Inspraakreactie van de werkgroep 'Stop de schadelijke lelie- en sierbollenteelt' uit Oude- en Nieuwehorne
Tekst van het document
Datum
: 29 november 2025
Van
: Werkgroep “Stop de schadelijke lelie-en sierbollenteelt in de gemeente Heerenveen”
Doel
: Inspreken vergadering commissie ROM op 4 december 2025
Bestemd voor : Commissie ROM Ter inleiding In de (herziene) Omgevingsvisie staan fraaie doelstellingen zoals: - Uitgebreider rekening houden met water- en bodemsysteem (H1) - In buitengebied toekomstbestendige landbouw (1.4) - Niet afwentelen op toekomstige generaties, een gezonde leefomgeving, versterken biodiversiteit, ondersteunen duurzaam verdienmodel voor landbouw (H5) Dit wordt door onze werkgroep volledig ondersteund, maar er is op korte termijn voor het nastreven van deze doelstellingen actie, daadkracht en besluitvorming nodig. Hieronder geven we aan wat er volgens ons dient te gebeuren. Gebruik pesticiden/gewasbeschermingsmiddelen De afgelopen tijd is er veel aandacht (bijna dagelijks) voor de schadelijke gevolgen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Bewoners maken zich (terecht) zorgen over hun gezondheid en de impact van deze middelen op hun leefomgeving. Uit diverse onderzoeken blijkt dat resten van bestrijdingsmiddelen achterblijven na de teelt van lelies en andere sierbollengewassen vaak in een complexe cocktail/mix. Deze cocktail van middelen wordt met name in de sierteelt veelvuldig gebruikt en verspreidt zich via drift (wind) tot in woningen en natuurgebieden. Dit heeft aantoonbare negatieve gevolgen voor gezondheid, natuur, biodiversiteit en milieu.
Twee recente voorbeelden: - Aanzienlijke toename Parkinson patiënten in huisartsenpraktijken Nieuwehorne en Jubbega. - Waterbedrijven trekken aan de bel op basis van metingen (2024) in alle provincies: grondwater is ernstig vervuild door met name Pfas en bestrijdingsmiddelen (96% van het grondwater op 5 tot 10 meter vervuild). Daarbij komt dat steeds meer bestrijdingsmiddelen Pfas bevatten. Recentelijk verbood Denemarken per direct 23 van deze middelen. In de sierteelt gebruikt een teler gemiddeld 114 kilo werkzame stof per hectare, ter vergelijking: voor fabrieksaardappelen is dit 12 kilo en voor mais is dit 1 kilo per hectare. Deze sierteelt heeft niets te maken met voedselvoorziening maar is uitsluitend voor financieel gewin van de teler waarbij alle lasten voor rekening komen van de samenleving. Hoewel telers door het Ctgb goedgekeurde middelen gebruiken, zijn er sterke aanwijzingen over de schadelijke gevolgen van het pesticiden gebruik in de vorm van de ‘cocktails’ van deze middelen alsmede over het gebruik van deze middelen op de langere termijn. Bij het RIVM loopt inmiddels een onderzoek hiernaar, maar de resultaten hiervan zullen pas over een aantal jaren bekend zijn. Dat is de reden dat, niet alleen onze werkgroep, maar ook de werkgroepen uit Katlijk, De Knipe alsmede de Gezondheidsraad ervoor pleiten om het omgevingsrechtelijk voorzorgsprincipe toe te passen.
(zie verderop) Omgevingsvisie (en Omgevingsplan) Omdat omliggende gemeenten (Weststellingwerf, De Fryske Marren, Opsterland) besloten hebben tot regulerende- dan wel verbodsbepalingen van de sierteelt, zal ongetwijfeld het waterbed effect gaan optreden: een toename van de sierteelt naar de gemeente Heerenveen waar tot dusver voor telers geen belemmeringen zijn. Deze ontwikkeling is ongewenst en in strijd met de Omgevingsvisie! Het is dan ook belangrijk dat er met spoed maatregelen worden genomen, maatregelen die vanwege de juridische haalbaarheid, enkel gericht zijn op de sierbollen- en lelieteelt. 1
Het omgevingsplan is in de beleidscyclus een uitvoeringsinstrument met de juridische vertaling van het omgevingsbeleid uit de omgevingsvisie en (omgevings-)programma’s. De gemeenteraad moet bij het vaststellen van de omgevingsvisie rekening houden met het voorzorgsbeginsel (art. 3.3 Omgevingswet). Dit houdt in dat er maatregelen moeten worden genomen als er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat activiteiten negatieve gevolgen kunnen hebben voor het milieu of de gezondheid. Dat geldt dus met name bij activiteiten waarbij de beschikbare wetenschappelijke gegevens wel indicaties geven voor een risico, maar er nog onvoldoende wetenschappelijk bewijs beschikbaar is over de aard of omvang van dat risico. De gemeenteraad moet bovendien bij het vaststellen van de omgevingsvisie rekening houden met het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron moeten worden bestreden (art. 3.3 Omgevingswet). Omgevingsrechtelijke mogelijkheden Er is een drietal opties van regulering via het Omgevingsplan, te weten: - Een generiek verbod op lelie- en sierbollenteelt. - Een verbod om in zones bestrijdingsmiddelen te gebruiken (‘spuitvrije zones’), generiek of locatiegericht. - Een verbod op lelie- en sierbollenteelt zónder voorafgaande vergunning (een vergunningstelsel) en maatwerkvoorschriften bijvoorbeeld voor nieuwe percelen.
