschapselementen verdwenen door ruilverkaveling en schaalvergrotingsprocessen in de landbouw. Het landschap rondom Heerenveen staat onder druk door de ruimtevraag die nieuwe stedelijke functies met zich mee brengen. Voor het buitengebied van de gemeente geldt dat ook de energietransitie, aanpassing aan klimaatveranderingen en recreatie nieuwe ruimteclaims met zich meebrengen.
40
Technologische ontwikkelingen Automatisering Er is een overgang naar een kenniseconomie (next economy) en er zijn allerlei technologische ontwikkelingen zoals digitalisering, robotisering, biotechnologie, drones en sensoren, virtualreality en zelfrijdend vervoer. Nieuwe technologieën kunnen laagwaardige banen verdringen, maar ze kunnen ook nieuwe werkgelegenheid opleveren. Datagedreven werken en slimme steden De grotere beschikbaarheid van (publieke) data zorgt ervoor dat er steeds meer datagedreven toepassingen zijn. Deze variëren van eenvoudige efficiencywinst door sensoren in containers, tot ingrijpende innovaties in de zorg in wijken door beter inzicht in de behoeften van doelgroepen. Door de beschikbaarheid van sneller internet (bijvoorbeeld 5 G), zijn in de toekomst meer innovatieve toepassingen mogelijk in de openbare ruimte. Denk aan slimme verlichting, het monitoren en begeleiden van verkeersstromen, zelfrijdend vervoer. Online diensten Steeds meer diensten worden online aangeboden. Dit geldt voor diensten in de zakelijke markt, maar ook voor gemeentelijke diensten zoals het raadplegen van gemeentelijk regels, het aanvragen van paspoorten, vergunningen, etc. In het kader van de Omgevingswet wordt het digitaal stelsel ontwikkeld waar inwoners beleid en regels kunnen opvragen en omgevingsvergunningen kunnen aanvragen.
Economische ontwikkelingen Algemene trends op het gebied van arbeidsmarkt en economie In het kennisdocument Trends, cijfers en ontwikkelingen Friese Leefomgeving (2017) worden een aantal mondiale ontwikkelingen in de mondiale economie benoemd die ook voor de fysieke leefomgeving op Friese schaal gevolgen kunnen hebben: • Arbeid is mobieler en flexibeler geworden, mede door de digitale mogelijkheden. Mensen zijn minder gebonden aan een vaste werkplek, en werken vaker in wisselende verbanden (vast, flexibel en mengvormen). Vooral voor hoger opgeleiden heeft de arbeidsmarkt een internationaal karakter. Het zwaartepunt in de wereldeconomie verschuift, met name naar groeilanden in Azië; • Mede onder invloed van de internationale concurrentie, zet schaalvergroting van bedrijven en in de landbouw en de onderzoekswereld door. Tegelijk ontwikkelen zich startups die meestal kleinschalig in nichemarkten beginnen en zich van daaruit ontwikkelen in netwerken met andere partijen; • Op lokaal niveau werken bedrijven en instellingen steeds meer samen; fysieke nabijheid is hierbij van belang. Producenten en consumenten opereren in netwerken (fysiek, sociaal en digitaal) die onderling sterk verbonden zijn, van lokaal tot internationaal; dit zorgt voor sterke vermindering van marginale kosten.
Het maatschappelijke belang van toekomstbestendige en veilige infra- en informatiestructuren neemt daarmee toe. De richting van deze ontwikkelingen is niet eenduidig. Tegenover schaalvergroting van bedrijven staan kleine vitale bedrijven die flexibel kunnen opereren. En naast globalisering en internationale concurrentie staan lokale en regionale samenwerking en netwerkverbanden. Duidelijk is wel dat informatie, kennis en technologische vernieuwingen de drijvende krachten zijn achter economische ontwikkeling.