Juridische studies Over dit onderwerp zijn inmiddels tal van juridische studies gepubliceerd. De algemene conclusie is dat omgevingsrechtelijke regulering wordt bemoeilijkt door het feit dat er door telers gewerkt wordt met goedgekeurde gewasbeschermingsmiddelen die op veiligheid zijn beoordeeld bij de toelating tot de Europese markt. Op dit moment ontbreekt helaas landelijke regelgeving. Een en ander betekent dat: - Op basis van de huidige stand van de wetenschap een verbod een brug te ver is. - Op bepaalde locaties uit voorzorg binnen een gemeente spuitvrije zones (zonering) kunnen worden gelegd. Hiermee wordt toegestaan gebruik beperkt maar dat een grotere spuitvrije zone dan 50 meter waarschijnlijk op dit moment niet (rechtens houdbaar) mogelijk is. - Het voorzorgbeginsel een vergunningplicht voor nieuwe percelen kan rechtvaardigen. Een vergunningplicht voor bestaande gevallen, bij niet verlenen, vrijwel zeker leidt tot nadeelcompensatie. Voorbereidingsbescherming Een omgevingsplan is niet zomaar opgesteld, dat vergt tijd. Voorafgaand aan een omgevingsplan kunnen B&W een zogenaamd voorbereidingsbesluit nemen. Dat is voor de gemeente geregeld in artikel 4.14 Ow. Met zo’n besluit voeg je voorbeschermingsregels toe aan het omgevingsplan. Zo’n besluit kan snel genomen worden (er geldt geen voorbereidingsprocedure).
De voorbereidingsregels (niet appellabel) gelden maximaal 1 jaar en 6 maanden. Ofwel: dit voorbereidingsbesluit moet binnen 1½ jaar in het omgevingsplan vastgelegd zijn. Door in het Omgevingsplan het onderdeel Buitengebied naar voren te halen is dit zeker haalbaar. Onze zorg Uit een gesprek met wethouder/portefeuillehouder Sybrig Sytsma hebben wij vernomen dat wat omgevingsrechtelijke voorzorgmaatregelen betreft, enkel wordt gedacht aan het opnemen van een zonering ter zake het gebruik van bepaalde gewasbeschermingsmiddelen van 50 meter van kwetsbare objecten zoals woningen, scholen alsmede watergangen. Nog liever zagen wij een 2
teeltverbod in deze zones omdat controle en handhaving een stuk eenvoudiger wordt. Verder pleiten we, samen met alle werkgroepen in de gemeente, behalve voor deze zonering tevens voor het opnemen van een teeltverbod voor nieuwe percelen. Behalve dat de 50 meter een schijnveiligheid oplevert (door drift kunnen pesticiden zich meer dan 250 meter verspreiden vanaf de bron), vallen bij de invoering van de genoemde spuitvrije zones niet alleen de teelt van sierbollen en lelies maar ook de teelt van voedsel (aardappelen, uien etc.) onder deze zonering. Juridisch is het opnemen van een dergelijk zonering zeer risicovol: de kans is groot dat een dergelijke bepaling de bestuursrechtelijke toets der kritiek niet doorstaat. Ook zullen instanties zoals de LTO, akkerbouwers, loonbedrijven e.d. een dergelijk voorbereidingsbesluit gaan aanvechten. Advies en oproep aan het gemeentebestuur Ons dringend advies en oproep aan bestuurlijk Heerenveen is dan ook om eerst een zonering enkel voor de teelt van sierbollen en lelies op te nemen en in een later stadium, de omgevingsrechtelijke zonering uit te breiden naar de teelt van voedselgewassen. Wellicht kan dan ook een herziening van de 50 meter zone plaatsvinden naar een grotere afstand. Wij schatten in dat de juridische haalbaarheid daarvan een kwestie van tijd is.
3