41
Bedrijventerreinen en kantoren Voor de toekomst wordt verwacht dat er minder kwantitatieve vraag is naar nieuwe bedrijventerreinen en kantoren. Er is vooral sprake van een vervangingsvraag. Ontwikkelingen als flexibel werken en de transformatie naar nieuwe, hoogproductieve bedrijvigheid leiden tot een kleinere ruimtevraag. Aan de andere kant ontwikkelen zich ook specifieke bedrijfsvormen die juist extra ruimte vragen. In het Noorden is relatief veel ruimte beschikbaar. Vanwege de ligging aan snelwegen is Heerenveen in de noordelijke context interessant voor logistiek. We krijgen te maken met ontwikkelingen op het gebied van smart logistics (meer geautomatiseerde logistiek). De grootste nieuwe ruimtevraag valt te verwachten uit groothandel (bijvoorbeeld distributiecentra van webwinkels). Kwantitatief gezien zijn er genoeg m2 aan bedrijventerreinen in Fryslân om uit te geven tot 2030. Er blijkt dat vraag naar terreinen alleen op andere locaties en van een ander type is dan er beschikbaar is. In de nabije toekomst krijgt multimodaal goederenvervoer een steeds belangrijkere rol. Goederenvervoer over water is een kosteneffectieve en relatief duurzame vorm van transport voor (bulk)goederen over afstanden groter dan circa 30 kilometer. Detailhandel en horeca Centrumgebieden krijgen onder andere te maken met veranderingen op het gebied detailhandel en horeca: • Online winkelen.
Online shopping is niet meer weg te denken uit het dagelijks leven van steeds meer Nederlanders. De groei zet zich onverminderd voort. De smartphone wordt meer en meer benut voor het doen van aankopen, zeker onder jongeren. De verwachting is dat deze groei doorgaat, hetgeen consequenties heeft voor het aantal fysieke winkelmeters; • Blurring en branchevervaging. De grenzen tussen de verschillende productgroepen is aan het verdwijnen. Bouwmarkten verkopen ook planten, tuincentra verkopen tevens huishoudelijke artikelen. Inmiddels zijn er ook mengvormen met andere sectoren (‘blurring’), zoals retail, horeca, cultuur en vermaak. Een voorbeeld hiervan is de bakker met lunchroom, maar ook zien we steeds vaker bijvoorbeeld kledingzaken of boekwinkels met een horecamogelijkheid; • Wegvallen van het middensegment. Veel bedrijven die in het middensegment opereren hebben te kampen gekregen met een onvoldoende onderscheidend vermogen; vaak is de prijs/kwaliteitverhouding niet meer de juiste. Hierdoor zijn veel formules en bedrijven verdwenen, zoals V&D. Tijdens de economische recessie van de afgelopen jaren is een toename te constateren geweest van het aantal budgetwinkels en tweedehandswinkels; • Beleving en identiteit. Wanneer de consument besluit tot het doen van aankopen in een winkelgebied, dan zijn het eigen gezicht en de beleving van het winkelgebied steeds belangrijker.
De keus is groot voor de klant; men kiest voor een gebied waar het aangenaam vertoeven is. De klant wil meer dan in het verleden bewust en gezond eten en genieten. Zo zijn er saladebars in rap tempo bijgekomen, verse producten en kruiden in supermarkten in overvloed, en de bereiding van verse producten in een restaurant vindt plaats in het zicht van de klant. De economie van het buitengebied verandert Door schaalvergroting neemt het aantal landbouwbedrijven sneller af, terwijl het landbouwareaal veel geleidelijker afneemt. Het buitengebied is ook een plek waar we bewegen, sporten en ontspannen. Recreatie en toerisme wordt een steeds belangrijkere economische drager
42
van het buitengebied. Bij ruimtelijke veranderingen liggen er daarom ook kansen om meer ruimte te creëeren voor sporten, fietsen, wandelen, varen, roeien, vissen, survival, ATB-en en ruitersport. Recreatie en toerisme Op het gebied van recreatie en toerisme zijn verschillende trends en ontwikkelingen waar te nemen: • Binnenlands toerisme groeit sterk; • Mensen gaan vaker op korte vakantie; • Kwaliteit en beleving nemen toe aan belang; • Opkomst deeleconomie. Denk aan Air B&B. Specifiek voor waterrecreatie zijn de volgende trends en ontwikkelingen relevant: Door vergrijzing is er een afnemende markt van traditionele watersporters; De vloot is in beweging. Zo resulteert de verschuiving van bezit naar gebruik in een groeiende verhuurvloot en een afname van het eigen boot bezit. Deelsegmenten als de zeilvloot zitten in een neergaande spiraal, maar (elektrische) sloepen en boardsporten als SUP (Stand UP Paddling) juist in de lift. Ook de behoefte van de waterrecreant is in ontwikkeling. De Waterrecreant wil meer dan varen alleen. Waar ‘voorheen’ het toeven op het water centraal stond, zoekt de waterrecreant nu meer beleving en gezelligheid. De waterrecreant wil de wal op om het achterland te verkennen en verblijft graag in een comfortabele verblijfslocatie die meer biedt dan de boot afmeren (Campervaarder met fietsen aan boord).
Heeft de haven een hoge verblijfskwaliteit dan is het een aantrekkelijke uitvalsbasis om de omgeving te verkennen en verlengt de passant het aantal ligdagen. Politieke ontwikkelingen Internationalisering en nationale/regionale/lokale soevereiniteit Informatiestromen, arbeid, handel en financiën verplaatsen zich over de hele wereld. Daarmee is de wereld steeds intensiever met elkaar verbonden. Deze globalisatie roept ook een tegenbeweging op; het willen benadrukken van eigen identiteit en de wensen om zeggenschap te behouden. Versplintering politiek landschap Stemmers zijn minder vast aan een partij verbonden en de opkomst bij verkiezingen is wisselend. Dit heeft geleid tot een gefragmenteerd politiek landschap, waarbij grote partijen of coalities van twee partijen vrijwel niet meer voorkomen. Experimenten met directe democratie Ontwikkelingen in het lokale bestuur en de brede beschikbaarheid van informatie hebben geleid tot een grotere roep om directe democratie. De afgelopen jaren hebben daardoor allerlei experimenten plaatsgevonden met participatieve democratie. Denk aan de G1000, wijkraden en referenda. Veranderingen in de gemeentelijke context • Gemeente is steeds vaker een gelijkwaardige samenwerkingspartner. De samenleving verandert van verticaal geordende, centraal aangestuurd top-down samenleving naar een meer horizontale, decentrale bottom-up samenleving.
Er komt meer nadruk te liggen op de samenwerkende en de responsieve overheid. Voor Heerenveen – met een rijk, historisch geworteld verenigingsleven en de realisatie van kenmerken – niet nieuw,
43
maar de samenwerking met inwoners wordt nadrukkelijker een prioriteit. Naast inwoners werkt de gemeente samen met vele (professionele) partners, van schoolbesturen tot sportstad. Zelfs als gekeken wordt naar alleen de meest belangrijke partners, zijn dit er tientallen – het zijn er in totaal honderden. Tegelijk wordt nog steeds veel waarde gehecht aan de rechtmatige en presterende overheid, aan het op zorgvuldige of juist efficiënte uitvoering. Verschillende burgerschapsstijlen, in Heerenveen in kaart gebracht, hebben hierin ook verschillende wensen. • Gevolgen van decentralisaties. Door achtereenvolgens economische omstandigheden en de decentralisaties (het overdragen van verantwoordelijkheden naar de gemeente) in het sociaal domein zijn de financiële omstandigheden van gemeenten – waaronder de gemeente Heerenveen – verslechterd. • Opgavegericht en integraal werken. Het denken van de gemeente over zichzelf is door deze factoren veranderd. Sleutelbegrippen zijn nu van buiten naar binnen werken en omgevingsgericht om recht te doen aan de toegenomen interactie met de omgeving en opgavegericht om minder sectoraal te werk te gaan.
44
BIJ L AG E 2 O V ER Z I C H T NETWER K PA R TNER S EN RO LL E N V A N D E GEM E ENTE Langetermijn doelstellingen Heerenveen
Relevante netwerkpartners
Werken aan Heerenveen als banenmotor en regionaal voorzieningencentrum
1. Een herkenbaar en versterkt (top) sportprofiel.
2. Een stevige regionale functie op het gebied 3. 4.
van werk, onderwijs, zorg, cultuur, recreatie en detailhandel. We leven in een circulaire economie, waar afvalstoffen als grondstof worden ingezet. Goede verbindingen naar andere economische kerngebieden.
Ondernemers(verenigingen), Provincie, Rijk, F4-gemeenten, gemeenten ZO Friesland, Innovatieplatform Fryslân, Sportstad, Theater, Musea, Thialf, NOC-NSF, KNSB, Centrum voor Topsport en Onderwijs, Omrin, Nationaal Testcentrum, Circulair Plastics, Circulair Fryslân, regiomarketing Heerenveen ’n Gouden Plak, het andere Friesland, Tjongerschans, ROC’s, Caparis.
Werken aan Heerenveen als banenmotor en regionaal voorzieningencentrum
1. Het woningaanbod is van goede kwaliteit, divers en betaalbaar.
2. We zijn energieneutraal (95% CO2-reductie) en voorkomen energiearmoede.
3. Wijken en dorpen hebben een
gemengde bevolkingssamenstelling qua leeftijd, inkomensniveau en huishoudenssamenstelling.
Provincie, omliggende gemeenten, Woningbouwcorporaties, huurders, woningeigenaren, vastgoedbeleggers, ontwikkelaars, bouwers, Fossielvrij Fryslân, Hûs en Hiem.
Zorgen voor gezonde, klimaatbestendige en leefbare wijken en dorpen
1. Inwoners leven zo lang mogelijk veilig, 2. 3. 4. 5.
gezond en vitaal. De openbare ruimte is klimaatbestendig ingericht en geeft optimaal ruimte aan biodiversiteit. Bewegen op de fiets of te voet wordt optimaal gestimuleerd. Het aanbod op het gebied van recreatie, cultuur en evenementen is aantrekkelijk. Voorzieningen zijn bereikbaar.
GGD, Veiligheidsregio, onderwijs en kinderopvang, FUMO, Wetterskip, Provincie, omliggende gemeenten, culturele instellingen en amateurverenigingen, ondernemers, evenementenorganisators, ’n Gouden Plak, recreatieondernemers, inwoners.
45
Staan voor de kwaliteit en veerkracht van een veranderend landelijk gebied
1. De verschillende landschapstypen zijn 2. 3. 4.
herkenbaar en beleefbaar. Ecosystemen zijn veerkrachtiger en de soortenrijkdom is toegenomen. Boeren en (recreatie)ondernemers in het buitengebied hebben economisch perspectief . De leefbaarheid op het platteland is toegenomen.
Boeren, terreinbeherende organisaties, Provincie, Wetterksip, FMF, inwoners in het landelijk gebied, recreatieondernemers en andere ondernemers.
Gezond en veilig op kunnen groeien en doorgroeien naar een fatsoenlijk verrijkt bestaan
1. De veerkracht van inwoners is vergroot. 2. De ervaren gezondheid van inwoners is toegenomen.
3. Ontwikkelingskansen voor kinderen zijn vergroot.
Onderwijs, Kinderopvang, ondernemers, Caparis, Sportverenigingen, Huisartsen, Tjongerschans, Sociaal Domein Fryslân, vele maatschappelijke steunorganisaties zoals Stichting Leergeld, Jeugdfonds Sport en Cultuur, Voedselbank, Caleidoscoop etc. Jeugd- en zorgaanbieders, preventieteams, GGD, culturele instellingen en amateurverenigingen, Provincie, VNG,Ministeries, Zorgverzekeraars, vrijwilligersorganisaties en mantelzorgers, veiligheidsregio.
Passende ondersteuning geven om mee te doen in onze samenleving (ook als het even niet meer lukt)
1. De bestaanszekerheid van inwoners is 2. 3.
gewaarborgd. Er wordt op tijd ingrepen wanneer meer ondersteuning nodig is (voor jong en oud). De kosten voor zorg en ondersteuning zijn beheersbaar.
UWV, Caparis, SDF, jeugdhulp en jeugdaanbieders, Preventieteams, Caleidoscoop, Zorgaanbieders en zorgverzekeraars, Provincie, Ministeries, Werkbedrijf Fryslan Werkt!, reïntegratie bureaus, Bureau Zelfstandigen, bewindvoerders, rechtbank, politie, woningcorporaties gerechtsdeurwaarder, woningcorporatie, nutsbedrijven.
46
.
Een sterke en slagvaardige overheid die flexibel meebeweegt met de omgeving
1. De samenwerking met inwoners en 2. 3. 4.
bedrijven is verbeterd. De gemeentelijke organisatie is klaar voor de toekomst. De bedrijfsvoering is ondersteunend aan de opgaven die we hebben voor de samenleving. De gemeentelijke financiën zijn stabiel en flexibel.
Inwoners, ondernemers maatschappelijke organisaties. Andere gemeenten, provincie, VNG, rijk. Externe toezichthouders zoals accountant.
47
BIJ L AG E 3 O R GA N I S A TIEO PG A VE Op het gebied van de gemeentelijke organisatie streven we naar een sterke en slagvaardige overheid die flexibel meebeweegt met de omgeving. Dit omvat vier (sub)doelstellingen: • De samenwerking met inwoners en bedrijven is verbeterd; • De gemeentelijke organisatie is klaar voor de toekomst; • Toekomstbestendige bedrijfsvoering is ondersteunend aan de opgaven voor de samenleving; • De gemeentelijke financiën zijn stabiel en flexibel. Ad 1. De samenwerking met inwoners en bedrijven is verbeterd Het thema samen met inwoners is een kernkwaliteit waar we sterk op blijven inzetten en die we willen versterken. Vanuit de overtuiging dat de grote maatschappelijke opgaven alleen samen met inwoners, ondernemers (al dan niet georganiseerd), maatschappelijke organisaties en andere overheden gerealiseerd kunnen worden. De aard van de opgave en de rollen van andere partijen zijn bepalend voor de rol die we als gemeente in een opgave nemen. Opgave: Versterken lokale democratie: samen met inwoners: - We zijn gericht op de behoefte en vraag van de omgeving op alle niveaus en richten ons op maatschappelijke opgaven samen met de omgeving: inwoners, ondernemers maatschappelijke organisaties en andere overheden. • Strategische opgaven > beleid > overheid- en burgerparticipatie. • Collectieve voorzieningen > realisatie > samenwerking en co-creatie.
• Individuele dienstverlening > transactie > standaard waar mogelijk en maatwerk waar nodig. - We zorgen voor vraaggerichte en samenhangende aanpak van vragen op alle niveaus en richten onze organisatie in al zijn facetten daarop in: kern van de koers van de organisatie. Ad 2. De gemeentelijke organisatie klaar voor de toekomst Deze doelstelling bestaat uit drie opgaven en die zijn de kern van de organisatieontwikkeling met als bovenliggend kader de opgave als bedoeld onder 1. Opgaven: Toekomstbestendig leiderschap • Leiderschap passend bij de opgaven en besturingsfilosofie: werken vanuit de bedoeling; • Leiderschap richt zich op realisatie opgaven, duurzame ontwikkeling organisatie en medewerkers en optimale bedrijfsvoering; • Leiderschap richt zich op het samen verantwoordelijk voor het geheel. Toekomstbestendige medewerkers • Medewerkers zijn klaar voor de toekomst en werken vanuit de bedoeling; • Versterken persoonlijk leiderschap van medewerkers staat centraal; • Medewerkers zijn duurzaam inzetbaar; • Medewerkers tonen eigenaarschap en werken samen.
Sturing en control: opgavegestuurd werken • De sturing en inrichting van de organisatie is passend bij de opgaven en besturingsfilosofie; • Naast verticale hiërarchische sturing ook horizontale sturing op opgaven en ketens over afdelingen heen; • Sturing richt zich op gezamenlijke doelen, resultaten, prioritering en gezamenlijke en samenhangende inzet van middelen.
48
•
Opgavegestuurd werken is een belangrijk onderdeel in het nieuwe samenspel van inwoners, raad, college en gemeentelijke organisatie en deze opgave vloeit dan ook direct voort uit de kernopgave: versterken lokale democratie.
Ad 3. Toekomstbestendige bedrijfsvoering is ondersteunend aan de opgaven voor de samenleving Bedrijfsvoering is een containerbegrip voor alle bedrijfsmiddelen die worden ingezet ter ondersteuning van de gemeentelijke organisatie en met als doel om doelen en opgaven te realiseren. De bedrijfsvoering in onze gemeente is gericht op de ondersteuning van de opgaven voor de samenleving; we doen daarbij wat helpt en niet wat moet. Procedures, systemen en processen zijn daarbij ondersteunend aan de bedoeling en niet leidend. Op de diverse aspecten van de bedrijfsvoering vinden grote ontwikkelingen plaats die nodig zijn om de opgaven, voorzieningen en dienstverlening voor de samenleving te realiseren. Informatiemanagement We zitten midden in een transitie van analoog informatiebeheer naar duurzaam digitaal informatiemanagement. Dit is een transitie die de gehele organisatie treft en die ook wezenlijk iets anders vraagt van de medewerkers en de werkwijzen in de organisatie. Belangrijke samenhangende opgaven om de informatiehuishouding op orde te krijgen zijn: • Duurzaam digitaal informatiemanagement; • Privacy; • Informatieveiligheid; • Transparante en toegankelijke overheidsinformatie. Digitalisering De afgelopen jaren zijn grote slagen gemaakt in de digitalisering met name digitale oplossingen op dienstverlenende opgaven.
Om deze optimaal te maken voor de inwoner is koppeling met ons zaaksysteem nodig; komende jaren zullen deze moeten plaatsvinden. Ook voor de duurzame digitale archivering en de vindbaarheid van informatie is dit van groot belang. Daarnaast is ook digitalisering van onze werkplekken een belangrijke versnelde ontwikkeling. Wij richten ons in deze opgave op: • Duurzame digitalisering van de dienstverlening; • Duurzame digitalisering van de werkplekken; • Duurzame digitalisering van het informatiebeheer; • Optimale digitalisering van de bedrijfsvoering: efficiency en kwaliteit. De technische ontwikkelingen op digitalisering gaan snel en vragen van de organisatie digitale volwassenheid, digitale vaardigheid en flexibiliteit om continu om te gaan met veranderingen. Ook betekent dit dat diverse uitvoerende en beheersfuncties verdwijnen en regie- en adviesfuncties hiervoor terugkomen. Dit kan betekenen dat banen verdwijnen en nieuwe banen niet ingevuld kunnen worden door de huidige medewerkers omdat de verschijnbanen heel andere eisen stellen aan kennis en kunde en vaardigheden. Daarom zetten wij in op duurzame inzetbaarheid en wendbaarheid.
49
Huisvesting De huisvesting van de bestuurlijke en ambtelijke organisatie moet passend zijn bij hoe we willen werken voor de samenleving en voldoen aan wettelijke eisen op gebied van Arbo en duurzaamheid. Door de Covid-19 crisis is de ontwikkeling van het werken op afstand versneld. Er is een nauwe relatie tussen huisvesting, digitalisering en informatiemanagement. Komende jaren zal helder worden wat de koers en de ontwikkelingen in de samenleving betekenen voor onze behoefte aan huisvesting. Ad 4.
Duurzaam en flexibel financieel beleid
Deze doelstelling kent de volgende opgave:
• • • • •
Financieel duurzaam beleid; Doorontwikkelen P en C cyclus: overzicht, samenhang en toegankelijkheid van financiële informatie; Strategische agenda met keuzemogelijkheden op strategisch niveau; Versterken betrouwbaarheid toekomstgerichte financiële informatie; Risico en kansen gestuurd: middelen worden ingezet waar dit nodig is.